Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:5663

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
25-10-2016
Zaaknummer
16/659804-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 19-jarige man uit Utrecht heeft zich als stagiair van de gemeente Utrecht schuldig gemaakt aan het afgeven van valse reisdocumenten. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot 4 maanden jeugddetentie en 12 maanden celstraf.

Bewuste handeling

De verdachte werkte als stagiair op de afdeling Publiekszaken van de Gemeente Utrecht. Tijdens zijn stage hield hij zich bezig met de aanvraag van paspoorten en identiteitskaarten. Hij vervalste in een periode van enkele maanden de aanvraagformulieren van elf paspoorten en een identiteitskaart. De rechtbank oordeelt dat hij op grove wijze misbruik maakte van zijn positie bij de gemeente en daarmee het vertrouwen van de burger in de overheid ernstig heeft geschaad.

Jeugddetentie en celstraf

In de eerste periode van zijn stage was de verdachte minderjarig en ging het om vier paspoorten. De andere acht valse reisdocumenten reikte hij uit als meerderjarige. De rechtbank veroordeelt de man daarom tot 4 maanden jeugddetentie en 12 maanden celstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/659804-16

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 25 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [1996] te [geboorteplaats] ,

zonder een bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1, 2, 3 en 4: in de periode van 5 november 2014 tot en met

25 november 2014 vier valse reisdocumenten heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het oordeel van de rechtbank 1

Algemene bewijsoverweging

Verdachte heeft in de periode van 6 mei 20142 tot en met 20 januari 20153 stage gelopen bij de Gemeente Utrecht op de afdeling Publiekszaken.4
Tijdens deze stage heeft hij zich onder meer beziggehouden met de aanvraag van nationale paspoorten en nationale identiteitskaarten.5
Bij de aanvraag van deze reisdocumenten geldt een vaste procedure. De aanvrager moet zich bij de medewerker van de afdeling Publiekszaken die de aanvraag verzorgt, identificeren. Ook moet de aanvrager een pasfoto overleggen. Deze pasfoto wordt door de medewerker van de afdeling Publiekszaken op een aanvraagkaart geplaatst, die de aanvrager vervolgens ondertekent. Na de aanvraag vindt betaling plaats.
Het aanvraagformulier wordt verzonden naar een externe partij, die het reisdocument opmaakt.
Enkele dagen later wordt het reisdocument uitgereikt door een (andere) medewerker van de afdeling Publiekszaken,6 na overlegging van het betalingsbewijs.7


Na het ontdekken van een onregelmatigheid op 19 januari 2015 is er door de Gemeente Utrecht een onderzoek ingesteld naar de werkzaamheden van verdachte.8

Uit dit onderzoek komt het volgende naar voren.

Feit 1:

Op 5 november 2014 is door verdachte9 een aanvraag gedaan voor een nationaal paspoort op naam van [A] , met documentnummer [documentnummer] .10 Het paspoort is op
6 november 2014 door verdachte uitgereikt.11

Deze aanvraag is door de Gemeente Utrecht vergeleken met onder meer een eerdere aanvraag op naam van [A] , te weten een aanvraag reisdocument (nationaal paspoort) met documentnummer [documentnummer] van 17 september 2012.12
De handtekening op het aanvraagformulier van 17 september 2012 stemt niet overeen met de handtekening die is geplaatst op het aanvraagformulier van 5 november 2014.

Verder staat op het door verdachte opgestelde aanvraagformulier vermeld dat de identificatie van de aanvrager is gedaan aan de hand van een oud paspoort. De persoon op de foto in dit betreffende paspoort vertoont echter geen gelijkenis met de persoon op de foto die bij de aanvraag op 5 november 2014 is overlegd.13

Feit 2:


Op 11 november 2014 is door verdachte14 een aanvraag gedaan voor een nationaal paspoort op naam van [B] , met documentnummer [documentnummer] .15 Het paspoort is op

12 november 2014 door verdachte uitgereikt.16

Deze aanvraag is door de Gemeente Utrecht vergeleken met onder meer een eerdere aanvraag op naam van [B] , te weten een aanvraag reisdocument (nationaal paspoort) met documentnummer [documentnummer] , van 25 juni 2013.17

De handtekening op de aanvraag van 25 juni 2013 stemt niet overeen met de handtekening die is geplaatst op het aanvraagformulier van 11 november 2014.
Verder staat op het door verdachte opgestelde aanvraagformulier vermeld dat de identificatie van de aanvrager is gedaan aan de hand van een oud paspoort. De persoon op de foto in dit betreffende paspoort vertoont echter geen gelijkenis met de persoon op de foto die bij de aanvraag op 11 november 2014 is overlegd.18

Feit 3:

Op 24 november 2014 is door verdachte19 een aanvraag gedaan voor een nationaal paspoort op naam van [C] , met documentnummer [documentnummer] .20 Het paspoort is op

25 november 2014 door verdachte uitgereikt.21

Deze aanvraag is door de Gemeente Utrecht vergeleken met een eerdere aanvraag op naam van [C] , te weten een aanvraag van een nationaal paspoort van 29 juni 2010, met documentnummer [documentnummer] .22

De handtekening op de aanvraag van 29 juni 2010 stemt niet overeen met de handtekening die is geplaatst op het aanvraagformulier van 24 november 2014.
Verder staat op het door verdachte opgestelde aanvraagformulier vermeld dat de identificatie van de aanvrager is gedaan aan de hand van een oude identiteitskaart. De persoon op de foto in deze betreffende identiteitskaart vertoont echter geen gelijkenis met de persoon op de foto die bij de aanvraag op 24 november 2014 is overlegd. 23

Feit 4:

Op 24 november 2014 is door verdachte24 een aanvraag gedaan voor een nationaal paspoort op naam van [D] , met documentnummer [documentnummer] .25 Het paspoort is op
25 november 2014 door verdachte uitgereikt.26
Deze aanvraag is door de Gemeente Utrecht vergeleken met een eerdere aanvraag op naam van [D] , te weten een aanvraag van een nationaal paspoort met [documentnummer] , van 23 september 2010.27
De handtekening op de aanvraag van 23 september 2010 stemt niet overeen met de handtekening die is geplaatst op het aanvraagformulier van 24 november 2014.
Verder staat op het door verdachte opgestelde aanvraagformulier vermeld dat de identificatie van de aanvrager is gedaan aan de hand van het oude paspoort. De persoon op de foto in dit betreffende paspoort vertoont echter geen gelijkenis met de persoon op de foto die bij de aanvraag op 24 november 2014 is overlegd.28

Dat geen sprake is geweest van vergissingen, maar telkens van een bewuste handeling door verdachte, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het volgende.

Niet alleen de handtekening en de pasfoto op de door verdachte opgestelde aanvraagformulieren verschilt met eerdere aanvragen, ook heeft hij bij de aanvragen van [B] , [A] en [D] de lengte van de aanvrager aangepast.29

Verder blijkt dat verdachte zich niet heeft gehouden aan de reguliere procedure voor aanvraag en uitgifte van reisdocumenten door zowel de aanvraag als de uitgifte te verzorgen van voornoemde reisdocumenten. Dit is namelijk niet toegestaan en indien dit toch gebeurt, verschijnt bij de uitreiking een waarschuwingsmelding.30
Tot slot blijkt dat de betaling van de reisdocumenten evenmin volgens de reguliere procedure is gegaan. Tijdens of vlak na de aanvraag van een reisdocument, dient daarvan betaling plaats te vinden. Met het betalingsbewijs kan de aanvrager op een later moment het paspoort ophalen.
Bij de betalingen van het paspoort van [A] waren kosten verwijderd, waardoor er minder betaald hoefde te worden. Bij de betaling van het paspoort van [C] , [B] en [D] werd een productregel weggehaald, waardoor er voor deze documenten niet betaald hoefde te worden.
Om in de kosten wijzigingen aan te brengen, moet de ambtenaar die de aanvraag verwerkt, een andere medewerker vragen om goedkeuring te geven aan die wijzigingen.31

Het telefoonnummer [telefoonnummer] dat is toegeschreven aan verdachte, wordt in de periode van 2 februari 2015 tot en met 28 maart 2015 afgeluisterd en opgenomen.32 Verdachte heeft bevestigd dat dit zijn telefoonnummer is.33 Verdachte heeft in deze periode onder meer telefonisch contact met het telefoonnummer dat wordt toegeschreven aan [E] . [E] is net als verdachte werkzaam geweest als stagiaire bij de Gemeente Utrecht op de afdeling Publiekszaken. Zij hebben deels gelijktijdig stage gelopen.34
Uit de verklaring van [E] volgt dat zij in april 2014 is begonnen met haar stage en haar stage op 7 april 2015 nog niet heeft afgerond.35


Op 11 maart 2015 hebben verdachte en [E] het volgende telefoongesprek – zakelijk weergegeven - :
zegt: “Luister het ging niet over jou, ik stond bij de [straatnaam] en opeens kwam [F] en hij zei luister, hier heb je mijn nummer, ik heb je nodig toch.”
Verdachte zegt dat hij dat weet.
[E] zegt: “In ieder geval hij vroeg mij iets voor hem eruit te halen en hij was bereid mij 1000 euro te betalen. Hij zei datgene wat [verdachte] heeft gedaan moet jij ook doen.” [E] zegt dat hij gezegd heeft dat zij voor 1 iemand moet doen en niet voor zo veel en hij zei: “Ik ga je 1000 euro geven.”

Verdachte adviseert haar om dat niet te doen omdat die mannen anders haar gaan vermoorden.

[E] zegt dat zij dat nu sowieso niet kan doen, omdat zij het nu weten.
Verdachte zegt dat [E] niet in staat is om dat ene te doen, omdat zij dom is, omdat zij ook niet weet hoe hij dat gedaan heeft. Verdachte zegt nogmaals dat zij niet moet doen en dat zij fouten gaat maken. Verdachte zegt dat zij dat niet moet doen, omdat zij nu weten dat hij dat gedaan heeft en nu ze contra controles uitvoeren.36

[E] heeft bevestigd dat zij voornoemd telefoongesprek heeft gevoerd met verdachte. Zij heeft hierover verklaard dat [F] of [F] naar haar toekwam en zei: “Ik heb gehoord van [verdachte] en van de paspoorten en dat moet je ook voor mij gaan doen.” [F] of [F] kende [verdachte] , want hij had via [verdachte] om haar nummer gevraagd.37

Op 17 maart 2015 is de politie in de woning van het gezin van verdachte in verband met een conflict tussen verdachte en zijn twee zussen. Een van deze zussen, [G] , geeft aan dat haar broertje – verdachte - geld heeft gestolen en dat zij hem daarmee heeft geconfronteerd. Hij ontkende geld te hebben gestolen en vertelde dat hij stage had gelopen bij de Gemeente. Daar kwam hij in aanraking met de uitgifte van paspoorten. Hij nam daar paspoorten mee en verkocht ze illegaal. Daar kreeg hij veel geld voor en daarom hoefde hij geen geld te stelen van zijn zussen.38

Gelet op de aard en de reeks van de bewerkingen op de aanvraagformulieren van de reisdocumenten is bewezen dat verdachte bewust onjuiste gegevens heeft verwerkt op de aanvraag van de in de tenlastelegging genoemde reisdocumenten. De reisdocumenten zijn vervolgens opgemaakt aan de hand van deze onjuiste gegevens.
Verdachte, die wist dat de opgemaakte reisdocumenten vals waren, heeft deze reisdocumenten vervolgens voorhanden gehad en uitgereikt.

De rechtbank acht de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1. in de periode van 5 tot en met 6 november 2014 te Utrecht, heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad een vals reisdocument, te weten een paspoort op naam van [A] (met documentnummer [documentnummer] ), welk paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto van een ander dan die [A] , en valselijk was voorzien van een handtekening die de handtekening van die [A] moest voorstellen,
waarvan hij wist dat het paspoort vals was,
immers heeft verdachte voornoemd vals paspoort vrijgegeven en uitgereikt;

2. in de periode van 11 tot en met 12 november 2014 te Utrecht, heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad een vals reisdocument, te weten een paspoort op naam van [B] (met documentnummer [documentnummer] ), welk paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto van een ander dan die [B] en valselijk was voorzien van een handtekening die de handtekening van die [B] moest voorstellen,
waarvan hij wist dat het paspoort vals was,
immers heeft verdachte voornoemd vals paspoort vrijgegeven en uitgereikt;

3. in de periode van 24 tot en met 25 november 2014 te Utrecht, heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad een vals reisdocument, te weten een paspoort op naam van [C] (met documentnummer [documentnummer] ), welk paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto van een ander dan die [C] en valselijk was voorzien van een handtekening die de handtekening van die [C] moest voorstellen,
waarvan hij wist dat het reisdocument vals was,
immers heeft verdachte voornoemd vals paspoort vrijgegeven en uitgereikt;

4. in de periode van 24 tot en met 25 november 2014 te Utrecht, heeft afgeleverd en voorhanden heeft gehad een vals reisdocument, te weten een paspoort op naam van [D] (met documentnummer [documentnummer] ), welk paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto van een ander dan die [D] en valselijk was voorzien van een handtekening die de handtekening van die [D] moest voorstellen, waarvan hij wist dat het paspoort vals was,
immers heeft verdachte voornoemd paspoort vrijgegeven en uitgereikt.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

6
6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1, feit 2, feit 3 en 4:
telkens:
in het bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vals of vervalst is
en
een vals reisdocument afleveren.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een jeugddetentie van vier maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich tijdens een stage bij de afdeling Publiekszaken van de Gemeente Utrecht schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en afgeven van een aantal valse reisdocumenten.

Verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van zijn positie bij de Gemeente Utrecht en daarmee het vertrouwen van de burger in de overheid ernstig geschaad.

In het maatschappelijk verkeer hoort men er op te kunnen vertrouwen dat ter identificatie gebruikte ambtelijke stukken, zoals legitimatiebewijzen en reisdocumenten een juiste weergave bevatten van de daarin vermelde gegevens.

Na een melding van een burger is de zaak aan het rollen gebracht. Verdachte heeft in de periode van een aantal weken vier aanvraagformulieren van reisdocumenten vervalst en hij is in niet uit eigen beweging gestopt met deze strafbare gedragingen.
De rechtbank rekent het voorgaande verdachte zwaar aan.

Wat betreft de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met het uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 juli 2016, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens een strafbaar feit.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde jeugddetentie van vier maanden, met aftrek van het voorarrest, een passende en geboden reactie op de bewezen verklaarde feiten.

9
9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i, 77gg en 231 van het Wetboek van Strafrecht.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

telkens:
in het bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vals of vervalst is
en
een vals reisdocument afleveren.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.


Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 4 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.G. Bakker, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. A.C. van den Boogaard en mr. C.E.M. Nootenboom-Lock, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2016.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 5 tot en met 6 november 2014 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad een vals of vervalst

reisdocument,

te weten een paspoort op naam van [A] (met documentnummer [documentnummer] ),

welk reisdocument/paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto

van een ander dan die [A] , althans van pasfoto van een ander dan degene op

wiens naam het reisdocument /paspoort staat en valselijk was voorzien van een

handtekening die de handtekening van die [A] moest voorstellen,

althans van een handtekening niet zijnde de handtekening van die [A] ,

althans van degene op wiens naam het reisdocument/paspoort staat,

waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het

reisdocument/paspoort vals of vervalst was,

immers heeft verdachte voornoemd vals(e) en/of vervalst(e)

reisdocument/paspoort vrijgegeven en/of uitgereikt;

art 231 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 11 tot en met 12 november 2014 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad een vals of vervalst

reisdocument,

te weten een paspoort op naam van [B] (met documentnummer

[documentnummer] ), welk reisdocument/paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto

van een ander dan die [B] , althans van pasfoto van een ander dan degene op

wiens naam het reisdocument /paspoort staat en valselijk was voorzien van een

handtekening die de handtekening van die [B] moest voorstellen,

althans van een handtekening niet zijnde de handtekening van die [B] ,

althans van degene op wiens naam het reisdocument/paspoort staat,

waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het

reisdocument/paspoort vals of vervalst was,

immers heeft verdachte voornoemd vals(e) en/of vervalst(e)

reisdocument/paspoort vrijgegeven en/of uitgereikt;

art 231 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 24 tot en met 25 november 2014 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad een vals of vervalst

reisdocument,

te weten een paspoort op naam van [C] (met documentnummer [documentnummer] ),

welk reisdocument/paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto

van een ander dan die [C] , althans van pasfoto van een ander dan degene op

wiens naam het reisdocument /paspoort staat en valselijk was voorzien van een

handtekening die de handtekening van die [C] moest voorstellen,

althans van een handtekening niet zijnde de handtekening van die [C] ,

althans van degene op wiens naam het reisdocument/paspoort staat,

waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het

reisdocument/paspoort vals of vervalst was,

immers heeft verdachte voornoemd vals(e) en/of vervalst(e)

reisdocument/paspoort vrijgegeven en/of uitgereikt;

art 231 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 24 tot en met 25 november 2014 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad een vals of vervalst

reisdocument,

te weten een paspoort op naam van [D] (met documentnummer

[documentnummer] ), welk reisdocument/paspoort valselijk was voorzien van een pasfoto

van een ander dan die [D] , althans van pasfoto van een ander dan degene op

wiens naam het reisdocument /paspoort staat en valselijk was voorzien van een

handtekening die de handtekening van die [D] moest voorstellen,

althans van een handtekening niet zijnde de handtekening van die [D] ,

althans van degene op wiens naam het reisdocument/paspoort staat,

waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het

reisdocument/paspoort vals of vervalst was,

immers heeft verdachte voornoemd vals(e) en/of vervalst(e)

reisdocument/paspoort vrijgegeven en/of uitgereikt;

art 231 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 27 augustus 2015, met documentcode 09Pas 15/MD4R015012, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 672. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Een geschrift, te weten een stageovereenkomst tussen de Gemeente Utrecht en [verdachte] , ondertekend door voornoemde partijen op respectievelijk 14 mei 2015 en 13 mei 2014.

3 Het proces-verbaal van verhoor van [H] van 28 januari 2014, pagina 24.

4 Een geschrift, te weten een stage overeenkomst tussen de Gemeente Utrecht en [verdachte] , ondertekend door voornoemde partijen op respectievelijk 14 mei 2015 en 13 mei 2014.

5 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 8 april 2016, pagina 413.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [I] van 25 februari 2015, pagina 32.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van [J] van 11 maart 2015, pagina 183.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [H] van 22 januari 2015, pagina 9 en 10.

9 Een geschrift, te weten een gebeurtenissen logboek Publiekszaken van 5 november 2014, pagina 63 en 64.

10 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [A] met nummer [nummer] , pagina 61.

11 Idem, alsmede het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 620.

12 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [A] van
17 september 2012, met nummer [nummer] , pagina 62.

13 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 619.

14 Een geschrift, te weten een gebeurtenissen logboek Publiekszaken van 11 november 2014, pagina 74 en 75.

15 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [B] van 11 november 2014, met nummer [nummer] , pagina 71.

16 Idem, alsmede het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 632.

17 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [B] van 25 juni 2013, met nummer [nummer] , pagina 72.

18 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 631.

19 Een geschrift, te weten een gebeurtenissen logboek Publiekszaken van 24 november 2014, pagina 43 en 44.

20 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [C] van 24 november 2014, met nummer [nummer] , pagina 41.

21 Idem, alsmede het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 596.

22 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [C] van 29 juni 2010, met nummer [nummer] , pagina 42.

23 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 595.

24 Een geschrift, te weten een gebeurtenissen logboek Publiekszaken van 24 november 2014, pagina 56.

25 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [D] , van
24 november 2014, met nummer [nummer] , pagina 54.

26 Idem, alsmede het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 614.

27 Een geschrift, te weten een kopie aanvraag reisdocument op naam van [D] , van 23 september 2010, met nummer [nummer] , pagina 55.

28 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 613.

29 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige] van 25 februari 2016, met bijlagen, pagina 596, 614 en 632.

30 Idem, pagina 607 en 608.

31 Het proces-verbaal van bevindingen van [J] van 11 maart 2015, pagina 183.

32 Een proces-verbaal aanvraag verlenging bevel opnemen (tele)communicatie van 24 februari 2015, pagina 469 en 470.

33 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 8 april 2015, pagina 410.

34 Het proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2015, pagina 353.

35 Het proces-verbaal van verhoor van [E] van 7 april 2015, pagina 334.

36 Een geschrift, te weten een samenvatting van een opgenomen en uitgewerkt telefoongesprek van 11 maart 2015, pagina 268 en 269.

37 Het proces-verbaal van verhoor van [E] van 7 april 2015, pagina 341.

38 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 april 2015, pagina 282.