Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:5608

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-10-2016
Datum publicatie
21-10-2016
Zaaknummer
16/659651-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie mannen van 22, 21 en 20 jaar zijn door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3,5 jaar voor het plegen van een woningoverval in Amersfoort. De mannen drongen op 14 mei van dit jaar met geweld een woning van een jong gezin binnen en gebruikten daarbij een vuurwapen.

Bedreiging met een vuurwapen

Een van de mannen deed zich op de bewuste avond voor als een medewerker van een energiemaatschappij. Toen de bewoner de deur opende werd hij zijn woning ingeduwd en hardhandig naar de grond gewerkt waarbij hij met een vuurwapen is bedreigd en een klap op zijn oog heeft gekregen. Vervolgens werd hij op de grond mishandeld. Een andere man liep de woonkamer binnen en richtte een vuurwapen op de vrouw en hun acht weken oude zoontje. De vrouw vluchtte met haar zoontje de tuin in en raakte daarbij gewond aan haar ribben. De baby bleef ongedeerd. Uiteindelijk gingen de daders er vandoor met twee telefoons en een horloge.

Grote gevoelens van angst en onveiligheid

Tijdens de zitting bleek dat de bewoners beide een posttraumatische stress stoornis hebben. De man heeft daarnaast blijvend schade aan zijn ooglid overgehouden. De bewoners leven nog steeds met grote gevoelens van angst en onveiligheid. Ze zijn in hun eigen huis overvallen en daarbij is gebruik gemaakt van bivakmutsen, een vuurwapen en geweld. De rechtbank vindt dat de daders alleen uit waren op hun eigen gewin en zich op geen enkele wijze bekommerd hebben om de ernstige gevolgen van hun daden voor de bewoners.

De rechtbank neemt het de daders zeer kwalijk dat zij fors geweld hebben gebruikt tijdens de overval. Het gebruik van een vuurwapen en een vermomming heeft de bewoners extra angst aangejaagd. Tevens was er in de woning een baby van acht weken oud aanwezig. De bewoners vreesden voor het leven van hun kind.

De rechtbank heeft een lagere straf opgelegd dan het Openbaar Ministerie heeft geëist. De rechtbank is van oordeel dat er in de strafeis onvoldoende rekening is gehouden met de jonge leeftijd van de daders. Daarnaast heeft de rechtbank ook gekeken naar opgelegde straffen in vergelijkbare zaken. De daders moeten ook een immateriële en materiële schadevergoeding aan de slachtoffers betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659651-16

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 21 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1994] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] te [woonplaats] ,

preventief gedetineerd in het Huis van Bewaring “P.I. Rijnmond – De Schie” te Rotterdam.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2016 en 7 oktober 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Schiedam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen, te weten:

  • -

    [benadeelde 1] en;

  • -

    [benadeelde 2] .

De benadeelde partijen zijn op zitting bijgestaan door mr. R.E.H. Jager en zij heeft ter terechtzitting de vorderingen nader toegelicht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 14 mei 2016 te Amersfoort samen met anderen een woningoverval heeft gepleegd en daarbij heeft weggenomen twee telefoons en een horloge (merk Guess) van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , waarbij geweld en bedreiging met geweld werd geuit tegen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] door:

  • -

    een vuurwapen aan [benadeelde 1] te tonen, dat vuurwapen op [benadeelde 1] te richten en het vuurwapen door te laden;

  • -

    te roepen: ‘Geld, waar is het geld’;

  • -

    [benadeelde 1] met het wapen op het oog te slaan (waardoor hij ten val kwam);

  • -

    [benadeelde 1] meermalen te slaan, stompen of trappen tegen de rug en zij, terwijl hij op de grond lag en;

  • -

    een vuurwapen op [benadeelde 2] te richten.

feit 2: op 14 mei 2016 te Amersfoort en te Rotterdam samen met anderen een wapen, een patroonmagazijn en twee scherpe patronen van een wapen van categorie III, voorhanden heeft gehad.

feit 3: op 14 mei 2016 te Amersfoort en te Rotterdam een boksbeugel voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, samen met de twee medeverdachten, schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en het bezit van een vuurwapen, een magazijn van een vuurwapen, munitie en een boksbeugel. Zij heeft daarbij gelet op de deels bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, de aangiftes en getuigenverklaringen van de slachtoffers en de aanhouding van de verdachten in de vluchtauto waarbij het vuurwapen, de groene jas van Energiedirect, de bivakmutsen, de boksbeugel en de gestolen buit worden aangetroffen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken voor de gedragingen onder feit 1 die betrekking hebben op het gebruik van het vuurwapen, omdat daarvoor wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Verdachte heeft verklaard dat bij de overval geen vuurwapen is gebruikt. Het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt en steunt alleen op de verklaring van de aangever. Ten aanzien van feit 2 verzoekt de verdediging verdachte integraal vrij te spreken, nu niet vast staat dat verdachte het wapen voorhanden heeft gehad. Verdachte wist niets af van het vuurwapen in de auto. Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.2.

De bewijsmiddelen

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Op 14 mei 2016 doet [benadeelde 1] aangifte van diefstal met geweld. Hij verklaart dat op zaterdag 14 mei 2016, omstreeks 18:45 uur, drie mannen hem overvallen hebben in zijn woning. De woning is te Amersfoort.2 Er werd aangebeld bij de voordeur. Hij opende de voordeur en zag een man staan met een groen jack aan. Vervolgens kwamen er nog twee mannen bij. Vervolgens probeerden twee van de mannen hem naar binnen te duwen.3 Door dader 1 en 3 werd hij zijn woning ingeduwd en hij zag dat dader 2 het wapen in zijn hand doorlaadde. Toen hij naar binnen werd geduwd hoorde hij een van de daders roepen: ‘Geld, waar is het geld.’ Hij zag en voelde dat dader 2 met het wapen op zijn linkeroog sloeg. Door de klap op zijn oog ging hij neer. Daarna werd hij getrapt en geslagen. Hij voelde dat hij geraakt werd op zijn zij en rug. Tijdens het gevecht is de telefoon van hem, een Samsung, uit zijn broekzak op de grond gevallen. Hij heeft gezien dat een van de daders de telefoon heeft opgepakt.4

[benadeelde 1] verklaart dat één van zijn aanwezige vrienden een patroon had gevonden op de plek waar de vechtpartij had plaatsgevonden.5

Door [benadeelde 2] wordt verklaard dat zij via de tussendeur met glas de voordeur kon zien. Die man viel haar vriend [benadeelde 1] (de rechtbank begrijpt: [benadeelde 1] ) aan. De man sloeg en [benadeelde 1] verweerde zich. [benadeelde 1] werd nog een keer geslagen. Toen zag zij nog een man.6 Zij zag dat [benadeelde 1] op de grond lag en zij zag een worsteling. Zij zag één van de drie de kamer inkomen. Zij zag dat hij een pistool op haar richtte.7 Zij zag twee mannen vechten met [benadeelde 1] . Zij missen de twee telefoons van [benadeelde 1] . Haar horloge was ook meegenomen.8

Op 14 mei 2016 is een grijze Opel Astra, voorzien van het kenteken [kentekennummer] te Rotterdam een stopteken gegeven en zijn de drie inzittenden worden aangehouden. Deze drie inzittenden waren [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Verbalisanten zagen op de grond bij de bestuurder een vuurwapen liggen.9 Ook werd een lege patroonhouder aangetroffen.10 Tevens werd voor technisch onderzoek een zilverkleurige boksbeugel veiliggesteld.11 In de kamer van het vuurwapen was een patroon aanwezig.12

Medeverdachte [medeverdachte 2] verklaart dat hij dader 3 is. Hij heeft de telefoons gepakt. Hij heeft de telefoon gepakt nadat hij zag dat hij (de rechtbank begrijpt: [benadeelde 1] ) hem wilde pakken uit zijn zak. De andere telefoon lag al op de grond en die heeft verdachte [medeverdachte 2] in zijn zak gestopt. Toen de deur opende was hij naast het huis. Hij zag mensen al kijken, want het vuurwapen was ook in de buurt. Het was gewoon vrij om te zien buiten. Zij wisten welke auto het slachtoffer had. Hij stond naast het huis toen er werd aangebeld. Er was één vuurwapen. Zij zijn een aantal dagen of een week daarvoor bij het huis in Amersfoort gaan kijken.13 Hij heeft in de woonkamer dat horloge ook gepakt. Hij weet zeker dat er één vuurwapen is gebruikt.14 Het plan was vanaf het begin een overval te plegen. Hij is voor de overval nog een rondje wezen maken en zag de auto van het slachtoffer niet staan. Toen is een maat gaan kijken en die zag de auto wel.15

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij de overval betrokken was. Hij heeft eerst buiten staan wachten. Hij heeft de eigenaar omvergeduwd. De aangetroffen boksbeugel is van hem. Hij had die boksbeugel die dag bij zich. 16

Het vuurwapen, het patroonmagazijn en de munitie

Het vuurwapen, het patroonmagazijn en de munitie zijn onderzocht. Het pistool is van origine een start- /alarmpistool. Dit pistool is een voorwerp dat bestemd is om projectielen of stoffen door een loop af te schieten. De werking van dit pistool berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie.17

Het patroonmagazijn betreft een patroonmagazijn kaliber 8mm Knall. Dit patroonmagazijn kan tevens geladen worden met patronen kaliber 6,35mm. Een patroonmagazijn is een wezenlijk en specifiek onderdeel van een wapen als bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet wapens en munitie. Hulpstukken voor wapens worden beschouwd als complete wapens. Derhalve is een patroonmagazijn een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1, categorie III onder 1e van de Wet wapens en munitie.18

De twee scherpe patronen zijn munitie, kaliber 6,35mm en bestemd of geschikt om een projectiel door middel van een vuurwapen van het kaliber 6,35mm af te schieten. Patronen zijn munitie in de zin van artikel 1, aanhef onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.19

De boksbeugel

De boksbeugel is onderzocht. Dit voorwerp is een wapen in de zin van artikel 2, lid 1 categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie.20

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

4.3.3.

De bewijsoverweging

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich, samen met anderen, schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld (feit 1) en het voorhanden hebben van een vuurwapen, een patroonmagazijn en munitie (feit2). Daarnaast acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het voorhanden van een boksbeugel.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte en zijn mededaders de diefstal met geweld hebben gepleegd met gebruikmaking van een vuurwapen. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat een van de verdachte met een vuurwapen in de woning is geweest, dit is namelijk gezien door de aangever en getuige [benadeelde 2] . Ook medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat er een vuurwapen is gebruikt. Bij de aanhouding van de verdachten wordt vervolgens een vuurwapen aangetroffen in de auto en tevens een patroonmagazijn. Verder blijkt uit het dossier dat na de woningoverval in de hal van de woning van aangever een patroon wordt aangetroffen. De rechtbank stelt vast dat dit patroon qua uiterlijk en kaliber, zoals blijkt uit het proces-verbaal over het onderzoek aan het vuurwapen en de munitie en de daarbij behorende foto, overeenkomsten vertoont met het patroon dat aangetroffen is in het vuurwapen. De rechtbank acht gelet op het voorgaande bewezen dat bij de woningoverval gebruik is gemaakt van een vuurwapen.

De rechtbank is tevens op grond van het voorgaande van oordeel dat het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen eveneens wettig en overtuigend kan worden bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

feit 1: op 14 mei 2016 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee telefoons en een horloge merk Guess, toebehorende aan [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en die [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of (een van) de mededaders,

- die [benadeelde 1] een vuurwapen toonde en dat vuurwapen doorlaadde en

- die [benadeelde 1] de woning in duwde en

- riep: "Geld, waar is het geld" en

- die [benadeelde 1] met een wapen sloeg op het oog waardoor die [benadeelde 1] ten val kwam en

- die [benadeelde 1] meermalen sloeg en trapte tegen de rug en de zij, terwijl die [benadeelde 1] op de grond lag en

- dat vuurwapen op die [benadeelde 2] richtte.

feit 2: op 14 mei 2016 te Amersfoort en te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een wapen van categorie III, te weten een gaspistool en een onderdeel van een wapen van categorie III, te weten een patroonmagazijn en munitie van een wapen van categorie III, te weten twee scherpe patronen, voorhanden heeft gehad.

feit 3: op 14 mei 2016 te Amersfoort, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:

feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

feit 2: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

feit 3: handelen in strijd met artikel 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest. Zij is daarbij uitgegaan van de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en heeft in strafverzwarende zin rekening gehouden met het medeplegen van een ernstig feit, het bedreigen met een vuurwapen, het dragen van bivakmutsen, de planning van het feit, het misbruiken van het vertrouwen dat in personen in uniform wordt gesteld, het grof fysiek geweld en het ernstig trauma bij de slachtoffers.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het gaat om een eenmalige daad waar verdachte ontzettend veel spijt van heeft. Hij is een first offender en het recidivegevaar is laag. Verdachte heeft een goede opleiding en kan aan het werk. De verdediging verzoekt de rechtbank hiermee rekening te houden en in het voordeel van verdachte af te wijken van de LOVS-richtlijnen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze van de sanctie en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een gewelddadige overval in een woning aan het begin van de avond. De verdachten hebben na een tip dat veel contant geld in de woning aanwezig zou zijn, een voorverkenning gedaan bij de woning. Vervolgens hebben verdachte en zijn mededaders afgesproken de woning te overvallen. Verdachte heeft zich voorgedaan als iemand van Energiedirect en aangebeld bij de woning. Slachtoffer [benadeelde 1] deed open en vervolgens is hij zijn woning ingeduwd en hardhandig naar de grond gewerkt waarbij hij met een vuurwapen een klap op zijn oog heeft gekregen. Onder bedreiging van het wapen is hem gevraagd naar geld. De verdachten zijn doorgegaan met het schoppen en slaan van [benadeelde 1] , terwijl hij op de grond lag. Op dat moment waren slachtoffer [benadeelde 2] , vriendin van [benadeelde 1] , en hun acht weken oude zoontje in de woonkamer. Eén van de verdachten is de woonkamer in gegaan en heeft het vuurwapen ook op hen gericht. Hierop wist slachtoffer [benadeelde 2] uit de woning te vluchten met haar zoontje in haar armen, waarbij zij het slot van de deur van de schutting met kracht heeft verbroken om uit de tuin te kunnen vluchten. Uiteindelijk zijn verdachte en zijn mededaders vertrokken en hebben zij twee telefoons en een Guess horloge weggenomen.

Verdachte en zijn mededaders hebben met hun handelen grote gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt bij de slachtoffers. Dit te meer omdat het de slachtoffers is overkomen in hun eigen woning, bij uitstek de plek waar iemand zich veilig moet voelen. Daarnaast wordt door een feit als het onderhavige de rechtsorde geschokt. Verdachte en zijn mededaders waren alleen uit op eigen geldelijk gewin en hebben zich op geen enkele wijze bekommerd om de gevolgen van hun daden voor de slachtoffers. Zij hebben door hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers.

Uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring van [benadeelde 1] komt onder meer naar voren dat zijn ooglid blijvend beschadigd is en dat sprake is van psychisch letsel. Zo heeft hij last van herbelevingen en nachtmerries en is hij voortdurend bang. Een chronische posttraumatische stress stoornis is gediagnosticeerd. [benadeelde 1] zal hiervoor EMDR-therapie moeten ondergaan. Na de overval durft hij geen contact meer te hebben met onbekenden. Dat is ook de reden dat zijn onderneming volledig is stilgevallen. Uit de ter terechtzitting voorgelegen slachtofferverklaring van [benadeelde 2] komt onder meer naar voren dat zij ten tijde van het delict doodsbang was en vreesde voor het leven van haar vriend en haar zoontje. Zij voelt zich niet meer veilig in haar eigen huis en durft haar zoontje nergens meer alleen te laten. Zij slaapt slecht en heeft dagelijks angstgevoelens, nachtmerries en herbelevingen, waarvoor zij hulp heeft gezocht. Ook bij haar is een posttraumatische stress stoornis vastgesteld.

Daarnaast brengt het voorhanden hebben van een vuurwapen, een boksbeugel en munitie een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van de samenleving met zich mee.

De rechtbank neemt dit alles verdachte zeer kwalijk.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 juli 2016, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op het de verdachte betreffende reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 6 oktober 2016, opgemaakt door [reclasseringswerker] , reclasseringswerker.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. In het nadeel van de verdachte neemt de rechtbank in haar afweging mee dat door de verdachte en zijn mededaders fors geweld gebruikt is, waardoor het slachtoffer ernstig letsel aan zijn oog heeft opgelopen. Tevens hebben de verdachte en zijn mededaders gebruik gemaakt van een vuurwapen en bivakmutsen. Het gebruik van een dergelijk wapen en deze vermomming jaagt slachtoffers extra vrees aan. Tevens bevond zich in de woning op het moment van de overval een kind van acht weken oud. De slachtoffers vreesden voor het leven van hun kind. De angst en het gevoel van onveiligheid is bij beide slachtoffers nog steeds niet weg.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank de jonge leeftijd van verdachte mee en het feit dat hij niet eerder veroordeeld is voor soortgelijke feiten. De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie daarmee onvoldoende rekening houdt. De rechtbank ziet hierin aanleiding om af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel van deze straf in voorwaardelijke vorm aan verdachte op te leggen. De rechtbank gaat ervan uit dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden aan de orde zullen komen bij de zogenoemde voorwaardelijke invrijheidstelling.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft -met betrekking tot de zich in het dossier bevindende beslaglijst- ter terechtzitting verbeurdverklaring van de in beslag genomen grijze Opel Astra ( [kentekennummer] ), de groene jas van Energiedirect en de onder verdachte in beslag genomen boksbeugel gevorderd. Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie gevorderd deze te onttrekken aan het verkeer.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat het navolgende in beslag genomen voorwerp vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang en dit een voorwerpen is met behulp van welke een bewezen verklaard feit is begaan.

- Grijs wapen zijnde boksbeugel PL0900-2016147603-G1708878 .

10 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij van [benadeelde 1] (feit 1):

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 6.106,09 ingediend wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde onder feit 1 zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde materiële schade bestaat uit:

  • -

    € 49,95 spiegel;

  • -

    € 29,99 jack;

  • -

    € 99,99 schoenen;

  • -

    € 21,16 medicatie;

  • -

    € 385,00 eigen bijdrage ziektekosten;

  • -

    € 20,00 reiskosten.


In totaal vordert [benadeelde 1] € 606,09 aan materiële schade.

De gestelde immateriële schade bedraagt € 5.500,00.

De officier van justitie vordert de hoofdelijke toewijzing van de gehele vordering met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft verzocht de toewijzing van de immateriële schade te matigen.

De rechtbank is van oordeel dat een deel van de gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. Dit deel betreft de gevorderde materiële schade voor zover het de spiegel van € 49,95, de medicatie van € 21,26 en de reiskosten van € 20,00 betreft.

De rechtbank is van oordeel dat zij voor het overige gedeelte van de materiële schade over onvoldoende informatie beschikt om dit deel van de vordering te kunnen beoordelen. De vordering eigen bijdrage van de ziektekostenverzekering is niet onderbouwd en de rechtbank kan dan ook niet vaststellen of een deel van deze bijdrage al eerder in het jaar is verbruikt. De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering, groot € 385,00, niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dat deel desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat van de schoenen en het jack teruggave kan worden gevraagd bij het Openbaar Ministerie. De geleden schade is niet nader onderbouwd en derhalve zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering, groot € 129,98, niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dat deel desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade toewijsbaar is tot een bedrag van € 3.500,00 gelet op de aard van het letsel, de onderbouwing van de vordering en de immateriële schade die in soortgelijke zaken wordt toegewezen. De rechtbank acht de overige immateriële schade nog onvoldoende onderbouwd. Nader onderzoek naar deze schade levert een onevenredige belasting voor het strafgeding op. De rechtbank zal dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank acht het deel van in totaal € 3.591,21 van de vordering gegrond en – vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2016- voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien (een van) de medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij van [benadeelde 2] (feit 1):

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.943,18 ingediend wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het ten laste gelegde onder feit 1 zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De gestelde materiële schade bestaat uit:

  • -

    € 23,33 medicatie;

  • -

    € 385,00 eigen bijdrage ziektekosten;

  • -

    € 34,85 reiskosten.

In totaal vordert [benadeelde 2] € 443,18 aan materiële schade.

De gestelde immateriële schade bedraagt € 3.500,00.

De officier van justitie vordert de hoofdelijke toewijzing van de gehele vordering met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft verzocht de toewijzing van de immateriële schade te matigen.

De rechtbank is van oordeel dat een deel van de gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. Dit deel betreft de gevorderde materiële schade voor zover het de medicatie van € 23,33 en de reiskosten van € 34,85 betreft.

De rechtbank is van oordeel dat zij voor het overige gedeelte van de materiële schade over onvoldoende informatie beschikt om dit deel van de vordering te kunnen beoordelen. De vordering eigen bijdrage van de ziektekostenverzekering is niet onderbouwd en de rechtbank kan dan ook niet vaststellen of een deel van deze bijdrage al eerder in het jaar is verbruikt. De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering, groot € 385,00, niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dat deel desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade toewijsbaar is tot een bedrag van € 2.500,00 gelet op de aard van het letsel, afgewogen ten aanzien van het letsel van [benadeelde 1] , de onderbouwing van de vordering en de immateriële schade die in soortgelijke zaken wordt toegewezen. De rechtbank acht de overige immateriële schade nog onvoldoende onderbouwd. Nader onderzoek naar deze schade levert een onevenredige belasting voor het strafgeding op. De rechtbank zal dat deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank acht daarmee het deel van in totaal € 2.558,18 van de vordering gegrond en – vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2016- voor hoofdelijke toewijzing vatbaar.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat indien (een van) de medeverdachte(n) dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36d, 36f, 47, 57, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

feit 2: medeplegen van handelen in strijd met art. 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

feit 3: handelen in strijd met artikel 13 lid 1 van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden.

Beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslissingen ten aanzien van het beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- Grijs wapen zijnde boksbeugel PL0900-2016147603-G1708878 .

Beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij van [benadeelde 1] (feit 1):

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 1] , van een bedrag van 3.591,21 euro (zegge drieduizend vijfhonderdeenennegentig euro en eenentwintig eurocent), bestaande uit 91,21 euro materiële en 3.500 euro immateriële schade. Het bedrag wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door (een) mededader(s) is betaald.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , van een bedrag van 3.591,21 euro (zegge drieduizend vijfhonderdeenennegentig euro en eenentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Voormeld bedrag bestaat uit 91,21 euro materiële en 3.500 euro immateriële schade.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij van [benadeelde 2] (feit 1):

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij, [benadeelde 2] , van een bedrag van 2.558,18 euro (zegge tweeduizend vijfhonderdachtenvijftig euro en achttien eurocent), bestaande uit 58,18 euro materiële en 2.500 euro immateriële schade. Het bedrag wordt verhoogd met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd indien en voor zover dit bedrag door (een) mededader(s) is betaald.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dat deel desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] , van een bedrag van 2.558,18 euro (zegge tweeduizend vijfhonderdachtenvijftig euro en achttien eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 mei 2016 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Voormeld bedrag bestaat uit 58,18 euro materiële en 2.500 euro immateriële schade.

Bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] , daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.P. den Otter, voorzitter,

mrs. M.S. Koppert en M.H.M. Collombon, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Völkers, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 oktober 2016.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 mei 2016 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee telefoons en/of een horloge (merk Guess), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

- die [benadeelde 1] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp toonde en/of dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp, doorlaadde en/of op die [benadeelde 1] richtte en/of gericht hield en/of

- die [benadeelde 1] de woning in duwde en/of

- riep: "Geld, waar is het geld" en/of

- die [benadeelde 1] met een wapen sloeg op het oog, althans in het gezicht (waardoor die [benadeelde 1] ten val kwam) en/of

- die [benadeelde 1] meermalen, althans éénmaal (telkens) (met een wapen) sloeg/stompte en/of schopte/trapte tegen de rug en/of de zij, althans tegen het lichaam (terwijl die [benadeelde 1] op de grond lag) en/of

- dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp, op die [benadeelde 2] richtte en/of gericht hield;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 14 mei 2016 te Amersfoort en/of te Rotterdam, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een (gas)pistool en/of een onderdeel van een wapen van categorie III, te weten een patroonmagazijn en/of munitie van een wapen van categorie III, te weten twee scherpe patronen,voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

hij op of omstreeks 14 mei 2016 te Amersfoort, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nr. PL0900-2016147603, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 340). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal, 15 mei 2016, aangifte [benadeelde 1] , blz. 13.

3 Proces-verbaal, 15 mei 2016, aangifte [benadeelde 1] , blz. 14.

4 Proces-verbaal, 15 mei 2016, aangifte [benadeelde 1] , blz. 15.

5 Proces-verbaal, 15 mei 2016, aantreffen patroon, blz. 128.

6 Proces-verbaal, 14 mei 2016, getuigenverklaring [benadeelde 2] , blz. 37.

7 Proces-verbaal, 18 mei 2016, getuigenverklaring [benadeelde 2] , blz. 153.

8 Proces-verbaal, 18 mei 2016, getuigenverklaring [benadeelde 2] , blz. 155.

9 Proces-verbaal, 14 mei 2016, aanhoudingen verdachte, blz. 45.

10 Proces-verbaal, 6 juni 2016, sporenonderzoek auto, blz. 268.

11 Proces-verbaal, 16 mei 2016, doorzoeking auto, blz. 137.

12 Proces-verbaal, 14 mei 2016, onderzoek vuurwapen, blz.161.

13 Proces-verbaal, 26 mei 2016, bekennende verklaring verdachte [medeverdachte 2] , blz. 221.

14 Proces-verbaal, 26 mei 2016, bekennende verklaring verdachte [medeverdachte 2] , blz. 222.

15 Proces-verbaal, 26 mei 2016, bekennende verklaring verdachte [medeverdachte 2] , blz. 223.

16 De verklaring van medeverdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 7 oktober 2016.

17 Proces-verbaal, 29 juni 2016, onderzoek vuurwapen en munitie, blz. 233.

18 Proces-verbaal, 29 juni 2016, onderzoek vuurwapen en munitie, blz. 234.

19 Proces-verbaal, 29 juni 2016, onderzoek vuurwapen en munitie, blz. 235.

20 Proces-verbaal, 29 juni 2016, onderzoek vuurwapen en munitie, blz. 235