Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:5335

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-10-2016
Datum publicatie
25-10-2016
Zaaknummer
4976277
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een manisch-depressieve vrouw koopt in twee weken tijd achtereenvolgens een badkamer en een keuken. Vervolgens wil zij de koop annuleren, waarbij ze aanvoert dat ze een manische periode doormaakte en daardoor niet in staat was om haar wil te bepalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3081
NJF 2016/519
Prg. 2016/320

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4976277 UC EXPL 16-5812 KdM/1151

Vonnis van 5 oktober 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Brugman Keukens & Badkamers B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

verder ook te noemen Brugman,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: R. Courtens,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: P. Koning.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 juni 2016,

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie,

  • -

    de comparitie van partijen van 5 september 2016, waarvan aantekening is gehouden.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Brugman verkoopt keukens en badkamers en heeft een showroom in [vestigingsplaats] . [gedaagde] is daar op 2 december 2014 naartoe gegaan en heeft toen een badkamer gekocht voor € 7.790,-, die in december 2016 geplaatst zou worden. Op 15 december 2014 heeft [gedaagde] zoals afgesproken € 250,- aanbetaald.

2.2.

Op 16 december 2014 is [gedaagde] teruggegaan naar de showroom van Brugman om nadere afspraken te maken over de maatvoering van de wasbakken in de badkamer. Toen heeft ze ook een keuken bij Brugman gekocht, voor € 13.284,-. Deze zou in ieder geval niet eerder dan in december 2016 geplaatst worden. Brugman en [gedaagde] hebben ook gesproken over de mogelijkheid om de keuken pas in 2018 te laten plaatsen.

2.3.

In de algemene voorwaarden van Brugman staat dat als iemand een overeenkomst annuleert, hij of zij een schadevergoeding aan Brugman moet betalen van 30% van de afgesproken koopprijs.

2.4.

Op 12 februari 2015 heeft [gedaagde] een brief gestuurd aan Brugman, waarin zij schreef dat zij de badkamer en de keuken wilde annuleren. Brugman heeft haar er toen op gewezen dat zij in geval van annulering kosten in rekening zou brengen en dat het haar voorkeur was de badkamer en keuken alsnog te mogen leveren.

2.5.

Op 6 maart 2015 heeft Brugman aan [gedaagde] geschreven dat de annuleringskosten van de badkamer € 2.087,- zijn en die van de keuken € 3.985,- en heeft zij [gedaagde] verzocht het totaalbedrag onder aftrek van de aanbetaling aan Brugman te betalen.

2.6.

Op 21 april 2015 heeft dr. [A] , GZ-psycholoog, een brief gestuurd aan Brugman over [gedaagde] . Daarin staat:
Bovengenoemde klant van u, is een patiënt van mij, met de diagnose Bipolaire stoornis, beter bekend onder de naam Manisch Depressief.

Ik heb begrepen dat zij op 2 december 2014 een badkamer bij jullie heeft besteld, en twee weken later een keuken. De badkamer zou in december 2016 en de badkamer zou in december 2018 worden afgeleverd.

Binnen enkele weken besefte zij haar fout en heeft zowel de badkamer als de keuken geannuleerd. Begin februari 2015 heeft zij het probleem met mij besproken. De bestelling komt voort uit de problematiek waarvoor Mw. [gedaagde] bij mij in behandeling is.

[…]

Patiënte is al langer bij mij in behandeling, tevens bij de polikliniek Bipolair van Altrecht te Utrecht.

2.7.

Vervolgens is tussen partijen en hun gemachtigden nog verder gecorrespondeerd en heeft Brugman aan [gedaagde] herhaaldelijk verzocht de annuleringskosten te betalen. Op 12 augustus 2015 heeft Brugman een brief gestuurd waarin zij [gedaagde] voor de laatste keer verzocht te betalen en waarin zij aangaf dat het dossier aan een incassobureau wordt overgedragen als niet wordt betaald. Vervolgens zijn verdere incassobrieven verstuurd.

3 Het geschil

in conventie en in reconventie
3.1. Brugman vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan Brugman te voldoen € 6.862,56 (bestaande uit € 6.072,20 aan hoofdsom, € 111,75 aan rente tot 19 februari 2016 en € 678,61 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 19 februari 2016 tot de voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Brugman legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] bij annulering van de koop van de badkamer en de keuken op grond van de algemene voorwaarden 30% van de aankoopbedragen moet betalen, met aftrek van de aanbetaling die ze al heeft gedaan. Brugman maakt aanspraak op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten omdat [gedaagde] in verzuim is geraakt en omdat Brugman de vordering uit handen heeft moeten geven.

3.3.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van Brugman in de proceskosten. Zij beroept zich erop dat zij een bipolaire stoornis had en dat zij in december 2014 een manische periode doormaakte, waardoor zij niet in staat was om haar wil te bepalen. De koopovereenkomsten van de badkamer en de keuken zijn volgens [gedaagde] daarom vernietigbaar en in reconventie vordert zij terugbetaling van de aanbetaling van € 250,-. Subsidiair beroept [gedaagde] zich erop dat de annuleringsregeling uit de algemene voorwaarden een oneerlijk beding is en dat dit beding daarom vernietigbaar is.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1. Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of [gedaagde] in staat was om haar wil te bepalen, toen zij in een periode van twee weken achtereenvolgens een badkamer en een keuken kocht bij Brugman. Op basis van de brief van de psycholoog en de toelichting van [gedaagde] tijdens de comparitie kan wel worden aangenomen dat zij inderdaad aan een bipolaire stoornis heeft geleden. Dat iemand een bipolaire stoornis heeft betekent echter nog niet dat diegene zijn of haar wil niet kan bepalen. Dat kan anders zijn wanneer als gevolg van zo’n stoornis een manische periode wordt doorgemaakt: dat is wat volgens [gedaagde] aan de hand was. In de brief van de psycholoog staat wel dat de aankoop van de badkamer en de keuken voortkomt uit de problematiek waarvoor [gedaagde] toen in behandeling was. Uit de brief kan echter niet worden afgeleid hoe de psycholoog tot deze conclusie komt en ook niet wat de problematiek in de betreffende periode precies inhield. Dat [gedaagde] een manische periode doormaakte in deze bewuste periode staat in ieder geval niet in de brief en volgt ook verder niet uit de door haar overgelegde stukken.

4.2.

Als er toch vanuit zou worden gegaan dat [gedaagde] inderdaad manisch was op de twee data dat zij bij Brugman in de showroom was, dan zou het zo kunnen zijn dat zij haar wil inderdaad niet heeft kunnen bepalen. Echter, op grond van artikel 3:35 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan [gedaagde] tegen Brugman geen beroep doen op het ontbreken van haar wil, als Brugman uit wat [gedaagde] heeft gezegd en gedaan redelijkerwijs mocht afleiden dat zij inderdaad een badkamer en later een keuken wilde kopen. Als [gedaagde] er voor de verkoper heeft uitgezien en zich gedroeg als iedere andere klant dan kon de verkoper immers ook niet weten dat er iets bijzonders met [gedaagde] aan de hand was. Hier is op de comparitie over gesproken. [gedaagde] heeft toegelicht dat haar manisch gedrag voor de verkoper van Brugman te zien moet zijn geweest omdat zij te enthousiast was om deze aankopen te doen en omdat zij naar de badkamer die ze graag wilde hebben is toegelopen en daarnaar heeft gewezen. [gedaagde] heeft op de comparitie ook gezegd dat zij zich wel kan indenken dat de verkoper dit anders heeft geïnterpreteerd. Daar is de kantonrechter het mee eens. Mensen die een nieuwe badkamer of keuken gaan uitzoeken zijn immers wel vaker enthousiast daarover, zo is de inschatting van de kantonrechter. Uit het enthousiasme of uit het aanwijzen van een badkamer hoeft een verkoper redelijkerwijs niet af te leiden dat [gedaagde] niet in staat was haar wil te bepalen. Ook uit de lange levertermijn van twee jaar die op verzoek van [gedaagde] werd afgesproken hoefde Brugman dit niet af te leiden. Brugman heeft daarover terecht aangevoerd dat klanten om verschillende redenen een levering in de (verre) toekomst plannen: bijvoorbeeld omdat op het moment van de aankoop sprake is van een aanbieding waar de klant gebruik van wil maken, zoals ook hier het geval was. Het verweer van [gedaagde] over het ontbreken van haar wil gaat dus alleen al vanwege het voorgaande niet op en het is niet meer van belang om vast te stellen of zij nu wel of niet een manische periode doormaakte in december 2014.

4.3.

Waar het vervolgens nog om gaat is of het annuleringsbeding dat Brugman gebruikt naar consumenten toe oneerlijk is of niet. In artikel 237, aanhef en onder i, van het BW staat dat zo’n beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, behalve als de annuleringskosten een redelijke vergoeding zijn voor geleden verlies of gederfde winst. Brugman heeft aangevoerd dat de annuleringskosten van 30% van de aankoopsom inderdaad bedoeld zijn om geleden verlies en gederfde winst te vergoeden. Zij heeft toegelicht dat binnen haar bedrijf op dit moment gemiddeld 35,7% van de verkoopsom (van bijvoorbeeld een keuken of een badkamer) ten goede komt aan de dekking van de vaste kosten van Brugman. Deze vaste kosten bestaan voornamelijk uit loonkosten en huisvestingskosten. Daarnaast is er een gemiddelde marge van 3% voor winst en voor risicodekking.

4.4.

Namens [gedaagde] is op de comparitie naar voren gebracht dat niet te controleren is of deze cijfers van Brugman juist zijn en of ze van toepassing zijn op de periode waarin [gedaagde] haar aankopen heeft gedaan. De kantonrechter vindt dit onvoldoende om te betwisten dat gemiddeld minimaal 30% van een aankoopprijs geldt als vergoeding voor geleden verlies of gederfde winst. De cijfers van Brugman zijn uitgebreid toegelicht en [gedaagde] had dan op z’n minst naar voren moeten brengen waarom zij deze percentages niet waarschijnlijk vindt. Daarbij is van belang dat niet is weersproken dat de annuleringsvergoeding van 30% tot stand is gekomen in overleg met de Consumentenbond, terwijl van deze organisatie mag worden aangenomen dat zij niet akkoord gaat met vergoedingen die bedrijven in de keuken- en badkamerbranche aantoonbaar bevoordelen. Namens [gedaagde] is bovendien niet betwist dat de marges van Brugman sinds 2014 alleen maar zijn opgelopen. Op basis van de genoemde cijfers neemt de kantonrechter daarom aan dat Brugman gemiddeld gezien ruim meer dan 30% van de aankoopprijs van een order voor een keuken of een badkamer moet besteden aan vaste lasten en (een klein gedeelte daarvan) aan winstreservering. Die vaste lasten moet Brugman altijd betalen, ook als er geen keukens of badkamers worden verkocht. De annuleringskosten die Brugman in rekening brengt zijn dan dus inderdaad om geleden verlies of gederfde winst te vergoeden. Kosten die afhankelijk zijn van specifieke orders, zoals inkoopkosten en installatiekosten, behoren niet tot die 30% en hoeven door de consument die wil annuleren ook niet betaald te worden.

4.5.

Uit het voorgaande volgt dat de medische situatie van [gedaagde] in december 2014, wat daar verder ook van zij, niet betekent dat zij niet verantwoordelijk is voor de aankopen die zij toen bij Brugman heeft gedaan. Brugman heeft, zoals [gedaagde] zelf op de comparitie ook al aangaf, op het moment van de aankopen niet hoeven te zien dat er iets vreemds aan de hand was. Ook de annuleringsregeling kan de toets der kritiek doorstaan en is niet oneerlijk. [gedaagde] moet de annuleringskosten dus betalen en de vordering van Brugman zal worden toegewezen. Dat betekent ook dat de in reconventie gevorderde terugbetaling van de aanbetaling wordt afgewezen.

4.6.

De gevorderde wettelijke rente over de annuleringskosten zal worden toegewezen met ingang van 12 augustus 2015, omdat de brief die Brugman op die datum heeft gestuurd als ingebrekestelling kan worden aangemerkt en [gedaagde] vanaf deze datum in verzuim is. De brieven die daarvoor zijn verstuurd bevatten geen aanmaning, maar enkel een verzoek aan [gedaagde] om te betalen. Uit die brieven heeft [gedaagde] niet kunnen afleiden dat zij, als zij niet zou betalen, in verzuim zou raken en aansprakelijk zou worden gehouden voor de vertragingsschade in de vorm van rente. Uit de brief van 12 augustus 2015 kunnen die gevolgen wel worden afgeleid.

4.7.

Brugman maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Brugman heeft een aanmaning (een ‘veertiendagenbrief’) gestuurd waarin erop wordt gewezen dat [gedaagde] incassokosten verschuldigd zal worden, maar dat is dezelfde brief als genoemd in overweging 4.6. Pas door na die brief de annuleringskosten niet te betalen is [gedaagde] in verzuim geraakt. Dat betekent dat [gedaagde] nog niet in verzuim was op het moment dat Brugman de veertiendagenbrief stuurde. Daarom is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 6:96, zesde lid van het BW, zodat de buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.

4.8.

[gedaagde] zal zowel in conventie als in reconventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Brugman worden in conventie begroot op:

- dagvaarding € 80,77

- griffierecht € 471,00

- salaris gemachtigde € 500,00 (2 punten x tarief € 250,00)

Totaal € 1.051,77

De kosten aan de zijde van Brugman worden in reconventie begroot op € 30,00, geheel bestaande uit het salaris van haar gemachtigde (2 punten x tarief € 30,00 x factor 0,5, omdat de vordering in reconventie voortvloeit uit het verweer in conventie).

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie
5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Brugman tegen bewijs van kwijting te betalen € 6.072,20 met de wettelijke rente daarover vanaf 12 augustus 2015 tot de voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Brugman, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.051,77, waarin begrepen € 500,00 aan salaris gemachtigde;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie
5.5. wijst de vordering af;

5.6.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Brugman, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 30,00 aan salaris gemachtigde;

5.7.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2016.