Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:5327

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-08-2016
Datum publicatie
21-10-2016
Zaaknummer
5307185 UC EXPL 16-11843
Rechtsgebieden
Internationaal privaatrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verstek. Bewijs van oproeping. Haags Betekeningsverdrag 1965 en Uitvoeringswet Haags Betekeningsverdrag 1965.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5307185 UC EXPL 16-11843 CD/942

Verstekvonnis van 31 augustus 2016

inzake

de naamloze vennootschap

CMS Derks Star Busmann N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen CMS,

eisende partij,

gemachtigde: mr. A. al Mansouri en mr. M.K.M. Enderink,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] (Russische Federatie),

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Bij vonnis met zaak-/rolnummer 394539 / HA ZA 15-526 van de handelskamer van deze rechtbank van 30 september 2015 heeft de rechtbank deze zaak, in de stand waarin deze zich bevond, voor verdere behandeling verwezen naar de kantonrechter in deze rechtbank.

1.2.

De rechtbank heeft CMS bevolen om [gedaagde] op te roepen om te verschijnen voor de zitting van de kantonrechter van 23 december 2015 om 9.30 uur.

1.3.

De kantonrechter, die de zaak heeft geadministreerd onder zaak-/rolnummer 4638005 UC EXPL 15-18544, heeft geen oproepingsexploot ontvangen. [gedaagde] is niet verschenen op de zitting van 23 december 2015, waarna de zaak ambtshalve is doorgehaald.

1.4.

Op verzoek van CMS is de zaak op de rolzitting van 17 augustus 2016 weer opgebracht, waarbij een nieuw zaak-/rolnummer, te weten 5307185 UC EXPL 16-111843, aan de zaak is toegekend.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De overwegingen

2.1.

CMS stelt gemotiveerd dat zij [gedaagde] op 5 november 2015 heeft opgeroepen om te verschijnen op de zitting van 23 december 2015, door middel van betekening van het vonnis aan de Nederlandse centrale autoriteit, conform het bepaalde in artikel 55 Rv in samenhang met het Haags Betekeningsverdrag 1965. Volgens CMS heeft de Nederlandse centrale autoriteit de stukken doorgestuurd naar de Russische centrale autoriteit, die deze stukken echter, ondanks herhaald verzoek, niet aan [gedaagde] betekent, althans de betekende stukken niet retourneert aan de Nederlandse centrale autoriteit. Daardoor is het voor CMS onmogelijk om het oproepingsexploot aan de kantonrechter te sturen, en wordt zij onevenredig in haar belangen geschaad. Gelet op de inmiddels verstreken tijd verzoekt CMS de kantonrechter om alsnog vonnis te wijzen.

2.2.

De kantonrechter overweegt dat ingevolge artikel 15 lid 2 van het Haags Betekeningsverdrag 1965 in samenhang met artikel 10 van de Uitvoeringswet Haags betekeningsverdrag 1965 een beslissing kan worden gegeven, als een bewijs van betekening, kennisgeving of afgifte ontbreekt, ingeval aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:

- het stuk is toegezonden op een van de in het verdrag geregelde wijzen,

- sinds het tijdstip van toezending van het stuk is een termijn van tenminste zes maanden verstreken, en

- in weerwil van alle daartoe bij de bevoegde autoriteiten aangewende pogingen geen bewijs kon worden verkregen.

2.3.

Uit de stellingen van CMS en de door haar in het geding gebrachte stukken blijkt dat aan deze drie voorwaarden is voldaan, zodat de kantonrechter verstek zal verlenen tegen [gedaagde] en vonnis zal wijzen.

2.4.

De vordering van CMS heeft betrekking op de niet-betaling door [gedaagde] van de door CMS aan hem verzonden facturen voor door CMS aan hem geleverde diensten. Deze vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente over de vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. Niet gesteld of gebleken is immers dat CMS deze kosten al daadwerkelijk aan haar gemachtigde heeft betaald of met de betaling daarvan in verzuim verkeert en als zodanig vermogensschade heeft geleden.

2.5.

[gedaagde] wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. Zoals de rechtbank in het tussenvonnis van 22 juli 2015 reeds heeft overwogen, maken van de proceskosten ook de gevorderde vergoeding van advocaatkosten, vertaalkosten en deurwaarderskosten deel uit. De kosten voor de vertaling van de dagvaarding van (€ 676,69) en de deurwaarderskosten (van € 109,47) zijn onderbouwd met facturen en geheel toewijsbaar.

2.6.

Met betrekking tot de gevorderde advocaatkosten (van € 5.000,00) overweegt de kantonrechter dat een aanmerkelijk hoger bedrag is gevorderd dan het gebruikelijke liquidatietarief voor gemachtigdensalarissen in kantonzaken, terwijl is gesteld noch gebleken dat CMS aanmerkelijk meer kosten heeft gemaakt dan in dit tarief is besloten, om welke reden de vordering zal worden toegewezen tot dit forfaitaire tarief.

2.7.

De kosten aan de zijde van CMS worden begroot op:

- dagvaarding € 77,84

- vertaalkosten € 676,69

- deurwaarderskosten € 109,47

- griffierecht € 932,00

- salaris gemachtigde € 400,00 (1 punt x tarief € 400,00)

Totaal € 2.196,00

2.8.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen op de in het dictum vermelde wijze. Datzelfde geldt voor de gevorderde nakosten.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verleent verstek tegen [gedaagde] ;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan CMS tegen bewijs van kwijting te betalen € 19.893.26, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 18.928,97 vanaf 2 maart 2015 tot de voldoening;

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van CMS, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 2.196,00, waarin begrepen € 400,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

3.4.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen veertien dagen na aanschrijving door CMS volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2016.