Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:5053

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-08-2016
Datum publicatie
19-09-2016
Zaaknummer
4748869 AC EXPL 16-306 JES/1267
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Pakketreis in de zin van titel 7A van boek 7 BW; zeilcruise van zeven dagen waarbij maar vier dagen daadwerkelijk gezeild werd; vordering tot schadevergoeding toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2696
NJF 2016/471

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 4748869 AC EXPL 16-306 JES/1267

Vonnis van 17 augustus 2016

inzake

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij sub 1 en sub 2 verder ook (gezamenlijk) te noemen [eisers c.s.] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Certifica Automatisering B.V.,

gevestigd te Waalre,

hierna ook te noemen: 'Certifica',

eisende partij,

gemachtigde: SRK Rechtsbijstand,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde]

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. P.J.C. Garrels.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de akte van eisers.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is eigenaar van de eenmanszaak ' [bedrijf] ', en ontplooit met die onderneming (volgens de Kamer van Koophandel) activiteiten op het gebied van

'reisbemiddeling' en 'verkopen van vakantiereizen op een schip'.

2.2.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben in het weekend van 11 en 12 april 2015 de stand van [gedaagde] op het Cruise- en Zeilevent in Eindhoven bezocht. Partijen hebben toen gesproken over de mogelijkheid van deelname door [eisers c.s.] aan een zeilcruise in de omgeving van Bodrum (Turkije). [gedaagde] heeft hierbij aangegeven dat het een eerste afvaart betrof en dat de deelnemers hierdoor wellicht wat ongemakken zouden kunnen ervaren.

2.3.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben bij [gedaagde] de zeilcruise geboekt voor zes personen (hierna te noemen: 'het reisgezelschap'), voor de periode van zaterdag 2 mei 2015 tot en met zaterdag 9 mei 2015. [gedaagde] heeft hiervoor, op naam van 'familie [familie] ', op 13 april 2015 de volgende reservering/factuur opgemaakt:

"Nogmaals hartelijk dank voor uw reservering van een 1-weekse zeilcruise 02 mei t/m 09 mei 2015. In de factuur is rekening gehouden met het feit dat persoon 6 voor slechts € 450,- mee gaat, conform afspraak.

De transfers worden door mij verzorgd. De vluchten worden door u verzorgd. De reisbescheiden worden circa 1 week voor vertrek verstuurd.

Zeilcruise 6 personen incl vlucht en transfers 6 x 1595 € 9570,-

Beurs aanbieding week 19, zonder vlucht 5 x 700,- en 1x 450,- € 3950,-

Reserveringskosten 25,-

Totaal verschuldigd € 3975,-

Cruise conform website. Eventuele excursies, alcoholische drankjes (flesje wijn niet meegerekend) buiten de maaltijdeden en fooien worden ter plaatse afgerekend aan de kapitein."

2.4.

[gedaagde] heeft – op verzoek van [eiser sub 1] de factuur op naam van Certifica gezet. Die factuur – eveneens gedateerd 13 april 2015 – luidt als volgt:

Nogmaals hartelijk dank voor uw reservering van zeilcruise in combinatie met Teambuilding Technieken .

Beurs aanbieding week 19, € 3950,-

Teambuilding Technieken

Reserveringskosten 25,-

Totaal verschuldigd € 3975,-

2.5.

De factuur is door Certifica betaald.

2.6.

Het reisgezelschap is van zaterdag 2 mei 2015 tot dinsdagmiddag 5 mei 2015 aan boord geweest van het schip ' [schip 1] ', maar heeft – vanwege problemen met het anker en het sanitair – niet kunnen zeilen. Van dinsdag 5 mei 2015 tot zaterdag 9 mei 2015 heeft het reisgezelschap (met een ander schip, te weten de " [schip 2] ") daadwerkelijk gezeild.

3 Het geschil

3.1.

[eisers c.s.] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan [eisers c.s.] een bedrag te voldoen van € 1.130,00, ter vergoeding van door [eisers c.s.] geleden schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2015 tot de dag van volledige betaling en een bedrag van € 169,50 aan buitengerechtelijke kosten. [eisers c.s.] vordert daarnaast veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[eisers c.s.] legt aan haar vordering ten grondslag dat er sprake is van een reisovereenkomst en dat zij recht heeft op vergoeding van immateriële schade die voortvloeit uit het niet of slecht uitvoeren van de reis door de reisorganisator. Zij baseert dit onder meer op het volgende. De afvaart van het schip werd met drie dagen uitgesteld in verband met problemen met het anker, het sanitair werkte niet en er was geen gas om op te koken. [eisers c.s.] heeft de eerste nacht in een hotel doorgebracht en de dagen en nachten dat zij wel op het schip verbleef moest zij aan wal voor sanitaire voorzieningen. Op dinsdagmiddag 5 mei 2015 is het reisgezelschap aan boord gegaan van een ander schip en toen zijn zij daadwerkelijk uitgevaren. [eisers c.s.] stelt dat er sprake is van drie dagen gederfd vakantiegenot.

[eisers c.s.] merkt verder op dat de factuur om belastingtechnische redenen op naam van Certifica, de onderneming van [eiser sub 1] is gezet.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4 De beoordeling

De vordering van Certifica

4.1.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde] jegens Certifica is dat hij geen overeenkomst is aangegaan met Certifica, de onderneming van [eiser sub 1] . De kantonrechter is van oordeel dat dit verweer doel treft. Niet gebleken is immers dat [eisers c.s.] de overeenkomst met [gedaagde] zijn aangegaan namens de onderneming. Dat Certifica de factuur betaald heeft, maakt nog niet dat zij partij is bij de overeenkomst. Op grond van artikel 6:30 BW kan immers een ander dan de schuldenaar een verbintenis nakomen. Nu Certifica geen partij is bij de overeenkomst zal het door haar gevorderde worden afgewezen.

4.2.

Certifica zal worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gelet op de samenhang van de vordering met die van [eisers c.s.] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 200,00 (0,5 x 2 x € 200,00) aan salaris gemachtigde.

De vordering van [eisers c.s.]

4.3.

Vast staat dat er sprake is van een reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 BW, nu het gaat om een overeenkomst waarbij een reisorganisator ( [gedaagde] ) zich jegens zijn wederpartij ( [eisers c.s.] ) verbindt tot het verschaffen van een door hem aangeboden van te voren georganiseerde reis (de zeilcruise), die een overnachting of een periode van meer dan 24 uren omvat, alsmede vervoer én verblijf. De artikelen in titel 7A van boek 7 van het BW zijn derhalve van toepassing. Van deze artikelen kan niet ten nadele van de reiziger worden afgeweken.

4.4.

[eisers c.s.] vordert schadevergoeding vanwege gederfd genot. [gedaagde] stelt dat in zijn algemene voorwaarden is bepaald dat reizigers binnen een week dienen te klagen. Nog daargelaten het antwoord op de vraag of de algemene voorwaarden op de onderhavige overeenkomst van toepassing zijn geworden, heeft [gedaagde] niet gereageerd op de stelling van [eisers c.s.] dat er geen gevolg is verbonden aan het niet binnen de door de algemene voorwaarden gestelde termijn te klagen. De kantonrechter gaat er derhalve vanuit dat er geen sprake is van verval van recht en komt toe aan een (inhoudelijke) beoordeling van de vordering van [eisers c.s.]

4.5.

Zoals uiteengezet is er sprake van een reisovereenkomst. Op grond van artikel 7:507 BW is [gedaagde] als reisorganisator verplicht tot uitvoering van de reisovereenkomst overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Nu [eisers c.s.] schadevergoeding vordert is de vraag dan ook wat [eisers c.s.] van de reis mocht verwachten. Voor het beantwoorden van die vraag is met name de door [gedaagde] geleverde informatie over de reis van belang.

4.6.

Tussen partijen is niet in geschil dat het reeds voor vertrek bekend was bij [eisers c.s.] dat het een eerste afvaart van het schip betrof. [gedaagde] heeft daarom een voorbehoud gemaakt vanwege "wat ongemakken" die zouden kunnen ontstaan. [eisers c.s.] heeft hiermee rekening kunnen houden. De kantonrechter is echter van oordeel dat [eisers c.s.] niet hoefde te verwachten dat het schip gedurende de eerste drie reisdagen in het geheel niet zou uitvaren en dat het reisgezelschap voor sanitaire voorzieningen aan wal diende te gaan. Dergelijke omstandigheden kunnen niet onder "wat kleine ongemakken" worden geschaard. De zeilcruise van zeven dagen is hiermee immers beperkt naar vier dagen. Naar het oordeel van de kantonrechter is overigens onvoldoende gebleken dat [eisers c.s.] vanwege de prijs van de reis rekening had moeten houden met de omstandigheden zoals die zich hebben voorgedaan. [gedaagde] heeft zijn stelling dat een flinke korting is gegeven aangezien een dergelijke vakantie voor zes personen normaal gesproken zo'n € 7.000,00 zou kosten – gelet op de gemotiveerde betwisting hiervan door [eiser sub 1] – onvoldoende onderbouwd. Van een dergelijke korting blijkt overigens ook niet uit de factuur, waar enkel 'beurs aanbieding' staat vermeld.

4.7.

Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de reis niet is verlopen overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. [gedaagde] is verplicht de schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming niet aan hem is toe te rekenen.

4.8.

[gedaagde] stelt dat de tekortkoming hem niet geheel is toe te rekenen en beroept zich daarbij op het volgende. [gedaagde] stelt dat [eiser sub 1] zich op dusdanige wijze heeft uitgelaten jegens de kapitein, dat deze het schip verlaten heeft, waardoor niet uitgevaren kon worden. Na betwisting van deze omstandigheid door [eisers c.s.] heeft [gedaagde] – hoewel dit gelet op de betwisting wel op zijn weg had gelegen – zijn stelling niet nader onderbouwd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de kapitein het schip verlaten heeft door toedoen van [eisers c.s.]

4.9.

[gedaagde] beroept zich daarnaast op overmacht, omdat 3 mei 2015 een nationale feestdag was in Turkije, en hij daardoor geen technici kon vinden die de problemen op de boot konden herstellen. De kantonrechter overweegt hierover dat onder overmacht wordt verstaan (zoals bepaald in artikel 7:504 lid 3 sub b BW) abnormale en onvoorziene omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van degene die zich erop beroept en waarvan de gevolgen ondanks alle voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden. De kantonrechter is van oordeel dat een feestdag geen overmachtssituatie oplevert. Een feestdag is niet abnormaal of onvoorzien en [gedaagde] had zich hierop kunnen en moeten voorbereiden.

4.10.

Nu de tekortkoming [gedaagde] kan worden toegerekend, is hij als reisorganisator verplicht de door [eisers c.s.] ten gevolge van die toerekenbare tekortkoming geleden schade te vergoeden.

4.11.

[eisers c.s.] vordert vergoeding van immateriële schade, ofwel schade op grond van gederfd genot. Ingevolge artikel 7:510 BW is de reisorganisator tot vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade verplicht, voor zover door de toerekenbare tekortkoming derving van reisgenot is veroorzaakt. De vergoeding voor derving van reisgenot als bedoeld in voornoemd artikel bedraagt ten hoogste eenmaal de reissom. De vergoeding zal – overeenkomstig artikel 6:106 lid 1 BW – naar billijkheid moeten worden vastgesteld.

4.12.

De kantonrechter is van oordeel dat voor toewijzing gereed ligt dat deel van de reissom waar minder vakantiegenot tegenover heeft gestaan. [eisers c.s.] stelt dat zij de schade heeft berekend bedrag op € 50,00 voor de zondag die zij deels in het hotel heeft doorgebracht en € 75,00 voor de maandag en dinsdag, aan boord van het schip – zonder uit te varen en zonder sanitaire voorzieningen – waarbij zij bij de berekening van het totaalbedrag rekening heeft gehouden met de korting die is berekend voor de zesde persoon. De kantonrechter is van oordeel dat deze vergoeding in een redelijke verhouding staat tot het gederfde genot en acht deze vordering (€ 1.130,00) dan ook toewijsbaar.

4.13.

De wettelijke rente over dit bedrag zal als onweersproken worden toegewezen.

4.14.

[eisers c.s.] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke kosten gevorderd. Niet aangetoond is dat de door [eisers c.s.] verrichte incassowerkzaamheden meer hebben omvat dan een (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van een dossier. De daarop betrekking hebbende kosten moeten daarom worden aangemerkt als betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt derhalve afgewezen.

4.15.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten

worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers c.s.] worden begroot op:

- dagvaarding € 96,05

- griffierecht € 223,00

- salaris gemachtigde € 200,00 (2 punten x tarief € 100,00)

Totaal € 519,05

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Certifica tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers c.s.] tegen bewijs van kwijting te betalen € 1.130,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2015 tot de voldoening;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eisers c.s.] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 519,05;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2016.