Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:495

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 4734
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het door eiseres afgelegde examen is met een onvoldoende beoordeeld. Op grond van artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zal de rechtbank slechts bezien of het bestreden besluit, gelet op de gang van zaken op de dag van het examen, zorgvuldig tot stand is gekomen. Verweerder heeft zich op de rapportage van de systeembeheerder mogen baseren. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 15/4734

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 februari 2016 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de examencommissie voor de Beroepsopleiding Advocaten, verweerder

(gemachtigden: mr. F.M. Terpstra en mr. E.S. Panford).

Procesverloop

Bij besluit van 14 april 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder het door eiseres op
5 februari 2015 afgelegde examen Burgerlijk recht (het examen) beoordeeld met het cijfer 4,5.

Bij besluit van 28 juli 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door eiseres tegen het primaire besluit ingestelde bezwaar gegrond verklaard en het door eiseres afgelegde examen Burgerlijk recht alsnog beoordeeld met het cijfer 4,8.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 januari 2016. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Het examen werd op de computer afgelegd, waarbij de advocaat-stagiaires in groepen gefaseerd konden inloggen en konden starten. Eiseres kon op het tijdstip dat zij diende te starten niet inloggen en is vervolgens enige tijd later gestart met het examen. Tijdens het examen is sprake geweest van een zogenaamde ‘session time-out’ waardoor bij een aantal van de advocaat-stagiaires een deel van de antwoordtekst is weggevallen. Verweerder heeft hier nader onderzoek naar verricht en dit leek het gevolg te zijn van een technische fout. Eiseres heeft in bezwaar aangevoerd dat ook bij haar sprake is geweest van de ‘session time-out’ en dat daardoor bij de open vragen 3 en 7 delen van haar antwoordtekst zijn weggevallen.

2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit aan eiseres alsnog 7 extra compensatiepunten toegekend aan vraag 7. Daarmee heeft eiseres het maximale aantal punten voor vraag 7 gekregen, en is haar examen alsnog beoordeeld met het cijfer 4,8.

3. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of gelet op het bepaalde in artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beroep open staat tegen het bestreden besluit.

4. Op grond van artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst.

5. Dit betekent niet dat tegen het bestreden besluit in het geheel geen beroep mogelijk is, maar dat de omvang en aard van de toetsing door de bestuursrechter zodanig beperkt is dat slechts kan worden beoordeeld of met betrekking tot de besluitvorming aan de formele bij of krachtens de wet gestelde voorwaarden is voldaan. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 13 mei 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BI3675). Gelet hierop zal de rechtbank niet ingaan op de vraag of verweerder al dan niet terecht het door eiseres afgelegde examen met het cijfer 4,8 heeft beoordeeld. De rechtbank zal slechts bezien of het bestreden besluit, gelet op de gang van zaken op de dag van het examen, zorgvuldig tot stand is gekomen.

6. Eiseres heeft aangevoerd dat zij niet op tijd aan het examen kon beginnen omdat zij problemen had met het inloggen op de computer. Eiseres kon daardoor pas 30 minuten later aan het examen beginnen. Verweerder heeft haar weliswaar gecompenseerd met 30 minuten, maar eiseres had eveneens last van een ‘session time out’ waardoor haar scherm om 14:00 uur op zwart sprong en eiseres niet de volledig beschikbare tijd van drie uur aan het examen heeft kunnen besteden. Door de ‘session time out’ is niet alleen een deel van de antwoordtekst van de laatste open vraag, te weten vraag 8 weggevallen, maar ook delen van de antwoordteksten bij de openvragen 3 en 7. Verweerder heeft ten onrechte geen extra punten toegekend wegens het wegvallen van deze antwoordteksten, aldus eiseres.

Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder zich ten onrechte niet aan het reglement heeft gehouden omdat geen passende maatregelen zijn getroffen voor de verstoorde orde en rust doordat de andere advocaat-stagiaires vanaf 13.30 uur de zaal begonnen te verlaten. Dit had tot gevolg dat eiseres ernstige last had van stress en concentratieproblemen. Eiseres is hier ten onrechte niet voor gecompenseerd.

7. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er bij eiseres weliswaar problemen waren met het inloggen, maar dat eiseres geen 30 maar (slechts) 20 minuten later is begonnen, te weten om 10.56 uur in plaats van om 10.36 uur. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op de gegevens uit de overgelegde rapportage, bestaande uit loggegevens uit het door verweerder gebruikte systeem Up. Verweerder heeft eiseres op dat moment toegezegd dat zij deze tijd mocht inhalen en daarnaast 10 minuten extra tijd zou krijgen in verband met de geluidshinder die zij zou kunnen ondervinden doordat de andere advocaat-stagiaires eerder de zaal zouden verlaten. In totaal heeft eiseres 3 uur en 10 minuten de tijd gehad voor het examen, waardoor zij ruimschoots is gecompenseerd voor het ontstane ongemak, aldus verweerder.

Met betrekking tot de stelling van eiseres dat extra compensatie had moeten worden toegekend wegens het wegvallen van antwoordteksten bij de vragen 3, 7 en 8, heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat achteraf (na het bestreden besluit) uit de rapportage is gebleken dat bij eiseres geen sprake was van een ‘session time out’ zodat aan haar bij het bestreden besluit ten onrechte alsnog 7 compensatiepunten zijn toegekend. Uit de rapportage blijkt namelijk dat eiseres de toets om 14:00 uur zelfstandig heeft afgesloten. Bovendien kan er slechts sprake zijn van weggevallen antwoordteksten bij de laatste vraag waarin is gewerkt. Nu eiseres heeft aangevoerd dat er antwoordteksten zouden zijn weggevallen bij de vragen 3, 7 en 8, maar uit de rapportage blijkt dat zij voor het laatst aan vraag 5 heeft gewerkt, is het ook om die reden niet mogelijk dat bij eiseres sprake was van een ‘session time-out’, aldus verweerder.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op de rapportage heeft mogen baseren en overweegt daartoe als volgt. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de loggegevens uit de rapportage afkomstig zijn van de systeembeheerder van het systeem Up. Blijkens de rapportage had eiseres om 10.36 uur met het examen moeten beginnen. Niet in geschil is dat eiseres op dat tijdstip niet kon inloggen. Uit de rapportage blijkt echter dat eiseres om 10.56 uur is begonnen met het multiple choice (MC) deel. Dat eiseres stelt dat zij 30 minuten later is begonnen, blijkt niet uit de rapportage en is door haar bovendien niet onderbouwd.

Eiseres had vanaf 10.56 uur 3 uur en 10 minuten de tijd voor het examen, te weten tot 14.06 uur. Voor zover eiseres dit betwist en stelt dat er sprake was van een ‘session time-out’, overweegt de rechtbank dat er slechts sprake kon zijn van een ‘session time-out’ indien het systeem niet zelfstandig is afgesloten. De rechtbank acht daarbij de door verweerder ter zitting gegeven toelichting met betrekking tot het systeem waarin het examen is afgelegd, van belang. Dit komt er op neer dat de advocaat-stagiaires tijdens het examen tussen de vragen kunnen navigeren, waarbij telkens wanneer de advocaat-stagiaire naar een andere vraag gaat, het ingevulde antwoord bij de laatste vraag door het systeem automatisch wordt opgeslagen. Dit is slechts anders bij de laatste vraag. Indien de advocaat-stagiaires klaar zijn met het examen, dient het examen opgeslagen en afgesloten te worden. Indien een advocaat-stagiaire dit vergeet, slaat het systeem het examen na één uur alsnog automatisch op en sluit het systeem zelfstandig af. Bij de ‘session time-out’ is dit laatste echter voor een aantal stagiaires niet gebeurd, waardoor het gegeven antwoord bij de laatste vraag waarin is gewerkt, niet is opgeslagen. Om die reden heeft verweerder bij de examens van de advocaat-stagiaires waarbij dit het geval was, de punten bij de laatste vraag aangevuld tot het volledige aantal punten. Nu uit de rapportage blijkt dat eiseres het systeem om 14.00 uur zelfstandig heeft afgesloten, kan reeds om die reden geen sprake zijn van een ‘session time-out’. De enkele stelling dat zij niet zelfstandig heeft afgesloten, is hiertoe onvoldoende. Verweerder heeft daarnaast van belang mogen achten dat eiseres slechts heeft aangevoerd dat er antwoordteksten bij de vragen 3, 7 en 8 zijn weggevallen, terwijl uit de rapportage blijkt dat eiseres het antwoord op vraag 5 als laatste heeft ingeleverd. Gelet op het voorgaande zou er, indien er bij eiseres sprake was geweest van een ‘session time-out’ alleen antwoordtekst bij vraag 5 zijn weggevallen. Nu eiseres niets over vraag 5 heeft aangevoerd, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat in het geval van eiseres geen sprake was van een ‘session time-out’, zodat aan haar ten onrechte 7 compensatiepunten zijn toegekend.

9. Met betrekking tot de stelling van eiseres dat verweerder in strijd met diens reglement heeft gehandeld omdat geen passende maatregelen zijn getroffen voor de verstoorde orde en rust op het moment dat de andere advocaat-stagiaires de zaal hebben verlaten, overweegt de rechtbank dat verweerder eiseres hierom 10 minuten extra de tijd heeft gegund. De rechtbank acht deze maatregel niet onredelijk.

10. Gelet op het voorgaande bestaat geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević, rechter, in aanwezigheid van
mr. J. Habermann, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.