Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:490

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
C/16/407760 / KG ZA 16-14
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffen beslag in de zorgsector. Berekening winst uit overeenkomst tussen zorgverleners. Belangenafweging tussen zorgverleners, werknemers, cliënten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/407760 / KG ZA 16-14

Vonnis in kort geding van 3 februari 2016

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMBINATIE ZORG A B.V.,

gevestigd te Utrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JOOST ZORGT NEDERLAND BV,

gevestigd te Utrecht,

eiseressen,

advocaat mr. E.P. Keuvelaar te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAFA ZORG B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Mikes te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Joost Zorgt, CZA en Safa Zorg genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Joost Zorgt en CZA

  • -

    de pleitnota van Safa Zorg.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij beschikking van 18 december 2015 is aan Safa Zorg toestemming verleend om ten laste van Joost Zorgt en CZA (een dochteronderneming van Joost Zorgt) voor een bedrag van € 658.217,84 conservatoire derdenbeslagen te laten leggen onder de Coöperatieve Rabobank Utrecht en omstreken U.A. (hierna: Rabobank), de ABN AMRO Bank N.V. (hierna: ABNAMRO) en de Publiekrechtelijke Rechtspersoon: Zelfstandig Bestuursorgaan CAK, Achmea Zorgkantoor N.V., Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., Achmea Zorgverzekeringen N.V., op alle gelden, beleggingen, waardepapieren, (spaar)tegoeden en/of roerende zaken die zij ten behoeve van Joost Zorgt en CZA onder zich houden en/of aan Joost Zorgt en CZA verschuldigd zullen worden,

2.2.

In de hoofdzaak van Safa Zorg tegen Joost Zorgt en CZA is op 8 januari 2016 een inleidende dagvaarding uitgebracht. Daarin vordert Safa Zorg van Joost Zorgt en CZA een bedrag van € 547.111,69 aan, over de periode 2013 tot en met 2015, niet betaalde winstrechten en wettelijke handelsrente berekend tot 1 januari 2016. Deze vordering heeft Safa Zorg gebaseerd op artikel 8 van de zogenoemde Overnameovereenkomst. Volgens Safa Zorg is CZA/Joost Zorgt ernstig tekortgeschoten in de nakoming daarvan door de winstrechten niet (volledig) aan haar uit te betalen.

2.3.

Op 27 december 2012 hebben CZA en Safa Zorg een Overnameovereenkomst gesloten, waarbij CZA de AWBZ-thuiszorg activiteiten heeft overgenomen van Safa Zorg. In deze Overnameovereenkomst is - voor zover relevant - bepaald:

7. Het management van Combinatiezorg A wordt voor gemiddeld 12 uur per week uitgevoerd door de heer [A] op basis van een arbeidsovereenkomst. Bij (tijdelijke) afwezigheid wordt hij voor het gelijke aantal uren vervangen door de heer [B] of de heer [C] . Het management en de mede-ondertekenaars, de heer [A] , de heer [B] en de heer [C] , zullen hiernaast geen andere dan bestaande thuiszorgactiviteiten ondernemen in de door Joost Zorgt met het zorgkantoor gecontracteerde werkgebieden, tenzij schriftelijk overeengekomen met de bestuurder van Combinatie Zorg A (Joost [achternaam] ).

8. Als vergoeding voor de overdacht van alle AWBZ-thuiszorgactiviteiten zal een – uitgestelde koopsom in de vorm van een – jaarlijks winstrecht worden verstrekt aan Safa Zorg, bestaande uit 100 % van het resultaat uit Combinatie Zorg A. Het winstrecht wordt bepaald op basis van de in de JAARLIJKSE SAMENWERKINGSAFSPRAKEN tussen Combinatie Zorg A en Joost Zorgt vastgelegde tarieven en uitgangspunten wat betreft kwaliteit e.d., welke door de bestuurders van Safa Zorg voor akkoord zijn getekend. De hoogte van het winstrecht is derhalve mede afhankelijk van de betrokkenheid van de bestuurders van Safa Zorg. Indien hun betrokkenheid volledig eindigt, vervalt de aanspraak op het winstrecht.

9. Safa Zorg ontvangt periodiek een voorschot van 90 % van het winstrecht, gebaseerd op de werkelijke productie per periode van 4 weken. De storting van dit voorschot zal in de tweede week na afloop van de periode als voorschot worden betaald. Inde derde of vierde week na afloop van de periode vindt de restbepaling plaats. De overige 10 % wordt uitbetaald indien en voor zover aan de in de JAARLIJKSE SAMENWERKINGSAFSPRAKEN vermelde kwaliteitseisen is voldaan.

10. Het resultaat bestaat uit de omzet van Combinatie Zorg A, minus alle direct en indirect aan Combinatie Zorg A toewijsbare kosten na aftrek van eventuele verschuldigde belastingen, zie ook de JAARLIJKSE SAMENWERKINGSAFSPRAKEN. De omzet bestaat uit de declarabele uren maal het tarief dat hoort bij de zorgsoort zoals vermeld in de JAARLIJKSE SAMENWERKINGSAFSPRAKEN.(...)

2.4.

Betaling van de declarabele uren van CZA loopt via Joost Zorgt, die voor die uren een vergoeding ontvangt van de zorgkantoren en/of andere hoofdaannemers. CZA betaalt vervolgens het winstrecht aan Safa Zorg. CZA heeft sinds 2012 een bedrag van in totaal € 1.727.987,99 aan Safa Zorg voldaan. Over de periode van 2013 tot en met 2015 (de periode in geschil) is € 1.258.167,09 aan Safa Zorg betaald.

3 Het geschil

3.1.

Joost Zorgt en CZA vorderen, nadat zij met instemming van Safa Zorg de vordering hebben aangepast:

1. Primair de opheffing van de conservatoire derdenbeslagen die Safa Zorg op grond van de bij vonnis van 18 december 2015 verleende toestemming op alle gelden, beleggingen, waardepapieren, (spaar)tegoeden en/of roerende zaken heeft gelegd die de Rabobank en de ABNAMRO ten behoeve van Joost Zorgt en CZA onder zich houden en/of aan Joost Zorgt en CZA verschuldigd zullen worden.

Subsidiair Safa Zorg te veroordelen om op straffe van verbeurte van een dwangsom de gelegde beslagen op te heffen.

2. Safa Zorg te verbieden gebruik te maken van de overige bij vonnis van 18 december 2015 verleende verloven tot het leggen van conservatoir derdenbeslag, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 25.000,-, alsmede € 2.500,- voor iedere dag dat Safa Zorg dit verbod overtreedt, met een maximum van € 250.000,-.

3. Veroordeling van Safa Zorg in de kosten van dit geding.

3.2.

Joost Zorgt en CZA hebben aangevoerd dat de door Safa Zorg gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. Safa Zorg heeft over de periode in geschil (2013 tot en met 2015) in totaal een bedrag van € 1.258.166,99 aan winstrecht ontvangen. Dat is meer dan waar zij op grond van de tussen partijen gemaakte afspraken aanspraak op kan maken. Daarnaast stellen zij dat Joost Zorgt en CZA een groot belang hebben bij opheffing van de beslagen en bij een verbod op het leggen van toekomstige beslagen, nu CZA en haar werknemers alsmede andere dochterondernemingen van Joost Zorgt en hun personeel (allen zorgverleners) ten gevolge van de beslagen geen betalingen meer zullen ontvangen voor de door hen geleverde zorg. Dat heeft grote gevolgen voor de continuïteit en de werkgelegenheid van circa 700 werknemers, alsmede voor de continuïteit van de zorg voor honderden zorgvragers.

3.3.

Safa Zorg voert verweer. Zij heeft aangevoerd dat er wel degelijk sprake is van een deugdelijke vordering. Joost Zorgt en CZA hebben bij de berekening van het winstrecht over de jaren 2013 tot en met 2015 ten onrechte niet de tarieven van de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2013 toegepast, maar andere lagere uurtarieven gehanteerd. Deze lagere tarieven zijn niet overeengekomen en Joost Zorgt kan niet eenzijdig de overeengekomen tarieven wijzigen. Verder maken het risico dat Joost Zorgt geen verhaalsmogelijkheden meer biedt indien Safa Zorg een onherroepelijk vonnis moet afwachten, de financiële positie van Safa Zorg, die door het uitblijven van betaling door Joost Zorgt moet interen op haar reserves en de zorg van Safa Zorg voor de opleiding en kwaliteit van haar personeel, alsmede het behoud van zorg voor de cliënten van Safa Zorg, dat aan het belang van Safa Zorg bij handhaving van het beslag doorslaggevende betekenis toekomt, aldus Safa Zorg.

3.4.

Joost Zorgt heeft berekend dat over de periode 2013 tot en met 2015 Safa Zorg op basis van de Jaarlijkse samenwerkingsafspraken 2014 maximaal aanspraak kan maken op een winstrecht van € 1.199.286,06 (omzet van € 5.550.388,06 - kosten van € 4.351.102,-) en op basis van de Jaarlijkse samenwerkingsafspraken 2013 op € 1.198.564,98 (€ 5.549.666,98 - € 4.351.102,-). Safa Zorg heeft op basis van de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2013 berekend dat het winstrecht over die periode hoger is, te weten € 1.808.614,29 (omzet van € 6.159.716,29 - kosten van € 4.351.102,-).

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De spoedeisendheid van de zaak is gegeven met de aard van de vordering.

4.2.

De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.

4.3.

Volgens art. 705 lid 2 Rv dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van Joost Zorgt en CZA, die immers om opheffing van het beslag vragen, om met inachtneming van de beperkingen van de voorzieningenprocedure aannemelijk te maken dat de door Safa Zorg gelegde beslagen ondeugdelijk of onnodig zijn. Bij de beoordeling hiervan zullen de wederzijdse belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Daarbij dient te worden beoordeeld of het belang van Safa Zorg bij handhaving van het beslag op grond van de door haar naar voren gebrachte omstandigheden zwaarder dient te wegen dan het belang van Joost Zorgt en CZA bij opheffing van het beslag.

4.4.

De vordering die Safa Zorg op Joost Zorgt en CZA stelt te hebben en op basis waarvan toestemming tot beslaglegging is verleend, heeft Safa Zorg gebaseerd op artikel 8 van de Overnameovereenkomst. Volgens Safa Zorg is CZA/Joost Zorgt ernstig tekortgeschoten in de nakoming daarvan door de winstrechten niet (volledig) aan haar uit te betalen. CZA/Joost Zorgt had volgens haar op basis van dit artikel de tarieven moeten hanteren die in de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2013 tussen Joost Zorgt en CZA (mede ondertekend door Safa Zorg) zijn overeengekomen. CZA/Joost Zorgt kan op basis van die afspraken niet zonder instemming van Safa Zorg beslissen tot wijziging van de daarin overeengekomen tarieven.

4.5.

Joost Zorgt en CZA stellen dat zij artikel 8 van de Overnameovereenkomst wel correct zijn nagekomen. Daarbij laten zij in het kader van dit kort geding in het midden of uit dit artikel volgt dat de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2013 eveneens gelden voor de berekening van het winstrecht van Safa Zorg over de jaren 2014 en 2015; het verschil in de hoogte van het winstrecht bij toepassing van de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2013 of de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2014 is volgens haar marginaal. Ook als de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2013 worden toegepast, heeft Safa Zorg niets te vorderen van Joost Zorgt of CZA. Op grond van die afspraken kan Joost Zorgt een eventuele tariefdaling voor 100% doorbelasten aan CZA. Dat doorbelaste tarief geldt op grond van artikels 8 van de Overnameovereenkomst als uitgangspunt voor de berekening van het winstrecht van Safa Zorg, aldus Joost Zorgt en CZA.

4.6.

Partijen verschillen van mening over de uitleg van artikel 8 van de Overnameovereenkomst en tot toepassing van welke tarieven dat zou moeten leiden. In dit stadium van de procedure valt, met de gegevens waarover de voorzieningenrechter op dit moment beschikt, voor beide standpunten iets te zeggen. In de hoofdprocedure rusten stelplicht en bewijslast op Safa Zorg. Voor de beoordeling in dit kort geding heeft te gelden dat Joost Zorgt en CZA de vordering van Safa Zorg voldoende gemotiveerd hebben weersproken. De beantwoording van de vraag welk standpunt gevolgd moet worden, vergt daarom nader onderzoek. Daarvoor is in deze kort geding procedure echter geen plaats.

4.7.

Partijen verschillen ook van mening over de vraag of Safa Zorg al dan niet invulling heeft gegeven aan de afspraak zoals neergelegd in artikel 7 van de Overnameovereenkomst en of dat moet leiden tot het vervallen van (een deel van) het winstrecht van Safa Zorg. Daarvoor geldt eveneens dat nader (feiten) onderzoek nodig is en dat daarvoor in deze kort geding procedure geen ruimte is.

4.8.

De voorzieningenrechter zal dan ook zonder bovenstaande vragen te beantwoorden, beoordelen of summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de door Safa Zorg gestelde vordering. In dat kader acht de voorzieningenrechter het volgende van belang.

4.9.

Joost Zorgt en CZA hebben in de dagvaarding door middel van precieze en uitgebreide berekeningen, onderbouwd met stukken, laten zien welke vergoedingen zij hebben ontvangen en hoe zij tot berekening van het winstrecht van Safa Zorg zijn gekomen. Op basis van deze berekeningen is Joost Zorgt/CZA tot een maximaal winstrecht gekomen van € 1.199.286,06. Safa Zorg heeft de juistheid van deze berekeningen op zich niet betwist; zij is alleen van mening dat er deels met een onjuist tarief is gerekend en heeft ter onderbouwing van dat standpunt een berekening gemaakt. Anders dan de berekening van Joost Zorgt/CZA betreft dit een zeer beperkte en niet nader met stukken onderbouwde berekening.

4.10.

Uit de berekeningen van Joost Zorgt blijkt voor wat betreft de zorguren die via RAZ zijn vergoed dat Joost Zorgt een lager tarief per declarabel uur heeft ontvangen dan voor de zorguren die Achmea Zorgkantoor rechtstreeks aan Joost Zorgt heeft vergoed en op basis waarvan de tarieven in de Jaarlijkse Samenwerkingsafspraken 2013 zijn vastgesteld. Dat Joost Zorgt voor de door RAZ uitbetaalde uren niet meer heeft ontvangen dan dit lagere tarief en dat zij niet meer dan dit lagere tarief aan CZA heeft uitbetaald, wordt door Safa Zorg niet betwist.

4.11.

Safa Zorg heeft voorts niet betwist dat zij van CZA over de periode van 2013 tot en met 2015 een bedrag heeft ontvangen van in totaal € 1.258.167,09. Safa Zorg heeft daarover ter zitting meegedeeld dat dit bedrag niet het winstrecht betreft, maar de personeelskosten van Safa Zorg. Gelet op de toelichting van partijen ter zitting dat vrijwel al het personeel van Safa Zorg bij CZA is ondergebracht en door CZA wordt betaald, alsmede gelet op het feit dat Safa Zorg er bij de berekening die zij in haar pleitaantekeningen onder randnummer 30 heeft opgenomen nog wel van uitging dat dit aan haar betaalde bedrag winstrechten betrof, acht de voorzieningenrechter deze verklaring van Safa Zorg niet aannemelijk. Safa Zorg heeft hiermee dan ook onvoldoende weersproken dat die betaling is gedaan ter naleving van artikel 8 van de Overnameovereenkomst en daarmee in mindering strekt op het aan Safa Zorg (uit hoofde van die bepaling) toekomende winstrecht.

4.12.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat summierlijk is gebleken dat de door Safa Zorg gestelde vordering op grond waarvan de door haar verzochte beslagen zijn verleend, ondeugdelijk is. De door Joost Zorgt en CZA gevraagde opheffing van de beslagen en het gevraagde verbod op nog te leggen beslagen komen dan ook voor toewijzing in aanmerking.

4.13.

Daarnaast is er ook op grond van de belangenafweging reden om de gevraagde opheffing van de beslagen en het gevraagde verbod op toekomstige beslaglegging toe te wijzen. Joost Zorgt en CZA hebben aannemelijk gemaakt dat hun belang bij opheffing van dan wel verbod op beslaglegging niet alleen bestaat uit een onbelemmerde bedrijfsvoering, maar dat er tevens sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang. Dat belang bestaat uit het kunnen blijven verlenen van zorg aan honderden cliënten die daarvan afhankelijk zijn en uit het kunnen blijven betalen van de lonen en het in dienst houden van de circa 700 werknemers waarvoor Joost Zorgt verantwoordelijk is. Dit belang dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder te wegen dan het (bedrijfs)belang van Safa Zorg bij handhaving en uitbreiding van de beslagen. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat Safa Zorg niet heeft weersproken dat vrijwel al het personeel in CZA is ondergebracht, zodat het door haar gestelde belang bij betaling van het personeel slechts minimaal kan zijn.

4.14.

Safa Zorg zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Joost Zorgt en CZA worden begroot op:

- dagvaarding € 77,75

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat € 816,00 (1 punt x tarief € 618,00)

Totaal € 1.512,75

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

heft de beslagen op die Safa Zorg op basis van de bij vonnis van 18 december 2015 verleende toestemming heeft gelegd op alle gelden, beleggingen, waardepapieren, (spaar)tegoeden en/of roerende zaken die de Rabobank en de ABNAMRO ten behoeve van Joost Zorgt en CZA onder zich houden en/of aan Joost Zorgt en CZA verschuldigd zullen worden,

5.2.

verbiedt Safa Zorg gebruik te maken van de bij vonnis van 18 december 2015 verleende verloven tot het leggen van conservatoir derdenbeslag op alle gelden, beleggingen, waardepapieren, tegoeden en/of roerende zaken (niet zijnde registergeoderen), die de Publiekrechtelijke Rechtspersoon: Zelfstandig Bestuursorgaan CAK, Achmea Zorgkantoor N.V., Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., Achmea Zorgverzekeringen N.V., ten behoeve van Joost Zorgt onder zich houden en/of uit hoofde van een reeds bestaande rechtsverhouding aan Joost Zorgt verschuldigd zijn of zullen worden, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 25.000,-, alsmede € 2.500,- voor iedere dag dat Safa Zorg dit verbod overtreedt, met een maximum van € 250.000,-,

5.3.

veroordeelt Safa Zorg in de proceskosten, aan de zijde van Joost Zorgt en CZA tot op heden begroot op € 1.512,75,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Heuveling van Beek en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2016.1

1 type: GD coll: