Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4729

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-08-2016
Datum publicatie
30-08-2016
Zaaknummer
16/706998-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 43-jarige man uit Utrecht is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het geven van een dodelijke trap tegen zijn ex-vriendin in juli 2015. De man heeft de vrouw één keer zo hard tegen haar romp geschopt dat ze daardoor is overleden. Dat de man de bedoeling had de vrouw te doden is niet komen vast te staan. De man heeft haar lichaam daarna begraven. Het lichaam van de vrouw werd pas ruim twee weken later met behulp van speurhonden gevonden.

De man ontkent zijn ex om het leven te hebben gebracht. Volgens de man zou het slachtoffer na een discussie zijn vertrokken.

Op 31 juli 2015 ging het slachtoffer naar het huis van de man om haar kinderen te zien. Na haar bezoek heeft niemand meer iets van haar vernomen. Niets wijst erop dat de vrouw het huis van de man levend heeft verlaten. Haar lichaam werd in de nabije omgeving van het huis van de man gevonden. Uit onderzoek blijkt dat het slachtoffer door één schop of trap tegen de romp om het leven is gekomen. In het huis zijn bloedsporen van het slachtoffer aangetroffen. Een getuige heeft de vrouw die avond in de woning van de man horen gillen en hoesten en/of spugen. In haar maag zaten etensresten van de pizza die zij eerder op die avond heeft gegeten. Toen de vrouw werd gevonden droeg zij dezelfde kleding die zij op 31 juli 2015 droeg. In de kofferbak van de auto van de man zijn bloedsporen van de vrouw aangetroffen. Ook blijkt uit telefoongegevens dat de man dagen nadat niemand iets van de vrouw had vernomen, gebruik heeft gemaakt van haar telefoon. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de man degene is geweest die het slachtoffer heeft gedood en haar lichaam heeft begraven.

De rechtbank neemt het de man zeer kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. De nabestaanden hebben geen afscheid kunnen nemen van het slachtoffer en hebben geruime tijd in onzekerheid verkeerd, omdat zij pas ruim twee weken later werd gevonden. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het gegeven dat er sprake is geweest van één schop of trap tegen de romp, waarbij niet vastgesteld kan worden dat de man de bedoeling had om de vrouw te doden. De rechtbank kijkt naar straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd en komt tot zes jaar gevangenisstraf. Naast de gevangenisstraf moet de man schadevergoeding betalen aan de nabestaanden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/706998-15 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 26 augustus 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1972] te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd te P.I. Noord Holland Noord, Huis van Bewaring te Zwaag.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 augustus 2016, waarbij de officier van justitie en de raadslieden, mr. J.B. Boone en mr. M. Hoevers, advocaten te Wijk bij Duurstede, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 31 juli 2015 tot en met 5 augustus 2015 te Utrecht [slachtoffer] met voorbedachte rade, althans opzettelijk, om het leven heeft gebracht (primair) dan wel [slachtoffer] zwaar heeft mishandeld als gevolg waarvan zij is overleden (subsidiair) dan wel [slachtoffer] heeft mishandeld als gevolg waarvan zij is overleden (meer subsidiair);

feit 2: het lijk van [slachtoffer] heeft weggemaakt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd voor het onder 1 primair aan verdachte ten laste gelegde (moord dan wel doodslag) omdat niet kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] opzettelijk heeft gedood.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat [slachtoffer] al vóór 5 augustus 2015, zijnde de datum waarop verdachte is aangehouden, is overleden. De verdediging heeft verschillende stellingen naar voren gebracht. Deze zullen hierna worden besproken, voor zover de stellingen van belang zijn voor de beoordeling door de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Overwegingen over de verklaring van [getuige 1]

De verdediging heeft enkele opmerkingen gemaakt over de verklaringen van de (destijds) vierjarige dochters van verdachte en [slachtoffer] : [getuige 1] en [getuige 2] (hierna: [getuige 1] en [getuige 2] ). Nu de verklaring van [getuige 2] niet voor het bewijs wordt gebruikt, gaat de rechtbank niet in op hetgeen specifiek met betrekking tot die verklaring is aangevoerd.

De verdediging heeft over de verklaring van [getuige 1] aangevoerd dat:

  • -

    verdachte onder druk van de politie en zijn toenmalige raadsvrouw heeft ingestemd met het verhoor van [getuige 1] hetgeen dient te leiden tot bewijsuitsluiting;

  • -

    aan [getuige 1] niet is uitgelegd dat zij een verklaring zou afleggen tegen haar vader, hetgeen dient te leiden tot bewijsuitsluiting.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie uiteengezet dat aan het verhoor van de dochters van verdachte een zorgvuldige belangenafweging vooraf is gegaan. Op het moment dat het verhoor van de dochters werd overwogen, was verdachte weliswaar al aangehouden, maar werd [slachtoffer] nog altijd vermist. Het belang van het verhoor van de dochters was gelegen in het achterhalen van wat er met [slachtoffer] was gebeurd. Het verhoor had zowel belastende als ontlastende informatie kunnen opleveren.

Uit het dossier blijkt het volgende.

Aan verdachte is uitgelegd dat de politie zijn kinderen wilde horen over het bezoek van hun moeder op 31 juli 2015 in de woning van verdachte. Nadat verdachte had kenbaar gemaakt dat hij hierover eerst wenste te overleggen met zijn raadsvrouw, is verdachte onmiddellijk telefonisch in contact gebracht met zijn toenmalige raadsvrouw. Verdachte heeft, na dit telefonisch onderhoud met zijn toenmalige raadsvrouw, toestemming gegeven voor het verhoor van zijn dochters (pagina 647 en 648). Van de gestelde druk die op verdachte zou zijn uitgeoefend of van samenspannen van zijn toenmalige raadsvrouw met de politie is niet gebleken. Ten overvloede wijst de rechtbank erop dat geen wettelijk voorschrift opsporingsambtenaren ertoe verplicht om getuigen tijdens een politieverhoor uitdrukkelijk te wijzen op hun verschoningsrecht. Evenmin bestaat er een rechtsregel die de voorwaarde stelt dat de wettelijk vertegenwoordiger toestemming geeft voor het verhoor van een minderjarige getuige.

Voorafgaand of tijdens het verhoor van [getuige 1] zijn geen rechtsregels zijn geschonden. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer strekkend tot bewijsuitsluiting. De verklaring van [getuige 1] kan voor het bewijs worden gebruikt.

De verdediging heeft voorts over de waardering van de verklaring van [getuige 1] aangevoerd dat:

  • -

    voor het horen van een vierjarige geen enkele rechtvaardiging bestaat. De grens voor het horen van minderjarigen moet worden getrokken bij kleuters;

  • -

    uit de verklaring van [getuige 1] niet kan worden afgeleid dat 31 juli 2015 de laatste keer was dat zij haar moeder heeft gezien.

Vooropgesteld wordt dat geen rechtsregel zich verzet tegen het horen van minderjarigen, ook niet als het gaat om zeer jonge kinderen zoals kleuters.

Van het verhoor van [getuige 1] zijn audiovisuele opnamen beschikbaar die door de rechtbank zijn bekeken. De verhorende verbalisant heeft open vragen gesteld. [getuige 1] heeft tijdens het verhoor ook spontaan verteld over hetgeen er is voorgevallen. [getuige 1] heeft tijdens het verhoor geluiden nagebootst die zij heeft gehoord (het gillen door haar moeder) en gebaren gemaakt (het stampen met de schoenen, het lopen van een rondje om de tafel) om haar verhaal te verduidelijken. Deze geluiden en gebaren, in combinatie met de inhoud van de verklaring, hebben ertoe bijgedragen dat de rechtbank de verklaring van [getuige 1] als authentiek en betrouwbaar beoordeelt.

Bij aanvang van het verhoor is aan [getuige 1] gevraagd wanneer zij mama voor het laatst heeft gezien. [getuige 1] antwoordde dat dit was toen “mama bij papa de huis was”. Daarna heeft [getuige 1] tijdens het verhoor verklaard over een aantal gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen hebben eerder op de dag waarop zij mama voor het laatst heeft gezien plaatsgevonden. [getuige 1] heeft daarbij verklaard over mama die met het vliegtuig kwam, papa die rozen had gekocht, mama die niet kwam, papa die de rozen achterin de auto heeft gelegd en het vervolgens met de auto naar huis rijden. Dit komt overeen met de verklaringen van verdachte over het verloop van 31 juli 2015 (tot het moment dat er een discussie of ruzie tussen hem en [slachtoffer] ontstond). De verklaring van [getuige 1] vindt bovendien op essentiële punten steun in andere, objectieve, gegevens in het dossier, zoals de vondst van twee verpakte rozen in de bagageruimte van de auto waarin verdachte reed en het feit dat [slachtoffer] eerder op Schiphol was geland dan het moment waarop verdachte haar had verwacht.

Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaring van [getuige 1] wordt ook van belang geacht dat het een paar maanden geleden was dat [getuige 1] haar moeder daarvoor voor het laatst heeft gezien. Op 31 juli 2015 zag [getuige 1] haar moeder weer voor het eerst in maanden. Het is om die reden aannemelijk dat [getuige 1] nog goed weet dat dit tevens de dag was waarop zij haar moeder voor de laatste keer heeft gezien.

Uit het verloop van het verhoor, de inhoud van de verklaring en de manier waarop [getuige 1] heeft verklaard komt het beeld naar voren van een authentieke en betrouwbare verklaring. Deze verklaring kan naar het oordeel van de rechtbank tot het bewijs van het ten laste gelegde bijdragen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1 en 2 1

De vermissing van [slachtoffer]

Op 3 augustus 2015 is melding gemaakt van de vermissing van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) door haar dochter, [dochter] (hierna: [dochter] ). [dochter] heeft op vrijdag 31 juli 2015 voor het laatst contact gehad met [slachtoffer] . Na die vrijdag heeft [dochter] niets meer van [slachtoffer] vernomen, terwijl zij anders dagelijks contact hadden via de telefoon of via WhatsApp.2 [slachtoffer] is op 31 juli 2015 vanuit Spanje naar Nederland gekomen.3 Op het moment van het laatste contact tussen [slachtoffer] en [dochter] was [slachtoffer] bij haar ex-man, [verdachte] (hierna: verdachte).4 Op 5 augustus 2015 had men in Spanje nog niets van [slachtoffer] vernomen.5

Vrijdag 31 juli 2015

Op 31 juli 2015 heeft [slachtoffer] om 10.56 uur de aankomsthal van Schiphol betreden.6 Op camerabeelden van Schiphol is te zien dat [slachtoffer] die dag7 een donkere strakke broek, spijkerjasje, turquoise topje, schoenen met zwarte bandjes en sleehak, een ketting met blauwe bollen en bijpassende armband droeg.8

Om 17.20 uur is [slachtoffer] op het Centraal Station van Utrecht aangekomen9, waar zij om 17.23 uur een anonieme OV-chipkaart heeft gekocht.10

[slachtoffer] heeft haar koffer achtergelaten in de woning van [A] (hierna: [A] ), bij wie zij zou logeren tijdens haar verblijf in Nederland.11

De anonieme OV-chipkaart is alleen op 31 juli 2015 tussen 17.26 uur en 18.57 uur in gebruik geweest, en wel in Utrecht. Er is voor het laatst met deze OV-chipkaart uitgecheckt op 31 juli 2015 om 18.57 uur op het [halte] .12 [slachtoffer] heeft de bus naar halte [halte] genomen om naar de woning van verdachte te gaan.13

Op 31 juli 2015 heeft verdachte om 17.36 uur een bedrag gepind bij pizzeria Domino’s te Utrecht. Bij Domino’s zijn op die datum en op dat tijdstip twee pizza’s besteld en betaald: een pizza Hawaii en een pizza Mixed Grill.14 Eén van deze pizza’s was volgens verdachte voor zijn dochters, de andere pizza was voor [slachtoffer] .15 Deze pizza’s bevatten de ingrediënten tomatensaus, mozzarella, ham, ananas en extra kaas (pizza Hawaii) en BBQ saus, mozzarella, rode ui, paprika, gehakt, bacon, ham en gegrilde kip (pizza BBQ mixed grill).16

[dochter] heeft voor het laatst telefonisch contact gehad met [slachtoffer] , die op dat moment in de woning van verdachte was, op 31 juli 2015 om 19.24 uur. [dochter] hoorde haar tweelingzusjes op de achtergrond.17

Verdachte heeft zijn woning verlaten nadat [slachtoffer] daar op vrijdag 31 juli 201518 was gearriveerd.19 Even na 21.00 uur is verdachte teruggekeerd naar zijn woning waar [slachtoffer] op dat moment was met hun kinderen.20 Volgens verdachte hebben hij en [slachtoffer] een discussie gehad die ongeveer tien minuten heeft geduurd waarbij met stemverheffing is gesproken.21

Toen [dochter] op 31 juli 2015 om 21.55 uur en om 23.59 uur volgens afspraak belde naar [slachtoffer] om te zeggen dat zij in Antwerpen was aangekomen, kreeg [dochter] telkens de voicemail.22

Op vrijdagavond 31 juli 201523 was [slachtoffer] om 23.00 uur nog niet in de woning van [A] . [A] heeft [slachtoffer] twee berichtjes gestuurd, maar heeft geen contact meer gehad met [slachtoffer] .24 De bagage van [slachtoffer] is achtergebleven in de woning van [A] .25 In deze achtergelaten bagage bevond zich een strip met anticonceptiepillen. Alle vakjes waren leeg, met uitzondering van het vakje met de pil van Vr (de rechtbank begrijpt: vrijdag).26

Op maandag 3 augustus 2015 zou [slachtoffer] bellen naar het Dominicaanse consulaat. Zij is deze afspraak niet nagekomen. De afspraak om te bellen naar het consulaat was op 31 juli 2015 gemaakt.27 [dochter] had met [slachtoffer] afgesproken om [getuige 1] en [getuige 2] op 3 augustus 2015 te bezoeken in de woning aan het [adres] (de rechtbank begrijpt: de woning van verdachte). [dochter] heeft daar verdachte gesproken. [dochter] heeft verdachte verteld dat zij geen contact met [slachtoffer] meer kon krijgen..28

[dochter] heeft verklaard dat [slachtoffer] elke dag schone kleren aantrok.29

Op 16 augustus 2015 is het begraven lichaam van [slachtoffer] gevonden in de bosschages30 aan de 2e Polderweg in Utrecht.31 [slachtoffer] droeg in het graf sleehakken met zwarte bandjes en een beige hak, een donkere broek, een turquoise shirt en spijkerjasje. Dit is dezelfde kleding als die [slachtoffer] heeft gedragen op 31 juli 2015.32 Deze locatie is op een afstand van 200 meter van de woning van verdachte gelegen.33

Tussenconclusie

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat niemand na 31 juli 2015 nog contact heeft gehad met [slachtoffer] . Gemaakte afspraken werden door [slachtoffer] niet meer nagekomen en zij is niet meer gearriveerd op haar logeeradres nadat zij op 31 juli 2015 van daaruit naar de woning van verdachte is vertrokken. Op het moment van het laatste contact was [slachtoffer] in de woning van verdachte.

[getuige 1]

[getuige 1] heeft mama (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) voor het laatst gezien toen mama bij papa in huis was.34 [getuige 1] heeft hierover verklaard dat papa zijn werkbroek en werkschoenen aandeed. Mama kwam thuis met het vliegtuig en papa had twee rozen gekocht. Mama kwam niet. Zij gingen toen weer met de auto rijden en papa heeft de rozen weer in de auto neergelegd. Daarna zijn zij naar huis gereden en hebben zij nog televisie gekeken. Toen zijn zij naar bed gegaan.35 Mama is thuisgekomen en papa ging naar zijn werk. Mama ging goed op hen passen.36 Papa kwam weer thuis:

“ [getuige 1] : (….) toen ging papa ruzie maken met mama. En eh, toen ging mama weer, toen was er geen herrie meer. En toen was er herrie weer.

(…)

Verbalisant: Oké, want wat hoorde jij dan? Dat het ruzie was?

[getuige 1] : Omdat mama ging gillen.

Verbalisant: Omdat mama ging gillen. Wat hoorde jij dan gillen?

[getuige 1] : Eh, ahhhh.

Verbalisant: Oké, en zei papa toen iets? Toen mama aan het gillen was?

[getuige 1] : Eh, nee (…) Alleen mama. Alles ging papa aan mama toen mama aan het gillen was toen zegt papa, zei mama alles over papa dat papa toen eh, mama aan het gillen was.37

(…)

Verbalisant: (…) Waar gilde mama?

[getuige 1] : Binnen (…) En toen weer de tweede keer.

Verbalisant: Wie hoorde jij gillen?

[getuige 1] : Mama (…) En toen ging papa stampen met de schoenen.

Verbalisant: En hoe weet jij dat papa ging stampen met zijn schoenen?

[getuige 1] : Omdat lawaai van mama ging gillen en toen ging papa stampen (…) Toen ging eh papa achter mama aan. En eh, eh toen ging mama hoesten (…) En verder niks meer.

(…)

Verbalisant: (…) En je zegt papa ging achter mama aan en waar ging mama dan naar toe?

[getuige 1] : (…) Toen gingen ze een rondje lopen over de tafel (…), ik heb het (…) gehoord.38

Verbalisant: (…) En toen papa terugkwam, en toen papa ruzie ging maken met mama (…) En toen is er herrie. Herrie en toen was er even niks.

[getuige 1] : Stil.

Verbalisant: En toen was er weer herrie. Hoe gaat dat dan (…) Wat hoor je dan in deze herrie. Wat hoor je daar?

[getuige 1] : Ahhhh.

Verbalisant: Verder nog iets?

[getuige 1] : Niks.

Verbalisant: Nee, oké. En dan zeg je van papa ging stampen en achter mama aan en om de tafel heen. Wat gebeurde er daarna. Wat was er toen?

(…)

[getuige 1] : Eerst ging, eerst ging hier, eerst ging mama heel erg lang gillen. Toen was het weer stil. Toen hoorde ik de eh, de kraan.

Verbalisant: Toen hoorde je de kraan.

[getuige 1] : En toen was er weer een gegil.

(…)

Verbalisant: (…) Want waar is mama dan. Na dat gillen?

[getuige 1] : Bij de huiskamer.39

(…)
Verbalisant: (…) Je hoorde ook nog hoesten zei je (…) Wat hoorde je dan precies?

[getuige 1] : Spugen gewoon (…) Met hoesten gaat mama spugen.

(…)
Verbalisant: (…) Hoe vaak hoorde je hoesten?

[getuige 1] : Eén keer maar.”40

De doodsoorzaak en het moment van overlijden

Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] zijn vier ribfracturen (6e tot en met 9e rib) en een dubbelzijdige klaplong vastgesteld. Door het geweld op de romp had de gebroken 9e rib de rechterleverkwab geperforeerd en was er vrij bloed in de buik. In relatie met de gebroken 9e rib was er perforatie van de borstvliezen.41 Het middenrif was ter hoogte van de 9e rib ingescheurd.42 Er was veel begeleidende bloeduitstorting rechts aan de romp en aan de rug rechts.43 De letsels zijn het gevolg van bij leven opgelopen uitwendig inwerkend heftig botsend geweld op de romp.44

Een niet medisch behandelde leverperforatie vormt een fatale verwonding door daardoor optredend bloedverlies.45 De lever is een goed doorbloed orgaan en bij acute mechanische traumatische schade zoals dat bij leverperforatie ontstaat zal niet meteen functieverlies van leverweefsel maar de hoeveelheid bloedverlies uit de lichaamscirculatie voor de acute overleving bepalend zijn.46

Gezien de leeftijd van [slachtoffer] , de omvang van de onderhuidse bloeduitstorting, het aantal ribbreuken en de omvang van de inwendige schade zal een krachtige geweldsinwerking hebben plaatsgevonden tegen de rechterzijde van de borstkas ter hoogte van de 6e tot en met 9e rib.47

De perforaties van borstholte, middenrif en lever zijn veroorzaakt door binnenwaartse verplaatsing van de scherpe breukranden van de gebroken rib(ben). Slaan, stompen, schoppen, vallen of (zich) stoten worden als causaal mechanisme voor de letsels als veel waarschijnlijker genoemd dan het samendrukken van de borstkas door met gewicht op [slachtoffer] te gaan zitten.48

De sectiebevindingen zijn voorts veel waarschijnlijker onder de hypothese dat de letsels aan de ribben, long(en) en lever zijn ontstaan door één geweldsinwerking dan onder de hypothese dat de letsels aan de ribben, long(en) en lever zijn ontstaan door meer dan één geweldsinwerking.49 Van betekenis hierbij is dat de ribbreuken zich op dezelfde plaats in vier naast elkaar gelegen ribben bevinden.50

Schoppen kan in vergelijking met slaan veel ernstiger letsels opleveren vanwege de grotere energieoverdracht.51

In de vrije buikholte was bij de sectie relatief weinig bloed aanwezig.52

De sectiebevindingen zijn waarschijnlijker onder de hypothese dat [slachtoffer] een beperkt aantal minuten na het optreden van de leverperforatie is overleden dan onder de hypothese dat [slachtoffer] na een uur (of meer) na het optreden van de leverperforatie is overleden. Uit het weinige bloed in de vrije buikholte kan worden afgeleid dat [slachtoffer] kort na het oplopen van de leverperforatie is overleden.53 De geringe hoeveelheid bloed in de buikholte impliceert dat de overlevingsduur na optreden van de leverperforatie kort is geweest, naar schatting een beperkt aantal minuten.54

Forensisch onderzoek – bloedsporen woonkamer

In de woonkamer van de woning van verdachte zijn drie bloedsporen aangetroffen op de laminaatvloer onder het kleed in de woonkamer. Op het kleed stond een salontafel.55

Eén van deze bloedsporen is veiliggesteld onder SIN AACQ2256NL.56 Van het bloed in de bemonstering SIN AACQ2256NL is een DNA-profiel (#01) verkregen.57 Het DNA-profiel in de bemonstering AACQ2256NL#01 van het spoor met SIN AACQ2256NL komt overeen met het DNA-profiel van [slachtoffer] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard.58

Forensisch onderzoek – maaginhoud

De maaginhoud van [slachtoffer] is onderzocht. Onder normale omstandigheden doorloopt 90% van het vaste voedsel de maag in vier uur.59 De laatste maaltijd van [slachtoffer] heeft bestaan uit rode en gele paprika of Spaanse peper, ui en varkensvlees.60

Onderzoek aan telefoons en simkaarten

Verdachte is de enige gebruiker61 van een Nokia Lumia 630 met IMEI [IMEI nummer] .62

[slachtoffer] had ten tijde van het inreizen in Nederland op 31 juli 2015 een Samsung Galaxy Trend met IMEI-nummer [IMEI nummer] bij zich.63

Verdachte is de gebruiker van de simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] .64 Deze simkaart is gevonden in de Nokia Lumia 630 van verdachte.65 In de Nokia Lumia 630 is ook een simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] gebruikt.66

Voor de telefoonnummers # [telefoonnummer] en # [telefoonnummer] zijn op 31 juli 2015 om 12.01 uur beltegoeden van elk € 10,00 gekocht bij Albert Heijn aan de [adres] in Utrecht. Van de bankrekening van verdachte is op 31 juli 2015 om 12.00 uur een bedrag van € 20,00 afgeschreven op de [adres] in Utrecht.67 De aangekochte beltegoeden hebben unieke serienummers: [nummer] en [nummer] .68

De simkaart met telefoonnummer # [telefoonnummer] is op 4 augustus 2015 om 20.29 uur voor het eerst in gebruik genomen door opwaardering van het beltegoed met nummer [nummer] .69 De simkaart wordt op dat moment gebruikt in de Nokia Lumia van verdachte.70

De simkaart met telefoonnummer # [telefoonnummer] is op 4 augustus 2015 om 22.47 uur voor het eerst in gebruik genomen door opwaardering van het beltegoed met nummer [nummer] .71 De simkaart wordt op dat moment gebruikt in de Nokia Lumia van verdachte.72 Het gebruik van deze simkaart in de Nokia Lumia van verdachte duurt tot 23.46 uur op 4 augustus 2015.

Op 5 augustus 2015 is simkaart # [telefoonnummer] na 00.23 uur gebruikt in de Samsung Galaxy Trend # [telefoonnummer] van [slachtoffer] .73 De Samsung Galaxy Trend # [telefoonnummer] is daarvoor, op 31 juli 2015, om 19.47 uur voor het laatst gebruikt.74 Op 5 augustus 2015 om 00.56 uur heeft de Samsung Galaxy Trend # [telefoonnummer] voor het laatst verbinding met een Nederlands mobiel netwerk gemaakt.75

Op 5 augustus 2015 is simkaart # [telefoonnummer] tussen 03.42 en 06.46 uur gebruikt in de Nokia Lumia van verdachte.76 Met de Nokia Lumia is op 5 augustus 2015 drie keer gebeld naar “ [getuige 3] ” om 03.46 uur, om 06.48 uur en om 17.41 uur.77

Op de Samsung Galaxy Trend # [telefoonnummer] stond het WhatsApp-account van [slachtoffer] dat hoorde bij haar telefoonnummer [telefoonnummer] .78 Met dit WhatsApp-account zijn op

5 augustus 2015 tussen 00.41 en 00.43 berichten verstuurd naar [telefoonnummer] .79 De inhoud van deze berichten is: “Bien”, “Y tu cabron” en “Coma mierda maldito idiota”.80 De Nederlandse vertaling van deze berichten luidt: “Goed”, “En jij klootzak” en “Eet shit vervloekte idioot”.81

[telefoonnummer] heeft verklaard dat hij WhatsApp-berichten ontving van de account van [slachtoffer] die grammaticaal onjuist waren. Hij begreep dat het niet [slachtoffer] was die met hem communiceerde. [getuige 3] heeft in een telefoongesprek op 5 augustus 2015 om 17.41 uur gesproken met een man die zich voorstelde als de vader van de Nederlandse dochters van [slachtoffer] . De man zei dat [slachtoffer] weer bij hem ging wonen en dat zij tot overeenstemming waren gekomen.82 Volgens [getuige 3] is [slachtoffer] op 31 juli 2015 naar Nederland gevlogen. Hij kreeg geen reactie op berichtjes die hij haar via WhatsApp had gestuurd tot de WhatsApp-berichten die hij op 5 augustus 2015 heeft ontvangen.83

Het is mogelijk om een telefoon met een geactiveerd WhatsApp-account te voorzien van een andere simkaart met een ander telefoonnummer. Het WhatsApp-account dat is gekoppeld aan het oude nummer blijft actief en kan gebruikt worden.84

Tussenconclusie

Op grond van de voorgaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast. Verdachte en [slachtoffer] hebben op 31 juli 2015 een discussie gehad in de woning van verdachte. Tijdens deze ruzie heeft [slachtoffer] gegild en gehoest en/of gespuugd. In de woonkamer van verdachte is een bloedspoor van [slachtoffer] gevonden. [slachtoffer] moet kort na het ontstaan van de leverperforatie zijn overleden. De voedselresten uit de maaginhoud van [slachtoffer] passen bij een laatste maaltijd die heeft bestaan uit één van de pizza’s die verdachte heeft gekocht. Verdachte had de beschikking over de mobiele telefoon van [slachtoffer] op een moment (5 augustus 2015) dat haar familie en vrienden al enkele dagen niets meer van [slachtoffer] hadden gehoord. Toen [slachtoffer] op 16 augustus 2015 werd gevonden, droeg zij de kleren die zij op 31 juli 2015 had gedragen.

Forensisch onderzoek – bloedsporen Suzuki Wagon

Verdachte is de gebruiker van een Suzuki Wagon met kenteken [kenteken] .85 Op verschillende plaatsen in de bagageruimte van deze auto zijn bloedsporen aangetroffen: op de vergrendeling van het rechterdeel van de rugleuning van de achterbank, op de linker bovenzijde van de hoedenplank, aan de rechterzijde van de vloer van de bagageruimte, in het midden en op de rechterhelft onder de hoedenplank en op het aluminiumfolie dat dient ter voorkoming van bevriezing van de voorruit dat in de bagageruimte van de Suzuki Wagon lag. Deze bloedsporen zijn veiliggesteld.86

Eén van de bloedsporen op de vloer (bodemplaat) van de Suzuki Wagon is veiliggesteld onder SIN AAIO5306NL.87 De bemonstering AAIO5306NL#01 van het bloedspoor aan de rechterzijde van de vloer van de bagageruimte bevat een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen. [slachtoffer] , verdachte en een onbekende persoon kunnen donor zijn van dit mengprofiel.88 De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn 10.000 tot een miljoen keer waarschijnlijker zijn als de bemonstering DNA bevat van [slachtoffer] , verdachte en een willekeurige onbekende persoon dan wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte en twee willekeurige onbekende personen.89

Eén van de bloedsporen op de onderplaat van de bagageruimte van de Suzuki Wagon is veiliggesteld onder SIN AAIE1813NL.90 De bemonstering AAIE1813NL#01 van dit bloedspoor heeft een DNA-mengprofiel van twee personen opgeleverd. Het DNA-hoofdprofiel dat hieruit kon worden afgeleid komt overeen met het DNA-profiel van [slachtoffer] met een matchkans kleiner dan één op één miljard..91

Forensisch onderzoek – bats en spade

Uit de berging bij de woning van de ouders van verdachte zijn een bats (AAIE2978NL) en een spade (AAIE2979NL) in beslag genomen.92

In en rondom de grafkuil waarin [slachtoffer] is gevonden, zijn grondmonsters (SIN AAIL1186NL, SINAAIL1185NL en SIN AAIL1187NL) genomen.93 In de grafkuil zijn afdrukken of indrukken aangetroffen die qua vorm en afmeting passen bij graafgereedschap met een afgerond voorblad van ongeveer 15 centimeter breed. De in beslag genomen spade komt qua afmeting en voorrand hiermee overeen.94

De grondmonsters die in en rondom de grafkuil zijn veiliggesteld, zijn vergeleken met de sporen die op de in beslag genomen bats (AAIE2978NL) en spade (AAIE2979NL) zijn aangetroffen. De resultaten van de vergelijking tussen de zandige humeuze grondsporen van de bats en de spade met de grondmonsters van het graf zijn veel waarschijnlijker wanneer deze grondsporen afkomstig zijn van het graf dan wanneer deze grondsporen afkomstig zijn van een willekeurige andere locatie, niet zijnde het graf.95

De resultaten van de vergelijking tussen de grondsporen van de bats en de spade met de referentiemonsters van het graf zijn veel waarschijnlijker wanneer de bats/spade is gebruikt bij het graven van het graf dan wanneer de bats/spade is gebruikt bij het graven op willekeurige andere locatie(s), niet zijnde het graf.96

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot de vaststelling dat [slachtoffer] op 31 juli 2015 in de woning van verdachte is overleden aan gevolgen van een leverperforatie. Dat is fataal letsel dat binnen enkele minuten na het toebrengen ervan tot haar dood moet hebben geleid. De leverperforatie was het gevolg van een gebroken rib die is veroorzaakt door (minimaal) één heftige geweldsinwerking, zoals stompen of schoppen.

De rechtbank stelt bovendien vast dat verdachte degene is die het geweld op de romp van [slachtoffer] heeft uitgeoefend.

Een scenario waarin [slachtoffer] op een ander moment of op andere wijze om het leven is gekomen is niet aannemelijk geworden.

Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen volgt voorts dat verdachte [slachtoffer] na haar overlijden heeft vervoerd en vervolgens heeft begraven.

De verdediging heeft betoogd dat [slachtoffer] onmogelijk voor 5 augustus 2015, de dag waarop verdachte is aangehouden, begraven kan zijn. De verdediging heeft daartoe (onder meer) aangevoerd dat er op 11 augustus 2015 door de politie met speurhonden op de betreffende locatie is gezocht, maar dat de speurhonden niet zijn aangeslagen. Dit terwijl de speurhonden van vrijwilligers van Signi op 16 augustus 2015 wel zijn aangeslagen, waarna het lichaam van [slachtoffer] is gevonden.

De rechtbank volgt de verdediging daarin niet. Uit het hiervoor weergegeven bewijs volgt dat het verdachte is geweest die op 31 juli 2015 geweld heeft uitgeoefend op haar romp als gevolg waarvan [slachtoffer] is overleden. Zoals de Signi-hondenbegeleider [B] , en politiehondengeleider [C] bij de rechter-commissaris hebben toegelicht kunnen er, ook als het stoffelijk overschot zich daar reeds bevond, verschillende redenen zijn waarom de speurhonden op 11 augustus niet, en op 16 augustus wel, zijn aangeslagen.

Vrijspraak van feit 1 primair (moord dan wel doodslag)

De rechtbank heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging verkregen dat het opzet van verdachte was gericht op het overlijden van [slachtoffer] .

Evenmin is gebleken van opzet op het overlijden van [slachtoffer] in voorwaardelijke zin. Daarvoor zou verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijk kans moeten hebben aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg van het handelen van verdachte zou komen te overlijden. Daargelaten dat het de vraag is of een enkele geweldsinwerking tegen de romp een aanmerkelijke kans op het overlijden inhoudt, is voorts niet gebleken dat verdachte zich ervan bewust was dat zijn handelen tot de dood kon leiden. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair tenlastegelegde.

Zware mishandeling de dood ten gevolge hebbend

Het geweld dat op de romp van [slachtoffer] is uitgeoefend, heeft niet alleen geleid tot gebroken ribben, maar ook tot perforatie van de ribben, borstvliezen en het middenrif. Uit de aard en de ernst van dit letsel leidt de rechtbank af dat het uitgeoefende geweld op de romp van [slachtoffer] met een grote kracht gepaard moet zijn gegaan. Gelet op de hierboven aangehaalde bevindingen van de patholoog en de forensisch arts, is de rechtbank van oordeel dat dit letsel niet passend is bij een scenario waarin (minimaal) één klap met een vuist tegen de romp is gegeven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte met kracht tegen de romp van [slachtoffer] heeft geschopt.

Het is een feit van algemene bekendheid dat in de romp verschillende kwetsbare en vitale organen zijn gelegen. De kans dat [slachtoffer] als gevolg hiervan zwaar lichamelijk letsel zou oplopen is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten. Deze gedraging kan naar zijn uiterlijke verschijningsvorm bovendien worden aangemerkt als zo zeer op een bepaald gevolg gericht te zijn geweest, in dit geval het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel, dat het behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

1. Subsidiair

op 31 juli 2015 te Utrecht aan [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een dubbelzijdige klaplong en meerdere ribfracturen en perforatie van de borstvliezen en perforatie van de rechterleverkwab heeft toegebracht, door opzettelijk met kracht tegen de romp van die [slachtoffer] te trappen en/of te schoppen, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

2.

omstreeks 31 juli 2015 te Utrecht het lijk van [slachtoffer] heeft begraven en verborgen en weggevoerd en weggemaakt met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden van die [slachtoffer] te verhelen, immers heeft hij, verdachte,

- het lijk van die [slachtoffer] vervoerd en

- het lijk van die [slachtoffer] begraven in een grafkuil.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Feit 1 subsidiair: zware mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.

Feit 2: een lijk begraven, verbergen, wegvoeren, wegmaken met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen.

7 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdediging heeft geen standpunt ingenomen met betrekking tot de strafmaat.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft [slachtoffer] zwaar mishandeld waardoor zij is overleden. Verdachte heeft zich vervolgens op respectloze wijze ontdaan van het lichaam van [slachtoffer] door haar te begraven in een kuil tussen de struiken. Verdachte heeft [slachtoffer] het meest fundamentele recht, op recht op leven, ontnomen en daarmee de nabestaanden een onherstelbaar verlies en veel verdriet toegebracht. [slachtoffer] is ruim twee weken vermist geweest. Familie en vrienden van [slachtoffer] hebben deze periode in angst en onzekerheid doorgebracht. De nabestaanden hebben door het handelen van verdachte geen afscheid kunnen nemen van [slachtoffer] . Verdachte heeft op geen enkel moment verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder gelet op:

  • -

    het uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 augustus 2016, waaruit volgt dat verdachte niet eerder voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld;

  • -

    het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 23 september 2015;

  • -

    het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 28 september 2015

  • -

    het advies van Reclassering Nederland van 6 januari 2016;

  • -

    de rapportage Pro Justitia van het Pieter Baan Centrum van 28 juni 2016.

Verdachte heeft bij elk onderzoek telkens zijn medewerking geweigerd. Er konden dan ook geen uitspraken worden gedaan over het al dan niet bestaan van psychopathologie. Wel is het beeld ontstaan van een man bij wie mogelijk sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Deze aanwijzingen konden echter niet worden getoetst zodat dit vermoeden niet is bevestigd of uitgesloten. Verder komt ook het beeld naar voren van een man die dominant en regiebehoeftig is en bij wie aanwijzingen worden gezien voor problemen in de agressieregulatie. Hiervan is echter niet duidelijk geworden hoe deze aanwijzingen geïnterpreteerd moeten worden. Gelet hierop ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om hiermee rekening te houden bij het bepalen van de straf.

De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf wel rekening mee dat sprake is geweest van één schop of trap tegen de romp, waarbij niet is vastgesteld dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het overlijden van [slachtoffer] .

Tot slot heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Alles afwegend komt de rechtbank tot een lagere straf dan de officier van justitie heeft geëist en acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van

6 jaren een passende en geboden reactie op de bewezen verklaarde feiten.

9 De vordering van de benadeelde partij

De vordering van benadeelde partij [benadeelde]

De behandeling van de vordering van [benadeelde] , levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 subsidiair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank waardeert deze op € 1.420,00 (veertienhonderdtwintig euro), aan materiële schade, te weten: de kosten voor de begrafenis in de Dominicaanse Republiek. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De kosten van rechtsbijstand zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. De rechtbank zal het deel van de vordering dat betrekking heeft op de gevraagde vergoeding voor gemaakte proceskosten dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

Wel zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op € 768,00 (zevenhonderdachtenzestig euro), zijnde de kosten die zijn gemaakt voor rechtsbijstand tijdens de behandeling van de strafzaak tegen verdachte in eerste aanleg. Hierbij is de rechtbank uitgegaan van het liquidatietarief dat in civiele zaken bij de begroting van proceskosten wordt gehanteerd (2 punten x tarief I ad € 384,00) en niet van de overgelegde factuur inzake kennelijk daadwerkelijk gemaakte proceskosten. Het meerdere dat aan proceskosten is gevorderd, te weten: een bedrag van € 200,00, zal daarom worden afgewezen.

Wijst de vordering wat betreft de overige gevorderde proceskosten af, te weten: € 968,00, zijnde de verwachte kosten voor rechtsbijstand bij een eventuele behandeling van de strafzaak tegen verdachte in hoger beroep.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

De vordering van benadeelde partij [dochter]

De behandeling van de vordering van [dochter] levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 subsidiair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank waardeert deze op € 6.527,24 (zesduizend vijfhonderdzevenentwintig euro en vierentwintig eurocent), aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

De benadeelde partij is in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk, zijnde de kosten die verband houden met het verblijf van de benadeelde partij in Nederland en de tweelingzussen van de benadeelde partij. Ook in de gevraagde vergoeding van de immateriële schade (shockschade) is de benadeelde partij niet-ontvankelijk. De vordering is onvoldoende onderbouwd om te kunnen vaststellen of sprake is geestelijk letsel in de zin van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijk rechter aanbrengen.

De kosten van rechtsbijstand zijn niet aan te merken als schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. De rechtbank zal het deel van de vordering dat betrekking heeft op de gevraagde vergoeding voor gemaakte proceskosten dan ook niet-ontvankelijk verklaren.

Wel zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op € 196,00 (honderdzesennegentig euro), zijnde de kosten die zijn gemaakt voor rechtsbijstand tijdens de behandeling van de strafzaak tegen verdachte in eerste aanleg.

Wijst de vordering wat betreft de overige gevorderde proceskosten af, te weten: € 196,00, zijnde de verwachte kosten voor rechtsbijstand bij een eventuele behandeling van de strafzaak tegen verdachte in hoger beroep.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

10 Beslag

Onder verdachte zijn onderstaande voorwerpen in beslag genomen:

  • -

    oranje veiligheidshesje (283380);

  • -

    schoenen (vier stuks) (283376);

  • -

    groene plastic tas (283384);

  • -

    blauwe werkjas (2 stuks) (283377);

  • -

    werkhandschoenen (4 paar) (283378);

  • -

    werkbroeken met reflectiestrepen (2 stuks) (283375);

  • -

    veiligheidsbrillen (3 stuks) (283382);

  • -

    brief van Vodafone (283305);

  • -

    telefoontoestel Nokia Lumia (zwart) (289113);

  • -

    telefoontoestel Nokia (wit) (289099);

  • -

    telefoontoestel Nokia X3 (zwart) (283306);

  • -

    telefoontoestel Samsung S5 mini (zwart) (289082);

  • -

    telefoontoestel Nokia Xpressmusic (zwart) (283373);

  • -

    stofzuiger (1508488).

De rechtbank gelast de teruggave van deze voorwerpen aan de rechthebbenden.

Voorts is in dit onderzoek een mobiele telefoon (Samsung Grand Neo, zwart, 289955) van [slachtoffer] in beslag genomen.

De rechtbank gelaste de teruggave van deze mobiele telefoon aan de nabestaanden van

[slachtoffer] .

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 151 en 302 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 subsidiair: zware mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft;

feit 2: een lijk begraven, verbergen, wegvoeren, wegmaken met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden te verhelen.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Vordering benadeelde partij [benadeelde] (feit 1 subsidiair)

Wijst de vordering van [benadeelde] toe tot € 1.420,00 (veertienhonderdtwintig euro).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde] voornoemd, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 20 augustus 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 768,00 (zevenhonderdachtenzestig euro).

Wijst de overige gevorderde proceskosten af.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde] aan de Staat

€ 1.420,00 (veertienhonderdtwintig euro) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 24 dagen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 20 augustus 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening,. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen met betrekking tot de schade van [benadeelde] heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Vordering benadeelde partij [dochter] (feit 1subsidiair)

Wijst de vordering van [dochter] toe tot € 6.527,24 (zesduizend vijfhonderdzevenentwintig euro en vierentwintig eurocent).

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde] voornoemd, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 augustus 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 196,00 (honderdzesennegentig euro).

Wijst de overige gevorderde proceskosten af.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [dochter] aan de Staat

€ 6.527,24 (zesduizend vijfhonderdzevenentwintig euro en vierentwintig eurocent) te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 67 dagen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 augustus 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening,. De toepassing van die hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van genoemde betalingsverplichtingen met betrekking tot de schade van [dochter] heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Beslag

Gelast de teruggave aan de rechthebbenden van:

  • -

    oranje veiligheidshesje (283380);

  • -

    schoenen (vier stuks) (283376);

  • -

    groene plastic tas (283384);

  • -

    blauwe werkjas (2 stuks) (283377);

  • -

    werkhandschoenen (4 paar) (283378);

  • -

    werkbroeken met reflectiestrepen (2 stuks) (283375);

  • -

    veiligheidsbrillen (3 stuks) (283382);

  • -

    brief van Vodafone (283305);

  • -

    telefoontoestel Nokia Lumia (zwart) (289113);

  • -

    telefoontoestel Nokia (wit) (289099);

  • -

    telefoontoestel Nokia X3 (zwart) (283306);

  • -

    telefoontoestel Samsung S5 mini (zwart) (289082);

  • -

    telefoontoestel Nokia Xpressmusic (zwart) (283373);

  • -

    stofzuiger (1508488).

Gelast de teruggave aan de nabestaanden van [slachtoffer] van:

- een telefoontoestel Samsung Grand Neo (zwart) (289955).

Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. de Stigter, voorzitter, mr. J.M. Eelkema en

mr. R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 augustus 2016.

BIJLAGE: De tenlastelegging

1.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 5 augustus 2015 te

Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk en met

voorbedachte rade, althans opzettelijk, [slachtoffer] van het leven

heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig

overleg, althans opzettelijk, (meermalen) (telkens) (met kracht) tegen/op de

romp van die [slachtoffer] , althans tegen/op het lichaam, geslagen en/of

gestompt en/of (met geschoeide voet(en)) getrapt en/of geschopt, althans één

of meer vormen van geweld en/of geweldshandelingen op (de romp van) die [slachtoffer]

Geraldino toegepast/uitgeoefend, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 5 augustus 2015 te

Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, aan een persoon

genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten

een dubbelzijdige klaplong en/of meerdere ribfracturen en/of perforatie van

de borstvliezen en/of perforatie van de rechterleverkwab) heeft toegebracht,

door opzettelijk (meermalen) (telkens) (met kracht) tegen/op de romp van die

[slachtoffer] , althans tegen/op het lichaam van die [slachtoffer] , te

slaan en/of te stompen en/of (met geschoeide voet(en)) te trappen en/of te

schoppen, althans één of meer vormen van geweld en/of geweldshandelingen op

(de romp van) die [slachtoffer] toe te passen en/of uit te oefenen, terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 5 augustus 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door haar (meermalen) (telkens) (met kracht) tegen/op de romp, althans tegen/op het lichaam, te slaan en/of te stompen en/of met geschoeide voet(en)) te trappen en/of te schoppen, althans één of meer vormen van geweld en/of geweldshandelingen op (de romp van) die [slachtoffer] toe te passen en/of uit te oefenen, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2015 tot en met 5 augustus 2015 te

Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, het lijk van [slachtoffer]

[slachtoffer] heeft begraven en/of verborgen en/of weggevoerd en/of

weggemaakt, met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden

van die [slachtoffer] te verhelen, immers heeft hij, verdachte,

- het lijk van die [slachtoffer] vervoerd en/of

- het lijk van die [slachtoffer] begraven in een grafkuil, althans in een bebost perceel;

art 151 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 589.

3 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 590.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 589.

5 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 587.

6 Het proces-verbaal camerabeelden Schiphol van 8 augustus 2015, pagina 627.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 oktober 2015, pagina 792.

8 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 oktober 2015, pagina 794.

9 Het proces-verbaal camerabeelden ProRail van8 augustus 2015, pagina 638.

10 Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2015, pagina 632.

11 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2015, pagina 580.

12 Het proces-verbaal van bevindingen van 10 augustus 2015, pagina 633.

13 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 586.

14 Het proces-verbaal van bevindingen pizzeria Domino’s van 8 oktober2015, pagina 783.

15 De verklaring van verdachte van 6 augustus 2015, pagina 143.

16 Het proces-verbaal van bevindingen pizzeria Domino’s van 8 oktober2015, pagina 783.

17 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 586.

18 De verklaring van verdachte van 6 augustus 2015, pagina 141.

19 De verklaring van verdachte van 6 augustus 2015, pagina 143.

20 De verklaring van verdachte van 6 augustus 2015, pagina 145.

21 De verklaring van verdachte van 6 augustus 2015, pagina 190.

22 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 587.

23 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2015, pagina 580.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2015, pagina 581.

25 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 585.

26 Het proces-verbaal van bevindingen van 19 oktober 2015, pagina 791.

27 Het proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2015, pagina 1434.

28 Het proces-verbaal van bevindingen van 5 augustus 2015, pagina 590.

29 De verklaring van [dochter] 21 augustus 2015, pagina 1422.

30 Het proces-verbaal Coördinator Plaats Delict van 21 september 2015, pagina 89, dossier Forensisch Onderzoek.

31 Het proces-verbaal van aangifte van lijkvinding van 20 augustus 2015, pagina 623.

32 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 795.

33 Het proces-verbaal van onderzoek van Forensische Opsporing van 24 februari 2016, pagina 1.

34 De verklaring van getuige [getuige 1] van 9 augustus 2015, pagina 1584.

35 De verklaring van getuige [getuige 1] van 9 augustus 2015, pagina 1585.

36 De verklaring van getuige [getuige 1] van 9 augustus 2015, pagina 1586.

37 De verklaring van getuige [getuige 1] van 9 augustus 2015, pagina 1586.

38 De verklaring van getuige [getuige 1] van 9 augustus 2015, pagina 1587.

39 De verklaring van getuige [getuige 1] van 9 augustus 2015, pagina 1588.

40 De verklaring van getuige [getuige 1] van 9 augustus 2015, pagina 1594.

41 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood van 29 december 2015, pagina 225, dossier Forensisch Onderzoek.

42 Het schriftelijke bescheid, te weten: bijlage 1 bij het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood van 29 december 2015, pagina 230, dossier Forensisch Onderzoek.

43 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood van 29 december 2015, pagina 226, dossier Forensisch Onderzoek.

44 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood van 29 december 2015, pagina 226, dossier Forensisch Onderzoek.

45 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood van 29 december 2015, pagina 226, dossier Forensisch Onderzoek.

46 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief inhoudende beantwoording aanvullende vragen van 9 juni 2016 door A. Maes, arts en patholoog, pagina 3.

47 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief beantwoording nadere vragen van 9 juni 2016 van D. Botter, forensisch arts, pagina 2.

48 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief beantwoording nadere vragen van 9 juni 2016 van D. Botter, forensisch arts, pagina 2.

49 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief inhoudende beantwoording aanvullende vragen van 9 juni 2016 door A. Maes, arts en patholoog, pagina 2.

50 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief beantwoording nadere vragen van 9 juni 2016 van D. Botter, forensisch arts, pagina 3.

51 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief beantwoording nadere vragen van 9 juni 2016 van D. Botter, forensisch arts, pagina 3.

52 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief inhoudende beantwoording aanvullende vragen van 9 juni 2016 door A. Maes, arts en patholoog, pagina 3.

53 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief inhoudende beantwoording aanvullende vragen van 9 juni 2016 door A. Maes, arts en patholoog, pagina 3.

54 Het schriftelijke bescheid, te weten: de brief van 18 april 2016 van D. Botter, forensisch arts, pagina 3.

55 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 19 augustus 2015, pagina 52, dossier Forensische Opsporing.

56 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 19 augustus 2015, pagina 54 en 55, dossier Forensische Opsporing.

57 Het schriftelijke bescheid, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 18 november 2015, pagina 310, dossier Forensische Opsporing.

58 Het schriftelijke bescheid, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 9 november 2015, pagina 337, dossier Forensische Opsporing.

59 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 november 2015, pagina 496, dossier Forensische Opsporing.

60 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 26 november 2015, pagina 498, dossier Forensische Opsporing.

61 De verklaring van verdachte van 10 augustus 2015, pagina 272.

62 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse, pagina 851.

63 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse, pagina 851.

64 Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 926.

65 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 10 augustus 2015, pagina 598.

66 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse tijdlijn telecom, pagina 930.

67 Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 928.

68 Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 926 en 927.

69 Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 927.

70 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse, pagina 852.

71 Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 926.

72 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse, pagina 852.

73 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse, pagina 852.

74 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse tijdlijn telecom, pagina 930 en 932.

75 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse tijdlijn telecom, pagina 935.

76 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse, pagina 852.

77 Het proces-verbaal van bevindingen van 8 augustus 2015, pagina 637.

78 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse tijdlijn telecom, pagina 937 en 938.

79 Het schriftelijke bescheid, te weten: de telecomanalyse tijdlijn telecom, pagina 940 en 941.

80 Het schriftelijke bescheid, te weten de schermafdruk van een WhatsApp-gesprek van 5 augustus 2015, pagina 924.

81 Het schriftelijke bescheid, te weten: de vertaling van WhatsApp-berichten, pagina 1823.

82 Het schriftelijke bescheid, te weten: de vertaling van het Spaanse verhoor van getuige [getuige 3] , pagina 1671.

83 Het schriftelijke bescheid, te weten: de vertaling van het Spaanse verhoor van getuige [getuige 3] , pagina 1673.

84 Het proces-verbaal van bevindingen van 4 december 2015, pagina 921.

85 De verklaring van verdachte van 10 augustus 2015, pagina 271.

86 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 10 augustus 2015, pagina 29 tot en met 31, dossier Forensische Opsporing.

87 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 10 augustus 2015, pagina 31, dossier Forensische Opsporing.

88 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 september 2015, pagina 326, dossier Forensische Opsporing.

89 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 september 2015, pagina 327, dossier Forensische Opsporing.

90 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 14 augustus 2015, pagina 88, dossier Forensische Opsporing.

91 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 september 2015, pagina 326, dossier Forensische Opsporing.

92 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 1 september 2015, pagina 262 en 263, dossier Forensische Opsporing.

93 Het proces-verbaal van sporenonderzoek van 10 september 2015, pagina 97, dossier Forensische Opsporing.

94 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 17 september 2015, pagina 153, Forensisch Dossier.

95 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 februari 2016, pagina 407, dossier Forensische Opsporing.

96 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 10 februari 2016, pagina 407, dossier Forensische Opsporing.