Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4673

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-08-2016
Datum publicatie
23-08-2016
Zaaknummer
16.660146-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 25-jarige man uit Hilversum wordt veroordeeld voor het maken, bezitten en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen in 2013 van een toen 17-jarige slachtoffer. Daarnaast wordt hij veroordeeld voor het inbreken op het Facebookaccount van het slachtoffer. De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met de leeftijd van de verdachte en het tijdsverloop tussen de feiten en de behandeling van de strafzaak. De rechtbank veroordeelt de man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 120 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onder redactie van mr. M. van der Linden en mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij annotatie in IR 2016/163, UDH:IR/13838

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16.660146-14 (P)

Uitspraak: 23 augustus 2016

Vonnis van de meervoudige kamer van 23 augustus 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1991] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres]

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 9 augustus 2016, waarbij de verdachte, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. Leepel.

2 DE TENLASTELEGGING

Vordering wijziging tenlastelegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 9 augustus 2016 een vordering wijziging tenlastelegging ingediend.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de gevorderde wijziging van de tenlastelegging in de kern om dezelfde ten laste gelegde feiten gaat, als welke stonden vermeld op de originele dagvaarding. Verdachte is over deze feiten bij gelegenheid van zijn verhoor van 17 september 2014 ook gehoord. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat de wijziging van dusdanig ondergeschikte aard is, dat verdachte door het achterwege laten van een kennisgeving van die wijziging, redelijkerwijs niet in zijn verdediging is geschaad.

De verdachte is, na wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 2 april 2014 te Hilversum en/of te Huizen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) een hoeveelheid afbeelding(en), te weten (een) (aantal) (digitale) foto('s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten een telefoon) heeft verworven en/of in bezit gehad en/of heeft verspreid en/of openlijk tentoongesteld ( -telkens- door het plaatsen op internetsite Facebook)

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , (geboren op [1996] ) was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal penetreren (met de penis) van het lichaam van die [slachtoffer]

(fotomap p. 13, foto 128 en/of 129 en/of 130)

en/of

het betasten en/of aanraken van de borst(en) van die [slachtoffer] (met (een) vinger(s)/hand),

(fotomap p. 6, foto 54 en/of 55)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer] , terwijl door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(fotomap p. 10, foto 98 en/of 100 en/of p. 16, foto 165)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 2 april 2014 te Hilversum en/of te Huizen, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) een hoeveelheid afbeelding(en), te weten (een) (aantal) (digitale) foto('s)

heeft vervaardigd

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , (geboren op [1996] ) was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer] , terwijl door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(fotomap p. 1, foto 9 en/of p. 4, foto 40, p. 5, foto 52)

en/of

het met de mond open (laten) poseren van die [slachtoffer] , terwijl in haar (open) mond een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(PV bevindingen afbeeldingen in fotomap, foto 2)

3.

hij op of omstreeks 01 april 2014 te Huizen opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken, te weten de facebookaccount van [slachtoffer] , of in een deel daarvan, is binnengedrongen.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard hetgeen aan verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd.

Het oordeel van de rechtbank

De beslissing dat het hierna bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en onderlinge samenhang beschouwd. Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.1

Met betrekking tot het onder 1. en 3. bewezen verklaarde:

Het proces-verbaal van aangifte

Op 30 april 2014 heeft aangeefster [slachtoffer] aangifte gedaan. Het onderliggende proces-verbaal van aangifte houdt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - het volgende in:

V - Vraag van de verbalisant.

A = Antwoord van aangeefster.

O = Opmerking of aanvulling verbalisant.

V: Hoe lang heeft de relatie met [verdachte] geduurd?

A: Van 29 november 2013 tot 14 februari 2014.

V: Waar spraken jullie af?

A: Ik ging altijd naar zijn huis.

V: Hoe zat het met seks?

A: We zoenden en hadden soms wel seks. We gingen met elkaar naar bed.

V: Je hebt net verteld dat er foto’s zijn gemaakt, vertel daar eens over?

A: Ik moest naaktfoto’s naar hem sturen als teken dat ik van hem hield, maar ook als ik dat niet zou doen dan zou er wat gebeuren met mij of met mijn ouders. Toen heb ik die foto’s maar gestuurd. Ik maakte de foto’s met mijn eigen telefoon, een IPhone. Ik stuurde die foto’s via WhatsApp naar [verdachte] .

V: Wat voor soort foto’s waren dit?

A: Voor de spiegel, dat ik op bed lag van bovenaf, allemaal zonder kleren, dat ik met mijn benen wijd moest liggen en een foto van onderen moest maken. Ik maakte die foto’s zelf.

V: Hoe oud was je toen?

A: 17. De eerste foto was in 2013.

V: Je hebt al het een en ander verteld over je Facebookaccount. Zou je dit nog eens willen vertellen?

A: Mijn eerste Facebookaccount, daar kon in ineens niet meer in. Er stond dit account bestaat niet meer. Toen dacht ik bij mezelf, dan maak ik wel een nieuw account aan. Toen die foto’s erop stonden op 1 april (rechtbank: 2014), wilde ik inloggen om die foto’s eraf te halen met het wachtwoord dat ik toen had, maar dat kon niet.

V: Wanneer heb je het tweede Facebookaccount aangemaakt?

A: Dat was 2 weken voor 1 april 2014.

V: Wat was je gebruikersnaam en wachtwoord?

A: [e-mail] .com en wachtwoord: [wachtwoord] .

V: Oké, je vertelt dat je account weer gehackt is en dat er foto’s zijn verschenen op jouw account. Wat voor foto’s waren dit?

A: Eén selfie van naaktfoto’s dat ik voor de make-upspiegel sta, die heb ik zelf gestuurd. De andere waren foto’s naakt op zijn bed van mij. Ik denk dat [verdachte] deze foto’s heeft gemaakt. Hij was als enige op die kamer. Ik herken zijn dekbed op die foto’s. Het was een dekbed, wit met zwarte sterren en dat dekbed lag weleens op zijn bed als ik bij hem was.

O: Verbalisanten tonen een papier, welke aangeefster bij de eerste melding heeft afgegeven aan de politie, waar naaktfoto’s op staan van aangeefster.

V: Als we de foto’s nummeren van 1 tot en met 5. Zou je kunnen vertellen welke foto’s je kent?

A: nr. 1: die heb ik zelf gemaakt, dat is die selfie waar ik zojuist over sprak.

nr. 2: dat is op zijn kamer, ik herken het dekbed met de sterren.

nr. 3, is ook op zijn kamer, ik zie hetzelfde dekbed.

V: We zien in de rechter onder hoek iets huidkleurigs, wat is dat?

A: Zijn knieën. We waren altijd met zijn tweeën op zijn kamer.

nr. 4. Dat is dezelfde als nr. 2.

nr. 5. Dat was op zijn kamer en die heeft hij naar mijn moeder gestuurd. [A] staat erboven. Mijn zusje had die foto ontdekt op mijn Facebook. Zij heeft het tegen mijn moeder gezegd. Zij wilde het niet zien en ze heeft mij toen opgehaald van stage en toen ik thuiskwam, heeft mijn moeder de IPad aan mijn vader gegeven en toen ben ik met mijn vader naar het politiebureau gegaan. Mijn oom heeft later prints van de foto’s gemaakt. Toen ik terugkwam van het politiebureau, bleek dat er een foto op mijn moeders Facebook stond op de tijdlijn, dit was foto nr. 5.

V: Hoe vaak heb je nog contact gehad met [verdachte] nadat het uit was?

A: Nadat het uit was hebben we afgesproken dat we vrienden zouden blijven, dus appten we ook gewoon met elkaar tot 21 maart 2014 toen begon hij te dreigen. Toen heeft hij een sms-je naar mij gestuurd “Als je nu niet reageert, dan zij de konsekwenties voor jou en wordt je leven een hel”.

V: Hoe kwam dat?

A: Hij zeurde steeds dat hij me miste en dat hij met me door wilde gaan en ik antwoordde dat het niet meer werkte tussen ons. Ik heb hem toen op een gegeven moment geblokkeerd op WhatsApp en toen kreeg ik dat sms-je. Hierna heb ik hem helemaal geblokkeerd op mijn telefoon. Hierna heb ik niets meer van hem gehoord tot 1 april toen die foto’s verschenen op mijn Facebook en toen werd er ook anoniem gebeld, en ‘he’ hoorde en aan zijn stem hoorde ik dat hij het was. Toen ik niet meer opnam, heeft hij 1x naar de huistelefoon gebeld. Papa heeft toen de telefoon opgepakt en toen zei [verdachte] : ”dit is nog maar het begin”. Mijn vader geeft contact met [verdachte] zijn vader gehad. Op advies van de politie wilden we de ouders van [verdachte] vragen om de foto’s te verwijderen. Via internet kwam ik achter het telefoonnummer van [verdachte] z’n stiefmoeder, mijn vader heeft haar gebeld en zij heeft de vader van [verdachte] gebeld. 2 uur later waren de foto’s van mijn Facebook. 2

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1]

De oom van aangeefster [slachtoffer] , [getuige 1] heeft op 4 juni 2014 een verklaring als getuige afgelegd. Het proces-verbaal van verhoor houdt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - als verklaring van getuige [getuige 1] het navolgende in:

V: U noemt Facebook, wat is daarmee?

A: Daarop zijn foto’s gepubliceerd. Ik heb ze gezien helaas. Dat is echt pornografie.

V: Wat stond er allemaal op?

A: Er was een profielfoto waarin ze als een soort van uitnodigende prostituee in beeld was. Op de pagina stonden foto’s met pornografische poses.

V: Hoeveel foto’s heeft u gezien?

A: Ik denk 6 en de zevende op de pagina van mijn zus.

V: Probeer eens te omschrijven wat je precies zag op de foto’s?

A: Een foto daarop was ze te zien als op haar zij liggend op het bed, naakt. Eén foto waarop zij op bed ligt, zoals je bij de gynaecoloog gaat liggen met daarop het geslachtsdeel van [slachtoffer] , haar vagina. Een foto waarop [slachtoffer] zichtbaar is met haar mond open, waarop duidelijk zaad op haar tong lag. Een foto waar dat ook zo was, maar dan zonder zaad. 3

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4]

Op 30 juli 2014 heeft de vader van aangeefster, [getuige 4] , een verklaring afgelegd als getuige. Het proces-verbaal van verhoor getuige vermeldt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - het navolgende:

A: Om 13.00 uur kwam ik thuis van het werk. Er stond een neef van mij met de vriend van een nicht voor de deur. Ze zeiden tegen mij: “oom [getuige 4] , er staan vreselijke foto’s van [slachtoffer] op Facebook”. Toen is er nog een aantal keren anoniem gebeld door de persoon die de foto’s op internet heeft gezet.

V: Hoe weet u wie dat was?

A: Dat hoorde ik aan zijn stem. Toen ik zijn vader gebeld had. Die belde mij later terug en zei tegen mij als het goed is, zijn die foto’s er nu af. Toen we gingen kijken, waren die ook verwijderd. Daarom weet ik heel goed wie die persoon is. Ik heb het over [verdachte] junior. 4

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2]

De vader van verdachte, [getuige 2] , heeft op 23 oktober 2014 een verklaring afgelegd als getuige. Het proces-verbaal van verhoor getuige houdt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - het navolgende in:

De ouders van [slachtoffer] hebben mij naaktfoto’s laten zien. Ik schrok hiervan. Ik heb daarna met [verdachte] (rechtbank: verdachte) gesproken. Ik zei: hoe kan je dit soort dingen doen, hoe haal je het in je hoofd? Hij zei: ik had ruzie met haar vader en wilde haar vader beschadigen. Ik zei: je beschadigt niet haar vader maar je beschadigt dat meisje haar leven lang. [verdachte] vond het raar dat ik zo dacht. Hij gaf toe dat hij haar facebookwachtwoord had gekraakt. Ik zei hoe kan je dat nou doen en toen zei hij weer dat hij dat voor haar vader had gedaan.5

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3]

De vriendin van [getuige 2] senior, [getuige 3] , heeft op 23 oktober 2014 ook een verklaring afgelegd. Het proces-verbaal van verhoor getuige houdt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - het navolgende in:

A: We hebben de ouders van [slachtoffer] hun verhaal laten doen. Toen kwamen ze met die foto’s aan.

Ik vond het echt verschrikkelijk, want het waren foto’s die niet bij haar pasten. [slachtoffer] was in tranen.

We hebben het er wel met junior (rechtbank: verdachte [verdachte] ) over gehad en hij zei dat het de schuld was van meneer [getuige 4] . Volgens mij heeft hij ook nog gezegd dat hij het gedaan had om ze te pesten maar dat weet ik echt niet meer zeker.

V: Hoe reageerde junior op jullie gesprek?

A: Nou dat het allemaal niet zijn schuld was maar dat hij wel die foto’s had gemaakt.

V: Heeft hij nog iets gezegd over hoe die foto’s op Facebook terecht zijn gekomen?

A: Hij heeft toegegeven dat hij haar Facebook had gehackt en die foto’s erop gezet heeft. 6

Het proces-verbaal van terechtzitting eerste aanleg van 9 augustus 2016

De rechtbank heeft steekproefsgewijs kennisgenomen van de zich in het dossier bevindende fotomap met daarin opgenomen pornografische afbeeldingen. Het proces-verbaal van terechtzitting van 9 augustus 2016 houdt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - als eigen waarneming van de rechtbank het navolgende in:

De officier van justitie legt desgevraagd over de fotomap met daarin opgenomen meerdere afbeeldingen. De rechtbank neemt ten eerste waar dat op de afbeeldingen telkens hetzelfde meisje staat afgebeeld, als ook is te zien op dossierpagina 069. Het meisje op dossierpagina 069 is aangeefster [slachtoffer] . De rechtbank neemt voorts waar enkele afbeeldingen (met name die zoals genoemd in de tenlastelegging), waarop is te zien dat het bedoelde meisje met een penis in haar mond staat afgebeeld. Daarnaast neemt de rechtbank waar een afbeelding, waarop is te zien dat het bedoelde meisje een hand van een ander op haar borst/borsten heeft liggen. Tot slot neemt de rechtbank waar een afbeelding, waarop het meisje is te zien, terwijl in haar mond een op sperma lijkende substantie zichtbaar is. 7

Het proces-verbaal bevindingen telefoon [verdachte]

Uit onderzoek is gebleken dat zich meerdere naaktfoto’s van aangeefster [slachtoffer] op de telefoon van verdachte bevinden. Het proces-verbaal van bevindingen houdt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - het navolgende in:

Kinderporno selecteur [verbalisant 1] heeft een aantal afbeeldingen aangemerkt als kinderporno.

Kinderpornografische afbeeldingen:

65 afbeeldingen waarbij [slachtoffer] voor de spiegel staat en een foto van zichzelf maakt met kleding, zonder kleding of met haar T-shirt omhoog. Hierbij zijn haar borst/borsten zichtbaar.

29 afbeeldingen waarbij [slachtoffer] op bed ligt, waarbij een foto is gemaakt waarbij zij geheel bloot op bed ligt met de benen wijd en haar geslachtsdeel (vagina) in beeld is.

41 afbeeldingen, waarbij zij met verdachte [verdachte] bloot tegen elkaar liggen waarbij al dan niet haar blote borst/borsten worden vastgehouden door een hand.

13 afbeeldingen waarbij [slachtoffer] haar T-shirt omhooghoudt waarbij haar blote borst/borsten zichtbaar zijn.

3 afbeeldingen waarbij [slachtoffer] bloot op bed zit en voorovergebogen met haar mond om vermoedelijk een penis zit. Op de voorgrond zie je een tweede persoon liggen op zijn rug. Je ziet een buik met een navel en de zojuist genoemde penis in stijve stand omhoog staan.

6 afbeeldingen waarbij [slachtoffer] geheel bloot op haar rechterzij ligt en de camera in kijkt. Hierbij zijn haar borsten en onderbuik in beeld.

10 afbeeldingen waarbij [slachtoffer] bloot op bed ligt, waarbij haar borsten en gezicht in beeld zijn.

De bovengenoemde afbeeldingen betreffen dus afbeeldingen van [slachtoffer] , geboren op [1996] , ze heeft de leeftijd van 18 jaren nog niet bereikt.

De beoordeling of een afbeelding al dan niet pornografisch is, is door [verbalisant 1] verricht met gebruikmaking van de criteria zoals opgenomen in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht, de op dit punt geldende jurisprudentie en de Aanwijzing kinderpornografie van het Collegae van procureurs-generaal, waarbij deze criteria nader zijn uitgewerkt. 8

Het proces-verbaal van bevindingen

Op 7 oktober 2014 heeft verbalisant [verbalisant 1] nog een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt met daarin opgenomen - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - het navolgende:

Op dinsdag 7 oktober 2014 is door verbalisant [verbalisant 1] de telefoon van verdachte [getuige 2] uitgelezen. Hierbij kwam het contact [slachtoffer] naar voren.

Bij dit contact staat haar e-mailadres genoemd, namelijk: [e-mail] .com en [e-mail] com en als opmerking: “ [wachtwoord] ”.

Uit de aangifte van [slachtoffer] blijkt dat haar wachtwoord bij haar e-mailaccount: [e-mail] .com “ [wachtwoord] ”is. Dit wachtwoord gebruikt zij ook voor haar Facebooksite, twitter, school en andere sites.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte]

Verdachte is op 29 september 2014 gehoord. Het proces-verbaal van verhoor verdachte houdt - voor zover relevant en zakelijk weergegeven - het navolgende in.

A: Ze is 17, ze was 17.

V: Wat is kinderporno volgens jou?

A: Ik weet dat het bij jullie tot de leeftijd tot 18 gaat.

V: Hoe kon je die foto’s zien op haar Facebook?

A: Ik ging met mijn account naar haar account en ik zag de foto’s.

V: Hoe zagen die foto’s eruit?

A: Dat waren naaktfoto’s. Dat ze op mijn bed lag.

V: [slachtoffer] heeft verklaard dat jij toen het uit was tussen jullie en zij niet meer op WhatsApp reageerde, jij een app gestuurd zou hebben met de volgende tekst: “als jij nu niet reageert op WhatsApp of sms, dan zijn de consequenties voor jou en zorg ik ervoor dat de rest van je leven een hel wordt”. Wat is jouw reactie daarop?

A: Als dat via WhatsApp gestuurd is, dan kan ik dat wel gestuurd hebben. Als je boos bent op elkaar dan zal ik dat wel gezegd hebben. 9

Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en onderlinge samenhang beschouwd, stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan, dan dat het verdachte is geweest die zich op 1 april 2014 wederrechtelijk toegang heeft verschaft tot het Facebookaccount van aangeefster en daarbij meerdere pornografische afbeeldingen van haar heeft gepubliceerd, terwijl hij wist dat zij de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt. Uit de verklaringen van de vader van verdachte en [getuige 3] blijkt dat verdachte heeft toegegeven het Facebookaccount van aangeefster te hebben gehackt en de foto’s van aangeefster op dat account te hebben geplaatst. Gelet hierop acht de rechtbank de ter zake ontkennende verklaringen van verdachte ongeloofwaardig en gaat zij daaraan voorbij.

Met betrekking tot het onder 2 bewezen verklaarde:

Gelet op de bekennende verklaringen van verdachte afgelegd bij de politie op 17 september 2014 zal de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

het proces-verbaal van verhoor verdachte van 17 september 2014, dossierpagina’s 21 t/m 53.

het proces-verbaal uitlezen mobiele telefoon van 29 september 2014, dossierpagina’s 055 tot en met 059;

het proces-verbaal bevindingen telefoon [verdachte] van 8 oktober 2014, dossierpagina’s 060 tot en met 062;

het proces-verbaal van terechtzitting eerste aanleg van 9 augustus 2016.

5 DE BEWEZENVERKLARING

Op grond van de hiervoor opgegeven bewijsmiddelen (waarnaar wordt verwezen in de voetnoten), alsmede haar bijzondere overwegingen omtrent het bewijs, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij in de periode van 29 november 2013 tot en met 2 april 2014 te Hilversum en te Huizen, telkens een hoeveelheid afbeeldingen, te weten een aantal digitale foto's, in bezit heeft gehad en openlijk heeft tentoongesteld (door het telkens plaatsen op internetsite Facebook) terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , (geboren op [1996] ) was betrokken

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal penetreren met de penis van het lichaam van die [slachtoffer] en

het betasten van de borsten van die [slachtoffer] (met een hand) en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer] , terwijl door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen of borsten of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling.

2.

hij in de periode van 29 november 2013 tot en met 2 april 2014 te Hilversum en/of te Huizen meermalen, een hoeveelheid afbeeldingen, te weten een aantal digitale foto's

heeft vervaardigd

terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer] , (geboren op [1996] ) was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt laten poseren van die [slachtoffer] , terwijl door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en/of strekken tot seksuele prikkeling en

het met de mond open laten poseren van die [slachtoffer] , terwijl in haar open mond een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

3.

hij op 01 april 2014 te Huizen opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerde werk, te weten het Facebookaccount van [slachtoffer] is binnengedrongen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd, dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 DE STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZEN VERKLAARDE

Het onder 1. bewezen verklaarde levert op:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben en openlijk tentoonstellen, meermalen gepleegd.

Het onder 2. bewezen verklaarde levert op:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen, meermalen gepleegd.

Het onder 3. bewezen verklaarde levert op:

computervredebreuk.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

7 DE STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

8 DE STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte ter zake van het onder 1, 2, en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Hierbij heeft de rechtbank in het bijzonder acht geslagen op:

  • -

    de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte met zijn bewezen verklaarde handelen ernstig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer;

  • -

    de omstandigheid dat verdachte met de bewezenverklaarde handelingen het vertrouwen van het slachtoffer op ernstig wijze heeft geschonden en

  • -

    de omstandigheid verdachte blijkens het hem betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 11 juli 2016 reeds eerder ter zake van strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld;

  • -

    de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet hierop in beginsel niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank is echter van oordeel dat de op te leggen gevangenisstraf in geheel voorwaardelijke vorm dient te worden opgelegd. Hierbij heeft de rechtbank met name acht geslagen op de leeftijd van verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten (22 jaar), de omstandigheid dat hij niet eerder voor een soortgelijk delict is veroordeeld en het tijdsverloop tussen de bewezen verklaarde feiten en het onderzoek ter terechtzitting,

Met oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder een en ander is begaan, aan verdachte daarnaast een taakstraf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

Wat betreft de hoogte van de op te leggen straffen is door het rechtbank aansluiting gezocht bij de straffen die worden opgelegd in gevallen die - enigszins - vergelijkbaar zijn met de onderhavige zaak. Hierbij heeft de rechtbank ten nadele van verdachte acht geslagen op de relatief grote hoeveelheid (kinder)pornografische afbeeldingen die verdachte van het jeugdige slachtoffer in zijn bezit had en de omstandigheid dat hij het vertrouwen van het slachtoffer op grove wijze heeft beschaamd door in te breken op het Facebookaccount van aangeefster en het publiceren van diverse compromitterende afbeeldingen van aangeefster. Als gevolg van dit handelen valt niet uit te sluiten dat aangeefster tot in lengte der dagen kan worden geconfronteerd met de afbeeldingen die van haar in privésfeer zijn gemaakt.

In strafmatigende zin heeft de rechtbank acht geslagen op het zeer ruime tijdsverloop vanaf het moment dat de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd (vanaf eind november 2013) en de verdachte daarover is verhoord (september 2014) tot aan het moment dat de onderhavige strafzaak ter terechtzitting is behandeld (augustus 2016).

Alles overziende acht het rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, alsmede een taakstraf voor de duur van 120 uren (subsidiair 60 dagen hechtenis) passend en geboden.

De rechtbank komt op grond van de hiervoor weergegeven overwegingen tot een strafoplegging die afwijkt van de straf die door het openbaar ministerie is gevorderd.

9 DE VORDERING VAN DE BENADEELDE PARTIJ

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich voor aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij gevoegd in het geding. De benadeelde partij heeft op 10 februari 2016 een vordering ingediend strekkende tot vergoeding van immateriële schade tot het bedrag van EUR 570,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De benadeelde partij heeft voormelde vordering blijkens het schadevergoedingsformulier van 2 augustus 2016 aangepast. De hoogte van de geleden schade wordt door de benadeelde partij nu begroot op het bedrag van EUR 1.500,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot laatstgenoemd bedrag.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij volledig zal worden toegewezen tot het bedrag van EUR 1.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot voormeld bedrag.

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als rechtstreeks gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. Dit bedrag kan in billijkheid worden vastgesteld op het gevorderde bedrag van EUR 1.500,- , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

De rechtbank ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

De verdachte zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding tot op heden begroot op nihil.

10 DE TOEPASSELIJKHEID VAN DE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 138ab en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze bepalingen luidden ten tijde van de bewezen verklaarde feiten.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven.

- verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd, dan hierboven onder 1, 2 en 3 is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zodanig als hierboven onder 6 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

- bepaalt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren.

- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht, de taakstraf wordt vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf.

Benadeelde partij [slachtoffer]

- wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van EUR 1.500,- (vijftienhonderd euro) bestaande uit immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

- bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

- verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

- legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van EUR 1.500,- (vijftienhonderd euro) bestaande uit immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

- bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 1 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.F. Haeck, voorzitter,

mr. M.N. Noorman en mr. W.S. Ludwig, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.P. Sampat, griffier,

en op 23 augustus 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 Hierna wordt, voor zover niet anders vermeld, telkens verwezen naar op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, zoals opgenomen in het dossier van de politie Gooi en Vechtstreek, divisie Opsporing, Jeugd en Zedenzaken, met dossiernummer: PL1400-2014012756, in de wettelijke vorm opgemaakt en gesloten op 23 oktober 2014 door [verbalisant 2] (brigadier van politie) en opgenomen op de doorgenummerde dossierpagina’s 0001 tot en met 0189.

2 Het proces-verbaal van aangifte van 30 april 2014, dossierpagina’s 089 t/m 106.

3 Het proces-verbaal van verhoor getuige van 4 juni 2014, dossierpagina’s 124 t/m 131.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige van 30 juli 2014, dossierpagina’s 138 t/m 145.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige van 23 oktober 2014, dossierpagina’s 146 t/m 150.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige van 23 oktober 2014, dossierpagina’s 151 t/m 153.

7 Het proces-verbaal van terechtzitting eerste aanleg van 9 augustus 2016.

8 Het proces-verbaal bevindingen telefoon [verdachte] van 8 oktober 2014, dossierpagina’s 060 tot en met 062.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 17 september 2014, dossierpagina’s 21 t/m 53.