Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4653

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-08-2016
Datum publicatie
23-08-2016
Zaaknummer
16/705226-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heropent het onderzoek omdat het dossier onvolledig is. De rechtbank draagt de officier van justitie op om - voor zover die er zijn - stukken toe te voegen over de DNA-afname van de verdachte. Het onderzoek wordt aangehouden tot 16 oktober 2016.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/705226-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 23 augustus 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1996] ,

ingeschreven in de basisadministratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 3 december 2014 te Mijdrecht samen met (een) ander(en) met geweld een geldkistje met daarin een geldbedrag van (ongeveer) 500 euro heeft gestolen van [cafetaria] en/of [benadeelde] .

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Heropening van het onderzoek

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de DNA-resultaten moeten worden uitgesloten van het bewijs. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat zij tijdig aan het Openbaar Ministerie heeft gevraagd om de stukken aan het dossier toe te voegen waaruit blijkt dat verdachte toestemming heeft gegeven voor DNA-afname en de separate toestemming van verdachte voor afname door een opsporingsambtenaar. Die stukken zijn echter nooit ontvangen en ook niet aan het dossier toegevoegd. Nu aangenomen moet worden dat die stukken er niet zijn, is de afname van het wangslijm van verdachte onrechtmatig, want in strijd met artikel 151b lid 4 Wetboek van Strafvordering en artikel 2 Besluit DNA-onderzoek in strafzaken. Voorts is er volgens de verdediging om die reden sprake van een inbreuk op artikel 8 EVRM.

Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de methode die door Verilabs is gebruikt bij de DNA-analyse niet was geaccrediteerd. Dit blijkt volgens de verdediging uit een opmerking in het rapport van Verilabs op pagina 131 van het dossier. Dit is volgens de verdediging onrechtmatig, gelet op artikel 9 lid 2 van het Besluit DNA-onderzoeken in strafzaken. Ook om die reden dienen de resultaten van het DNA-onderzoek in deze zaak buiten beschouwing gelaten te worden, aldus de verdediging. Subsidiair heeft de verdediging bewijsuitsluiting bepleit op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering, vanwege een onherstelbaar vormverzuim in het vooronderzoek.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen twijfel over bestaat dat verdachte toestemming heeft gegeven om zijn DNA-materiaal af te nemen. De officier van justitie heeft daarbij verwezen naar het verhoor van verdachte op pagina 44 van het dossier. Voorts heeft de officier van justitie aangevoerd dat Verilabs als lab geaccrediteerd is en dat er geen reden is om te denken dat de gebruikte methode voor DNA-onderzoek niet betrouwbaar zou zijn.

Subsidiair heeft de officier van justitie verzocht haar de gelegenheid te geven relevante stukken hierover toe te voegen aan het dossier.

De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek ter terechtzitting moet worden heropend. Gelet op hetgeen de verdediging heeft aangevoerd met betrekking tot het DNA-onderzoek in het dossier, is de rechtbank namelijk van oordeel dat het dossier onvolledig is.

De rechtbank draagt de officier van justitie op om – voor zover deze er zijn – de stukken toe te voegen met betrekking tot:

  • -

    de schriftelijke toestemming van verdachte voor het afnemen van zijn DNA-materiaal;

  • -

    de bevoegdheid van degene die dit DNA-materiaal heeft afgenomen, en

  • -

    indien van toepassing - de toestemming van verdachte voor DNA-afname door een ander dan een arts of verpleegkundige.

Voorts draagt de rechtbank de officier van justitie op om een nader proces-verbaal/rapport te laten opmaken, waaruit blijkt of het DNA-onderzoek is uitgevoerd volgens een methode die is goedgekeurd bij het verlenen van de accreditatie van Verilabs.

De rechtbank zal, in afwachting hiervan, iedere verdere beslissing aanhouden.

5 Beslissing

De rechtbank:

- heropent het onderzoek ter terechtzitting dat op 9 augustus 2016 is gesloten;

- houdt het onderzoek aan voor bepaalde tijd tot de terechtzitting van 16 oktober 2016 te 11:00 uur (voor de duur van 30 minuten);

- draagt de officier van justitie het volgende op:

* toevoegen aan het dossier van de stukken - voor zover die er zijn – met betrekking tot

- de toestemming van verdachte voor DNA-afname;

- de bevoegdheid van de persoon die het DNA-materiaal bij verdachte heeft afgenomen, alsmede - indien van toepassing –

- de toestemming van verdachte voor afname van het DNA-materiaal door een ander dan een arts of verpleegkundige;

* het doen opmaken en toevoegen aan het dossier van een proces-verbaal/rapport waaruit blijkt of het DNA-onderzoek is uitgevoerd volgens een methode die is goedgekeurd bij het verlenen van de accreditatie van Verilabs.

- beveelt de oproeping van verdachte en diens raadsman tegen voornoemd tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat;

- draagt de officier van justitie op het slachtoffer tijdig in kennis te stellen van de nieuwe zittingsdatum.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.J.P. Schotman, voorzitter,

mrs. P. Bender en M.S. Mehilal, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 augustus 2016.

Mr. M.S. Mehilal is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 3 december 2014 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weggenomen een geldkistje met daarin een geldbedrag van (ongeveer) 500 Euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [cafetaria] en/of [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) terwijl hij/zij zijn/hun hoofd had(den) bedekt met een bivakmuts,

- ( direct) achter de toonbank is/zijn gelopen en/of (vervolgens) dat geldkistje heeft/hebben gepakt en/of op de kassa heeft/hebben geslagen en/of (daarbij) die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd "La open, doe de la open", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- een mes heeft/hebben gepakt en/of dat mes omhoog heeft/hebben gehouden in de richting van (het gezicht) van die [slachtoffer] en/of daarbij die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd "La open, kassa open", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht