Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4577

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-06-2016
Datum publicatie
16-08-2016
Zaaknummer
16/660104-13 (bezwaarschrift)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeelde heeft werkstraf niet naar behoren verricht. Derhalve wordt het bezwaarschrift ongegrond verklaard. Het al dan niet toekennen van een schorsende werking aan een bezwaarschrift is een beslissing van het OM en niet van de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingslocatie: Utrecht

Strafrecht

Parketnummer: 16/660104-13

Rolnummer: 8

Datum uitspraak: 17 juni 2016

Beslissing ex artikel 22g Wetboek van Strafrecht

Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van

het bezwaarschrift op grond van artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht, ingediend door:

[veroordeelde] ,
geboren op [1987] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats]
hierna te noemen de veroordeelde.

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken, waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank van 8 april 2015, waarbij aan de veroordeelde onder meer een taakstraf is opgelegd, bestaande deze straf uit:

- een werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis;

- een rapport van de Reclassering Nederland, unit Utrecht, d.d. 8 maart 2016, waaruit blijkt dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht;

- de op 6 april 2016 aan veroordeelde betekende kennisgeving omzetting van de officier van justitie.

Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 3 juni 2016, waarbij is gehoord:

de officier van justitie.

De raadsman heeft in een brief van 2 juni 2016 medegedeeld dat hij en zijn cliënt niet zullen verschijnen ter terechtzitting en dat zijn cliënt inmiddels (op 1 dag na) de vervangende hechtenis heeft ondergaan. De raadsman betreurt het dat het Openbaar Ministerie de executie van de vervangende hechtenis niet tot aan de zitting heeft willen opschorten. Derhalve wordt om principiële redenen het bezwaar gehandhaafd en verzoekt hij de rechtbank om het bezwaarschrift alsnog gegrond te verklaren.

OVERWEGINGEN:

Veroordeelde heeft van de bij vonnis opgelegde werkstraf van 200 uren reeds 150 uren naar behoren verricht. De veroordeelde heeft de resterende vijftig uur niet verricht. De officier van justitie heeft tijdig de tenuitvoerlegging bevolen van de vervangende hechtenis voor de duur van 25 dagen.

Op 6 april 2016 is de kennisgeving als bedoeld in artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht aan de veroordeelde betekend.

Het bezwaarschrift tegen deze kennisgeving is tijdig op 12 april 2016 ingediend ter griffie van deze rechtbank.

Op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter openbare terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat de veroordeelde de bij bovengenoemd vonnis opgelegde taakstraf zonder gerechtvaardigde reden niet naar behoren heeft verricht. Veroordeelde heeft gezien de rapportage vanaf juni 2015 tot en met januari 2016 meerdere kansen gehad zijn werkstraf te voltooien, maar heeft deze kansen niet benut. Zelfs een officiële waarschuwing in december 2015 heeft veroordeelde er niet toe gebracht zijn werkstraf te verrichten. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat veroordeelde ongemotiveerd is (geweest) en de kantjes ervan af heeft gelopen. Er was dan ook alle reden voor de officier van justitie om de nog resterende taakstraf van 50 uren om te zetten in vervangende hechtenis van 25 dagen.

Derhalve dient het bezwaarschrift van de veroordeelde ongegrond te worden verklaard.

De rechtbank merkt daarbij op dat het al dan niet toekennen van een schorsende werking aan een bezwaarschrift een beslissing van het Openbaar Ministerie is, waarbij men een standpunt inneemt aan de hand van de aanwezige stukken. Het is niet aan de rechtbank om daar een oordeel over te geven.

De rechtbank heeft gelet op artikel 22g van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING:

De rechtbank verklaart het bezwaarschrift van de veroordeelde tegen voormelde kennisgeving ongegrond.

Aldus gedaan door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, en mrs. H.A. Gerritse en C.E.M. Nootenboom-Lock, bijgestaan door M.J.C. van der Vegte als griffier

en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 17 juni 2016.

Mr. C.E.M. Nootenboom-Lock is buiten staat mede dit vonnis te ondertekenen.