Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:437

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-01-2016
Datum publicatie
01-02-2016
Zaaknummer
16/661562-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man wordt verdacht van deelname aan criminele organisatie die verantwoordelijk wordt gehouden voor een serie inbraken in Soest. De officier van justitie eist 54 maanden cel. De rechtbank acht de feiten bewezen en legt 54 maanden cel op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661562-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 21 januari 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1988] te [geboorteplaats] (Suriname)

wonende te [woonplaats] , [adres]

thans gedetineerd: Penitentiaire Inrichting Flevoland, Huis van Bewaring Almere Binnen

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 27 oktober 2015 en 22 december 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. H.S.K. Jap a Joe, advocaat te Utrecht.

Het onderzoek ter terechtzitting is op 7 januari 2016 gesloten. Met instemming van de verdediging en de officier van justitie was de samenstelling van de rechtbank ten tijde van de sluiting niet geheel gelijk aan die van 22 december 2015 en heeft de samenstelling van 22 december 2015 het vonnis gewezen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de terechtzitting van 22 december 2015 nader omschreven.

De tenlastelegging is, zoals nader omschreven, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

ten aanzien van feit 1:

samen met een ander of anderen op 26 juni 2015 heeft ingebroken in een bedrijfspand in Soest;

ten aanzien van feit 2, feit 4, feit 5, feit 6 en feit 8:

samen met een ander of anderen in de periode van 8 juni 2015 tot en met 28 juli 2015 heeft ingebroken in diverse woningen in Soest;

ten aanzien van feit 3:

op 17 juli 2014 goederen uit een woning in Soest heeft weggenomen;

ten aanzien van feit 7:

samen met een ander of anderen op 11 juli 2015 en 26 juli 2015 heeft geprobeerd in te breken in een woning in Soest;

ten aanzien van feit 9:

in de periode van 1 juni 2015 tot en met 28 juli 2015 deel heeft genomen aan een criminele organisatie.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde feit acht de officier van justitie het medeplegen niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte dient van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte vanaf 1 januari 2015 tot en met juli 2015 voortdurend is gecontroleerd, gevolgd en geobserveerd. Deze controles zijn te kwalificeren als stelselmatige observatie en werden uitgevoerd zonder dat er daartoe een bevel was afgegeven en zonder dat er een concrete verdenking was. Dit is in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit en levert een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte op.

Het plaatsen van een peilbaken en het opnemen van vertrouwelijke communicatie in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] in de maanden maart en juli 2015 is onrechtmatig en derhalve een inbreuk op de privacy van verdachte. Er bestond ten aanzien van verdachte en zijn medeverdachte geen concrete verdenking die de inzet van deze opsporingsmethoden rechtvaardigde. Bovendien werd niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Voorts is verdachte als zodanig gelabeld, maar hij is tijdens de controles niet op zijn rechten gewezen waar hij als verdachte aanspraak op kan maken.

Dit levert een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek op en is in strijd met de artikelen 6 en 8 van het EVRM.

Vorenstaande dient, gelet op artikel 359a Sv., te leiden tot uitsluiting van de OVC gesprekken en gps-gegevens van het bewijs. Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van alle hem ten laste gelegde feiten.

Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van alle hem ten laste gelegde feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

uitsluiting van het bewijs

stelselmatig observatie

Uit de overgelegde stukken is af te leiden dat verdachte vanaf 1 januari 2015 tot en met juli 2015 meerdere malen is gecontroleerd door de politie. Uit het dossier is niet af te leiden dat deze controles hebben bijgedragen aan het ontstaan van de verdenking in de onderhavige strafzaak. Uit het dossier blijkt immers dat de politie belangstelling had voor de medeverdachte [medeverdachte 1] Het onderzoek naar deze medeverdachte is gestart toen de politie bemerkte dat in de periode vanaf 20 februari 2015 -toen [medeverdachte 1] gedetineerd was- het aantal woninginbraken in Soest aanzienlijk afnam. Immers in de negen dagen volgend op zijn aanhouding zijn vijf woninginbraken gepleegd en in de negen dagen voorafgaand aan zijn aanhouding zijn dertien woninginbraken gepleegd. Vervolgens is – met machtiging van de rechter-commissaris - een baken onder de auto van deze medeverdachte geplaatst. Toen uit de gegevens van het baken en gegevens omtrent woninginbraken in Soest de verdenking tegen de medeverdachte sterker werd, is – opnieuw na verkregen machtiging - ovc-apparatuur geplaatst in diens auto. Eén van de personen die regelmatig in diens auto bleek te zijn, was verdachte. Gelet op de inhoud van de gesprekken van verdachte en medeverdachte ontstond de verdenking tegen verdachte. Er kan dan ook niet gezegd worden dat er stelselmatige observatie heeft plaatsgevonden van verdachte in het kader van deze strafzaak.

Peilbaken en opnemen vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel

De stelselmatige observatie door middel van het plaatsen peilbaken op grond van artikel 126g van het Wetboek van Strafvordering en het opnemen van vertrouwelijke communicatie met een technisch hulpmiddel op grond van artikel 126l van het Wetboek van Strafvordering hebben plaatsgevonden na een daartoe afgeven bevel en/of machtiging, in de auto van de medeverdachte [medeverdachte 1] , zodat verdachte gelet op de Schutznorm niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad kan zijn. De uit deze opsporingsmethoden verkregen informatie valt binnen de reikwijdte van de daartoe verleende machtiging en/of het afgegeven bevel. Op zich is juist, zoals namens [verdachte] is betoogd, dat de OVC opnames in de auto een inbreuk vormen op de privacy van verdachte. Deze inbreuk kent evenwel een wettelijke grondslag, zoals hierboven reeds aangegeven en is met de vereiste subsidiariteit en proportionaliteit toegepast.

De rechtbank ziet om genoemde redenen dan ook geen reden om de verkregen peilbakengegevens en opgenomen OVC gesprekken uit te sluiten van het bewijs.

Het verweer op dit punt wordt verworpen.

rechten verdachte

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte bij controles niet de cautie heeft gekregen, waardoor zijn rechten zijn beknot en er geen sprake is geweest van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. De rechtbank verwerpt dit verweer. Los van de vraag of gedurende één of meer van de controles sprake is geweest van een verdenking van een strafbaar feit, liggen deze controles niet ter toetsing voor in de onderhavige strafzaak. De controles hebben immers op geen enkele wijze bijgedragen aan het ontstaan van de verdenking, noch aan het bewijs van de tenlastegelegde feiten.

4.3.2

Vrijspraak

feit 3

De rechtbank is van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het enkele gegeven dat verdachte bijna één jaar nadat in de woning een insluiping heeft plaatsgevonden in de omgeving van de betreffende woning reed, waarbij in de auto werd gezegd: “Deze ging jij” en “de achterdeur was open” is daartoe onvoldoende.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 3 ten laste gelegde feit.

4.3.3

Het oordeel over het ten laste gelegde1

feit 1

[aangever 1] heeft namens [bedrijf] B.V. aangifte gedaan van een inbraak in een bedrijfspand gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] op 26 juni 2015 te 02.25 uur.2

De daders hadden een raam aan de zijkant van het pand opengebroken Het pand had geen beveiliging. Bij de inbraak werden de navolgende goederen weggenomen:3

een tablet (Samsung Galaxy Tab 2), een geldbedrag van ongeveer € 700,00, zeven bankpassen, vier Ipads (Apple), 5 Ipods (Apple) en een telefoon (Apple Iphone 5).4

[getuige 1] was op 26 juni 2015 werkzaam als beveiliger. Omstreeks 02.45 uur zag hij bij het pand [adres] te [vestigingsplaats] een bromscooter met hoge snelheid wegrijden. Op de scooter zaten twee personen.5

Uit opgenomen communicatie in de auto van verdachte [medeverdachte 1] en de bijbehorende bakengegevens volgt dat:

Verdachte [medeverdachte 1] en verdachte [verdachte] op 25 juni 2015 samen in de auto zaten. [medeverdachte 1] zei dat ze bij een bedrijfspand kunnen inbreken. [medeverdachte 2] had gezegd dat de eigenaar weg was en dat er geen beveiliging was. [medeverdachte 1] zei dat ze een geldkistje, een grote kluis en pasjes met codes konden meenemen. Beiden besloten om niet meteen te gaan, maar op een later moment met de motor te gaan.6

Op 25 juni 2015 zaten [medeverdachte 1] , [verdachte] en een derde persoon, genoemd NN5, in de auto van [medeverdachte 1] . Zij stopten ter hoogte van de kruising Industrieweg/Nijverheidsweg te Soest. Vanuit hun stopplaats hadden zij zicht op de [adres] . NN5 legde uit waar het kantoor, het geldkistje en de kluis zich bevinden en wat de inhoud van de kluis zal zijn.7 NN5 vertelde dat hij sinds een paar weken werkzaam was bij het cateringbedrijf.8

Op 26 juni 2015 zaten [medeverdachte 1] , [verdachte] en een derde persoon, genoemd NN5, in de auto van [medeverdachte 1] . In de auto werd besproken dat [medeverdachte 1] en [verdachte] de pinpassen wilden stelen. NN5 vertelde dat er 5 Ipads in het bedrijf lagen. [verdachte] en [medeverdachte 1] bespraken dat zij een tas mee moesten nemen. [medeverdachte 1] is de zoeker is en [verdachte] de breker. Zij moeten geen telefoon meenemen.9

De auto van [medeverdachte 1] parkeerde op 26 juni 2015 omstreeks 01.23 uur aan de Valeriaanstraat. Omstreeks 02.25 uur vond de inbraak aan de [adres] plaats. Omstreeks 03.26 uur kwam de auto weer in beweging en stopte in de omgeving van de woning van [verdachte] .10 De auto reed vervolgens naar de [adres] te [woonplaats] , zijnde de woning van [medeverdachte 1] .11

[aangever 1] kreeg op 27 juni 2015 een mailtje van [A] . Zij gaf aan dat zij een bankpas met zijn naam had gevonden. [aangever 1] was gaan zoeken en vond ook de andere bij de inbraak weggenomen bankpassen. [A] vertelde dat zij een tweetal jongen had gezien die zich in de omgeving ophielden.12 De beschrijving van één van deze personen deed [aangever 1] denken aan een stagiair die sinds twee weken bij hem werkzaam was: [medeverdachte 2] . [aangever 1] zocht in de omgeving en zag na enkele ogenblikken [medeverdachte 2] in een auto rijden. Hij was achter de auto aangereden en zag dat deze auto stopte bij de Albert Heijn.13

Op 27 juni 2015 vertelde [medeverdachte 1] tegen [verdachte] dat hij achtervolgd werd terwijl hij met iemand anders in de auto zat. Hij werd achtervolgd door twee lange mannen in een BMW die voor het cateringbedrijf werkten. Ze werden achtervolgd tot aan de Albert Heijn.

Op 28 juni 2015 bespraken [medeverdachte 1] en [verdachte] dat ze Ipads hadden en dat ze die gingen verkopen. 14

Op 28 juni 2015 spraken [medeverdachte 1] en een onbekende persoon over het verkopen van Ipads en Ipods. [medeverdachte 1] vertelde dat hij in de kluis had gekeken, daar lag niets. Hij ging de pasjes en de pincode zoeken in het bedrijf.15 Hij had in de geldkistjes gekeken, daar zat

€ 60/€ 70 in. Hij vertelde dat ze bij het bedrijf waar ze hadden ingebroken een beveiliger hadden gezien.16

Op 28 juli 2015 werd in de woning van [verdachte] een laptop aangetroffen. Uit onderzoek aan de laptop kwam onder andere naar voren dat op de laptop17 op de website van Youtube in de periode 20 juli 2015 en 21 juli 2015 de volgende zoekopdrachten werden uitgevoerd:

- remove password Ipad; how to hack ipad, hard reset ipad.18

Uit de aangifte [aangever 1]19 volgt dat bij de inbraak aan de [adres] te [woonplaats] op 26 juni 2015 diverse Ipads werden gestolen.

Uit een vergelijkend werktuigsporen onderzoek volgt dat de bij de inbraken aan de [adres] te [woonplaats] , de [adres] te [woonplaats] (zie hierna onder feit 4) en de [adres] te [woonplaats] (zie hierna onder feit 8), aangetroffen werktuigsporen zeer waarschijnlijk veroorzaakt zijn met een en hetzelfde werktuig.20

bewijsoverweging

Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] en [verdachte] informatie hebben gekregen over een bedrijfspand aan de [adres] te [vestigingsplaats] , van een persoon die daar werkzaam was. Vervolgens hebben zij samen met de tipgever het pand geobserveerd. In de nacht van 26 juni 2015 hebben [medeverdachte 1] en [verdachte] ingebroken in het bedrijfspand. Na de inbraak heeft [medeverdachte 1] [verdachte] bij diens woning afgezet en is vervolgens naar huis gereden. Op 27 juni 2015 heeft [aangever 1] na het aantreffen van de gestolen bankpassen achter [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangereden. Op 28 juni 2015 bespraken beide verdachten de bij de inbraak buitgemaakte Ipads. [medeverdachte 1] sprak later die dag met een ander over de inbraak.

Op de laptop, aangetroffen in de woning waar verdachte [verdachte] op dat moment verbleef, zijn zoektermen aangetroffen die er op wijzen dat men getracht heeft uit te zoeken op welke wijze men de weggenomen Ipads aan de praat kon krijgen.

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander op 26 juni 2015 heeft ingebroken in het bedrijfspand aan de [adres] te [vestigingsplaats] .

feit 2

[getuige 2] heeft, namens zijn buren, aangifte gedaan van een inbraak in de woning van zijn buren gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] tussen 9 juli 2015 en 10 juli 2015. Op 10 juli 2015 omstreeks 04.50 uur hoorden zij gestommel in de woning van de buren.21 Hij zag dat er bij de buren een raam op de eerste verdieping openstond. er werden meerdere goederen uit het raam gegooid, waaronder een blauwkleurig voorwerp dat leek op een tas.22

Uit de woning waren de navolgende goederen weggenomen:

twee gouden kettingen, twee bloedkoraal kettingen, een gouden ring (3 briljantjes), een slavenarmband, een dasspeld23, diverse oorsieraden, een goudkleurige en een zilverkleurige ketting,24 een horloge, een zaklantaarn, een zonnebril, een kussensloop, twee t-shirts en 2 wifi repeaters.25

[benadeelde 13] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] , heeft verklaard dat hij met vakantie was en dat zijn auto, een Skoda, voor de woning stond. Zijn zoon had op facebook gezet dat zij met vakantie waren.26

Uit onderzoek aan de woning volgt dat de daders kennelijk op de erker zijn geklommen. Boven de erker was een dubbel openslaand raam27 geforceerd met behulp van een schroevendraaier en breekijzer. Op eerste en tweede verdieping waren kasten en lades doorzocht.28

Op 6 oktober 2015 herkende [benadeelde 14] de sieraden welke op 25 september 2015 in Soest op straat in een kussensloop waren aangetroffen, als zijnde de sieraden welke bij de inbraak aan de [adres] te [woonplaats] waren weggenomen.29

Uit opgenomen communicatie in de auto van verdachte [medeverdachte 1] en de bijbehorende bakengegevens volgt dat:

[medeverdachte 1] en een onbekende personen bespraken op 9 juli 2015 dat de mensen van nr. [nummer] op vakantie waren.30 Iemand anders had op Facebook gezien dat de bewoners met vakantie waren. Het was op de [adres] , bij nummer [nummer] een boom voor de deur stond en dat het het middelste huis was. Ook stond er een Skoda voor de deur.

Tijdens dit gesprek reed de auto van verdachte de [adres] in en passeerde perceel nummer [nummer] .31

Uit de bevindingen van de verbalisanten volgt dat de bewoners van de [adres] te [woonplaats] op 9 juli 2015 met vakantie waren gegaan. De woning was de middelste van 3 huizen en voor de rechterwoning stond een boom. Voorts had de bewoonster een Skoda op naam staan.32

Op 10 juli 2015 tussen 02.34 uur en 03.19 uur reden [medeverdachte 1] en [verdachte] in de auto van [medeverdachte 1] . Zij bespraken dat de buren de sleutel hadden van de woning op nummer [nummer] . 33 Zij besloten hun gereedschappen te pakken, waaronder schroevendraaiers.34

Tijdens dit gesprek reed de auto van [medeverdachte 1] de wijk Soest Zuid in en reed langs de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Aan het einde van het gesprek (03.19 uur) parkeerde men op de [adres] te [woonplaats] en stapten [medeverdachte 1] en [verdachte] uit. Diezelfde nacht, omstreeks 05.27 uur, stapten zij beiden weer in. [verdachte] werd afgezet in de omgeving van zijn woning en de auto reed vervolgens naar het woonadres van [medeverdachte 1] . 35

bewijsoverweging

Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] op 9 juli 20915 informatie over de woning aan de [adres] te [vestigingsplaats] besprak. Op 10 juli 2015 reed [medeverdachte 1] met [verdachte] langs de woning en bespraken zij de verkregen informatie. Vervolgens hebben verdachten de auto geparkeerd en hebben zij ingebroken in de betreffende woning. Na de inbraak heeft [medeverdachte 1] [verdachte] bij diens woning afgezet en is vervolgens naar huis gereden.

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander op 10 juli 2015 heeft ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

feit 4

[getuige 3] heeft, namens [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , aangifte gedaan van een inbraak in de woning van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , gelegen aan de [adres] te [woonplaats] tussen 25 juli 2015 te 23.00 uur en 26 juli 2015 te 20.00 uur.36 Op 26 juli 2015 zag hij dat er een groot gat zat in de ruit naast de achterdeur van perceelnummer [nummer] .37

De bewoners van de [adres] te [woonplaats] hebben verklaard dat bij de inbraak een tweetal kluizen in de kelder werden opengebroken. Uit de kluizen werden weggenomen:

- uit de kleine kluis: € 3.000,00 contant geld, drie gouden ringen (waaronder één ring met een grote diamant, twee gouden kettingen en een gouden armband;

- uit de grote kluis: € 8.000,00 contant geld, diverse kentekenpapieren, tweemaal een eigendomsbewijs van een caravan en papieren van een aanhanger, twee sets gouden oorbellen38, vier (wit) gouden armbanden, 10 gouden ringen, 6 (wit) gouden kettingen, een gouden Cartier Pasha horloge en diverse gouden kettinghangers.

De ringen bevatten zowel edelstenen als (Svarovksi) kristal. Een en ander is eigendom van [benadeelde 2] , [benadeelde 1] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] .39

Uit onderzoek aan de woning volgt dat men aan de achterzijde van de woning een stenen sierbal door de ruit van het draairaam heeft gegooid.40 In de kelder werden twee brandkasten opengebroken met schroevendraaiers.41

Op 28 juli 2015 werd de woning aan de [adres] te [woonplaats] (zijnde de woning waar verdachte [verdachte] destijds verbleef) doorzocht.42 In de woning werden onder andere diverse horloges aangetroffen (merken: Breitling, Kyboe, Jacob & Co tour billion en Cartier).43

Van de in de woning van verdachte [verdachte] aangetroffen horloges werden de navolgende horloges door [benadeelde 5] , [benadeelde 2] en [benadeelde 1] herkend als hun eigendom:

[benadeelde 2] herkende het horloge merk Kyboe met blauwe band en het horloge met Jacob & Co als zijn eigendom;

[benadeelde 5] herkende het horloge merk Kyboe met grijze band, als haar eigendom;44

[benadeelde 1] herkende het horloge (nep) merk Cartier en het horloge merk Breitling met rode leren band als zijn eigendom.

De benadeelden gaven nog aan dat zij goud hebben gekocht in Alanya Turkije en dat er in huis een vitrinekast was met horloges.45

Uit opgenomen communicatie in de auto van verdachte [medeverdachte 1] en de bijbehorende bakengegevens volgt dat:

Op 26 juli 2015 tussen 01.30 uur en 01.48 uur stapte [verdachte] in de auto bij [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zei tegen [verdachte] : “Ze waren weg man, zijn nog steeds weg, heb gekeken in de middag”. [verdachte] zei hierop “Kom we gaan d’r op”. 46

Vervolgens parkeerde men om ongeveer 01.45 uur de auto op de Valeriaanstraat te Soest. Omstreeks 07.17 uur vertrok de auto weer. [medeverdachte 1] en [verdachte] bespreken dat ze niet gaan stoppen. [medeverdachte 1] zei dat deze gewoon all-in was, hij zei: “je gooit een raam, je gaat naar binnen, kan niet meer terug, die gekke kelder en wajoo kluizen.” [verdachte] sprak over twee kluizen.47

Later die dag reden [medeverdachte 1] en [verdachte] richting het Zuiden. [verdachte] gaf aan dat hij de Jacob en de goldies meenam. Ze spraken in de auto veel over sieraden/juwelen en over een grote diamant en twijfelden of ze deze met of zonder ring in moeten leveren.48

[medeverdachte 1] sprak over een horlogecollectie die boven een vitrine lag en die ze niet hebben meegenomen. Hij vroeg zich af of Cartier Frans was.49

Op 28 juli 2015 werd in de woning van [verdachte] een laptop aangetroffen. Uit onderzoek aan de laptop kwam onder andere naar voren dat op de laptop via de zoekmachine Google naar de volgende termen werd gezocht:50

27 juli 2015: goud nek, goud merk,

26 juli 2015: Jacob en cotu (door Google aangevuld tot Jacob en Co Tourbillon)

kybo (door Google aangevuld tot kybou horloges).51

Uit een vergelijkend werktuigsporen onderzoek volgt dat de bij de inbraken aan de [adres] te [vestigingsplaats] (zie hiervoor onder feit 1), de [adres] te [woonplaats] en de [adres] te [woonplaats] (zie hierna onder feit 8), aangetroffen werktuigsporen zeer waarschijnlijk veroorzaakt zijn met een en hetzelfde werktuig.52

Bewijsoverweging

De overeenkomsten tussen de door aangevers afgelegde verklaringen over onder meer de wijze waarop de daders zich toegang tot de woning hebben verschaft enerzijds en de inhoud van de gesprekken kort voor en na de inbraak tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , zijn dermate groot dat het niet anders kan dan dat laatstgenoemde gesprekken betrekking hebben op de betreffende inbraak bij aangevers. Voorts zijn op de computer, welke werd aangetroffen in de woning waar [verdachte] op dat moment verbleef, die zelfde dag zoektermen uitgevoerd welke overeenkomen met diverse merken van bij de inbraak weggenomen horloges. In diezelfde woning werden twee dagen na de inbraak diverse horloges aangetroffen welke afkomstig waren uit de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

Op basis van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander op 26 juli 2015 heeft ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

feit 5

M. [benadeelde 16] heeft, mede namens [benadeelde 7] , aangifte gedaan van een inbraak in de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] tussen 27 juli 2015 en 29 juli 2015.53

Op 29 juli 2015 zagen zij dat het linker keukenraam geforceerd was en dat de gehele woning was doorzocht.54 Uit de woning werden de navolgende sieraden weggenomen:

een parelketting, diverse sets oorbellen, diverse kettingen/colliers, diverse armbanden, een horloge met de inscriptie “Communitate Valemus” en een horloge met de inscriptie “voorbeeldig cadet”.55

Op 28 juli 2015 werd de woning aan de [adres] te [woonplaats] doorzocht. Onder het matras van het bed waar verdachte sliep56 werd een tweetal horloges aangetroffen, één horloge met de inscriptie “Communitate Valemus” en één horloge met de inscriptie “voorbeeldig cadet 2-7-66 [benadeelde 16] ”.57

Uit opgenomen communicatie in de auto van verdachte [medeverdachte 1] en de bijbehorende bakengegevens volgt dat:

[medeverdachte 1] en [verdachte] op 28 juli 2015 tussen 00.37 uur en 01.00 uur in Soest reden. Zij spraken over een woning waarvan de bewoners niet thuis waren. De bewoners hadden altijd een Volvo. [medeverdachte 1] en [verdachte] wilden daar naar binnen, maar gaan eerst even kijken om zeker te weten dat er niemand thuis was.58

Tijdens dit gesprek reed de auto over de [adres] te [woonplaats] . Ter hoogte van de woning met nummer [nummer] reed men met een lagere snelheid.59 Omstreeks 01.34 uur parkeerde de auto op de [adres] te [woonplaats] . Omstreeks 05.39 uur ging de auto weer rijden. [medeverdachte 1] zette [verdachte] af in Soest en reed door naar huis in Amersfoort.60

Uit onderzoek volgt dat een van de twee bewoners van de [adres] te [woonplaats] een Volvo op naam heeft staan.61

Op 28 juli 2015 werd in de woning van [verdachte] een laptop aangetroffen. Uit onderzoek aan de laptop kwam onder andere naar voren dat op de laptop via de zoekmachine Google naar de volgende termen werd gezocht:

28 juli 2015: cathay watches,62

Uit de analyse van de verkregen gegevens volgt dat:

- op de [straat] op 28 juli 2015 onder andere een horloge van het merk Cathay werd weggenomen.63

Bewijsoverweging

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de inhoud van het gesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] overeenkomt met de situatie betreffende de woning/bewoners van de [adres] te [woonplaats] . De bewoners zijn afwezig en zij zijn in het bezit van een Volvo. De verdachten rijden op dat moment over de [adres] en ter hoogte van perceel nummer [nummer] verlaagt men de snelheid. Voorts zijn in de woning waar [verdachte] verbleef, kort na de inbraak en kort nadat hij door [medeverdachte 1] thuis werd afgezet, enkele horloges aangetroffen, afkomstig uit de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

Heling

De rechtbank acht het niet aannemelijk dat [verdachte] de in zijn woning aangetroffen horloges geheeld heeft. Dit allereerst gelet op het korte tijdsverloop tussen de inbraak en het aantreffen van de horloges bij [verdachte] . Voorts heeft verdachte geen enkele verklaring afgelegd over de herkomst van die horloges.

Het enkele gegeven dat niet alle bij de inbraak weggenomen goederen bij [verdachte] zijn aangetroffen doet daar niet aan af nu verdachte een mededader had en het aannemelijk is dat zij de buit onderling verdeeld hebben.

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] samen op 28 juli 2015 hebben ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

feit 6

[aangever 2] heeft namens [benadeelde 8] aangifte gedaan van een inbraak aan de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] in de nacht van 23 juli 2015. Zij hoorde van de politie dat het raam van de achterste slaapkamer geforceerd was en zag dat het hele huis overhoop gehaald was.64 Via het dak van de uitbouw was men naar de achterzijde van de woning gelopen en daar was met een schroevendraaier een slaapkamerraam geforceerd.65

Uit de woning werden de navolgende goederen, eigendom van [benadeelde 9] , weggenomen:

een gouden ring, twee gouden kettingen, drie gouden armbanden, twee paar gouden oorbellen, een groeibriljant, een horloge, meerdere geldbedragen met een totale waarde van € 760,00, een filmcamera en een DVD speler.66

[benadeelde 9] heeft verklaard dat zij op 11 juli 2015 met de auto met vakantie waren gegaan. De auto stond normaal gesproken op de oprit.67

[getuige 4] heeft verklaard dat hij in de woning aan de [adres] te [woonplaats] woont, naast de woning met nummer [nummer] . Op 23 juli 2015, rond 030.30 uur, hoorde hij gerommel en zag een lichtflits door de kamer schieten. De volgende ochtend zag hij in de ochtenddauw voetsporen op zijn dak en het dak van de buren van nummer [nummer] .68

Uit opgenomen communicatie in de auto van verdachte [medeverdachte 1] en de bijbehorende bakengegevens volgt dat:

[medeverdachte 1] en [verdachte] op 23 juli 2015 tussen 01.02 uur en 01.22 uur door Soest reden. Zij spraken over alle twee.69 Zij bespraken dat ze er op gaan en zagen dat hij weg was. Zij spraken over de rechterkant. De auto reed op dat moment ter hoogte van de [adres] te [woonplaats] .70

Uit onderzoek volgt dat de [adres] te [woonplaats] het rechterdeel van een twee-onder-een-kap-woning is.71

De auto werd op 23 juli 2015 omstreeks 01.22 uur geparkeerd aan de Weegbreestraat te Soest. Omstreeks 04.24 uur vertrok de auto weer.72

Tussen 04.24 uur en 04.26 uur reden [medeverdachte 1] en [verdachte] samen in de auto. [medeverdachte 1] zei tegen [verdachte] : “Vier uur pas uit hé?”.73

Bewijsoverwegingen

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de inhoud van het gesprek tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] overeenkomt met de situatie betreffende de woning/bewoners van de [adres] te [woonplaats] . Verdachten reden op dat moment ter hoogte van de woning, de auto was weg en het betrof de rechter woning van een twee-onder-1- kap-woning. Verdachten bespraken dat zij “er op” gingen en dat het om “alle twee” ging; de rechtbank begrijpt: ook nummer [nummer] . Vervolgens werd de auto geparkeerd en vertrok pas enkele uren later. In de periode dat de auto geparkeerd stond werd er ingebroken in de woning aan De [adres] te [woonplaats] .

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] samen op 23 juli 2015 hebben ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

feit 7

[aangever 3] heeft, mede namens de [kerk] , aangifte gedaan van een inbraak in zijn woning aan het [adres] te [woonplaats] op 26 juli 2015 te 04.03 uur. Vanuit de woning kon via een gang toegang verkregen worden tot de [kerk] , deze gang staat onder alarm. Op 26 juli 2015 werd hij gebeld dat er was ingebroken en hij had begrepen dat het alarm om 04.03 uur was afgegaan. De dader(s) was/waren het balkon van de woning opgeklommen en hadden een openslaand raampje ingeslagen om binnen te komen.74 Alle aanwezige slaapkamers waren doorzocht en op de begane grond waren alle kasten opengetrokken. Via de bijkeuken was men de ruimte naar de kerk binnengegaan, waarna het alarm was afgegaan.75

Uit opgenomen communicatie in de auto van verdachte [medeverdachte 1] en de bijbehorende bakengegevens volgt dat:

[medeverdachte 1] op 25 juli 2015 tussen 16.49 uur en 17.14 uur alleen in de auto zat. De auto reed met lage snelheid over het [straat] te [woonplaats] , langs het perceel met nummer [nummer] , keerde en reed dezelfde weg terug.76

[medeverdachte 1] reed op 25 juli 2015 tussen 22.53 uur en 23.28 uur weer door [adres] , stopte op het punt waar hij eerder keerde. [medeverdachte 1] stapte uit, en liet de motor draaien. Korte tijd later stapte hij weer in.77 In de auto belde [medeverdachte 1] met een persoon die hij aansprak met “ [naam] ” en zei “vanmiddag tot nu is oké”.78

Op 26 juli 2015 tussen 01.30 uur en 01.48 uur reden [medeverdachte 1] en [verdachte] in Soest. Zij bespraken dat “hun” weg waren en dat [medeverdachte 1] daar vanmiddag nog gekeken had. Ze bespreken of ze nu “erop gaan”. [verdachte] zei: “Kom we gaan er op”.79

Op 26 juli 2015 omstreeks 01.45 uur parkeerde de auto aan de [adres] te [woonplaats] . Omstreeks 07.17 uur vertrok de auto weer.80

Bewijsoverweging

[naam]

Verdachte [medeverdachte 1] belt op 25 juli 2015 met een persoon die hij aanspreekt met “ [naam] ”. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 1] op dat moment belt met [verdachte] . Uit andere opgenomen OVC gesprekken waarbij [medeverdachte 1] en [verdachte] in de auto zitten volgt dat [medeverdachte 1] [verdachte] meerdere malen met “ [naam] ” aanspreekt.81

Uit de bewijsmiddelen volgt dat [medeverdachte 1] op 25 juli 2015 meerdere keren over de [straat] te [woonplaats] heeft gereden en daarbij langs perceel [nummer] is gereden. [medeverdachte 1] heeft daarna aan [verdachte] gemeld dat alles in orde was. Enkele uren later reden zij ’s nachts op

26 juli 2015 in Soest en bespraken dat ze op weg waren en dat [medeverdachte 1] die middag nog gekeken had. Zij bespreken dat zij “er op gaan”. Vervolgens werd de auto geparkeerd en verlieten beide verdachten de auto. Later die nacht reed de auto weer weg.. In de tijd dat de auto geparkeerd stond werd er ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] samen op 28 juli 2015 hebben ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

feit 8

[benadeelde 10] heeft, mede namens [benadeelde 11] , aangifte gedaan van een inbraak in de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] tussen 6 juni 2015 te 14.45 uur en 9 juni 2015 te 17.10 uur. Op 9 juni 2015 zag hij dat er ingebroken was. De gehele woning was doorzocht. Het slot van het slaapkamerraam op de eerste verdieping was afgebroken.82 De daders hadden de gordijnen dichtgedaan.83

Uit de woning waren de navolgende goederen weggenomen:

een dames tas, een creditcard, een portemonnee, medicatie, ongeveer € 200,00 aan contant geld, een gouden ring, diverse horloges (Tag Heuer met de inscriptie “eric dekker- uci kampioen”, Rolex Tudor, Pontiac en Glashutte) een aansteker van het merk Cartier.84

[getuige 5] heeft verklaard dat haar man op 8 juni 2015 omstreeks 19.55 uur nog in de woning van de overburen op de [adres] te [woonplaats] was geweest, Er was toen nog niets aan de hand. Rond 23.00 uur zag zij dat de gordijnen van de slaapkamer in de woning van de overburen dicht zaten.85

Uit onderzoek aan de woning volgt dat de men via het dak van de garage op het schuine dak van de woning was geklommen, waar een dakraam van de dakkapel werd geforceerd met (vermoedelijk) een schroevendraaier.86

Op 28 juli 2015 werd in de woning waar verdachte [verdachte] verbleef een laptop aangetroffen. Uit onderzoek aan de laptop kwam onder andere naar voren dat op de laptop via de zoekmachine Google naar de volgende termen werd gezocht:87

9 juni 2015: Cartier Paris plaqui, tag heuer proffessional 200m wk111-0, heuer proffessional 200m hj7522, tag heuer pro, tag heuer hj7522, patek philippe no 7.

Uit de analyse van de verkregen gegevens volgt dat:

- op de Eemstraat in de periode 8/9 juni 2015 onder andere een horloge van het merk Tag Heuer en een Cartier Paris aansteker werden weggenomen.88

Uit een vergelijkend werktuigsporen onderzoek volgt dat de bij de inbraken aan de [adres] te [woonplaats] , de [adres] te [woonplaats] en de [adres] te [woonplaats] , aangetroffen werktuigsporen zeer waarschijnlijk veroorzaakt zijn met een en hetzelfde werktuig.89

Bewijsoverweging

Uit de bewijsmiddelen volgt dat er op 8 juni 2015 is ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Uit onderzoek aan de laptop, aangetroffen in de woning waar verdachte verbleef, volgt dat er op die laptop op 9 juni 2015, de dag na de inbraak, is gezocht met de zoektermen die overeenkomen met het bij de inbraak weggenomen horloge van het Merk Tag Heuer en de weggenomen Cartier Paris aansteker. Voorts volgt uit sporenonderzoek dat de aangetroffen werktuigsporen zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van een en hetzelfde werktuig als is gebruikt bij in diezelfde periode te Soest gepleegde inbraken aan de [adres] (hiervoor onder feit 1) en Nijverheidsweg (hiervoor onder feit 4) en de [adres] (hiervoor onder feit 6). Deze redengevende omstandigheden ten aanzien van de werktuigsporen zal de rechtbank eveneens gebruiken ten aanzien van dit ten laste gelegde feit.

De rechtbank acht op basis van voornoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 8 juni 2015 heeft ingebroken in de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

partiële vrijspraak

De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat acht niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de inbraak samen met een ander of anderen heeft gepleegd. Het dossier bevat daartoe onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.

feit 9

Uit de peilbakengegevens van de auto van verdachte [medeverdachte 1] en de daarin opgenomen OVC gesprekken volgt dat de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] vrijwel dagelijks contact hadden. Zij reden daarbij overdag, ’s avonds en ook frequent in de nachtelijke uren, in de auto van [medeverdachte 1] rondjes door diverse woonwijken van Soest. Niet gebleken is dat men op weg was naar een kennelijke eindbestemming in de betreffende woonwijk. Na enige tijd reed men de woonwijk weer uit.90

Tijdens deze ritten werd gesproken over inbraken, over de woningen waar men langs reed en besprak men over de informatie van diverse woningen waarover men beschikte.

Zo besprak men onder andere:

Op 23 juni 2015 reden beiden de Dalweg te Soest op en neer. [medeverdachte 1] zei daarbij: “Kijk ee man, die huizen, deze zijn zo naar binnen, deze ook mooi. We gaan gewoon er op man. Ramen gooien en snel weg. Maar als je een kluis tegen komt in de middag is het een probleem. Of je moet de kluis meenemen en dan gewoon ergens in de bosjes gooien, later in het donker ophalen.”91

Op 24 juni 2015 reden beiden twee uur lang door Soest. Ter hoogte van de Schoutenkampweg/Braamweg zei [medeverdachte 1] : “Deze is gewoon makkelijk hé? Oldie hé”. Ter hoogte van de Foekenlaan/Gentiaanlaan zegt [medeverdachte 1] “Wat gaan we doen? dag ff wachten, moet je in de middag ff rijden, ik weet niet wat voor man en vrouw daar wonen”. Tijden de rit werd ook gesproken over “een goede slag slaan, het pakken van spullen en alles met de motor doen”.92

Op 25 juni 2015 zei [medeverdachte 1] tegen [verdachte] : “Ik wil gewoon heel Soest leegroven, tot de grond tot het niet meer kan.”93

Op 26 juni 2015 te 01.48 uur reden beiden in de omgeving Schoutenkampweg/ Oude Utrechtseweg te Soest. Daarbij werd gezegd: “Heb je spullen? Heb je handschoenen? Ja we gaan We lopen rustig. Auto is te gevaarlijk. Wat gaan we doen? Nu erin? Wil je gelijk gaan? Beter. Gaan we rustig lopen, toch. Ja. rustig lopen.”94

Op 28 juni 2015 reden beiden meerdere keren door Soest. [medeverdachte 1] en [verdachte] bespraken een tip die [verdachte] had gekregen: “Je hebt tip gekregen toch? Ja, waar ook al weer Koninginnelaan? Nee. Waar dan? Wanneer gaan hun weg dan? Ze gaan de sleutel geven. Waar is de kluis dan? Wanneer weg dan? Weet niet man vaak op zakenreis, vrouw gewoon. Vervolgens maakten zij plannen om de sleutel bij te laten maken. Door de wijk rijdend bespraken zij95 woningen “Kijk deze, alli ja of nee”. [medeverdachte 1] : “Als je inbreker bent moet je elke dag in de gaten houden. Dat is mijn leven”. [verdachte] : “Ja en wat denk je dat ik doen dan?” Rijdend op de Ericeweg zei [medeverdachte 1] : “Kijk hier woont een oldie, deze, één oldie woont daar”. Rijdend op de Koninginnelaan/Korte Hartweg zei [medeverdachte 1] : “Deze?”. [verdachte] zei: “Deze makkelijk, binnen 20 seconden. Je moet deze allemaal in de gaten houden, zijn twee weken op vakantie. [medeverdachte 1] zegt dat ze deze allemaal kunnen pakken.96

Op 6 juli 2015 rijdend door Soest bespraken [medeverdachte 1] en [verdachte] meerdere inbraken. Er werd gesproken over gordijnen die al enige tijd dicht zitten bij een woning. Welke auto’s voor welk huis staan en informatie over de woningen waar zij langs reden en de staat er van.97

Op 7 juli 2015 rijdend door Soest werd door [medeverdachte 1] en [verdachte] gesproken over woning, open ramen en een garage waar je naar binnen kunt. [medeverdachte 1] vroeg aan [verdachte] of ze wat gaan doen vanavond. [verdachte] zei: “Ga naar binnen daar”. 98

Op 12 juli 2015 rijdend door Soest werd door [medeverdachte 1] en [verdachte] gesproken over “twee osso’s klaren (twee inbraken plegen)”, “Bij deze woning is hek open, mensen zijn d’r af”.99

Op 19 juli 2015 rijdend door Soest werd door [medeverdachte 1] tegen [verdachte] gezegd: “Hier bij [nummer] ”. Vanaf woensdag zijn ze op vakantie naar Alanya”, “Ik hou dat huis boven de expert in de gaten”. Op het einde zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte] : “Gaan we nu op?”. [verdachte] antwoord: “Ja”100

Op 22 juli 2015 tussen 23.51 uur en 01.22 uur rijdend over de Vondellaan te Soest zei [medeverdachte 1] : “alle 2”. [verdachte] zei daarop: “Hele dag zo, geen enkele beweging”. Later die nacht reden zij nogmaals langs de Vondellaan.101 Die nacht vond een inbraak plaats op de [adres] te [woonplaats] .102

Op 13 juli 2015 zei [verdachte] tegen [medeverdachte 1] : “Als de oppakken he. Ik ga jou zeggen, luister naar mij als je zo wordt geklemd zeg geen woord. Iets ja, maar dat was ik wel, omdat dat was wel of dat was ik niet of ja ik heet wel zo, of [naam] zeg niets. Praat alleen met advocaat tot dat…. als hun jou komen verhoren en nada”.103

Op 10 juli 2015 zat [medeverdachte 1] met een onbekende persoon in de auto. [medeverdachte 1] zei dat hij erg ervaren was. Hij zei: “Snap je wat ik bedoel. Gewoon gekke team.” NN zei: “We hebben nu goeie team.” [medeverdachte 1] bevestigde dit. NN zei: “We observeren hele dag, wij geven tip.” [medeverdachte 1] zei: “… bellen dan gaat die erin.”.104

Op 26 juli 2015 zaten [medeverdachte 1] , [verdachte] en een derde persoon in de auto. [medeverdachte 1] zei tegen de derde persoon: “Ik ben de zoeker, hij is de breker.” ”Ik kan het ook, maaruhhhh, iedereen heeft zijn eigen taak, snap je.”105

Bewijsoverweging

Van een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is sprake als blijkt van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad. Dit kan blijken uit een onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Vast moet komen te staan dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had. Daarnaast moet verdachte een aandeel hebben in het samenwerkingsverband dan wel moet verdachte de gedragingen, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, ondersteunen.

Uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt van een intensieve en gestructureerde samenwerking tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] , welke is gericht op het plegen van inbraken.

[medeverdachte 1] voert in zijn auto bijna dagelijks verkenningen uit in de woonwijken van Soest. [verdachte] is daarbij vaak aanwezig. In de auto en tijdens de verkenningen worden de activiteiten onderling afgestemd. Men bespreekt uitvoerig de huizen waar men langs rijdt, de informatie die zij daarover verzamelen/verkrijgen, waar, hoe en op welke wijze zij zullen inbreken. Uit de gesprekken volgt dat zij ook van diverse tipgevers informatie krijgen over diverse locaties. Men vindt dat men nu een goed team heeft. Ook blijkt van een zekere rolverdeling tussen beide verdachten en bespreekt men wat zij moeten doen en wel of niet moeten zeggen als zij opgepakt worden.

De rechtbank concludeert dan ook dat verdachten samen hebben deelgenomen aan een criminele organisatie en acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

feit 1

hij op of omstreeks 26 juni 2015 te Soest, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfs/kantoorpand aan de [adres] heeft weggenomen een tablet (Samsung Galaxy Tab 2) en vier Ipads (merk Apple) en vijf Ipods (merk Apple) en geld (circa 700 euro) en zeven bankpassen en een telefoon (Iphone 5), toebehorende aan [bedrijf] B.V. en/of [aangever 1] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

feit 2

op 10 juli 2015 te Soest, omstreeks 04.50 uur, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres] heeft weggenomen een blauwkleurige tas en sieraden en een zaklantaarn en een horloge en een zonnebril en een kussensloop en kledingstukken en twee wifi repeaters, toebehorende aan [benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] en/of [benadeelde 14] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

feit 4

op 26 juli 2015 te Soest, op een tijdstip gelegen tussen 01.45 uur en 07.17 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen sieraden en geld (circa 11.000 euro) en kenteken-/eigendomspapieren en horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak;

feit 5

op 28 juli 2015 te Soest, op een tijdstip gelegen tussen 01.34 uur en 05.39 uur, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen sieraden en horloges, toebehorende aan [benadeelde 16] en/of [benadeelde 7] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

feit 6

op 23 juli 2015 te Soest, op een tijdstip gelegen tussen 03.30 uur en 04.24 uur, in

elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen meerdere sieraden en een horloge en een geldbedrag (van circa 760 euro) en een filmcamera en een dvd speler toebehorende aan [benadeelde 9] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

feit 7

op 26 juli 2015 te Soest, op een tijdstip gelegen tussen 01.45 uur en 04.03, in elk

geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan [adres] ) weg te nemen geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] en/of de [kerk] , en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader:

- naar die woning is toegegaan en

- vervolgens een raam heeft opengebroken en vervolgens via dat raam de woning is ingeklommen en

- aldaar de slaapkamers en de benedenverdieping heeft doorzocht en

- nadat het alarm is afgegaan de woning zonder buit (geld en/of goederen) heeft verlaten

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 8

in de periode van 8 juni 2015 tot en met 9 juni 2015 te Soest, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen een tas en een bankpas en een portemonnee met inhoud en een geldbedrag van circa 200 euro en medicijnen en horloges en een gouden ring en een goudkleurige aansteker, toebehorende aan [benadeelde 10] en/of [benadeelde 11] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

feit 9

in de periode van 1 juni 2015 tot en met 28 juli 2015 te Soest en/of Amersfoort, in ieder geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (o.a.) verdachte en [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (te weten woning- en/of bedrijfsinbraken).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

ten aanzien van feit 1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 2, feit 5, feit 6,

Telkens: diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 4

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereikt heeft gebracht door middel van braak;

ten aanzien van feit 7

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 8

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 9

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 54 maanden met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft in een zeer korte tijd, al dan niet samen met een ander, schuldig gemaakt aan een groot aantal woninginbraken, een poging daartoe en een bedrijfsinbraak, in een zodanig georganiseerd verband dat sprake is van een criminele organisatie Verdachte en zijn medeverdachte zijn daarbij zeer planmatig te werk gegaan. Zij kozen de woningen waar ze hebben ingebroken of dat geprobeerd hebben bewust uit. Zij werden hierover getipt en ze reden urenlang door Soest rond om te onderzoeken van welke huizen de bewoners afwezig waren.

Inbraken vormen een forse inbreuk op de privacy van de slachtoffers en veroorzaken gevoelens van onrust en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij. De diefstal van soms emotioneel waardevolle en niet te vervangen goederen of sieraden zorgt voor extra en niet te vergoeden of te compenseren leed. Voorts veroorzaken dergelijke feiten bij de benadeelden financiële schade en overlast. Verdachte heeft met zijn handelen aangetoond geen enkel respect voor de woning en eigendommen van anderen te hebben. De rechtbank rekent verdachte het planmatige karakter en de hoeveelheid van de zaken zwaar aan.

Uit het strafblad van verdachte van 30 oktober 2015 volgt dat hij voor het plegen van vermogensdelicten meerdere keren is veroordeeld tot een – al dan niet voorwaardelijke- gevangenisstraf. Deze veroordelingen hebben verdachte er niet van kunnen weerhouden zich wederom aan het plegen van soortgelijke feiten schuldig te maken.

Verdachte heeft niet willen verklaren over zijn persoon en niet meegewerkt aan het onderzoek van de reclassering en het onderzoek van de psycholoog R.J. Vriend. De rechtbank heeft daardoor geen inzicht gekregen in de persoon van verdachte en zijn beweegredenen waarom hij de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd.

Rekening houdend met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, zoals deze door strafrechters landelijk tot stand zijn gekomen en alle hierboven genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank zal verdachte een gevangenisstraf van vierenvijftig maanden opleggen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De rechtbank ziet geen aanknopingspunten voor een lagere straf en/of een voorwaardelijk strafdeel.

9 De benadeelde partijen

[benadeelde 12]

De benadeelde partij [benadeelde 12] vordert ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit een schadevergoeding van € 500,00 ter zake van immateriële schade, met daarbij de kosten, de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe te wijzen, met daarbij de gevorderde wettelijke rente, kosten en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft primair, gelet op de bepleite vrijspraak, bepleit de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 500,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente

[benadeelde 13]

De benadeelde partij [benadeelde 13] vordert ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit een schadevergoeding van € 500,00 ter zake van immateriële schade, met daarbij de kosten, de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe te wijzen, met daarbij de gevorderde wettelijke rente, kosten en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft primair, gelet op de bepleite vrijspraak, bepleit de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 500,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

[benadeelde 14]

De benadeelde partij [benadeelde 14] vordert ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit een schadevergoeding van € 3.420,00, waarvan € 2.920,00 ter zake van materiele schade en € 500,00 ter zake van immateriële schade, met daarbij de kosten, de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe te wijzen, met daarbij de gevorderde wettelijke rente, kosten en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft primair, gelet op de bepleite vrijspraak, bepleit de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vordering voor wat betreft de materiele schade onvoldoende onderbouwd is, nu door de verzekering een uitkering is gedaan en niet blijkt of er rekening is gehouden met de teruggegeven sieraden. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging de vordering niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

Uit het dossier volgt dat de genoemde gouden armband en twee zilverenarmbanden, met een totale waarde van € 405,00 terug zijn gevonden. De rechtbank gaat er vanuit dat deze voorwerpen reeds aan de benadeelde partij zijn teruggegeven, dan wel teruggegeven zullen worden. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank waardeert de geleden schade op € 3.015,00, waarvan € 500,00 aan immateriële schade en € 2.515,00 aan materiele schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

[benadeelde 1]

De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit een materiele schadevergoeding van een niet nader genoemd bedrag en een immateriële schadevergoeding van € 50.000,00, met daarbij de kosten, de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk en hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 1.710,68, met daarbij de gevorderde wettelijke rente, kosten en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij dient voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard.

De verdediging heeft primair, gelet op de bepleite vrijspraak, bepleit de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vordering een te grote belasting vormt voor het rechtsgeding. Het arbeidsverlies en de immateriële schade zijn onvoldoende onderbouwd. Voorts is ten aanzien van de materiële schade niet duidelijk aan wie sieraden/voorwerpen binnen de familie toebehoorden, wat de waarde daarvan was. Voorts is niet bekend of de verzekering een deel heeft vergoed.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 510,68, waarvan

€ 10,68 ter zake telefoonkosten en € 500,00 ter zake immateriële schade. De vordering kan dan ook hoofdelijk tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

De rechtbank acht de vordering voor het overige, zowel materieel als immaterieel onvoldoende concreet onderbouwd. Deze levert wel een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[benadeelde 15]

De benadeelde partij [benadeelde 15] vordert ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit een materiele schadevergoeding van een niet nader genoemd bedrag en een immateriële schadevergoeding van € 94.700,00, met daarbij de kosten, de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk en hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 4.500,00, met daarbij de gevorderde wettelijke rente, kosten en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij dient voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard.

De verdediging heeft primair, gelet op de bepleite vrijspraak, bepleit de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vordering een te grote belasting vormt voor het rechtsgeding. De immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. Voorts is ten aanzien van de materiële schade niet duidelijk aan wie de betreffende sieraden/voorwerpen binnen de familie toebehoorden, wat de waarde daarvan was. Voorts is niet bekend of de verzekering een deel heeft vergoed.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. Dit betreft de aanschaf van de bewegingsmelder van

€ 800,00 en de tot heden vervallen vier maandelijkse termijnen van € 39,95, weten

€ 159,80. Het verlies aan arbeidsvermogen is onvoldoende onderbouwd, de vordering dient voor dit deel afgewezen te worden. Daarnaast begrijpt de rechtbank dat de benadeelde immaterieel nadeel heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 500,00.

De vordering kan dan ook tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

De rechtbank acht de vordering voor het overige, zowel materieel als immaterieel, onvoldoende concreet onderbouwd. Deze levert wel een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit een materiele schadevergoeding van een niet nader genoemd bedrag en een immateriële schadevergoeding van € 18.000,00, met daarbij de kosten, de wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk en hoofdelijk toe te wijzen tot een bedrag van € 500,00, met daarbij de gevorderde wettelijke rente, kosten en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij dient voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard.

De verdediging heeft primair, gelet op de bepleite vrijspraak, bepleit de vordering af te wijzen. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de vordering een te grote belasting vormt voor het rechtsgeding. De immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. Voorts is ten aanzien van de materiële schade niet duidelijk aan wie de betreffende sieraden/voorwerpen binnen de familie toebehoorden, wat de waarde daarvan was. Voorts is niet bekend of de verzekering een deel heeft vergoed.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat slechts de behandeling van een deel van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 500,00 ter zake immateriële schade. De vordering kan dan ook hoofdelijk tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

De rechtbank acht de vordering voor het overige, zowel materieel als immaterieel onvoldoende concreet onderbouwd. Deze levert wel een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan de vordering voor dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

kosten

De rechtbank zal verdachte voorts veroordelen in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal in het belang van voornoemde benadeelde partijen, als extra waarborg voor betaling, de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opleggen

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 57, 140, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Verklaart het onder 3 ten laste gelegde feit niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 9 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 2, feit 5, feit 6

Telkens: diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 4

diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereikt heeft gebracht door middel van braak;

ten aanzien van feit 7

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

ten aanzien van feit 8

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 9

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 54 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partijen

Gehele toewijzing vordering benadeelde partij

Wijst de vorderingen van de hierna te noemen benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen van de daarbij vermelde bedragen:

- [benadeelde 12] (feit 2) € 500,00 ter zake immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 13] (feit 2) € 500,00 ter zake immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

Met dien verstande dat verdachte, ten aanzien van de benadeelde partijen van deze verplichting zal zijn bevrijd voor zover hij of (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Gedeeltelijke toewijzing vordering benadeelde partij

Wijst de vorderingen van de hierna te noemen benadeelde partijen ten dele toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen van de daarbij vermelde bedragen:

- [benadeelde 14] (feit 2) € 3.015,00 waarvan € 2.515,00 ter zake materiële schade en € 500,00 ter zake immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 1] (feit 4) € 510,68 waarvan € 10,68 ter zake materiele schade en € 500,00 ter zake immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 26 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 15] (feit 6) € 1.459,80, waarvan € 959,80 ter zake materiële schade en € 500,00 ter zake immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 26 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 2] (feit 4) € 500,00 ter zake immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 26 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening

Met dien verstande dat verdachte van deze verplichting zal zijn bevrijd voor zover hij of (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in de vorderingen zijn. Voor dat deel kunnen de benadeelde partijen de vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Kosten

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schademaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen benadeelden de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- [benadeelde 12] (feit 2) € 500,00, 10 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 13] (feit 2) € 500,00, 10 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 14] (feit 2) € 3.015,00, 40 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 1] (feit 4) € 510,68 10 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 26 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 15] (feit 6) € 1.459,80, 24 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 26 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- [benadeelde 2] (feit 4) € 500,00, 10 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 26 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de voornoemde benadeelden bevrijd voor zover hij of (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n)heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.A. van Kalveen, voorzitter, mr. A.R. Creutzberg en

mr. R.B. Eigeman, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 januari 2016.

Mr. R.B. Eigeman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

Zaak 4:

hij op of omstreeks 26 juni 2015 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfs/kantoorpand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een tablet (Samsung Galaxy Tab 2) en/of vier Ipads (merk Apple) en/of vijf Ipods (merk Apple) en/of geld (circa 700 euro) en/of zeven bankpassen en/of een telefoon (Iphone 5), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf]

[bedrijf] B.V. en/of [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

Zaak 5:

hij op of omstreeks 10 juli 2015 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland (omstreeks 04.50 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen een blauwkleurige tas en/of één of meer siera(a)d(en) en/of een zaklantaarn en/of een horloge en/of een zonnebril en/of een kussensloop en/of één of meer kledingstuk(ken) en/of twee wifi repeaters, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] en/of [benadeelde 14] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

Zaak 6:

hij op of omstreeks 17 juli 2014 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen een agenda, een bril met brillenkoker, een paspoort (met nummer [paspoortnummer] ), vijf klantenpassen, een navigatiesysteem (merk Garmin Navi 1340t), een fotocamera (merk Canon Ixus 75), een hoes voor een mobiele telefoon, tien visitekaartjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 17] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

4.

Zaak 7:

hij op of omstreeks 26 juli 2015 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, (op een tijdstip gelegen tussen 01.45 uur en 07.17 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen sieraden en/of geld (circa 11.000 euro) en/of kenteken-/eigendomspapieren en/of horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht

5.

Zaak 8:

hij op of omstreeks 28 juli 2015 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, (op een tijdstip gelegen tussen 01.34 uur en 05.39 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres] ) en/of een schuur (behorende bij die woning) heeft weggenomen sieraden en/of horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 16]

[benadeelde 16] en/of [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel, te weten een aan voormelde [benadeelde 16] en/of [benadeelde 7] toebehorende sleutel, althans een niet voor gebruik door verdachte en/of zijn mededader(s) bestemde sleutel;

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 2 Wetboek van Strafrecht

6.

Zaak 10:

hij op of omstreeks 23 juli 2015 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, (op een tijdstip gelegen tussen 03.30 uur en 04.24 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen één of meer sieraden en/of een horloge en/of een geldbedrag (van

circa 760 euro) en/of een filmcamera en/of een dvd speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 9] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7.

Zaak 12:

hij op of omstreeks 26 juli 2015 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, (op een tijdstip gelegen tussen 01.45 uur en 04.03, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan [adres] ) weg te nemen geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3] en/of de [kerk] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- naar die woning is toegegaan en/of

- ( vervolgens) een raam heeft opengebroken en/of (vervolgens) via dat raam de woning is ingeklommen en/of

- ( aldaar) de slaapkamer(s) en/of de benedenverdieping heeft doorzocht en/of

- ( nadat het alarm is afgegaan) de woning zonder buit (geld en/of goederen) heeft verlaten

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8.

Zaak 13:

hij in of omstreeks de periode van 8 juni 2015 tot en met 9 juni 2015 te Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres] ) heeft weggenomen een tas en/of een bankpas en/of een portemonnee (met inhoud) en/of een geldbedrag (van circa 200 euro) en/of medicijnen en/of één of meer horloges en/of een gouden ring en/of een goudkleurige aansteker, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 10] en/of [benadeelde 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9.

Zaak 14:

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 28 juli 2015 te Soest en/of Amersfoort, in ieder geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (o.a.) verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (te weten woning- en/of bedrijfsinbraken);

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende eindproces-verbaal in het onderzoek 033adiglas, nummer PL0900-2015231786, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, pagina 312.

3 Proces-verbaal van aangifte, pagina 313.

4 Proces-verbaal van aangifte, bijlage pagina 315.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 319.

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 330; proces-verbaal van bevindingen, pagina 385.

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 330.

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 331.

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 331.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 331.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 332.

12 Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 321.

13 Proces-verbaal van verhoor aangever, pagina 322.

14 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 332.

15 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 332; proces-verbaal van bevindingen, pagina 385.

16 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 333; proces-verbaal van bevindingen, pagina 386.

17 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 681.

18 proces-verbaal van bevindingen, pagina 682.

19 Proces-verbaal van aangifte met bijlagen, pagina 312 e.v..

20 Proces-verbaal vergelijkend werktuigsporenonderzoek, pagina 199.

21 Proces-verbaal van aangifte, pagina 389.

22 Proces-verbaal van aangifte, pagina 390.

23 Proces-verbaal van aangifte, bijlage pagina 392.

24 Proces-verbaal van aangifte, bijlage pagina 393.

25 Proces-verbaal van aangifte, bijlage pagina 394/395.

26 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 407.

27 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 404.

28 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 405.

29 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 424.

30 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 409.

31 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 410.

32 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 410.

33 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 410.

34 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 411.

35 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 411.

36 Proces-verbaal van aangifte, pagina 443.

37 Proces-verbaal van aangifte, pagina 444.

38 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 457.

39 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 458.

40 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 460.

41 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 461.

42 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 889.

43 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, bijlage pagina 890.

44 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 462.

45 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 463.

46 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 465.

47 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 466.

48 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 465, filenummer 569.

49 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 465, filenummer 570.

50 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 681.

51 proces-verbaal van bevindingen, pagina 682.

52 Proces-verbaal vergelijkend werktuigsporenonderzoek, pagina 199.

53 Proces-verbaal van aangifte, pagina 502.

54 Proces-verbaal van aangifte, pagina 503.

55 Proces-verbaal van aangifte, bijlagen pagina 506 tot en met 509.

56 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 540.

57 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 541.

58 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 528, filenummer 632.

59 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 528, bakengegevens OVC 632.

60 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 528, bakengegevens OVC 634.

61 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 528.

62 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 681.

63 proces-verbaal van bevindingen, pagina 682.

64 Proces-verbaal van aangifte, pagina 564.

65 Proces-verbaal sporenonderzoek, pagina 572.

66 Proces-verbaal van aangifte, bijlagen pagina 567 tot en met 570.

67 Proces-verbaal verhoor benadeelde, pagina 577.

68 Proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 575.

69 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 579, filenummer 511.

70 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 580, filenummer 511.

71 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 580.

72 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 581.

73 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 581, filenummer 513.

74 Proces-verbaal van aangifte, pagina 613.

75 Proces-verbaal van aangifte, pagina 614.

76 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 639.

77 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 640, filenummer 563.

78 Gespreksinhoud OVC filenummer 563, pagina 646 en 647.

79 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 640, filenummer 565.

80 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 641, bakengegevens OVC 565.

81 OVC gesprek, filenummer 153, pagina 360; OVC gesprek filenummer 156, pagina 361; OVC gesprek, filenummer 182, pagina 371.

82 Proces-verbaal van aangifte, pagina 652.

83 Proces-verbaal van aangifte, pagina 653.

84 Proces-verbaal van aangifte, bijlagen pagina 656 en 657.

85 Proces-verbaal van verhoor van getuige, pagina 679.

86 Proces-verbaal van sporenonderzoek, pagina 678.

87 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 681.

88 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 682.

89 Proces-verbaal vergelijkend werktuigsporenonderzoek, pagina 199.

90 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 138 tot en met 144.

91 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 138.

92 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 138.

93 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 138.

94 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 138.

95 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 139.

96 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 140.

97 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 141.

98 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 141.

99 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 141.

100 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 142.

101 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 143.

102 Proces-verbaal van aangifte, pagina 564.

103 Proces-verbaal crimineel samenwerkingsverband, pagina 689.

104 Proces-verbaal crimineel samenwerkingsverband, pagina 688.

105 Proces-verbaal crimineel samenwerkingsverband, pagina 687.