Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4280

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-06-2016
Datum publicatie
28-07-2016
Zaaknummer
5105243 UV EXPL 16-176 MB/880
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Overtreding non-concurrentiebeding door gedaagde is onvoldoende aannemelijk. Partijen hebben over en weer onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij rechthebbende zijn op IE-rechten met betrekking tot de PDR-calculator. N.B. Bij herstelvonnis zijn de voorletters van de advocaat van eiser gewijzigd van M. C. M. naar C.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2262
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 5105243 UV EXPL 16-176 MB/880

Kort geding vonnis van 15 juni 2016

inzake

de besloten vennootschap

[eiseres]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie

gemachtigden: mr. K.A. van Voorst en mr. V. Hoving.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 mei 2016 met producties 1 tot en met 14

- de op 30 mei 2016 van [eiseres] ontvangen akte wijziging van eis, tevens overlegging producties (15 tot en met 18)

- de op 30 mei 2016 van [eiseres] ontvangen productie 19

- de op 30 mei 2016 van [gedaagde] ontvangen eis in reconventie en producties 1 tot en met 11

- de mondelinge behandeling van 31 mei 2016

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ter zitting heeft [eiseres] bezwaar gemaakt tegen de producties (1 tot en met 11) van [gedaagde] , nu zij deze te laat – namelijk binnen de termijn van 24 uur vóór de zitting – van hem heeft ontvangen. De kantonrechter heeft ter zitting geconstateerd dat [gedaagde] deze producties tijdig aan [eiseres] heeft verzonden, maar dat deze inderdaad 23 minuten te laat door [eiseres] zijn ontvangen. Nu deze (geringe) tijdsoverschrijding, naar beide partijen tot uitgangspunt nemen, is gelegen in een storing in het (telefoon)netwerk van [eiseres] , heeft de kantonrechter ter zitting – reeds om die voor risico van [eiseres] komende reden – beslist dat hij de producties toelaat.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] drijft een onderneming die actief is op het gebied van het uitdeuken van auto’s zonder daarbij verf te spuiten.

2.2.

[gedaagde] is de buurman van [eiseres] . Vanaf omstreeks april 2014 keek [gedaagde] in de weekenden mee met de werkzaamheden van [eiseres] .

2.3.

[gedaagde] heeft een calculator ontwikkeld die ten behoeve van het maken van een offerte de kosten berekent voor het uitdeuken van een auto zonder deze te hoeven spuiten (deze methode wordt gebruikt bij hagelschade aan auto’s). [gedaagde] noemt deze calculator: PDR-calculator, waarbij “PDR” staat voor “Paintless Dent Repair”.

2.4.

Op 18 juli 2014 heeft [gedaagde] , onder meer, de domeinnaam pdr-calculator.nl geregistreerd. Via de website die onder die domeinnaam hangt biedt [gedaagde] abonnementen aan op een gepersonaliseerde PDR-calculator. Op de website staat dat bij vragen contact kan worden opgenomen met “PDR-Calculator” gevolgd door het adres van [gedaagde] .

2.5.

[gedaagde] heeft de PDR-calculator ten behoeve van [eiseres] aangepast, in die zin dat [eiseres] de met behulp van de calculator gemaakte offertes uit kan printen met zijn bedrijfslogo er op. [gedaagde] heeft [eiseres] in verband daarmee op 28 juni 2014 een factuur gestuurd voor
€ 0,00 met daarop de vermelding “abonnement”.

2.6.

[gedaagde] is op 1 oktober 2014 bij [eiseres] in dienst getreden. De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst (hierna: “de arbeidsovereenkomst”) luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

(…)

Artikel 2 Functie en arbeidsplaats

2.1

Werknemer krijgt de functie van carrosserie-/schadehersteller (…).

(…)

Artikel 12 Concurrentie

Het is de werknemer - zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever – niet toegestaan, na het eindigen van de arbeidsovereenkomst in enige vorm werkzaam te zijn of rechtstreeks of indirect betrokken te zijn bij activiteiten die gelijk of gelijksoortig zijn aan de activiteiten van de werkgever of aan haar gelieerde ondernemingen. Dit verbod geldt voor een periode van 6 maanden.

Artikel 13 Intellectuele eigendomsrechten

Aan de werkgever komt in binnen- en buitenland het intellectuele eigendomsrecht toe voortvloeiende uit de werkzaamheden van werknemer tijdens de arbeidsovereenkomst en gedurende een jaar na afloop daarvan. Desgevraagd zal werknemer alle mededelingen doen en formaliteiten verrichten.

(…)

Artikel 15 Boete

Bij overtreding van het in de artikelen 10 t/m 14 bepaalde, verbeurt werknemer, in afwijking van het in artikel 7:650 lid 3, lid 4 en lid 5 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde, aan werkgever een onmiddellijk opeisbare boete van € 5.000,= per overtreding, vermeerderd met € 100,= voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van werkgever om in plaats van de boete volledige schadevergoeding te vorderen.

(…)”

2.7.

Per 31 december 2015 is het dienstverband van [gedaagde] bij [eiseres] beëindigd. Partijen hebben de beëindiging van het dienstverband en de gevolgen daarvan vastgelegd in een beëindigingsovereenkomst (hierna: “de beëindigingsovereenkomst”) die – voor zover hier van belang – als volgt luidt:

“Beëindigingsovereenkomst dienstverband

(…)

3.1

De werknemer werkt op basis van een arbeidsovereenkomst als uitdeuker zonder spuiten bij de werkgever. (…)

(…)

3.5

Het concurrentiebeding welke ondertekend is in de lopende arbeidsovereenkomst, blijft na beëindiging dienstverband van kracht. En wordt hieronder bij punt 5.1 t/m 5.4 nogmaals vermeld als een vast onderdeel van deze overeenkomst.

(…)

5.1

Intellectuele eigendom

Auteursrechten en alle andere intellectuele en industriële eigendomsrechten, direct of indirect voortvloeiend uit werkzaamheden en/of uitvindingen van werknemer, verricht c.q. gedaan tijdens het bestaan van en in het kader van de arbeidsovereenkomst, komen toe aan de werkgever, tenzij uitdrukkelijk schriftelijk anders overeengekomen.

5.2

Het is de werknemer zonder voorgaande schriftelijke toestemming van de werkgever verboden om binnen een straal van 100 KM met als middelpunt de vestigingsplaats van de werkgever, gedurende één jaar na het einde van de overeenkomst direct of indirect, voor zichzelf of voor anderen, tegen vergoeding of om niet, in enigerlei vorm werkzaam te zijn in of voor, of betrokken te zijn (financieel) belang te hebben bij enige onderneming met activiteiten die (soort)gelijk, aanverwant of concurrent zijn met die van de werkgever, of met aan haar gelieerde ondernemingen.

(…)

Indien de werknemer handelt in strijd met de leden 5.2 t/m 5.4 van het hiervoor bepaalde, verbeurt hij, zo nodig in afwijking van artikel 7:650 leden 3, 4 en 5 BW overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:650 lid 1 BW, aan de werknemer [lees: werkgever, toevoeging voorzieningenrechter], zonder dat enige ingebrekestelling vereist is, voor iedere overtreding een boete ten bedrage van € 10.000,00, vermeerderd met € 1.000,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van de werkgever om in de plaats daarvan volledige schadevergoeding te vorderen, zulks met inachtneming van artikel 7:651 BW en onverminderd het recht van de werkgever om nakoming van dit beding en stopzetting van (de) overtreding(en) te vorderen.”

2.8.

Op 11 februari 2016 heeft [eiseres] de domeinnamen pdrcalculator.nl en pdrcalculator.com geregistreerd.

2.9.

Per e-mail van 18 januari 2016 en 2 februari 2016 is [gedaagde] door [eiseres] verzocht om de broncodes van de PDR-calculator aan [eiseres] over te dragen. Per brief van 12 februari 2016 is [gedaagde] door [eiseres] gesommeerd om, onder meer, het gebruik van domeinnaam en de daaronder hangende website www.pdrcalculator.nl te staken en gestaakt te houden, de PDR-calculator aan [eiseres] over te dragen en mee te werken aan overdracht van de domeinnaam www.pdrcalculator.nl. Aan deze sommaties heeft [gedaagde] niet voldaan.

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres] vordert – na wijzigingen van eis – bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. [gedaagde] te verbieden om, binnen een straal van 100 kilometer met als middelpunt de vestigingsplaats van [eiseres] , gedurende één jaar na 31 december 2015, direct of indirect, voor zichzelf of voor anderen, tegen vergoeding of om niet, in enigerlei vorm werkzaam te zijn in of voor of betrokken te zijn, (financieel) belang te hebben bij enige onderneming met activiteiten die (soort)gelijk, aanverwant of concurrerend zijn met die van [eiseres] of met haar gelieerde ondernemingen, zulks (zonder dat enige ingebrekestelling is vereist) op straffe van verbeurte van een boete van € 10.000,00 per overtreding (van enig onderdeel van het hiervoor bepaalde) te vermeerderen met € 1.000,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, alsmede;

  2. [gedaagde] te veroordelen om uiterlijk binnen vijf dagen na dit vonnis, in de ruimste zins des woords, in alle schriftelijke en digitale uitingen, het gebruik van de naam/het woord/de woorden/de handelsnaam “PDR Calculator”, “PDR-Calculator” en/of “PDR” of het gebruik van daarop gelijkende namen, te staken en gestaakt te houden en al deze onrechtmatig door [gedaagde] in gebruik genomen uitingen te verwijderen van door [gedaagde] gebruikte internetpagina’s, websites, social media (accounts), drukwerk, mailingen, billboards en overige (reclame/media)uitingen, alsmede [gedaagde] te gebieden om binnen voornoemde termijn, gaaf en onvoorwaardelijk mee te werken aan de (eigendoms)overdracht van de domeinnaam www.pdr-calculator.nl en volledige content van de website www.pdr-calculator.nl (daaronder bijvoorbeeld ook de broncode(s) en stambestanden en applicatie/rekenmodule te verstaan) aan [eiseres] , zonder daarvoor een vergoeding te mogen verlangen, en al datgene te doen dat daarvoor nodig is, waaronder de indiening van een ingevuld en ondertekend verzoek daartoe aan de bevoegde autoriteit alsmede, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:300 BW, te bepalen dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van degene die tot de rechtshandeling gehouden is, zulks op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per dag of deel van een dag, tot een maximum van
    € 250.000,00, dat aan voornoemde veroordeling/het verbod/het bevel door [gedaagde] geheel of gedeeltelijk geen gevolg wordt gegeven, alsmede;

[gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen:

de boetes ad (gematigd) primair € 50.000,00, subsidiair € 25.000,00, alsmede;

de buitengerechtelijke (incasso)kosten ad € 1.295,00, alsmede;

de wettelijke rente over de onder d) bedoelde kosten, te rekenen vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede;

de kosten van deze procedure (proceskosten van [eiseres] ), alsmede;

voor het geval voldoening van de onder f) bedoelde kosten niet binnen 14 dagen na datum vonnis plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf bedoelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede;

voor het geval niet binnen 14 dagen na datum vonnis volledig aan de inhoud ervan is voldaan, onder afgifte van een bevelschrift ex artikel 237 lid 4 Rv, voor de nakosten een bedrag ad € 131,00, dan wel, indien betekening van dit vonnis plaatsvindt voor nakosten ad € 199,00;

althans te bepalen zoals het de kantonrechter, optredende als voorzieningenrechter, in goede justitie zal vermenen te behoren.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten in conventie, voor de helft op grond van artikel 1019h Rv en voor de andere helft forfaitair.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde] vordert in reconventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

[eiseres] te gebieden om binnen twee weken na dit vonnis de domeinnamen pdrcalculator.nl en pdrcalculator.com over te dragen aan [gedaagde] en alle actieve en passieve medewerking te verlenen, die voor die overdracht nodig is, althans om [eiseres] te verbieden om onder die domeinnamen een online dienst voor het berekenen van offertes in de motorvoertuigen-branche of een soortgelijke verwarringwekkende dienst gericht op Nederland aan te bieden;

de vordering onder A op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [eiseres] niet voldoet aan de veroordeling;

[eiseres] te veroordelen in de proceskosten van de reconventie ex artikel 1019h Rv.

4.2.

[eiseres] voert verweer en concludeert dat de voorzieningenrechter zich onbevoegd dient te verklaren, althans tot niet-ontvankelijkverklaring van [gedaagde] , althans tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde] , met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en nakosten in reconventie, vermeerderd met de wettelijke rente.

4.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

[eiseres] legt – kort gezegd – aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] met zijn domeinnaam en de daaronder hangende website in strijd handelt met het beding omtrent de intellectuele eigendomsrechten, het non-concurrentiebeding en het boetebeding, zoals opgenomen in (de arbeidsovereenkomst en) de beëindigingsovereenkomst.

5.2.

De kantonrechter overweegt als volgt. In de arbeidsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst is als functieomschrijving “carrosserie-/schadehersteller” respectievelijk “uitdeuker zonder spuiten” opgenomen. Tevens staat in bepaling 5.2 van de beëindigingsovereenkomst (non-concurrentiebeding, zie 2.7) de zinsnede “binnen een straal van 100 kilometer met als middelpunt de vestigingsplaats van [eiseres] ”.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat hij tijdens zijn dienstverband (overwegend) werkzaamheden als uitdeuker heeft verricht en dat hij bij de bespreking van het non-concurrentiebeding in de beëindigingsovereenkomst op grond van expliciete uitlatingen van [eiseres] heeft begrepen dat dit slechts op de werkzaamheden als uitdeuker zag. Voor de omstandigheid dat [gedaagde] op zijn Linkedin-pagina vermeldt dat hij bij [eiseres] werkzaamheden in het kader van de webshop heeft verricht en slechts in beperkte mate actief was als schadehersteller, heeft [gedaagde] als verklaring gegeven dat hij solliciteerde naar administratieve functies en dat deze omschrijving hem in dat kader beter uitkwam. [gedaagde] heeft verder aangevoerd dat hij zijn websites buiten dit non-concurrentiebeding wilde houden en hij daarom aan [eiseres] heeft voorgesteld dat deze op haar beurt een beding zou tekenen op grond waarvan [eiseres] geen aanspraak kon maken op die websites. Hierop heeft [eiseres] , volgens [gedaagde] , aangegeven dat zij niet aan die websites zou komen en dat het daarom niet nodig was dat [eiseres] een dergelijk beding tekende.

Uit het bovenstaande volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat het niet voldoende aannemelijk is dat het non-concurrentiebeding (artikel 12 van de arbeidsovereenkomst, zie 2.6 en bepaling 5.2 van de beëindigingsovereenkomst, zie 2.7) naast de werkzaamheden als schadehersteller/uitdeuker, ook ziet op werkzaamheden/activiteiten gerelateerd aan de PDR-calculator. Nu [eiseres] zijn stellingen met betrekking tot de vermeende concurrerende activiteiten van [gedaagde] niet baseert op werkzaamheden als schadehersteller/uitdeuker – maar slechts op zijn activiteiten met betrekking tot de PDR-calculator – terwijl het boetebeding (bepaling 5.5 van de beëindigingsovereenkomst, zie 2.7) slechts aan het non-concurrentiebeding is verbonden en niet aan de bepaling over de intellectuele eigendom (bepaling 5.1 van de beëindigingsovereenkomst, zie 2.7), staat de grondslag van het door [eiseres] onder a en c gevorderde onvoldoende vast en zullen deze vorderingen worden afgewezen.

5.3.

De kantonrechter overweegt voorts het volgende. In de bepalingen in de arbeidsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten staat vermeld (zie 2.6 en 2.7) dat het gaat om intellectuele eigendomsrechten voortvloeiende uit werkzaamheden respectievelijk werkzaamheden en/of uitvindingen “tijdens de arbeidsovereenkomst” respectievelijk “tijdens het bestaan van en in het kader van de arbeidsovereenkomst”.

[gedaagde] heeft – onderbouwd met stukken – aangevoerd dat hij de PDR-calculator niet tijdens zijn arbeidsovereenkomst met [eiseres] heeft ontwikkeld. [gedaagde] heeft hiertoe, kort gezegd, aangevoerd dat hij uit persoonlijke interesse bij de bedrijfsvoering van [eiseres] (zijn buurman) heeft meegekeken en dat hij naar aanleiding daarvan de PDR-calculator op eigen initiatief en voor eigen rekening en risico in juni/juli 2014 heeft ontwikkeld en dat hij in juli 2014 ook zijn domeinnamen heeft geregistreerd, beide dus vóór zijn dienstverband per 1 oktober 2014. [gedaagde] bood vanaf dat moment abonnementen aan voor het online berekenen en maken van offertes onder het eigen logo van de abonnee. [eiseres] heeft een dergelijk abonnement afgesloten, waarvoor [gedaagde] hem – als vriendendienst – geen kosten in rekening heeft gebracht.

Gelet op de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] is zonder nadere bewijsvoering – waarvoor in kort geding geen plaats is – niet voorshands aannemelijk dat de intellectuele eigendomsrechten die verband houden met de PDR-calculator onder het IE-beding in de arbeidsovereenkomst en de beëindigingsovereenkomst vallen, althans is op voorhand niet vast te stellen dat een bodemrechter naar alle waarschijnlijkheid zal oordelen dat deze rechten daar wél onder vallen. Op grond hiervan staat ook deze grondslag van de vorderingen van [eiseres] onvoldoende vast en zal het onder b door haar gevorderde worden afgewezen.

5.4.

Nu de (overige) vorderingen van [eiseres] in conventie zijn afgewezen, volgen de daaraan verbonden gevorderde kostenveroordelingen (vordering d tot en met h) dat lot. Nu de vorderingen van [eiseres] in conventie reeds om bovenvermelde redenen worden afgewezen, wordt niet meer toegekomen aan de overige door [gedaagde] aangevoerde verweren.

5.5.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld.

[gedaagde] heeft gemotiveerd betwist dat zijn advocaatkosten door een rechtsbijstandsverzekering worden gedekt en dat hij geen btw over deze kosten is verschuldigd. Voorts geldt dat [gedaagde] onderscheid maakt ter zake kosten die niet onder de IE-grondslag vallen en dat de door [gedaagde] met betrekking tot de IE-grondslag gevorderde kosten lager zijn dan (de helft van) het forfaitaire bedrag voor een kort geding in intellectuele eigendomszaken zoals genoemd in de “Indicatietarieven in IE-zaken”, zodat de kantonrechter geen aanleiding ziet om te oordelen dat de door [gedaagde] gevorderde proceskosten niet redelijk en evenredig zijn. De verweren van [eiseres] op met betrekking tot de proceskostenveroordeling worden dan ook verworpen.

De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden, zoals door haar gevorderd, voor 50% forfaitair begroot op € 300,00 (tarief salaris gemachtigde € 600,00 : 2) en voor 50% op grond van artikel 1019h Rv begroot op de resterende daadwerkelijk door [gedaagde] in conventie gemaakte proceskosten ad € 2.432,10, aldus in totaal begroot op € 2.732,10.

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

[eiseres] stelt dat de kantonrechter zich in reconventie onbevoegd dient te verklaren, nu de reconventionele vordering van [gedaagde] een vordering van onbepaalde waarde betreft en deze niet samenhangt met de vorderingen van [eiseres] in conventie.

6.2.

De kantonrechter is van oordeel dat er wel sprake is van samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, nu vordering A in reconventie het spiegelbeeld is van (een deel van) het onder b door [eiseres] in conventie gevorderde (zie 4.1 en 3.1). De kantonrechter acht daarom een gezamenlijke behandeling vanuit proceseconomisch oogpunt gewenst en zal – op grond van artikel 94 lid 3 en lid 2 Rv – het geschil in reconventie aan zich houden.

6.3.

De kantonrechter stelt het volgende voorop. Niet in geschil is dat domeinnamen slechts eenmaal worden uitgereikt, te weten aan degene die de domeinnaam het eerst doet registreren (en haar rechtsopvolgers). Deze (rechts-)persoon is daarmee in beginsel de rechthebbende op de domeinnaam geworden. Dit lijdt echter uitzondering, indien in rechte wordt geoordeeld dat door de registratie inbreuk wordt gemaakt op de merkrechten en/of handelsnaamrechten van een andere partij, of wanneer anderszins geoordeeld moet worden dat sprake is van onrechtmatig handelen door de eerst-registrerende partij.

6.4.

[gedaagde] vordert in reconventie op grond van artikel 5 Handelsnaamwet dat [eiseres] wordt veroordeeld om de op haar naam geregistreerde domeinnamen pdrcalculator.nl en pdrcalculator.com aan hem over te dragen (zie 4.1 onder A). [gedaagde] legt aan deze vordering ten grondslag dat hij rechthebbende is op de handelsnaam PDR Calculator, zodat [eiseres] met de registratie van haar domeinnamen inbreuk maakt op zijn handelsnaamrechten. [eiseres] op haar beurt stelt echter (in conventie) – naar de kantonrechter begrijpt – dat [gedaagde] zijn domeinnaam en de daaronder hangende website in strijd met (mede) de bepaling omtrent de intellectuele eigendom zoals opgenomen in (de arbeidsovereenkomst en) de beëindigingsovereenkomst gebruikt en hij op grond daarvan zijn domeinnamen aan haar dient over te dragen.

In conventie is reeds geoordeeld dat gelet op de stellingen van partijen over en weer zonder nadere bewijsvoering, waarvoor in kort geding geen plaats is, niet reeds op voorhand kan worden geoordeeld dat een bodemrechter naar alle waarschijnlijkheid zal oordelen dat het gelijk ter zake het geschil over de intellectuele eigendomsrechten van de PDR-calculator aan de zijde van [eiseres] ligt (zie 5.3). Ditzelfde geldt spiegelbeeldig – nu de vordering in reconventie het spiegelbeeld is van de vordering in conventie op dit punt – voor de vorderingen in reconventie, met andere woorden: thans is ook niet voldoende aannemelijk dat het bedoelde gelijk door een bodemrechter aan [gedaagde] zal worden toegekend, zodat ook de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen.

6.5.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden, zoals door haar gevorderd, forfaitair begroot op:

- salaris gemachtigde 300,00 (factor 0,5 × tarief € 600,00)

Totaal € 300,00

6.6.

De door [eiseres] over de proceskosten gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met inachtneming van de in het dictum bepaalde termijn.

6.7.

De nakosten en de wettelijke rente daarover, waarvan [eiseres] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

7 De beslissing

De kantonrechter, optredende als voorzieningenrechter:

in conventie

7.1.

wijst de vorderingen af;

7.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 2.732,10 aan salaris gemachtigde;

7.3.

verklaart de proceskostenveroordeling in conventie uitvoerbaar bij voorraad;

7.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie:

7.5.

wijst de vorderingen af;

7.6.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 300,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

7.7.

veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [eiseres] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening;

7.8.

verklaart de proceskosten- en nakostenveroordeling in reconventie uitvoerbaar bij voorraad;

7.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2016.

type: MB (4209)

coll: RS (4234)