Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4279

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-07-2016
Datum publicatie
28-07-2016
Zaaknummer
16/652465-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beslissing rechter-commissaris tot afwijzing van bevel observatie in PBC. De rechter-commissaris geeft de officier van justitie in overweging of plaatsing in het kader van de BOPZ passend is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2016/221
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Midden-Nederland

rechter-commissaris in strafzaken

beslissing

(afwijzig op vordering opname in het Pieter Baan Centrum zoals bedoeld

in artikel 196 Wetboek van Strafvordering)

Parketnummer: 16/652465-16

RC-nummer: 16/3486

De rechter-commissaris heeft het dossier gezien in de strafzaak tegen:

[verdachte]

geboren op [1994] in [geboorteplaats]

gedetineerd: PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein in Nieuwegein

De rechter-commissaris heeft gelet op:

De vordering van de officier van justitie, het rapport van de gedragsdeskundige in het kader van

een voorgeleidingsconsult en de rapportages van de reclassering die over de verdachte zijn

opgemaakt;

Het verhoor van verdachte, waarbij de verdachte heeft verklaard niet mee te werken aan een

psychiatrisch en psychologisch onderzoek.

OVERWEGINGEN

De rechter-commissaris heeft een bevel tot bewaring van deze verdachte gegeven;

Aan verdachte is nog geen dagvaarding of kennisgeving van verdere vervolging betekend;

Uit het dossier komt naar voren dat er een ernstig vermoeden is van diverse problemen op

psychiatrisch en neurologisch gebied, waardoor verdachte een gevaar voor zichzelf en zijn

omgeving vormt. Verdachte heeft aangegeven niet te willen meewerken aan enig onderzoek

naar zijn geestvermogens in het kader van het strafrecht en ook zal trachten zich zoveel

mogelijk aan de observatie te onttrekken.

Gebleken is dat de wachttijd voor een plaatsing in het PBC 10 weken bedraagt. De observatie

en verslaglegging zullen nog eens 14 weken duren. Dus in totaal 24 weken.

Gelet op de relatief beperkte ernst van de verdenkingen brengt dit met zich mee dat er geen

of een zeer beperkt voorwaardelijk strafdeel zal resteren, nadat de observatie is beëindigd. Uit

het dossier is af te leiden dat verdachte niet bereid of in staat is zich aan enige vorm van

ambulante behandeling en begeleiding te houden. Voor een mogelijk uit beveiligings- en

behandelingsopzicht wenselijke klinische opname in het kader van een voorwaardelijk

strafdeel zal naar de inschatting van de rechter-commissaris dan ook geen ruimte zijn.

De inschatting van de rechter-commissaris is dat enige maatregel, in het kader van het

strafrecht niet opgelegd zal worden.

De conclusie is dan ook dat de mogelijk noodzakelijk behandeling niet in het strafrecht

haalbaar is en de rechter-commissaris zal de vordering dan ook afwijzen.

De rechter-commissaris heeft hiervoor reeds geconstateerd dat er een ernstig vermoeden is

dat er bij verdachte diverse problemen op psychiatrisch en neurologisch gebied spelen,

waardoor verdachte een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving vormt. De officier van justitie

heeft gedurende het verhoor op deze vordering aangegeven dat de reguliere GGZ -al dan

niet in het kader van een machtiging op grond van de BOPZ- waarschijnlijk een te laag

beveiligingsniveau kan bieden voor verdachte. De rechter-commissaris geeft de officier van

justitie echter nadrukkelijk in overweging te doen onderzoeken of een maatregel in het kader

van de BOPZ passend is, waarbij zij op de mogelijkheid van plaatsing op de Van der Hoeven

Kliniek KIB (kliniek voor intensieve Behandeling) wijst. Een dergelijke kliniek biedt immers een

hoog beveiligingsniveau en plaatsen voor betrokkenen met een BOPZ-machtiging.

De rechter-commissaris heeft gelet op de artikelen 196, 197 en 198 van het Wetboek van

Strafvordering.

BESLISSING

De rechter-commissaris wijst af de vordering van de officier van justitie dat de verdachte ter observatie

zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht.

Utrecht, 27 juli 2016.

De rechter-commissaris,

mr E.E.A. van Kalveen

Een kopie van dit bevel is verzonden aan de Officier van Justitie, mr. T. Tanghe, en aan de advocaat van de verdachte, mr. J.C.Reisinger, op woensdag 27 juli 2016.