Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4096

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-07-2016
Datum publicatie
22-07-2016
Zaaknummer
C/16/414268 / KG ZA 16-320
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

kort geding aanbestedingsprocedure

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2016/470
JAAN 2016/211
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/414268 / KG ZA 16-320

Vonnis in kort geding van 22 juli 2016

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CITYTEC B.V.,

hierna te noemen: CityTec,

statutair gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. L. Bozkurt,

eiseres in de hoofdzaak en verweerster in het incident,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LEUSDEN,

zetelend te Leusden,

gedaagde in de hoofdzaak en verweerster in het incident,

advocaten mrs. C.H. van Hulsteijn en E.J.M. Brenders.

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZIUT B.V.,

hierna te noemen: Ziut,

statutair gevestigd te Arnhem,

tussenkomende partij,

advocaat mr. D.J.L. van Ee,

en in de zaak van:


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZIUT B.V.,

hierna te noemen: Ziut,

statutair gevestigd te Arnhem,

tussenkomende partij,

advocaat mr. D.J.L. van Ee,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CITYTEC B.V.,

hierna te noemen: CityTec,

statutair gevestigd te Rotterdam,

advocaat mr. L. Bozkurt,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LEUSDEN,

zetelend te Leusden,

advocaten mrs. C.H. van Hulsteijn en E.J.M. Brenders.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de aan de Gemeente op 26 april 2016 betekende dagvaarding,

  • -

    de producties 1 tot en met 18 van CityTec,

  • -

    productie van de Gemeente,
    - de incidentele conclusie tot tussenkomst althans voeging van Ziut,

  • -

    de mondelinge behandeling van 8 juli 2016,

  • -

    de pleitnota van CityTec,

  • -

    de pleitnota van de Gemeente,

  • -

    de pleitnota van Ziut.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Gemeente heeft op 29 januari 2016 een nationale openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor het “Beheer en onderhoud Openbare Verlichting 2016-2030 inclusief Telemanagementsysteem, gemeente Leusden”.
De opdracht bestaat uit drie onderdelen, namelijk:
- het beheer en onderhoud van de openbare verlichting op het grondgebied van de Gemeente
voor een periode van vijftien jaar,
- de vervanging van de armaturen (de koppen) van de lantaarnpalen door duurzame
alternatieven, en
- de levering en implementatie van een telemanagementsysteem. Dit is een systeem
waarbij een communicatieverbinding wordt gemaakt tussen de verschillende
(groepen) lantaarnpalen en een computer, waardoor de Gemeente op afstand met de
opdrachtnemer kan meekijken bij de uitvoering van het beheer- en onderhoudsgedeelte van
de opdracht en geïnformeerd blijft over de prestaties van de verlichting.

2.2.

Ten behoeve van deze aanbestedingsprocedure is het door CityTec als productie 2 overgelegde document met bijlagen (hierna in navolging van CityTec: het aanbestedingsdocument) opgesteld. In dit document zijn – kort gezegd – de spelregels en de voorwaarden die worden gesteld met betrekking tot de aanbestedingsprocedure beschreven.

De gegadigden zijn in de gelegenheid gesteld om vragen over de aanbestedingsprocedure te stellen. Er zijn in dit verband twee Nota’s van Inlichtingen verschenen.

2.3.

Gunning van de opdracht geschiedt op basis van het gunningscriterium “economisch meest voordelige inschrijving” (EMVI). De subgunningscriteria zijn prijs en kwaliteit, waarbij kwaliteit weer is onderverdeeld in drie subcriteria, namelijk:
a) Duurzaamheid,
b) Kwaliteit dienstverlening, en
c) Prestatie telemanagementsysteem.

Ten aanzien van de hiervoor onder a tot en met c genoemde criteria geldt dat per onderdeel een fictieve meerwaarde is te behalen, zoals is weergegeven in onderstaande tabel:

De subgunningscriteria betreffende EMVI Max. te behalen fictieve meerwaarde
a. Subcriterium prijs, en;
b. Subcriterium duurzaamheid 20% zijnde € 640.000,- (bij cijfer 10)
c. Subcriterium kwaliteit dienstverlening 40% zijnde € 1.280.000,- (bij cijfer 10)
d. Subcriterium prestatie telemanagementsysteem 40% zijnde € 1.280.000,- (bij cijfer 10)

De fictieve meerwaarde wordt van de inschrijfprijs afgetrokken en dat is de fictieve prijs. De EMVI is de inschrijving met de laagste fictieve prijs.

2.4.

CityTec en Ziut hebben tijdig hun inschrijving ingediend. Er heeft daarnaast nog één andere inschrijver een inschrijving ingediend.

2.5.

Bij brief van 7 april 2016 heeft de Gemeente aan CityTec bericht dat zij voornemens is om de opdracht aan Ziut te gunnen, omdat Ziut de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan.

Ziut heeft weliswaar een hogere prijs aangeboden dan CityTec maar heeft beter gescoord op kwalteit. Zij heeft drie tienen gescoord, terwijl CityTec twee achten en een tien heeft gescoord.

2.6.

Op 20 april 2016 heeft er een gesprek tussen CityTec en de Gemeente plaatsgevonden waarin de de Gemeente haar beslissing nader heeft gemotiveerd.

2.7.

CityTec heeft omdat zij zich niet kan vinden in het voornemen van de Gemeente om de opdracht aan Ziut te gunnen dit kort geding aanhangig gemaakt.

3 De vorderingen

3.1.

CityTec vordert – samengevat – dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,:
primair
a) de Gemeente wordt bevolen om haar gunningsvoornemen in te trekken en de opdracht
aan CityTec te gunnen,
subsidiair
b) de Gemeente wordt bevolen om haar gunningsvoornemen in te trekken en, indien
de Gemeente de opdracht nog wenst te vergeven, de inschrijvingen te doen herbeoordelen
door een nieuwe beoordelingscommissie welke bestaat uit leden met dezelfde achtergrond
en inhoudelijke kennis van de onderhavige opdracht als opgenomen in bijlage 5 van het
aanbestedingsdocument en met inachtneming van het bepaalde in de
aanbestedingsdocumenten en het in deze zaak te wijzen vonnis,
meer subsidiair
c) een voorziening wordt getroffen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt,
primair, subsidiair en meer subsidiair,
d) de Gemeente wordt veroordeeld in proceskosten en nakosten te vermeerderen met
wettelijke rente.

3.2.

Ziut vordert in het incident dat het haar bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt toegestaan om tussen te komen in de procedure tussen CityTec en de Gemeente en subsidiair dat zij in die procedure wordt toegelaten als voegende partij aan de zijde van
de Gemeente.

3.3.

Ziut vordert in de hoofdzaak dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,:

a) de Gemeente wordt verboden de opdracht te gunnen aan een ander dan Ziut, indien en
voorzover de Gemeente de opdracht wenst te gunnen,
b) CityTec wordt geboden te gehengen en te gedogen dat de Gemeente de opdracht gunt
aan Ziut,
c) CityTec wordt veroordeeld in de proceskosten en nakosten te vermeerderen met
wettelijke rente.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In het incident
4.1. Tijdens de mondelinge behandeling is de door de Ziut gevorderde tussenkomst in de hoofdzaak tussen CityTec en de Gemeente toegewezen. Partijen hebben desgevraagd aan de voorzieningenrechter verklaard geen bezwaar tegen deze tussenkomst te hebben.

Ziut heeft niet om een proceskostenveroordeling in het incident verzocht zodat hierover geen beslissing behoeft te worden gegeven. Overigens zou de voorzieningenrechter wanneer Ziut daarom wel had verzocht aanleiding hebben gezien om deze proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten in het incident draagt.

In de hoofdzaak tussen CityTec en de Gemeente

4.2.

De primaire vordering van CityTec strekt ertoe dat de opdracht aan haar wordt gegund. CityTec legt daaraan – samengevat – het volgende ten grondslag.

4.2.1.

Primair, stelt zij zich op het standpunt dat de Gemeente de inschrijving van Ziut als ongeldig ter zijde had moeten leggen, omdat deze inschrijving irreëel en/of manipulatief is. CityTec zou wanneer de inschrijving van Ziut als ongeldig ter zijde zou zijn gelegd als eerste zijn geëindigd. De opdracht moet dan ook aan haar worden gegund.

4.2.2.

Subsidiair, voor zover de inschrijving van Ziut niet ongeldig is, voert CityTec
aan dat i) de beoordeling van de inschrijvingen niet is uitgevoerd overeenkomstig de beoordelingsmethodiek zoals kenbaar uit de aanbestedingsdocumentatie en dat ii) de beoordeling van de inschrijving van Ziut op een feitelijke onjuistheid berust.

4.3.

De subsidiaire vordering van CityTec strekt ertoe dat de inschrijvingen worden herbeoordeeld. CityTec baseert deze vordering op dezelfde argumenten zoals die hiervoor in 4.2.2. verkort zijn weergegeven.

Is de inschrijving van Ziut ongeldig?
4.4. Allereerst zal worden beoordeeld of het aannemelijk is dat de Gemeente de inschrijving van Ziut als ongeldig ter zijde had moeten leggen, omdat deze inschrijving irreëel en/of manipulatief is.

4.5.

CityTec voert ter onderbouwing van dit standpunt – samengevat – het volgende aan. Ziut heeft een hogere inschrijfprijs gehanteerd dan CityTec en heeft de kwalitatieve subgunningscriteria zodanig ingevuld dat zij daarop hogere scores zou behalen dan CityTec, ook al zou zij dit niet kunnen waarmaken. Ziut heeft met betrekking tot recycling en
social return on investment (SROI) onmogelijke hoge percentages opgegeven, namelijk 98% voor recycling en 100% voor SROI.

Omdat deze percentages pas lange tijd na gunning van de opdracht zullen blijken en er bovendien geen sanctie op staat, heeft Ziut al manipulerend onmogelijke percentages opgegeven, zodat zij op kwaliteit het hoogst zou scoren. Nu het van te voren al vaststaat dat Ziut deze percentages niet zal kunnen waarmaken, is er sprake van een irreële en/of manipulatieve inschrijving. De Gemeente had daarom – al dan niet na het uitvoeren van een onderzoek naar het realiteitsgehalte van de door Ziut opgegeven percentages – de inschrijving van Ziut ongeldig moeten verklaren.

De Gemeente en Ziut voeren hiertegen verweer.

Recyclingspercentage
4.6. Partijen zijn het erover eens dat Ziut heeft ingeschreven met een recyclingspercentage van 98%. De te beantwoorden vraag is of het aannemelijk is dat dit percentage – zoals CityTec stelt en de Gemeente en Ziut gemotiveerd betwisten – irreëel is, omdat een recyclingspercentage van 92% – zoals CityTec stelt en de Gemeente en Ziut betwisten – technisch het hoogst haalbare percentage is. Het is daarbij aan CityTec om aannemelijk te maken dat dit het geval is.

4.7.

CityTec voert ter onderbouwing van haar stelling dat het recyclingspercentage van 98% waarmee Ziut heeft ingeschreven irreëel is – samengevat – het volgende aan.

Ziut maakt, evenals CityTec, voor de uitvoering van de recycling gebruik van een derde partij. Deze derde partij is WeCycle, welke onderneming met tussenkomst van de
Stichting LightRec Nederland wordt ingeschakeld. Ziut heeft ook op haar website vermeld dat zij vanaf 2005 gebruik maakt van WeCycle. Uit de door CityTec als productie 11 overgelegde brief van de Stichting LightRec Nederland en uit de als productie 12 en 13 overgelegde stukken volgt dat het maximale percentage voor recycling van lampen 92% en het maximale percentage voor recycling van armaturen 78% bedraagt.

4.8.

Ziut en de Gemeente betwisten dat het door Ziut aangeboden percentage van 98% niet reëel en haalbaar zou zijn. Ter onderbouwing daarvan voeren zij aan dat uit de inschrijving van Ziut volgt dat Ziut geen gebruik zal maken van WeCycle, maar de recycling in eigen beheer zal uitvoeren en dat Ziut heeft toegelicht waarom zij een hoger percentage kan realiseren dan WeCycle. Deze toelichting komt neer op het volgende.
Ziut heeft een eigen recycleproces ingericht dat specifiek is gericht op ontmanteling van armaturen afkomstig uit de openbare ruimte. Dit eigen proces is zodanig ingericht dat daarmee een verder gaande ontmanteling van te recyclen componenten kan worden bereikt dan via WeCycle. Als gevolg van deze verfijning in het proces, is het mogelijk om vrijwel alle materialen waaruit een armatuur is vervaardig afzonderlijk te verwijderen, te sorteren en daarmee voor hergebruik geschikt te maken. Daarmee is de hoeveelheid restproduct dat in de verbrandingsoven eindigt minimaal.

4.9.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat CityTec, in het licht van deze gemotiveerde betwisting van de Gemeente en Ziut, haar stelling dat het door Ziut opgegeven recyclingspercentage van 98% irreëel c.q. technisch niet haalbaar is onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt.
Er zijn onvoldoende concrete aanknopingspunten dat Ziut in het kader van de onderhavige opdracht (uitsluitend) gebruik zal maken van WeCycle. Dat Ziut op haar website heeft vermeld dat zij vanaf 2005 gebruik maakt van WeCycle, betekent nog niet dat Ziut vanaf 2005 de recycling ook alleen door WeCycle laat uitvoeren.

Er zijn verder onvoldoende aanwijzingen om de conclusie te dragen dat het op voorhand al duidelijk is dat Ziut niet erin zal slagen om in eigen beheer een recyclingspercentage van 98% te realiseren. Dat WeCycle dit mogelijk niet lukt, betekent nog niet dat Ziut dat ook niet zal lukken. Overigens is het zo dat het maximale recyclingspercentage van 92% dat volgens CityTec door WeCycle zou worden gerealiseerd, is gebaseerd op cijfers met betrekking tot het jaar 2014. CityTec heeft dit tijdens de mondelinge behandeling aan de voorzieningenrechter bevestigd. Het is niet op voorhand uit te sluiten dat er thans (twee jaar later) een hoger recyclingspercentage door WeCycle kan worden gerealiseerd dan de percentages die zij in 2014 realiseerde.

Percentage SROI

4.10.

Partijen verschillen van mening over het percentage SROI waarmee Ziut heeft ingeschreven. CityTec stelt zich op het standpunt dat dit percentage 100% zou bedragen, terwijl de Gemeente en Ziut betogen dat niet het geval is. De gemeente voert daarbij aan dat Ziut geen percentage heeft vermeld, maar heeft aangeboden om SROI maximaal in te zetten. Er zijn de voorzieningenrechter geen concrete aanknopingspunten gebleken dat Ziut aldus met een percentage van 100% zou hebben ingeschreven. In de voorlopige gunnings-beslissing wordt van een dergelijk percentage ook geen melding gemaakt, maar is vermeld dat bij Ziut sprake is van “maximaal gebruik SROI”, hetgeen niet hetzelfde is als 100%. Een maximaal gebruik SROI kan immers ook corresponderen met een lager percentage dan 100%.

Er zijn verder ook geen feiten en omstandigheden die wijzen op de juistheid van de – door de Gemeente betwiste – stelling van CityTec dat de Gemeente in het kader van het gesprek van 20 april 2016 aan CityTec heeft meegedeeld dat het percentage SROI waarmee Ziut heeft ingeschreven 100% bedraagt.
De stelling van CityTec dat het percentage SROI waarmee Ziut heeft ingeschreven irreëel c.q. niet haalbaar is, gezien het voorgaande dan ook niet aannemelijk. Immers, deze stelling gaat uit van de, voorshands niet juist gebleken, veronderstelling dat het percentage waarmee Ziut heeft ingeschreven 100% bedraagt.


Nader onderzoek naar realiteitsgehalte inschrijving van Ziut
4.11. CityTec heeft nog betoogd dat de Gemeente een nader onderzoek had moeten instellen naar het realiteitsgehalte van het recyclingpercentage en SROI percentage waarmee Ziut heeft ingeschreven. Zij kan hierin niet worden gevolgd.
Als uitgangspunt geldt dat een aanbestedende dienst er bij de beoordeling vanuit mag gaan dat een inschrijver zijn inschrijving kan waarmaken. Alleen wanneer er concrete aanwijzingen zijn dat de inschrijver haar inschrijving niet kan waarmaken, rust op de aanbestedende dienst een nadere onderzoeksplicht. In het voorgaande ligt besloten dat deze concrete aanwijzingen er nu juist niet waren. Overigens, geldt dat ook wanneer al zou kunnen worden geconcludeerd dat er een nadere onderzoeksplicht op de Gemeente rust, dit – zoals de Gemeente betoogt – CityTec niet kan baten, omdat CityTec geen daarmee corresponderende vordering heeft ingesteld.


Conclusie

4.12.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het niet, althans onvoldoende aannemelijk is dat de inschrijving van Ziut op grond van de door CityTec aangevoerde argumenten irreëel en /of manipulatief is. Dit brengt mee dat het niet aannemelijk is dat de Gemeente de inschrijving van Ziut als ongeldig terzijde had moeten leggen.

Is de beoordeling van de inschrijvingen uitgevoerd in overeenstemming met de beoordelingsmethodiek zoals kenbaar uit de aanbestedingsdocumentatie?
4.13. CityTec stelt zich op het standpunt dat de subcriteria “Duurzaamheid” en “Kwaliteit van dienstverlening” niet in overeenstemming met de beoordelingsmethodiek zoals kenbaar uit de aanbestedingsdocumentatie zijn beoordeeld. De gemeente en Ziut betwisten dit.

4.14.

Als uitgangspunt geldt dat de aanbestedende dienst de beoordelingsmethodiek zoals vermeld in de aanbestedingsdocumentatie dient na te leven. Zij mag daarvan niet afwijken. Dit zou in strijd zijn met de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht, namelijk het gelijkheids- en transparantiebeginsel en het daaruit voortvloeiende verbod van favoritisme en willekeur. De aanbestedende dienst heeft wat dit onderdeel betreft dan ook geen beleidsvrijheid. De voorzieningenrechter zal daarom de tussen partijen ter discussie staande vraag, of de Gemeente de inschrijvingen met inachtneming van de uit de aanbestedingsdocumentatie kenbare beoordelingsmethodiek heeft beoordeeld, vol moeten toetsen.

4.15.

De inschrijvers dienden, blijkens het bepaalde in 5.2. van bijlage 5 bij het aanbestedingsdocument bij hun een inschrijving een door hen op te stellen Plan van Aanpak met drie onderdelen in te dienen. Zij dienden een beschrijving te geven van:
- criterium “Duurzaamheid”,
- criterium “Kwaliteit dienstverlening”, en
- de Prestatie van het Telemanagementsysteem.

In deze bepaling is verder het volgende vermeld:
“ ad 1 Duurzaamheid
De inschrijver laat zien hoe hij in dit project inspeelt op de wens van de opdrachtgever omtrent Duurzaamheid. Beperken uitstoot door transport- en verkeersbewegingen, storingsrondes, opslag van materiaal en inzet van schone vervoersmiddelen.

ad 2 Kwaliteit Dienstverlening
De inschrijver laat zien hoe hij in dit project inspeelt op de wens van de opdrachtgever omtrent de Kwaliteit van de Dienstverlening. Opdrachtgever wil gedurende de contractduur alleen over de schouder (middels het telemanagementsysteem) meekijken naar de status van de areaal en de prestaties van de opdrachtnemer. Opdrachtgever zal hierin niet sturend optreden en wil dan ook ontzorgd en tegelijk goed geïnformeerd zijn. Onderdeel van dit hoofdstuk is een risico top 5, inclusief de te treffen beheersmaatregelen per risico.

ad 3 Prestatie Telemanagementsysteem
De inschrijver laat zien hoe hij in dit project inspeelt op de wens van de opdrachtgever omtrent de Prestatie van het Telemanagementsysteem: Opdrachtgever wil een telemanagementsysteem zoals beschreven in de aanbestedingsdocumenten en in het bijzonder in het Programma van prestaties en minimumeisen.”

4.16.

De beoordelingsmethodiek is omschreven in artikel 5.3 van bijlage 5 bij het aanbestedingsdocument. Dit artikel luidt – voor zover van belang – als volgt:

“ Beoordeling van de inschrijving geschiedt in een aantal stappen en wel als volgt:
1. Controle op compleetheid van de stukken;
2. Beoordelen Plan van Aanpak en vaststellen fictieve korting;
3. Vaststellen van de economisch meest voordelige inschrijving.

Het Plan van Aanpak wordt beoordeeld door een beoordelingsteam, bestaande uit vijf personen:
drie medewerkers van de Gemeente Leusden en twee externe adviseurs op het gebied van
Openbare verlichting.
De onderstaande schoolcijfers worden per subsubgunningscriterium (op het onderdeel kwaliteit) door het beoordelingsteam gehanteerd:
- Uitmuntend komt overeen met het schoolcijfer 10; te behalen kwalitatieve waarde 100%.
- Goed komt overeen met het schoolcijfer 8; te behalen kwalitatieve waarde 50%.
- Voldoende komt overeen met het schoolcijfer 6; te behalen kwalitatieve waarde 0%.
- Onvoldoende: een schoolcijfer 0 t/m 5. Komt niet voor gunning in aanmerking.
Het toekennen van de schoolcijfers doet elk lid van het beoordelingsteam op zich, aan de hand van de beoordelingsmatrix zoals opgenomen in Bijlage 6.
Het toekennen van het uiteindelijke cijfer per onderdeel gebeurt op basis van consensus door het beoordelingsteam. (…)
Op basis van het cijfer wordt de bijbehorende fictieve meerwaarde per subgunningscriterium vastgesteld.

De door de inschrijvers ingediende inschrijvingsbiljetten worden geopend nadat de kwalitatieve beoordeling is afgerond. (…). De fictieve prijs wordt bepaald door:
Fictieve prijs = Inschrijfprijs – Fictieve meerwaarde.

De inschrijver met de laagste fictieve prijs komt voor gunning in aanmerking. (…).”

Bijlage 6 waarnaar in dit artikel wordt verwezen luidt – voor zover van belang – als volgt:
Duurzaamheid
Wens: Beperken uitstoot door transport- en verkeersbewegingen, storingsrondes, opslag van materiaal en inzet van schone vervoersmiddelen.

Cijfer 6 = 0%
De inschrijver geeft aan hoe hij invulling geeft aan de wens van de aanbestedende dienst.
Alle maatregelen zijn SMART beschreven en kunnen worden getoetst door de opdrachtgever.

Cijfer 8 = 50%
De inschrijver geeft aan hoe hij invulling geeft aan de wens van de aanbestedende dienst.
Alle maatregelen zijn SMART beschreven en kunnen worden getoetst door de opdrachtgever.

Ten opzichte van de score 6 biedt de inschrijver extra kwaliteit die aansluit bij de wens van de aanbestedende dienst en duidelijke toegevoegde waarde heeft.

Cijfer 10 = 100%
De inschrijver geeft aan hoe hij invulling geeft aan de wens van de aanbestedende dienst.
Alle maatregelen zijn SMART beschreven en kunnen worden getoetst door de opdrachtgever.

Ten opzichte van de score 8 biedt de inschrijver extra kwaliteit die aansluit bij de wens van de aanbestedende dienst en duidelijke en in ruime mate toegevoegde waarde heeft.

Kwaliteit Dienstverlening

Wens: Opdrachtgever wil gedurende de contractduur alleen over de schouder (middels het telemanagementsysteem) meekijken naar de status van de areaal en de prestaties van de opdrachtnemer. Opdrachtgever zal hierin niet sturend optreden en wil dan ook ontzorgd en

tegelijk goed geïnformeerd zijn.

Cijfer 6 = 0%
De inschrijver geeft aan hoe hij invulling geeft aan de wens van de aanbestedende dienst.

Alle maatregelen zijn SMART beschreven en kunnen worden getoetst door de opdrachtgever.

Cijfer 8 = 50%
De inschrijver geeft aan hoe hij invulling geeft aan de wens van de aanbestedende dienst.
Alle maatregelen zijn SMART beschreven en kunnen worden getoetst door de opdrachtgever.
Ten opzichte van de score 6 biedt de inschrijver extra kwaliteit die aansluit bij de wens van de aanbestedende dienst en duidelijke toegevoegde waarde heeft.

Cijfer 10 = 100%
De inschrijver geeft aan hoe hij invulling geeft aan de wens van de aanbestedende dienst.
Alle maatregelen zijn SMART beschreven en kunnen worden getoetst door de opdrachtgever.
Ten opzichte van de score 8 biedt de inschrijver extra kwaliteit die aansluit bij de wens van de aanbestedende dienst en duidelijke en in ruime mate toegevoegde waarde heeft.”

4.17.

De voorzieningenrechter stelt vast dat iedere inschrijver op elk subgunningscriterium een 6, 8 of 10 kan scoren. Het scoren van deze cijfers is dus niet afhankelijk van de inschrijving van de andere inschrijvers. Dit staat overigens terecht ook niet tussen partijen ter discussie.

Afwijking beoordelingsmethodiek voor wat betreft de beoordeling van het subgunningscriterium “Duurzaamheid”?
4.18. In de voorlopige gunningsbeslissing is vermeld dat Ziut voor het subcriterium “Duurzaamheid” een 10 heeft gescoord, vanwege de volgende aspecten:

“ • Een uitgewerkte fasering voor de bouwteamfase, de vervangingsfase, en de beheers- en
onderhoudsfase, resulterend in een Projectmanagementplan.
• Een volledig ingevuld voorstel voor recycling met een onderscheidend hoog
recyclingspercentage.
• Een volledig ingevuld voorstel met maximaal gebruik SROI.”.

In de voorlopige gunningsbeslissing is vermeld dat CityTec voor dit subcriterium een
8 heeft gescoord, vanwege de volgende aspecten:

“ • De fasering is niet opgedeeld en volledig uitgewerkt.
• Een Projectmanagementplan als uitkomst van de Bouwteamfase wordt niet genoemd.
• Hergebruik via WeCYcle 92%.”

4.19.

Deze beoordeling van de inschrijvingen wijkt volgens CityTec af van de beoordelingsmethodiek, omdat bij deze beoordeling ten onrechte:
a) het projectmanagementplan (PMP) is betrokken,
b) is betrokken dat Ziut een onderscheidend hoog recyclingspercentage” van 98% zou
hebben, terwijl dit percentage bij de huidige stand van de techniek in Nederland niet
mogelijk is en het door CityTec opgegeven percentage van 92% het hoogst haalbare
percentage is,
c) is betrokken dat Ziut 100% van het werk middels SROI zou gaan invullen, hetgeen
onrealistisch is.

ad a: PMP
4.20. CityTec betoogt dat de beoordeling van de inschrijvingen van zowel Ziut als CityTec afwijken van de beoordelingsmethodiek, omdat bij deze beoordeling ten onrechte het PMP is betrokken. CityTec voert ter onderbouwing van haar betoog aan dat uit de aanbestedingsdocumentatie volgt dat het PMP geen onderdeel uitmaakt van de beoordeling. Dit volgt volgens CityTec uit Bijlage F bij het Aanbestedingsdocument en meer in het bijzonder de in die bijlage opgenomen Annex 2 (hierna: Annex 2) en het bepaalde in de eerste Nota van Inlichtingen van 22 februari 2016 (NvI-1) bij vraag 14 en 37.

Dit brengt volgens CityTec mee dat het eerste positieve element bij Ziut (“een uitgewerkte fasering voor de bouwteamfase, de vervangingsfase, en de beheers- en onderhoudsfase, resulterend in een Projectmanagementplan”) wegvalt en de eerste twee negatieve elementen bij CityTec (“De fasering is niet opgedeeld en volledig uitgewerkt” en “een Projectmanagementplan als uitkomst van de Bouwteamfase wordt niet genoemd”) wegvallen.
De gemeente en Ziut voeren daartegen verweer.

4.21.

De voorzieningenrechter overweegt hierover het volgende.

4.22.

In Annex II is vermeld dat de uiterste datum van het indienen van het projectmanagementplan 7 kalenderdagen na contractondertekening is en dat de definitieve versie moet worden ingediend uiterlijk 14 kalenderdagen voordat de 6 maanden na contractondertekening passeert of zoveel eerder als overeenstemming is bereikt over de definitieve uitgangspunten.

In de NvI-1 is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“ Vraag 14 (…): Projectmanagementplan: U geeft aan dat deze bij de aanbesteding moet worden aangeleverd. Kunt u aangeven wat voor waarde dit heeft aangezien dit geen onderdeel is van de beoordelingscriteria?
Antwoord 14 (…): Correct het projectmanagementplan (PMP) is geen onderdeel van de beoordeling. Het PMP is een van de resultaten van de Bouwteamfase. Zie vernieuwde Annex II.

Vraag 37 (…): Bij de aanbesteding dient een projectmanagementplan te worden ingeleverd. Kunt u aangeven welke voorwaarden hieraan zijn verbonden en waar wij deze voorwaarden in de aanbestedingsdocumenten kunnen terugvinden?
Antwoord 37 (…): Zie antwoord op vraag 14.

4.23.

Er zijn geen concrete aanwijzingen dat Ziut bij haar inschrijving een PMP heeft ingediend en dat dit PMP door de beoordelingscommissie is beoordeeld. De Gemeente en Ziut hebben dit ook betwist. Het ligt overigens ook niet voor de hand dat Ziut bij haar inschrijving een PMP zou hebben ingediend, aangezien zoals uit Annex II blijkt, het PMP pas na de contractondertekening, dus na definitieve gunning, moet worden ingediend.

4.24.

Ziut is kennelijk in de door haar bij de inschrijving ingediende Plan van Aanpak bij de beschrijving van het subgunningscriterium “ Duurzaamheid” ingegaan op de diversen te onderscheiden fasen (de bouwteamfase, de vervangingsfase, en de beheers- en onderhoudsfase) welke fasen resulteren in een PMP.

De beoordelingscommissie heeft dit bij de beoordeling van het subgunningscriterium
“ Duurzaamheid” betrokken en mee laten wegen bij de puntentoekenning voor dit subgunningscriterium.

De beoordelingscommissie heeft verder bij de beoordeling van de inschrijving van CityTec betrokken dat zij in haar Plan van Aanpak de fasering niet heeft opgedeeld en volledig heeft uitgewerkt.

4.25.

De beantwoorden vraag is of het aannemelijk is dat de beoordelingscommissie door de beschrijving van de fasering resulterend in het PMP mee te laten wegen bij de beoordeling van het subgunningscriterium “Duurzaamheid” is afgeweken van de beoordelingsmethodiek zoals die volgt uit de aanbestedingsdocumentatie en zoals die hiervoor is weergegeven. Geconcludeerd wordt dat dit niet het geval is.

4.25.1.

De tekst van het antwoord op vraag 14 in de NvI-1 wijst erop dat het PMP zelf niet in de beoordeling zal worden betrokken. Dit is ook logisch omdat uit de overige aanbestedingsdocumentatie (Annex 2) volgt dat dit PMP pas na de definitieve gunning en contractsluiting hoeft te worden ingediend. Dit betekent dat niet iedere inschrijver een PMP zal hoeven op te stellen, maar alleen de winnende inschrijver met wie het contract wordt gesloten.

4.25.2.

Het is vervolgens de vraag of een behoorlijk geïnformeerd en oplettende inschrijver het antwoord op vraag 14 in de NvI-1 zo had mogen opvatten dat daarnaast ook de beschrijving van de fasering (bouwteamfase, de vervangingsfase, en de beheers- en
onderhoudsfase, resulterende in het PMP niet bij de beoordeling zou kunnen worden betrokken. Het is onvoldoende aannemelijk dat dit het geval is.

4.25.3.

De opdracht ziet – kort gezegd – op het beheer en onderhoud van de openbare verlichting en de vervanging van de armaturen van de lantaarnpalen door duurzame alternatieven. De door Ziut in haar Plan van Aanpak beschreven fasering raakt dan ook de kern van de opdracht. Dat deze fasering resulteert in het PMP is logisch, aangezien het PMP op detailniveau omschrijft op welke wijze de werkzaamheden waarop de opdracht betrekking heeft zullen worden uitgevoerd en op welk tijdstippen deze werkzaamheden zullen worden uitgevoerd.

De gemeente voert ook aan dat de door Ziut uitgewerkte fasering duidelijk maakt hoe het onderdeel “Duurzaamheid” tot stand zal komen in de bouwteamfase die leidt tot het PMP.

4.26.

Bij de beoordeling van de inschrijving van CityTec heeft de beoordelingscommissie ook laten meewegen dat in het door CityTec ingediende
Plan van Aanpak een PMP als uitkomst van de bouwteamfase niet wordt genoemd.

Het is aannemelijk dat een behoorlijk geïnformeerde en oplettende inschrijver op basis van de aanbestedingsdocumentatie, waaronder het antwoord op vraag 14 in de NvI-1, mocht begrijpen dat het enkel al dan niet noemen van het PMP als uitkomst van de bouwteamfase voor de beoordeling van de inschrijvingen (en meer in het bijzonder de subgunningscriteria) geen onderscheidende rol zou spelen. Het opstellen van het PMP maakt – zoals de Gemeente ook zelf aanvoert – onderdeel uit van de contractuele verplichtingen van de opdrachtnemer. De opdrachtnemer dient als het sluitstuk van de bouwteamfase het PMP in te leveren. In het antwoord op vraag 14 van de NvI-1 is ook vermeld dat het PMP een van de resultaten is van de Bouwteamfase.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het voldoende aannemelijk is dat de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de inschrijving van CityTec is afgeweken van de beoordelingsmethodiek zoals kenbaar uit de aanbestedingsstukken.
In rechtsoverweging 4.40. zal worden beoordeeld wat de consequentie hiervan is.


ad b en c: irreëel recyclingspercentage (98%) en percentage SROI (100%)

4.27.

Wat betreft de punten zoals vermeld in 4.19. onder b en c geldt dat – zoals hiervoor is overwogen – het niet aannemelijk is dat Ziut heeft ingeschreven met irreële percentages voor recycling en SROI. Er kan daarom niet worden geoordeeld dat de Gemeente wat deze onderdelen betreft, is afgeweken van de beoordelingsmethodiek zoals kenbaar uit de aanbestedingsdocumentatie.

Afwijking beoordelingsmethodiek voor wat betreft de beoordeling van het subgunningscriterium “Kwaliteit dienstverlening”?
4.28. In de voorlopige gunningsbeslissing is vermeld dat Ziut voor het subcriterium “Kwaliteit dienstverlening” een 10 heeft gescoord, vanwege de volgende aspecten:

“ • Een uitgewerkte fasering voor de bouwteamfase, de vervangingsfase, en de beheers- en
onderhoudsfase, resulterend in een Projectmanagementplan.
• Extra projecten/inzet: dynamisch fietspadverlichting, stabiliteitsmetingen masten en een
klachtenprocedure.”

In de voorlopige gunningsbeslissing is vermeld dat CityTec voor dit subcriterium een
8 heeft gescoord, vanwege de volgende aspecten:

“ • De fasering is niet opgedeeld en volledig uitgewerkt.
• Een Projectmanagementplan als uitkomst van de Bouwteamfase wordt niet genoemd.
• Beeldkwaliteit is niet volledig benoemd en niet per fase beschreven.”

4.29.

Deze beoordeling wijkt volgens CityTec af van de beoordelingsmethodiek, omdat bij deze beoordeling ten onrechte:
a) het projectmanagementplan (PMP) is betrokken,
b) is betrokken dat de beeldkwaliteit niet per fase zou zijn beschreven. Ook dit heeft te
maken met het PMP dat niet bij de beoordeling mag worden betrokken.
c) de klachtenprocedure is betrokken.

ad a en b: PMP
4.30. Wat betreft de punten zoals genoemd in 4.29. onder a en b geldt het volgende.
Voor deze punten geldt hetzelfde als hiervoor is overwogen in 4.23. tot en met 4.26.
Dit betekent dat het alleen aannemelijk is dat de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de inschrijving van CityTec is afgeweken van de beoordelingsmethodiek door bij de puntentoekenning mee te laten dat een PMP als uitkomst van de bouwteamfase niet wordt genoemd. In rechtsoverweging 4.40. zal worden beoordeeld wat de consequentie hiervan is.


ad c: Klachtenprocedure

4.31.

CityTec betoogt dat de beoordelingscommissie is afgeweken van de beoordelingsmethodiek, omdat zij ten onrechte bij de inschrijving van Ziut heeft laten meewegen dat er in de beschrijving van het subgunningscriterium “Kwaliteit dienstverlening” een klachtenprocedure is vermeld.
CityTec voert daartoe aan dat een klachtenprocedure gelet op Annex 2 bij het Aanbestedingsdocument, geen deel uitmaakte van de inschrijving. Dit element had volgens CityTec dan ook geen rol mogen spelen bij de beoordeling van de inschrijvingen.

4.32.

CityTec kan niet in dit door de Gemeente en Ziut gemotiveerd betwiste standpunt worden gevolgd. Uit de aanbestedingsdocumentatie kan niet worden opgemaakt dat een omschrijving van een klachtenprocedure niet bij de beoordeling van de inschrijvingen zou mogen worden betrokken.
In Annex 2 waarnaar CityTec ter onderbouwing van haar standpunt verwijst, wordt niet gerept over een klachtenprocedure, maar over een “Klachtenregister/overzicht van de klachten”, welk register/overzicht op een nader te bepalen datum moet worden ingediend. De voorzieningenrechter kan de Gemeente en Ziut volgen in hun stelling dat een klachtenregister iets anders is dan een klachtenprocedure. In een klachtenregister worden het aantal klachten bijgehouden/geregistreerd. In een klachtenprocedure wordt beschreven op welke wijze zal worden omgaan met klachten. Op basis van annex 2 kan daarom niet worden geconcludeerd dat een beschrijving van een klachtenprocedure niet bij de beoordeling van de inschrijving zou mogen worden betrokken.

Is de beoordeling van het subgunningscriterium “Prestatie Telemanagementsysteem”
feitelijk onjuist?
4.33. In het gunningsvoornemen is vermeld dat Ziut met betrekking tot het subgunningscriterium “Prestatie Telemanagementsysteem” een 10 heeft gescoord vanwege de volgende aspecten:
- de inschrijver biedt extra kwaliteit door het kunnen toevoegen van zowel
verkeersapplicaties als andere applicaties, die een duidelijke toegevoegde waarde hebben.
Inzet van een betrouwbare partner maakt het aangeboden systeem toekomstbestendig.
- bijkomend voordeel van dit systeem is dat er bij uitval slechts per locatie en niet per groep
uitval is.

4.34.

In het gunningsvoornemen is vermeld dat CityTec met betrekking tot dit subgunningscriterium (ook) een 10 heeft gescoord vanwege de volgende aspecten:
- de inschrijver biedt extra kwaliteit door het kunnen toevoegen van zowel
verkeersapplicaties als andere applicaties, die een duidelijk toegevoegde waarde hebben,
- een integraal beheer- en onderhoudssysteem.
- kans (gering) dat bij storing in een gateway 10-15% van alle lichtpunten uitvallen.

4.35.

CityTec stelt zich op het standpunt dat aan Ziut geen 10 had kunnen worden toegekend, omdat:
a) Ziut een systeem heeft aangeboden dat (nog) niet functioneel is, en

b) het door de Gemeente genoemde bijkomende voordeel van het door Ziut aangeboden
systeem, inhoudende dat er bij uitval slechts per locatie en niet groep uitval is, feitelijk
onjuist is. Het systeem van Ziut werkt met gateways van KPN waardoor bij storing wel
degelijk sprake is van een uitval per groep en niet per locatie.

De Gemeente en Ziut voeren daartegen gemotiveerd verweer.

4.36.

CityTec wordt niet gevolgd in het door haar in 4.35. onder a genoemde argument.
Ziut heeft gemotiveerd betwist dat zij heeft ingeschreven met een systeem dat nog niet operationeel zou zijn. Er zijn in het licht van deze betwisting onvoldoende aanwijzingen voor de juistheid van het standpunt van CityTec. Overigens heeft de Gemeente nog, onvoldoende gemotiveerd weersproken, aangevoerd dat het inschrijvers gelet op de aanbestedingsdocumentatie is toegestaan om in te schrijven met een nog niet functioneel systeem, zij het dat het wel zo is dat het aangeboden systeem na gunning zal moeten kunnen functioneren.

4.37.

Het standpunt van CityTec zoals weergegeven in 4.35. onder b is, in het licht van de gemotiveerde betwisting door de Gemeente en Ziut, onvoldoende aannemelijk geworden.
Ziut heeft toegelicht dat zij gebruik maakt van LoRa netwerk van KPN en dat dit netwerk sinds juni 2016 landelijke dekking heeft. Elke individuele locatie is rechtstreeks aangesloten op dit netwerk. KPN garandeert een beschikbaarheid van 99,6% en het netwerk is zo ingericht dat elke locatie in Nederland door minimaal drie gateways van KPN wordt gedekt, wat betekent dat uitval van één gateway niet leidt tot uitval van een groep lichtmasten omdat deze dan nog gebruik kunnen maken van de overige twee gateways. Er zijn de voorzieningenrechter geen concrete aanknopingspunten gebleken om aan de juistheid van deze door Ziut gegeven toelichting te twijfelen.

4.38.

CityTec voert verder nog aan dat in het kader van de beoordeling van haar inschrijving ten onrechte is geoordeeld dat er “geringe kans” is op uitval van 10-15% van de lichtpunten. Dit standpunt kan haar – wat er ook zij van de juistheid daarvan – evenwel niet baten, aangezien dit geen invloed heeft op de score van Ziut en CityTec voor wat betreft dit subgunningscriterium de hoogste score heeft gekregen die er is, namelijk een 10.

Conclusie
4.39. Het is gelet op het wat hiervoor is overwogen alleen voldoende aannemelijk geworden dat de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de inschrijving van CityTec is afgeweken van de beoordelingsmethodiek. Zij heeft bij de beoordeling van de subgunningscriteria “Duurzaamheid” en “Kwaliteit dienstverlening” ten onrechte laten meewegen dat een PMP als uitkomst van de bouwteamfase niet wordt genoemd.

4.40.

Vraag is vervolgens of dit kan leiden tot toewijzing van de primaire vordering strekkende tot gunning van de opdracht aan CityTec. Geconcludeerd wordt dat dit niet het geval is. Het is op voorhand niet aannemelijk dat wanneer de beoordelingscommissie
dit aspect niet zou hebben meegewogen dit i) tot een andere waardering van de inschrijving van CityTec zou hebben geleid dan nu het geval is, en dan ii) ook nog eens tot een zodanige andere waardering dat CityTec als winnaar uit de bus zou zijn gekomen.
De subsidiaire vordering strekkende tot herbeoordeling van de inschrijving(en) kan daarentegen wel op de in de beslissing te noemen manier worden toegewezen.
Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het op voorhand niet aannemelijk is dat de beoordeling van de inschrijving van CityTec voor wat betreft de subgunningscriteria “Duurzaamheid” en “Kwaliteit dienstverlening” hetzelfde zou zijn gebleven wanneer niet ten onrechte zou zijn meegewogen dat een PMP als uitkomst van de bouwteamfase niet wordt genoemd.
Verder geldt dat alleen de inschrijving van CityTec moet worden herbeoordeeld.

Immers, het is niet aannemelijk geworden dat de inschrijving van Ziut niet op de juiste wijze zou zijn beoordeeld.

Deze herbeoordeling zal moeten worden uitgevoerd door een andere beoordelingscommissie dan die de inschrijvingen nu heeft beoordeeld, dit om iedere vorm van vooringenomenheid uit te sluiten. Deze nieuwe beoordelingscommissie zal moeten worden samengesteld met inachtneming van hetgeen daarover in de aanbestedingsdocumentatie is vermeld
(bijlage 5 van het aanbestedingsdocument). De nieuwe beoordelingscommissie zal met inachtneming van de beoordelingsmethodiek zoals kenbaar uit de aanbestedingsdocumentatie en met inachtneming van hetgeen daarover in dit vonnis is overwogen, de inschrijving van CityTec, voor wat betreft de subgunningscriteria “Duurzaamheid” en “Kwaliteit dienstverlening” opnieuw moeten beoordelen.
Vervolgens zal opnieuw moeten worden bepaald welke inschrijver de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. Het voorgaande brengt mee dat het gunningsvoornemen van de Gemeente niet in stand kan blijven.


Proceskosten en nakosten
4.41. De Gemeente zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van CityTec. Deze kosten worden begroot op:

- dagvaarding € 94,08

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.529,08

De nakosten zullen op de in de beslissing te noemen manier worden begroot.

De over de proceskosten en nakosten gevorderde wettelijke rente zal op de in de beslissing te noemen manier worden toegewezen.

4.42.

Ziut zal eveneens in de proceskosten van CityTec worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op € 816,00 voor salaris advocaat.

In de hoofdzaak tussen Ziut enerzijds en CityTec en de Gemeente anderzijds
4.43. In hetgeen hiervoor in de hoofdzaak tussen CityTec en de Gemeente is overwogen en geoordeeld, ligt besloten dat de door Ziut tegen respectievelijk CityTec en de Gemeente ingestelde vorderingen moeten worden afgewezen.

4.44.

Ziut zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van CityTec en
de Gemeente worden veroordeeld. Deze kosten worden begroot op nihil.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

In het incident
5.1. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt,

In de hoofdzaak tussen CityTec en de Gemeente
5.2. beveelt de Gemeente om haar gunningsvoornemen in te trekken,

5.3.

beveelt de Gemeente, indien zij de opdracht nog wenst te vergeven, de inschrijving van CityTec voor wat betreft de subgunningscriteria “Duurzaamheid” en “Kwaliteit dienstverlening” te doen herbeoordelen door een nieuwe beoordelingscommissie, dit met met inachtneming van het bepaalde in de aanbestedingsdocumenten en met hetgeen over de beoordelingsmethodiek in dit vonnis is overwogen,

5.4.

bepaalt dat deze beoordelingscommissie zal moeten worden samengesteld met inachtneming van hetgeen daarover in de aanbestedingsdocumentatie is vermeld (bijlage 5 van het aanbestedingsdocument),

5.5.

veroordeelt de Gemeente in de proceskosten, aan de zijde van CityTec tot op heden begroot op € 1.529,08, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vijftiende dag van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.6.

veroordeelt de Gemeente, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door CityTec volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel

6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag

van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis,

vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de

vijftiende dag na betekening,

5.7.

veroordeelt Ziut in de proceskosten, aan de zijde van CityTec tot op heden begroot op € 816,00 voor salaris advocaat,

5.8.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

In de hoofdzaak tussen Ziut enerzijds en CityTec en de Gemeente anderzijds
5.9. wijst de vorderingen van Ziut af,

5.10.

veroordeelt Ziut in de proceskosten aan de zijde van CityTec en de Gemeente, welke kosten worden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2016.1

1 type: BvdG/4374 coll: