Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:4050

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-07-2016
Datum publicatie
19-07-2016
Zaaknummer
5097289 UM VERZ 16-3340
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Mulderzaak milieuzone Utrecht. De kantonrechter stelt vast, aan de hand van de door gemachtigde ter zitting overgelegde foto’s en uitleg, dat de bebording ter plaatse onvoldoende duidelijk is. De kantonrechter verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en

stelt het bedrag van de administratieve sanctie op nihil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 5097289 UM VERZ 16-3340

CJIB-nummer: 190004623

beslissing van de kantonrechter van 11 juli 2016

inzake

[betrokkene] , te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

gemachtigde: A.M. Schotte.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is betrokkene een administratieve sanctie opgelegd.

De officier van justitie heeft op het door betrokkene ingestelde administratief beroep een beslissing genomen.

Tegen deze beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 27 juni 2016 hun zienswijze nader toe te lichten. Namens betrokkene is verschenen, mr. N.R. Coffi, kantoorgenoot van mr. A.M. Schotte. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen, werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).

De kantonrechter heeft het onderzoek gesloten en aangekondigd over 14 dagen uitspraak te doen.

Beoordeling

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de aan betrokkene opgelegde administratieve sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.

Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 90,00. Het gaat om een gedraging verricht op 5 mei 2015 om 23:23 uur te Utrecht (Oudenoord 1) met de personenauto, kenteken [kenteken] : rijden in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990.

Betrokkene voert – kort weergegeven – de volgende gronden aan. Betrokkene acht de beschikking in strijd met het recht en de beginselen van behoorlijk bestuur en vanwege het punitieve karakter - in strijd met beginselen van behoorlijk strafrecht. Betrokkene stelt dat de milieuzone en handhaving van overtreding van de milieuzone bepalingen onzinnig zijn. Afhankelijk van de uitkomst van het landelijk overleg tussen de Minister van Justitie en de gemeenten die een milieuzone hebben ingevoerd of willen invoeren, wil betrokkene zijn gronden nader aanvullen. Betrokkene verwijst hiervoor naar een artikel gepubliceerd op de voorpagina van NRC Handelsblad. Verder wil betrokkene zijn gronden graag aanvullen na kennis te hebben genomen van de uitkomsten van soortgelijke zaken en de vervolg procedure door de stichting Stichting Stop Luchtverontreiniging en de Koninklijke Nederlandse Automobiel Club met zaaknummers UTR 15/2284 en UTR 15/2307 ; uitspraak d.d. 11 juni 2015 van de Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2015:4174.

Daarnaast is voor betrokkene niet duidelijk hoe is geconstateerd dat zij op die dag daar bewust gereden zou hebben. Met betrekking tot de bebording stelt betrokkene dat de voorlichting, de wijzigingen en de plaatsing verwarring met zich meebrachten. De door de gemeente verzochte wijziging was nog niet doorgevoerd zodat een specifiek bord voor een milieuzone voor personenauto’s nog niet bestond. Betrokkene kon niet weten dat zij een overtreding had begaan. Indien de bebording er wel zou staan, dan had betrokkene geen gelegenheid gehad om te stoppen, om te draaien of een andere route te kiezen. Betrokkene voert aan dat de milieuzone een negatief effect kan hebben, aangezien auto’s moeten omrijden en bestelwagens de milieuzone mijden, betrokkene verwijst hiervoor naar een rapport van Stratus Lucht & Geluid. Tenslotte is betrokkene van oordeel dat zij op kosten wordt gejaagd, deze kosten zien o.a. op de aanschafkosten van een vervangende auto of een ander vervoermiddel. Betrokkene verzoekt om vernietiging van de sanctie.

Ter zitting voert mr. Coffi nog het volgende aan. Er zijn twee punten die gemachtigde wil aanvoeren. Een van feitelijke aard en een van principiële aard. Ter zitting legt gemachtigde een kaartje en een tweetal foto’s over. Op dit kaartje staat de exacte route die is gereden aangegeven. Op het eerste bord dat betrokkene passeert staat heel algemeen milieuzone aangegeven. Op het moment dat betrokkene afsloeg naar links stonden daar de borden die volgens de landelijke regelgeving de milieuzone aangeven. Gemachtigde hecht geen waarde aan het eerste bord aangezien dit bord alleen voor vrachtwagen geldt. Tevens kon betrokkene bij dit eerste bord nog niet weten dat hem iets werd verboden. Op het moment dat betrokkene de officiële bebording waarnam kon hij niets anders meer dan doorrijden. Het is dan niet rechtvaardig om een sanctie op te leggen. De bebording is te onduidelijk.

Principieel vraagt gemachtigde de kantonrechter te toetsen aan het recht van eigendom, artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Het gaat in de onderhavige zaak om een oudere diesel. Doordat het gaat om een oudere diesel wordt betrokkene beperkt, zij mag namelijk niet meer met haar voertuig het centrum van Utrecht in. Is deze inbreuk gerechtvaardigd tegenover het doel van de milieuzone? Gemachtigde verwijst naar de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 22 januari 2016, meer specifiek naar rechtsoverweging 37. In deze rechtsoverweging gaat het over de Euroklassenorm. De nieuwere dieselauto’s zijn niet aantoonbaar schoner dan de oudere diesels. Denk hierbij aan Volkswagen. Tot aan de dag van vandaag is er geen nieuw onderzoek gedaan waaruit het doel van de maatregel blijkt.

De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is. Het was voor betrokkene voldoende duidelijk dat het om een milieuzone ging. Er stond een algemeen bord en vervolgens volgde de verbodsborden. Dat betrokkene is doorgereden komt voor eigen rekening en risico. De gedraging staat vast en er zijn geen bijzondere omstandigheden die moeten leiden tot matiging van de opgelegde sanctie. De officier van justitie merkt op dat de milieuzone landelijk algemene bekendheid geniet, zodat betrokkene op de hoogte had kunnen zijn van deze regelgeving.

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel:

Ten aanzien van de principiële beroepsgrond komt de kantonrechter tot het volgende oordeel. In de onderhavige zaak kan niet gesproken worden van een schending van artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Dat een voertuig op bepaalde plaatsen niet meer mag rijden omdat het voertuig niet aan de daarvoor vereiste voorwaarden voldoet levert geen schending van het eigendomsrecht op. Betrokkene kan ondanks deze beperking nog vol over haar eigendom beschikken.

Bij besluit van 4 november 2014, gewijzigd op 11 november 2014, heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht verkeersmaatregelen vastgesteld, inhoudende het plaatsen van waarschuwingsborden vanaf 1 januari 2015 en het plaatsen van verkeersborden C6 vanaf 1 mei 2015, ter vaststelling van een milieuzone voor een groot aantal, in het besluit genoemde straten in de gemeente Utrecht.

In wat betrokkene heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen grond voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot voormeld besluit heeft kunnen komen. Daarbij sluit de kantonrechter zich aan bij de uitspraak van de bestuursrechter van de rechtbank Midden- Nederland van 22 januari 2016 (www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBMNE:2016:339) en maakt deze overwegingen tot de zijne. In deze uitspraak is de bestuursrechter ingegaan op de diverse inhoudelijke beroepsgronden over de effecten van het instellen van de milieuzone, zoals ook aangevoerd door betrokkene, en heeft geconcludeerd dat al deze gronden niet slagen.

Wat betreft de beroepsgronden die zien op de gedraging, overweegt de kantonrechter als volgt.

De kantonrechter stelt vast aan de hand van de door gemachtigde ter zitting overgelegde foto’s en uitleg dat de bebording ter plaatse onvoldoende duidelijk is. De eerste foto geeft een algemeen, niet op de landelijke regelgeving gebaseerd, bord weer waarop ‘milieuzone’ staat aangegeven met een pijltje naar links, maar verder wordt door middel van dat bord geen duidelijkheid gegeven over de milieuzone, met name niet voor wie deze milieuzone geldt. Op het moment dat betrokkene dan linksaf slaat is de officiële bebording te zien, maar er is op dat moment geen weg meer terug en betrokkene heeft geen andere keuze dan de milieuzone in te rijden. Door de officier van justitie wordt ter zitting opgemerkt dat de milieuzone algemene bekendheid geniet. De kantonrechter stelt vast dat niet verondersteld mag worden dat de milieuzone in Utrecht algemene bekendheid geniet en betrokkene op grond daarvan bekend had moeten zijn met alle aspecten van deze milieuzone. Waaruit deze algemene bekendheid zou moeten blijken wordt door de officier van justitie ook niet verder onderbouwd.

Op basis van het bovenstaande acht de kantonrechter het beroep gegrond.

Er bestaat aanleiding voor vergoeding van proceskosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De volgende proceshandelingen komen voor vergoeding in aanmerking: indiening van het beroepschrift bij de kantonrechter en het verschijnen van gemachtigde ter zitting (2 punten). De kantonrechter kent aan de zaak wegingsfactor 0,5 (licht) toe, zodat voor vergoeding in aanmerking komt een bedrag van € 496,- (2 x € 496,- x 0,5 = 496,-).

Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

- wijzigt de beslissing van de officier van justitie;

- stelt het bedrag van de administratieve sanctie op nihil;

- bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het teveel betaalde teruggeeft.

- veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 496,-.

Deze beslissing is genomen door mr. E.W. Akkerman, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 juli 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

mr. J.C.M. Hardeman mr. E.W. Akkerman

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal: