Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3936

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-05-2016
Datum publicatie
14-07-2016
Zaaknummer
16/994049-14 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:5372, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mega-onderzoek Mount Nepal. Verdachten waren medewerkers van SNSPF en hebben onderling betalingsafspraken gemaakt, waarbij een deel van de uurvergoeding van SNSPF werd doorbetaald aan andere SNSPF-medewerkers. Daarbij werden valse facturen opgemaakt.

Vrijspraak oplichting en actieve niet-ambtelijke omkoping. Verdachte wordt veroordeeld voor passieve niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift, witwassen en deelneming aan een criminele organisatie. Taakstraf van 160 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/994049-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 20 mei 2016

in de strafzaak tegen

[bedrijf 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 november 2015 (regie), 22, 24 (inhoudelijke behandeling) en 29 maart 2016 (requisitoir), 5 april 2016 (pleidooi, repliek, dupliek en laatste woord verdachte) en 9 mei 2016 (sluiting onderzoek).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie en van wat namens verdachte (hierna ook te noemen: [bedrijf 1] ) door haar bestuurder de heer [veroordeelde] en haar raadslieden, mr. M.G. Pekkeriet en mr. A. Foppen, naar voren is gebracht. Omdat mr. Pekkeriet hoofdzakelijk het woord heeft gevoerd, zal in het vonnis worden gesproken over “de raadsvrouw”, waarmee mr. Pekkeriet wordt bedoeld.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is aan dit vonnis gehecht (Bijlage I).

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte -al dan niet samen met anderen- valse facturen heeft opgemaakt (feit 2) en valse facturen voorhanden heeft gehad (feit 1), zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen (feit 3) en heeft deelgenomen aan een criminele organisatie (feit 4).

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben gevorderd alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren.

De officieren van justitie hebben een aantal uitdrukkelijk onderbouwde standpunten naar voren gebracht, die zullen worden besproken bij de bewijsoverwegingen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit.

De raadsvrouw heeft een aantal verweren gevoerd, die zullen worden besproken bij de bewijsoverwegingen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen 1

Valsheid in geschrift, gewoontewitwassen en criminele organisatie

[medeverdachte 1]
is sinds 2005 enig aandeelhouder2 en bestuurder3 van [bedrijf 2] , welke vennootschap enig aandeelhoudster en bestuurster is van [bedrijf 3]4, beide gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna respectievelijk: [bedrijf 2] en [bedrijf 3] ).

[bedrijf 4] (hierna: [bedrijf 4] ) is op verzoek van [medeverdachte 1] opgericht eind 2010/begin 2011. [bedrijf 4] is gevestigd te [vestigingsplaats]5 en [medeverdachte 1] is gemachtigd tot de bankrekeningen van [bedrijf 4] .6

[medeverdachte 1] is vanaf maart 2010 werkzaam geweest bij [bedrijf 5] .7

Introductie en betalingen externen
Nadat hij [medeverdachte 1] had aangenomen is [medeverdachte 11] aangenomen bij SNS via [medeverdachte 1] , aldus [medeverdachte 2] .8 Vervolgens zijn toen nog een aantal mensen aangebracht waaronder [veroordeelde] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] . [medeverdachte 1] heeft met deze mensen gesprekken gevoerd.9 [medeverdachte 11] werd als eerste, medio 2010, aangenomen.10 [medeverdachte 8] heeft verklaard dat een aantal van deze mensen via hem bij [bedrijf 5] is gaan werken.11

In het bij [medeverdachte 1] aangetroffen excelbestand genaamd “detachering”12 zijn werkbladen opgenomen met de namen: [medeverdachte 11] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 9] . Dit zijn voornamen van medewerkers van [bedrijf 5] (de rechtbank begrijpt respectievelijk: [medeverdachte 11] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 9] ). Over de periode augustus 2010 tot en met december 2012 is per persoon vermeld:

- hoeveel uur de medewerker bij [bedrijf 5] heeft gewerkt;

- hoeveel vergoeding deze medewerker bij [bedrijf 5] heeft gedeclareerd;

- hoeveel [medeverdachte 1] bij deze medewerker declareerde en

- hoe deze declaratie verdeeld werd tussen: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] .13

Volgens [medeverdachte 1] betreft dit zijn administratie van deze groep; hij hield dit overzicht maandelijks bij.14 De bedragen die op dit spreadsheet staan, komen overeen met de afspraken die hij met de betreffende mensen heeft gemaakt.15 Als mensen anderen aanbrachten kregen zij een deel van die fee.16 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij het zich niet kan voorstellen dat de mensen van deze groep -zoals genoemd op het overzicht- niet wisten dat de fee werd verdeeld over meerdere personen.17 Hij heeft [medeverdachte 2] verteld over deze afspraken en het betalen van de bemiddelingsfees. [medeverdachte 2] wist dat een gedeelte van hun uurtarief naar [medeverdachte 1] ging.18 [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] hierover ingelicht enkele maanden nadat de eerste van die groep, [medeverdachte 11] , was aangenomen.19

[medeverdachte 11] en [medeverdachte 4] maakten gebruik van de vennootschappen [bedrijf 6]20 respectievelijk [bedrijf 7]21. [medeverdachte 8] maakte gebruik van het bedrijf [bedrijf 8] s.r.o.22 [medeverdachte 2] is sinds de oprichting in 2006 enig aandeelhouder van [bedrijf 9] welke vennootschap enig aandeelhoudster is van [bedrijf 10] .23

[medeverdachte 3]
verklaart dat hij enig aandeelhouder en enig bestuurder is van de vennootschap [bedrijf 1] .24 Hij is bij overeenkomst van opdracht van 11 september 2010 werkzaamheden gaan verrichten voor [bedrijf 5] .25

[medeverdachte 3] verklaart dat hij in augustus 2010 via [medeverdachte 8] in contact kwam met [medeverdachte 1] .26 [medeverdachte 8] vroeg hem of hij wilde werken voor een financiële instelling. [medeverdachte 3] heeft daarop zijn cv naar [medeverdachte 1] gestuurd.27 Vervolgens heeft [medeverdachte 8] meer dan een goed woordje voor [medeverdachte 3] gedaan bij [medeverdachte 1] .28 Daarna heeft een gesprek plaatsgevonden met [medeverdachte 2] .29 In een gesprek met [medeverdachte 8] zijn [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] een fee overeengekomen van € 75,- per gewerkt uur. Op verzoek van [medeverdachte 8] is de betaling van de fee door een aan [medeverdachte 1] gelieerde vennootschap gefactureerd en is aan die vennootschap ook betaald. Dit was een expliciet verzoek van [medeverdachte 8] . [medeverdachte 3] stuurde elke maand zijn factuur op aan [bedrijf 5] . Vervolgens kreeg hij dan een factuur van [medeverdachte 1] , met daarop de omschrijving “declaratie betreffende adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1] BV” voor de betreffende maand. Het bedrag op de factuur kon [medeverdachte 3] herleiden tot de afspraak die met [medeverdachte 8] was gemaakt over de betaling van een fee. [medeverdachte 3] heeft deze facturen in zijn administratie bewaard.30

Door [bedrijf 2] en [bedrijf 3] is in de periode van 25 oktober 2010 tot en met 17 januari 2013 voor een bedrag van in totaal € 276.787,50 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 1] . Deze facturen zijn in de periode van 11 november 2010 tot en met 26 januari 2013 door [bedrijf 1] voldaan.31

Uit het excelbestand dat bij [medeverdachte 1] is aangetroffen, blijkt dat de € 75,- die door [medeverdachte 3] aan de vennootschappen van [medeverdachte 1] werd betaald, als volgt werd verdeeld:

- [medeverdachte 1] : € 25,-;

- [medeverdachte 2] : € 25,-;

- [medeverdachte 8] : € 25,-.32

[medeverdachte 1] verklaart dat hij binnen [bedrijf 5] , behalve aan [medeverdachte 2] , niemand iets heeft verteld over de betalingen die [medeverdachte 3] aan hem deed.33 Verder verklaart [medeverdachte 1] dat hij binnen het project Hamburg de functioneel leidinggevende was van [medeverdachte 3] . De omschrijving op de facturen, die aan [medeverdachte 3] gericht waren, had volgens [medeverdachte 1] anders moeten heten, namelijk bemiddelingsfee.34

[medeverdachte 3] verklaart dat via hem [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zijn komen werken bij [bedrijf 5] . In een gesprek met [medeverdachte 8] -waar ook [medeverdachte 4] bij aanwezig was- heeft [medeverdachte 3] aangegeven dat hij het wel redelijk zou vinden dat zij voor het aanbrengen van deze medewerkers een correctie op hun te betalen fee zouden ontvangen. Ongeveer een week erna kwam [medeverdachte 8] hierop terug en stelde voor dat zij € 7,50 per persoon per medewerker zouden krijgen. [medeverdachte 3] heeft hiervoor correctiefacturen gestuurd aan [medeverdachte 1] met daarop dezelfde omschrijving als de facturen die hij van [medeverdachte 1] ontving: adviesdiensten. [medeverdachte 3] verklaart dat de omschrijving op de factuur niet correct was, maar dat hij bewust aansluiting heeft gezocht bij de facturen die door [medeverdachte 1] aan hem werden gestuurd. [medeverdachte 3] betaalde steeds het netto verschuldigde bedrag aan de vennootschap van [medeverdachte 1] .35 Facturen voor [bedrijf 1] werden door [medeverdachte 3] opgemaakt.36 De facturen die door [bedrijf 1] werden verzonden aan [bedrijf 2] en [bedrijf 3] zijn door [medeverdachte 3] verwerkt in de boekhouding van [bedrijf 1] .37 Er is door [medeverdachte 3] geen melding gedaan bij zijn opdrachtgever SNS van het feit dat hij deze beloning ontving.38

Door [bedrijf 1] is in de periode van 20 november 2010 tot en met 31 december 2012 een bedrag van in totaal € 45.900,16 (exclusief btw) gefactureerd aan [bedrijf 2] en [bedrijf 3] .39 Daarvan is alleen de eerste factuur van € 798,75 (exclusief btw) door [bedrijf 2] op 29 november 2010 betaald.40 De overige factuurbedragen zijn in de periode van 30 december 2010 tot en met 26 januari 201341 verrekend met de bedragen die [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] in rekening bracht.42 Van de betalingen op 1 november 2011 (over september 2011), 17 maart 2012 (over februari 2012) en 17 oktober 2012 (over september 2012) zijn geen onderliggende facturen aangetroffen. De factuurbedragen betroffen (kennelijk) respectievelijk € 1.983,87, € 1.586,25 en € 1.335,00 (alle exclusief btw).43

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

4.3.2

Korte samenvatting feiten en omstandigheden

Voor de leesbaarheid van dit vonnis volgt hier een korte samenvatting van de opgesomde bewijsmiddelen.

[medeverdachte 3] is door [medeverdachte 8] benaderd om werkzaamheden te gaan verrichten voor [bedrijf 5] . Vervolgens is tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] de afspraak gemaakt dat hij € 75,- per gewerkt uur bij [bedrijf 5] zou afdragen aan [medeverdachte 8] . Deze afdracht werd op verzoek van [medeverdachte 8] gefactureerd door [medeverdachte 1] . De omschrijving op de facturen betrof adviesdiensten. Op enig moment heeft [medeverdachte 3] [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] als nieuwe medewerkers bij [bedrijf 5] aangebracht. [medeverdachte 3] heeft met [medeverdachte 8] de afspraak gemaakt dat hij een deel van de afdracht van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] zou ontvangen, namelijk € 15,- per door hen gewerkt uur. Deze vergoeding heeft [medeverdachte 3] met [medeverdachte 4] gedeeld. De omschrijving op de facturen die [medeverdachte 3] daarvoor stuurde, luidde: “Werkzaamheden inzake [bedrijf 18] ”. De facturatie en betalingen verliepen via [bedrijf 1] . De hiervoor genoemde betalingsafspraken zijn niet gemeld aan [bedrijf 5] .

De rechtbank zal in de volgende paragrafen uitwerken of vorenstaande bewijsmiddelen tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde strafbare feiten dienen te leiden.

4.3.3

Bewijsoverwegingen

Algemeen

Vervolging rechtspersonen en/of natuurlijke personen
De rechtbank overweegt dat de vervolging of het daderschap van een rechtspersoon de vervolging of het daderschap van natuurlijke personen niet uitsluit. Het staat het Openbaar Ministerie in beginsel vrij te beslissen of de rechtspersoon en/of de natuurlijke persoon op grond van het eigen daderschap wordt vervolgd (HR 21-10-1986, NJ 1987, 362 en ECLI:NL:PHR:2007:BA7261). De stelling dat het daderschap van een rechtspersoon daderschap van een natuurlijk persoon uitsluit, vindt in zijn algemeenheid geen steun in het recht.

Toerekening aan rechtspersonen
Daarnaast is voor de onderstaande bewijsoverwegingen van belang dat een rechtspersoon (in de zin van artikel 51 Sr) kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de betreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Een belangrijk oriëntatiepunt bij de toerekening is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon (ECLI:NL:HR:2003:AF7938).

Valsheid in geschrift

Valsheid facturen

De verdediging heeft betoogd dat de facturen niet vals zijn omdat -kort gezegd- beide partijen wisten wat de onderliggende prestatie was, de omschrijving voldoende juist is en de gefactureerde bedragen niet te hoog zijn.

De rechtbank is van oordeel dat alle hiervoor besproken facturen, opgenomen in het bewijsoverzicht Bijlage II, valselijk zijn opgemaakt. Daarbij is van belang dat de facturen volgens de verdachten betrekking hadden op de betaling voor de onderling gemaakte afspraken. Anders dan de omschrijvingen op de facturen suggereren, werden met de facturen dan ook geen adviezen of andere werkzaamheden in rekening gebracht. Aan de hand van de omschrijving op de facturen kan immers niet worden afgeleid op welke onderliggende afspraken en betalingen de facturen in werkelijkheid betrekking hadden. De facturen zijn opgemaakt ten behoeve van de verzwegen omkoping en de bijbehorende betaalstroom en zijn bedoeld om deze betalingen een titel te verschaffen. Met de opgenomen valse omschrijvingen is de werkelijke aard van deze betaalstroom verhuld.

Ook ten tijde van het opmaken van de facturen door [medeverdachte 3] en het verkrijgen van de door anderen opgemaakte facturen had hij wetenschap van de aard van de betalingen waarop deze facturen betrekking hadden en had hij daarmee ten minste voorwaardelijk opzet op de valsheid hiervan. Hij heeft de aanmerkelijke kans op de valsheid van deze facturen willens en wetens aanvaard.

Daarbij komt dat door de manier van factureren de suggestie wordt gewekt van een niet bestaande rechtsverhouding. Immers, gefactureerd is tussen de vennootschappen van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] terwijl de betalingsafspraak is gemaakt tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 8] . Ook wat betreft deze valsheid hadden zij wetenschap en ten minste voorwaardelijk opzet.

Bewijsbestemming als waren de facturen echt en onvervalst
De verdediging heeft ook betoogd dat geen sprake is geweest van een oogmerk om de facturen als echt en onvervalst te gebruiken. De facturen zijn wel gebruikt, maar de ontvanger is hierdoor niet misleid aangezien het zowel voor de opsteller als de geadresseerde duidelijk was waar de facturen op zagen.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Het oogmerk van de verdachte moet zijn gericht op het gebruik van het valse of vervalste geschrift als ware echt en onvervalst. Dit impliceert een gerichtheid op misleiding. Dit betekent dat er derden in het spel moeten zijn, die niet van de valsheid op de hoogte zijn. Het gebruik van het geschrift hoeft niet daadwerkelijk plaats te vinden. Het verweer van de verdediging wordt verworpen, nu facturen naar hun aard reeds in het maatschappelijk verkeer (ook jegens derden) een bewijsbestemming hebben. Bovendien zijn de facturen in dit geval ook nog opgenomen in de bedrijfsadministratie(s) waarmee temeer vast staat dat de facturen bestemd waren voor het gebruik door derden -anderen dan de geadresseerden- als waren zij echt en onvervalst, bijvoorbeeld de fiscus en/of accountants (ECLI:NL:GHAMS:2015:1212). De rechtbank acht dan ook bewezen dat de facturen valselijk zijn opgemaakt met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Ook hebben de betalers deze door anderen opgemaakte valse facturen voorhanden gehad, terwijl zij wisten dat deze geschriften een zodanige bewijsbestemming hadden.

Medeplegen door vennootschap
De valsheid van de facturen en de hiermee verrichte handelingen, zoals ten laste gelegd, kunnen zowel aan [medeverdachte 3] als aan zijn vennootschap worden toegerekend. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 3] zelf de ten laste gelegde handelingen (zodoende als medepleger) heeft begaan. Omdat de ten laste gelegde gedragingen gelet op de gebezigde bewijsmiddelen- hebben plaatsgevonden en/of zijn verricht in de sfeer van de rechtspersoon worden deze ook aan haar (als medepleger) toegerekend.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf 1] zich samen met [medeverdachte 3] heeft schuldig gemaakt aan het opmaken (feit 2) en voorhanden hebben (feit 1) van valse facturen.

Gewoontewitwassen

De verdediging heeft betoogd dat geen sprake is van gelden die verkregen zijn uit (voorafgaande) strafbare feiten. Indien de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van een gronddelict komt dan is sprake van geld afkomstig uit een eigen misdrijf. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het verwerven en voorhanden hebben hiervan niet strafbaar.

Partiële vrijspraak betaalde bedragen
De rechtbank is van oordeel dat de geldbedragen die door [medeverdachte 3] via [bedrijf 1] aan de vennootschappen van [medeverdachte 1] zijn betaald niet kunnen worden aangemerkt als afkomstig uit enig misdrijf. Immers, de geldbedragen die door [medeverdachte 3] zijn betaald, heeft hij verkregen door het verrichten van werkzaamheden voor [bedrijf 5] op grond van de onderliggende overeenkomsten van opdracht. Deze geldbedragen hebben dan ook een legale herkomst.

De rechtbank spreekt [bedrijf 1] dan ook partieel vrij van het (gewoonte)witwassen voor zover het ten laste gelegde bedrag ziet op bedragen die aan de vennootschappen van [medeverdachte 1] zijn betaald.

Illegale herkomst
De rechtbank stelt vast dat aan [medeverdachte 3] gedurende de ten laste gelegde periode een geldbedrag van in totaal € 798,75 (exclusief btw) is betaald. Daarnaast is door [medeverdachte 3] een bedrag van in totaal € 45.101,41 (exclusief btw) verrekend met de betalingen die [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 1] moest doen. Deze geldbedragen zijn gefactureerd en ontvangen via [bedrijf 1] . De rechtbank is van oordeel dat [bedrijf 1] wist dat dit geld, in totaal € 45.900,16, afkomstig was uit (passieve) niet-ambtelijke omkoping. Dit geldbedrag is immers afkomstig uit een door een ander begaan misdrijf, te weten de omkoping van [medeverdachte 3] . Deze betalingen zijn gefactureerd en ontvangen door zijn vennootschap.

Witwashandelingen
Nu geen sprake is van een eigen misdrijf geldt de eis niet dat bij het verwerven en voorhanden hebben een extra verhullende handeling moet zijn verricht. De rechtbank acht de hierna te noemen witwashandelingen wettig en overtuigend bewezen.

[bedrijf 1] heeft de beschikking gehad over het uit misdrijf afkomstige geldbedrag en heeft dit geld daarmee voorhanden gehad. Daarnaast is sprake van het verwerven van dit geldbedrag. [bedrijf 1] heeft het geld verworven door middel van de valse facturen die door haar zijn opgemaakt. Daarmee heeft zij tevens de werkelijke aard van het door hem ontvangen geld verhuld.

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de facturen die hij vanuit [bedrijf 1] verstuurde ook heeft verwerkt in zijn administratie. Door deze handeling is de aard van de ontvangen geldbedragen blijvend verhuld. De facturen met een onjuiste omschrijving die in de administratie van de vennootschappen zijn opgenomen, suggereerden dat de geldbedragen op deze facturen uitsluitend een legale aard hadden. De illegale aard van de betalingen is door [bedrijf 1] op deze wijze blijvend verhuld in de legale bedrijfsvoering.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat [bedrijf 1] de ontvangen omkoopbedragen heeft witgewassen door deze te verwerven, voorhanden te hebben en de werkelijke aard hiervan te verhullen.

In de tenlastelegging is het verrekende bedrag van € 45.101,41 (exclusief btw) evenwel niet vermeld. Van de van [medeverdachte 1] ontvangen gelden van totaal € 45.900,16 (exclusief btw) is alleen het bedrag van € 978,75 (de rechtbank leest: € 798,75 (exclusief btw)) opgenomen.

De rechtbank kan verdachte dan ook niet veroordelen voor witwassen van het totale bedrag van € 45.900,16 (exclusief btw) maar slechts voor een bedrag van € 798,75 (exclusief btw).

Pleegperiode en gewoonte
Witwassen moet worden beschouwd als een voortdurend delict. Dit brengt mee dat de pleegperiode doorloopt zolang de verdachten ten aanzien van deze geldbedragen nog steeds witwashandelingen verrichten (ECLI:NL:HR:2014:956). Dat deze handelingen nog altijd voortduren of worden verricht kan echter aan de hand van het dossier niet worden vastgesteld. Daarbij acht de rechtbank het in dit geval ook rechtens niet juist om de pleegperiode tot heden door te laten lopen. Het voorhanden hebben en verhullen van de werkelijke aard loopt door zolang verdachten de beschikking hadden over de geldbedragen. Het specifieke moment waarop zij -bijvoorbeeld door gebruik- niet meer over de geldbedragen konden beschikken, is niet vast te stellen aan de hand van het dossier. Daarom wordt in het voordeel van verdachten aangesloten bij data waarvan gesteld kan worden dat zij in de periode daaraan voorafgaand in ieder geval hebben kunnen beschikken over de geldbedragen.

Vastgesteld kan worden dat de witwashandelingen in ieder geval hebben plaatsgevonden tot aan het moment van ontvangst van de omkoopbetaling op 29 november 2010. Anders dan bij andere ontvangers kan ten aanzien van [medeverdachte 3] niet worden bewezen dat het geldbedrag ook is gebruikt. Dit zou meteen na de datum van ontvangst kunnen zijn gebeurd waardoor verdachte het uit misdrijf afkomstige geld vanaf dat moment niet meer voorhanden heeft gehad en/of heeft verhuld. Om te kunnen witwassen moet verdachte kunnen beschikken over het van misdrijf afkomstige voorwerp. De pleegperiode wordt daarom vastgesteld op 29 november 2010.

Nu sprake is van bewezenverklaring van het witwassen van één geldbedrag is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden verklaard dat van witwassen een gewoonte is gemaakt.

Medeplegen eigen vennootschap
Het witwassen van het ten laste gelegde geldbedrag wordt zowel voor [medeverdachte 3] als voor zijn vennootschap bewezen verklaard. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 3] zelf de ten laste gelegde handelingen (zodoende als medepleger) heeft begaan. Omdat de ten laste gelegde gedragingen gelet op de gebezigde bewijsmiddelen- hebben plaatsgevonden en/of zijn verricht in de sfeer van de rechtspersoon worden deze ook aan haar (als medepleger) toegerekend.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf 1] zich samen met [medeverdachte 3] heeft schuldig gemaakt aan het witwassen van een bedrag van € 798,75 (exclusief btw) op 29 november 2010 (feit 3).

Criminele organisatie

De verdediging heeft betoogd dat geen sprake was van (wetenschap van) een samenwerkingsverband tussen verdachten, geen opzet op deelneming aan een criminele organisatie en ook geen opzet op het oogmerk van die organisatie tot het plegen van strafbare feiten.

Criminele organisatie

De rechtbank overweegt allereerst dat met een criminele organisatie ex artikel 140 Sr wordt bedoeld een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met als oogmerk het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat de betrokkenen bekend zijn met alle personen die deel uitmaken van de organisatie. Verdachten moeten een aandeel hebben in het samenwerkingsverband, dan wel de gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Voor opzettelijke deelneming is voldoende dat verdachten in algemene zin weten dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Ook rechtspersonen kunnen deelnemen aan een criminele organisatie.

Deelneming niveau 2
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen, in niveau 2 sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband, opgericht en geleid door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Het oogmerk van de organisatie was gericht op de passieve en actieve niet-ambtelijke omkoping, de hiermee samenhangende valsheid in geschrift en het gewoontewitwassen. [bedrijf 1] heeft niet alleen wetenschap gehad van het oogmerk van de organisatie maar zij heeft ook een aandeel gehad in de gedragingen die strekken tot verwezenlijking hiervan.

[bedrijf 1] heeft een substantieel aandeel gehad in en ondersteuning gegeven aan gedragingen strekkende tot uitvoering van het oogmerk van de organisatie. Allereerst heeft [bedrijf 1] zelf bijgedragen door valse facturen voorhanden te hebben, valse facturen op te (laten) maken en de hieruit voortvloeiende ontvangsten wit te wassen. Daarnaast kan de vennootschap wetenschap worden toegerekend van vergelijkbare deelneming door en het verrichte aandeel van anderen aan/bij de organisatie. De handelingen door [medeverdachte 3] zelf verricht hebben immers plaatsgevonden en/of zijn verricht in de sfeer van de vennootschap en kunnen ook aan haar (als medepleger) worden toegerekend. Niemand heeft de betaalstromen gemeld bij [bedrijf 17] ). Het samenwerkingsverband heeft hierdoor onafgebroken en gedurende een langere periode kunnen bestaan, terwijl het aantal medewerkers van [bedrijf 5] dat bij de betalingen betrokken raakte toenam.

De rechtbank concludeert dat [bedrijf 1] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit de in de bewezenverklaring nader te noemen verdachten en hun vennootschappen (feit 4).

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen de feiten 1 en 2 (valsheid in geschrift), feit 3 (witwassen) en feit 4 (criminele organisatie) wettig en overtuigend bewezen.

De volledige bewezenverklaring is opgenomen in Bijlage III van dit vonnis.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan in deze bijlage is bewezen verklaard.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als

Feit 1: Medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, terwijl hij weet dat dit geschift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon;

Feit 2: Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon;

Feit 3: Medeplegen van witwassen, begaan door een rechtspersoon;

Feit 4: Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, begaan door een rechtspersoon.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1 tot en met 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 10.000,-.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft (ten aanzien van de vennootschap van [medeverdachte 3] ) geen strafmaatverweer gevoerd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte en de omstandigheden waaronder dit is begaan, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

[medeverdachte 3] heeft zich als [bedrijf 5] -medewerker laten omkopen. Om te voorkomen dat deze afspraak aan het licht zou komen, zijn valse facturen opgemaakt, waarmee de werkelijke aard van de betalingen werd verhuld. Deze facturatie en de betalingen verliepen via de vennootschap van [medeverdachte 3] , [bedrijf 1] . [bedrijf 1] heeft voor ruim € 40.000,- gefactureerd aan de vennootschappen van [medeverdachte 1] . Ook heeft [bedrijf 1] valse facturen, die door [medeverdachte 1] zijn opgemaakt, voorhanden gehad. Daarnaast werd een ontvangen geldbedrag door [bedrijf 1] witgewassen door dit in de administratie als legale inkomsten in te boeken.

[bedrijf 1] heeft onder een schijn van legale bedrijfsvoering deelgenomen aan het financieel economisch verkeer. Daardoor is het vertrouwen dat in rechtspersonen moet kunnen worden gesteld, ondergraven. De rechtbank neemt dit [bedrijf 1] zeer kwalijk.

De rechtbank heeft gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 november 2015, waaruit blijkt dat [bedrijf 1] niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank vindt oplegging van een geldboete passend. Bij de bepaling van de hoogte hiervan let de rechtbank in het bijzonder op de volgende omstandigheden. [bedrijf 1] heeft als mededader de omkoping van [medeverdachte 3] verhuld met de valse factuurstroom en het witwassen van de opbrengst. Hierbij was sprake van een intensieve en langdurige samenwerking tussen de verdachte natuurlijke personen, hun vennootschappen en [bedrijf 1] . Mede door deze organisatie hebben de omkopingsconstructies kunnen blijven voortbestaan. Ook [bedrijf 1] heeft hiermee een substantiële rol gehad in de criminele organisatie die zich bezig hield met omkoping, valsheid in geschrift en (gewoonte)witwassen.

Gelet op deze omstandigheden, de duur van de bewezen verklaarde periode en de hoogte van de ontvangen bedragen acht de rechtbank een geldboete van € 10.000,- passend en geboden.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24, 47, 51, 57, 140, 225 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring
Verklaart bewezen dat verdachte het onder feiten 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Strafbaarheid
Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1: Medeplegen van het opzettelijk voorhanden hebben van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, terwijl hij weet dat dit geschift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon;

Feit 2: Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, begaan door een rechtspersoon;

Feit 3: Medeplegen van witwassen, begaan door een rechtspersoon;

Feit 4: Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, begaan door een rechtspersoon.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Straf
Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro en nul eurocent).

Dit vonnis is gewezen door

mr. A. van Maanen, voorzitter,

mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. M.C. van Reenen en K.M. Strijbos, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 mei 2016.

BIJLAGE I: de tenlastelegging

Aan [bedrijf 1] is ten laste gelegd dat

1.

(niveau 2):

Zij in of omstreeks de periode van 25 oktober 2010 tot en met 27 januari 2013

te Groningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk voorhanden heeft gehad

zestien (16), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 2]

en/of [medeverdachte 1] gericht aan [veroordeelde] en/of haar, verdachte, ten bedrage

van in totaal circa Euro 142.443,75 (exclusief btw) (te weten: D-0422 en/of

D-0423 en/of D-1116 en/of D-1117 en/of D-1118 en/of D-1119 en/of D-1120 en/of

D-1121 en/of D-1122 en/of D-1123 en/of D-1124 en/of D-1125 en/of D-1126 en/of

D-1127 en/of D-1128 en/of D-1129)

en/of

twaalf (12), althans een of meer, factu(u)r(en) van [bedrijf 3] en/of

[medeverdachte 1] gericht aan [veroordeelde] en/of haar, verdachte, ten bedrage van in

totaal circa Euro 134.343,75 (exclusief btw) (te weten: D-1130 en/of D-1131

en/of D-1132 en/of D-1133 en/of D-1134 en/of D-1135 en/of D-1136 en/of D-1137

en/of D-1138 en/of D-1139 en/of D-0424 en/of D-0425)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

(telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren tot gebruik als ware dat/die geschrift(en)

echt en onvervalst, en bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens)

hierin

dat op/in die factu(u)r(en) is vermeld dat door [bedrijf 2] en/of

[bedrijf 3] en/of [medeverdachte 1] werkzaamheden en/of diensten (te

weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [veroordeelde] en/of

haar, verdachte, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten

niet, althans niet in zijn geheel, door [bedrijf 2] en/of [bedrijf 11]

en/of [medeverdachte 1] , zijn verricht ten behoeve van/voor [veroordeelde]

en/of haar, verdachte,

en/of (telkens)

dat op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) is/zijn vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

Artikel 225 lid 2 jo artikel 47/51 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

(niveau 2):

Zij in of omstreeks de periode van 20 november 2010 tot en met 31 december

2012 te Groningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen,

veertien (14), althans een of meer, factu(u)r(en) van haar, verdachte, en/of

[veroordeelde] gericht aan [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 2] ten bedrage van

in totaal circa Euro 24.862,52 (exclusief btw) (te weten: D-0427 en/of D-0428

en/of D-1140 en/of D-1141 en/of D-1142 en/of D-1143 en/of D-1144 en/of D-1145

en/of D-1146 en/of D-1147 en/of D-1148 en/of D-1149 en/of D-1150 en/of D-1151),

en/of

tien (10), althans een of meer, factu(u)r(en) van haar, verdachte, en/of [medeverdachte 3]

gericht aan [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 3] ten bedrage van in

totaal circa Euro 16.132,50 (exclusief btw) (te weten: D-1152 en/of D-1153

en/of D-1154 en/of D-1155 en/of D-1156 en/of D-1157 en/of D-1158 en/of D-1159

en/of D-0429 en/of D-0430)

zijnde telkens (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of laten

opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen en/of laten vervalsen, immers

heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) valselijk en/of in strijd

met de waarheid -zakelijk weergegeven-

op/in die factu(u)r(en) vermeld dat door haar, verdachte, en/of [veroordeelde]

werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advieswerkzaamheden t.b.v.

[bedrijf 18] ") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 2]

en/of [bedrijf 3] , terwijl in werkelijkheid die

werkzaamheden en/of diensten niet, althans niet in zijn geheel, door haar,

verdachte, en/of [veroordeelde] zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 1]

en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3]

en/of (telkens)

op/in die factu(u)r(en) (een) factuurbedrag(en) vermeld dat/die in

werkelijkheid geen, althans niet volledig, betrekking heeft/hebben op de in

die factu(u)r(en) vermelde(n) werkzaamheden en/of diensten,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

Artikel 225 lid 1 jo artikel 47/51 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

(niveau 2):

Zij in of omstreeks de periode van 11 november 2010 tot en met heden te Haren

(Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Leusden en/of Utrecht, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (van) één of meer voorwerp(en), te weten een of een meer

geldbedrag(en) tot een totaal bedrag van circa Euro 232.664,84 (exclusief

btw) (zie: o.a. AH-042 en/of AH-067), bestaande uit

circa Euro 116.396,11 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-0422 en/of D-0423 en/of D-1116 en/of D-1117 en/of D-1118

en/of D-1119 en/of D-1120 en/of D-1121 en/of D-1122 en/of D-1123 en/of D-1124

en/of D-1125 en/of D-1126 en/of D-1127 en/of D-1128 en/of D-1129

minus/verrekend met de factu(u)r(en) D-0428 en/of D-1140 en/of D-1141 en/of

D-1142 en/of D-1143 en/of D-1144 en/of D-1145 en/of D-1146 en/of D-1147 en/of

D-1148 en/of D-1149 en/of D-1150 en/of D-1151 en/of één (1) tot op heden

onbekend gebleven factuur)

en/of

circa Euro 115.289,98 (exclusief btw) (betaald (aan [medeverdachte 1] ) op basis van

de factu(u)r(en) D-1130 en/of D-1131 en/of D-1132 en/of D-1133 en/of D-1134

en/of D-1135 en/of D-1136 en/of D-1137 en/of D-1138 en/of D-1139 en/of D-0424

en/of D-0425 minus/verrekend met de factu(u)r(en) D-1152 en/of D-1153 en/of

D-1154 en/of D-1155 en/of D-1156 en/of D-1157 en/of D-1158 en/of D-1159 en/of

D-0429 en/of D-0430 en/of twee (2) tot op heden onbekend gebleven

factu(u)r(en))

en/of

circa Euro 978,75 (exclusief btw) (ontvangen (van [medeverdachte 1] ) op basis van de

factuur D-0427),

in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding

en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen/verhuld en/of heeft/hebben

verborgen/verhuld wie de rechthebbende(n) op/het/de

voorwerp(en)/geldbedrag(en) was/waren en/of wie het voorhanden heeft/hebben

gehad

en/of dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of

heeft/hebben verworven en/of heeft/hebben omgezet en/of heeft/hebben

overgedragen en/of van dat/die voorwerp(en)/geldbedrag(en) gebruik

heeft/hebben gemaakt

terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s), (telkens) wist(en) dat/die

voorwerp(en)/geldbedrag(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s), daarvan een gewoonte

heeft/hebben gemaakt;

Artikel 420bis/ter jo artikel 47/51 Wetboek van Strafrecht

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

(niveau 2):

Zij in of omstreeks de periode van 20 september 2010 tot en met 4 maart 2013

te Leusden en/of Sint-Michielsgestel en/of Hilversum en/of Utrecht en/of

Haren (Groningen) en/of Amsterdam en/of Groningen en/of Enschede, in elk

geval in Nederland en/of te Willemstad, in elk geval op Curaçao , en/of te

Praag, in elk geval in Tsjechië, opzettelijk heeft deelgenomen aan een

organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en/of

rechtspersonen, bestaande uit o.a. haar, verdachte, en/of [medeverdachte 2]

en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 7]

en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 4] en/of [veroordeelde] en/of [medeverdachte 8]

en/of [bedrijf 10] (c.q. [bedrijf 12] ) en/of [bedrijf 2]

en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4] en/of

[bedrijf 13] en/of [bedrijf 14] en/of [bedrijf 6] en/of

[bedrijf 7] ( [bedrijf 7] ) BV en/of [bedrijf 15] en/of [bedrijf 8]

s.r.o., welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven,

namelijk onder meer

-oplichting van [bedrijf 19] (met ingang van 1 januari 2014 genaamd

[bedrijf 20] ) en/of [bedrijf 21] (artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

-verduistering in dienst betrekking bij [bedrijf 19] en/of [bedrijf 21]

(artikel 321/322 Wetboek van Strafrecht)

-actieve en/of passieve niet-ambtelijke omkoping (artikel 328ter Wetboek van

Strafrecht)

-(gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)

-valsheid in geschrifte (artikel 225 Wetboek van Strafrecht);

Artikel 140 Wetboek van Strafrecht

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

BIJLAGE II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

Nummer

Afkomstig van

Gericht aan

Omschrijving

Factuurdatum

Bedrag (excl. BTW)

Betaaldatum

D-0422

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

25 oktober 2010

€ 3.450,00

11 november 2010

D-0423

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 november 2010

€ 8.943,75

19 november 2010

D-1116

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 december 2010

€ 8.212,50

20 december 2010

D-1117

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

19 januari 2011

€ 8.887,50

26 januari 2011

D-1118

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

15 februari 2011

€ 7.612,50

18 februari 2011

D-1119

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 maart 2011

€ 7.593,75

20 maart 2011

D-1120

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

14 april 2011

€ 10.706,25

20 april 2011

D-1121

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

15 mei 2011

€ 9.693,75

24 mei 2011

D-1122

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 juni 2011

€ 10.706,25

19 juni 2011

D-1123

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

19 juli 2011

€ 9.543,75

22 juli 2011

D-1124

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

19 augustus 2011

€ 10.912,50

25 augustus 2011

D-1125

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

12 september 2011

€ 3.937,50

14 september 2011

D-1126

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 oktober 2011

€ 9.262,50

1 november 2011

D-1127

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 november 2011

€ 11.175,00

17 november 2011

D-1128

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

15 december 2011

€ 12.543,75

15 december 2011

D-1129

[bedrijf 2] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

12 januari 2012

€ 9.262,50

14 januari 2012

Totaal: € 142.443,75

D-1130

[bedrijf 2] / [bedrijf 11]

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

12 januari 2012

€ 12.600,00

23 februari 2012

D-1131

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

15 maart 2012

€ 11.531,25

17 maart 2012

D-1132

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

28 april 2012

€ 13.500,00

29 april 2012

D-1133

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 mei 2012

€ 11.137,50

17 mei 2012

D-1134

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

15 juni 2012

€ 10.612,50

17 juni 2012

D-1135

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

15 juli 2012

€ 10.462,50

18 juli 2012

D-1136

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

24 augustus 2012

€ 10.987,50

9 september 2012

D-1137

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

14 september 2012

€ 6.150,00

19 september 2012

D-1138

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

14 oktober 2012

€ 9.618,75

17 oktober 2012

D-1139

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

11 november 2012

€ 13.256,25

24 november 2012

D-0424

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

16 december 2012

€ 13.500,00

17 december 2012

D-0425

[bedrijf 3] B.V.

[bedrijf 1]

Adviesdiensten t.b.v. [bedrijf 1]

17 januari 2013

€ 10.987,50

26 januari 201344

Totaal: € 134.343,75

D-0427

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

20 november 2010

€ 798,75

29 november 2010

D-0428

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

17 december 2010

€ 1.635,00

30 december 2010

D-1140

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

24 januari 2011

€ 1.368,75

26 januari 2011

D-1141

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

18 februari 2011

€ 2.201,25

18 februari 2011

D-1142

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

20 maart 2011

€ 1.685,63

20 maart 2011

D-1143

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

17 april 2011

€ 2.313,75

20 april 2011

D-1144

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

24 mei 2011

€ 2.118,75

24 mei 2011

D-1145

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

19 juni 2011

€ 2.390,63

19 juni 2011

D-1146

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

21 juli 2011

€ 1.747,50

22 juli 2011

D-1147

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

25 augustus 2011

€ 1.974,38

25 augustus 2011

D-1148

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

14 september 2011

€ 928,13

14 september 2011

D-1149

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

17 november 2011

€ 2.073,75

17 november 2011

D-1150

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

15 december 2011

€ 1.830,00

15 december 2011

D-1151

[bedrijf 1]

[bedrijf 2] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

14 januari 2012

€ 1.796,25

14 januari 2012

Totaal: € 24.862,52

D-1152

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

18 februari 2012

€ 2.002,50

23 februari 2012

D-1153

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

29 april 2012

€ 1.290,00

29 april 2012

D-1154

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

16 mei 2012

€ 1.608,75

17 mei 2012

D-1155

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

17 juni 2012

€ 1.610,63

17 juni 2012

D-1156

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

18 juli 2012

€ 1.365,00

18 juli 2012

D-1157

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

8 september 2012

€ 1.185,00

9 september 2012

D-1158

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

19 september 2012

€ 946,88

19 september 2012

D-1159

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

24 november 2012

€ 2.690,63

24 november 2012

D-0429

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

17 december 2012

€ 2.683,13

17 december 2012

D-0430

[bedrijf 1]

[bedrijf 3] B.V.

Advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 16]

31 december 2012

€ 750,00

26 januari 201345

Totaal: € 16.132,52

BIJLAGE III: de bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [bedrijf 1]

Niveau 2

1.

in de periode van 25 oktober 2010 tot en met 27 januari 2013 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk voorhanden heeft gehad

zestien (16) facturen van [bedrijf 2] gericht aan haar, verdachte, ten bedrage van in totaal Euro 142.443,75 (exclusief btw) (te weten: D-0422 en D-0423 en D-1116 en D-1117 en D-1118 en D-1119 en D-1120 en D-1121 en D-1122 en D-1123 en D-1124 en D-1125 en D-1126 en D-1127 en D-1128 en D-1129)

en

twaalf (12) facturen van [bedrijf 3] gericht aan haar, verdachte, ten bedrage van in totaal Euro 134.343,75 (exclusief btw) (te weten: D-1130 en D-1131 en D-1132 en D-1133 en D-1134 en D-1135 en D-1136 en D-1137 en D-1138 en D-1139 en D-0424 en D-0425)

zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, terwijl zij, verdachte, en haar mededader telkens wisten dat dat geschrift bestemd was tot gebruik als ware dat geschrift echt en onvervalst, en bestaande die valsheid telkens hierin

dat op die factuur is vermeld dat door [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [medeverdachte 1] werkzaamheden en/of diensten (te weten: "adviesdiensten") zijn verricht ten behoeve van/voor [veroordeelde] en/of haar, verdachte, terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet, door [bedrijf 2] en/of [bedrijf 11] en/of [medeverdachte 1] zijn verricht ten behoeve van/voor [veroordeelde] en/of haar, verdachte,

en

dat op die factuur een factuurbedrag is vermeld dat in werkelijkheid geen betrekking heeft op de in die factuur vermelde werkzaamheden en/of diensten;

2.

in de periode van 20 november 2010 tot en met 31 december 2012 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,

veertien (14) facturen van haar, verdachte, gericht aan [bedrijf 2] ten bedrage van in totaal Euro 24.862,52 (exclusief btw) (te weten: D-0427 en D-0428 en D-1140 en D-1141 en D-1142 en D-1143 en D-1144 en D-1145 en D-1146 en D-1147 en D-1148 en D-1149 en D-1150 en D-1151)

en

tien (10) facturen van haar, verdachte, gericht aan [bedrijf 3] ten bedrage van in totaal Euro 16.132,52 (exclusief btw) (te weten: D-1152 en D-1153 en D-1154 en D-1155 en D-1156 en D-1157 en D-1158 en D-1159 en D-0429 en D-0430)

zijnde telkens een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers hebben zij, verdachte, en haar mededader valselijk en/of in strijd met de waarheid zakelijk weergegeven-

op die facturen vermeld dat door haar, verdachte, en/of [veroordeelde] werkzaamheden en/of diensten (te weten: "advieswerkzaamheden t.b.v. [bedrijf 18] ") zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] , terwijl in werkelijkheid die werkzaamheden en/of diensten niet door haar, verdachte, en/of [veroordeelde] zijn verricht ten behoeve van/voor [medeverdachte 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3]

en telkens

op die facturen factuurbedragen vermeld die in werkelijkheid geen betrekking hebben op de in die facturen vermelde werkzaamheden en/of diensten,

zulks telkens met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;

3.

op 29 november 2010 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, van een voorwerp, te weten een geldbedrag van Euro 798,75 (exclusief btw) de werkelijke aard heeft verhuld en dat geldbedrag voorhanden heeft gehad en heeft verworven, terwijl zij, verdachte, en haar mededader, telkens wisten dat dat geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf;

4.

in de periode van 20 september 2010 tot en met 4 maart 2013 in Nederland opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatieverband van natuurlijke personen en rechtspersonen, bestaande uit haar, verdachte, en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] en [medeverdachte 4] en [veroordeelde] en [medeverdachte 8] en [bedrijf 10] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en [bedrijf 4] en [bedrijf 6] en [bedrijf 7] ( [bedrijf 7] ) BV en [bedrijf 8] s.r.o., welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk onder meer

- actieve en passieve niet-ambtelijke omkoping

- gewoontewitwassen

- valsheid in geschrift.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende FIOD dossier, nummer 51693, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (onderzoek Mount Nepal, inhoudende 28 ordners). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. AH staat voor ambtshandeling, V staat voor proces-verbaal van verhoor verdachte en G staat voor proces-verbaal verhoor getuige. Waar wordt verwezen naar D betreft het andere geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, van het Wetboek van Strafvordering.

2 AH-020, pagina 2

3 D-1330

4 D-1330

5 V04-05, pagina 10

6 V04-05, pagina 11

7 D-0275, pagina 1 en 2

8 V01-10, pagina 3

9 V01-10, pagina 4

10 D-0258, pagina 3

11 V15-01, pagina 3

12 D-0230

13 AH-042, pagina 2

14 V04-07, pagina 9

15 V04-07, pagina 10

16 V04-05, pagina 6

17 V04-07, pagina 10

18 V04-05, pagina 7

19 V04-06, pagina 8

20 V10-01, pagina 2

21 V12-03, pagina 2

22 V15-01, pagina 2

23 [bedrijf 9] : D-0167 en [bedrijf 12] : D-0152

24 V11-01, pagina 3

25 AH-067, pagina 9

26 V11-01, pagina 3

27 V11-01, pagina 4

28 V11-01, pagina 3

29 V11-01, pagina 4

30 V11-01, pagina 6

31 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

32 AH-042, pagina 25

33 V04-07, pagina 12

34 V04-07, pagina 11

35 V11-01, pagina 8

36 V11-03, pagina 7

37 V11-02, pagina 11

38 V11-01, pagina 8

39 AH-067, pagina 28

40 D-0386

41 Bijlage II: bewijsmiddelenoverzicht facturen

42 AH-042, pagina 25

43 AH-067, pagina 28

44 AH-042, pagina 24

45 AH-042, pagina 25