Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3928

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-07-2016
Datum publicatie
14-07-2016
Zaaknummer
16/659511-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man wordt veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf waarvan 138 dagen voorwaardelijk voor diefstal met bedreiging van geweld in een supermarkt. Het voorwaardelijk strafdeel vormt de komende twee jaar een flinke stok achter de deur voor het geval verdachte zich ondanks zijn goede wil niet laat behandelen en begeleiden of opnieuw een strafbaar feit begaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingslocatie Utrecht

Strafrecht

Parketnummer: 16/659511-16

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 juli 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1982] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2016. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. H.M.G. Peters, advocaat te Breukelen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouwe naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 15 april 2016 in Amersfoort van de Jumbo een geldbedrag heeft gestolen waarbij hij geweld heeft gebruikt dan wel daarmee heeft gedreigd.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gepleegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de eenvoudige diefstal bewezen kan worden, maar dat verdachte van het ten laste gelegde geweld dan wel de bedreiging met geweld dient te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Verdachte heeft ter terechtzitting van 30 juni 2016 verklaard dat hij op 15 april 2016 met een wit doek voor zijn gezicht en een schaar in zijn hand bij de Jumbo aan het [adres] tegen de kassière had gezegd ‘Hou die kassa open’ en vervolgens 220 euro uit de kassa heeft gestolen.2

Aangeefster [aangeefster] verklaarde dat zij op 15 april 2016 bij de Jumbo aan het [adres] als kassière werkzaam was. Zij zag een man voor de servicebalie staan. De man droeg een witte doek om zijn hals en voor zijn gezicht.3 De doek bedekte zijn mond en neus. Hij vroeg om een pakje sigaretten en legde 7 euro op de balie. Nadat zij een pakje had gepakt en gescand, opende zij de kassa. Direct nadat de kassa openging, hoorde zij dat de man tegen haar zei: “Hou die kassa open.” Tegelijkertijd zag zij dat hij met zijn linkerhand in de kassa ging en een stapeltje biljetten uit de kassa pakte. Op dat moment zag zij ook dat de man in zijn rechterhand een schaar vasthield. Zij zag dat hij de hand waarin hij de schaar vasthield op de balie had liggen. Zij zag dat hij de schaar bij de onderkant vasthield. Het volgende moment draaide de man zich om en liep hij weg richting de uitgang.4

Verbalisant [verbalisant] verklaarde dat zij op de beelden van een op de servicebalie gerichte camera van de Jumbo, gevestigd op het [adres] , zag dat er een man met een witkleurige doek om zijn hoofd gewonden en een donkerkleurige baseball petje op bij de balie kwam staan. Op het moment dat de man alleen aan de balie stond, zag zij dat de medewerkster een pakje sigaretten pakte en deze op de balie neerlegde. De man legde een bankbiljet op de balie en de medewerkster pakte dit biljet en opende de kassalade.5 Vervolgens zag zij dat de man met zijn rechteronderarm op de balie leunde en dat hij een scherp kleurig voorwerp in zijn rechterhand vasthield. Zij zag dat de man op het moment dat de medewerkster de kassalade opende met zijn beide handen/armen op/over de balie heen leunde. Zij zag dat hij in zijn rechterhand nog steeds het scherpe voorwerp vasthield en dat hij deze arm/hand voor zich uit hield in de richting van de baliemedewerkster. Zij zag dat hij met zijn linkerhand een greep deed in de kassa. Vervolgens zag ze dat de man wat briefgeld in zijn linkerhand vasthield en het pakje sigaretten dat op de balie lag, wegpakte terwijl hij het scherpe voorwerp nog steeds in zijn rechterhand vasthield.6

Bewijsoverweging

Verdachte heeft, terwijl er niemand anders bij de servicebalie stond, met een witte doek voor zijn gezicht tegen de kassière gezegd dat zij de kassa moest openhouden. Vervolgens heeft hij met één hand geld uit die kassa weggepakt terwijl hij in zijn andere hand zichtbaar een schaar vasthield. Deze gedragingen zijn in onderling verband en samenhang beschouwd van dien aard en onder zulke omstandigheden gedaan dat bij de kassière redelijkerwijs de vrees kon ontstaan dat verdachte geweld tegen haar zou uitoefenen. Derhalve is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat sprake is van diefstal vergezeld van bedreiging met geweld.

Conclusie

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

op 15 april 2016 te Amersfoort , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een geldbedrag (te weten EURO 220,-), toebehorende aan supermarkt Jumbo

(gevestigd aan het [adres] ), welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [aangeefster] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,
- met gezichtsbedekkende kleding voornoemde Jumbo is binnengegaan en
- voor een servicebalie is gaan staan en
- een schaar, in zijn rechterhand heeft vastgehouden en
- tegen voornoemde [aangeefster] heeft gezegd: “Hou die kassa open”

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 138 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft gevorderd om aan de voorwaardelijke straf een meldplicht, behandelverplichting en het verplicht meewerken aan het ingezette re-integratietraject middels een Jobcoach als bijzondere voorwaarden te verbinden.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en hetgeen is vermeld in het reclasseringsrapport. Daarnaast heeft de verdediging verzocht om het Pro Justitia rapport te volgen en om verdachte voor het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen en hierbij in de strafmaat rekening mee te houden. De verdediging op grond van het bovenstaande verzocht om de straf ten opzichte van de eis van de officier van justitie te matigen en een gevangenisstraf op te leggen van 90 dagen waarvan 48 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarden zoals door de officier van justitie geëist.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met bedreiging van geweld in een supermarkt. De rechtbank acht het bewezenverklaarde een zeer ernstig feit. Verdachte heeft niet stilgestaan bij de mogelijke (psychische) gevolgen voor het slachtoffer en de onrust die zijn handelen in meer algemene zin veroorzaakt. Hij heeft zich volledig laten leiden door zijn persoonlijke en financiële belangen.

Door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) zijn zogenaamde oriëntatiepunten voor straftoemeting ontwikkeld. Zij geven weer welke straffen rechters in vergelijkbare gevallen ongeveer opleggen. Deze oriëntatiepunten gaan bij winkeldiefstal met na betrapping het dreigen met een voorwerp als vertrekpunt van denken uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Het oriëntatiepunt voor een winkeloverval met licht geweld of bedreiging met geweld gaat uit van twee jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het bewezenverklaarde zit daar naar het oordeel van de rechtbank qua aard en ernst tussenin.

De rechtbank kijkt niet alleen naar de straf die bij het misdrijf past. Zij houdt ook rekening met de persoon van verdachte. Daarover is het volgende naar voren gekomen.

Door psycholoog mr. drs. R.A. Sterk is op 24 juni 2016 een Pro Justitia rapport uitgebracht omtrent de persoon van verdachte. De psycholoog beschrijft dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en van een alcoholafhankelijkheid momenteel in remissie. Ook is er sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van intellectuele capaciteiten op zwakbegaafd niveau en van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De psycholoog concludeert dat er sprake is van een verband tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde. Voorafgaand aan het bewezenverklaarde was bij verdachte sprake van een verhoogde innerlijke onrust over zijn aanstaande vaderschap, de verantwoordelijkheden die hiermee gepaard zouden gaan en het feit dat hij geen werk had. Verdachte raakte door deze stress verhoogd angstig en verloor enigszins overzicht en perspectief. Hij dempte deze onrust door alcoholgebruik. Dit ontremde zijn gedrag. Bij het doen van boodschappen vloog het vooruitzicht hem naar de keel. Hij werd angstiger en zocht naar een manier om uit de situatie te geraken. Ondanks dat er geen directe geldzorgen waren, koos hij voor een criminele oplossing. Volgens de onderzoeker lijkt die keuze samen te hangen met verdachtes lacunaire gewetensfunctie. De onderzoeker adviseert om verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Door J. op ’t Hof van Victas is op 28 juni 2016 een reclasseringsadvies uitgebracht. Volgens Op ’t Hof is verdachte gemotiveerd voor reclasseringstoezicht. Hij neemt verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn handelen en heeft spijt van zijn daden, toont motivatie om aan zichzelf te werken en komt de voorwaarden in het kader van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis na. In het rapport wordt voorts opgemerkt dat verdachte inmiddels vader is geworden. Op ‘t Hof adviseert om aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een meldplicht, behandelverplichting en het verplicht meewerken aan het ingezette re-integratietraject middels een jobcoach.

De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt deze tot de hare. Zij weegt de omstandigheden dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, dat hij (ook tijdens de strafzitting) oprecht spijt heeft betuigd van zijn handelen en zich gemotiveerd toont om in het kader van reclasseringstoezicht en door behandeling aan zichzelf te werken ten gunste van verdachte mee bij de strafoplegging.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank ten slotte gelet op de inhoud van verdachtes strafblad. Daaruit volgt weliswaar dat verdachte in het verleden eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten, maar die onherroepelijke veroordelingen dateren uit de periode 2005 tot en met 2007. De rechtbank ziet vanwege de ouderdom van deze veroordelingen geen aanleiding ze ten nadele van verdachte mee te wegen bij de strafoplegging.

Alles afwegende is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat een gevangenisstraf van 180 dagen met aftrek van voorarrest passend en geboden is. De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst. De rechtbank vindt het niet nodig dat verdachte opnieuw komt vast te zitten. De negatieve gevolgen van die detentie zouden de positieve ontwikkeling die verdachte inmiddels heeft doorgemaakt, doorbreken. Daarom zal de rechtbank het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf gelijk stellen aan de tijd die verdachte inmiddels in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Dat betekent dat van deze 180 dagen gevangenisstraf een gedeelte van 138 dagen voorwaardelijk wordt opgelegd. Verdachte zal zich gedurende een proeftijd van 2 jaren aan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden moeten houden. Het gevaar op herhaling kan daarmee verder worden ingeperkt. Het voorwaardelijk strafdeel vormt een flinke stok achter de deur voor het geval verdachte zich ondanks zijn goede wil niet laat behandelen en begeleiden of opnieuw een strafbaar feit begaat.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verzocht om de inbeslaggenomen schaar verbeurd te verklaren.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft de inbeslaggenomen schaar gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de onder verdachte in beslag genomen schaar verbeurd moet worden verklaard omdat het een voorwerp is met behulp waarvan het feit is begaan.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring
- Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
- Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.


Strafbaarheid van het feit
- Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken
- Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte
- Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Straf
- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 dagen.
- Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

- Bepaalt dat een gedeelte, te weten 138 dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
- Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
- De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
- Stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

- Stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

1. zich na zijn het onherroepelijk worden van dit vonnis binnen drie dagen meldt bij de reclassering van Victas op het adres Heiligenbergerweg 34, 3816 AK te Amersfoort . Vervolgens moet hij gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van Victas blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, zo vaak en zo lang als deze instelling dat, gedurende de proeftijd, nodig vindt.

2. zich ambulant laat behandelen bij de forensische poli van Victas of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven; en

3. meewerkt aan het ingezette re-integratietraject, middels een Jobcoach, teneinde werk te vinden en te behouden.

-
Geeft opdracht aan Victas om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beslag
- Verklaart verbeurd:

de in beslag genomen schaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mrs. K.J. Veenstra en R.G.A. Beaujean, rechters, bijgestaan door mr. M.J.C. van der Vegte als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 juli 2016.

Mr. G. Perrick is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 15 april 2016 te Amersfoort , althans in het arrondissement

Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een geldbedrag (te weten EURO 220,-), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster] en/of supermarkt Jumbo

(gevestigd aan het [adres] ), in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster] , gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en /of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,
- met (gezichts)bedekkende kleding voornoemde Jumbo is binnengegaan en/of
- bij/voor een servicebalie is gaan staan en/of
- zichtbaar voor die [aangeefster] een schaar, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in zijn (rechter)hand heeft vastgehouden en/of die
schaar, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, op die [aangeefster] heeft

gericht en/of
- (daarbij) het op dreigende toon tegen voornoemde [aangeefster] heeft gezegd: “Hou

die kassa open”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer 2016115217.VGL, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met 73). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal ter terechtzitting van 30 juni 2016, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

3 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 40.

4 Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina 41.

5 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 55.

6 Proces-verbaal van bevindingen, doorgenummerde pagina 56.