Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3758

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-07-2016
Datum publicatie
07-07-2016
Zaaknummer
16/700035-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man is medeplichtig aan gewapende overval op een winkel in Utrecht in 2015. De verdachte kwam nog regelmatig in de winkel waar hij als stagiair had gewerkt. De verdachte heeft essentiële inlichtingen over de geldverwerking gedeeld en een deur open gehouden zodat de mededaders door die deur op eenvoudige wijze de winkel konden binnenkomen.

Bij de overval zijn twee medewerkers bedreigd en is ongeveer €6.500,- buitgemaakt.

De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met algemene en bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700035-16 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1991] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in PI Alphen aan den Rijn – HvB Maatschapslaan te Alphen aan den Rijn.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2016 en 22 juni 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. G.J. de Hosson, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: (primair) samen met (een) ander(en) op 5 juli 2015 een gewapende overval heeft gepleegd op de [winkel] (locatie [adres] ) te [vestigingsplaats] en daarbij geweld heeft gebruikt en/of gedreigd heeft met geweld in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en een geldbedrag van € 6.430,17 en/of VV-bonnen ter waarde van € 77,50 heeft weggenomen dan wel (subsidiair) dat hij bij dit misdrijf opzettelijk behulpzaam is geweest;

feit 2: samen met (een) ander(en) op 5 juli 2015 te Utrecht een vuurwapen, dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp voorhanden heeft gehad;

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte betrokken is geweest bij het onder 1 ten laste gelegde. De rol van verdachte dient volgens jurisprudentie van de Hoge Raad gekwalificeerd te worden als medeplichtige, aldus de officier van justitie. De officier van justitie heeft dan ook gevorderd verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde (medeplegen) vrij te spreken. Voor het onder 1 subsidiair ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie echter wel een bewezenverklaring volgen. De officier van justitie heeft zich met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde op het standpunt gesteld dat hiervoor geen bewezenverklaring kan volgen en gevorderd verdachte van dit feit vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte integraal vrijgesproken dient te worden. Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman er -kort gezegd- op gewezen dat verdachte weliswaar in de gelegenheid is geweest de deuren voor de overvallers te openen, maar dat meerdere personen deze gelegenheid hebben gehad. Daarnaast blijkt uit de telecomgegevens geenszins dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de overval. Indien de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte betrokken is geweest bij de overval dan valt de rol van verdachte volgens jurisprudentie van de Hoge Raad te kwalificeren als medeplichtige, aldus de raadsman.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder 2 ten laste gelegde vrijspreken.

4.3.2

De bewijsmiddelen met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde1

De verklaring van [slachtoffer 2] , voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven.

Op 5 juli 2015 was ik samen met collega [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) aan het werk in de [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Rond 17.05 uur hebben wij de winkel afgesloten. We pakten de twee kassalades en de twee afroomboxen. De sleutels van de afroomboxen had ik op zak. Met de beide kassa’s en afroomboxen zijn ik en [slachtoffer 1] vervolgens naar de kantoorruimte c.q. het magazijn achter in de winkel gelopen. Nadat we de tweede deur met de code hadden geopend kwamen wij in het grote magazijn. Wij liepen vervolgens naar het kantoortje en terwijl wij daar liepen werden we plotseling ingesloten door twee personen. Eén van de personen kwam voor ons staan en de andere persoon stond achter ons. Ik zag dat de persoon die voor ons stond een pistool in zijn hand had.

Ik kan deze personen als volgt omschrijven:

Dader 1: licht getinte man, 1,75-1,80 meter groot, sprak met een Marokkaanse tongval (straattaal), zwarte kleding en zwarte bivakmuts.

Dader 2: man, 1,80-1,85 meter groot, sprak met een Marokkaanse tongval (straattaal), dun postuur, droeg een wit mond- stofkapje, zwart baseballpetje en zwarte kleding.

Dader 1 kwam op ons afgelopen en zei: “dit is een overval, blijf rustig, we willen geld en maak de kassa’s en kluizen open”. Hij stond zo dichtbij dat hij met zijn linkerhand mijn rechterbeen aantikte en het pistool op mij gericht hield. Ik zag dat hij het pistool ter hoogte van mijn buik gericht hield. Ik zei tegen dader 1: “ok, ok, werken mee. Ik hoorde dader 1 tegen mij en [slachtoffer 1] zeggen: “sorry, maar ik moet jullie zo vast binden met tie-rips”. Ik heb toen ook gezien dat dader 2 tie-rips in zijn hand had. Daarna wilden de daders dat ik de grote kluis zou openmaken. Ik zag dat dader 2 met de afroomkluizen bezig was. Later zag ik dat de afroomkluizen open waren. Ik heb de sleutels van de afroomboxen niet aan de daders gegeven dus die moeten ze dan zelf gepakt hebben. Gelukkig lukte het uiteindelijk om de kluis te openen. In de kluis lagen rollen met wisselgeld. Deze hebben de daders uit de kluis meegenomen. Hierna wilden de daders dat ik de kassalades opende. Ik heb toen de eerste kassalade geopend. Ik zag dat dader 2 het geld uit de geopende kassa pakte en dit in de zwarte rugzak deed. Ik zag dat dader 1 de bakjes met geld uit de kassalade pakte en die omkiepte in de zwarte rugzak. Hierna moest ik de andere kassalade van dader 1 openen. Dader 2 vroeg hoe de afroomboxen open moesten. Ik weet niet wat er is gebeurd maar even later zag ik dat de afroomboxen open waren en volgens mij stopten ze het geld in de tassen. Terwijl ze de spullen in de tas deden hoorde ik de daders allebei een keer zeggen dat ze ons moesten vastbinden met tie-rips. Uiteindelijk zijn wij niet vastgebonden. Wij moesten toen wel beloven dat wij 5 a 10 minuten niet zouden bellen nadat de daders weg waren gegaan. Ik hoorde dader 1 nog zeggen: “ik ken je gezicht. Ik weet wie je bent. Ik doe jullie niets aan dus jullie hoeven ons ook niets aan te doen” Ik voelde dat als een bedreiging.

Rond 16.00 uur was [verdachte] (de rechtbank begrijpt het dossier lezende: verdachte [verdachte] ) in de winkel. [verdachte] is een stagiair bij de [winkel] . [verdachte] was aan het winkelen en vroeg of hij even naar de wc mocht. Ik zei dat het goed was en zag dat [verdachte] naar achteren liep. Deze wc zit op een plek waar ook de personeelsruimte, het magazijn en het kantoortje zijn. Hij heeft alle codes om binnen te komen en kon daardoor naar achter lopen. Ongeveer vijf minuten later kwam [verdachte] terug in de winkel.2

De verklaring van [aangever] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven.

Ik doe aangifte van een diefstal met geweld, gepleegd op 5 juli 2017 op de [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Ik werd om 17.30 uur gebeld door [slachtoffer 2] dat ze waren overvallen. Ik heb de bewakingsbeelden gezien en het verhaal van [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) en [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt [slachtoffer 1] ) gehoord. (..) Het vermoeden bestaat dat de overvallers via de nooduitgang binnen zijn gekomen. Het is namelijk niet op de beelden te zien dat de overvallers het magazijn binnen kwamen via de normale ingang. Op de normale ingang hangt namelijk een camera gericht. In de kassa’s en afroomboxen zat in totaal € 5.550,17 euro. Uit de kluizen is € 957,50 euro weggenomen. In totaal is € 6.507,67 weggenomen door de overvallers. Dit is eigenlijk alleen maar cashgeld, muntjes en briefjes. € 77,50 van dit totaalbedrag blijken VVV bonnen te zijn.

Ik hoorde dat [verdachte] , een oud stagiair, bij ons was langsgeweest deze zondag. Hij is sinds begin juni 2015 niet meer bij ons werkzaam. Hij kwam nog geregeld langs. Ik heb de beelden bekeken van de zaak, nadat de winkel was overvallen. Ik zag dat [verdachte] naar de ruimte liep van het magazijn. [verdachte] beschikt over de codes om in het magazijn te komen. Ik zag dat hij ongeveer twee minuten weg was en vervolgens weer op de beelden verscheen.

Op maandagen wordt de inhoud van de afroomboxen en de kassa’s geleegd. Het geld wordt dan gestort op een rekening van [winkel] . De overvallers zijn dus op het, voor hun, meest gunstige moment langs gekomen.

Sleutels van de afroomboxen hangen normaal gesproken in het sleutelkastje. Ik weet niet hoe en door wie de afroomboxen zijn geopend. Ik begreep van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] dat zij dat niet hadden gedaan. Kennelijk hebben de overvallers dat zelf gedaan. Het valt mij op dat zij wisten hoe ze dat moesten doen en welke sleutel zij daarvoor moesten hebben. De nooduitgang kan alleen van binnenuit open.3

De bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op zondag 5 juli 2015, omstreeks 18.00 uur hebben wij een onderzoek ingesteld op de mogelijke vluchtroute van verdachten welke omstreeks 17:29 uur een overval zouden hebben gepleegd op de [winkel] op de [adres] te [vestigingsplaats] . Omstreeks 18.13 uur troffen wij op de Louterlaan te Utrecht in de bosschages een zwart/oranje kleurige pet, twee zwartkleurige handschoenen en een mondstofkapje aan.4

Sporen op het mondkapje werden veiliggesteld en voorzien van SINAAIE2669NL.5

De bevindingen van [verbalisant 3] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op 5 juli 2015 omstreeks 17:35 uur vond er een gewapende overval plaats op een [winkel] vestiging aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Op de camerabeelden van de [winkel] is onder andere te zien dat één van de daders als volgt is gekleed: (..) donkerkleurige pet met een fel oranje klep en gekleurde letters aan de voorzijde, wit mondkapje voor het gezich ten donkerkleurige handschoenen met een lichtkleurig onbekend logo. Op 5 juli 2015 werden kort na de overval een donkerkleurige pet met een fel oranje klep en gekleurde letters aan de voorzijde, een wit mondkapje en donkerkleurige handschoenen in de bossages aangetroffen. De locatie waar de goederen zijn aangetroffen bevindt zich in de zeer nabije omgeving van de plaats delict. De op de vluchtroute aangetroffen pet, handschoenen en stofkapje vertonen een sterke gelijkenis met de pet, handschoenen en stofkapje die door een van de daders werden gedragen tijdens de overval.6

Het deskundigen rapport van The Maastricht Forensic Institute, opgemaakt door dr. P.J. Herbergs, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige

De rand van het masker is bemonsterd met een stub (AAIE2669NL#02). Het DNA-profiel van een bemonstering van de rand van het masker (AAIE2669NL#02) is op 28 augustus 2015 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van [verdachte] (RABB9343NL), geboren op [1995] (DNA-profielcluster 25683).7

De matchkans tussen de betreffende DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het gevonden DNA-spoor is kleiner dan één op één miljard.8

De bevindingen “sporenonderzoek” van [verbalisant 4] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op 5 juli 2015 werd door mij bij de [winkel] een onderzoek naar sporen ingesteld. Ik zag dat er een gang achter de [winkel] langs liep van de zijde Columbuslaan naar de zijde in het winkelcentrum. Boven de deur aan de zijde van het winkelcentrum was een camera aanwezig die kennelijk schuin weg was geduwd. Vanuit de gang was het magazijn van de [winkel] via twee deuren te bereiken. (..) Aan de twee deuren was geen braakschade zichtbaar. De deuren zouden afgesloten zijn geweest volgens de normale procedure.9

De bevindingen van [verbalisant 5] “uitkijken videobeelden [winkel] rond overval” voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op 5 juli 2015, omstreeks 17.15 uur vond er een overval plaats op de [winkel] , gevestigd aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Deze winkel werd middels camera’s bewaakt. Daarnaast waren er meerdere camera’s in de omgeving van de winkel die beelden registreerden. Uit onderzoek ter plaatse bleek dat de Blokker en het Servicecentrum Utrecht camera’s hadden die mogelijk beelden hadden geregistreerd van de aankomst en/of vertrek van de overvallers en van de aanwezigheid van verdachte [verdachte] (de rechtbank begrijpt het dossier lezende: [verdachte] ). Deze werden inbeslaggenomen en aan mij overgedragen. Ik heb de beelden op 16 juli 2015 bekeken. Op de beelden waren tijdsindicaties te zien, bij eerder onderzoek ter plaatse bleek dat alle camera’s (nagenoeg) de juiste tijdsaandoening weergeven. (..)

16:36:32 uur: de verdachte is te zien terwijl hij bij een medewerkster (in de [winkel] ) staat. Deze medewerkster verklaarde dat [verdachte] haar vroeg of hij gebruik mocht maken van het toilet in het magazijn.

16:36:56 uur: kort daarna is te zien dat hij een code intoetst op het paneel bij het magazijn.

16:36:58 uur: Vervolgens gaat hij het magazijn binnen;

16:37:14 uur: enkele seconden nadat verdachte [verdachte] het magazijn is ingegaan, is te zien dat twee overvallers vanaf de Beneluxlaan richting de achterzijde van de [winkel] lopen.

16:37:41 uur: ze lopen naar de achteringang van de [winkel] ;

16:37:45 uur: de verdachten gaan voor de deur staan, waardoor ze nagenoeg onzichtbaar worden voor de camera’s. Dit komt omdat de deur ongeveer 30 centimeter diep in de gevel staat;

16:37:51 uur: na 28 seconden gaat de deur open en is te zien dat daders 1 en 2 naar binnen gaan;

16:39:10 uur: iets meer dan een minuut later komt verdachte [verdachte] het magazijn weer uit, richting het winkelgebied;

(..)

17:14:46 uur: rond 17:15 uur is te zien dat twee medewerkers van de [winkel] het kantoor binnen komen, samen met de twee overvallers. Hierbij was te zien dat de man met de bivakmuts een vuurwapen gelijkend voorwerp vasthield;

17:15:06 uur: direct na binnenkomst werd de kluis door de medewerker van de [winkel] geopend;

17:15:41 uur: tijdens het openen van die brandkast, doorzoeken dader 1 en dader 2 de ruimte;

17:15:59 uur: te zien is dat dader 2 witte tie-rips bij zich draagt;

(..)

17:21:51 uur: enkele minuten later werd de brandkast geopend door de medewerker, waarna dader 1 en dader 2 een geldkist en enkele andere objecten uit de kluis halen en in de zwarte rugtas stoppen die dader 2 vasthield.10

De bevindingen “histo * [telefoonnummer] ” (de rechtbank leest: * [telefoonnummer] ) van verbalisant [verbalisant 6] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Binnen het onderzoek naar de overval op personeel van de [winkel] op 5 juli 2015 zijn meerdere historische verkeersgegevens telefonie bevraagd. Onder ander werden de historische verkeersgegevens gevorderd van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . Dit nummer was ten tijde van de overval in gebruik bij de verdachte [verdachte] . Er is gekeken naar de periode 5 juli 2015 van 14.45 uur tot 19.00 uur. Opvallend is dat er twee korte gesprekken zijn om 14.53 en 16.22 uur met het telefoonnummer * [telefoonnummer] . Om 16.43 en 16.55 uur is er sms-contact geweest tussen deze twee toestellen. Uit interceptie is vastgesteld dat het nummer * [telefoonnummer] in gebruik was bij [medeverdachte] . De tijdstippen van deze sms-contacten liggen in de periode dat de verdachten (de rechtbank leest: daders) binnengesloten waren bij de [winkel] . Naast het contact met * [telefoonnummer] waren er ook zeven contacten tussen de telefoon van [verdachte] en het telefoonnummer * [telefoonnummer] . De identiteit van de gebruiker van dit nummer kon niet worden vastgesteld. De contacten tussen deze nummers betreffen:

16:17:00 * [telefoonnummer] stuurt een sms naar * [telefoonnummer] ;

16:17:04 * [telefoonnummer] suurt een sms naar * [telefoonnummer] ;

16:22:27 en 16:22:19 * [telefoonnummer] ontvangt een tweetal smsjes van * [telefoonnummer] ;

16:23:03 en 16:23:06 * [telefoonnummer] stuurt een sms naar * [telefoonnummer] ;

16:32:19 en 16:32:21 * [telefoonnummer] ontvangt een tweetal smsjes van * [telefoonnummer] ;

16:36:37 en 16:36:40 * [telefoonnummer] ontvangt een tweetal smsjes van * [telefoonnummer] ;

16:37:06 * [telefoonnummer] wordt gebeld door * [telefoonnummer] , gesprek van 15 seconden.11

De verklaring van verdachte [verdachte] voor zover hier van belang en zakelijk weergegven

* [telefoonnummer] is mijn nummer.

O: uit de tapgesprekken is gebleken dat de gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer] jouw broer [medeverdachte] is. V: wat is jou reactie hierop?

A: ja mijn broertje.

O: verdachte knikt instemmend.12

4.3.3

Het oordeel van de rechtbank met betrekking tot feit 1 primair

Uit de bewijsmiddelen kan de rechtbank niet afleiden dat sprake was van een zodanige rol van verdachte dat hij als medepleger is aan te merken. Daarbij is van belang, dat verdachte weliswaar essentiële handelingen ten behoeve van de overval heeft uitgevoerd, maar hij geen rol heeft gehad in de daadwerkelijk uitvoering van de overval. Zijn rol heeft eruit bestaan dat hij de afgesloten deuren, die enkel van binnenuit konden worden geopend, voor de plegers van de overval heeft geopend en dat hij inlichtingen moet hebben verschaft over de geldverwerking en bewaarplaatsen van het geld binnen de [winkel] . Verdachte had daar als oud-stagiair ten tijde van zijn stage kennis van gekregen. Daarmee is zijn rol ongelijkwaardig aan die van de plegers van de overval. Dit betekent dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen van de overval.

4.3.4

Het oordeel van de rechtbank met betrekking tot feit 1 subsidiair

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Subsidiair

[medeverdachte] , en een onbekend gebleven persoon op 05 juli 2015 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een

geldbedrag (ter waarde van ongeveer 6430,17 euro) en VVV-bonnen (ter waarde

van ongeveer 77,50 euro), toebehorende aan [winkel] (locatie [adres] ), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader de vlucht mogelijk te maken,

welk bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

en/of zijn mededader

- onverhoeds voor en achter die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zijn gesprongen,

(waardoor die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] geen kant op konden en omsingeld

waren) en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft

getoond en op die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft gericht en

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "dit is een overval" en/of "we willen geld"

en "maak de kassa's en de kluizen open" en "we moeten jullie met tie-rips vastbinden" en "jullie mogen 10 minuten niemand bellen, als je dat wel doet, we weten nu hoe jullie

eruit zien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 05 juli

2015 te Utrecht, inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

- zich onder valse voorwendselen te weten toiletbezoek en derhalve met

wederrechtelijk gebruik van de toegangscodes/cijfercodes de toegang te

verschaffen tot de personeelsruimte en het magazijn en

- vervolgens die [medeverdachte] en die onbekend gebleven persoon de

toegang te verschaffen tot die personeelsruimte en dat magazijn en

- die [medeverdachte] en die onbekend gebleven persoon inlichtingen te

verschaffen met betrekking tot de situatie in voornoemde [winkel] , beschikbare

uitgangen en kluizen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

feit 1 subsidiair: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen;

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden -kort gezegd: een meldplicht, reclasseringstoezicht, een ambulante behandelverplichting, een locatiegebod en een locatieverbod.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, zoals hiervoor reeds is weergegeven, primair integrale vrijspraak bepleit. In het geval de rechtbank wel tot een bewezenverklaring komt van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman verzocht een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van de ondergane voorlopige hechtenis. De raadsman heeft gelet op voornoemd standpunt verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte is medeplichtig aan een op 5 juli 2015 gepleegde gewapende overval op een filiaal van de [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] , alwaar hij zelf als stagiair had gewerkt en nog geregeld kwam. Verdachtes rol bestond hieruit dat verdachte zijn mededaders van de overval essentiële inlichtingen omtrent onder meer de wijze van geldverwerking in het filiaal heeft verschaft en hij een deur, die normaliter afgesloten dient te zijn en die toegang geeft tot een afgesloten magazijn, open heeft gehouden zodat de mededaders door die deur op éénvoudige wijze het magazijn van het filiaal konden binnenkomen. Bij de overval is uiteindelijk ongeveer € 6.500,- buitgemaakt.

Bij de overval zijn twee medewerkers van [winkel] met een (nep) vuurwapen bedreigd. Onder bedreiging van dit (nep) vuurwapen werden zij gedwongen kluizen te openen. Een heftige overval als deze heeft grote impact op de slachtoffers gehad en roept algemene gevoelens van angst, onrust en onveiligheid op in de maatschappij. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen van beide slachtoffers is ook gebleken dat de overval enorme impact heeft gehad op de slachtoffers en zij nog steeds last hebben van hetgeen hen is overkomen.

Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie (strafblad) d.d. 11 april 2016 volgt dat aan verdachte in 2012 een strafbeschikking is opgelegd ter zake een vermogensdelict. De rechtbank houdt hiermee in strafverzwarende zin rekening.

Namens Reclassering Nederland heeft mw. H. Wiebe, reclasseringswerker, een rapport d.d. 11 mei 2015 omtrent verdachte opgesteld. In dit rapport wordt weergegeven dat de reclassering risico’s ziet op het gebied van dagbesteding, inkomen en gezinsomstandigheden. De reclassering acht het positief dat verdachte zelf hulp heeft gezocht voor zijn problemen en hij sinds 2014 begeleid wordt door Jes030, stichting jeugdhulp stad Utrecht. De reclassering schat het recidiverisico als laag/gemiddeld en zij achten het geïndiceerd om de thans lopende hulpverlening aan te scherpen. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijk gevangenisstraf op te leggen. Hierbij worden –kort gezegd- de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd:

  • -

    meldplicht bij Reclassering Nederland;

  • -

    reclasseringstoezicht;

  • -

    ambulante behandeling n.a.v. een verplicht diagnostisch onderzoek;

  • -

    locatieverbod (niet bevinden binnen een straal van 500 meter van [adres] te [vestigingsplaats] ;

  • -

    locatiegebod (op vastgestelde tijdstippen aanwezig zijn op het adres: Van der Palmstraat 6 te Utrecht).

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf de geldende oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval op een winkel/bedrijf met licht geweld/bedreiging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en bij toepassing van (substantieel) geweld een gevangenisstraf van 3 jaren.

In dit geval is aan één van de plegers van de overval, rekening houdend met onder meer voornoemde oriëntatiepunten en diens, zwaardere strafblad, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren.

De rechtbank acht alles afwegende een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk passend en geboden.

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt gelet op voornoemde gevangenisstraf afgewezen.

9 De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft een schadebedrag gevorderd van in totaal € 2.084,23. Dit bedrag is opgebouwd uit de kostenposten materiële schade (€ 334,23) en immateriële schade (€1.750,-).

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal toegewezen dient te worden.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, gelet op zijn bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. In het geval de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten last gelegde komt dient de vordering van de benadeelde partij afgewezen te worden wegens het ontbreken van een causaal verband, aldus de raadsman.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het door de benadeelde gevorderde bedrag aan immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,- toewijsbaar. De rechtbank acht dit bedrag redelijk en billijk en heeft met betrekking tot de hoogte van dit bedrag rekening gehouden met de aard en de ernst van het feit, waarvan benadeelde slachtoffer is geweest. Ook heeft de rechtbank gelet op bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij de materiële schade in voldoende mate heeft onderbouwd en acht de gevorderde schade aan materiële schade dan ook geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 1.334,23 toewijzen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 5 juli 2015 tot de dag der algehele voldoening. Dit bedrag zal hoofdelijk worden toegewezen. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte wordt veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van benadeelde voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte hoofdelijk opgelegd.

10 De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft een schadebedrag gevorderd van in € 1.575, geheel ter zake immateriële schade.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal toegewezen dient te worden.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich, gelet op zijn bepleite integrale vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. In het geval de rechtbank wel tot een bewezenverklaring van het onder 1 ten last gelegde komt dient de vordering van de benadeelde partij afgewezen te worden wegens het ontbreken van een causaal verband, aldus de raadsman.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het door de benadeelde gevorderde bedrag aan immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,- toewijsbaar. De rechtbank acht dit bedrag redelijk en billijk en heeft met betrekking tot de hoogte van dit bedrag rekening gehouden met de aard en de ernst van het feit, waarvan benadeelde slachtoffer is geweest. Ook heeft de rechtbank gelet op bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 1.000,- toewijzen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 5 juli 2015 tot de dag der algehele voldoening. Dit bedrag zal hoofdelijk worden toegewezen. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte wordt veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van benadeelde voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte hoofdelijk opgelegd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 48 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 subsidiair: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen;

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

4. veroordeelde moet zich binnen één werkdag nadat hij in vrijheid wordt gesteld persoonlijk melden bij Reclassering Nederland op het volgende adres: Vivaldiplantsoen 200, 3533 JE Utrecht. Hierna moet de veroordeelde zich gedurende de door Reclassering Nederland aangegeven periode blijven melden zolang en frequent Reclassering Nederland dit nodig acht;

5. veroordeelde moet zicht gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van Reclassering Nederland stellen en zich gedurende de proeftijd gedragen naar de aanwijzingen die hem door of namens die instelling worden gegeven, zolang de Reclassering dat nodig vindt;

6. veroordeelde dient mee te werken aan een diagnostisch onderzoek en eventueel daaruit voortvloeiende behandeling(en) bij een forensische polikliniek of soortgelijke ambulante forensische zorg, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de behandelaar zullen worden gegeven;

7. veroordeelde zal zich niet bevinden binnen een straal van 500 meter van de [adres] te [vestigingsplaats] . Het locatieverbod wordt gecontroleerd met een elektronisch controlemiddel;

8. veroordeelde zal op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zijn op het bekende verblijfadres, thans Van der Palmstraat 6 te Utrecht. Daarbij heeft hij op doordeweekse dagen een aaneengesloten blok van 12 uur ter invulling van zijn dagbesteding. In de weekenden heeft veroordeelde 4 uur per dag vrij te besteden. Wanneer betrokkene op doordeweekse dagen geen dagbesteding heeft, heeft hij 2 uur vrij te besteden. De precieze tijdstippen worden vooraf vastgesteld door de reclassering, in overleg met veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding. Het locatiegebod wordt gecontroleerd met een elektronisch controlemiddel. Een ander adres voor het genoemde locatiegebod, en afwijkende tijdsduren, zijn alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft;

Geeft aan genoemde instelling opdracht veroordeelde toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.334,23, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] , € 1.334,23 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 23 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Laatstgenoemd bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander/anderen aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] , € 1.000,- aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Laatstgenoemd bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander/anderen aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mrs. G.A. Bos en J.W. Frieling, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 juli 2016.

Mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

Primair

hij op of omstreeks 05 juli 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag (ter waarde van ongeveer 6430,17 euro) en/of VVV-bonnen (ter waarde

van ongeveer 77,50 euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (locatie [adres] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goederen en/of geld onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten wederrechtelijk gebruik van de toegangscode(s)/cijfercode(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ter waarde van ongeveer

6430,17 euro) en/of VVV-bonnen (ter waarde van ongeveer 77,50 euro), in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (locatie

[adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- onverhoeds voor en/of achter die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn gesprongen,

(waardoor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] geen kant op konden en/of omsingeld

waren) en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben

getoond en/of op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] meermalen, althans éénmaal heeft/hebben gezegd:

"dit is een overval" en/of "we willen geld" en/of "maak de kassa's en de

kluizen open" en/of "we moeten jullie met tie-rips vastbinden" en/of "jullie

mogen 10 minuten niemand bellen, als je dat wel doet, we weten nu hoe jullie

eruit zien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

[medeverdachte] , en/of een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of

omstreeks 05 juli 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een

geldbedrag (ter waarde van ongeveer 6430,17 euro) en/of VVV-bonnen (ter waarde

van ongeveer 77,50 euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (locatie [adres] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde [medeverdachte] en/of die

onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of verdachte,

waarbij voornoemde [medeverdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en)

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

dat/die goederen en/of geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van een valse sleutel, te weten wederrechtelijk gebruik van de

toegangscode(s)/cijfercode(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ter waarde van ongeveer

6430,17 euro) en/of VVV-bonnen (ter waarde van ongeveer 77,50 euro), in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (locatie

[adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde

[medeverdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

voornoemde [medeverdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en)

- onverhoeds voor en/of achter die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn gesprongen

(, waardoor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] geen kant op konden en/of omsingeld

waren)

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben

getoond en/of op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] meermalen, althans éénmaal heeft/hebben gezegd:

"dit is een overval" en/of "we willen geld" en/of "maak de kassa's en de

kluizen open" en/of "we moeten jullie met tie-rips vastbinden" en/of "jullie

mogen 10 minuten niemand bellen, als je dat wel doet, we weten nu hoe jullie

eruit zien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 05 juli

2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door opzettelijk

- zich onder valse voorwendselen (te weten toiletbezoek) en (derhalve)

wederrechtelijk gebruik van de toegangscode(s)/cijfercode(s) de toegang te

verschaffen tot de personeelsruimte en/of het magazijn en/of

- ( vervolgens) die [medeverdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) de

toegang te verschaffen tot die personeelsruimte en/of dat magazijn en/of

- de bewakingscamera van het magazijn om te buigen (naar de muur) en/of

- die [medeverdachte] en/of die onbekend gebleven perso(o)n(en) inlichtingen te

verschaffen met betrekking tot de situatie in voornoemde [winkel] , beschikbare

uitgangen en/of cameratoezicht en/of kluizen;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 5 juli 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

een wapen van categorie I onder 7°of categorie II of categorie III, te weten

een vuurwapen,

dan wel een nabootsing van een vuurwapen dat door zijn vorm, afmetingen en

kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft

gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, proces-verbaalnummer 2015206123B, onderzoek 09Mono15 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 2] , pag. 19 t/m 22.

3 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] , pag. 24 t/m 27.

4 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pag. 41.

5 Proces-verbaal “sporenonderzoek” van [verbalisant 7] , pag. 66 en 67.

6 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , proces-verbaalnummer 2015206123, met documentcode 160615.1047.9397

7 Een deskundigenrapport van The Maastricht Forensic Institute d.d. 28 augustus 2015, opgemaakt door dr. P.J. Herbergs, pag. 77 t/m 82, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344 Sv.

8 Een bijlage bij voornoemd rapport, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 augustus 2015, pag. 83 t/m 85.

9 Proces-verbaal “sporenonderzoek” van [verbalisant 4] , pag. 50 en 51.

10 Proces-verbaal van bevindingen “uitkijken videobeelden rond overval” van [verbalisant 5] , pag. 87 t/m 97.

11 Proces-verbaal van bevindingen “proces-verbaal histo * [telefoonnummer] ” pag. 122 t/m 125.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pag. 199.