Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3750

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-07-2016
Datum publicatie
06-07-2016
Zaaknummer
16/705179-16 en 05/800248-14 (vord. tul) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man heeft zich in 2015 samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een winkel in Utrecht. De verdachte en zijn mededader hebben twee medewerkers bedreigd en hen gedwongen om kluizen te openen, daarbij hebben zij ongeveer €6.500,- buitgemaakt.

Naast de overval heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan een inbraak in 2015 in Utrecht.

De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/705179-16 en 05/800248-14 (vord. tul) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 juli 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [1995] ,

thans verblijvende in PI Flevoland – HvB Almere Binnen te Almere.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2016 en 22 juni 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. F.E. den Hertog, advocaat te Veenendaal.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met (een) ander(en) op 5 juli 2015 een gewapende overval heeft gepleegd op de [winkel] (locatie [adres] ) te [vestigingsplaats] en daarbij geweld heeft gebruikt en/of gedreigd heeft met geweld in de richting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en een geldbedrag van € 6.430,17 en/of VV-bonnen ter waarde van € 77,50 heeft weggenomen;

feit 2: samen met (een) ander(en) op 5 juli 2015 te Utrecht een vuurwapen, dan wel een op een vuurwapen gelijkend voorwerp voorhanden heeft gehad;

feit 3: in de periode van 18 december 2015 tot en met 21 december 2015 te Utrecht heeft ingebroken en daarbij een laptop heeft weggenomen.

3 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het onder 2 ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie niet bewezen worden en zij heeft dan ook gevorderd verdachte van dat feit vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De raadsvrouw heeft er in dit kader -kort gezegd- op gewezen dat op het stofkapje, waarvan gedacht wordt dat één van de daders deze heeft gedragen, meerdere DNA-profielen zijn aangetroffen. Het DNA-profiel dat matcht met het DNA-profiel van verdachte zat aan de rand van het stofkapje. De andere sporen, waaronder een speekselspoor op het masker zelf kan niet aan verdachte gekoppeld worden. Daarnaast zijn op het petje en de handschoenen die naast het stofkapje zijn aangetroffen, waarvan gedacht wordt dat ze van dezelfde dader afkomstig zijn, geen sporen van verdachte aangetroffen. Voorts heeft de raadsvrouw er op gewezen dat de telefooncontacten tussen verdachte en zijn broer [medeverdachte] geenszins opvallend te noemen zijn en verder dat aan de herkenningen door diverse verbalisanten geen waarde gehecht mag worden.

Met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde ontbreekt volgens de raadsvrouw eveneens het wettig en overtuigend bewijs. Hierbij heeft de raadsvrouw erop gewezen dat een specifiek rapport van het NFI, waarin een match tussen het DNA op de aangetroffen schroevendraaier en het DNA van verdachte wordt beschreven, ontbreekt. Een enkele bijlage die een match noemt is onvoldoende, aldus de raadsvrouw. In het geval de rechtbank hieraan voorbij gaat is de enkele match tussen het DNA op de schroevendraaier en het DNA van verdachte volgens de raadsvrouw onvoldoende voor het wettelijke bewijsminimum.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder 2 ten laste gelegde vrijspreken.

4.3.2

De bewijsmiddelen met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde1

De verklaring van [slachtoffer 2] , voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven.

Op 5 juli 2015 was ik samen met collega [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) aan het werk in de [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Rond 17.05 uur hebben wij de winkel afgesloten. We pakten de twee kassalades en de twee afroomboxen. De sleutels van de afroomboxen had ik op zak. Met de beide kassa’s en afroomboxen zijn ik en [slachtoffer 1] vervolgens naar de kantoorruimte c.q. het magazijn achter in de winkel gelopen. Nadat we de tweede deur met de code hadden geopend kwamen wij in het grote magazijn. Wij liepen vervolgens naar het kantoortje en terwijl wij daar liepen werden we plotseling ingesloten door twee personen. Eén van de personen kwam voor ons staan en de andere persoon stond achter ons. Ik zag dat de persoon die voor ons stond een pistool in zijn hand had.

Ik kan deze personen als volgt omschrijven:

Dader 1: licht getinte man, 1,75-1,80 meter groot, sprak met een Marokkaanse tongval (straattaal), zwarte kleding en zwarte bivakmuts.

Dader 2: man, 1,80-1,85 meter groot, sprak met een Marokkaanse tongval (straattaal), dun postuur, droeg een wit mond- stofkapje, zwart baseballpetje en zwarte kleding.

Dader 1 kwam op ons afgelopen en zei: “dit is een overval, blijf rustig, we willen geld en maak de kassa’s en kluizen open”. Hij stond zo dichtbij dat hij met zijn linkerhand mijn rechterbeen aantikte en het pistool op mij gericht hield. Ik zag dat hij het pistool ter hoogte van mijn buik gericht hield. Ik zei tegen dader 1: “ok, ok, werken mee. Ik hoorde dader 1 tegen mij en [slachtoffer 1] zeggen: “sorry, maar ik moet jullie zo vast binden met tie-rips”. Ik heb toen ook gezien dat dader 2 tie-rips in zijn hand had. Daarna wilden de daders dat ik de grote kluis zou openmaken. Ik zag dat dader 2 met de afroomkluizen bezig was. Later zag ik dat de afroomkluizen open waren. Ik heb de sleutels van de afroomboxen niet aan de daders gegeven dus die moeten ze dan zelf gepakt hebben. Gelukkig lukte het uiteindelijk om de kluis te openen. In de kluis lagen rollen met wisselgeld. Deze hebben de daders uit de kluis meegenomen. Hierna wilden de daders dat ik de kassalades opende. Ik heb toen de eerste kassalade geopend. Ik zag dat dader 2 het geld uit de geopende kassa pakte en dit in de zwarte rugzak deed. Ik zag dat dader 1 de bakjes met geld uit de kassalade pakte en die omkiepte in de zwarte rugzak. Hierna moest ik de andere kassalade van dader 1 openen. Dader 2 vroeg hoe de afroomboxen open moesten. Ik weet niet wat er is gebeurd maar even later zag ik dat de afroomboxen open waren en volgens mij stopten ze het geld in de tassen. Terwijl ze de spullen in de tas deden hoorde ik de daders allebei een keer zeggen dat ze ons moesten vastbinden met tie-rips. Uiteindelijk zijn wij niet vastgebonden. Wij moesten toen wel beloven dat wij 5 a 10 minuten niet zouden bellen nadat de daders weg waren gegaan. Ik hoorde dader 1 nog zeggen: “ik ken je gezicht. Ik weet wie je bent. Ik doe jullie niets aan dus jullie hoeven ons ook niets aan te doen” Ik voelde dat als een bedreiging.

Rond 16.00 uur was [medeverdachte] (de rechtbank begrijpt het dossier lezende: medeverdachte [medeverdachte] ) in de winkel. [medeverdachte] is een stagiair bij de [winkel] . [medeverdachte] was aan het winkelen en vroeg of hij even naar de wc mocht. Ik zei dat het goed was en zag dat [medeverdachte] naar achteren liep. Deze wc zit op een plek waar ook de personeelsruimte, het magazijn en het kantoortje zijn. Hij heeft alle codes om binnen te komen en kon daardoor naar achter lopen. Ongeveer vijf minuten later kwam [medeverdachte] terug in de winkel.2

De verklaring van [aangever 1] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven.

Ik doe aangifte van een diefstal met geweld, gepleegd op 5 juli 2017 op de [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Ik werd om 17.30 uur gebeld door [slachtoffer 2] dat ze waren overvallen. Ik heb de bewakingsbeelden gezien en het verhaal van [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) en [slachtoffer 1] (de rechtbank begrijpt [slachtoffer 1] ) gehoord. (..) Het vermoeden bestaat dat de overvallers via de nooduitgang binnen zijn gekomen. Het is namelijk niet op de beelden te zien dat de overvallers het magazijn binnen kwamen via de normale ingang. Op de normale ingang hangt namelijk een camera gericht. In de kassa’s en afroomboxen zat in totaal € 5.550,17 euro. Uit de kluizen is € 957,50 euro weggenomen. In totaal is € 6.507,67 weggenomen door de overvallers. Dit is eigenlijk alleen maar cashgeld, muntjes en briefjes. € 77,50 van dit totaalbedrag blijken VVV bonnen te zijn.

Ik hoorde dat [medeverdachte] , een oud stagiair, bij ons was langsgeweest deze zondag. Hij is sinds begin juni 2015 niet meer bij ons werkzaam. Hij kwam nog geregeld langs. Ik heb de beelden bekeken van de zaak, nadat de winkel was overvallen. Ik zag dat [medeverdachte] naar de ruimte liep van het magazijn. [medeverdachte] beschikt over de codes om in het magazijn te komen. Ik zag dat hij ongeveer twee minuten weg was en vervolgens weer op de beelden verscheen.

Op maandagen wordt de inhoud van de afroomboxen en de kassa’s geleegd. Het geld wordt dan gestort op een rekening van [winkel] . De overvallers zijn dus op het, voor hun, meest gunstige moment langsgekomen.

Sleutels van de afroomboxen hangen normaal gesproken in het sleutelkastje. Ik weet niet hoe en door wie de afroomboxen zijn geopend. Ik begreep van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] dat zij dat niet hadden gedaan. Kennelijk hebben de overvallers dat zelf gedaan. Het valt mij op dat zij wisten hoe ze dat moesten doen en welke sleutel zij daarvoor moesten hebben. De nooduitgang kan alleen van binnenuit open.3

De bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op zondag 5 juli 2015, omstreeks 18.00 uur hebben wij een onderzoek ingesteld op de mogelijke vluchtroute van verdachten welke omstreeks 17:29 uur een overval zouden hebben gepleegd op de [winkel] op de [adres] te [vestigingsplaats] . Omstreeks 18.13 uur troffen wij op de Louterlaan te Utrecht in de bosschages een zwart/oranje kleurige pet, twee zwartkleurige handschoenen en een mondstofkapje aan.4

Sporen op het mondkapje werden veiliggesteld en voorzien van SINAAIE2669NL.5

De bevindingen van [verbalisant 3] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op 5 juli 2015 omstreeks 17:35 uur vond er een gewapende overval plaats op een [winkel] vestiging aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Op de camerabeelden van de [winkel] is onder andere te zien dat één van de daders als volgt is gekleed: (..) donkerkleurige pet met een fel oranje klep en gekleurde letters aan de voorzijde, wit mondkapje voor het gezicht en donkerkleurige handschoenen met een lichtkleurig onbekend logo. Op 5 juli 2015 werden kort na de overval een donkerkleurige pet met een fel oranje klep en gekleurde letters aan de voorzijde, een wit mondkapje en donkerkleurige handschoenen in de bossages aangetroffen. De locatie waar de goederen zijn aangetroffen bevindt zich in de zeer nabije omgeving van de plaats delict. De op de vluchtroute aangetroffen pet, handschoenen en stofkapje vertonen een sterke gelijkenis met de pet, handschoenen en stofkapje die door een van de daders werden gedragen tijdens de overval.6

Het deskundigenrapport van The Maastricht Forensic Institute, opgemaakt door dr. P.J. Herbergs, NRGD-geregistreerd forensisch DNA-deskundige

De rand van het masker is bemonsterd met een stub (AAIE2669NL#02). Het DNA-profiel van een bemonstering van de rand van het masker (AAIE2669NL#02) is op 28 augustus 2015 opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van [verdachte] (RABB9343NL), geboren op [1995] (DNA-profielcluster 25683).7

De matchkans tussen de betreffende DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het gevonden DNA-spoor is kleiner dan één op één miljard.8

De bevindingen “sporenonderzoek” van [verbalisant 4] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op 5 juli 2015 werd door mij bij de [winkel] een onderzoek naar sporen ingesteld. Ik zag dat er een gang achter de [winkel] langs liep van de zijde Columbuslaan naar de zijde in het winkelcentrum. Boven de deur aan de zijde van het winkelcentrum was een camera aanwezig die kennelijk schuin weg was geduwd. Vanuit de gang was het magazijn van de [winkel] via twee deuren te bereiken. (..) Aan de twee deuren was geen braakschade zichtbaar. De deuren zouden afgesloten zijn geweest volgens de normale procedure.9

De bevindingen van [verbalisant 5] “uitkijken videobeelden [winkel] rond overval” voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op 5 juli 2015, omstreeks 17.15 uur vond er een overval plaats op de [winkel] , gevestigd aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Deze winkel werd middels camera’s bewaakt. Daarnaast waren er meerdere camera’s in de omgeving van de winkel die beelden registreerden. Uit onderzoek ter plaatse bleek dat de Blokker en het Servicecentrum Utrecht camera’s hadden die mogelijk beelden hadden geregistreerd van de aankomst en/of vertrek van de overvallers en van de aanwezigheid van verdachte [verdachte] (de rechtbank begrijpt het dossier lezende: [medeverdachte] ). Deze werden inbeslaggenomen en aan mij overgedragen. Ik heb de beelden op 16 juli 2015 bekeken. Op de beelden waren tijdsindicaties te zien, bij eerder onderzoek ter plaatse bleek dat alle camera’s (nagenoeg) de juiste tijdsaandoening weergeven. (..)

16:36:32 uur: de verdachte is te zien terwijl hij bij een medewerkster (in de [winkel] ) staat. Deze medewerkster verklaarde dat [verdachte] haar vroeg of hij gebruik mocht maken van het toilet in het magazijn.

16:36:56 uur: kort daarna is te zien dat hij een code intoetst op het paneel bij het magazijn.

16:36:58 uur: Vervolgens gaat hij het magazijn binnen;

16:37:14 uur: enkele seconden nadat verdachte [verdachte] het magazijn is ingegaan, is te zien dat twee overvallers vanaf de Beneluxlaan richting de achterzijde van de [winkel] lopen.

16:37:41 uur: ze lopen naar de achteringang van de [winkel] ;

16:37:45 uur: de verdachten gaan voor de deur staan, waardoor ze nagenoeg onzichtbaar worden voor de camera’s. Dit komt omdat de deur ongeveer 30 centimeter diep in de gevel staat;

16:37:51 uur: na 28 seconden gaat de deur open en is te zien dat daders 1 en 2 naar binnen gaan;

16:39:10 uur: iets meer dan een minuut later komt verdachte [verdachte] het magazijn weer uit, richting het winkelgebied;

(..)

17:14:46 uur: rond 17:15 uur is te zien dat twee medewerkers van de [winkel] het kantoor binnen komen, samen met de twee overvallers. Hierbij was te zien dat de man met de bivakmuts een vuurwapen gelijkend voorwerp vasthield;

17:15:06 uur: direct na binnenkomst werd de kluis door de medewerker van de [winkel] geopend;

17:15:41 uur: tijdens het openen van die brandkast, doorzoeken dader 1 en dader 2 de ruimte;

17:15:59 uur: te zien is dat dader 2 witte tie-rips bij zich draagt;

(..)

17:21:51 uur: enkele minuten later werd de brandkast geopend door de medewerker, waarna dader 1 en dader 2 een geldkist en enkele andere objecten uit de kluis halen en in de zwarte rugtas stoppen die dader 2 vasthield.10

De bevindingen “histo * [telefoonnummer] ”(de rechtbank leest: * [telefoonnummer] ) van verbalisant [verbalisant 6] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Binnen het onderzoek naar de overval op personeel van de [winkel] op 5 juli 2015 zijn meerdere historische verkeersgegevens telefonie bevraagd. Onder ander werden de historische verkeersgegevens gevorderd van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . Dit nummer was ten tijde van de overval in gebruik bij de verdachte [medeverdachte] . Er is gekeken naar de periode 5 juli 2015 van 14.45 uur tot 19.00 uur. Opvallend is dat er twee korte gesprekken zijn om 14.53 en 16.22 uur met het telefoonnummer * [telefoonnummer] . Om 16.43 en 16.55 uur is er sms-contact geweest tussen deze twee toestellen. Uit interceptie is vastgesteld dat het nummer * [telefoonnummer] in gebruik was bij [verdachte] . De tijdstippen van deze sms-contacten liggen in de periode dat de verdachten (de rechtbank leest: daders) binnengesloten waren bij de [winkel] . Naast het contact met * [telefoonnummer] waren er ook zeven contacten tussen de telefoon van [medeverdachte] en het telefoonnummer * [telefoonnummer] . De identiteit van de gebruiker van dit nummer kon niet worden vastgesteld. De contacten tussen deze nummers betreffen:

16:17:00 * [telefoonnummer] stuurt een sms naar * [telefoonnummer] ;

16:17:04 * [telefoonnummer] stuurt een sms naar * [telefoonnummer] ;

16:22:27 en 16:22:19 * [telefoonnummer] ontvangt een tweetal smsjes van * [telefoonnummer] ;

16:23:03 en 16:23:06 * [telefoonnummer] stuurt een sms naar * [telefoonnummer] ;

16:32:19 en 16:32:21 * [telefoonnummer] ontvangt een tweetal smsjes van * [telefoonnummer] ;

16:36:37 en 16:36:40 * [telefoonnummer] ontvangt een tweetal smsjes van * [telefoonnummer] ;

16:37:06 * [telefoonnummer] wordt gebeld door * [telefoonnummer] , gesprek van 15 seconden.11

De verklaring van verdachte [medeverdachte] voor zover hier van belang en zakelijk weergegven

* [telefoonnummer] is mijn nummer.

O: uit de tapgesprekken is gebleken dat de gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer] jouw broer [verdachte] is. V: wat is jou reactie hierop?

A: ja mijn broertje.

O: verdachte knikt instemmend.12

4.3.3

Het oordeel van de rechtbank met betrekking tot feit 1

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.3.4

De bewijsmiddelen met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde13

De verklaring van aangever [aangever 2] , namens [bedrijf] B.V. voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op vrijdag 18 december 2015, heb ik mijn schip aangemeerd aan de [locatie] te [woonplaats] . Omstreeks 20.00 uur heb ik het volledige schip afgesloten en ben ik weggegaan. Op maandag 21 december 2015 omstreeks 07.30 uur kwam ik terug bij mijn schip. Ik zag dat er aan de stuurboordzijde een raampje was ingeslagen van mijn woongedeelte, dit gedeelte is onder de stuurhut gesitueerd. Tevens zag ik dat er een raampje van de opbouw aan de boeg was ingeslagen. (..) In de machinekamer staat een werkbank met daar aan vast een gereedschapsbord. Vanaf dit gereedschapsbord is een schroevendraaier weggehaald. (..) Het eerder genoemde halletje geeft tevens toegang tot het vertrek van mijn personeel. Wanneer je het vertrek betreedt staat er direct rechts een blauwe tweepersoonsbank. Op deze bank lag de schroevendraaier welke was weggehaald van het gereedschapsbord. (..)Alle kastruimtes welke zich in deze ruimte bevinden waren opengemaakt en doorzocht. (..) in de stuurhut staat een bank met opbergruimte welke is opengebroken. Hier had ik de laptop Toshiba van het bedrijf [bedrijf] B.V. liggen, welke is weggenomen.14

De bevindingen van [verbalisant 7] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Op maandag 21 december 2015 liep de aangever met mij een ronde over het schip, welke lag aangemeerd in Utrecht. De aangever toonde mij het vertrek van het personeel. Op de bank in het vertrek troffen wij een schroevendraaier aan. Ik hoorde de aangever zeggen dat de schroevendraaier zijn eigendom was en dat deze was verplaatst vanaf een gereedschapsbord uit de voorste machinekamer. Ik heb de schroevendraaier veiliggesteld en overgedragen aan de forensische opsporing voor onderzoek.

De bevindingen van [verbalisant 8] voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Ik het spoor op het handvat van de schroevendraaier bemonsterd, veiliggesteld, verpakt en gewaarmerkt met SIN AAIT6887NL.15

Een bijlage met betrekking tot het DNA-profielcluster 25683 van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) d.d. 15 maart 2016 voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven

Van het DNA in het referentiemonster wangslijmvlies (van verdacht [verdachte] , geboren [1995] ) RABB9343NL is een DNA-profiel verkregen dat op 2 oktober 2014 is opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken en sindsdien vergeleken met de daarin aanwezige DNA-profielen. Deze matchende DNA-profielen zijn bij het NFI geregistreerd onder DNA-profielcluster 25683. Op 8 maart 2016 is het DNA met DNA-identiteitszegel SIN AAIT6887NL#01 in de databank opgenomen en dit DNA bleek te matchen met het DNA-profielcluster 25683. De matchkans tussen de betreffende DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het gevonden DNA-spoor is kleiner dan één op één miljard.16

4.3.5

Het oordeel van de rechtbank met betrekking tot feit 3

De rechtbank acht, gelet op vorenstaande bewijsmiddelen, het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt.

In de periode van 18 december 2015 tot en met 21 december 2015 is in voornoemd schip ingebroken. Van deze inbraak is door [aangever 2] aangifte gedaan. In het schip is een aan aangever toebehorende schroevendraaier van het gereedschapsbord verplaatst naar een bank in een ander vertrek. De rechtbank merkt, gelet op de plaats waar de schroevendraaier is aangetroffen en waar hij normaliter hangt/ligt, het op deze schroevendraaier aangetroffen spoor aan als daderspoor. Op deze schroevendraaier is een DNA-profiel aangetroffen. Uit onderzoek van het NFI is gebleken dat dit DNA matcht met het DNA van verdachte. Daarnaar gevraagd heeft de verdachte zich beroepen op zijn zwijgrecht dan wel verklaard dat hij geen idee heeft hoe zijn DNA daar terechtgekomen kan zijn.

De rechtbank is van oordeel dat dit daderspoor, gelet op de omstandigheden waaronder het is aangetroffen, vraagt om een verklaring. Van verdachte had opheldering mogen worden verwacht over hoe zijn DNA op de schroevendraaier is terechtgekomen als hij niet bij het delict betrokken zou zijn geweest. Deze opheldering is achterwege gebleven.

Op grond van al het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank bewezen worden verklaard dat verdachte de ten laste gelegde inbraak heeft gepleegd.

De rechtbank acht het niet noodzakelijk om de behandeling van de zaak aan te houden teneinde een rapport van het NFI op te laten stellen aangaande de DNA-profielen en de matchkans en overweegt hiertoe als volgt. In het dossier is een oud rapport van het NFI d.d. 9 oktober 2014 opgenomen. In dit rapport wordt uitgelegd hoe het DNA-profiel 25683, welke is opgenomen als bijlage, gelezen dient te worden. Dat de bijlage, opgenomen in het dossier, van 15 maart 2016 dateert en dus niet van kort na het rapport doet aan de begrijpelijkheid en de inhoud van de opgenomen bijlage niets af. In de bijlage komt duidelijk naar voren dat in het genoemde profielcluster zowel het DNA-profiel van verdachte als het DNA-profiel aangetroffen op de schroevendraaier zijn opgenomen, alsmede wordt daar de genoemde matchkans weergegeven.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

op of omstreeks 05 juli 2015 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag (ter waarde van ongeveer 6430,17 euro) en VVV-bonnen (ter waarde

van ongeveer 77,50 euro), toebehorende aan [winkel] (locatie [adres] ),

welke diefstal werd voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededaders

de vlucht mogelijk te maken,

welk bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader

- onverhoeds voor en achter die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] zijn gesprongen,

(waardoor die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] geen kant op konden en omsingeld

waren) en

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft

getoond en op die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft gericht en

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "dit is een overval" en/of "we willen geld"

en "maak de kassa's en de kluizen open" en "we moeten jullie met tie-rips vastbinden" en "jullie mogen 10 minuten niemand bellen, als je dat wel doet, we weten nu hoe jullie

eruit zien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking.

3.

in de periode van 18 december 2015 tot en met 21 december

2015 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een laptop (merk Toshiba), toebehorende aan [bedrijf] B.V., waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1: diefstal, voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen;

feit 3: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf van 48 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, zoals hiervoor reeds is weergegeven, integrale vrijspraak bepleit en gelet hierop verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen. De raadsvrouw heeft geen verweer met betrekking tot de strafmaat gevoerd.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De verdachte heeft zich op 5 juli 2015 samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een filiaal van [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Verdachte en zijn mededader hadden geregeld dat iemand hen vanuit de binnenzijde van het filiaal de toegang tot het magazijn verschafte door aldaar een toegangsdeur te openen. Verdachte en zijn mededader hebben vervolgens in het magazijn twee medewerkers van [winkel] onverhoeds benaderd en hen bedreigd met een (nep)vuurwapen. Verdachte en zijn mededader hebben vervolgens onder meer de medewerkers onder bedreiging van het (nep)vuurwapen gedwongen kluizen te openen. Uiteindelijk hebben verdachte en zijn mededader ongeveer € 6.500,- buitgemaakt.

De verdachte en zijn mededader hebben met hun handelen ernstig inbeuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de beide slachtoffers en hun gevoel van veiligheid tijdens hun werk fors aangetast. De verdachte en zijn mededader hebben zich kennelijk enkel en alleen laten leiden door hun zucht naar financieel gewin, zonder erbij stil te staan dat slachtoffers van delicten als deze in de regel nog geruime tijd lijden onder de psychische en lichamelijke gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen van beide slachtoffers is ook gebleken dat de overval grote impact heeft gehad op de slachtoffers en dat zij nog steeds last hebben van wat hen is overkomen.

Naast de traumatische ervaring voor de directe slachtoffers brengt een dergelijke overval ook bij anderen, zoals onder meer het overige winkelpersoneel en klanten van dat filiaal van [winkel] , en in de maatschappij, veel onrust teweeg.

Naast voornoemd feit heeft verdachte zich nog schuldig gemaakt aan een inbraak. Bij deze inbraak heeft verdachte een laptop buitgemaakt. Verdachte heeft met het plegen van deze inbraak nogmaals aangetoond geen enkel respect te hebben voor andermans goederen en kennelijk enkel oog te hebben voor zijn eigen (financiële) behoeftebevrediging.

Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie (strafblad) d.d. 11 april 2016 is gebleken dat verdacht in het verleden al meermalen is veroordeeld voor (gekwalificeerde) vermogensdelicten en dat de laatste veroordeling ter zake vermogensdelicten dateert van 10 maart 2015. Verdachte is toen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Oost-Nederland ter zake meerdere vermogensdelicten veroordeeld tot een jeugddetentie van 184 dagen waarvan 150 dagen voorwaardelijk. De laatste veroordeling ter zake een misdrijf dateert van 27 augustus 2015. De verdachte is toen door de politierechter voor -kort gezegd- overtreding van de Wet wapens en munitie veroordeeld tot een taakstraf van 22 uur en de eerder voorwaardelijk opgelegde 150 dagen gevangenisstraf is deels, te weten voor 30 dagen, ten uitvoer gelegd.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf de geldende oriëntatiepunten van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval op een winkel/bedrijf met licht geweld/bedreiging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en bij toepassing van (substantieel) geweld een gevangenisstraf van 3 jaren.

Als strafvermeerderende factoren heeft de rechtbank in ogenschouw genomen dat sprake is geweest van het in vereniging plegen van de overval en dat de overval goed voorbereid is geweest door van binnenuit [winkel] een vooruitgeschoven post te hebben, die verdachte en zijn mededader heeft voorzien van inlichtingen en die de deur van het magazijn heeft geopend.. In strafverzwarende zin houdt de rechtbank ook rekening met het voornoemde strafblad.

De rechtbank acht alles afwegende een gevangenisstraf van 3 jaren passend en geboden.

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt gelet op voornoemde gevangenisstraf afgewezen.

9 De benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft een schadebedrag gevorderd van in totaal € 2.084,23. Dit bedrag is opgebouwd uit de kostenposten materiële schade (€ 334,23) en immateriële schade (€1.750,-).

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal toegewezen dient te worden.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, gelet op haar bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het door de benadeelde gevorderde bedrag aan immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,- toewijsbaar. De rechtbank acht dit bedrag redelijk en billijk en heeft met betrekking tot de hoogte van dit bedrag rekening gehouden met de aard en de ernst van het feit, waarvan benadeelde slachtoffer is geweest. Ook heeft de rechtbank gelet op bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij de materiële schade in voldoende mate heeft onderbouwd en acht de gevorderde schade aan materiële schade dan ook geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 1.334,23 toewijzen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 5 juli 2015 tot de dag der algehele voldoening. Dit bedrag zal hoofdelijk worden toegewezen. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte wordt veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van benadeelde voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte hoofdelijk opgelegd.

10 De benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft een schadebedrag gevorderd van in € 1.575, geheel ter zake immateriële schade.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering integraal toegewezen dient te worden.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, gelet op haar bepleite integrale vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het door de benadeelde gevorderde bedrag aan immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,- toewijsbaar. De rechtbank acht dit bedrag redelijk en billijk en heeft met betrekking tot de hoogte van dit bedrag rekening gehouden met de aard en de ernst van het feit, waarvan benadeelde slachtoffer is geweest. Ook heeft de rechtbank gelet op bedragen die in soortgelijke gevallen worden toegekend.

De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 1.000,- toewijzen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 5 juli 2015 tot de dag der algehele voldoening. Dit bedrag zal hoofdelijk worden toegewezen. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De verdachte wordt veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van benadeelde voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte hoofdelijk opgelegd.

11. De vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 05/800248-14

11.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de eerder voorwaardelijk opgelegde straf onder voornoemd parketnummer ten uitvoer te leggen.

11.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich, gelet op haar bepleite integrale vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging afgewezen dient te worden.

11.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij onherroepelijk vonnis de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Nederland van 10 maart 2015 is verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie van 184 dagen waarvan 150 dagen voorwaardelijk. Gebleken is dat een deel van deze voorwaardelijke straf, te weten een gedeelte van 30 dagen, bij vonnis van de politierechter van 27 augustus 2015 ten uitvoer is gelegd. Aan het voorwaardelijke gedeelte had de rechtbank Oost-Nederland een proeftijd van 2 jaren gekoppeld. Nu verdachte zich voor het einde van de aan hem opgelegde proeftijd schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaarde strafbare feiten ziet de rechtbank aanleiding om de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde en niet reeds ten uitvoer gelegde straf te gelasten, te weten:

- jeugddetentie van 120 dagen.

De rechtbank zal deze jeugddetentie omzetten in een gevangenisstraf van 120 dagen.

12 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14g, 24c, 36f, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

13 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: diefstal, voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen;

feit 3: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.334,23, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] , € 1.334,23 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 23 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Laatstgenoemd bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander/anderen aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 1.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] , € 1.000,- aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 20 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Laatstgenoemd bedrag dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente daarover vanaf 5 juli 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte of een ander/anderen aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Tenuitvoerlegging 05/800248-14

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd vonnis van 10 maart 2015 en voor zover deze niet ten uitvoer is gelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam op 27 augustus 2015 (30 dagen), namelijk een jeugddetentie van 120 dagen. De rechtbank gelast in plaats van deze straf een gevangenisstraf van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mrs. G.A. Bos en J.W. Frieling, rechters, in tegenwoordigheid van J.J. Veldhuizen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 juli 2016.

Mr. Veldman-Gielen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlastelegging

1.

hij op of omstreeks 05 juli 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag (ter waarde van ongeveer 6430,17 euro) en/of VVV-bonnen (ter waarde

van ongeveer 77,50 euro), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (locatie [adres] ), in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goederen en/of geld onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten wederrechtelijk gebruik van de toegangscode(s)/cijfercode(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ter waarde van ongeveer

6430,17 euro) en/of VVV-bonnen (ter waarde van ongeveer 77,50 euro), in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (locatie

[adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s)

- onverhoeds voor en/of achter die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] is/zijn gesprongen,

(waardoor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] geen kant op konden en/of omsingeld

waren) en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben

getoond en/of op die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] meermalen, althans éénmaal heeft/hebben gezegd:

"dit is een overval" en/of "we willen geld" en/of "maak de kassa's en de

kluizen open" en/of "we moeten jullie met tie-rips vastbinden" en/of "jullie

mogen 10 minuten niemand bellen, als je dat wel doet, we weten nu hoe jullie

eruit zien", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 5 juli 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

een wapen van categorie I onder 7°of categorie II of categorie III, te weten

een vuurwapen,

dan wel een nabootsing van een vuurwapen dat door zijn vorm, afmetingen en

kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft

gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3.

hij in of omstreeks de periode van 18 december 2015 tot en met 21 december

2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een laptop (merk

Toshiba), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 2]

[aangever 2] en/of [bedrijf] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, proces-verbaalnummer 2015206123B, onderzoek 09Mono15 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer 2] , pag. 19 t/m 22.

3 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever 1] , pag. 24 t/m 27.

4 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , pag. 41.

5 Proces-verbaal “sporenonderzoek” van [verbalisant 9] , pag. 66 en 67.

6 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , proces-verbaalnummer 2015206123, met documentcode 160615.1047.9397

7 Een deskundigenrapport van The Maastricht Forensic Institute d.d. 28 augustus 2015, opgemaakt door dr. P.J. Herbergs, pag. 77 t/m 82, zijnde een geschrift als bedoeld in artikel 344 Sv.

8 Een bijlage bij voornoemd rapport, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 augustus 2015, pag. 83 t/m 85.

9 Proces-verbaal “sporenonderzoek” van [verbalisant 4] , pag. 50 en 51.

10 Proces-verbaal van bevindingen “uitkijken videobeelden rond overval” van [verbalisant 5] , pag. 87 t/m 97.

11 Proces-verbaal van bevindingen “proces-verbaal histo * [telefoonnummer] ” pag. 122 t/m 125.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , pag. 199.

13 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, registratienummer PL0900-2015385141, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

14 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever 2] , pag. 19 en 20, alsmede de goederenbijlage op pag. 22.

15 Proces-verbaal “sporenonderzoek” van [verbalisant 8] , pag. 24 en 25.

16 Een bijlage bij voornoemd rapport, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 28 augustus 2015, pag. 83 t/m 85.