Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3669

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-07-2016
Datum publicatie
06-07-2016
Zaaknummer
16/995007-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vijf verdachten zijn veroordeeld voor verschillende handelingen met knobbelzwanen. De rechtbank legt twee broers €1.000 geldboete op, waarvan €500 voorwaardelijk. Een derde broer krijgt een geldboete van €1.500, waarvan €500 voorwaardelijk. Twee andere verdachten krijgen 60 uur taakstraf, waarvan 30 uur voorwaardelijk en een geldboete van €500.

De knobbelzwanen waren eigendom van de overleden vader van de broers. Volgens het Functioneel Parket hadden de mannen een samenwerkingsverband met hun vader. Zij zouden samen met hun vader afspraken hebben gemaakt over het vangen, merken, ringen en het inkorten van de vleugels van (wilde) zwanen op 27 verschillende locaties. Uit het dossier is niet gebleken dat de zonen die afspraken met hun vader hebben gemaakt. Volgens de rechtbank is het wel bewezen dat de verdachten een bijdrage hebben geleverd, of alleen een strafbaar feit hebben gepleegd. Dat zijn veel minder strafbare feiten dan de 27 situaties waar zij van verdacht werden.

Bij een paar knobbelzwanen zijn illegale handelingen verricht. De rechtbank veroordeelt de broers en twee andere verdachten voor hun aandeel in de gepleegde strafbare feiten. Dit zijn onder andere de volgende feiten:

•Een wilde levende knobbelzwaan is toegeëigend;

•Er is geringd met een te grote ringmaat;

•Er is valsheid in geschrift gepleegd door het voorhanden hebben van gemanipuleerde ringen;

•Vleugels van kuikens zijn niet door een dierenarts ingekort;

•Een tatoeage van een zwaan is niet door een dierenarts gezet.

Deze feiten zijn in strijd met de wet en de rechtbank vindt dat de mannen daarvoor gestraft moeten worden. De rechtbank legt een lagere staf op dan door de officier van justitie is geëist omdat de mannen minder feiten hebben gepleegd dan waar zij voor terecht stonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/995007-15 (P)

Vonnis van de meervoudige economische strafkamer van 5 juli 2016.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1976] ,

wonende te [woonplaats] aan de [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De inhoudelijke behandeling van de strafzaak van verdachte heeft plaatsgevonden op

11 april 2016, 12 april 2016 en 13 april 2016. De rechtbank heeft daarbij kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie, mr. M.C.A. Plantenga en mr. H.H.M. Beune, alsmede van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. N. Wouters, advocaat te Middelburg en mr. drs. J. Wouters, advocaat te Middelburg (op 13 april 2016) naar voren hebben gebracht.

De zaak tegen verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer: 16/995005-15) en [medeverdachte 2] (parketnummer: 16/995006-15).

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:
in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 heeft gehandeld in strijd met artikel 13 van de Flora- en faunawet door al dan niet opzettelijk en samen met anderen of alleen knobbelzwanen, behorende tot een beschermde diersoort, te verwerven, bezitten, te vervoeren, ze binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen en ermee te handelen.

Feit 2:
in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 heeft gehandeld in strijd met artikel 9 van de Flora- en faunawet door al dan niet opzettelijk en samen met anderen of alleen knobbelzwanen, behorende tot een beschermde diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen en met het oog daarop op te sporen.

Feit 3:
in de periode van 4 juni 2008 tot en met 7 oktober 2013 heeft gehandeld in strijd met artikel 79 van de Flora- en faunawet door al dan niet opzettelijk en samen met anderen of alleen een in een toegekende ontheffing opgelegde voorwaarde niet na te leven.

Feit 4:
in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 heeft gehandeld in strijd met artikel 79 van de Flora- en faunawet door al dan niet opzettelijk en samen met anderen of alleen een aantal in een toegekende ontheffing opgelegde voorwaarden niet na te leven.

Feit 5:
in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 30 juni 2014 heeft gehandeld in strijd met artikel 7 van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990, door al dan niet samen met anderen knobbelzwanen te leewieken en te tatoeëren, terwijl hij en/of zijn mededaders geen dierenarts is/zijn.

Feit 6:
in de periode van 1 juli 2014 tot en met 21 oktober 2014 heeft gehandeld in strijd met artikel 2.9 van de Wet dieren, door al dan niet samen met anderen knobbelzwanen te leewieken en te tatoeëren, terwijl hij en/of zijn mededaders deze handelingen niet beroepsmatig heeft/hebben verricht.


Feit 7:
in de periode van 13 september 2014 tot en met 28 januari 2015 heeft gehandeld in strijd met artikel 2.8 van de Wet dieren, door al dan niet samen met anderen bij een knobbelzwaan de teenvliezen in te knippen.

Feit 8:
in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 30 juni 2014 heeft gehandeld in strijd met artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, door al dan niet samen met anderen zonder redelijk doel/met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij knobbelzwanen pijn/letsel heeft/hebben veroorzaakt en/of de gezondheid/het welzijn van die dieren heeft/hebben benadeeld.

Feit 9

primair/subsidiair:

zich in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 al dan niet samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift.

Feit 10
primair/subsidiair:
zich in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 al dan niet samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig en deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3.1

De ontvankelijkheid van de officieren van justitie ten aanzien van al de ten laste gelegde feiten

3.1.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit dat het openbaar ministerie wegens een ernstig vormverzuim in het vooronderzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. Subsidiair zou dit volgens de verdediging moeten leiden tot bewijsuitsluiting en meer subsidiair tot strafvermindering.

De verdediging heeft aangevoerd dat de officieren van justitie in strijd hebben gehandeld met artikel 126v van het Wetboek van Strafvordering. Getuige [getuige 1] (hierna [getuige 1] ) zou als informele burgerinfiltrant en onder leiding van de politie actief informatie hebben ingezameld ten behoeve van de strafzaak van verdachten, zonder dat daarbij de bijhorende overeenkomst met waarborgen is afgegeven conform artikel 126v van het Wetboek van Strafvordering.

Voornoemde omstandigheden vormen een zodanig verzuim dat niet langer sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet. Dit kan niet anders dan tot de conclusie leiden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachten, aldus de verdediging.

3.1.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie zijn van mening dat geen sprake is van sturing door of instructie van de politie. [getuige 1] heeft eigener beweging verdachten en een aantal al dan niet door hen gehouden knobbelzwanenkoppels en hun kuikens gevolgd in hun doen en laten en dit op beeld vastgelegd. Er is geen opdracht dan wel een verzoek van de zijde van het openbaar ministerie geweest om stelselmatig informatie te vergaren. Bovendien is er geen sprake van een zo verregaande vorm van informatie-inwinning over verdachten dat er sprake zou zijn geweest van een ernstige inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer.

De officieren van justitie hebben de rechtbank verzocht voornoemd verweer van de verdediging te verwerpen.

3.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad komt niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie als in artikel 359a Sv voorzien slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking. Daarvoor is slechts plaats indien het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan (HR 19 december 1995, NJ 1996, 249 (Zwolsman) en HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376). Derhalve dient sprake te zijn van een ernstige en verwijtbare schending van het recht op een eerlijk proces.

De bepaling van artikel 126v van het Wetboek van Strafvordering strekt tot regeling van de bijstand van een burger aan de opsporing in de vorm van het stelselmatig inwinnen van (specifieke) informatie omtrent een persoon.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat getuige [getuige 1] niet heeft opgetreden als een persoon zoals wordt bedoeld in artikel 126 v van het Wetboek van Strafvordering.
Uit het dossier is niet gebleken dat met [getuige 1] is overeengekomen dat zij bijstand zou verlenen aan de opsporing door stelselmatig informatie in te winnen omtrent verdachten. [getuige 1] vond dat sprake was van strafbare feiten en zij is vervolgens eigener beweging begonnen met het observeren van verdachten en diverse zwanenkoppels in de omgeving waar verdachten werkzaam zijn. [getuige 1] heeft vervolgens melding gedaan bij de opsporingsinstantie. De informatieverschaffing door [getuige 1] in de periode na haar eerste melding is op eigen initiatief geweest, de politie is hierin niet sturend geweest.

Uit het door de verdediging aangehaalde proces-verbaal van bevindingen van
4 februari 2016 blijkt volgens de rechtbank dat [getuige 1] het broedpaar knobbelzwanen op de locatie [adres] in 2014 heeft gevolgd. Zij heeft foto- en filmopnamen van dit broedpaar en hun kuikens gemaakt en deze opnamen vervolgens ter beschikking gesteld aan de politie.

Op 9 januari 2015 heeft [medeverdachte 3] over onder meer dit broedpaar een verklaring afgelegd. Naar aanleiding van deze verklaring heeft de politie telefonisch contact gezocht met [getuige 1] , met de vraag of zij foto’s kon aanleveren teneinde de verklaring van verdachte te kunnen verifiëren. Het gaat daarbij kennelijk om het doorsturen van informatie die reeds onder [getuige 1] was.
[getuige 1] heeft weliswaar medio januari 2015 nieuwe beeldopnamen gemaakt en contact gezocht met de politie over voornoemd broedpaar, maar uit het dossier volgt dat de aanleiding hiervoor een melding van getuige [getuige 2] aan de Faunabescherming is geweest, welke mail is doorgestuurd aan [getuige 1] . Haar bevindingen heeft [getuige 1] vervolgens naar de politie gestuurd.

3.2

Ontvankelijkheid van de officieren van justitie ten aanzien van feit 3

3.2.1

Het standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van feit 3, nu dit feit zou zijn verjaard.

3.2.2

Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat het recht tot strafvordering voor feit 3 is verjaard, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moet leiden.
3.2.3 Het oordeel van de rechtbank
Het onder 3 ten laste gelegde feit, een overtreding van artikel 79 lid 2 van de Flora- en faunawet (hierna: Ffw), is - indien opzettelijk begaan - strafbaar gesteld als misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaren is gesteld.1

Wat betreft de misdrijven beloopt de verjaringstermijn in het onderhavige geval ten hoogste zes jaren.2 Indien het onder 3 ten laste gelegde feit niet opzettelijk zou zijn begaan, is sprake van een overtreding. Voor de overtredingen geldt een verjaringstermijn van ten hoogste van drie jaren.3

Het feit zou volgens de tenlastelegging zijn begaan op 4 juni 2008.
Bij brief van 24 juli 2015 is aan verdachte door het openbaar ministerie een kennisgeving van vervolging gestuurd.

Uit het vorenstaande volgt dat met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde feit het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen. Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van dit feit.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder

1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9 primair en 10 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De officieren van justitie hebben vrijspraak gevraagd voor feit 1 (wildvang), feit 2 en feit 4 (overtreden voorwaarde 7) wat betreft de knobbelzwanen op locatie [adres] .

De officieren van justitie hebben ter onderbouwing van hun standpunt verschillende argumenten naar voren gebracht. De rechtbank zal deze in het vonnis - op de plaats waar dat relevant is - bespreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte ten laste gelegde feiten.
Hiertoe heeft de verdediging verschillende argumenten naar voren gebracht. De rechtbank zal deze in het vonnis - op de plaats waar dat relevant is - bespreken, en daarbij uitsluitend ingaan op die standpunten die zijn voorzien van een ondubbelzinnige conclusie.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Verweren tot bewijsuitsluiting

Het verweer tot bewijsuitsluiting wegens vormverzuimen in het vooronderzoek slaagt niet gelet op dat wat onder 3.1 is overwogen. Dit verweer wordt verworpen.

De verdediging heeft aangevoerd dat de door [getuige 1] gemaakte foto- en filmbeelden moeten worden uitgesloten van het bewijs omdat zij niet betrouwbaar zijn.

[getuige 1] zou de betreffende foto- en videobeelden niet in 2014 en 2015 hebben gemaakt, maar in 2013, ten tijde van een gedoogsituatie. Zij zou de betreffende beelden vervolgens hebben omgezet naar beelden van 2014 en 2015, de ten laste gelegde periode.

[getuige 1] zou de beelden bovendien hebben bewerkt door daarin te knippen en te selecteren.
Verder zijn de locaties waar de beelden zijn gemaakt weinig onderscheidend en daarom niet-controleerbaar. De beelden kunnen daarom niet worden gebruikt voor het bewijs dat specifieke (strafbare) handelingen met specifieke zwanen zijn verricht, aldus de verdediging.

De rechtbank verwerpt in zijn algemeenheid voornoemd verweer. De rechtbank acht de stelling van de verdediging dat [getuige 1] moedwillig data van beelden heeft gemanipuleerd niet onderbouwd en evenmin aannemelijk. Bovendien stelt de rechtbank vast dat een aantal van de door [getuige 1] gemaakte beelden, die door haar zijn voorzien van een datum, qua datum kunnen worden gekoppeld aan processen-verbaal van bevindingen, processen-verbaal van verhoor van getuigen en emailberichten.
[getuige 1] heeft van het uitvoerige foto- en beeldmateriaal dat zij heeft opgenomen een relevante selectie gemaakt en deze beelden overgelegd aan de politie. Niet is gebleken dat [getuige 1] de betreffende beelden heeft gemanipuleerd.
De rechtbank volgt in zijn algemeenheid de stelling van de verdediging niet. Dit verweer wordt verworpen.

4.3.2

Medeplegen?
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (mede)plegen van de ten laste gelegde feiten. De verdachte zou hiertoe hebben samengewerkt met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en wijlen [medeverdachte 3] .

Bij de beoordeling van de vraag of ten aanzien van verdachte kan worden bewezen dat hij medepleger is van de ten laste gelegde feiten, staat het volgende voorop.

Voor medeplegen is noodzakelijk dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het voltooien (gezamenlijk uitvoeren) van het delict. De vraag wanneer de samenwerking in de praktijk zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.

De rechtbank verwijst in dit verband naar de arresten van de Hoge Raad van

2 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3474) en 24 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:718) waarin de Hoge Raad onder meer heeft overwogen dat de kwalificatie medeplegen slechts gerechtvaardigd is als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De Hoge Raad verwijst in dat verband naar het “in vereniging plegen” van geweld in artikel 141 Sr, dat eist dat de verdachte “een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd”.

De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit.

Wanneer het ten laste gelegde medeplegen niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, dient de betrokkenheid van de medepleger nauwkeurig gemotiveerd te worden. In dat kader kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een geëigend tijdstip, aldus de Hoge Raad.

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting volgt dat [medeverdachte 3] zich gedurende de gehele (werk)week bezig hield met de zwanendrift.
Verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn in loondienst bij een werkgever. Zij ondersteunden [medeverdachte 3] bij de zwanendrift in hun vrije tijd.
[medeverdachte 3] verrichte de werkzaamheden veelal alleen en in het hele gebied waar hij knobbelzwanen hield. [verdachte] en [medeverdachte 2] werkten in een eigen gebied en
[medeverdachte 1] ging een groot deel van zijn tijd met [medeverdachte 3] mee. Een deel van de werkzaamheden als zwanendrifter kan niet alleen worden verricht. Elk van de verdachten ging al dan niet regelmatig mee met [medeverdachte 3] om hem te ondersteunen in zijn werk. Ook gingen de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onderling met elkaar mee zwanendriften. [medeverdachte 3] hield een administratie bij van de werkzaamheden die bij de knobbelzwanen werden verricht en het aantal kuikens dat werd geboren. [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hielden op klad een administratie bij, die zij vervolgens overlegden aan [medeverdachte 3] voor verdere verwerking.

[medeverdachte 3] hield zich als enige bezig met de verkoop van (jonge) knobbelzwanen.

Over de verdeling van de werkzaamheden vond onderling afstemming plaats.

Over de aard van de werkzaamheden niet.
In het dossier is niets opgenomen wat duidt op enig overleg of afstemming vooraf over wildvang van knobbelzwanen, het al dan niet leewieken of tatoeëren van knobbelzwanen of de wijze waarop de zwanen werden geringd. Uit het enkele feit dat de verdachten soms samen met [medeverdachte 3] of samen met elkaar gingen zwanendriften, kan dit niet worden afgeleid.
Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking bij handelingen die, ongeacht of deze bewezen zijn, buiten aanwezigheid van verdachte [verdachte] zijn verricht.

Ten aanzien van de hierna te noemen knobbelzwa(a)n(en) geldt dat niet kan worden bewezen dat verdachte aanwezig en betrokken was bij de ten laste gelegde handelingen. Er ontbreken bewijsmiddelen dat verdachte een zodanig wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de op deze locaties verweten handelingen (ongeacht of deze bewezen kunnen worden geacht), dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met verdachte. Het gaat dan om de knobbelzwa(a)n(en) die is/zijn waargenomen (na)bij de [adres] , de [adres] ter hoogte van [nummer] te [woonplaats] , het onverharde deel van de [adres] , [adres] , [adres] , de [adres] , de [adres] , [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] , op Schiphol (op 27 augustus 2014), de [adres] , de [adres] (op 26 januari 2014 en 8 februari 2014), [adres] , de [adres] , de Vogelopvang [woonplaats] te [woonplaats] , De [adres] , Dierenhandel [naam] te [vestigingsplaats] , de [adres] , de [adres] , de [adres] en de [adres] / [adres] .

4.3.3

Vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde feit
Onder feit 5 is het (mede)plegen van strafbare feiten met betrekking tot (een) knobbelzwa(a)n(en) op voornoemde locaties ten laste gelegd. Er zijn geen bewijsmiddelen dat verdachte dit feit alleen heeft verricht. Evenmin is er in het dossier bewijs dat verdachte aanwezig is geweest bij het plegen van het ten laste gelegde feit. Gelet op hetgeen onder 4.3.2 is overwogen is er geen sprake van medeplegen door verdachte.
Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 5 ten laste gelegde feit.

4.3.4

Vrijspraak van het onder 7 ten laste gelegde feit
De rechtbank stelt vast dat een van de ouderzwanen van het broedpaar knobbelzwanen op locatie [adres] nabij [perceel] in de periode van 1 januari 2015 tot en met 28 januari 2015 is voorzien van een pootmerk, waarbij tweemaal de teenvliezen van een poot zijn ingeknipt.


Verdachte heeft ontkend dat hij degene is geweest die deze knobbelzwaan dit pootmerk heeft gegeven.
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van dit ten laste gelegde feit.
Niet kan worden uitgesloten dat een ander dan verdachte het pootmerk heeft gemaakt.

Verdachte wordt van het onder 7 ten laste gelegde feit vrijgesproken.

4.3.5

Vrijspraak van de onder 9 primair, 9 subsidiair, 10 primair en 10 subsidiair ten laste gelegde feiten
Onder feit 9 primair en 9 subsidiair en feit 10 primair en 10 subsidiair is ten laste gelegd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van valsheid in geschrift door pootringen te manipuleren dan wel gebruik te maken van gemanipuleerde pootringen.

De rechtbank stelt vast dat de betreffende pootringen zijn aangetroffen in een auto van

[medeverdachte 3] , een opslag van [medeverdachte 3] , in een auto van medeverdachte [medeverdachte 2] en aan de poten van twee knobbelzwanenkuikens op de locatie [adres] .

Gelet op het hiervoor onder 4.3.2. overwogene acht de rechtbank dan ook niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede) plegen van valsheid in geschrift door pootringen te manipuleren dan wel gebruik te maken van gemanipuleerde pootringen. Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting is behandeld, blijkt niet dat tussen verdachte, [medeverdachte 3] en medeverdachte [medeverdachte 2] een nauwe en bewuste samenwerking heeft bestaan die er op gericht was valsheid in geschrift te plegen ten aanzien van de pootringen. Evenmin volgt dit ten aanzien van het gebruik van deze gemanipuleerde pootringen.

Op grond van het bewijs kan niet worden vastgesteld dat verdachte van het bestaan van de gemanipuleerde pootringen op de hoogte was, noch dat hij deze pootringen zelf heeft gebruikt. Daarom wordt verdachte vrijgesproken van het medeplegen van valsheid in geschrift, zoals ten laste gelegd onder 9 primair en 9 subsidiair en 10 primair en

10 subsidiair.

4.3.6

Algemene bewijsoverweging4

[medeverdachte 3] was ten tijde van het tenlastegelegde zwanendrifter.
Hij heeft verklaard dat hij eigenaar is van circa 650 broedparen “knobbelzwanen”.5 Hij werkt in zijn bedrijf samen met zijn (drie) zoons,6 te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] .

Het zwanendriften is een traditionele extensieve vorm van veehouderij. De zwanendrifter houdt koppels gekweekte zwanen die hij niet binnen een stal als bedrijf houdt, maar die hij met toestemming van de eigenaren van de betreffende percelen uitzet in met name agrarische gebieden. De nakomelingen van de zwanen werden voorheen geslacht voor de verkoop van het vlees en de veren. Tegenwoordig worden de zwanenkuikens levend verkocht als siervogels. Zwanendriften is niet bij wet verboden.

4.3.7

Feit 1 en feit 2

4.3.7.1 Gedeeltelijke vrijspraak feit 1 en feit 2
Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 is overwogen, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van het onder 1 en/of onder 2 tenlastegelegde ten aanzien van knobbelzwanen waargenomen op de volgende locaties: [adres] , de [adres] ter hoogte van [nummer] te [woonplaats] , [adres] , [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] , Schiphol (op 27 augustus 2014) en de [adres] .

Verdachte wordt ten aanzien van deze onderdelen van feit 1 en/of feit 2 vrijgesproken.

4.3.7.2 Vrijspraak feit 1 ten aanzien van het onderdeel wildvang

Standpunt van het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie verwijt verdachte dat hij zich al dan niet samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan wildvang van een ouderpaar knobbelzwanen en hun kuikens, waargenomen bij de [adres] nabij [perceel] . Verdachte zou zich al dan niet samen met een ander of anderen wilde knobbelzwanen hebben toegeëigend door een van de ouderknobbelzwanen te voorzien van een snaveltatoeage met het kenmerk van het bedrijf van zijn vader en de kuikens van deze knobbelzwaan een pootring te geven.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat geen sprake is geweest van wildvang. Het gaat om gehouden knobbelzwanen.
De ouderknobbelzwanen op locatie [adres] zijn beiden voorzien van een pootmerk. Hieruit blijkt dat de betreffende knobbelzwanen al jaren door [medeverdachte 3] worden gehouden en niet wild zijn. Van wildvang van deze knobbelzwanen en hun kuikens is daarom geen sprake.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de op de locatie [adres] waargenomen knobbelzwanen wilde óf gehouden knobbelzwanen zijn.

Een gehouden knobbelzwaan is een knobbelzwaan die valt onder de vrijstelling van artikel
75 Ffw in samenhang met artikel 5 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. Daarvoor geldt het verbod van in dit geval artikel 13 Ffw niet.
De (voorwaarden van deze) vrijstelling word(t)(en) hierna onder paragraaf 4.3.6.3 uitvoerig besproken.
Een van de voorwaarden is dat de knobbelzwanen een gesloten pootring moeten hebben. Aan [medeverdachte 3] is ten aanzien van de knobbelzwanen die hij op 4 juli 2008 onder zich had een ontheffing van de ringplicht verleend onder nummer [nummer] .
Gelet op de leeftijd en omvang van (de poten van) deze knobbelzwanen was het op dat moment niet meer mogelijk om deze vogels te voorzien van een pootring.7
In de toelichting op deze ontheffing staat dat deze gehouden knobbelzwanen zich onderscheiden van wilde soortgenoten door aangebrachte merktekens. Hierbij worden als merktekens genoemd de gesloten pootring, de snaveltatoeage en het leewieken van de vogel.

Uit het dossier volgt dat een aantal van de knobbelzwanen waarop de ontheffing van de ringplicht ziet, is voorzien van een ander merkteken: een pootmerk.

Dit pootmerk bestaat uit twee inkepingen van circa een halve cm aan (de vliezen van) een van de poten.8 Een deel van deze knobbelzwanen is alleen kenbaar als gehouden knobbelzwanen door dit pootmerk; zij zijn niet geleewiekt dan wel voorzien van een snaveltatoeage.

Niet kan worden uitgesloten dat het broedpaar op de locatie [adres] is voorzien van voornoemd pootmerk en onder voornoemde ontheffing van de ringplicht valt.
Mogelijk is de getatoeëerde knobbelzwaan die is waargenomen op deze locatie al eerder voorzien van een pootmerk en heeft deze door het plaatsen van een tatoeage een tweede merkteken gekregen.

Aan de overige voorwaarden van vrijstelling van de verboden van art. 13 Ffw is voldaan.
Gelet op het voorgaande is niet bewezen dat het broedpaar op de locatie [adres] wild is. Daarmee is eveneens niet bewezen dat de kuikens van dit broedpaar wild zijn.

Verdachte wordt van dit onderdeel van feit 1 vrijgesproken.

4.3.7.3 Juridisch kader feit 1 en feit 2 ten aanzien van het onderdeel wildvang
In de Ffw en de daarop gebaseerde regelgeving zijn verscheidene regels opgenomen ter bescherming van in het wild levende diersoorten.

Artikel 9 van de Ffw bevat een verbod op het doden, verwonden, vangen, bemachtigen of met het oog daarop opsporen van dieren behorende tot een beschermde inheemse diersoort.

Het eerste lid van artikel 13 Ffw bevat een algemeen verbod op het te koop vragen, kopen of verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad hebben, verkopen of ten verkoop aanbieden, vervoeren, ten vervoer aanbieden, afleveren, gebruiken voor commercieel gewin, huren of verhuren, ruilen of in ruil aanbieden, uitwisselen of tentoonstellen voor handelsdoeleinden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben van dieren behorende tot een beschermde inheemse of uitheemse diersoort.

Via de artikelen 4 en 5 Ffw en de onderliggende Regelingen en Besluiten is bepaald wanneer een bepaalde diersoort valt onder de categorie ‘beschermde inheemse diersoort’ respectievelijk ‘beschermde uitheemse diersoort’.

De knobbelzwaan, wetenschappelijke naam Cygnus olor, komt voor op bijlage B van de Bekendmaking lijsten beschermde inheemse diersoorten 2013 als soort die wordt aangemerkt als beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b van de Ffw.

Vanwege deze beschermde status zijn in beginsel de in de in artikel 9 Ffw en artikel 13 Ffw genoemde handelingen ten aanzien van alle exemplaren van de knobbelzwanen verboden.

Overtreding van de artikelen 9 en 13 Ffw is strafbaar gesteld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (verder: Wed). Volgens artikel 2 Wed betreft dit een misdrijf indien dit opzettelijk is gedaan en een overtreding wanneer van dat opzet geen sprake is.

Vanwege deze beschermde status zijn in beginsel de in de in artikelen 9 en 13 Ffw genoemde handelingen ten aanzien van alle exemplaren van de knobbelzwanen verboden.

Ten aanzien van wilde knobbelzwanen geldt een absoluut verbod op de in de artikel 9 en artikel 13 Ffw genoemde handelingen.

4.3.7.5 Bewijs en bewijsoverweging feit 1 en feit 2 ten aanzien van het onderdeel wildvang

[adres]

Achter de woning aan de [adres] verblijft in 2014 een broedpaar knobbelzwanen met hun zeven kuikens. Getuige [getuige 3] is regelmatig in voornoemde woning. Zij heeft verklaard dat dit broedpaar vóór 18 juli 2014 geen snaveltatoeage had. Zowel het broedpaar als de kuikens waren voor 18 juli 2014 niet voorzien van een pootring.9
Getuige [getuige 4] woont in de woning [adres] .
Ook zij heeft verklaard dat het broedpaar knobbelzwanen en hun kuikens aanvankelijk niet voorzien waren van een pootring. De ouderzwanen waren aanvankelijk evenmin voorzien van een snaveltatoeage.10 Getuige [getuige 4] heeft het broedpaar en hun kuikens in de periode januari 2014 tot en met juli 2014 een aantal keer gefotografeerd. Zij heeft haar foto’s verstrekt aan de politie.11 Verbalisant bevestigt dat het gaat om foto’s die onder andere zijn gemaakt vanaf het terras van voornoemde woning.
Verbalisant stelt vast dat de ouderzwanen van het broedpaar in eerste instantie niet zijn voorzien van een snaveltatoeage.12
De rechtbank stelt naar aanleiding van de betreffende foto’s vast dat het gaat om een broedpaar knobbelzwanen met vijf grijze kuikens en twee witte kuikens.13

Op 18 juli 2014 om 10.00 uur ziet getuige [getuige 3] dat geen van de knobbelzwanen van voornoemd broedpaar is voorzien van een snaveltatoeage.
Diezelfde dag om 11.15 uur ziet zij in het weiland naast haar woning een Toyota staan met kenteken [kenteken] . In de laadbak van de auto zitten vijf knobbelzwanen.14 Twee mannen, een jonge man van ongeveer 20 jaar en een oudere man met kort haar en een stevig postuur, stappen uit. De oudere man komt achter het stuur vandaan.15 Deze man heeft haar verteld dat ze de zwanen moesten ringen. De mannen vangen het broedpaar knobbelzwanen en hun kuikens. Getuige [getuige 3] ziet de oudere man vervolgens op zijn knieën zitten bij één ouderzwaan en de kuikens. Deze knobbelzwanen worden daarna weer het water ingezet, waarna de mannen vertrekken.16 Kort na dit vertrek ziet getuige [getuige 3] dat de vrouwzwaan van het broedpaar is voorzien van een geknipte ring in de hals.

Getuige [getuige 1] , die op dat moment bij getuige [getuige 3] is, maakt een aantal foto’s van de knobbelzwanen. Op deze foto’s ziet getuige [getuige 3] dat de vrouwzwaan dan is voorzien van een snaveltatoeage met de lettercombinatie “ [nummer] ”.
Verder ziet getuige [getuige 3] dat de vrouwzwaan is voorzien van een gele pootring. Ook de kuikens hebben een pootring.17

Het voertuig met kenteken [kenteken] staat op naam van [verdachte] .
Een kwartier nadat getuige [getuige 3] voornoemde auto had gezien, wordt dit voertuig in de nabije omgeving van de [adres] gezien door verbalisanten.
[verdachte] is dan de bestuurder van het voertuig.18

Verbalisant constateert op foto’s van getuige [getuige 3] van juli 2014 dat een van de knobbelzwanen is voorzien van een snaveltatoeage.19 Deze knobbelzwaan is verder voorzien van een zogenaamde geknipte kraag om de hals onder de kop. Dit betekent dat de kuikens van dit broedpaar zijn geringd.20
Op 19 juli 2014 gaat de politie naar de [adres] . In de wijde omtrek van de woning zien zij maar één broedpaar knobbelzwanen, te weten een broedpaar met twee witte en vijf grauwe kuikens.21 De vrouwzwaan is voorzien van een snaveltatoeage met de letter/cijfercombinatie “ [nummer] ”. Deze letter-cijfercombinatie betreft het kenmerk van het bedrijf van [medeverdachte 3] . Verbalisanten zien dat de tatoeage zeer duidelijk is. De inkt van de tatoeage is goed zwart van kleur en de belijning van de tatoeage is heel scherp. De letters [nummer] leken óp de snavel te liggen. De snavel onder de letters “ [nummer] ” is enigszins gezwollen. Verbalisant ziet dat één van de kuikens een grijze pootring heeft, voorzien van het getal [nummer] .22

Op 24 juli 2014 gaan verbalisanten opnieuw naar de knobbelzwanen op voornoemde locatie. Zij zien dat de vrouwzwaan van dit broedpaar, die al eerder was voorzien van een geknipte ring en een snaveltatoeage, nu ook is voorzien van een geelkleurige pootring.
Als deze knobbelzwaan enkele dagen later, op 1 augustus 2014 door de dierenambulance wordt gevangen en nader wordt onderzocht, blijkt dat deze gele pootring niet geheel gesloten is en is voorzien van het opschrift [nummer] . Tussen [nummer] en NL zit een verticale donkerkleurige streep, op de plek waarop de ring is voorzien van een breuk. Het cijfer 11 staat voor het jaar, in combinatie met de kleur van de ring, 2011.23

Uit het dossier volgt verder dat NL staat voor Nederland, 27 voor de ringmaat, AO voor vogelbond [naam] en [nummer] betreft het stamnummer van degene aan wie de ringen zijn uitgegeven, in dit geval [medeverdachte 3] .24
Uit het dossier volgt dat, in tegenstelling tot een gesloten pootring, een niet-gesloten pootring ook kan worden aangebracht als de knobbelzwaan volwassen is.

Op 28 januari 2015 wordt de manzwaan van voornoemd broedkoppel door medewerkers van de dierenambulance gevangen en onderzocht. Vastgesteld wordt dat de knobbelzwaan ongeringd is en niet is voorzien van een snaveltatoeage. De vogel heeft twee inkepingen in het zwemvlies van de linker poot. Vastgesteld wordt dat de inkepingen hooguit twee tot drie weken oud zijn op het moment van evaluatie (28 januari 2015).25

De administratie van [medeverdachte 3] is in beslag genomen. In de administratie is onder “knippen 2014” opgenomen “7x2w T.O [naam] ”.
Verdachte heeft verklaard dat hiermee gedoeld wordt op het broedkoppel aan de [adres] . Verdachte verklaarde hier regelmatig te zijn geweest. Ook zijn vader komt daar regelmatig.26

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, bewezen dat de vrouwzwaan een wilde knobbelzwaan is. Door het plaatsen van het kenmerk “ [nummer] ” van [medeverdachte 3] op de snavel van deze knobbelzwaan ten teken dat deze zwaan een gehouden knobbelzwaan zou zijn, is sprake van wildvang.

Op 28 januari 2015 is vastgesteld dat de manzwaan van dit broedpaar is voorzien van een pootmerk. Dit pootmerk blijkt echter hooguit drie weken oud te zijn. De manzwaan is niet voorzien van een snaveltatoeage of een pootring. Uit de verklaring van getuigen [getuige 4] en [getuige 3] volgt dat de manzwaan kan vliegen en dus niet is geleewiekt en/of gekortwiekt.27
Gelet op het voorgaande is de manzwaan van het broedpaar op de locatie [adres] wild.
Verdachte wordt, gelet op hetgeen onder 4.3.4. is overwogen, vrijgesproken van de wildvang van deze (man)ouderzwaan. Niet kan worden uitgesloten dat een ander dan verdachte het pootmerk heeft gegeven ten teken dat deze knobbelzwaan een door [medeverdachte 3] gehouden knobbelzwaan is en zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan de wildvang van deze knobbelzwaan.

Nu de beide ouderknobbelzwanen van het broedpaar op locatie [adres] wild zijn, zijn ook hun kuikens wild.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met betrekking tot voornoemde knobbelzwanen (één ouderknobbelzwaan en zeven kuikens) opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de verbodsbepalingen uit artikel 9 Ffw (feit 2) en artikel 13 Ffw (feit 1). Uit voornoemde gang van zaken wordt afgeleid dat [medeverdachte 3] en verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld.

Het verweer van de verdediging dat geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking wordt verworpen.

4.3.7.6 Juridisch kader feit 1 en feit 2 onderdeel niet of niet met juiste ringmaat ringen
Uit het hiervoor onder 4.3.6.3 overwogene volgt dat in beginsel de in de in artikelen 9 en 13 Ffw genoemde handelingen ten aanzien van alle exemplaren van de knobbelzwanen verboden zijn.
Ten aanzien van wilde knobbelzwanen geldt een absoluut verbod op de in de artikel 9 en artikel 13 Ffw genoemde handelingen.


Voor aantoonbaar gefokte knobbelzwanen gelden uitzonderingen.
Art. 5 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten (hierna: het Besluit) bepaalt dat de verboden van onder meer artikel 9 Ffw en artikel 13 van de Ffw niet gelden voor aantoonbaar gefokte vogels, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, indien de houder kan aantonen dat de vogels zijn gefokt en voor zover:

a. deze vogels zijn voorzien van een pootring als bedoeld in artikel 6;

b. registratie heeft plaatsgevonden in de administratie bedoeld in artikel 8 en

c. voldaan is aan de krachtens artikel 18 gestelde regels.

Voor zover het gaat om de onder art. 5 lid 1 sub a van het Besluit bedoelde pootring, bepaalt artikel 6 van het besluit dat gefokte vogels van een beschermde inheemse diersoort voorzien dienen te zijn van een door de Minister op aanvraag afgegeven gesloten pootring, dan wel van een gesloten pootring die door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland of door een overheidsorgaan van een andere staat dan Nederland erkende organisatie, is afgegeven.28

4.3.7.7 Pootringen
De regels waaraan pootringen van gefokte vogels die behoren tot beschermde inheemse diersoorten moeten voldoen, staan beschreven in de Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens.
In artikel 5 lid 2 van deze Regeling wordt bepaald dat een in Nederland in gevangenschap geboren en gefokt exemplaar van in de bijlage bij de Regeling opgenomen soorten vogels dient te worden voorzien van een in Nederland afgegeven gesloten pootring met een, voor zover vermeld, in die bijlage vastgestelde maximale diameter. In de bijlage staat genoemd dat voor de Cygnus Olor een maximale diameter geldt van 26 mm.

Onder lid 2 van dit artikel staat genoemd dat in afwijking van het eerste lid de pootring een diameter kan hebben die groter is dan de in de bijlage vastgestelde maximale diameter, als de aanvrager aannemelijk kan maken dat een grotere diameter in verband met de dikte van de poot noodzakelijk is.

De gesloten pootringen worden aangevraagd met gebruikmaking van een van de in de Regeling genoemde erkende organisaties. Een van de organisaties die wordt genoemd, is de Vereniging [naam] International Nederland, gevestigd te Wijchen.

4.3.7.8 Bewijs en bewijsoverweging feit 1 en feit 2 ten aanzien van het niet of niet met de juiste ringmaat ringen

[adres]

Op de locatie [adres] verblijft in het broedseizoen 2014 een broedpaar knobbelzwanen en hun vijf kuikens. De vrouwzwaan is voorzien van een snaveltatoeage met de lettercombinatie “ [nummer] ”.29 Op 20 september 2014 filmt getuige [getuige 1] de kuikens van het broedpaar. Op screenshots van deze film te zien dat een van de kuikens een gesloten pootring heeft met daarop de volgende letter/cijfercombinatie: “ [nummer] ”.30

Uit het dossier volgt dat NL staat voor Nederland, 27 voor de ringmaat, AO voor vogelbond [naam] en [nummer] betreft het stamnummer van degene aan wie de ringen zijn uitgegeven, in dit geval [medeverdachte 3] .31

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij [verdachte] op 19 september 2014 samen met een ander in de nabijheid van de [adres] knobbelzwanen zag vangen en inladen.32 Zij heeft hiervan filmopnamen gemaakt. Screenshots van deze filmopnamen zijn in het dossier opgenomen.33 De rechtbank stelt vast dat [verdachte] een van de mannen is die op de betreffende beelden te zien is.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft, nadat hij is bevraagd over zijn bemoeienis met de knobbelzwanen op de locatie [adres] verklaard dat
[verdachte] daar goed de weg weet en de broedkoppels kent.34

Verdachte heeft verklaard dat hij voor het ringen van knobbelzwanenkuikens onder meer pootringen met ringmaat 27 mm heeft gebruikt. Zijn vader, [medeverdachte 3] , vroeg de pootringen aan.35

[medeverdachte 3] en medeverdachte [medeverdachte 2] hebben bevestigd dat bij de knobbelzwanen pootringen met een diameter van 27 mm werden gebruikt.36
[verdachte] heeft bevestigd dat [medeverdachte 3] de ringen telkens heeft aangevraagd.37

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander het door [getuige 1] op 20 september 2014 gefilmde knobbelzwanenkuiken van het broedpaar op de locatie [adres] heeft geringd met een pootring met ringmaat 27 mm.

Het verweer dat sprake is geweest van een verwisseling van broedparen knobbelzwanen en hun kuikens slaagt niet. Vast staat dat op één datum, te weten 20 september 2014, nabij de [adres] een kuiken is gezien en op film is vastgelegd en dat dit kuiken een pootring heeft met ringmaat 27 mm.


Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt niet dat [medeverdachte 3] als aanvrager van de pootringen aannemelijk heeft gemaakt dat een grotere diameter in verband met de dikte van de poot van de knobbelzwanen noodzakelijk is.

Uit het bovenstaande blijkt dat verdachte niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de verboden uit artikel 9 Ffw en artikel 13 Ffw.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met betrekking tot één knobbelzwaankuiken op locatie [adres] opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de verbodsbepalingen uit artikel 9 Ffw (feit 2) en artikel 13 Ffw (feit 1). Uit voornoemde gang van zaken wordt afgeleid dat [medeverdachte 3] en verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld.

Het verweer van de verdediging dat geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking wordt verworpen.

Omdat niet kan worden vastgesteld dat de overige kuikens van het koppel knobbelzwanen op de locatie [adres] zijn geringd met een pootring met ringmaat 27 mm volgt ten aanzien van deze knobbelzwaankuikens gedeeltelijke vrijspraak.

4.3.8

Feit 4

4.3.8.1 Vrijspraak feit 4
Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 is overwogen, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van het onder 4 ten laste gelegde feit ten aanzien van knobbelzwanen die zijn waargenomen op de volgende locaties: [adres] , de [adres] ter hoogte van [nummer] te [woonplaats] , [adres] , [adres] halverwege te [woonplaats] , [adres] , [adres] , de [adres] , [adres] , de [adres] en de [adres] , de [adres] (op 26 januari 2014 en op 8 februari 2014) en bij [adres] .
Verdachte wordt ten aanzien van deze onderdelen van feit 4 vrijgesproken.

Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.7.8 is overwogen, is er wel sprake van dat
[medeverdachte 3] en verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld ten aanzien van knobbelzwanen op de locatie [adres] nabij [perceel] .
Ter beoordeling ligt voor of bewezen is het onder feit 4 ten laste gelegde overtreden van een aantal gestelde voorschriften in een door de Staatssecretaris van Economische Zaken toegekende ontheffing. Daarbij gaat het – zakelijk weergegeven – om voorschriften die betrekking hebben op het (niet kunnen) aantonen van de legale herkomst van knobbelzwanen. Hiervoor onder paragraaf 4.3.7.2 is overwogen dat niet bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van wildvang van de knobbelzwanen die zijn waargenomen op de locatie [adres] . Daarom is evenmin bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van de hiermee in direct verband staande voorwaarden van de ontheffing.
Verdachte wordt daarom vrijgesproken ten aanzien van deze onderdelen van feit 4.

Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.7.5 is overwogen, is er eveneens sprake van dat
[medeverdachte 3] en verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld ten aanzien van knobbelzwanen op de locatie [adres] nabij [perceel] .

Onder voorwaarde 7 van de ontheffing is bepaald dat de ontheffing uitsluitend geldt voor de ongeringde knobbelzwanen die de houder op de ingangsdatum van deze ontheffing onder zich heeft en niet voor de nakomelingen van deze knobbelzwanen.

Deze bepaling ziet slechts op de toepasselijkheid van de ontheffing; bij overtreding van deze voorwaarde is de betreffende ontheffing niet van toepassing.
Ongeacht of het overtreden van voorwaarde 7 bewezen is, levert het overtreden van deze voorwaarde geen schending van artikel 79 lid 2 Ffw op.

Verdachte wordt daarom vrijgesproken van dit onderdeel van feit 4.

4.3.8.2 Juridisch kader feit 4

Artikel 79 Ffw lid 1 bepaalt dat aan onder meer ontheffingen voorschriften kunnen worden verbonden. Lid 2 van voornoemd artikel bepaalt dat het verboden is te handelen in strijd met bij een ontheffing gestelde voorschriften.

Overtreding van de artikelen 79 lid 2 Ffw is strafbaar gesteld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (verder: Wed). Volgens artikel 2 Wed betreft dit een misdrijf indien dit opzettelijk is gedaan en een overtreding wanneer van dat opzet geen sprake is.

4.3.8.3 Bewijs en bewijsoverweging feit 4

Door de Dienst Regelingen van Staatssecretaris van Economische zaken is onder nummer [nummer] aan [medeverdachte 3] een ontheffing van de ringplicht verleend voor knobbelzwanen die bedrijfsmatig, met het oog op de productie gefokt zijn.38 Aan deze ontheffing is een aantal voorwaarden verbonden.

Onder voorwaarde 6 staat genoemd dat de houder te allen tijde de legale herkomst van de gehouden knobbelzwanen (Cygnus olor) moet kunnen aantonen.


Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.7.5 is overwogen, is er sprake van dat
[medeverdachte 3] en verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld ten aanzien van knobbelzwanen op de locatie [adres] nabij [perceel] .

De knobbelzwanen op deze locatie zijn geen gehouden knobbelzwanen maar wilde knobbelzwanen. Het aantonen van de legale herkomst van deze knobbelzwanen is dan ook niet mogelijk. Daarom is niet voldaan aan voorwaarde 6 van de ontheffing.

De ontheffing is verstrekt aan [medeverdachte 3] . Verdachte is door [medeverdachte 3] gemachtigd. Niet alleen de ontheffingshouder, maar ook een gemachtigde dient zich te houden aan de voorwaarden van de ontheffing. Verdachte heeft verklaard de inhoud van de ontheffing te kennen.39

De rechtbank acht gelet op het voorgaande bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het overtreden van voorwaarde 6 van de ontheffing ten aanzien van het ouderpaar en hun zeven kuikens op de locatie [adres] . Dit onderdeel van feit 5 is bewezen.

4.3.9

Feit 6

4.3.9.1 Vrijspraak feit 6
Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 is overwogen, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van het onder 6 ten laste gelegde feit ten aanzien van knobbelzwanen die zijn waargenomen op de volgende locaties: Schiphol (op 27 augustus 2014), [adres] , het onverharde deel van de [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , [adres] , de [adres] , [adres] en de [adres] .
Verdachte wordt ten aanzien van deze onderdelen van feit 6 vrijgesproken.

Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.7.5 is overwogen, is er wel sprake van dat
[medeverdachte 3] en verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld ten aanzien van een knobbelzwaan op de locatie [adres] nabij [perceel] .

Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.7.8 is overwogen, is er verder sprake van van dat [medeverdachte 3] en verdachte in een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehandeld ten aanzien van knobbelzwanen op de locatie [adres] nabij [perceel] .

4.3.9.2 Juridisch kader feit 6
Artikel 2.9 van de Wet dieren bepaalt dat beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen verboden is voor een ieder die daartoe niet volgens artikel 4.1 van de Wet dieren is toegelaten.

Artikel 4.1 bepaalt dat tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen zijn toegelaten dierenartsen en andere personen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet dieren. Hierbij gaat het, zo blijkt uit dit artikel, om door de Minister geregistreerde personen die een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde met goed gevolg hebben voltooid en andere personen die worden toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen.

Het verbod van artikel 2.9 van de Wet dieren is niet geldig op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diergeneeskundige handelingen. Daarnaast kunnen bij of krachtens algemene maatregel regels worden gesteld met betrekking tot de kwalificaties van andere personen dan bedoeld in artikel 4.1 van de Wet dieren. Zij mogen dan ook diergeneeskundige handelingen mogen verrichten.

Overtreding van artikel 2.9 van de Wet dieren is strafbaar gesteld in artikel 8.11 van de Wet Dieren. Volgens laatstgenoemd artikel betreft het een misdrijf.

Het principe van de techniek van het tatoeëren van snavels van knobbelzwanen is gebaseerd op het diep intradermaal (in de huid) inbrengen van inkt. Om een permanente tatoeage mogelijk te maken moet de inkt in de diepere lagen van de snavel aangebracht worden met een naald of een tatoeëerpen, die door het hoorn van de snavel gebracht wordt.
Het betreft een handeling waarbij de integriteit van weefsel wordt aangetast.40 zal de inkt in de diepere lagen van de snavel aangebracht moeten w


Gelet op het bepaalde in artikel 1.1. lid 1 van de Wet dieren is het tatoeëren van de snavel van een vogel een diergeneeskundige handeling.

[adres]

Gelet op hetgeen onder 4.3.7.8is overwogen, is bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het tatoeëren van de snavel van één knobbelzwaan op de locatie Benedenheulseweg 62.

[adres]

Op 13 september 2014 fotografeert getuige [getuige 1] de vrouwzwaan van het broedpaar op de locatie [adres] . Deze foto’s zijn in het dossier opgenomen. De vrouwzwaan is op dat moment niet voorzien van een snaveltatoeage.41
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij [verdachte] op 19 september 2014 samen met een ander in de nabijheid van de [adres] knobbelzwanen zag vangen en inladen.42 Zij heeft hiervan filmopnamen gemaakt. Screenshots van deze filmopnamen zijn in het dossier opgenomen.43 De rechtbank stelt vast dat [verdachte] een van de mannen is die op de betreffende beelden te zien is.

Op 20 september 2014 fotografeert getuige [getuige 1] de vrouwzwaan van dit broedpaar opnieuw. De foto’s zijn in het dossier opgenomen. Hieruit blijkt dat de vrouwzwaan dan is voorzien van een snaveltatoeage met de lettercombinatie “ [nummer] ”.44

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft, nadat hij is bevraagd over zijn bemoeienis met de knobbelzwanen op de locatie [adres] verklaard dat
[verdachte] daar goed de weg weet en de broedkoppels kent.45

Gelet op het voorgaande is bewezen dat [verdachte] samen met een ander voornoemde vrouwzwaan heeft voorzien van een snaveltatoeage.

Verdachte is geen dierenarts. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt niet dat de betreffende snaveltatoeages door een dierenarts zijn geplaatst.46

De rechtbank acht gelet op het voorgaande het onder feit 6 ten laste gelegde bewezen, voorzover dit ziet op de knobbelzwanen op de locaties [adres] en [adres] .

4.3.10

Feit 8

4.3.10.1 Vrijspraak feit 8
Gelet op dat wat onder paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 is overwogen, acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van het onder 8 ten laste gelegde feit ten aanzien van knobbelzwanen die zijn waargenomen op de volgende locaties: dierenhandel [naam] te [vestigingsplaats] , [adres] (op 8 februari 2014), nabij de [adres] , vogelopvang [naam] te [vestigingsplaats] , de [adres] , De [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] , de [adres] / [adres] , de [adres] , de [adres] , op Schiphol (op 27 augustus 2014) en [adres] .

Verdachte wordt ten aanzien van deze onderdelen van feit 8 vrijgesproken.
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs volgt dat de knobbelzwanenkuikens op de locatie [adres] pootverwondingen hebben en indien sprake zou zijn van pootverwondingen, dat deze pootverwondingen zijn veroorzaakt door het ringen met een pootring.

Daarom is niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het veroorzaken van pijn of letsel of benadelen van de gezondheid of het welzijn van de vijf kuikens op deze locatie.

Uit hetgeen onder paragraaf 4.3.7.5 is overwogen, stelt de rechtbank vast dat in de periode van 1 januari 2014 tot en met 28 januari 2014 bij een knobbelzwaan die is waargenomen op de locatie [adres] de teenvliezen van één poot zijn ingeknipt.
Verdachte heeft ontkend dat hij degene is geweest die deze teenvliezen heeft ingeknipt. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van dit ten laste gelegde feit.
Niet kan worden uitgesloten dat een ander dan verdachte de betreffende handeling heeft verricht.

De rechtbank concludeert dat geen van de onder feit 8 ten laste gelegde onderdelen bewezen is. Verdachte wordt vrijgesproken van feit 8.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

1:
in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 te Stolwijk, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, meermalen knobelzwanen (Cygnus olor), behorende tot een beschermde diersoort, te weten:
- 8 (ouder en 7 kuikens) knobbelzwanen, waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ,

- 1 knobbelzwaan, waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ,

heeft verworven en/of ten verkoop voorhanden gehad en onder zich gehad;

2:
in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 te Stolwijk, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, meermalen één of meer knobbelzwanen (Cygnus olor) behorende tot een beschermde diersoort te weten:

  • -

    8 (ouder en 7 kuikens) knobbelzwanen, waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] en

  • -

    1 knobbelzwaan, waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ,

heeft gevangen en bemachtigd en met het oog daarop heeft opgespoord;

4:

in de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014 te Stolwijk, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk, meermalen heeft gehandeld in strijd met de gestelde voorschriften en beperkingen bij de ontheffing [nummer] , namens de Staatssecretaris van Economische Zaken verleend door de Dienst Regelingen, immers hebben verdachte en/of zijn mededader in strijd gehandeld met

voorwaarde 6:
door niet te allen tijde de legale herkomst van de gehouden knobbelzwanen (Cygnus olor) aan te kunnen tonen van 8 (ouderen 7 kuikens) knobbelzwanen, waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ;

6:
in de periode van 1 juli 2014 tot en met 21 oktober 2014 te Stolwijk, tezamen en in vereniging met een ander, diergeneeskundige handelingen heeft verricht (tatoeëren) terwijl hij en zijn mededader deze handelingen niet beroepsmatig hebben verricht en hij en zijn mededader daartoe niet bij of krachtens artikel 4.1 van de Wet dieren zijn toegelaten, immers hebben verdachte en zijn mededader meermalen een knobbelzwaan (Cygnus olor) getatoeëerd, te weten
- 1 knobbelzwaan waargenomen aan de [adres] en

- 1 knobbelzwaan waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:


feit 1: medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld bij

artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan,

meermalen gepleegd.

feit 2: medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld bij

artikel 9 van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen

gepleegd.

feit 4: medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld bij

artikel 79, tweede lid, van de Flora- en Faunawet, opzettelijk

begaan, meermalen gepleegd.
feit 6: medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld bij

artikel 2.9 Wet dieren, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De eis van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de door hen onder 1, 2, 4, 6, 7, 8, en 9 primair en 10 primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot:

  • -

    een werkstraf van 240 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen, waarvan 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

  • -

    een geldboete van € 5.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 60 dagen;

  • -

    een ontzetting van het beroep zwanendrifter voor de duur van een jaar.

Ten aanzien van het door hen onder 5 bewezen geachte feit hebben de officieren van justitie een geldboete van € 500,00 gevorderd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair betoogd dat, indien tot een bewezenverklaring gekomen wordt, aan verdachte met toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht geen straf of maatregel dient te worden opgelegd. Er heeft jarenlang een gedoogsituatie plaatsgevonden en verdachte heeft daardoor de indruk gekregen dat hij handelde conform de wet- en regelgeving.

Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om bij de op te leggen straf of maatregel en de hoogte of duur daarvan rekening te houden met de omstandigheden dat:

- het bedrijf van vader [medeverdachte 3] is beëindigd. Verdachte houdt zich niet langer bezig met de zwanendrift.
- verdachte door het beëindigen van het bedrijf van [medeverdachte 3] financiële schade heeft geleden.

- de zaak niet alleen voor verdachte, maar ook voor zijn gezin grote gevolgen heeft gehad, mede gelet op uitingen in de media en bedreigingen van derden naar aanleiding van deze strafzaak.

De verdediging heeft verzocht om afwijzing van het gevorderde beroepsverbod.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Het openbaar ministerie is onder de naam “09Bosuil-01” een strafrechtelijk onderzoek gestart naar zwanendrifter [medeverdachte 3] en zijn zonen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en

[verdachte] die [medeverdachte 3] bij de zwanendrift ondersteunden.

Aan verdachten is onder tien feiten een groot aantal strafbare verwijten ten laste gelegd.
De rechtbank acht slechts onderdelen van vier van de tien aan verdachte ten laste gelegde feiten bewezen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van drie overtredingen van de Flora- en faunawet. Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan wildvang van een aantal knobbelzwanen. Daarnaast heeft hij samen met een ander een aantal knobbelzwanen voorzien van een pootring met een verkeerde ringmaat. Tot slot heeft verdachte samen met een ander gehandeld in strijd met een voorwaarde uit een namens de Minister van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit verleende ontheffing.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een overtreding van een bepaling van de Wet dieren door een aantal knobbelzwanen te voorzien van een snaveltatoeage.

Het aanbrengen van een snaveltatoeage betreft een lichamelijke ingreep die alleen mag worden uitgevoerd door een dierenarts. Verdachte en zijn mededader zijn geen dierenarts.
De rechtbank neemt dit verdachte kwalijk.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 februari 2016, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

De zaak heeft in de tijd dat het strafrechtelijk onderzoek liep, alsmede in de tijd dat de zaak onder de rechtbank was, met regelmaat aandacht gekregen in de politiek en de media.

De rechtbank ziet geen aanleiding om in strafverminderende zin rekening te houden met de aandacht die deze zaak heeft gekregen. Niet gebleken is dat verdachte door de berichtgeving op zodanige wijze in zijn persoonlijke levenssfeer is geschaad dat dit strafmatigend zou moeten werken. Ook kan niet worden gezegd dat deze aandacht de kans op een eerlijk proces heeft geschaad.

De rechtbank acht onderdelen van vier van de negen door de officieren van justitie bewezen geachte feiten bewezen. Gelet hierop bestaat aanleiding om bij de straftoemeting af te wijken van wat de officieren van justitie hebben gevorderd.

Alles afwegend acht de rechtbank de oplegging van een geldboete van € 1.500,00, waarvan € 500,00 voorwaardelijk een passende en geboden reactie op het bewezenverklaarde.

Met de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel wordt beoogd te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen.

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan verdachte een beroepsverbod op te leggen.

9 Het beslag

9.1

Teruggave aan verdachte
Onder verdachte zijn tien grijze pootringen met een diameter van 22 mm aangetroffen.
De rechtbank gelast de teruggave van deze in beslag genomen goederen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet economische delicten, de artikelen 9 en 13 van de Flora- en Faunawet en de artikelen 2.9 en 8.11 van de Wet dieren.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit.


Verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten.

Verklaart het onder 5, 7, 8, 9 primair en 9 subsidiair en 10 primair en 10 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4 en 6 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1: medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld bij

artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan,

meermalen gepleegd.

feit 2: medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld bij

artikel 9 van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen

gepleegd.

feit 4: medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld bij

artikel 79, tweede lid, van de Flora- en Faunawet, opzettelijk

begaan, meermalen gepleegd.
feit 6: medeplegen van een overtreding van een voorschrift gesteld bij

artikel 2.9 Wet dieren, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro en nul eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 25 dagen.

Beveelt dat een gedeelte, groot € 500,00, van deze geldboete, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Gelast de teruggave aan verdachte van:
10 pootringen knobbelzwaan (grijskleurig).

Dit vonnis gewezen door mr. J. Ebbens, voorzitter, mr. G.A. Bos en mr. R.B. Eigeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A. Groenevelt-Timmer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 5 juli 2016.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013

tot en met 21 oktober 2014 te Nieuwerbrug (althans) in de gemeente

Bodegraven -Reeuwijk, en/of te Wilnis (althans) in de gemeente De Ronde Venen,

en/of te Stolwijk, Bergambacht en/of Schoonhoven (althans) in de gemeente

Krimpenerwaard, en/of te Haarzuilens, Kockengen, Breukelen, Nieuwer Ter Aa

(althans) in de gemeente Stichtse Vecht, en/of Kamerik (althans) in de

gemeente Woerden, en/of Boskoop (althans) in de gemeente Alphen aan de Rijn,

en/of Schiphol, (althans) in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in één

of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

al dan niet opzettelijk,(meermalen)(telkens) één of meer knobbelzwa(a)n(en)

(Cygnus olor), althans dieren behorende tot een beschermde diersoort,

te weten:

(t.a.v. wildvang)

- 5 ( ouderpaar en 3 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] (dossier p. 89),

en/of

- 9 ( ouderpaar en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ( [getuige 4]

[getuige 4] broedpaar dossier p. 89),

en/of

- 7 ( ouderpaar en 5 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] (dossier

p. 90),

en/of

- 4 ( ouderpaar en 2 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] ter hoogte van [nummer] te [woonplaats] ,

(dossier p. 90),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] ( dossier p. 91),

en/of

- 3 ( ouderpaar en 1 kuiken), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] halverwege te [woonplaats] (dossier p. 91),

en/of

- 8 ( ouder en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 10 ( ouderpaar en 8 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij de [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 1 knobbelzwaan met één of meer kuiken(s), althans één of meer

knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij [adres]

(dossier p.91),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 92),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij [adres] (eerste broedpaar dossier p. 550),

(t.a.v. niet en/of niet met juiste ringmaat geringd)

- 1 ( kuiken) knobbelzwaan op Schiphol, aangetroffen op 27 augustus 2014

(dossier p. 89),

en/of

- 5 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen aan de

[adres] nabij [perceel] (dossier p. 90/112),

en/of

- 1 ( kuiken), althans knobbelzwaan, waargenomen bij [adres] halverwege te

[woonplaats] (dossier p. 91),

en/of

- 7 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (dossier p.91),

en/of

- 2 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen [adres] ter

hoogte van [nummer] te [woonplaats] , (dossier p. 90),

en/of

- 6 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (dossier p. 91),

en/of

- 8 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (dossier p.91),

en/of

- 1 ( kuiken) knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 92),

en/of

- 8 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (tweede of de Jongbroedpaar dossier p. 98),

te koop heeft gevraagd en/of heeft gekocht en/of heeft verworven en/of ten

verkoop voorhanden gehad en/of in voorraad heeft gehad, heeft verkocht en/of

ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft vervoerd, ten vervoer heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin

en/of heeft gehuurd en/of te heeft verhuurd en/of heeft geruild en/of in ruil

heeft aangeboden en/of heeft uitgewisseld en/of heeft tentoongesteld voor

handelsdoeleinden en/of binnen of buiten het grondgebied van Nederland heeft

gebracht en/of onder zich gehad;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 1, 2 en 6 van de Wet op de economische

delicten juncto artikel 13 Flora- en faunawet)

art 13 lid 1 ahf/ond a Flora- en faunawet

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013

tot en met 21 oktober 2014 te Nieuwerbrug (althans) in de gemeente

Bodegraven -Reeuwijk en/of te Wilnis (althans) in de gemeente De Ronde Venen,

en/of te Stolwijk, Bergambacht en/of Schoonhoven (althans) in de gemeente

Krimpenerwaard, en/of te Haarzuilens, Kockengen, Breukelen, Nieuwer Ter Aa

(althans) in de gemeente Stichtse Vecht, en/of Kamerik (althans) in de

gemeente Woerden, en/of Boskoop (althans) in de gemeente Alphen aan de Rijn,

en/of Schiphol, (althans) in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in één

of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

al dan niet opzettelijk, (meermalen) één of meer knobbelzwanen (Cygnus olor),

althans dieren behorende tot een beschermde diersoort

te weten

- 5 ( ouderpaar en 3 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres]

(dossier p. 89),

en/of

- 9 ( ouderpaar en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ( [getuige 4]

[getuige 4] broedpaar dossier p. 89),

en/of

- 7 ( ouderpaar en 5 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel]

(dossier p. 90),

en/of

- 4 ( ouderpaar en 2 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] ter hoogte van [nummer] te [woonplaats] ,

(dossier p. 90),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 3 ( ouderpaar en 1 kuiken), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] halverwege te [woonplaats] (dossier p. 91),

en/of

- 8 ( ouder en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 10 ( ouderpaar en 8 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] dossier (dossier p. 91),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij de [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 1 knobbelzwaan met één of meer kuiken(s), althans één of meer

knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 92),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij [adres] (eerste broedpaar dossier p. 550),

(telkens) heeft gedood en/of verwond en/of gevangen en/of bemachtigd en/of

met het oog daarop opgespoord;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 2, 2 en 6 van de Wet op de economische

delicten juncto artikel 9 Flora- en faunawet)

art 9 Flora- en faunawet

3.

hij in of omstreeks de periode van 4 juni 2008 tot en met 7 oktober 2013 te

Nieuwerbrug (althans) in de gemeente Bodegraven -Reeuwijk, en/of te Wilnis

(althans)in de gemeente De Ronde Venen, en/of te Stolwijk, Bergambacht en/of

Schoonhoven (althans) in de gemeente Krimpenerwaard, en/of te Haarzuilens,

Kockengen, Breukelen, Nieuwer Ter Aa (althans) in de gemeente Stichtse Vecht,

en/of Kamerik (althans) in de gemeente Woerden, en/of Boskoop (althans) in de

gemeente Alphen aan de Rijn, en/of Schiphol, (althans) in de gemeente

Haarlemmermeer en/of in elk geval in één of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (meermalen)

al dan niet opzettelijk,

(telkens) heeft gehandeld in strijd met de gestelde voorschriften

en beperkingen bij de ontheffing [nummer] namens de Minister van

Landbouw, natuur en voedselkwaliteit verleend door de Dienst Regelingen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd gehandeld met:

voorwaarde 9

door geen juiste en/of geen volledige administratie bij te houden van de

(ongeringde) knobbelzwanen (Cygnus olor) die hij en/of zijn mededader(s) op 4

juni 2008 onder zich had(den);

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 2, 2 en 6 van de Wet op de economische

delicten juncto artikel 79 lid 2 Flora- en faunawet)

art 79 lid 2 Flora- en faunawet

4.

hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013 tot en met 21 oktober 2014

te Nieuwerbrug (althans) in de gemeente Bodegraven -Reeuwijk, en/of te Wilnis

(althans)in de gemeente De Ronde Venen, en/of te Stolwijk, Bergambacht en/of

Schoonhoven (althans) in de gemeente Krimpenerwaard, en/of te Haarzuilens,

Kockengen, Breukelen, Nieuwer Ter Aa (althans) in de gemeente Stichtse Vecht,

en/of Kamerik (althans) in de gemeente Woerden, en/of Boskoop (althans) in de

gemeente Alphen aan de Rijn, en/of Schiphol,(althans) in de gemeente

Haarlemmermeer, in elk geval in één of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

al dan niet opzettelijk, (meermalen) heeft gehandeld in strijd met de gestelde

voorschriften en beperkingen bij de ontheffing [nummer] namens de

Staatssecretaris van Economische Zaken, verleend door de Dienst Regelingen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd gehandeld met

voorwaarde 6:

door niet te allen tijde (telkens) de legale herkomst van de gehouden

knobbelzwanen (Cygnus olor) aan te kunnen tonen van:

- 5 ( ouderpaar en 3 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] (dossier p. 89),

en/of

- 9 ( ouderpaar en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ( [getuige 4]

[getuige 4] broedpaar dossier p. 89),

en/of

- 7 ( ouderpaar en 5 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel]

(dossier p. 90),

en/of

- 4 ( ouderpaar en 2 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] ter hoogte van [nummer] te [woonplaats] ,

(dossier p. 90),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] ( dossier p. 91),

en/of

- 3 ( ouderpaar en 1 kuiken), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] halverwege te [woonplaats] (dossier p. 91),

en/of

- 8 ( ouder en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 10 ( ouderpaar en 8 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij de [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 1 knobbelzwaan met één of meer kuiken(s), althans één of meer

knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 92),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij [adres] (eerste broedpaar dossier p. 550),

en/of

voorwaarde 7:

- door zich (telkens) ongeringde knobbelzwanen (Cygnus olor) toe te eigenen

die hij en/of zijn mededader(s) op de ingangsdatum van de ontheffing niet

(aantoonbaar) als broedpaar onder zich had/hadden,

met betrekking tot:

- 5 ( ouderpaar en 3 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres]

(dossier p. 89),

en/of

- 9 ( ouderpaar en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel] ( [getuige 4]

[getuige 4] broedpaar dossier p. 89),

en/of

- 7 ( ouderpaar en 5 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] nabij [perceel]

(dossier p. 90),

en/of

- 4 ( ouderpaar en 2 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen aan de [adres] ter hoogte van [nummer] , te [woonplaats] ,

(dossier p. 90)

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen op 26 januari 2014 bij [adres]

[adres] (dossier p. 90),

en/of

- 2 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), aangetroffen bij [adres]

[adres] (dossier p. 90, 276),

en/of

- 33 ( eerstejaars) althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen op

8 februari 2014 bij [adres] (dossier p. 90),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 3 ( ouderpaar en 1 kuiken), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] halverwege te [woonplaats] (dossier p. 91),

en/of

- 8 ( ouder en 7 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 10 ( ouderpaar en 8 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 91),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij de [adres] (dossier p.91),

en/of

- 1 knobbelzwaan met één of meer kuiken(s), althans één of meer

knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91),

en/of

- 8 ( ouderpaar en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en),

waargenomen bij [adres] (dossier p. 92),

en/of

- 7 ( ouder en 6 kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen

bij [adres] (eerste broedpaar dossier p. 550),

en/of

voorwaarde 9:

- door (telkens) geen juiste en/of volledige administratie te voeren van de

op 8 oktober 2013 gehouden (on)geringde knobbelzwanen (Cygnus olor)

en/of

- door geen registratie bij te houden van verkochte knobbelzwanen (Cygnus

olor):

- immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders 33, althans één of

meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen op 8 februari 2014 bij [adres]

[adres] (dossier p. 90), verkocht zonder dit te registreren;

(strafbaarstelling: artikel 1a onder 2, 2 en 6 van de Wet op de economische

delicten juncto artikel 79 lid 2 Flora- en faunawet)

art 79 lid 2 Flora- en faunawet

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013

tot en met 30 juni 2014 te Nieuwerbrug (althans) in de gemeente

Bodegraven -Reeuwijk,en/of te Wilnis (althans) in de gemeente De Ronde Venen,

en/of te Stolwijk, Bergambacht en/of Schoonhoven (althans) in de gemeente

Krimpenerwaard, en/ofte Haarzuilens, Kockengen, Breukelen, Nieuwer Ter Aa

(althans) in de gemeente Stichtse Vecht, en/of Kamerik (althans) in de

gemeente Woerden, en/of Boskoop(althans) in de gemeente Alphen aan de Rijn,

en/of Schiphol, (althans) in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in één

of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

een of meer operaties (leewieken en tatoeages aanbrengen) heeft/hebben

verricht bij dieren, terwijl hij en/of zijn mededaders geen dierenarts is

en/of zijn, en het verrichten van die operaties is niet geschied als beroep,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

(meermalen) diverse knobbelzwanen (Cygnus olor) geleewiekt te weten:

- 1 knobbelzwaan, (dood) aangetroffen nabij [adres]

(dossier p. 96),

en/of

- 8 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), aangetroffen bij de dierenhandel

[naam] te [vestigingsplaats] (dossier p. 97/118),

en/of

- 1 knobbelzwaan, aangetroffen bij vogelopvang [naam] (dossier p. 97/ 118),

en/of

- 6 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (tweede of de Jongbroedpaar dossier p. 98),

en/of

- 6 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (eerste broedpaar dossier p. 550),

en/of

heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

(meermalen) diverse knobbelzwanen (Cygnus olor) getatoeëerd

te weten:

- 33 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen op 8 februari 2014

bij [adres] (dossier p. 90,91,99),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij de [adres]

(dossier p.91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 92/100);

(strafbaarstelling: artikel 7 juncto artikelen 47 en 48 Wet op de Uitoefening

van de Diergeneeskunde 1990)

art 7 lid 1 Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot

en met 21 oktober 2014 te Nieuwerbrug (althans) in de gemeente

Bodegraven -Reeuwijk, en/of te Wilnis (althans) in de gemeente De Ronde Venen,

en/of te Stolwijk, Bergambacht en/of Schoonhoven (althans) in de gemeente

Krimpenerwaard, en/of te Haarzuilens, Kockengen, Breukelen, Nieuwer Ter Aa

(althans) in de gemeente Stichtse Vecht, en/of Kamerik (althans) in de

gemeente Woerden, en/of Boskoop(althans) in de gemeente Alphen aan de Rijn,

en/of Schiphol, (althans) in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in één

of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

diergeneeskundige handelingen heeft/hebben verricht (leewieken en tatoeëren)

terwijl hij en/of zijn mededaders deze handelingen niet beroepsmatig

heeft/hebben verricht en hij en/of zijn mededaders daartoe niet bij of

krachtens artikel 4.1 van de Wet dieren is/zijn toegelaten, immers:

heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders

(meermalen) diverse knobbelzwanen (Cygnus olor) geleewiekt

te weten:

- 2 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), aangetroffen op Schiphol op

27 augustus 2014 (dossier p. 89/98),

en/of

- 3 kuiken(s), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen aan de

[adres] (dossier p. 89, 98),

en/of

- 5 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij het

onverharde deel van de [adres] (dossier p. 730)

en/of

heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

(meermalen) diverse knobbelzwanen (Cygnus olor) getatoeëerd

te weten:

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres] halverwege te [woonplaats]

(dossier p. 91/112),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij de [adres] ( [getuige 4]

[getuige 4] broedpaar dossier p. 89/98),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen aan de [adres] nabij

[perceel] (dossier p. 90/99),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij de [adres]

(dossier p. 91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossierp. 91/100),

en/of

- 1 knobbelzwaan, waargenomen bij [adres]

(dossier p. 92/100);

(strafbaarstelling: artikel 2.9, 8.11 en 8.12 Wet Dieren)

art 2.9 lid 1 Wet dieren

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 september

2014 tot en met 28 januari 2015 te Stolwijk (althans) in de gemeente

Krimpenerwaard, in elk geval in één of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(een) lichamelijke ingreep heeft verricht,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

bij een knobbelzwaan (Cygnus olor), waargenomen aan de [adres]

[adres] nabij [perceel] ( [getuige 4] broedpaar dossier p. 89,98), de

teenvliezen ingeknipt;

(strafbaarstelling artikel 2.8, 8.11 en 8.12 Wet Dieren)

art 2.8 lid 1 ahf/ond a Wet dieren

8.

hij te Nieuwerbrug (althans) in de gemeente Bodegraven -Reeuwijk, en/of te

Wilnis(althans) in de gemeente De Ronde Venen, en/of te Stolwijk, Bergambacht

en/of Schoonhoven (althans) in de gemeente Krimpenerwaard, en/of te

Haarzuilens, Kockengen, Breukelen, Nieuwer Ter Aa (althans) in de gemeente

Stichtse Vecht, en/of Kamerik (althans) in de gemeente Woerden, en/of Boskoop

(althans) in de gemeente Alphen aan de Rijn, en/of Schiphol, (althans) in de

gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in één of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(meermalen) zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter

bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, bij een dier pijn of letsel heeft

veroorzaakt en/of de gezondheid of het welzijn van het dier heeft benadeeld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) betreffende

knobbelzwa(a)n(en) (Cygnus olor)

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013 tot

en met 30 juni 2014:

- bij 10 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), aangetroffen

bij de dierenhandel [naam] te [vestigingsplaats] , pootverwondingen veroorzaakt

en/of 8 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), aangetroffen bij de

dierenhandel [naam] te [vestigingsplaats] (dossier p. 97/ 118), geleewiekt

en/of

- bij 1 knobbelzwaan, aangetroffen op 8 februari 2014 te [adres]

[adres] (dossier p. 90/99/112), pootverwondingen veroorzaakt

en/of

- 1 knobbelzwaan, (dood) aangetroffen nabij [adres]

(dossier p. 96/ 118), geleewiekt

en/of

- 1 knobbelzwaan, aangetroffen bij vogelopvang [naam] (dossier p. 97/118),

geleewiekt

en/of

- 1 knobbelzwaan, aangetroffen bij de [adres] (dossier p. 118),

zodanig geringd dat de pootring is ingegroeid;

en/of

- 1 knobbelzwaan, aangetroffen aan de [adres] (dossier p. 118),

zodanig geringd dat de pootring is ingegroeid;

en/of

- 6 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (tweede of de Jongbroedpaar dossier p. 98, 119),

geleewiekt en/of 2 witte kuiken(s) bij de nek aan elkaar vastgebonden

en/of met (te) veel kracht geringd, waarna deze kuikens zijn overleden;

en/of

- 6 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij

[adres] (eerste broedpaardossier p. 550), geleewiekt;

en/of

- bij een aantal, althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), aangetroffen bij de

[adres] (dossier p. 88, 2361), slagpennen uitgetrokken

en/of

- 8 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), afkomstig van een

weiland grenzend aan [adres] / [adres] (derde

broedpaar dossier p. 638), waar bij het ouderpaar de poten waren

samengebonden, gedurende lange tijd (op een warme dag) in de laadbak van

zijn auto heeft/hebben gehouden, zonder toegang tot water en/of voer;

en

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2014 tot en

met 21 oktober 2014:

- 3 kuiken(s), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen aan de

[adres] (dossier p. 89), geleewiekt en/of bij één

ouderknobbelzwaan de slagpen(nen) getrokken

en/of

- 5 ( kuikens), althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen bij het

onverharde deel van de [adres] (dossier p. 119,730,[761]),

geleewiekt en/of bij één ouderknobbelzwaan de slagpen(nen) uitgetrokken

en/of

- 2 althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), aangetroffen op Schiphol op 27

augustus 2014 (dossier p. 89/98/118), geleewiekt en/of bij één knobbelzwaan

een pootverwonding veroorzaakt,

en/of

- bij 5 kuikens, althans één of meer knobbelzwa(a)n(en), waargenomen aan de

[adres] nabij [perceel] (dossier p.90, 112), een

pootverwonding veroorzaakt,

en/of

- bij 1 knobbelzwaan, waargenomen bij de [adres]

( [getuige 4] broedpaar dossier p. 89), de teenvlezen ingeknipt;

en/of

- bij 1 (kuiken) knobbelzwaan, waargenomen bij [adres] halverwege in [woonplaats]

(dossier p. 91, 112) pootverwondingen veroorzaakt;

(strafbaarstelling: art 36 jo 121 en 122 Gezondheids- en welzijnswet voor

dieren; vanaf 1 juli 2014 art 2.1 lid 1 juncto artikel 8.11 en 8.12 Wet

dieren )

art 36 lid 1 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

9.

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013

tot en met 21 oktober 2014 te Nieuwerbrug (althans) in de gemeente

Bodegraven -Reeuwijk, en/of te Wilnis (althans) in de gemeente De Ronde

Venen, en/of te Stolwijk, Bergambacht en/of Schoonhoven (althans) in de

gemeente Krimpenerwaard, en/of te Haarzuilens, Kockengen, Breukelen, Nieuwer

Ter Aa(althans) in de gemeente Stichtse Vecht, en/of Kamerik (althans) in de

gemeente Woerden, en/of Boskoop (althans) in de gemeente Alphen aan de Rijn,

en/of Schiphol, (althans) in de gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in één

of meer plaatsen in Nederland

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(meermalen) 53, althans één of meer gesloten pootring(en) - elk zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, heeft

vervalst, met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te

gebruiken door telkens opzettelijk valselijk het formaat van die pootring te

manipuleren en/of te veranderen door die gesloten pootring(en)uit te rekken

en/of op te rekken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013

tot en met 21 oktober 2014 te Nieuwerbrug, gemeente Bodegraven -Reeuwijk,

in elk geval in één of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen

(telkens) opzettelijk voorhanden heeft gehad een (of meer) vals(e) en/of

vervalst(e) geschrift(en),

te weten 53, althans één of meer vals(e) of vervalst(e) gesloten pootring(en),

(elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van

enig feit te dienen, als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en

onvervalst,

terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die

geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst,

bestaande die valsheid hierin dat (telkens) opzettelijk valselijk en/of in

strijd met de waarheid die gesloten pootring(en), door uitrekken en/of

oprekken en/of van formaat was/waren veranderd en/of gemanipuleerd;

(strafbaarstelling artikel 225 Sr)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

10.

Primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013

tot en met 21 oktober 2014 te Stolwijk, (althans) in de gemeente

Krimpenerwaard, in elk geval in één of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt

van twee, althans één of meer vals(e) of vervalst(e) gesloten

pootring(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en

onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij knobbelzwanen (Cygnus

olor), waargenomen aan de [adres] (dossier p. 89),

had voorzien van die valse of vervalste pootringen(en) en bestaande die

valsheid of vervalsing hierin dat die gesloten pootring(en)

- met nummer [nummer] (dossier p. 143)

en/of

- met nummer [nummer] (dossier p. 143)

voorzien was/waren van stukjes gebogen metaal waardoor het formaat van die

gesloten pootring(en) was/waren veranderd en/of gemanipuleerd;

(strafbaarstelling artikel 225 Sr)

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013

tot en met 21 oktober 2014 te Stolwijk, (althans) in de gemeente

Krimpenerwaard, in elk geval in één of meer plaatsen in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt

van twee, althans één of meer vals(e) of vervalst(e) gesloten

pootring(en), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs

van enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) (telkens) echt en

onvervalst, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden

dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en

onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij knobbelzwanen (Cygnus

olor), waargenomen aan de [adres] (dossier p. 89),

had voorzien van die valse of vervalste pootringen(en) en bestaande die

valsheid of vervalsing hierin dat die gesloten pootring(en)

- met nummer [nummer] (dossier p. 143)

en/of

- met nummer [nummer] (dossier p. 143)

voorzien was/waren van stukjes gebogen metaal waardoor het formaat van die

gesloten pootring(en) was/waren veranderd en/of gemanipuleerd;

(strafbaarstelling artikel 225 Sr)

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

1 Artikel 1a onder 2˚ jo 2 lid 1 en 6 lid 1 onder 2˚ van de Wet op de economische delicten.

2 Artikel 91 jo. 70 lid 1 aanhef en onder 2˚ Wetboek van Strafrecht.

3 Artikel 91 jo. 70 lid 1 aanhef en onder 1˚ Wetboek van Strafrecht.

4 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier van de Eenheid Midden-Nederland, Dienst Regionale Recherche, Team Milieu, met onderzoeksnummer 09RMT14007, onderzoeksnaam “09Bosuil-01)” en gedateerd 18 maart 2015, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

5 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] van 9 januari 2016, pagina 22.

6 Idem.

7 Een geschrift, te weten een brief van [A] , werkzaam bij de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, van 8 oktober 2013.

8 De verklaring van [medeverdachte 3] van 9 januari 2015, pagina 29.

9 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 19 juli 2014, pagina 371.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] van 24 juli 2014.

11 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 september 2014, pagina 316.

12 Idem, pagina 317.

13 Idem, pagina 316.

14 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 19 juli 2014, pagina 371.

15 Idem.

16 Idem, pagina 372.

17 Idem.

18 Het proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2015, pagina 289.

19 Het proces-verbaal van bevindingen van 2 september 2014, pagina 318.

20 Idem, pagina 317 en 318.

21 Het proces-verbaal van bevindingen van 19 juli 2014, pagina 131.

22 Idem.

23 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2014, pagina 134.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2014, pagina 143 en het proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2014, pagina 144.

25 Het geschrift te weten een verslag betreffende de bevindingen bij een volwassen knobbelzwaan, aangeboden ter evaluatie op 28 januari 2015 door medewerkers van de politie Utrecht, opgemaakt op 10 februari 2015 door [verbalisant 1] , en [verbalisant 2] , werkzaam als universitair docent en erkend vogelspecialist op de afdeling Vogels & Bijzondere Dieren van de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht, pagina 2497 en 2498.

26 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 29 januari 2015, pagina 74.

27 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 19 juli 2014, pagina 371 en het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] van 24 juli 2014, pagina 409.

28 Art. 5 en 6 van het Besluit van 28 november 2000 houdende regels voor het bezit en vervoer van en de handel in beschermde dier- en plantensoorten (Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten).

29 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] van 8 oktober 2014, pagina 340.

30 Idem, pagina 342.

31 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2014, pagina 143 en het proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2014, pagina 144.

32 Idem, pagina 325.

33 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] van 8 oktober 2014, pagina 363 tot en met 364.

34 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] van 5 februari 2015.

35 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 29 januari 2015, pagina 72 en 73.

36 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] van 9 januari 2015, pagina 24 en het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] van 4 februari 2015, pagina 59.

37 Het proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 29 januari 2015, pagina73.

38 Een geschrift, te weten een ontheffing van de verplichting genoemd in artikel 6, lid 1, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten dat gefokte vogels voorzien dienen te zijn van een pootring, voor knobbelzwanen (Cygnus olor) die bedrijfsmatig, met het oog op de productie, gefokt zijn, van 8 oktober 2013, pagina 2350 en 2351.

39 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 11 april 2016.

40 Een geschrift, te weten een diergeneeskundige verklaring met betrekking tot het uitvoeren van specifieke ingrepen (leewieken/tatoeëren) bij zwanen van 22 juli 2014, van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden werkzaam als vogelspecialist aan de faculteit Diergeneeskunde te Utrecht, pagina 979.

41 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 8 oktober 2014, pagina 325, 326, 327, 329 en 330.

42 Idem, pagina 325.

43 Idem, pagina 363 tot en met 364.

44 Idem, pagina 334, 338 en 339.

45 Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] van 5 februari 2015.

46 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 11 april 2016.