Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3609

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-06-2016
Datum publicatie
01-07-2016
Zaaknummer
C/16/417324 / KG RK 16-551
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

uitstel veiling uitleg artikelen 516 en 518 Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/417324 / KG RK 16-551

Beschikking van de voorzieningenrechter van 21 juni 2016

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

advocaat mr. H. Loonstein,

en

1 NOTARIS [verweerder sub 1] ,

kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: [verweerder sub 1] ,

verschenen in persoon,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EYE(S)CAN B.V.,

gevestigd te Utrecht,

belanghebbende,

hierna te noemen: Eyescan,

advocaat mr. H.M. Punt,

3. de stichting

STICHTING POLIKLINISCH MEDISCH CENTRUM,

gevestigd te Utrecht,

belanghebbende,

hierna te noemen: SPMC,

advocaat mr. H.M. Punt.

Eyescan en SPMC zullen hierna samen Eyescan c.s. worden genoemd, in vrouwelijk enkelvoud.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van [verzoekster] , ingediend op 7 juni 2016,

- de akte nadere producties van [verzoekster] van 17 juni 2016,

- de tweede akte nadere producties van [verzoekster] van 17 juni 2016,

- de derde akte nadere producties van [verzoekster] van 17 juni 2016,

- de akte producties van Eyescan c.s. van 17 juni 2016,

- de pleitnotitie van [verzoekster] ,

- de pleitnotitie van Eyescan c.s. (getiteld “Verweerschrift tevens pleitnota (…)”),

- de akte van [verweerder sub 1] , ter zitting overgelegd,

- de mondelinge behandeling van het verzoekschrift op 20 juni 2016, waarbij aanwezig zijn geweest:

- [verzoekster] ,

- haar advocaat, mr. Loonstein,

- haar echtgenoot, de heer [A] (hierna: [A] ),

- [verweerder sub 1] ,

- de heer [B] , bestuurder van Eyescan,

- mr. H.M. Punt, advocaat van belanghebbenden.

1.2.

Ten slotte is beschikking bepaald.

1.3.

Op 21 juni 2016 is een beschikking in verkorte vorm uitgesproken.

Deze beschikking vormt de genoemde nadere schriftelijke uitwerking.

2 De feiten

2.1.

[verzoekster] en [A] zijn gehuwd in algemene gemeenschap van goederen. Zij zijn samen eigenaar van het woonhuis op het adres [adres] , [woonplaats] (hierna: het woonhuis) en wonen daar ook.

2.2.

Bij vonnis van deze rechtbank van 2 december 2015 heeft de rechtbank een vorde-ring van Eyescan op [A] toegewezen ten bedrage van circa € 293.512,04, inclusief kosten (hierna: de vordering). Deze veroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en levert een executoriale titel op.

2.3.

Eyescan c.s. heeft in verband met de vordering conservatoir beslag gelegd op het woonhuis. [A] is met de betaling van de vordering in verzuim en Eyescan c.s. heeft de executoriale verkoop van het woonhuis gestart.

De hypotheekhouders hebben niet te kennen gegeven hun recht van overname van executie te willen uitoefenen, althans hebben daartoe geen actie ondernomen. [verweerder sub 1] is aangesteld als veilingnotaris.

2.4.

De veiling van het woonhuis is eerst bepaald op 18 april 2016 in Amsterdam. Daarna is de veilingdatum verzet naar 23 mei 2016 en vervolgens verzet naar 13 juni 2016. Op 11 mei 2016 is de executieveiling op de veiling van 13 juni 2016 aan [verzoekster] aangezegd. Bij gewone brief van 13 mei 2016 heeft [verweerder sub 1] de veilingvoorwaarden voor de veiling van 13 juni 2016 aan [A] verstuurd. [A] heeft bij monde van mr. Loon-stein op of circa 17 mei 2016 aan [verweerder sub 1] laten weten dat hij de veilingvoorwaar-den niet heeft ontvangen. Daarop is besloten de veilingdatum van 13 juni 2016 te verplaat-sen naar 27 juni 2016. Bij exploot van 26 mei 2016 is de executieveiling van 27 juni 2016 zowel aan [verzoekster] als aan [A] aangezegd.

2.5.

[verweerder sub 1] heeft op 20 mei 2016 opnieuw een akte verleden met de vast-stelling van de veilingvoorwaarden voor de veilig van 27 juni 2016.

Bij brief van 20 mei 2016 heeft [verweerder sub 1] die veilingvoorwaarden aan [A] verstuurd. In die veilingvoorwaarden is onder andere opgenomen: “Verkoper stelt bij deze vast de voorwaarden waaronder het hierna te vermelden object op zevenentwintig juni tweeduizend zestien zal worden geveild in De Rode Hoed, Keizersgracht 102, te 1015 CV Amsterdam, of zoveel later als de verkoper zal bepalen”.

2.6.

De executie van het woonhuis is op de website van de Eerste Amsterdamse On-roerend Goed Veiling (www.eaogv.nl, hierna: de Eoagv-site) gepubliceerd. Op de Eoagv-site is op de startpagina vermeld “DE VEILING START STIPT OM 18.00 UUR”. Het woon-huis staat op de Eoagv-site als te veilen object bij de veilingdatum van 13 juni 2016 ver-meld, met daarbij in het rood vermeld “**bericht 19 mei 2016: UITGESTELD NAAR 27 juni 2016”. Het woonhuis staat als te veilen object vervolgens bij de veilingdatum van 27 juni 2016 vermeld.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoekster] verzoekt de voorzieningenrechter op de voet van artikel 518 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) te bepalen dat de veiling van het woonhuis niet op 27 juni 2016 zal plaatsvinden, maar op een latere dag en uur en/of overigens de veilingvoor-waarden te wijzigen, althans en in ieder geval te bepalen dat de verkoop op een andere wijze en/of op een andere dag en tijdstip plaatsvindt, kosten rechtens.

3.2.

Ter onderbouwing van dat verzoek heeft [verzoekster] bij haar verzoekschrift aangevoerd dat de publicatie van de veiling van het woonhuis op de Eoagv-site onduidelijk en/of onvol-doende is, dat de veiling ten minste ook had moeten worden gepubliceerd op www.veiling-biljet.nl en/of op www.veilingnotaris.nl. Verder doet [verzoekster] er een beroep op dat de veiling-voorwaarden niet aan [verzoekster] zijn meegedeeld. Bij de mondelinge behandeling van 20 juni 2016 heeft [verzoekster] de gronden verder aangevuld. Volgens [verzoekster] zijn de veilingvoorwaarden van 20 mei 2016 onjuist, bevat de brief van 20 mei 2016 van [verweerder sub 1] aan [A] de onjuiste mededeling dat de veiling op 26 juni 2016 plaatsvindt, is het vonnis van de rechtbank van 2 december 2015 alleen gewezen tussen Eyescan en [A] en kan Eye-scan c.s. daarom alleen de onverdeelde helft van het woonhuis laten veilen. Tenslotte heeft [verzoekster] aangevoerd dat in een nog te voeren kort geding aan de orde kan komen dat voor haar een noodtoestand ontstaat door de gedwongen verkoop van het woonhuis. Ten slotte voert zij aan dat hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van 2 december 2015, waarin nog geen uitspraak is gedaan.

3.3.

[verweerder sub 1] heeft ter zitting van 20 juni 2016 meegedeeld dat weliswaar de veilingvoorwaarden niet aan [verzoekster] zijn verstuurd, maar dat er vanuit kan worden gegaan dat zij daarvan kennis heeft genomen, omdat [A] de veilingvoorwaarden wel heeft ontvangen en mr. Loonstein, die kennis heeft van de veilingvoorwaarden, zowel optreedt voor [verzoekster] als voor [A] . Verder heeft [verweerder sub 1] zich op het standpunt gesteld dat de vermelding van de veiling en de gewijzigde veilingdata op de Eoagv-site gebruikelijk en duidelijk is.

3.4.

Eyescan c.s. concludeert dat het verzoek moet worden afgewezen. Ter onderbou-wing daarvan heeft Eyescan c.s. het volgende aangevoerd. [verzoekster] is niet-ontvankelijk in haar verzoek, omdat artikel 518 Rv niet de juiste rechtsingang biedt. Volgens Eyescan ziet de procedure van artikel 518 Rv niet op de wijze van bekendmaking van de veiling en niet op eventuele formele gebreken daaraan. Evenmin ziet artikel 518 Rv. op geschillen over de toezending van de veilingvoorwaarden. Daarnaast is volgens Eyescan c.s. de wijziging in de veilingdatum op de Eoagv-site op de juiste manier verwerkt en weergegeven. Volgens Eye-scan is publicatie op de Eoagv-site voldoende en is bovendien de veiling van het woonhuis daarnaast nog onverplicht gepubliceerd in Het Parool. Volgens Eyescan c.s. kan [verzoekster] geen gevolgen verbinden aan de omstandigheid dat aan haar de veilingvoorwaarden niet zijn toe-gezonden, onder andere omdat zij niet in haar belangen is geschaad. Uit het feit dat [verzoekster] en [A] samen wonen in het woonhuis volgt dat zij heel waarschijnlijk wel degelijk kennis heeft genomen van de veilingvoorwaarden, ook omdat er al sinds 20 mei 2016 vei-lingvoorwaarden op de Eoagv-site staan gepubliceerd. Bij de mondelinge behandeling van 20 juni 2016 heeft Eyescan c.s. zich op het standpunt gesteld dat zij nog nader wenst te rea-geren op de door [verzoekster] ter zitting nieuw aangedragen gronden, indien deze dragend zijn voor de in deze procedure te nemen beslissing.

4 De beoordeling

4.1.

Het verzoek van Eyescan om de behandeling van het verzoek aan te houden ten-einde haar in de gelegenheid te stellen om nog nader te reageren op de van de zijde van [verzoekster] bij gelegenheid van de mondelinge behandeling aangevoerde verweren wordt afge-wezen. Op grond van artikel 238 Rv. is [verzoekster] bevoegd de gronden van haar verzoek te veranderen en te vermeerderen. Hetgeen zij bij de mondelinge behandeling nog heeft aange-voerd, ligt voor Eyescan voorzienbaar in het verlengde van hetgeen reeds in het inleidend verzoekschrift is aangevoerd. Daarbij komt dat ook de aard van het geding zich tegen aan-houding verzet en Eyescan zich bij gelegenheid van de mondelinge behandeling zodanig heeft kunnen verweren dat zij niet in enig procesbelang is geschaad.

4.2.

Artikel 518, eerste lid Rv. luidt als volgt: “ Geschillen over de veilingvoorwaar-den, over de wijze van verkoop of over dag, uur of plaats daarvan, dan wel, via welke web-site en gedurende welke periode er kan worden geboden, worden op verzoek van de meest gerede partij of van de notaris beslist door de voorzieningenrechter van de rechter in welker rechtsgebied de zaken geheel of grotendeels zijn gelegen, onverminderd de bevoegdheid van hen wier rechten bij executie niet worden geëerbiedigd zich daartegen overeenkomstig arti-kel 538 te verzetten.” .

Het woonhuis is gelegen te [woonplaats] en het geschil dat partijen verdeeld houdt betreft de vei-lingvoorwaarden en/of de wijze van verkoop van het woonhuis, waartegen [verzoekster] bezwaren heeft. [verzoekster] moet daarom worden aangemerkt als de meest gerede partij als bedoeld in arti-kel 518, eerste lid Rv en heeft de juiste rechtsingang gekozen. Zij kan daarom in haar ver-zoek worden ontvangen.

4.3.

Op grond van artikel 516, eerste lid Rv. zal geen verkoop kunnen plaatsvinden dan na verloop van dertig dagen, nadat zij door aankondiging op een of meer algemeen toe-gankelijke websites zal zijn bekend gemaakt.

Strikt genomen voldoet de publicatie van de veiling op de Eoagv-site aan die eisen omdat die site algemeen toegankelijk is en er geen drempels zijn tot de toegang van die site in de vorm van wachtwoord en/of gebruikersnaam.

Iets anders is of de enkele publicatie van de veiling van het woonhuis op Eoagv-site voldoet aan de aard en strekking van artikel 516 Rv. Niet voor niets wordt in dat artikel gesproken over een of meer websites. Het doel van de publicatie van een veiling is het bereiken van een zo groot mogelijk publiek, teneinde een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren. Uit de naamgeving van de Eoagv-site en uit het aanbod daarop valt gemakkelijk de conclusie te trekken dat de site zich voornamelijk richt op te veilen huizen in en rondom Amsterdam en dus, zoals [verzoekster] aanvoert, voornamelijk lokaal geïnteresseerden trekt. Het feit dat de vei-ling van het woonhuis ook gepubliceerd is in de krant Het Parool maakt dat niet ander. Het Parool is een op Amsterdam gerichte krant.

Het te veilen woonhuis is in [woonplaats] gelegen. [verweerder sub 1] had dan ook moeten ingaan op het bezwaar van [verzoekster] , inhoudende dat de veiling niet óók is gepubliceerd op meer lan-delijk gerichte websites zoals www.veilingbiljet.nl en/of op www.veilingnotaris.nl. De en-kele omstandigheid dat op de Eoagv-site ook enkele objecten (ver) buiten Amsterdam staan, zoals Eyescan c.s. aanvoert, maakt op zichzelf nog niet dat die site een zodanig landelijk pu-bliek trekt dat voldoende belangstelling bij een relevant koperspubliek wordt gewekt voor een te veilen pand in [woonplaats] . Op grond hiervan is de voorzieningenrechter in dit geval van oordeel dat de enkele publicatie op de Eoagv-site onvoldoende is om een zodanig koperspu-bliek te trekken dat een zo hoog mogelijke opbrengt op de veiling wordt gegenereerd en dus dat daarmee niet aan de eisen en de strekking van artikel 516 Rv. is voldaan. De veiling moet daarom worden uitgesteld teneinde aan de eisen van artikel 516 Rv. te voldoen.

4.4.

Ter zitting van 20 juni 2016 heeft [A] verklaard dat hij om hem moverende redenen alle brieven van [verweerder sub 1] en exploten over de aangezegde veilingdata niet aan [verzoekster] heeft gegeven of daarover mededelingen aan haar heeft gedaan. [verzoekster] heeft ver-klaard dat zij pas anderhalve week vóór de zitting van 20 juni 2016 op de hoogte is geraakt van de veiling van haar woonhuis. De voorzieningenrechter is van oordeel dat wat betreft de uitgebrachte exploot van 26 mei 2016 die omstandigheid niet voor rekening komt van Eyescan c.s., hoewel [verweerder sub 1] wel is aan te merken als hulppersoon van Eyescan c.s. omdat zij het vonnis van 2 december 2015 executeert en zij daartoe [verweerder sub 1] heeft aangewezen.

Het exploot van 26 mei 2016 waarin de veiling van 27 juni 2016 wordt aangezegd is zowel gericht aan [A] als aan [verzoekster] en het exploot aan [verzoekster] is de juiste wijze, zoals ver-meld in artikel 47 Rv., aan haar betekend. [verzoekster] is dus op de juiste wijze in kennis gesteld van de veiling.

[verweerder sub 1] heeft de veilingvoorwaarden voor de veiling van 27 juni 2016 wel aan [A] toegezonden niet aan [verzoekster] , ook niet nadat hij door mr. Loonstein op dit feit is gewezen. [verweerder sub 1] heeft daarmee het risico genomen dat de veilingvoorwaarden [verzoekster] niet (tijdig en op de voorgeschreven wijze) zouden bereiken. Dat risico heeft zich verwezenlijkt, zoals de voorzieningenrechten bij de mondelinge behandeling heeft vast-gesteld.

Dat de veilingvoorwaarden ook staan gepubliceerd op de Eoagv-site maakt dat niet anders, omdat niet is gesteld of gebleken dat [verzoekster] wist of had kunnen weten dat de veiling op die site was gepubliceerd.

Dat de veilingvoorwaarden [verzoekster] niet hebben bereikt, brengt verder mee dat [verzoekster] niet op de hoogte had kunnen en hoeven te zijn van de specifieke voorwaarden waaronder het woonhuis zou worden verkocht en om welke reden. Door die gang van zaken is zij in voor haar rechtens relevante belangen zodanig geschaad dat ook daarom de veiling moet worden uitgesteld. Het betreft het woonhuis van [verzoekster] , terwijl zij geen schuldenaar is van Eyescan c.s. [verzoekster] is door deze gang van zaken niet in staat geweest haar belangen, bijvoorbeeld in een procedure op de voet van artikel 538 Rv. veilig te stellen. Het belang van Eyescan c.s. om snel voldoening van haar vordering op [A] te verkrijgen weegt vanwege het feit dat de door [verweerder sub 1] begane vormfouten voor rekening en risico van Eyescan c.s. dienen te komen niet op tegen het belang van [verzoekster] bij uitstel van de veiling en vervolgens een ordentelijk verloop van de veiling.

4.5.

De slotsom van hetgeen hiervoor is overwogen, is dat de veiling van het woonhuis in dit geval buiten publicatie op de Eoagv-site ook op www.veilingbiljet.nl en/of op www.veilingnotaris.nl moet worden gepubliceerd en dat het niet meedelen van de veiling-voorwaarden aan [verzoekster] in de weg staat aan het laten doorgaan van de veiling van 27 juni 2016.

Dit brengt mee dat het verzoek moet worden toegewezen, in die zin dat de veiling van het woonhuis wordt uitgesteld naar de eerstvolgende veilingdatum ná 27 juni 2016, welke datum volgens vermelding op de Eoagv-site 26 september 2016 zal zijn. De overige door de belanghebbenden aangevoerde punten behoeven om geen (verdere) beoordeling.

4.6.

Als de in het ongelijk gestelde partij, zal Eyescan c.s. in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verzoekster] worden tot aan dit vonnis begroot op € 79,00 aan griffierecht en € 816,00 aan salaris advocaat, samen € 895,00.

4.7.

Tot slot wijst de voorzieningenrechter er op dat in de kop-staart beschikking van 21 juni 2016 bij het dictum het onderdeel 5.3 ontbreekt. Dit betreft een fout bij de doornumme-ring en heeft geen invloed op de inhoud van het dictum.

Verder staat daarin in punt 5.2. een onjuiste datum en moet in plaats van 29 juni 2016 gelezen worden 27 juni 2016. Dit wordt thans ambtshalve op de voet van artikel 31 Rv. gecorrigeerd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst het verzoek als hierna bepaald toe;

5.2.

bepaalt dat de veiling van het woonhuis op het adres [adres] , [woonplaats] moet worden verplaatst van 27 juni 2016 naar de veiling van 26 september 2016 op de Executieveilingen Amsterdam om 18:00 uur in gebouw “De Rode Hoed”, Keizersgracht 102 te Amsterdam;

5.4.

bepaalt dat bovengenoemde veiling behalve op de Eoagv-site, met inachtneming van de wettelijke voorschriften, ook moet worden gepubliceerd op de website www.veilingbiljet.nl en/of op www.veilingnotaris.nl;

5.5.

veroordeelt Eyescan c.s. in de proceskosten, tot aan dit vonnis begroot op € 895,00, waaronder € 816,00 aan salaris advocaat;

5.6.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.C. Heuveling van Beek en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2016.