Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3498

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-06-2016
Datum publicatie
29-06-2016
Zaaknummer
16.659454-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 29-jarige man uit Almere wordt veroordeeld tot 18 maanden cel voor poging tot doodslag en verboden wapenbezit in Lelystad in 2015. Een 30-jarige man uit Almere en een 26 en 31-jarige man uit Lelystad worden niet veroordeeld voor hen aandeel in de vechtpartij.

De Almeerder ging samen met zijn broer verhaal halen over een sterke wietlucht die zij roken bij de woning van hun moeder. Uiteindelijk is de situatie geëscaleerd en is er een vechtpartij ontstaan tussen de twee mannen uit Almere en twee mannen uit Lelystad. De mannen moesten zich alle vier verantwoorden voor de rechtbank.

Het feit dat de Almeerder een geladen vuurwapen meenam toen hij verhaal ging halen heeft ertoe geleid dat de situatie heeft kunnen escaleren, aldus de rechtbank. De man schoot het slachtoffer in zijn borst. Er mag dan ook van geluk worden gesproken dat het slachtoffer dit heeft overleefd. Bij het opleggen van de straf is rekening gehouden met het feit dat de man zelf ook fors gewond raakte. Hij houdt een zichtbaar litteken over in zijn gezicht.

De broer van de Almeerder wordt niet veroordeeld voor poging tot doodslag omdat hij het wapen van zijn broer alleen heeft opgepakt toen hij vluchtte. Hij was bang dat het wapen anders tegen hem of zijn broer gebruikt zou worden. De rechtbank vindt deze situatie aannemelijk en ontslaat de man van alle rechtsvervolging.

De twee mannen uit Lelystad worden ook ontslagen van alle rechtsvervolging. De ene man had de schutter met een honkbalknuppel een gebroken pols geslagen. De tweede man, die was neergeschoten, stak de schutter in het gezicht nadat hij was beschoten. De rechtbank oordeelt dat de mannen uit Lelystad uit noodweer handelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16.659454-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1985] te Curaçao (Nederlandse Antillen),

wonende te [woonplaats] ,

thans uit andere hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring in Grave.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzittingen van 2 oktober 2015,

18 december 2015 en 14 juni 2016. Op laatstgenoemde datum is de zaak inhoudelijk behandeld. Hierbij is de verdachte verschenen, bijgestaan door mr. M.A.W. Nillesen, advocaat te ’s-Hertogenbosch.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie mr. J. Zeilstra en van de standpunten door de raadsman en verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 juni 2015 te Lelystad, althans in het arrondissement Midden-Nederland, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, te weten de [adres] , in elk

geval op of aan een openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit het meermalen (met kracht) slaan, stompen en schoppen tegen het hoofd en lichaam van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] , en het snijden en/of steken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht, het hoofd, de rug en de arm, in elk geval in het lichaam van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en het slaan met een honkbalknuppel tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] ,

terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een gebroken pols voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten.

De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen in die zin dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld tegen [slachtoffer 1] en daarbij met een honkbalknuppel die [slachtoffer 1] een gebroken pols heeft geslagen. De officier van justitie heeft zich daarbij met name gebaseerd op de verklaringen van [slachtoffer 1] en [getuige 1] , op het letsel dat bij [slachtoffer 1] is geconstateerd en op het feit dat verdachte blijkens het dossier de enige is geweest die een knuppel naar het gevecht heeft kunnen meenemen.

De officier van justitie heeft zijn standpunt verwoord in het ter zitting overgelegde requisitoir.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is primair van mening dat wegens gebrek aan bewijs niet tot een bewezenverklaring van het aan verdachte tenlastegelegde kan worden gekomen. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer.

De raadsman heeft zijn standpunt verwoord in het ter zitting overgelegde pleidooi.

Het oordeel van de rechtbank 1

Op 20 juni 2015 om 23.38 uur komt bij de politie de melding binnen dat er op de [adres] in [woonplaats] een persoon in elkaar zou worden geslagen en er mogelijk geschoten zou zijn. De politie gaat ter plaatse en treft twee gewonde personen aan. Op het trottoir ligt een man met een plas bloed bij zijn hoofd, de latere verdachte [verdachte] (hierna: [verdachte] ). In het portiek ligt een man met een bebloed t-shirt die neergeschoten zou zijn, de latere verdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ).2

Op 21 juni 2015 om 00.05 uur komt bij de politie vervolgens de melding binnen dat op de [adres] in [woonplaats] een persoon gewond zou zijn aangekomen. De woning op de [adres] ligt op betrekkelijk korte afstand van de [adres] . De politie treft in de woning een persoon aan, de latere verdachte [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ). [slachtoffer 1] heeft een grote, diepe wond op zijn rechterwang.3 Tijdens een doorzoeking in deze woning later die nacht wordt in een kast achter een trolley nog een gewonde persoon gevonden met bloed op zijn kin en zijn shirt, de latere verdachte [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ).4

De vier personen worden aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de vechtpartij op de [adres] . Uit de verklaringen blijkt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij de woning van [medeverdachte] hebben aangebeld, omdat zij een sterke wietlucht roken in de woning van hun moeder.5 Dit gesprek is uit de hand gelopen, waarop [medeverdachte] [verdachte] heeft gebeld om hem te komen helpen.6 Uiteindelijk is de situatie geëscaleerd en is er een vechtpartij ontstaan, waarbij met een vuurwapen is geschoten, met een mes is gestoken en met een honkbalknuppel is geslagen.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij door [medeverdachte] werd geslagen. Hij voelde direct bloed vloeien op zijn gezicht en het bleek dat hij door [medeverdachte] met een mes was gestoken.7 Daarna werd hij door [verdachte] met een honkbalknuppel hard op zijn rechterarm ter hoogte van zijn pols geslagen.8 Als gevolg hiervan was zijn onderarm gebroken.9

De arts constateert bij [slachtoffer 1] een snijwond op zijn wang. De onderarm van [slachtoffer 1] zat in het gips hetgeen past bij een breuk van het polsgewricht.10

De politie heeft in de nabijheid van de [adres] in het water een honkbalknuppel aangetroffen.11 [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij deze honkbalknuppel tijdens de vechtpartij op de grond zag liggen en dat hij deze had opgepakt en verderop in het water had gegooid.12 [getuige 2] heeft verklaard dat zij tijdens het gevecht een knuppel voorbij had zien komen.13

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij zijn vriend [verdachte] belde toen de twee mannen bij hem aan de deur stonden en raar deden. [verdachte] is naar hem toegekomen om hem te helpen. In de vechtpartij die vervolgens was ontstaan had hij [slachtoffer 1] met een mes gestoken.14

Verdachte heeft verklaard dat hij op de avond van 20 juni 2015 werd gebeld door zijn vriend [medeverdachte] die zei dat er problemen waren met twee jongens die voor zijn deur stonden. Verdachte hoorde dat [medeverdachte] bang was en hij was naar hem toegereden om hem te helpen.15

De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte] verdachte heeft gebeld en dat verdachte vervolgens naar [medeverdachte] toe is gegaan om hem te helpen. In het gevecht dat daarop volgt is [slachtoffer 1] door [medeverdachte] met een mes in zijn gezicht gestoken en heeft verdachte [slachtoffer 1] met een honkbalknuppel op zijn pols geslagen, waardoor de pols van [slachtoffer 1] is gebroken. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat de gebroken pols van [slachtoffer 1] op een andere wijze dan door het slaan met de honkbalknuppel is veroorzaakt, alsmede niet dat een ander dan verdachte [slachtoffer 1] met de honkbalknuppel heeft geslagen.

De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , waarbij het door verdachte gepleegde geweld een gebroken arm voor die [slachtoffer 1] tot gevolg heeft gehad, en in die zin het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.

Nu wegens gebrek aan bewijs niet vastgesteld kan worden dat verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer 1] hebben geslagen of geschopt of gestompt, alsmede niet dat zij enige geweldshandeling, zoals tenlastegelegd, tegen [slachtoffer 2] heeft/hebben gepleegd zal de rechtbank verdachte in zoverre van feit 3 vrijspreken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 20 juni 2015 te Lelystad openlijk, te weten op de openbare weg, te weten de [adres] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het steken met een mes in het gezicht van die [slachtoffer 1] en het slaan met een honkbalknuppel tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] , terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een gebroken pols voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

7 STRAFBAARHEID

Sprake van noodweer

De raadsman heeft bepleit dat verdachte - indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt - dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens een geldig beroep op noodweer. De raadsman heeft daarbij betoogd dat verdachte één keer met een honkbalknuppel heeft geslagen om het vuurwapen, waarmee werd geschoten op zijn vriend [medeverdachte] , uit de hand van [slachtoffer 1] te slaan, hetgeen proportioneel en subsidiair genoemd kan worden.

De rechtbank stelt vast dat verdachte door zijn vriend [medeverdachte] was gebeld dat er problemen waren en dat verdachte aan de stem van [medeverdachte] hoorde dat hij bang was. Als verdachte bij de woning van [medeverdachte] aankomt ziet hij dat [slachtoffer 1] voor [medeverdachte] staat met een vuurwapen in zijn hand. Daarop is verdachte naar [slachtoffer 1] toegelopen en heeft hij met een honkbalknuppel tegen de arm van [slachtoffer 1] geslagen van de hand waarmee [slachtoffer 1] het vuurwapen vasthield.

In deze situatie is het handelen van [slachtoffer 1] aan te merken als een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van het lijf van [medeverdachte] . Verdachte moest en mocht zich daartegen verdedigen. Verdachte had in de situatie van het heftige geweldsincident op dat moment geen andere middelen om adequaat op de aanval te reageren. Hij heeft één keer met de honkbalknuppel geslagen op de onderarm van de hand in welke [slachtoffer 1] het vuurwapen vast had. Verdachte heeft hiermee de grenzen van de noodzakelijke verdediging niet overschreden. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden het beroep op noodweer slaagt.

Het feit is niet strafbaar en verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

8a DE BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend naar aanleiding van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] dient in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard nu de verdachte voor het aan hem tenlastegelegde en bewezenverklaarde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

8b DE BENADEELDE PARTIJ [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend naar aanleiding van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] dient in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard nu de verdachte van het aan hem ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken voor zover dit feit ziet op [slachtoffer 2] .

9 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde feit niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

Benadeelde partijen

- bepaalt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in hun vorderingen

niet-ontvankelijk zijn en dat zij hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn en K.G. van de Streek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juni 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2015189145 (ART27), doorgenummerd blz. 1 tot en met blz. 750, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 1.

3 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 17.

4 Proces-verbaal van aanhouding, blz. 495 en proces-verbaal van bevindingen naamswijziging blz. 28.

5 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte, blz. 465.

6 Verklaring van [verdachte] bij de RC d.d. 18 maart 2016 en de verklaring van [medeverdachte] , blz. 609.

7 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte, blz. 465 en bevel tot inverzekeringstelling blz. 419

8 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte, blz. 466.

9 Bevel tot inverzekeringstelling, blz. 419.

10 Geneeskundige verklaring d.d. 30 juni 2015, opgemaakt door E.I. Hofstra, forensisch arts, blz. 430 en 431.

11 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 5.

12 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte, blz. 528.

13 Verklaring getuige [getuige 2] , afgelegd ter terechtzitting van 14 juni 2016.

14 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte, blz. 609.

15 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 juni 2016.