Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3451

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-06-2016
Datum publicatie
28-06-2016
Zaaknummer
16/661027-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man heeft zich in een periode van 2010 tot en met 2012 in Zeist schuldig gemaakt aan verduistering. De verdachte heeft geldbedragen van cliënten toegeëigend waarvoor hij de financiële administratie voerde. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661027-15 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 27 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1959] te [geboorteplaats]

wonende aan [adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 mei 2016, waarbij de officier van justitie, verdachte en zijn raadsman mr. T. Kemper, advocaat te Oss, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

zich al dan niet samen met een ander op één of meer tijdstippen in de periode van 25 februari 2010 tot en met 29 juni 2012 te Zeist schuldig heeft gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, dan wel aan diefstal door middel van een valse sleutel.

3 Voorvragen

3.1

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De standpunten van de verdediging en de officier van justitie

De raadsman heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de strafvervolging. De raadsman heeft dit onderbouwd door te stellen dat de administratie van [naam] en de cliënten van [naam] , die door verdachte is bijgehouden, op enig moment is afgegeven aan [naam] in het kader van een civiele procedure. Indien de onderhavige strafzaak gelijk na de eerste aangifte van [naam] (in 2011) was opgepakt en niet jaren later, was deze administratie nooit verloren gegaan. Met deze administratie had verdachte zijn facturen kunnen onderbouwen en een adequate verdediging kunnen voeren. Dit, in samenhang bezien met het feit dat de redelijke termijn ruimschoots is overschreden zonder dat dit aan de verdediging te wijten is, maakt dat er geen sprake is van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) en dus van schending van dat artikel, hetgeen er toe dient te leiden dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een schending van artikel 6 EVRM en dat het Openbaar Ministerie derhalve ontvankelijk is. Volgens de officier van justitie heeft verdachte niet aannemelijk gemaakt dat hij over administratieve stukken heeft beschikt, dat hij deze heeft afgegeven, en dat deze vervolgens verloren zijn gegaan. Hoe dan ook had verdachte zelf de verantwoordelijkheid om te allen tijde te beschikken over de (financiële) administratie die hij voerde voor [naam] en de cliënten van [naam] , gelet op de bewaarplicht die verdachte heeft ten opzichte van de mensen waarvoor hij de gelden beheerde. De administratie is niet rauwelijks bij verdachte weggehaald, derhalve had hij, naar de mening van de officier van justitie, op het moment dat hij zijn administratie afgaf, ervoor moeten zorgen dat hij kopieën bewaarde van zijn administratie. Verder heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat er wel sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, mede door het omvangrijke onderzoek en de verzoeken van de verdediging tot nader onderzoek, echter dat dit eveneens niet dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is meermalen in de gelegenheid gesteld om zijn administratie/boekhouding ter onderbouwing voor de overboekingen zoals genoemd in de tenlastelegging in het geding te brengen of om zijn onderzoekswensen aan te geven. Verdachte heeft deze ruimte dus ruimschoots gekregen, maar kennelijk heeft dit niet opgeleverd wat hij ervan had gehoopt. Daarbij komt dat wat verdachte als ontlastende documentatie aanmerkt – onderbouwing van door verdachte of zijn vennootschap voor [naam] verrichte werkzaamheden, die rechtstreeks ten laste van rekeningen van cliënten aan verdachte en/of zijn vennootschap zijn betaald –, indien deze documentatie zou (hebben) bestaan, in eerste instantie zou behoren tot de eigen administratie van verdachte en/of zijn vennootschap. Verdachte is in de door hem bedoelde civiele procedures niet veroordeeld om eigen administratie, als zodanig, af te geven. Hoe dan ook heeft hij de mogelijkheid gehad om, vóór afgifte, kopieën te behouden. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, geen vormverzuim aanwezig en derhalve is er ook geen sprake van een schending van artikel 6 EVRM. De omstandigheid dat het strafrechtelijk onderzoek lang heeft geduurd, doet daaraan niet af.

Ten aanzien van de redelijke termijn stelt de rechtbank vast dat verdachte eerst aan zijn inverzekeringstelling op 3 april 2013 in redelijkheid de verwachting mocht ontlenen dat strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld: dat geldt als startdatum van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 EVRM (vgl. HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC6913). Na verder onderzoek is er een eindproces-verbaal gekomen op 11 december 2014. Op 23 november 2015 en 18 april 2016 hebben regiezittingen plaatsgevonden, waarbij tot tweemaal toe een verzoek van de verdediging is gehonoreerd om nader onderzoek te laten doen. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 mei 2016 en de uitspraak is bepaald op 27 juni 2016. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de strafzaak dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na het startmoment van de redelijke termijn. Dat is niet gebeurd, en dat is niet aan verdachte te wijten. Deze overschrijding leidt echter niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Het Openbaar Ministerie is dus ontvankelijk.

3.2

De overige voorvragen

De rechtbank heeft verder vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht de primair ten laste gelegde verduistering wettig en overtuigend bewezen, met uitzondering van het ten laste gelegde beroepsmatige karakter. Ten aanzien van de cumulatief/alternatief tenlastegelegde diefstal met valse sleutel heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit ten aanzien van het ten laste gelegde feit. Ten aanzien van de tenlastegelegde gekwalificeerde diefstal heeft de raadsman gesteld dat de rechtbank in geen geval tot een bewezenverklaring kan komen omdat geen van de cliënten van [naam] op enige manier gedwongen is om zijn of haar administratie en/of financiën door verdachte te laten regelen. Ten aanzien van de tenlastegelegde verduistering heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het boekhoudkundig wellicht niet juist is gegaan doordat verdachte vorderingen die hij had op [naam] , verrekend heeft met vorderingen die [naam] had op de cliënten, maar dat het materieel wel volledig klopt en dat om die reden de wederrechtelijkheid ontbreekt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank1

Vrijspraak

De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsman – van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte de cumulatief/alternatief ten laste gelegde gekwalificeerde diefstal heeft gepleegd en de rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.

Bewijsmiddelen

Zaak 1: [aangeefster 1]

Aangeefster [aangeefster 1] heeft verklaard dat zij in zorg ging bij [naam] en dat de administratie werd gedaan door Support in Finance. Aangeefster heeft verder verklaard dat zij van verdachte moest tekenen voor een rekening die zou lopen via de ASN Bank, maar daarvan heeft aangeefster nooit afschriften gezien. De rekening stond op haar naam, maar zij heeft er verder geen gegevens van.2 Ook is er een Triodos Bank rekening met nummer [nummer] die op naam staat van aangeefster, maar die beheerd wordt door verdachte.3

Uit het rekeningoverzicht van de Triodosbank van rekening [nummer] van verdachte blijkt dat er in de periode van 2 maart 2010 tot en met 30 juni 2011 in totaal € 6.511,35 is bijgeboekt vanaf een rekening van [aangeefster 1]4:

Datum

Bedrag

Omschrijving

02/03/2010

€ 750,005

Kosten verg. inzake iza

09/04/2010

€ 318,496

Factuur 100401/043

19/08/2010

€ 280,007

Terugbetaling voorschot

20/08/2010

€ 45,008

Terugbetaling voorschot

22/09/2010

€ 85,009

Terugbetaling voorschot

10/12/2010

€ 156,0010

Terugbetaling voorschotbedrag

21/01/2011

€ 250,0011

Terugbetaling ontvangen contant geld

28/01/2011

€ 296,8612

Terugbetaling betaald voorschot

30/06/2011

€ 4.330,0013

-

Uit het rekeningoverzicht van de ING-rekening [nummer] van Support in Finance blijkt dat er in de periode van 18 februari 2011 tot en met 2 september 2011 in totaal € 507,92 is bijgeboekt vanaf een rekening van [aangeefster 1]14:

Datum

Bedrag

Omschrijving

18/02/2011

€ 117,0015

Factuur 2011/1025

28/03/2011

€ 65,3216

Factuur 2011/015

28/03/2011

€ 130,6417

Factuur 2011/008

26/04/2011

€ 65,3218

Factuur 2011/031

29/07/2011

€ 64,3219

Factuur 2011/047

02/09/2011

€ 65,3220

Factuur 2011/056

Zaak 2: [aangever 1]

Aangever heeft verklaard dat hij vanaf mei 2010 bij [naam] onder behandeling was en dat zijn persoonsgebonden budget werd beheerd door verdachte, werkzaam bij Support in Finance. Zijn zorggeld ging naar de rekening met nummer * [nummer] . Verdachte was de enige die het beheer had over deze rekening.21

Uit het rekeningoverzicht van de Triodosbank van rekening [nummer] van verdachte blijkt dat er in de periode van 9 juni 2011 tot en met 7 juli 2011 een bedrag van € 130,00 is bijgeboekt van de rekening van [aangever 1] en € 25,00 is afgeboekt naar de rekening van [aangever 1] , hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 105,0022:

Datum

Bedrag

Omschrijving

09/06/2011

€ 130,0023

-

07/07/2011

€ 25,0024

OV reiskosten (afboeking)

Uit het rekeningoverzicht van de ING-rekening [nummer] van Support in Finance blijkt dat er in de periode van 14 februari 2011 tot en met 1 september 2011 in totaal € 1.790,46 is bijgeboekt van de rekening van [aangever 1] en € 60,00 is afgeboekt naar de rekening van [aangever 1] , hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 1.730,4625:

Datum

Bedrag

Omschrijving

14/02/2011

€ 1.543,0026

Reservering 3e gelden

21/04/2011

€ 104,1527

Factuur 2011/034

18/07/2011

€ 60,0028

Leefgeld (afboeking)

19/07/2011

€ 60,0029

Terugbetaling voorschot

03/08/2011

€ 20,8330

Factuur 2011/051

03/08/2011

€ 41,6531

Factuur 2011/041

01/09/2011

€ 20,8332

Factuur 2011/062

Zaak 3: [X]

Namens [X] heeft mevrouw [aangeefster 2] aangifte gedaan en zij heeft verklaard dat Support in Finance sinds 18 mei 2010 het beheer heeft over alle financiële zaken van cliënten van de Stichting [naam] . Voor voornoemde datum werd dit financiële beheer geregeld door verdachte. Verdachte heeft later Support in Finance opgericht en is daarin feitelijk leidinggevende. Support in Finance heeft ook als enige in dezen alle toegang tot de bankrekeningen,33 waaronder ook de bankpassen, inlogcodes voor het verrichten van financiële transacties, identifiers en alle afschriften. [X] had zelf geen enkele toegang tot de bankrekeningen, heeft nooit zelf een transactie verricht en kon dit ook niet.34

Uit het rekeningoverzicht van de Triodosbank van rekening [nummer] van verdachte blijkt dat er in de periode van 12 maart 2010 tot en met 21 oktober 2011 in totaal € 2.752,18 is bijgeboekt van de rekening van [X] en € 130,00 is afgeboekt naar de rekening van [X] , hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 2.622,18 euro35:

Datum

Bedrag

Omschrijving

12/03/2010

€ 556,9236

Factuur 100301/1012

20/04/2010

€ 390,0037

Factuur 100415/058

04/02/2011

€ 25,2638

Terugbetaling boodschappen

11/03/2011

€ 390,0039

Zorg toeslag

07/04/2011

€ 1.250,0040

Terugbetaling voorschot leefgeld

22/07/2011

€ 140,0041

-

03/10/2011

€ 50,0042

Leefgeld (Afboeking)

12/10/2011

€ 80,0043

Leefgeld (Afboeking)

Uit het rekeningoverzicht van de ING-rekening [nummer] van Support in Finance blijkt dat er in de periode van 3 januari 2011 tot en met 2 november 2011 in totaal € 6.279,21 is bijgeboekt van de rekening van [X] en € 1.190 is afgeboekt naar de rekening van [X] , hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 5.089,21.44

Datum

Bedrag

Omschrijving

03/01/2011

€ 2.647,7845

Reservering PGB geld

14/07/2011

€ 141,1146

Facturen 2011/004, 2011/009, 2011/016, 2011/037

14/07/2011

€ 950,0047

3e gelden reservering PGB

14/07/2011

€ 2.500,0048

Reservering 3e gelden

01/09/2011

€ 40,3249

Factuur 2011-060

21/09/2011

€ 105,5050

Teweing ingehouden zorgtoeslag

07/10/2011

€ 80,0051

Gereserveerde 3e gelden leefgeld (Afboeking)

20/10/2011

€ 80,0052

Gereserveerde 3e gelden leefgeld (Afboeking)

27/10/2011

€ 80,0053

Gereserveerde 3e gelden leefgeld (Afboeking)

02/11/2011

€ 950,0054

Gereserveerde 3e gelden PGB [X] (Afboeking)

Zaak 4: [aangever 2]

Namens [aangever 2] heeft mevrouw [aangeefster 2] aangifte gedaan en zij heeft verklaard dat Support in Finance sinds 18 mei 2010 het beheer heeft over alle financiële zaken van cliënten van de Stichting [naam] . Voor voornoemde datum werd dit financiële beheer geregeld door verdachte. Verdachte heeft later Support in Finance opgericht en is daarin feitelijk leidinggevende. Support in Finance heeft ook als enige in dezen alle toegang tot de bankrekeningen,55 waaronder ook de bankpassen, inlogcodes voor het verrichten van financiële transacties, identifiers en alle afschriften. [aangever 2] had zelf geen enkele toegang tot de bankrekeningen, heeft nooit zelf een transactie verricht en kon dit ook niet56

Uit het rekeningoverzicht van de Triodosbank van rekening [nummer] van verdachte blijkt dat er in de periode van 24 maart 2011 tot en met 22 juli 2011 € 1.223,83 is bijgeboekt vanaf de rekening van [aangever 2]57:

Datum

Bedrag

Omschrijving

24/03/2011

€ 93,8358

Terugbetaling voorschot

27/04/2011

€ 90,0059

Voetbal kaartjes

16/05/2011

€ 950,0060

Lening

22/07/2011

€ 90,0061

-

Uit het rekeningoverzicht van de ING-rekening [nummer] van Support in Finance blijkt dat er in de periode van 29 oktober 2010 en 21 september 2011 in totaal € 2.599,76 is bijgeboekt van de rekening van [aangever 2] en € 950,00 is afgeboekt naar de rekening van [aangever 2] , hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 1.649,7662:

Datum

Bedrag

Omschrijving

29/10/2010

€ 2.150,1363

Factuur 090913/08/101008

04/03/2011

€ 31,6564

Factuur 2011/020

04/03/2011

€ 63,3165

Factuur 2011/013

26/04/2011

€ 63,3166

Factuur 2011/032

09/05/2011

€ 31,6567

Factuur 2011/028

14/07/2011

€ 31,6568

Factuur 2011/003

14/07/2011

€ 63,3169

Factuur 2011/039

01/08/2011

€ 31,6570

Factuur 2011/049

02/09/2011

€ 31,6571

Factuur 2011/058

21/09/2011

€ 101,4572

WMO augustus 2011

02/11/2011

€ 950,0073

Gereserveerde 3e gelden [aangever 2] tbv lening DUO (Afboeking)

Zaak 5: [aangever 3]

De (ex)bewindvoerder [Y] heeft namens [aangever 3] aangifte gedaan wegens het verduisteren van gelden van Triodosbank rekeningnummer [nummer] ten name van mevrouw [aangever 3] in de jaren 2010 en 2011. Namens aangeefster is verklaard dat verdachte de rekening van aangeefster heeft gebruikt om geld weg te sluizen.74

Ook is verklaard dat dit alles pas is gebleken na een kort geding van Stichting [naam] tegen verdachte waarin de toegangscodes tot rekeningen en de bijbehorende pasjes zijn opgeëist.75

Uit het rekeningoverzicht van de Triodosbank van rekening [nummer] van verdachte blijkt dat er in de periode van 14 mei 2010 tot en met 20 januari 2012 in totaal € 2.199,50 is bijgeboekt naar de rekening van verdachte vanaf meerdere rekeningnummers van aangeefster, waaronder ook het rekeningnummer [nummer]76:

Datum

Bedrag

Omschrijving

14/05/2010

€ 300,0077

Eigen bijdrage

18/05/2010

€ 450,0078

Intern

16/06/2010

€ 80,0079

Intern

13/07/2010

€ 370,0080

Geen

01/10/2010

€ 600,0081

-

04/03/2011

€ 225,0082

Bijdrage

18/11/2011

€ 159,0083

-

20/01/2012

€ 15,5084

Vodafone voorgeschoten her aansluitingskosten

Uit het rekeningoverzicht van de ING-rekening [nummer] van Support in Finance blijkt dat er in de periode van 13 juli 2010 tot en met 20 oktober 2011 in totaal € 12.889,07 euro is bijgeboekt vanaf meerdere rekeningen van [aangever 3] en € 411,00 is afgeboekt naar een rekening van [aangever 3] , hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 12.478,0785:

Datum

Bedrag

Omschrijving

13/07/2010

€ 78,0086

Factuur

13/08/2010

€ 2.960,0087

Lening

16/08/2010

€ 1.500,0088

Kortlopende lening

01/09/2010

€ 1.500,0089

Lening

01/10/2010

€ 1.500,0090

Kortlopende lening

13/10/2010

€ 411,0091

1e maand huur De Clomp 21-50 (Afboeking)

15/10/2010

€ 315,0092

Terugbetaling voorgeschoten huur

18/10/2010

€ 350,0093

Reservering huur nov 10

08/11/2010

€ 357,0094

Incassokosten 090311/01

03/12/2010

€ 275,0095

Factuur 101201/108

04/03/2011

€ 20,8396

Factuur 2011/018

04/03/2011

€ 41,6597

Factuur 2011/011

28/03/2011

€ 2.433,4498

Factuur 2011/006, 2011/021, 2011/029

26/04/2011

€ 20,8399

Factuur 2011/033

14/07/2011

€ 68,66100

Factuur 2011/035

14/07/2011

€ 500,00101

Reservering 3e gelden

01/09/2011

€ 68,66102

Factuur 2011/061

20/10/2011

€ 1.400,00103

Reservering 3e gelden

Zaak 6: [aangever 4]

Bewindvoerder [Z] heeft namens [aangever 4] aangifte gedaan en hij heeft verklaard dat [aangever 4] onder bewind staat, omdat hij psychisch niet in staat is zijn financiële belangen te behartigen. Door [aangever 4] is aan verdachte, zijn voormalig bewindvoerder, een machtiging afgegeven voor het beheren van zijn rekening bij de Tridosbank, rekeningnummer [nummer] . [aangever 4] zelf verrichtte geen handelingen met deze rekening.104

Uit het rekeningoverzicht van de Triodosbank van rekening [nummer] van verdachte blijkt dat er in de periode van 25 februari 2010 tot en met 28 december 2011 in totaal

€ 4.218,24 is bijgeboekt naar de rekening van verdachte vanaf het rekeningnummer [nummer] van aangever [aangever 4]105:

Datum

Bedrag

Omschrijving

25/02/2010

€ 750,00106

-

02/03/2010

€ 750,00107

kostenvergoeding inzake Agis

25/02/2011

€ 235,00108

Geen

24/03/2011

€ 300,24109

terugbetaling voorschot

27/04/2011

€ 230,00110

terugbetaling voorschot

22/07/2011

€ 70,00111

-

30/09/2011

€ 413,00112

terugbetaling internetbestelling

12/10/2011

€ 1.050,00113

-

07/12/2011

€ 60,00114

contant betaald leefgeld

21/12/2011

€ 60,00115

contant betaald leefgeld

28/12/2011

€ 300,00116

contant betaald leefgeld dec-11

Uit het rekeningoverzicht van de ING-rekening [nummer] van Support in Finance blijkt dat er in de periode van 10 augustus 2010 tot en met 7 december 2011 in totaal € 13.479,36 is bijgeboekt vanaf de rekening van aangever en € 268,80 is afgeboekt, hetgeen neerkomt op een totaalbedrag van € 13.210,56:117

Datum

Bedrag

Omschrijving

10/08/2010

€ 22,50118

Rente 2010

04/03/2010

€ 65,32119

Factuur

04/03/2011

€ 130,64120

Factuur

26/04/2011

€ 65,32121

Factuur

06/05/2011

€ 65,32122

Factuur

16/05/2011

€ 667,49123

Factuur

14/07/2011

€ 65,32124

Factuur

14/07/2011

€ 65,32125

Factuur

29/07/2011

€ 65,33126

Factuur

03/08/2011

€ 184,30127

voorschot kleedgeld

04/08/2011

€ 184,30128

Factuur

04/08/2011

€ 55,00129

extra leefgeld

04/08/2011

€ 55,00130

extra leefgeld

02/09/2011

€ 37,00131

Factuur

12/09/2011

€ 250,00132

terugbetaling contant voorschot

16/09/2011

€ 4.290,00133

reservering PGB 3e gelden

20/09/2011

€ 80,00134

correctie betaling leefgeld week 37 uit gereserveerde 3e gelden

19/10/2011

€ 2.800,00135

reservering 3e gelden

02/11/2011

€ 4.250,00136

reservering 3e gelden

07/12/2011

€ 423,00137

Factuur

Zaak 7: [aangeefster 3]

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 18 april 2011 bij [naam] in zorg is gegaan. Verder heeft zij verklaard dat er bij [naam] een persoonsgebonden budget werd aangevraagd en een bankrekening bij de ASN bank werd geopend met het rekeningnummer [nummer] . Hiervoor heeft aangeefster getekend, echter haar digi-pas en betaalpas van deze rekening heeft zij nooit in haar bezit gekregen en ook de afschriften waren niet voor haar beschikbaar.138

Uit het rekeningoverzicht van de ING-rekening [nummer] van Support in Finance blijkt dat er in de periode van 3 augustus 2011 tot en met 4 augustus 2011 in totaal € 1.359,02 is bijgeboekt vanaf de rekening van aangeefster (ASN bank rekeningnummer [nummer] )139:

Datum

Bedrag

Omschrijving

03/08/2011

€ 109,02140

Factuur 2011/050

04/08/2011

€ 1.250,00141

Reservering huur

Ten aanzien van alle zaaksdossiers

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat verdachte alles deed met betrekking tot de financiële administratie en dat hij alles op zijn kantoor had wat betreft bankpassen, internetcodes en de cardreaders van de cliënten. Getuige [getuige 1] heeft verder verklaard dat zij daartoe nooit toegang heeft gehad.142

Getuige [getuige 2] heeft verklaard lid te zijn van de Raad van Toezicht en dat verdachte de boekhouding deed, alle financiële administratie en bankverkeer. Verder was er volgens de getuige geen contract tussen Support in Finance en de Stichting [naam] wat betreft de verrichte werkzaamheden voor de Stichting tot mei 2011. Verder heeft de getuige nooit facturen gezien, met uitzondering van de factuur die verdachte stuurde na beëindiging van zijn contract.143

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij geen beschikking had over bankpassen of inlogcodes en dat hij nooit gelden heeft overgemaakt naar verdachte dan wel naar Support in Finance.144

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de financiële administratie deed voor [naam] en (een aantal) cliënten van [naam] en dat hij overboekingen kon doen vanaf de rekeningen van de verschillende aangevers.145

Voorts heeft verdachte verklaard dat hij directeur is van Support in Finance en eindverantwoordelijke. De zeggenschap binnen deze vennootschap ligt bij hem.146

Bewijsoverweging

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat er meermalen geld is overgeboekt van de rekeningen van de verschillende aangevers naar de rekening van verdachte dan wel naar de rekening van Support in Finance. Verder stelt de rechtbank vast dat het verdachte is geweest die het beheer had over de rekeningen van de verschillende aangevers, zonder dat zijzelf nog konden beschikken over hun rekeningen.

Met betrekking tot de aangifte van [aangeefster 3] constateert de rechtbank dat zij - anders dan de andere aangevers - niet met zoveel woorden spreekt over verdachte. Zij ging in zorg bij [naam] en ook haar geld werd daar beheerd. Op basis van de overige aangiften in het dossier en de getuigenverklaringen, waaruit volgt dat het verdachte was die de administratie deed en de beschikking had over alle financiële benodigdheden, concludeert de rechtbank dat het ook in deze zaak verdachte is geweest die over de bankrekening van [aangeefster 3] beschikte en dat hij het is geweest die geld van haar op zijn rekening of op de rekening van zijn vennootschap heeft overgemaakt.

Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat verdachte zich zonder toestemming gelden van de aangevers heeft toegeëigend en daarmee acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat deze toe-eigening van de gelden wederrechtelijk is geweest.

Verdachte heeft verklaard dat, in eerste instantie hij, en op een later moment Support in Finance, een overeenkomst had met [naam] en dat hij dan wel Support in Finance op grond van deze overeenkomst vorderingen had op [naam] en dat hij deze vorderingen verrekend heeft met de vorderingen die [naam] had op haar cliënten. De rechtbank is van oordeel dat het bestaan van die door verdachte gestelde overeenkomst, en de door hem gestelde aanspraken op [naam] , niet aannemelijk zijn geworden. Evenmin is aannemelijk geworden dat [naam] aanspraken had op cliënten die verband hielden met door verdachte voor [naam] verrichte werkzaamheden. Los daarvan is de rechtbank van oordeel dat het persoonlijk belang van verdachte zich verzette tegen het door hem gestelde “kortsluiten” van de door hem gestelde betalingsverplichtingen van [naam] aan hem dan wel Support in Finance, met de door hem gestelde betalingsverplichtingen van cliënten aan [naam] (vergelijk de artikelen 7:416 en 7:417 van het Burgerlijk Wetboek).

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde verduisteringen heeft gepleegd.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het ter beschikking stellen van de rekeningen van SIF om de gelden van de cliënten op te storten niet een zodanig wezenlijke bijdrage aan de gepleegde verduisteringen oplevert dat van medeplegen kan worden gesproken. De rechtbank zal verdachte van deze strafverzwarende omstandigheid vrijspreken. Ook acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van een beroepsmatig karakter, waardoor verdachte ook van dit bestanddeel zal worden vrijgesproken.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 25 februari 2010 tot en met 29 juni 2012 te Zeist, en/of (elders) in Nederland telkens opzettelijk de hierna te noemen geldbedragen, toebehorende aan de hierna te noemen (budget)houders van PGB-AWBZ gelden en/of PGB-WMO gelden en/of andere gelden telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, te weten:

- [aangeefster 1] een bedrag van in totaal 7.019,27 euro en

- [aangever 1] een bedrag van in totaal 1.835,46 euro en

- [X] een bedrag van in totaal 7.816,89 euro en

- [aangever 2] een bedrag van in totaal 2.873,59 euro en

- [aangever 3] een bedrag van in totaal 15.177,57 euro en

- [aangever 4] een bedrag van in totaal 17.245,80 euro en

- [aangeefster 3] een bedrag van in totaal 1.359,02 euro,

welke geldbedragen verdachte als gemachtigde telkens anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als gemachtigde van de (bank)rekeningen.

Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert het navolgende strafbare feit op:

Verduistering, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is primair van mening dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, kan worden volstaan met de oplegging van een taakstraf. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman gewezen op de oriëntatiepunten, de schending van artikel 6 EVRM (overschrijding redelijke termijn), de relevante documentatie van verdachte, het feit dat verdachte sinds dit incident niet meer met politie of justitie in aanraking is geweest en het feit dat verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om, indien de rechtbank nog een voorwaardelijke straf zou willen opleggen, daaraan geen bijzondere voorwaarden te verbinden.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering. Verdachte heeft zich over een periode van ongeveer twee en een half jaar geldbedragen van cliënten van de Stichting [naam] , waarvoor hij de financiële administratie voerde, toegeëigend, door van hun rekeningen geld over te maken naar zijn eigen rekening of naar de rekening van Support in Finance. Door zijn handelen heeft verdachte op grove wijze het vertrouwen van deze kwetsbare mensen geschonden en hen veel leed berokkend. Uit het dossier is aannemelijk geworden dat verdachte het strafbare feit heeft begaan om er zelf financieel beter van te worden en dat hij daarbij geen oog heeft gehad voor het nadeel voor de betrokkenen. Verdachte heeft ook op geen enkele manier verantwoordelijkheid genomen voor zijn strafbaar handelen.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor fraude met een benadelingsbedrag in de categorie van € 10.000 tot € 70.000, zoals in deze zaak aan de orde is, wordt in de oriëntatiepunten uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee tot vijf maanden dan wel een taakstraf, waarbij de lange bewezenverklaarde periode en de kwetsbaarheid van de slachtoffers als strafvermeerderende factoren gelden.

Zoals de rechtbank reeds onder 3.1 heeft geconstateerd, is in deze strafzaak de redelijke termijn overschreden. De rechtbank zal daarom de op te leggen straf enigszins matigen.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 februari 2016, waaruit volgt dat verdachte eenmaal eerder is veroordeeld, te weten op 13 september 2011 door het Gerechtshof in Leeuwarden, echter niet voor een soortgelijk delict. Gelet op het voorgaande is verdachte derhalve na het plegen van (een gedeelte van) het bewezen verklaarde feit in deze zaak nog veroordeeld en om die reden houdt de rechtbank rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op de ernst van het feit, het hoge benadelingsbedrag, de lange pleegperiode en de kwetsbaarheid van de slachtoffers, is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf thans niet meer aan de orde is en dat uitsluitend een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Alles afwegende legt de rechtbank een gevangenisstraf op van 8 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De rechtbank zal daaraan een proeftijd verbinden van 2 jaren, zodat verdachte ervan wordt weerhouden zich wederom schuldig te maken aan een nieuw strafbaar feit.

9 De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering van [aangeefster 1] toewijzing gevorderd, minus de opgevoerde advocaatkosten (eigen bijdrage) ter ondersteuning bij de communicatie met het zorgkantoor van € 196,00, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 7.539,28. Wat betreft de vordering van [aangeefster 3] heeft de officier van justitie integrale toewijzing gevorderd, dus tot een bedrag van € 2.252,82. Ten aanzien van beide vorderingen heeft de officier van justitie gevorderd de gevorderde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring mocht komen ten aanzien van het dossier [aangeefster 1] , het gevorderde bedrag aan immateriële schadevergoeding gematigd dient te worden, met referte voor het overige. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 3] heeft de raadsman bepleit dat de vordering slechts kan worden toegewezen tot een bedrag van € 128,36 en dat de vordering voor het overige, hooguit afgezien van enige immateriële schade, niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

Vordering [aangeefster 1]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [aangeefster 1] als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 7.039,28 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot een totaalbedrag van € 7.289,28 worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade op 10 december 2010 tot het moment van de algehele voldoening daarvan.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Een nader onderzoek naar de gegrondheid van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [aangeefster 1] voornoemd zal als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte worden opgelegd.

Vordering [aangeefster 3]

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij [aangeefster 3] als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert dit deel op € 1.376,97 aan materiële schade (€ 1.359,02 verduisterd bedrag, € 7,95 aangetekende brief OM en € 10,00 belkosten) en € 250,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot een totaalbedrag van € 1.626,97 worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade op 3 augustus 2011 tot het moment van de algehele voldoening daarvan.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

Een nader onderzoek naar de gegrondheid van het restant van de vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Daarom is de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan het bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van [aangeefster 3] voornoemd zal als extra waarborg voor betaling aan laatstgenoemde de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte worden opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57 en 321 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Ontvankelijkheid

Verklaart de officier van justitie ontvankelijk.

Vrijspraak

Spreekt verdachte vrij van de cumulatief/alternatief ten laste gelegde gekwalificeerde diefstal.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Verduistering, meermalen gepleegd.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 5 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Benadeelde partijen

[aangeefster 1]

Wijst de vordering van [aangeefster 1] toe tot een bedrag van € 7.289,28, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 10 december 2010 tot de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 7.039,28 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 1] € 7.289,28 aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 december 2010 tot de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 71 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Voor zover verdachte voldoet aan zijn betalingsverplichting jegens [aangeefster 1] ter zake van hoofdsom en rente, is hij ontslagen uit die verplichting onder de schadevergoedingsmaatregel, en vice versa.

[aangeefster 3]

Wijst de vordering van [aangeefster 3] toe tot een bedrag van € 1.626,97, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 3 augustus 2011 tot de dag van de algehele voldoening. Voormeld bedrag bestaat uit € 1.376,97 aan materiële schade en

€ 250,00 aan immateriële schade.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 3] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 3] € 1.626,97 aan de Staat te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 augustus 2011 tot de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 26 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Voor zover verdachte voldoet aan zijn betalingsverplichting jegens [aangeefster 3] ter zake van hoofdsom en rente, is hij ontslagen uit die verplichting onder de schadevergoedingsmaatregel, en vice versa.

Dit vonnis is gewezen door mr. V. van Dam, voorzitter, mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen en

mr. J.W. Frieling, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 27 juni 2016.

Mr. Frieling en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

BIJLAGE: De (gewijzigde) tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 februari

2010 tot en met 29 juni 2012 te Zeist, en/of (elders) in Nederland, tezamen

en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk de

hierna te noemen geldbedragen, althans een of meer geldbedrag(en), geheel of

ten dele toebehorende aan de hierna te noemen (budget)houders van PGB-AWBZ

gelden en/of PGB-WMO gelden en/of andere gelden (telkens) wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend, te weten:

- [aangeefster 1] een bedrag van (in totaal) 7.019,28 euro en/of

- [aangever 1] een bedrag van (in totaal) 1.835,46 euro en/of

- [X] een bedrag van (in totaal) 7.816,89 euro en/of

- [aangever 2] een bedrag van (in totaal) 2.873,59 euro en/of

- [aangever 3] een bedrag van (in totaal) 18.719,07 euro en/of

- [aangever 4] een bedrag van (in totaal) 20.530,80 euro en/of

- [aangeefster 3] een bedrag van (in totaal) 1.359,02 euro,

in elk geval een of meer geldbedrag(en) toebehorende aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk(e) geldbedrag(en) verdachte uit hoofde van zijn beroep als

beheerder/gemachtigde/ vertegenwoordiger/boekhouder (telkens) anders dan door

misdrijf onder zich had,

te weten als beheerder/gemachtigde/ vertegenwoordiger/boekhouder van de

(bank)rekeningen waarop voornoemde budgethouders voorschot(ten) ontvingen

afkomstig van een PGB-AWBZ budget en/of een PGB-WMO budget;

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 februari

2010 tot en met 29 juni 2012 te Zeist, en/of (elders) in Nederland, tezamen

en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening de hierna te noemen geldbedragen,

althans een of meer geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan de

hierna te noemen (budget)houders van PGB-AWBZ gelden en/of PGB-WMO gelden

en/of andere gelden (telkens) heeft/hebben weggenomen, te weten:

- [aangeefster 1] een bedrag van (in totaal) 7.019,28 euro en/of

- [aangever 1] een bedrag van (in totaal) 1.835,46 euro en/of

- [X] een bedrag van (in totaal) 7.816,89 euro en/of

- [aangever 2] een bedrag van (in totaal) 2.873,59 euro en/of

- [aangever 3] een bedrag van (in totaal) 18.719,07 euro en/of

- [aangever 4] een bedrag van (in totaal) 20.530,80 euro en/of

- [aangeefster 3] een bedrag van (in totaal) 1.359,02 euro,

in elk geval een of meer geldbedrag(en) toebehorende aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft (hebben) verschaft en/of het weg te nemen geld

onder zijn (hun) bereik heeft (hebben) gebracht door middel van (een) valse

sleutel(s), te weten door middel van aan hem, verdachte, door voornoemde

budgethouder(s) ter beschikking gestelde pinpas(sen) met bijbehorende

pincode(s), cardreader(s) en inlogcode(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, nummer 2012104857, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (onderzoek 09Budget, inhoudende 10 ordners). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar (een) Rekeningafschrift(en) betreft het andere geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5, van het Wetboek van Strafvordering.

2 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , pag. 862.

3 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 1] , pag. 863.

4 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1536/1538.

5 Rekeningafschrift, pag. 1558.

6 Rekeningafschrift, pag. 1562.

7 Rekeningafschrift, pag. 1578.

8 Rekeningafschrift, pag. 1578.

9 Rekeningafschrift, pag. 1581.

10 Rekeningafschrift, pag. 1588.

11 Rekeningafschrift, pag. 1590.

12 Rekeningafschrift, pag. 1591.

13 Rekeningafschrift, pag. 1608.

14 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1641/1644.

15 Rekeningafschrift, pag. 1678.

16 Rekeningafschrift, pag. 1683.

17 Rekeningafschrift, pag. 1683.

18 Rekeningafschrift, pag. 1687.

19 Rekeningafschrift, pag. 1702.

20 Rekeningafschrift, pag. 1708.

21 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pag. 906.

22 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1536/1538.

23 Rekeningafschrift, pag. 1607.

24 Rekeningafschrift, pag. 1610.

25 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1641/1644.

26 Rekeningafschrift, pag. 1677.

27 Rekeningafschrift, pag. 1687.

28 Rekeningafschrift, pag. 1700.

29 Rekeningafschrift, pag. 1701.

30 Rekeningafschrift, pag. 1703.

31 Rekeningafschrift, pag. 1703.

32 Rekeningafschrift, pag. 1708.

33 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] namens [X] , pag. 912.

34 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] namens [X] , pag. 913.

35 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1536/1537.

36 Rekeningafschrift, pag. 1559.

37 Rekeningafschrift, pag. 1562.

38 Rekeningafschrift, pag. 1593.

39 Rekeningafschrift, pag. 1597.

40 Rekeningafschrift, pag. 1600.

41 Rekeningafschrift, pag. 1611.

42 Rekeningafschrift, pag. 1618.

43 Rekeningafschrift, pag. 1619.

44 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1641/1642

45 Rekeningafschrift, pag. 1673.

46 Rekeningafschrift, pag. 1698.

47 Rekeningafschrift, pag. 1698.

48 Rekeningafschrift, pag. 1698.

49 Rekeningafschrift, pag. 1708.

50 Rekeningafschrift, pag. 1712.

51 Rekeningafschrift, pag. 1713.

52 Rekeningafschrift, pag. 1716.

53 Rekeningafschrift, pag. 1716.

54 Rekeningafschrift, pag. 1718.

55 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] namens [aangever 2] , pag. 912.

56 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] namens [aangever 2] , pag. 913.

57 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1536/1538.

58 Rekeningafschrift, pag. 1598.

59 Rekeningafschrift, pag. 1602.

60 Rekeningafschrift, pag. 1604.

61 Rekeningafschrift, pag. 1611.

62 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1641/1644.

63 Rekeningafschrift, pag. 1668.

64 Rekeningafschrift, pag. 1680.

65 Rekeningafschrift, pag. 1680.

66 Rekeningafschrift, pag. 1687.

67 Rekeningafschrift, pag. 1689.

68 Rekeningafschrift, pag. 1698.

69 Rekeningafschrift, pag. 1698.

70 Rekeningafschrift, pag. 1702.

71 Rekeningafschrift, pag. 1708.

72 Rekeningafschrift, pag. 1712.

73 Rekeningafschrift, pag. 1718.

74 Proces-verbaal van aangifte van [Y] , pag. 1048.

75 Proces-verbaal van aangifte van [Y] , pag. 1049.

76 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1536/1537.

77 Rekeningafschrift, pag. 1566.

78 Rekeningafschrift, pag. 1566.

79 Rekeningafschrift, pag. 1569.

80 Rekeningafschrift, pag. 1573.

81 Rekeningafschrift, pag. 1582.

82 Rekeningafschrift, pag. 1596.

83 Rekeningafschrift, pag. 1622.

84 Rekeningafschrift, pag. 1629.

85 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1641-1643.

86 Rekeningafschrift, pag. 1659.

87 Rekeningafschrift, pag. 1661.

88 Rekeningafschrift, pag. 1661.

89 Rekeningafschrift, pag. 1663.

90 Rekeningafschrift, pag. 1665.

91 Rekeningafschrift, pag. 1666.

92 Rekeningafschrift, pag. 1666.

93 Rekeningafschrift, pag. 1666.

94 Rekeningafschrift, pag. 1669.

95 Rekeningafschrift, pag. 1671.

96 Rekeningafschrift, pag. 1680.

97 Rekeningafschrift, pag. 1680.

98 Rekeningafschrift, pag. 1683.

99 Rekeningafschrift, pag. 1687.

100 Rekeningafschrift, pag. 1698.

101 Rekeningafschrift, pag. 1698.

102 Rekeningafschrift, pag. 1708.

103 Rekeningafschrift, pag. 1716.

104 Proces-verbaal van aangifte van [Z] namens [aangever 4] , pag. 1078.

105 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1536/1537.

106 Rekeningafschrift, pag. 1556.

107 Rekeningafschrift, pag. 1558.

108 Rekeningafschrift, pag. 1594.

109 Rekeningafschrift, pag. 1598.

110 Rekeningafschrift, pag. 1602.

111 Rekeningafschrift, pag. 1611.

112 Rekeningafschrift, pag. 1617.

113 Rekeningafschrift, pag. 1619.

114 Rekeningafschrift, pag. 1625.

115 Rekeningafschrift, pag. 1626.

116 Rekeningafschrift, pag. 1626.

117 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1641/1643.

118 Rekeningafschrift, pag. 1661.

119 Rekeningafschrift, pag. 1680.

120 Rekeningafschrift, pag. 1681.

121 Rekeningafschrift, pag. 1687.

122 Rekeningafschrift, pag. 1689.

123 Rekeningafschrift, pag. 1690.

124 Rekeningafschrift, pag. 1698.

125 Rekeningafschrift, pag. 1698.

126 Rekeningafschrift, pag. 1702.

127 Rekeningafschrift, pag. 1703.

128 Rekeningafschrift, pag. 1703.

129 Rekeningafschrift, pag. 1703.

130 Rekeningafschrift, pag. 1703.

131 Rekeningafschrift, pag. 1708.

132 Rekeningafschrift, pag. 1709.

133 Rekeningafschrift, pag. 1709.

134 Rekeningafschrift, pag. 1712.

135 Rekeningafschrift, pag. 1715.

136 Rekeningafschrift, pag. 1718.

137 Rekeningafschrift, pag. 1720.

138 Proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 3] , pag. 1122.

139 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 1641/1645.

140 Rekeningafschrift, pag. 1703.

141 Rekeningafschrift, pag. 1703.

142 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , pag. 2378-2382.

143 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , pag. 2391-2394.

144 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , pag. 2703-2706.

145 Proces-verbaal van de terechtzitting van 30 mei 2016.

146 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag.183.