Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:3208

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-06-2016
Datum publicatie
16-06-2016
Zaaknummer
16/662153-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 40-jarige man uit Kampen en een 36-jarige man uit Zwolle zijn veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor het hebben van een XTC-lab en het produceren van 127.783 pillen eind 2014 in Dronten. Twee mannen van 30 en 61 jaar uit Hoensbroek die de bestellingen plaatsten en 14 kilo aan grondstoffen leverden zijn veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf.

De drugs werd grootschalig in een professioneel XTC-lab geproduceerd. De twee mannen uit Kampen en Zwolle beschikten over de benodigde grondstoffen en machines om de pillen binnen enkele dagen te produceren, zo oordeelt de rechtbank aan de hand van cameraobservaties en informatie uit mobiele telefoons.

De rechtbank veroordeelt een 28-jarige man uit Hoensbroek die de pillen in een verborgen ruimte van een auto vervoerde tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16/662153-14 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1988] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 15 april, 27 mei en 28 oktober 2015 en 23 maart en 25 mei 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. I.M.F. Graumans en van hetgeen verdachte en mr. S. Weening, advocaat te Maastricht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 december 2014 in de gemeente Dronten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 127.783 eenheden/pillen, in elk geval een( zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of amfetamine, zijnde MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen hetgeen verdachte ten laste is gelegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte en zijn raadsman hebben zich met betrekking tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen1

Op 30 december 2014 omstreeks 14.15 uur wordt op Rijksweg A73 in de gemeente Roermond de bestuurder van een Toyota Avensis met kenteken [kenteken] aangehouden. Deze bestuurder is genaamd: [verdachte] , geboren op [1988] .2

Bij de doorzoeking van de Toyota Avensis met kenteken [kenteken] worden in een geprepareerde ruimte twee bigshoppers met daarin kleinere doorzichtige plastic zakjes met pillen aangetroffen.3

De pillen worden onderzocht door de Forensische Opsporing. Het gaat om 34 doorzichtige plastic zakjes met daarin (in totaal) 127.783 pillen.4 Uit alle zakjes worden monsters getest en alle monsters testen positief op MDMA.5

Het Nederlands Forensisch Instituut test 14 monsters van 20 pillen en de conclusie is dat alle monsters MDMA bevatten.6

Verdachte heeft op de terechtzitting van 23 maart 2016 onder meer verklaard:

“Op enig moment is aan mij gevraagd of ik iets met mijn auto wilde ophalen. … Ik wist niet wat ik zou ophalen, maar ik vermoedde wel dat het niet legaal zou zijn. Ik zou hiervoor € 1.000,-- ontvangen. Ongeveer twee weken voorafgaand aan deze rit heb ik mijn auto uitgeleend zodat er iets aan vermaakt kon worden. Ik wist niet wat er met de auto zou worden gedaan. … Op 30 december 2014 ben ik met mijn auto naar een loods in Dronten gereden. Ik had vooraf een adres ontvangen en ter plaatse ben ik met mijn auto de loods ingereden. … Vervolgens kreeg ik te horen dat ik weer kon vertrekken. Ik zou terugrijden naar mijn woonplaats en daarna zou ik te horen krijgen wat er moest gebeuren. Er zou contact met mij worden opgenomen, maar zover is het dus niet gekomen. De communicatie verliep via berichten op een telefoon die ik hiervoor had ontvangen. Toen ik uit de loods wegreed wist ik dat er een verborgen ruimte in de auto zat en ik ging ervan uit dat er iets aan boord was, maar ik wist niet wat het precies was. Ik dacht dat het drugs zouden zijn en achteraf bleek dat het pillen waren. Ik weet niet hoeveel pillen het waren, maar het klopt dus dat ik deze pillen bij mij had.”

Bewijsoverwegingen

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte op 30 december 2014 127.783 pillen bevattende MDMA in Dronten heeft opgehaald en met zijn auto heeft vervoerd en dat hij wist dat de drugs in een verborgen compartiment in zijn auto waren verborgen. Verdachte heeft daartoe nauw en bewust samengewerkt met anderen door afspraken te maken over een vergoeding, zijn auto uit te lenen zodat deze kon worden geprepareerd, op 30 december 2014 telefonisch met hen te communiceren en zich te laten aansturen en ten slotte de drugs in zijn auto te laten plaatsen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht ten laste van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op of omstreeks 30 december 2014 in de gemeente Dronten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 127.783 eenheden/pillen, in elk geval een (zeer grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of amfetamine, zijnde MDA en/of MDEA en/of MDMA en/of 2CB en/of amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij een op te leggen straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, onder meer inhoudende dat hij samen met zijn partner de zorg draagt over een pasgeboren kindje, geen antecedenten heeft en dat hij kostwinner is. Verdachte heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan zijn carrière en hij heeft goede doorgroeimogelijkheden binnen het bedrijf waar hij nu werkzaam is. Om dit alles niet te doorkruisen heeft de raadsman verzocht verdachte niet (opnieuw) zijn vrijheid te benemen. De raadsman heeft verzocht aan verdachte een werkstraf op te leggen voor de duur van 240 uren en een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft een transport van (een grote hoeveelheid van) 127.783 XTC-pillen verzorgd. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort verdovende middelen gevaar oplevert voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt berokkend. Verdachte heeft daaraan welbewust een bijdrage geleverd en is daarbij slechts gericht geweest op eigen financieel gewin.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur dan de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Gelet op de inhoud van een verdachte betreffend uittreksel van het algemeen documentatieregister van de Justitiële Informatiedienst van 4 februari 2016 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld en in aanmerking genomen de strafoplegging in soortgelijke gevallen van (een eenmalig) transport van een grote hoeveelheid verdovende middelen, is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden is.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ten slotte rekening gehouden met een reclasseringsadvies van 23 maart 2015, uitgebracht door [A] , reclasseringswerker van Reclassering Nederland, RN Adviesunit 2 Midden-Noord te Utrecht.

9 BESLAG

De rechtbank zal het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp dat aan verdachte toebehoort, te weten de Toyota Avensis met kenteken [kenteken] , verbeurd verklaren aangezien met behulp van dit voorwerp het bewezen verklaarde feit is begaan.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    10, 27, 33, 33a, 47 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    2 en 10 van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:

 Toyota Avensis met kenteken [kenteken] .

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mrs. K.G. van de Streek en H.J. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 juni 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 mei 2015, genummerd PL2500-2014356264, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 3455. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren

2 Proces-verbaal van aanhouding, pagina’s 2596 en 2597

3 Proces verbaal van bevindingen, pagina’s 429 en 430

4 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina’s 444 tot en met 448

5 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina’s 448 tot en met 456

6 Rapport identificatie van drugs en precusoren, opgemaakt door NFI-deskundige ing. A.G.A. Sprong, pagina’s 461 tot en met 463