Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:2850

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-06-2016
Datum publicatie
24-06-2016
Zaaknummer
4467537 AE VERZ 15-139
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot inzage in administratie ontbonden stichting op grond van artikel 2:24 lid 4 BW. Verzoek afgewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 24
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 843a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1802
JONDR 2016/962
JOR 2016/225 met annotatie van mr. R.G.J. de Haan
OR-Updates.nl 2016-0200
INS-Updates.nl 2016-0280
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter, locatie Utrecht

zaaknummer: 4467537 AE VERZ 15-139 JvdB/866

Beschikking van 1 juni 2016

inzake

1 de stichting Stichting Beleggersbelangen Sinano ,

gevestigd te Utrecht,

2. de heer [verzoeker sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. de heer [verzoeker sub 3],

wonende te [woonplaats] , Zwitserland ,

4. de heer [verzoeker sub 4],

wonende te [woonplaats]

5. de heer [verzoeker sub 5],

wonende te [woonplaats] ,

6. de heer [verzoeker sub 6],

wonende te [woonplaats] ,

7. De heer [verzoeker sub 7],

wonende te [woonplaats] ,

8. Mevrouw [verzoekster sub 8],

wonende te [woonplaats] ,

9. De heer [verzoeker sub 9],

wonende te [woonplaats] , Zwitserland ,

10. De besloten vennootschap [verzoekster sub 10] B.V.,

kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,

11. De besloten vennootschap [verzoekster sub 11] B.V.,

kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,

12. De besloten vennootschap [verzoekster sub 12] B.V.,

kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,

13. De stichting [verzoekster sub 13],

kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,

14. De besloten vennootschap [verzoekster sub 14] B.V.,

kantoorhoudend te [vestigingsplaats] ,

verzoekende partijen,

advocaat: mr. J. van Bekkum te Amsterdam,

tegen:

de besloten vennootschap

Circle Investment Support Services B.V.,

gevestigd te Amersfoort ,

verwerende partij,

advocaten: mr. R. Niesink en mr. J. Tonino te Amsterdam.

De verzoekende partijen worden hierna gezamenlijk verzoekers genoemd. Afzonderlijk worden zij de Stichting Beleggersbelangen genoemd (verzoeker 1) respectievelijk de beleggers (verzoekers 2 tot en met 14). De verwerende partij wordt Circle genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van 23 maart 2016

  • -

    de akte na tussenbeschikking van Circle van 20 april 2016

  • -

    de antwoordakte van verzoekers van 2 mei 2016.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 2:24 lid 1 BW is Circle de bewaarder van de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting [naam stichting] (hierna: de volledige administratie van [naam stichting] ). Deze volledige administratie bestaat uit de administratie van de rechten en plichten van de door [naam stichting] gedreven onderneming en uit de administratie van de Sinanofondsen over de periode vanaf medio 2008 tot eind 2010. Verzoekers willen die administratie van de Sinanofondsen (hierna: de fondsenadministratie) raadplegen en hebben daarom de kantonrechter verzocht hen op de voet van artikel 2:24 lid 4 BW een machtiging te verstrekken tot inzage in de volledige administratie van [naam stichting] . Op grond van laatstgenoemde bepaling is voor het recht op een dergelijke machtiging vereist dat verzoekers belanghebbenden zijn.

2.2.

In de beschikking van 23 maart 2016 (hierna: de tussenbeschikking) heeft de kantonrechter geoordeeld dat verzoekers mogelijk belanghebbenden zijn in de zin van artikel 2:24 lid 4 BW. Daaraan ligt onder andere ten grondslag dat verzoekers hebben aangevoerd dat hun verzoek tot inzage er mede toe strekt om vast te stellen of in verband met de aansprakelijkheid van [naam stichting] een verzoek tot heropening van de vereffening op grond van artikel 2:23c BW moet worden gedaan. Ook heeft de kantonrechter geoordeeld dat met een voldoende mate van waarschijnlijkheid moet komen vast te staan dat een toekomstig verzoek van verzoekers tot heropening van de vereffening van [naam stichting] toewijsbaar is. Verder heeft de kantonrechter overwogen dat het aannemelijk is dat de rechter die een verzoek tot heropening van de vereffening van [naam stichting] zal moeten beoordelen, daarbij ook de hoogte van het batig saldo zal betrekken. De kantonrechter heeft in verband hiermee Circle opgedragen antwoord te geven op enkele vragen, waaronder de vraag hoe hoog het batig saldo van [naam stichting] was bij haar ontbinding.

2.3.

In haar akte heeft Circle vervolgens met stukken onderbouwd uiteengezet dat het batig saldo van [naam stichting] bij haar ontbinding € 5.228 bedroeg, dat [naam stichting] op dat moment geen schuldeisers had en dat, na aftrek van de vordering die [naam stichting] had op Circle Holding Netherlands BV ter hoogte van € 1.861, het restant van € 3.367 is overgedragen aan Circle Holding Netherlands BV. In haar akte heeft Circle (gemotiveerd) geconcludeerd dat verzoekers geen belang hebben bij een verzoek tot heropening van de vereffening en dat zij geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 2:24 lid 4 BW, zodat het verzoek tot inzage in de volledige administratie van [naam stichting] moet worden afgewezen. In hun antwoordakte hebben verzoekers betoogd dat zij wel als belanghebbenden moeten worden aangemerkt.

2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat verzoekers op dit moment geen belanghebbenden zijn in de zin van artikel 2:24 lid 4 BW. Dit wordt hierna toegelicht.

2.5.

Uit het betoog van verzoekers kan worden afgeleid dat aan hun verzoek tot inzage in de volledige administratie van [naam stichting] met name de wens ten grondslag ligt om beter dan nu een inschatting te kunnen maken van de kans dat zij de bestuurders van [naam stichting] succesvol kunnen aanspreken tot vergoeding van schade op grond van wanbeheer door [naam stichting] . In verband daarmee kan voorop worden gesteld dat het verzoekers vrij staat om, ter nadere onderbouwing van een eventuele vordering op die bestuurders uit hoofde van onrechtmatige daad, op de voet van artikel 843a Rv inzage te vorderen in de door Circle bewaarde fondsenadministratie.

2.6.

In de tussenbeschikking heeft de kantonrechter geoordeeld dat, gelet op wat verzoekers hebben aangevoerd, rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat [naam stichting] haar (contractuele) verplichting tot het uitoefenen van controle op de beheerder van de Sinanofondsen en op Circle (in haar hoedanigheid van administrateur van de Sinanofondsen) heeft geschonden en dat de beleggers als gevolg daarvan schade hebben geleden. Hieruit volgt dat verzoekers mogelijk een schadevergoedingsvordering hebben op [naam stichting] uit hoofde van wanprestatie. Terecht voeren verzoekers nu aan dat de mogelijkheid bestaat dat (een of meer van de) verzoekers aanspraak kunnen maken op de betaling van

€ 5.228 indien de vereffening van [naam stichting] wordt heropend op grond van artikel 2:23c BW. Met verzoekers is de kantonrechter daarom van oordeel dat er geen enkele reden is om te veronderstellen dat een door (een van) hen in te dienen verzoek tot heropening van de vereffening van [naam stichting] zal worden afgewezen bij gebrek aan belang. Bij deze stand van zaken is inzage in de volledige administratie van [naam stichting] , waaronder de fondsenadministratie, niet nodig ter onderbouwing van een dergelijk verzoek. In zoverre zijn verzoekers dus, in ieder geval op dit moment, geen belanghebbenden in de zin van artikel 2:24 lid 4 BW. Voor zover de tussenbeschikking zo moet worden gelezen dat verzoekers als belanghebbenden moeten worden beschouwd, zodra met een voldoende mate van waarschijnlijkheid komt vast te staan dat een toekomstig verzoek van verzoekers tot heropening van de vereffening van [naam stichting] toewijsbaar is, komt de kantonrechter dus terug op dat oordeel.

2.7.

Verzoekers betogen ook het volgende. Bij heropening van de vereffening van [naam stichting] zullen hun schadevergoedingsvorderingen op [naam stichting] het faillissement van [naam stichting] veroorzaken. Gezien de omvang van hun schadevergoedingsvorderingen zal dan namelijk sprake zijn van een situatie waarin de schulden van [naam stichting] de baten zullen overtreffen, zodat de vereffenaar op grond van artikel 2:23a lid 4 BW verplicht zal zijn om het faillissement van [naam stichting] aan te vragen. Aangezien [naam stichting] een stichting is die is onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting, brengt artikel 2:300a BW mee dat artikel 2:138 BW van overeenkomstige toepassing is op [naam stichting] . Op grond van laatstgenoemde bepaling kan de curator de voormalige statutaire bestuurders en de feitelijke beleidsbepalers van [naam stichting] aansprakelijk stellen voor het gehele faillissementstekort, als zij hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het faillissementstekort zal in dat geval bestaan uit de volledige schadevergoedingsvordering van verzoekers, verminderd met € 5.228 (vermeerderd met wettelijke rente). Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat uit de administratie van [naam stichting] zal blijken dat de curator op grond van artikel 2:138 BW een vordering heeft op de bestuurders en feitelijke beleidsbepalers. Gezien de door verzoekers in deze procedure gestelde feiten is het evident dat rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de curator op grond van artikel 2:138 BW een vordering jegens de bestuurders en feitelijke beleidsbepalers van [naam stichting] te gelde zal maken. Ook kan niet worden uitgesloten dat [naam stichting] op grond van artikel 2:9 BW een vordering heeft op haar bestuurders. Toegang tot de administratie van [naam stichting] stelt verzoekers in staat om een betere inschatting te maken van de kans dat zij hun schadevergoedingsvorderingen geheel of gedeeltelijk betaald krijgen als gevolg van een actie van de curator op grond van artikel

2: 138 BW en/of artikel 2:9 BW, aldus verzoekers.

2.8.

De kantonrechter overweegt hierover als volgt. Er vanuit gaande dat na heropening van de vereffening van [naam stichting] de vereffenaar het faillissement van [naam stichting] aanvraagt, zal de curator van [naam stichting] gerechtigd worden tot inzage in de volledige administratie van [naam stichting] , waaronder de fondsenadministratie (zie in verband hiermee de tussenbeschikking, randnummer 4.5). Circle zal in dat geval de fondsenadministratie dus aan de curator moeten verstrekken. Het is vervolgens aan de curator (en de rechter-commissaris) om te beoordelen of de schadevergoedingsvorderingen van de verzoekers (voorlopig) moeten worden erkend en vorderingen op grond van artikel 2:138 BW en/of artikel 2:9 BW moeten worden ingesteld. In het scenario dat de curator de vorderingen van verzoekers (voorlopig) erkent en vorderingen instelt op grond van artikel 2:138 BW en/of artikel 2:9 BW is er geen reden voor inzage door verzoekers in de fondsenadministratie, omdat de curator dan over die administratie de beschikking heeft en met de door hem in te stellen vorderingen de financiële belangen van verzoekers worden behartigd. Pas als de curator de vorderingen van verzoekers op [naam stichting] (voorlopig) betwist of zich op het standpunt stelt dat geen vordering op grond van artikel 2:138 BW en/of artikel 2:9 BW moet worden ingesteld én de curator dan weigert verzoekers inzage te verlenen in de fondsenadministratie, kan een situatie ontstaan dat verzoekers belang hebben bij inzage in de fondsenadministratie op de voet van artikel 2:24 lid 4 BW. In dat geval kan namelijk niet worden uitgesloten dat verzoekers aan de hand daarvan de curator zullen willen overtuigen van de onjuistheid van zijn standpunt.

2.9.

Verzoekers betogen ook dat hun concrete belang bij waarheidsvinding voldoende zou moeten zijn om hen aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 2:24 lid 4 BW. Impliciet verzoeken zij de kantonrechter hiermee terug te komen op zijn oordeel in de tussenbeschikking dat, gelet op de parlementaire geschiedenis, een verzoek tot het geven van een machtiging tot raadpleging van de boeken, bescheiden en gegevensdragers in de zin van artikel 2:24 lid 4 BW in ieder geval mede betrekking moet hebben op de vereffening van een ontbonden rechtspersoon dan wel, voor zover die rechtspersoon is ontbonden zonder dat daarop vereffening is gevolgd, op de ontbinding van die rechtspersoon. De kantonrechter ziet geen aanleiding om terug te komen op dat oordeel.

2.10.

Verzoekers hebben de weg van artikel 843a Rv (nog) niet bewandeld. Een machtiging tot inzage in de administratie op grond van artikel 2:24 lid 4 BW is ongeclausuleerd en biedt niet de zwaarwegende waarborgen die zijn verbonden aan een inzage op grond van artikel 843a Rv. In het licht daarvan en gelet op wat hiervoor in 2.5 tot en met 2.9 is overwogen, worden verzoekers op dit moment niet aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 2:24 lid 4 BW. Daarom zal hun verzoek tot het geven van een machtiging tot het raadplegen van de (volledige) administratie van [naam stichting] worden afgewezen.

2.11.

Als in het ongelijk gestelde partijen zullen verzoekers hoofdelijk in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Circle worden begroot op:

vast recht € 116,00

salaris advocaat 1.250,00 (2,5 punten x tarief € 500,00)

Totaal € 1.366,00.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

wijst het verzoek af,

3.2.

veroordeelt verzoekers hoofdelijk, in die zin dat voor zover de één betaalt, de ander daarvan zal zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Circle begroot op € 1.366.

Deze beschikking is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom, kantonrechter, op woensdag

1 juni 2016.

Type: JvdB

Coll: RS/4234