Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:2382

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-04-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
4616059 UM VERZ 15-7149
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter oordeelt dat er in deze zaak geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van berechting, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

De rechter ziet wel reden om de bestreden beslissing van de officier van justitie te vernietigen. De rechter zal de aangevoerde beroepsgronden beoordelen zoals de officier van justitie dat eigenlijk had moeten doen.

De rechter oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat de bebording van de milieuzone ter plaatse zo onduidelijk was dat aan betrokkene niet kan worden verweten die zone te hebben ingereden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

zittingsplaats Utrecht

zaaknummer: 4616059 UM VERZ 15-7149

CJIB-nummer: 189462189

beslissing van de kantonrechter d.d. 25 april 2016

inzake

[betrokkene] , te [woonplaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

Procesverloop

Bij inleidende beschikking is betrokkene een administratieve sanctie opgelegd.

De officier van justitie heeft op het door betrokkene ingestelde administratief beroep een beslissing genomen.

Tegen deze beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 11 april 2016 hun zienswijze nader toe te lichten. Betrokkene is verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen, werkzaam bij de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM).

De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten en heden uitspraak gedaan.

Beoordeling

Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de aan betrokkene opgelegde administratieve sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.

Aan betrokkene is een sanctie opgelegd van € 90,00. Het gaat om een gedraging, die zou zijn verricht op 4 mei 2015 om 16:24 uur te Utrecht (Muntkade/Sowetobrug) met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] : rijden in strijd met een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen, bord C6 bijlage I RVV 1990.

Betrokkene voert in het beroepschrift – kort weergegeven – de volgende gronden aan. De officier van justitie heeft de bestreden beslissing onvoldoende gemotiveerd door niet op de aangevoerde gronden in te gaan. Verder is de bebording ter plaatse niet behoorlijk waarneem- baar. Ten onrechte wordt het recht op het gebruik van de openbare weg ontnomen, terwijl het desbetreffende voertuig voldoet aan de wettelijke toegestane uitstoot. Tevens behoort de pleeglocatie niet tot het centrum van Utrecht. Tot slot staat niet vast dat de geslotenverklaring enige wettelijke grondslag heeft.

Ter zitting heeft betrokkene zijn beroep herhaald en aangevuld met – kort weergegeven – het volgende. De zitting vindt pas bijna één jaar na de vermeende gedraging plaats. Betrokkene stelt nooit op de hoogte te zijn gesteld van de regeling en onbekend te zijn geweest waar de regeling precies geldt. De plaats waar betrokkene de zone is ingereden, en dat is maar een klein stukje tot waar hij moet zijn, behoort niet tot het centrum. Ook stelt betrokkene 25 maal de zone te zijn ingereden, terwijl hij daarvoor niet 1 maal een sanctie heeft gekregen. Verder is de grondslag van de regeling onjuist. Daarbij is het onduidelijk hoe goed of slecht een bepaalde uitstoot van een auto is voor het milieu. Met de metingen wordt gesjoemeld en de effectiviteit van de regeling klopt evenmin. Ook kunnen dieselauto’s vele malen schoner zijn dan menig benzineauto. Het getuigt van discriminatie dat de ene auto, de diesel van vóór 2001, niet de zone mag inrijden en een andere auto wel. Wil betrokkene aan de regeling voldoen, dan wordt betrokkene gedwongen zijn dieselauto te verkopen en een nieuwe auto te kopen. Betrokkene stelt daartoe financieel niet in staat te zijn.

De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat het beroep bij de kantonrechter ongegrond is.

De kantonrechter komt tot het volgende oordeel:

Over de aangevoerde, formele beroepsgronden overweegt de kantonrechter als volgt.

Wat de beroepsgrond betreft dat de procedure (te) lang heeft geduurd, stelt de kantonrechter vast dat met de onderhavige beslissing de procedure is afgerond (ruim) binnen 2 jaar na de toezending van de inleidende beschikking. Onder verwijzing naar het arrest van het hof Leeuwarden van 21 juli 2009 (ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ3210) is geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van berechting, als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De beroepsgrond slaagt niet.

Wat de beroepsgrond betreft dat de bestreden beslissing onvoldoende is gemotiveerd, het volgende. Artikel 7:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) luidt:

"De beslissing op het beroep dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 7:17 van de Awb van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied." Het bepaalde in de eerste volzin brengt echter niet mee dat in het geval niet uitgebreid en expliciet op alle door een betrokkene aangedragen argumenten wordt ingegaan door de officier van justitie, er sprake is van schending van het motiveringsbeginsel. Bij een beoordeling of sprake is van een dergelijke schending, moet worden gekeken naar de omstandigheden van het desbetreffende geval. In de bestreden beslissing is de officier van justitie alleen ingegaan op wat betrokkene had aangevoerd over de bebording. In het administratief beroepschrift zijn daarnaast echter ook gronden aangevoerd over de milieuzone, de bedoeling en reikwijdte daarvan, en hoe deze zich verhoudt tot andere regelgeving. Gelet op de principiële aard en karakter van deze beroepsgronden had de officier van justitie niet mogen volstaan met alleen een motivering over de bebording. Ten onrechte is niet inzichtelijk gemaakt waarom deze gronden geen doel treffen. De kantonrechter ziet hierin dan ook reden om de bestreden beslissing van de officier van justitie te vernietigen. Doende hetgeen de officier van justitie had behoren te doen, zal de kantonrechter de aangevoerde beroepsgronden beoordelen.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de beroepsgronden niet slagen. Of ter plaatse gesproken kan worden van het centrum van Utrecht is niet relevant. Op de locatie Muntkade/Sowetobrug geldt de milieuzone en daar is het voertuig van betrokkene langs bebording gereden waarop de geslotenverklaring was aangegeven. Een bevoegde ambtenaar heeft dit op ambtseed verklaard en betrokkene voert geen feiten aangevoerd om daaraan te twijfelen. De gedraging is daarmee begaan. Betrokkene heeft geluk gehad als hij 25 maal de zone is ingereden zonder bekeurd te zijn, maar dat maakt niet dat de voorliggende gedraging niet is begaan of niet verwijtbaar is. Ook het aantal meters dat betrokkene de milieuzone is ingereden is niet van belang. Dat ter plaatse een milieuzone geldt, is een feit waarvan moet worden uitgegaan. De argumenten daartegen kunnen niet aan de orde komen.

Voor zover betrokkene beroepsgronden heeft gericht tegen het besluit tot het instellen van de milieuzone en daarbij heeft beoogd te betogen dat dat besluit onrechtmatig is, overweegt de kantonrechter als volgt.

Bij besluit van 4 november 2014, gewijzigd op 11 november 2014, heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht verkeersmaatregelen vastgesteld, inhoudende het plaatsen van waarschuwingsborden vanaf 1 januari 2015 en het plaatsen van verkeersborden C6 vanaf 1 mei 2015, ter vaststelling van een milieuzone voor een groot aantal, in het besluit genoemde straten in de gemeente Utrecht.

In wat betrokkene heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen grond voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot voormeld besluit heeft kunnen komen. Daarbij sluit de kantonrechter zich aan bij de uitspraak van de bestuursrechter van de rechtbank Midden- Nederland van 22 januari 2016 (www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBMNE:2016:339) en maakt deze overwegingen tot de zijne. In deze uitspraak is de bestuursrechter ingegaan op de diverse inhoudelijke beroepsgronden over de effecten van het instellen van de milieuzone, zoals ook aangevoerd door betrokkene, en heeft geconcludeerd dat al deze gronden niet slagen.

Wat betreft de beroepsgronden die zien op de gedraging, overweegt de kantonrechter als volgt.

De ambtsedige verklaring van de verbalisant in het aanvullende proces-verbaal vermeldt:

(…) Ter hoogte van Muntkade/Sowetobrug te Utrecht is het voertuig met het kenteken [kenteken] waargenomen in de milieuzone door het automatische kentekenregistratiesysteem van de vaste camera’s. Deze camera scant voertuigen die in de Utrechtse milieuzone komen, waarna wordt bekeken of de voertuigen aan de milieuzoneregels voldoen. De milieuzone van de gemeente Utrecht wordt aangeduid door de borden volgens C6 met onderbord met daarop de tekst ‘voor dieselauto’s van voor 1-1-2001’.

Op maandag 4 mei 2015 omstreeks 16:24 uur werd het voertuig door het camerasysteem gefotografeerd. Bij navraag van de gegevens van het betreffende voertuig bij de Rijksdienst voor Wegverkeer is gebleken dat de datum eerste toelating van voor 1-1-2001 was en dat dit een dieselauto betreft. Bij navraag bij de gemeente Utrecht is gebleken dat er geen ontheffing voor het voertuig was verleend. Het voertuig met het kenteken [kenteken] heeft het bord C6 van Bijlage I van het RVV genegeerd en was daarmee in overtreding. (…)”.

De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, geen aanleiding te twijfelen aan deze verklaring van de verbalisant. Niet aannemelijk is geworden dat de bebording van de milieuzone ter plaatse zo onduidelijk was dat aan betrokkene niet kan worden verweten die zone te hebben ingereden. Verder heeft de officier van justitie zich terecht op het standpunt gesteld dat niet relevant is of ter plaatse gesproken kan worden van het centrum van Utrecht. Vaststaat dat op de locatie Muntkade/Sowetobrug de milieuzone geldt. Nu ook uit het dossier geen feiten of omstandigheden blijken die aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant, is naar de overtuiging van de kantonrechter komen vast te staan dat de gedraging is verricht.

Verder zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot matiging van de opgelegde sanctie.

In wat betrokkene verder nog heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen grond voor het oordeel dat de inleidende beschikking onrechtmatig is. Het administratief beroep is ongegrond.

Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.

Beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het beroep bij de kantonrechter gegrond;

- vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;

- verklaart het administratief beroep ongegrond;

- bepaalt dat deze beslissing in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.

Deze beslissing is genomen door mr. drs. M.P. Glerum, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 25 april 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.

de griffier, de kantonrechter,

G.Z. Bont mr. drs. M.P. Glerum

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht, locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.

Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending proces-verbaal: