Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1934

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-03-2016
Datum publicatie
08-04-2016
Zaaknummer
16.706106-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Man wordt veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank oordeelt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een inbraak en vier keer medeplichtig is geweest aan vermogensdelicten.

De rol van verdachte was anders dan die van zijn medeverdachten. De medeverdachten namen de rol van medepleger op zich, waar de verdachte veelal de medeverdachten heeft geholpen deze misdrijven mogelijk te maken. De rechtbank oordeelt dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht en geen eerdere feiten heeft gepleegd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De rechtbank legt bijzondere voorwaarden op zoals een meldplicht en het volgen van een behandeling bij een forensisch psychiatrische kliniek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16.706106-15 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 29 maart 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in het Huis van Bewaring in Zwaag.

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het onderzoek heeft inhoudelijk plaatsgevonden ter openbare terechtzittingen van 27 oktober 2015, 8 maart 2016 en 15 maart 2016, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B. Yesilgöz, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie mr. J. Zeilstra en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

Primair

(zaak 3)

hij op of omstreeks 13 februari 2015 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,

in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen twee, althans één of meerdere beeldschermen (merk Apple) en/of een laptop (merk Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 13 februari 2015 te [woonplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft/hebben weggenomen twee, althans één of meerdere beeldschermen (merk Apple) en/of een laptop (merk Apple), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of voornoemd(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 februari 2015 te Hilversum en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] naar de plaats delict te brengen en/of (aldaar) op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op te wachten (in/bij/met een vluchtauto) en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] weg van de plaats delict te brengen en/of

de weggenomen goederen (samen met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) naar een afnemer te brengen.

2.

Primair

(zaak 4)

hij op of omstreeks 13 februari 2015 te [vestigingsplaats] , gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de [supermarkt] , gelegen aan de [adres] heeft weggenomen diverse broodjes en/of gebakjes en/of taarten en/of vlaaien, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 13 februari 2015 te [vestigingsplaats] , gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

in/uit de [supermarkt] , gelegen aan de [adres] heeft/hebben weggenomen diverse broodjes en/of gebakjes en/of taarten en/of vlaaien, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of voornoemd(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 februari 2015 te Loosdrecht, gemeente Wijdemeren en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] naar de plaats delict te brengen en/of (aldaar) op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op te wachten (in/bij/met een vluchtauto) en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] weg van de plaats delict te brengen.

3.

Primair

(zaak 5)

a.

hij op of omstreeks 21 februari 2015 te [woonplaats] , gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen twee, althans één of meerdere laptop(s) en/of laptoptas(sen) en/of een Playstation en/of een iPad en/of een iPhone en/of twee, althans één of meerdere (spiegelreflex)camera('s) en/of twee, althans één of meerdere (gouden) ringen en/of één of meerdere armbanden en/of een handycam en/of een autosleutel en/of een spaarvarken (met daarin een onbekend geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

b.

hij op of omstreeks 21 februari 2015 te [woonplaats] , gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een personenauto (merk BMW), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten de bij die auto horende autosleutel, die bij een woninginbraak is weggenomen en/of tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren);

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 21 februari 2015 te [woonplaats] , gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit/bij een woning gelegen aan de [adres] heeft/hebben weggenomen twee, althans één of meerdere laptop(s) en/of laptoptas(sen) en/of een Playstation en/of een iPad en/of een iPhone en/of twee, althans één of meerdere (spiegelreflex)camera('s) en/of twee, althans één of meerdere (gouden) ringen en/of één of meerdere armbanden en/of een handycam en/of een autosleutel en/of een spaarvarken (met daarin een onbekend geldbedrag) en/of een personenauto (merk BMW), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun

mededader(s) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

voornoemd(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of door middel van een valse sleutel,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 21 februari 2015 te

[woonplaats] , gemeente Wijdemeren en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] i) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] naar de plaats delict te brengen en/of (aldaar) op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op te wachten en/of (een deel van) de weggenomen goederen (samen met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) naar een afnemer te brengen.

4.

Primair

(zaak 10)

hij op of omstreeks 2 maart 2015 te [vestigingsplaats] , gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [winkel] , gelegen aan de [adres] heeft weggenomen één of meerdere slof(fen) sigaretten (ter waarde van in totaal 4.669,60 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 2 maart 2015 te [vestigingsplaats] , gemeente Wijdemeren, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

in/uit het winkelpand van [winkel] , gelegen aan de [adres] heeft/hebben weggenomen één of meerdere slof(fen) sigaretten (ter waarde van in totaal 4.669,60 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) en/of verdachte, waarbij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of voornoemd(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 maart 2015 te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] naar de plaats delict te brengen en/of (aldaar) op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op te wachten (in/bij/met een vluchtauto) en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] weg van de plaats delict te brengen en/of (een deel van) de weggenomen goederen (samen met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

) naar een afnemer te brengen.

5.

Primair

a. (zaak 15)

hij en/of zijn mededader(s) op of omstreeks 14 maart 2015 te [vestigingsplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [opticien 1] , gelegen aan de [adres] weg te nemen zonnebrillen en/of (andere) goederen en/of geld en/of zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik het brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, één of meerdere ruiten van dat winkelpand heeft/hebben ingegooid en/of ingeslagen (met een putdeksel) en/of dat winkelpand heeft/hebben betreden en/of heeft/hebben getracht om zonnebrillen uit/van de stellage te pakken, zijnde de uitvoering van dit misdrijf niet voltooid;

b. (zaak 11)

hij en/of zijn mededader(s) op of omstreeks 7 maart 2015 te [vestigingsplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [opticien 1] , gelegen aan de [adres] weg te nemen zonnebrillen en/of (andere) goederen en/of geld en/of zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik het brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, de deur van dat winkelpand heeft/hebben geforceerd en/of beschadigd, zijnde de uitvoering van dit misdrijf niet voltooid;

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2]

a. op of omstreeks 14 maart 2015 te [vestigingsplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [opticien 1] , gelegen aan de [adres] weg te nemen zonnebrillen en/of (andere) goederen en/of geld

en/of zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik het brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, één of meerdere ruiten van dat winkelpand heeft/hebben ingegooid en/of

ingeslagen (met een putdeksel) en/of dat winkelpand heeft/hebben betreden en/of heeft/hebben getracht om zonnebrillen uit/van de stellage te pakken, zijnde de uitvoering van dit misdrijf niet voltooid;

b. op of omstreeks 7 maart 2015 te [vestigingsplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [opticien 1] , gelegen aan de [adres] weg te nemen zonnebrillen en/of (andere) goederen en/of geld en/of zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik het brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, de deur van dat winkelpand heeft/hebben geforceerd en/of beschadigd, zijnde de uitvoering van dit misdrijf niet voltooid,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 7 maart 2015 en/of 14 maart 2015 te Eemnes en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] naar de plaats delict te brengen en/of (aldaar) op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op te wachten (in/bij/met een vluchtauto) en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] weg van de plaats delict te brengen.

6.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 16 tot en met 17 maart 2015 te [vestigingsplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [opticien 2] , gelegen aan de [adres] heeft weggenomen 288, althans één of meerdere zonnebril(len) (ter waarde van in totaal 84.400 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [opticien 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

Subsidiair

[medeverdachte 2] op of omstreeks 13 februari 2015 te [vestigingsplaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [opticien 2] , gelegen aan de [adres] heeft weggenomen 288, althans één of meerdere zonnebrillen (ter waarde van in totaal 84.400 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [opticien 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) en/of verdachte, waarbij [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of

voornoemd(e) goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 16 tot en met 17 maart 15 te Voorthuizen en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk

(zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 2] ) die [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) naar de plaats delict te brengen en/of (aldaar) op de uitkijk te staan en/of die [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) op te wachten (in/bij/met een vluchtauto) en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of die [medeverdachte 2] en/of zijn mededader(s) weg van de plaats delict te brengen.

7.

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2015 tot en met 17 maart 2015 te Hilversum en/of te Loosdrecht en/of te 's Graveland en/of te Kortenhoef, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband met (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van vermogensdelicten, waaronder woning- en/of bedrijfsinbraken.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten.

De verdachte wordt daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de aan verdachte onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair,

4 subsidiair, 5 subsidiair a en b, 6 subsidiair en 7 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

De officier van justitie heeft gevorderd om verdachte wegens gebrek aan bewijs van de onder 1 primair, 3 primair a en b, 4 primair, 5 primair a en b en 6 primair ten laste gelegde feiten vrij te spreken.

De officier van justitie heeft zijn standpunt verwoord in een ter zitting overgelegd requisitoir.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw is van mening dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van de aan verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5a en 6 ten laste gelegde feiten in die zin dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan die feiten en daarmee telkens het subsidiair tenlastegelegde.

De raadsvrouw is van mening dat wegens gebrek aan bewijs niet tot een bewezenverklaring van het onder feit 5b primair en subsidiair en het onder feit 7 tenlastegelegde kan worden gekomen.

Wat betreft een bewezenverklaring van feit 2 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsvrouw heeft haar standpunt verwoord in een ter zitting overgelegde pleitnota.

Het oordeel van de rechtbank 1

Vrijspraak feit 1 primair, bewezenverklaring feit 1 subsidiair

[benadeelde 1] heeft verklaard dat hij op 13 februari 2015 omstreeks 05.05 uur lag te slapen in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] . Hij werd wakker van twee harde knallen. Hij liep naar de studeerkamer en zag dat overal glas op de grond lag. Er waren twee ramen ingegooid. Twee computerschermen en een laptop van het merk Apple waren weggenomen.2 De schermen en de laptop zijn vanaf de openbare weg zichtbaar. Het zier er naar uit dat de daders de ruiten hebben ingegooid, de schermen en de laptop hebben gepakt en zijn weggerend.3

Getuige [getuige 1] , wonende op de [adres] , heeft verklaard dat hij op 13 februari 2015 omstreeks 05.05 uur veel glasgerinkel en gebonk hoorde. Hij keek uit zijn raam met zicht op de [adres] en zag twee personen voor zijn huis langs rennen. Eén van hen had een computerscherm in zijn handen en hier hing nog een draad uit.4

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bekend dat hij deze inbraak heeft gepleegd. Hij verklaart daar twee schermen en een Macbook pro te hebben weggenomen.5

Verdachte heeft verklaard dat hij bij deze woninginbraak verderop zat te wachten in een auto en dat hij moest wegrijden als degene die de inbraak aan het plegen waren eraan zouden komen. [medeverdachte 1] had die inbraak gepleegd.6 [verdachte] had € 50,00 hiervoor gekregen.7

De rechtbank stelt op basis van het voornoemde vast dat medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ingebroken in de woning aan de [adres] en dat hij dit samen met een mededader heeft gedaan. Getuige [getuige 1] heeft twee personen zien wegrennen en het is niet aannemelijk dat [medeverdachte 1] in zijn eentje twee schermen en een laptop al rennend heeft meegenomen.

De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte bij die woninginbraak betrokken is geweest door op de uitkijk te staan en op de daders te wachten in een auto en de daders vervolgens na het plegen van de inbraak met die auto van de plaats delict weg te brengen. Verdachte is de daders van de inbraak door zijn handelen behulpzaam geweest en hij heeft zich aldus schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan dit feit. De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit daarmee bewezen.

Verdachte zal wegens gebrek aan bewijs van het onder 1 primair ten laste gelegde medeplegen van de woninginbraak worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring feit 2 primair

[getuige 2] heeft verklaard dat zij op 13 februari 2015 omstreeks 06.25 uur bij de [supermarkt] supermarkt, gelegen aan de [adres] in [vestigingsplaats] , aan kwam. Ze zag drie of vier lege broodkratten naast de winkel liggen. Die ochtend rond 03.30 uur had de bakker het bestelde brood en gebak gebracht. De bakker zet het gebak en brood in kratjes en plaatst deze kratjes in een buitenplaats van de winkel. Deze buitenplaats is omheind met een ijzer hekwerk van zo’n 2.20 meter hoog. Een groot gedeelte van die bestelling ontbrak.8 Er waren zakken bruine en witte bolletjes, taart, gebak en vlaaien weggenomen.9

Verdachte heeft bekend deze diefstal te hebben gepleegd. Hij was samen met [medeverdachte 1] . Ze waren over het hek geklommen en hadden broodjes en een paar dozen gebak meegenomen.10

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ook bekend deze diefstal te hebben gepleegd.11

De rechtbank acht op grond van voornoemd bewijs het onder feit 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen in die zin dat verdachte zich samen een mededader heeft schuldig gemaakt aan diefstal van diverse broodjes, gebak, taart en vlaaien, waarbij zij zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van inklimming.

Vrijspraak feit 3a en 3b primair, bewezenverklaring feit 3 subsidiair

[benadeelde 2] heeft verklaard dat op 22 februari 2015 om 8.30 uur bleek dat er was ingebroken in zijn woning aan de [adres] in [woonplaats] . Zijn personenauto BMW met kenteken [kenteken]12 stond op de parkeerplaats bij de woning.13 Er was aan de zijkant van de woning een gat in de ruit gemaakt, waardoor de woning was betreden. De buurman had de auto op 21 februari 2015 om 17.00 uur nog zien staan. De buurvrouw zag dat de auto op 21 februari 2015 om 23.00 uur verdwenen was. De dader heeft de auto en uit de woning de autosleutels, twee laptops, twee laptoptassen, een Playstation, een iPad, een iPhone, twee spiegelreflexcamera’s, twee gouden ringen, diverse armbanden en een handycam weggenomen.14

Op 23 februari 2015 wordt op de ’s-Gravelandseweg in Hilversum de BMW met kenteken [kenteken] gecrasht aangetroffen.15

Bij onderzoek in de BMW werden bloedsporen gevonden op de geleiderail van de bijrijdersstoel, de airbag bij het stuur en de zijairbag aan de linkerzijde ter hoogte van de bestuurdersstoel.16

DNA-onderzoek wijst uit dat het DNA-profiel in het bloed op de geleiderail van de bijrijdersstoel afkomstig kan zijn van [medeverdachte 2] , met een matchkans van kleiner dan 1 op 1 miljard.17

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze inbraak heeft gepleegd en dat hij de BMW heeft weggenomen en dat hij dit samen met een ander heeft gedaan.18

Verdachte heeft verklaard dat deze woninginbraak is gepleegd door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]). Verdachte had [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] afgezet bij de woning. [medeverdachte 1] had het raam ingeslagen. Zij zijn naar binnen gegaan en verdachte stond op de oprit van die woning te wachten. Na de inbraak stapten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de BMW en ze reden weg.19 Verdachte was achter hen aangereden. In de tas die zij bij zich hadden zaten sieraden, een laptop en een spaarvarkentje. Het goud hadden ze weggebracht naar een goudsmid. Verdachte had tussen de € 100 en € 150 gekregen van [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] .20

Verdachte heeft ter terechtzitting van 27 oktober 2015 zijn verklaring ten aanzien van [medeverdachte 2] ingetrokken. Hij heeft echter bij de politie een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd. Van deze verklaring is een ambtsedig proces-verbaal opgemaakt en verdachte heeft dit proces-verbaal getekend. Daar komt bij dat zijn verklaring wordt ondersteund door het aantreffen van het DNA van medeverdachte [medeverdachte 2] in de BMW. [medeverdachte 2] geeft geen aannemelijke verklaring hiervoor. De rechtbank acht de door verdachte bij de politie afgelegde verklaring daarom betrouwbaar en hecht geen waarde aan de verklaring van verdachte op de zitting van 27 oktober 2015.

De rechtbank acht op grond van voornoemd bewijs bewezen dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de inbraak in de woning op het adres [adres] hebben gepleegd en de BMW hebben weggenomen en dat verdachte hen daarbij behulpzaam is geweest door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar die woning toe te brengen, op de uitkijk te staan, op hen te wachten in een auto en door een deel van de weggenomen goederen samen met hen naar een afnemer te brengen. De rechtbank acht aldus de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de inbraak en de diefstal van de BMW wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte zal wegens gebrek aan bewijs van het onder 3 primair a en b ten laste gelegde medeplegen van de woninginbraak en diefstal van de auto worden vrijgesproken.

Vrijspraak feit 4 primair, bewezenverklaring feit 4 subsidiair

[getuige 3] heeft verklaard dat zij op 2 maart 2015 omstreeks 00.33 uur zag dat de ruit aan de voorzijde van de sigarettenwinkel [winkel] , gevestigd aan de [adres] in [woonplaats] , gemeente Wijdemeren, was vernield. Uit de schappen achter de toonbank waren sigaretten weggenomen.21 De ruit was ingegooid met een putdeksel. De totale waarde van de weggenomen sigaretten is € 4.669,60.22

Getuige [getuige 4] heeft verklaard dat zij op 2 maart 2014 omstreeks 00.30 uur twee personen uit de richting van de Kerklaan zag komen rennen. De personen hadden meerdere voorwerpen vast en ze vermoed dat dit sloffen sigaretten waren. Ze stapten in een donkerkleurige auto.23 Getuige [getuige 5] hoorde een knal en hij zag dat er een man uit [winkel] sprong en dat er een man nog binnen stond.24

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bekend deze inbraak te hebben gepleegd en sigaretten te hebben weggenomen.25

Verdachte heeft verklaard dat hij bij deze inbraak betrokken is geweest als chauffeur van de vluchtauto. Hij had [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1]) en [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2]) bij de winkel afgezet en hij stond in de auto op de uitkijk en op hen te wachten. Na de inbraak kwamen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met sigaretten terug. Ze reden richting Den Haag, omdat [medeverdachte 1] iemand wist die de spullen wilde hebben. [medeverdachte 1] heeft de sigaretten in Den Haag afgegeven. Verdachte had € 200 of € 300 gekregen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hadden tegen hem gezegd dat hij dit bedrag zou krijgen. Dat werd onderling afgesproken.26

De rechtbank acht op grond van voornoemd bewijs bewezen dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de inbraak in [winkel] hebben gepleegd, dat zij daarbij sigaretten hebben weggenomen en dat verdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de winkel heeft gebracht, hij op de uitkijk heeft gestaan, hen heeft opgewacht met een vluchtauto, de vluchtauto heeft bestuurd en met hen een deel van de weggenomen goederen naar een afnemer heeft gebracht. Verdachte is de daders van de inbraak door zijn handelen behulpzaam geweest en hij heeft zich aldus schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan dit feit. De rechtbank acht het onder 4 subsidiair ten laste gelegde feit daarmee bewezen.

Verdachte zal wegens gebrek aan bewijs van het onder 4 primair ten laste gelegde medeplegen van de inbraak worden vrijgesproken.

Vrijspraak feit 5 primair a en feit 5 subsidiair a

Verdachte heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij de poging tot inbraak bij [opticien 1] op 14 maart 2015 door als chauffeur de vluchtauto te besturen en de daders weg te brengen van de plaats delict. Dat verdachte schuldig is aan dit feit in de zin van medeplichtigheid kan aldus bewezen worden verklaard. Echter, omdat aan verdachte is tenlastegelegd dat hij medeplichtig is aan dit door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] gepleegde feit (en niet aan dit door een of meer ander(-en) gepleegde feit), kan dit feit niet bewezen worden nu [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] van dit feit worden vrijgesproken. Nu bewijs dat verdachte dit feit heeft gepleegd, dan wel dat hij daaraan een significante bijdrage heeft geleverd, zal de rechtbank verdachte van feit 5 primair a en feit 5 subsidiair a vrijspreken.

Vrijspraak feit 5 primair b en feit 5 subsidiair b

Uit het dossier blijkt niet dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de poging tot inbraak bij [opticien 1] in [vestigingsplaats] op 7 maart 2015. De rechtbank zal hem daarom van feit

5 primair b en feit 5 subsidiair b vrijspreken.

Vrijspraak feit 6 primair en feit 6 subsidiair

Verdachte heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij de inbraak bij [opticien 2] in [vestigingsplaats] in de periode van 16 tot en met 17 maart 2015 door als chauffeur de vluchtauto te besturen en de daders weg te brengen van de plaats delict. Dat verdachte schuldig is aan dit feit in de zin van medeplichtigheid kan aldus bewezen worden verklaard. Echter, omdat aan verdachte is tenlastegelegd dat hij medeplichtig is aan dit door [medeverdachte 2] gepleegde feit (en niet aan dit door een ander gepleegd feit) en die [medeverdachte 2] van dit feit wordt vrijgesproken, kan dit feit niet bewezen worden. Nu bewijs dat verdachte dit feit heeft gepleegd dan wel dat hij daaraan een significante bijdrage heeft geleverd zal de rechtbank verdachte van feit 6 primair en feit 6 subsidiair vrijspreken.

Bewezenverklaring feit 7

De rechtbank stelt op grond van het hiervoor overwogene vast dat verdachte zich gedurende een periode van een maand schuldig heeft gemaakt aan meerdere vermogensdelicten, waaronder medeplichtigheid aan woninginbraken, een bedrijfsinbraak, medeplichtigheid aan een bedrijfsinbraak en medeplichtigheid aan diefstal van een auto. Verdachte pleegde deze delicten samen met anderen, te weten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . De rechtbank stelt daarbij vast dat sprake is geweest van een duurzaam samenwerkingsverband en van een bepaalde structuur. Zo hebben de feiten met enige regelmaat gedurende die periode van een maanden plaatsgevonden. Soms zaten er slechts enkele dagen tussen de feiten. Er vond veelal vooraf overleg en planning plaats, waarbij werd gesproken over de voorgenomen daden en wijze van vluchten. Daarbij vervulde iedere verdachte een eigen rol in die feiten. De rollen waren veelal zo verdeeld dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] samen de feiten pleegden en verdachte de vluchtauto bestuurde en hen na het plegen van de delicten ook verder behulpzaam was.

Dat de verdachten voor verschillende feiten zullen worden vrijgesproken doet hier niet aan af. Op basis van het onderzoek kan niet vastgesteld worden wat hun aandeel in die feiten is geweest. In het dossier zitten echter wel aanwijzingen dat zij betrokken zijn geweest bij die feiten op een andere wijze dan is tenlastegelegd. Voor verdachte geldt daarbij dat hij bekend heeft bij twee feiten waarvan hij wordt vrijgesproken als medeplichtige betrokken te zijn geweest, maar dat de rechtbank slechts door de wijze van ten laste leggen niet tot een bewezenverklaring van die feiten kan komen.

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en daarmee het onder 7 ten laste gelegde feit.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

Subsidiair

[medeverdachte 1] op of omstreeks 13 februari 2015 te [woonplaats] , tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen twee beeldschermen (merk Apple) en een laptop (merk Apple), toebehorende aan [benadeelde 1] , waarbij die [medeverdachte 1] en zijn mededader voornoemde goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 13 februari 2015 te Hilversum opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] ) aldaar op de uitkijk te staan en die [medeverdachte 1] op te wachten in een vluchtauto en vervolgens de vluchtauto te besturen en die [medeverdachte 1] weg van de plaats delict te brengen.

2.

Primair

(zaak 4)

hij op 13 februari 2015 te [vestigingsplaats] , gemeente Wijdemeren, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de [supermarkt] , gelegen aan de [adres] heeft weggenomen diverse broodjes en gebakjes en taarten en vlaaien, toebehorende aan [supermarkt] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming.

3.

Subsidiair

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 21 februari 2015 te [woonplaats] , gemeente Wijdemeren, tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit/bij een woning gelegen aan de [adres] hebben weggenomen twee laptops en laptoptassen en een Playstation en een iPad en een iPhone en twee spiegelreflexcamera's en twee gouden ringen en armbanden en een handycam en een autosleutel en een spaarvarken met daarin een onbekend geldbedrag en een personenauto (merk BMW), toebehorende aan [benadeelde 2] , waarbij die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en voornoemde auto onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en door middel van een valse sleutel,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 21 februari 2015 te 's-Graveland, gemeente Wijdemeren, opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de plaats delict te brengen en aldaar op de uitkijk te staan en die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op te wachten en (een deel van) de weggenomen goederen samen met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar een afnemer te brengen.

4.

Subsidiair

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 2 maart 2015 te [vestigingsplaats] , gemeente Wijdemeren, tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het winkelpand van [winkel] , gelegen aan de [adres] hebben weggenomen meerdere sloffen sigaretten (ter waarde van in totaal 4.669,60 euro), toebehorende aan [winkel] , waarbij die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 2 maart 2015 te Kortenhoef, gemeente Wijdemeren en elders in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk (zoals vooraf afgesproken met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de plaats delict te brengen en aldaar op de uitkijk te staan en die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op te wachten in/met een vluchtauto en vervolgens de vluchtauto te besturen en die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] weg van de plaats delict te brengen en (een deel van) de weggenomen goederen samen met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar een afnemer te brengen.

7.

hij in de periode van 13 februari 2015 tot en met 17 maart 2015 te Hilversum en te Loosdrecht en te 's Graveland en te Kortenhoef, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van vermogensdelicten, waaronder woning- en bedrijfsinbraken.

Van het onder feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 7 meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Ten aanzien van feit 3 subsidiair:

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Ten aanzien van feit 4 subsidiair:

Medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 7:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

7 STRAFBAARHEID

De feiten en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. De officier van justitie heeft gevorderd om aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te verbinden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van een op te leggen straf verzocht rekening te houden met de conclusie van de psycholoog dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was, hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, hij de afgelopen maanden een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en zich in dat kader heeft ingeschreven voor een opleiding en hij een behandeling bij De Waag kan gaan volgen. De raadsvrouw verzoekt om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Op deze manier kan verdachte snel met de behandeling beginnen hetgeen wenselijk is.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft samen met een mededader een inbraak gepleegd en hij is vier keer medeplichtig geweest aan vermogensdelicten, te weten aan twee woninginbraken, een bedrijfsinbraak en diefstal van een auto. Woninginbraken veroorzaken de nodige materiële schade en maken een forse inbreuk op de privacy van de bewoners. Het is voor hen vaak bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat een vreemde in hun woning is geweest en hun persoonlijke bezittingen heeft doorzocht. Bij één van die woninginbraken is met de weggenomen autosleutels ook de auto van de bewoner meegenomen. Ook inbraken in winkels leiden voor de eigenaren tot grote materiële schade en overlast. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij niets heeft gedaan om deze inbraken en diefstal te voorkomen, doch daaraan juist zijn medewerking heeft verleend.

De verdachte heeft van 13 februari 2015 tot en met 17 maart 2015 deel uitgemaakt van een criminele organisatie en in het kader daarvan heeft hij de feiten gepleegd. Waar de medeverdachten in die criminele organisatie de rol van medepleger op zich namen, bestond de rol van verdachte veelal uit het hen behulpzaam zijn na de misdrijven. Aldus heeft verdachte hen geholpen deze misdrijven mogelijk te maken en daaraan een wezenlijke bijdrage geleverd.

De rechtbank maakt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 januari 2016 op dat verdachte naast enkele transacties niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Ondanks dat in die zin geen sprake is van recidive, heeft verdachte zich nu binnen nog geen jaar schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten.

De psycholoog komt in het rapport van 14 oktober 2015 tot de conclusie dat sprake is van een ernstige gedragsstoornis die in de adolescentie is begonnen en inmiddels heeft geleid tot een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Daarnaast is sprake van een ouder-kind relatieprobleem, welke gedurende de ontwikkeling van verdachte mede heeft geleid tot de scheefgroei in de persoonlijkheidsontwikkeling. De gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens beïnvloedde het handelen van verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten. In een aanvulling op het rapport, van 20 januari 2016, adviseert de psycholoog om verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

Hij heeft daarbij gewezen op de gedragsproblemen vanaf het begin van de puberteit die niet eerder zijn behandeld of waarbij verdachte geen begeleiding heeft ontvangen, zijn lacunaire gewetensontwikkeling en het feit dat verdachte last heeft van een behoefte aan het opzoeken van spanning waardoor hij grensoverschrijdende ervaringen opzoekt. Deze kenmerken zijn passend bij en gerelateerd aan de antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en zijn van -geringe- invloed geweest op de totstandkoming van het tenlastegelegde.

De rechtbank neemt de conclusie van voornoemde deskundige, dat de verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht, over en maakt deze tot de hare.

De psycholoog is van mening dat een intensieve outreachende behandeling nodig is om verdachte verantwoordelijkheid voor zijn gedrag te laten nemen, zijn denkfouten te veranderen, hem de normen en waarden van de maatschappij te laten accepteren en hiernaar te handelen en hem te leren om te gaan met zijn behoefte aan spanningen. Dit moet verdachte stimuleren om een positieve toekomst in de maatschappij op te bouwen. De psycholoog adviseert aldus om een voorwaardelijke straf aan verdachte op te leggen met een behandeling bij een forensisch ambulante kliniek als De Waag en begeleiding door de reclassering als bijzondere voorwaarden.

Ook de reclassering komt in het rapport van 1 maart 2016 tot de conclusie dat een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek en begeleiding door de reclassering van belang zijn om het hoog tot gemiddelde recidiverisico te kunnen verminderen.

De rechtbank is van oordeel dat de hoeveelheid en de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Gelet op de bevindingen van de deskundigen zal een deel van die straf voorwaardelijk worden opgelegd met daaraan verbonden de door de psycholoog en de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Het is de rechtbank gebleken dat deze voorwaarden van belang zijn om de kans op herhaling in de toekomst te kunnen verminderen. Aan het voorwaardelijke strafdeel zal een proeftijd van twee jaar worden verbonden.

De rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring dan de officier van justitie. Mede rekening houdend met de oriëntatiepunten voor feiten als de onderhavige en het geringe strafblad van verdachte, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Door de hoeveelheid en de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten is een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. De rechtbank zal aan verdachte daarom opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de meldplicht en het volgen van een behandeling bij een forensisch psychiatrische kliniek als bijzondere voorwaarden verbonden.

9a DE BENADEELDE PARTIJ [benadeelde 1]

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [benadeelde 1] zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 2.300,00, vermeerderd met de wettelijke rente. Van deze materiële schade is een bedrag van € 1.200,00 door de verzekering vergoed.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de door de benadeelde partij ingediende vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om de vordering af te wijzen. Primair door de beperkte rol van verdachte bij dit feit en subsidiair, omdat de verzekering de dagwaarde van de goederen heeft vergoed en de nieuwwaarde niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Het oordeel van de rechtbank

De door de benadeelde partij ingediende vordering van € 2.300,00 ziet op de nieuwaarde van de gestolen beeldschermen en Macbook. Uit de bij de vordering gevoegde stukken wordt duidelijk dat de verzekering reeds een bedrag van € 1.205,10 heeft vergoed. Dit deel van de vordering komt daardoor niet voor toewijzing in aanmerking.

Voor het resterende bedrag overweegt de rechtbank dat de gestolen spullen niet nieuw waren en rekening moet worden gehouden met een deel afschrijving. In dat kader komt het door de verzekering uitgekeerde bedrag de rechtbank redelijk voor. De rechtbank ziet geen aanleiding om het meerdere, te weten het gevorderde bedrag van € 1.100,00, toe te wijzen.

De vordering van de benadeelde partij zal worden afgewezen.

9b DE BENADEELDE PARTIJ [supermarkt] B.V.

Voor aanvang van de terechtzitting heeft [supermarkt] B.V. - daartoe vertegenwoordigt door [benadeelde 4] - zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 59,21, ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de door de benadeelde partij ingediende vordering met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich wat betreft deze vordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij [supermarkt] B.V. rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het onder 2 bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 59,21, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met de kosten die – tot op heden – worden begroot op nihil. De rechtbank zal de vordering dan ook tot dit bedrag toewijzen.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Als extra waarborg voor betaling aan de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

9c DE BENADEELDE PARTIJ [opticien 2]

De benadeelde partij [benadeelde 5] dient in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard nu de verdachte van het hem onder 6 ten laste gelegde feit zal worden vrijgesproken.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 48, 140, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart niet bewezen hetgeen onder feit 1 primair, feit 3a primair, feit 3b primair, feit 4 primair, feit 5 primair a, feit 5 primair b, feit 5 subsidiair a, feit 5 subsidiair b, feit 6 primair en feit 6 subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 7 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat onder feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair en feit 7 meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar en kwalificeert deze feiten op de wijze zoals onder 6 omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd van twee jaar:

* zich binnen één dag volgend op zijn vrijlating zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 200 in Utrecht en zich hierna zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* een ambulante behandeling zal volgen bij een forensisch psychiatrische polikliniek, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] af;

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [supermarkt] B.V., gevestigd te Nijkerk en voor wie als vertegenwoordiger optreedt [benadeelde 4] , van een bedrag van € 59,21 (zegge: negenenvijftig euro en eenentwintig eurocent), hoofdelijk, met dien verstande dat indien en voor zover verdachtes mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd, vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 13 februari 2015, tot die van de voldoening;

- veroordeelt de verdachte voorts in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

- legt op aan de verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 59,21 ten behoeve van benadeelde partij [supermarkt] B.V. voornoemd, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis;

- bepaalt dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [supermarkt] B.V (in zoverre) komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte en/of zijn mededader (gedeeltelijk) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [supermarkt] B.V., daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat (in zoverre) komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [opticien 2] in de vordering niet-ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.J. Hamming, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en K.G. van de Streek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL0900-2015083932 Z, doorgenummerd blz. 1 tot en met blz. 1664

2 Aangifte [benadeelde 1] , blz. 250

3 Aangifte [benadeelde 1] , blz. 251

4 Proces-verbaal van verhoor van getuige, blz. 254

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 356

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 690

7 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 691

8 Aangifte [getuige 2] , namens [supermarkt] , blz. 256

9 Aangifte [getuige 2] , namens [supermarkt] , blz. 257

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 691

11 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 353

12 Goederenbijlage, blz. 300

13 Aangifte [benadeelde 2] , blz. 297

14 Aangifte [benadeelde 2] , blz. 298

15 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 303

16 Proces-verbaal sporenonderzoek, blz. 325

17 Rapport Nederlands Forensisch Instituut d.d. 25 maart 2015, blz. 404 en 405 in combi met proces-verbaal sporenonderzoek, blz. 325

18 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 oktober 2015

19 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 694

20 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 695

21 Aangifte [getuige 3] , blz. 848

22 Aangifte [getuige 3] , blz. 849

23 Proces-verbaal van verhoor van getuige, blz. 853

24 Proces-verbaal van verhoor van getuige, blz. 855

25 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 27 oktober 2015

26 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, blz. 693, 694, en 696