Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1848

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-03-2016
Datum publicatie
06-04-2016
Zaaknummer
4620931 / LC EXPL 15-4604
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Tussen partijen is in geschil of de ter beschikking stelling van de leaseauto een arbeidsvoorwaarde is waarop eiser uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst recht heeft. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend. Werkgever heeft het voornemen een einde te maken aan de toekenning van een leaseauto aan werknemer met ingang van 1 januari 2017. De vraag die moet worden beantwoord is of zij tot deze eenzijdige wijziging mag overgaan.

Nu er geen schriftelijk eenzijdig wijzigingsbeding is overeengekomen, en artikel 7:613 BW hier derhalve niet aan de orde is, dient de vraag of werkgever desalniettemin tot wijziging van de arbeidsvoorwaarde mocht overgaan te worden getoetst aan de criteria zoals geformuleerd in het arrest [achternaam]/Mammoet (HR 11 juli 2008, JAR 2008/204).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0362
AR 2016/1023
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Lelystad

Vonnis van 30 maart 2016

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 4620931 / LC EXPL 15-4604 van

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser, hierna ook te noemen: [eiser] ,
gemachtigde D.A.S. Ned.Rechtsbijstand Vez.mij. N.V.,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HEWLETT-PACKARD CDS (NEDERLAND) B.V.,
gevestigd te Lelystad,
gedaagde, hierna ook te noemen: CDS,
vertegenwoordigd door haar bestuurder [A] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

  • -

    het tussenvonnis van 30 december 2015

  • -

    brief van 22 februari 2016 aan de zijde van [eiser]

  • -

    brief van 25 februari 2016 aan de zijde van [eiser]

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 2 maart 2016

  • -

    de brief van 4 maart 2016 aan de zijde van [eiser] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft in eind 2008 bij CDS gesolliciteerd op de functie van Customer Service Engineer. De advertentie voor de vacatuur van Customer Service Engineer vermeldt onder meer het volgende:

“(..) Wat wordt geboden:

- Een afwisselende baan met eigen verantwoording

- De benodigde extra opleidingen voor de uit te voeren werkzaamheden

- Een auto van de zaak, GSM en een goed salaris

- Uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden (..)”

2.2.

[eiser] is op 1 januari 2010 bij CDS in dienst getreden in de functie van Customer Service Engineer tegen een brutosalaris van € 2.456.00 exclusief overige emolumenten. [eiser] is vanaf 1 januari 2010 tewerkgesteld bij General Electrics te Eindhoven en vanaf 1 oktober 2010 tewerkgesteld bij Heineken in een mobiele functie. Vanaf oktober 2012 is [eiser] tewerkgesteld bij Koninklijke Philips B.V. te Eindhoven met een vaste standplaats (resident medewerker).

2.3.

Artikel 9 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst (d.d. 2 mei 2008) luidt:

“(..) REGELING SECUNDAIRE ARBEIDSVOORWAARDEN EN BEDRIJFSREGELS

Alle aanwezige secundaire arbeidsvoorwaarden zijn in de Regeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels vastgelegd.

De werknemer verplicht zich, gelijk de werkgever zich verplicht, gedurende de looptijd van dit contract zich te conformeren aan de Regeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels, voor zover dit niet strijdig is aan hetgeen vermeld staat in dit arbeidscontact inclusief eventuele aanvullingsbladen.

In de Regeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels zijn de huisregels en de van toepassing zijnde rechten en plichten van de Werkgever en Werknemer zoveel mogelijk vastgelegd.(..)”

2.4.

Op 29 december 2009 is een aanhangsel bij arbeidsovereenkomst gesloten met aanvullende bepalingen, hierin staat vermeld:

‘Tussen werkgever en werknemer zijn voor wat betreft de aanstelling of het dienstverband de volgende specifieke afspraken overeengekomen:

1. U bent ingedeeld in salarisschaal groep 7.

2. Voor wat betreft de keuze van een lease-auto bent u ingedeeld in categorie B2.

3. Voor wat betreft de hoogte van de representatiekostenvergoeding valt u in categorie B.

4. De werknemer dient, ingeval vereist, mee te lopen in de standby- en call-out regeling.

5. Werkgever en werknemer zijn overeenkomen dat in voorkomende gevallen overwerk zal worden verricht, met daarbij de overwerkregeling zoals omschreven in de Regeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels. Hierbij is het de intentie van de werkgever om dit zoveel mogelijk in onderling overleg te doen. (..)”

2.5.

In de Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels is een paragraaf (9.2) ‘autoregeling’ opgenomen.

2.6.

Op 29 december 2009 is een overeenkomst voor het gebruik van een lease-auto gesloten.

Hierin staat vermeld:

“(..) Artikel 1. Werkgever stelt aan werknemer een bedrijfsauto ter beschikking, welke is […]

Artikel 2. Deze overeenkomst is onlosmakelijk verbonden aan de aan werknemer bekendgemaakte categorie-indeling.

Artikel 3. Er is slechts sprake van een tijdelijk gebruiksrecht dat eindigt bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Artikel 4. De kosten voor normaal gebruik en onderhoud zijn voor rekening van werkgever, inclusief de brandstofkosten voor privé-gebruik. Als vergoeding voor de kosten voor privé-gebruik betaalt de werknemer een vaste maandelijkse eigen bijdrage van € 0. De extra bijdrage bedraagt in dit geval € 0,--

Artikel 5. Aan werknemer wordt een tankpasje in bruikleen gegeven te weten een Multi Tank Card. Werknemer is verplicht in Nederland gebruik te maken van de MTC. Eventuele (buitenlandse) brandstofdeclaraties kunnen rechtstreeks worden gedaan bij de Leasemaatschappij.

Artikel 6. (..)”

Artikel 9. Alle regelingen en voorwaarden omschreven in de Secundaire Arbeidsvoorwaarden, hoofdstuk Reiskosten, zijn van toepassing. (..)”

2.7.

Bij e-mail van 20 mei 2015 verzoekt [eiser] aan de general manager [A] hem in te lichten of CDS voornemens is de leaseregeling aangaande resident medewerkers te beëindigen.

2.8.

Bij e-mail van 27 mei 2015 deelt [A] het volgende aan [eiser] mede:

“(..)Uitgangspunt is dat een leaseauto een ‘gereedschap’ is dat verstrekt kan worden als het nodig is voor het werk.

Een fijne bijkomstigheid is dat je de leaseauto privé mag benutten. Besef dat we bij HP CDS een royale leaseregeling hebben: privé gebruik, bijna volledige vrije keuze voor soort en merk auto, privé brandstof ook betaald in het buitenland, en gezinsleden mogen gebruik maken van de auto. Dit kost allemaal erg veel geld en als de medewerkers hier niet blij mee zijn kan ik dit beter afschaffen.

Als in je arbeidscontract staat dat je recht hebt op een leaseauto, of als je volgens onze afgesproken arbeidsvoorwaarden hiervoor in aanmerking komt, dan zullen we dat uiteraard honoreren, en je hebt helemaal gelijk dat de werkgever niet eenzijdig de arbeidsvoorwaarden mag veranderen.

Er is echter geen ‘leaseregeling resident engineers, die wijzigen we dus ook niet. (..)”

2.9.

Bij brief van 6 augustus 2015 van de gemachtigde van [eiser] wordt medegedeeld dat niet akkoord kan worden gegaan met de voorgenomen afschaffing van de leaseregeling.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat – 1. te verklaren voor recht dat het recht op gebruik van een leaseauto tot een arbeidsvoorwaarde behoort; 2. te verbieden dat de leaseregeling eenzijdig zal worden gewijzigd onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 5.000,00; 3. veroordeling van CDS om [eiser] in staat te stellen om ook na 1 januari 2016 gebruik te blijven maken van de geldende leaseregeling onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 5.000,00, vermeerderd kosten.

3.2.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst aan hem een leaseauto ter beschikking is gesteld en dat sprake is van een arbeidsvoorwaarde, die niet eenzijdig door de werkgever kan worden gewijzigd. [eiser] verwijst daarvoor naar het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst, de regeling secundaire arbeidsvoorwaarden en bedrijfsregels en het leasecontract. Slechts onder uitzonderlijke omstandigheden, waarbij sprake moet zijn van een zwaarwegend belang van de werkgever om de voorwaarde te wijzigen, kan van de werknemer worden verlangd met een wijziging in te stemmen. Van een zwaarwegend belang bij de werkgever is volgens [eiser] geen sprake.

3.3.

CDS voert gemotiveerd verweer. CDS stelt zich op het standpunt dat ‘resident engineers’ geen aanspraak kunnen maken op ter beschikking stelling van een leaseauto. Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst is aan [eiser] een leaseauto ter beschikking gesteld in verband met het feit dat hij eerst binnen General Electric en later bij Heineken op meerdere locaties tewerk werd gesteld. Bij het project van Philips is [eiser] niet langer mobiel werkzaam, maar werkt hij op een vaste locatie. Nu [eiser] als ‘resident engineer’ werkzaam is en voor die weknemers geen leaseregeling geldt, is geen sprake van wijziging van de arbeidsvoorwaarden, maar juist toepassing van bestaande arbeidsvoorwaarden. In de huidige functie als ‘resident engineer’ wordt geen leaseauto ter beschikking gesteld. De leaseauto wordt niet langer ter beschikking gesteld, omdat de auto wordt gezien als hulpmiddel om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Bij een mobiele functie kunnen de lease kosten in rekening worden gebracht bij de afnemers. Die kosten zijn bij Philips voor een ‘resident engineer’ niet in rekening te brengen. [eiser] gebruikt de auto voor woon- werkverkeer en heeft de auto niet nodig voor zakelijk gebruik. CDS kent voor het woon- werkverkeer een passende reiskostenvergoeding.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.2.

Tussen partijen is in geschil of de ter beschikking stelling van de leaseauto een arbeidsvoorwaarde is waarop [eiser] uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst recht heeft. De kantonrechter overweegt dat het begrip arbeidsvoorwaarde een ruim, niet juridisch scherp omlijnd begrip is. In de rechtspraak is het beschikken over een leaseauto (veelvuldig) als arbeidsvoorwaarde aangemerkt. Ook wordt er vanuit gegaan dat er sprake is van loon, in de zin artikel 7:617 lid 1 onderdeel b BW, indien de werknemer de auto ter beschikking krijgt zonder dat hij deze voor het werk nodig heeft en hij de auto ook in zijn vrije tijd mag gebruiken.

4.3.

In het onderhavige geval is [eiser] op 1 januari 2010 in dienst getreden van CDS in de functie van Customer Service Engineer. Dit betreft een ‘Mobile’ functie, waarbij in deeltijd ‘On-Site’ wordt gewerkt bij klanten van CDS. Ten behoeve van die functie is door CDS een auto van de zaak ter beschikking gesteld. Dit is ongeclausuleerd opgenomen in het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst van 29 december 2009 waarbij specifieke afspraken zijn vastgelegd: “Voor wat betreft de keuze van een leaseauto bent u ingedeeld in categorie B2”. In de Regeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels is in hoofdstuk 9.2 een uitvoerige autoregeling opgenomen. Op 29 december 2009 is met [eiser] ook een leaseovereenkomst tot stand gekomen. Het feit dat [eiser] al vanaf de aanvang van zijn dienstverband (ruim 4 jaar) de beschikking heeft gehad over een leaseauto die hij ook in privé, op kosten van CDS, kon gebruiken, brengt naast bovengenoemde vastlegging in het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst naar het oordeel van de kantonrechter met zich dat het beschikken over een leaseauto zonder meer deel is gaan uitmaken van zijn arbeidsvoorwaarden. De opmerking van [A] in zijn mail van 27 mei 2015 aan [eiser] onderschrijft deze conclusie: Een fijne bijkomstigheid is dat je de leaseauto privé mag benutten. Besef dat we bij HP CDS een royale leaseregeling hebben: privé gebruik, bijna volledige vrije keuze voor soort en merk auto, privé brandstof ook betaald in het buitenland, en gezinsleden mogen gebruik maken van de auto.

De stelling van CDS dat in dit geval geen sprake is van een arbeidsvoorwaarde gaat dan ook niet op.

4.4.

CDS heeft verder aangevoerd dat niet de arbeidsvoorwaarden eenzijdig worden gewijzigd, maar dat uitvoering wordt gegeven aan de bestaande arbeidsvoorwaarden. CDS heeft – kort gezegd – aangevoerd dat de bevoegdheid tot inname van de leaseauto volgt uit het geldende autobeleid, namelijk dat het recht op een leaseauto afhangt van het al dan niet zijn van een ‘mobiele medewerker’. Voor zover CDS daarmee heeft bedoeld te stellen dat dit beleid reeds bij indiensttreding van [eiser] van kracht was, en daardoor altijd deel heeft uitgemaakt van de tussen hen overeengekomen arbeidsvoorwaarden, overweegt de kantonrechter dat in dat geval vast moet staan dat dit beleid voor [eiser] kenbaar was, of redelijkerwijs had moeten zijn. Hetgeen CDS op grond van dit beleid stelt - namelijk dat het recht op een leaseauto afhangt van het al dan niet zijn van een ‘mobiele medewerker’ - komt niet terug in de arbeidsovereenkomst, het aanhangsel bij de arbeidsovereenkomst, de leaseovereenkomst van de auto of de Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels 2015. Weliswaar heeft CDS verder opgemerkt dat aan de medewerkers indertijd is medegedeeld dat het beschikbaar stellen van de auto zou wijzigen of eindigen bij wijziging van ‘mobiel’ naar ‘resident’ medewerker, maar ter comparitie heeft CDS bevestigd dat [eiser] een dergelijke brief waarschijnlijk niet heeft ontvangen, omdat hij toen nog bij Heineken werkte. Gelet hierop is niet aannemelijk geworden dat bij het accepteren van de leaseauto door [eiser] , maar ook later niet, kenbaar was dat op grond van geldend beleid binnen CDS de leaseauto bij het stoppen van ‘mobiele werkzaamheden’ zou moeten worden ingeleverd. Bovendien heeft bij een nieuw leaseautobeleid te gelden dat wijziging van een collectieve regeling dient te worden getoetst aan de norm gesteld in artikel 6: 248 BW.

4.5.

Dat CDS thans heeft besloten een einde te maken aan de toekenning van een leaseauto aan [eiser] met ingang van 1 januari 2017 betekent derhalve dat zij eenzijdig - immers zonder toestemming van [eiser] – wenst over te gaan tot wijziging van een arbeidsvoorwaarde. De vraag die thans moet worden beantwoord is of zij tot deze eenzijdige wijziging mag overgaan.

4.6.

De kantonrechter constateert immers dat in de individuele arbeidsovereenkomst geen beding is opgenomen dat CDS de bevoegdheid geeft de arbeidsvoorwaarden eenzijdig te wijzigen. Ook de regeling Secundaire arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels 2015 kent geen algemene bepaling die CDS de bevoegdheid verleent om tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden over te gaan. In artikel 9.2.5.2. van de hiervoor aangehaalde bedrijfsregels is een regeling opgenomen in geval van demotie en promotie, en in artikel 9.2.15 een bevoegdheid om de leaseauto in te nemen bij ziekte of non-actiefstelling. In artikel 9.2.14.3 is opgenomen dat bij functiewijziging, waarbij het recht op een leaseauto wordt verloren, de gebruiker de auto nog gedurende maximaal 6 maanden mag blijven gebruiken. Niet is gesteld of gebleken dat die omstandigheden, zoals in die artikelen bedoeld, zich hier voordoen. Het enkele feit, zonder nadere toelichting van CDS, dat [eiser] niet langer ‘mobiel’ maar ‘resident’ te werk is gesteld in zijn functie van Customer Service Engineer, is naar het oordeel van de kantonrechter niet als een functiewijziging te kwalificeren als bedoeld onder artikel 9.2.14.3 van de secundaire arbeidsvoorwaarden.

4.7.

Nu er geen schriftelijk eenzijdig wijzigingsbeding is overeengekomen, en artikel 7:613 BW hier derhalve niet aan de orde is, dient de vraag of CDS desalniettemin tot wijziging van de arbeidsvoorwaarde mocht overgaan te worden getoetst aan de criteria zoals geformuleerd in het arrest [achternaam] /Mammoet (HR 11 juli 2008, JAR 2008/204). Bij de vraag of van de werknemer aanvaarding van een wijziging van de arbeidsovereenkomst mag worden gevergd op grond van goed werknemerschap (artikel 7:611 BW), dient in de eerste plaats te worden onderzocht of de werkgever in de gewijzigde omstandigheden als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van een (redelijk) voorstel tot wijziging, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen. Als daarvan sprake is, dient vervolgens te worden onderzocht of aanvaarding van het door de werkgever gedane redelijke voorstel in redelijkheid van de werknemer gevergd kan worden. Als dat óók het geval is, dan mag de werknemer het verzoek tot wijziging niet weigeren.

4.8.

De kantonrechter is van oordeel dat CDS onvoldoende heeft gesteld op welke wijziging van omstandigheden zij zich beroept. CDS erkent dat de leaseregeling voor [eiser] van kracht is gebleven toen hij met ingang van oktober 2012 tewerk is gesteld bij Philips te Eindhoven als Customer Service Engineer zonder dat nog langer sprake was van mobiele werkzaamheden. Een recente wijziging van de omstandigheden heeft zich derhalve niet voorgedaan. Voor zover de wijziging van (mobiele) werkzaamheden de omstandigheid is waarop CDS zich beroept, dan geldt dat zij onvoldoende heeft onderbouwd waarom daarin aanleiding moet worden gevonden om de arbeidsvoorwaarden van [eiser] eenzijdig te wijzigen. Het enkele feit dat [eiser] als ‘niet-mobiele medewerker’ minder voor CDS oplevert, is daarvoor onvoldoende. Een cijfermatige onderbouwing ontbreekt. Die verminderde inkomsten, voor zover deze vast zouden komen te staan, kan zij niet op deze manier, zonder bijkomende omstandigheden die CDS daartoe nopen, afwentelen op [eiser] .

4.9.

Bovendien geldt dat niet is gebleken dat CDS een redelijk voorstel aan [eiser] heeft gedaan. CDS stelt dat zij uit coulance [eiser] jarenlang heeft laten doorrijden in de leaseauto, ondanks dat hij daarop geen recht had. Maar nergens blijkt dat dit op enig moment met [eiser] is gecommuniceerd en als redelijk voorstel aan [eiser] is gepresenteerd met het oog op uiteindelijke beëindiging van de leaseregeling. Eerst in deze procedure stelt CDS dat [eiser] aanspraak kan maken op een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer conform de Secundaire Arbeidsvoorwaarden en Bedrijfsregels. Dat aan het einde van de leaseperiode door CDS vervolgens een afbouwregeling dan wel een compensatie (anders dan de reeds overeengekomen standaard reisvergoeding) is aangeboden is niet gesteld en ook niet gebleken. Dit had wel op de weg van CDS gelegen gelet op de persoonlijke omstandigheden van [eiser] , te weten de financiële gevolgen voor [eiser] en de aanzienlijke toename aan reistijd per openbaar vervoer.

4.10.

Gelet op het vorenstaande, is niet voldaan aan de vereisten om tot eenzijdige wijziging van arbeidsvoorwaarden te mogen overgaan. De vordering van [eiser] tot verklaring voor recht dat het recht op het gebruik van een leaseauto tot de arbeidsvoorwaarde behoort zal dan ook worden toegewezen. Dit ligt anders met betrekking tot de vordering van [eiser] waarin hij een verbod verlangt de leaseregeling eenzijdig op te zeggen. Immers zoals onder overweging 4.7 is overwogen kan een werkgever een arbeidsvoorwaarde eenzijdig opzeggen/wijzigen, mits is voldaan aan de criteria die daarvoor zijn gesteld in het arrest [achternaam] /Mammoet. Dit betekent dat een absoluut verbod tot eenzijdige wijziging, zoals thans in het petitum gevorderd, niet kan worden toegewezen. De vordering tot een veroordeling van CDS om na 1 januari 2016 [eiser] in staat te stellen gebruik te blijven maken van een leaseauto kan evenmin worden toegewezen. Immers ter comparitie heeft CDS verklaard dat zij het ter beschikking stellen van de leaseauto wil laten eindigen gelijk met de beëindiging van het leasecontract met het leasebedrijf, derhalve eind december 2016. Een formele mededeling tot wijziging van de arbeidsvoorwaarde ontbreekt vooralsnog. Van een wijziging van de arbeidsvoorwaarde is met ingang van 1 januari 2016 derhalve nog geen sprake, zodat het belang bij toewijzing ontbreekt. Voor zover [eiser] heeft bedoeld dat ook na 1 januari 2017 hij in staat moet worden gesteld gebruik te kunnen blijven maken van een leaseauto overweegt de kantonrechter dat die vordering thans, evenals het gevraagde verbod tot eenzijdige wijziging, te absoluut is gesteld en afhangt van de vraag in hoeverre CDS daadwerkelijk tot wijziging van de arbeidsvoorwaarde zal overgaan en zo ja of alsdan wordt voldaan aan de criteria als geformuleerd in het arrest [achternaam] /Mammoet. Thans wordt daaraan in ieder geval niet voldaan, zoals is overwogen onder 4.7 tot en met 4.9.

4.11.

CDS zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat het recht op het gebruik van een leaseauto tot een arbeidsvoorwaarde behoort;

veroordeelt CDS tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 294,16, waarin begrepen € 120,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2016.