Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1751

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-04-2016
Datum publicatie
15-04-2016
Zaaknummer
4859617 UV EXPL 16-53
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Loonvordering. Samenloop 7:629 en 7:627 BW. Arbeidsongeschikte beveiliger (psychische klachten). Vereiste toestemming ingetrokken. De ziekte is i.c. de primaire oorzaak voor het niet verrichten van de arbeid. Toewijzing vordering.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 627
Burgerlijk Wetboek Boek 7 629
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1137
RAR 2016/103
JAR 2016/119
AR-Updates.nl 2016-0371
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4859617 UV EXPL 16-53 SW/1581

Kort geding vonnis van 1 april 2016

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. A.A.W. Terpstra,

tegen:

de besloten vennootschap

Securitas Beveiliging B.V.,

gevestigd te Badhoevedorp,

verder ook te noemen Securitas,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. S.A. Stokla.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 maart 2016 met 7 producties;

  • -

    de mondelinge behandeling van 25 maart 2016;

  • -

    de pleitnota van Securitas.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] , geboren op [1960] , is op 1 augustus 1988 in dienst getreden als beveiliger bij de rechtsvoorganger van Securitas. Sinds 1 februari 2007 verricht [eiser] zijn werkzaamheden voor Securitas.

2.2.

Op de arbeidsovereenkomst is de cao particuliere beveiligingsorganisaties (hierna: de cao) van toepassing.

2.3.

Het laatstgenoten salaris van [eiser] bedraagt € 2.197,94 bruto per vier weken, te vermeerderen met 8 % vakantietoeslag.

2.4.

[eiser] is op 30 juli 2014 uitgevallen door ziekte, bestaande uit psychische problematiek. Hoewel met re-integratiewerkzaamheden was begonnen, bleek al snel dat er voor [eiser] geen reële re-integratiemogelijkheden waren. [eiser] is op geen enkele wijze belastbaar of inzetbaar.

2.5.

[eiser] in november 2014 gedwongen opgenomen bij [geestelijke gezondheidszorginstelling] via een inbewaringstelling. [eiser] heeft hier verbleven tot omstreeks april 2015.

2.6.

Securitas is een particuliere beveiligingsorganisatie op wie de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (nader te noemen: Wpbr) van toepassing is. Op grond van de artikelen 7 van de Wpbr en 12.4 van de cao particuliere beveiligingsorganisatie (nader te noemen: de cao) kan Securitas [eiser] alleen tewerkstellen, indien [eiser] beschikt over toestemming van de korpschef om beveiligingswerkzaamheden te verrichten. De korpschef heeft de aan [eiser] verleende toestemming bij brief van 6 januari 2016 ingetrokken, omdat [eiser] niet meer beschikt over de betrouwbaarheid die nodig is voor de te verrichten werkzaamheden. [eiser] heeft in strijd gehandeld met een gebiedsverbod en hij heeft een motorrijtuig bestuurd terwijl hem de rijbevoegdheid was ontzegd.

2.7.

Op 12 januari 2016 heeft Securitas aan [eiser] geschreven dat zijn salaris is stopgezet per 6 januari 2016 in verband met de intrekking van de toestemming, waardoor [eiser] niet meer inzetbaar is voor Securitas.

2.8.

[eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de korpschef om de toestemming in te trekken. Op het bezwaar is nog niet beslist.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij voorlopige voorziening dat het de kantonrechter behage bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Securitas te veroordelen om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

  1. het niet betaalde loon over periode 1 van € 1.694,58 bruto en periode 2 van € 1.966,58 bruto;

  2. het niet betaalde loon van € 1.966,58 bruto per vier weken ex emolumenten tot de datum dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd;

  3. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over bovenstaande bedragen;

  4. e wettelijke rente over bovenstaande bedragen vanaf 26 februari 2016 tot de voldoening;

  5. € 486,62 aan buitengerechtelijke incassokosten;

  6. de proceskosten

II. Securitas te veroordelen om aan [eiser] binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de salarisspecificaties voor alle verschuldigde bedragen te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag dat Securitas hiermee in gebreke blijft.

3.2.

Securitas heeft gemotiveerd verweer gevoerd op de inhoud waarvan hierna - voor zover van belang - zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Uit de aard van deze vordering – een loonvordering – volgt dat deze spoedeisend is. In zoverre is [eiser] ontvankelijk in zijn vordering.

4.2.

Voor toewijzing van de voorlopige voorziening zoals door [eiser] wordt gevorderd, moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat een gelijkluidende vordering in een te voeren bodemprocedure zal worden toegewezen.

4.3.

De kantonrechter overweegt als volgt. Vast staat dat [eiser] vanaf 30 juli 2014 voortdurend en volledig arbeidsongeschikt is en dat de toestemming door de korpschef op 6 januari 2016 is ingetrokken. Partijen twisten over de vraag of in dit geval moet worden aangesloten bij artikel 7:629 BW (geen arbeid ten gevolge van de ziekte van [eiser] , dus doorbetaling van het loon), zoals [eiser] stelt, of bij artikel 7:627 BW (geen arbeid ten gevolge van de ingetrokken toestemming, dus geen loon), zoals Securitas betoogt.

4.4.

Werknemers die werken voor een beveiligingsorganisatie hebben toestemming van de korpschef nodig om als zodanig te kunnen werken. Een beveiligingsorganisatie zoals Securitas mag, na intrekking van een verleende toestemming, de desbetreffende persoon in geen enkele functie meer te werk stellen. Het intrekken van deze toestemming komt in beginsel voor risico van de werknemer, nu dit in belangrijke mate samenhangt met zijn eigen gedrag. Om die reden eindigt in beginsel de loondoorbetalingsverplichting na intrekking van de toestemming. In dit geval is er echter sprake van samenloop van artikel 7:627 en 7:629 BW, omdat [eiser] ten tijde van het intrekken van de toestemming arbeidsongeschikt was, en nog steeds is.

4.5.

De kantonrechter volgt Securitas niet in haar stelling dat de hoofdregel van artikel 7:627 BW prevaleert in geval van samenloop. De kantonrechter is van oordeel dat de samenloopproblematiek dient te worden beoordeeld in het licht van alle omstandigheden van het geval. [eiser] heeft in dit kader aangevoerd dat de toestemming is ingetrokken vanwege incidenten die onlosmakelijk samenhangen met zijn psychische gesteldheid, ook zijnde de reden van de arbeidsongeschiktheid. [eiser] heeft er ook op gewezen dat hij in zijn bijzondere situatie ook met behoud van de toestemming geen werkzaamheden kan verrichten. Zijn gezondheid staat daaraan in de weg.

4.6.

De kantonrechter is van oordeel dat de ziekte van [eiser] als primaire oorzaak voor het niet verrichten van arbeid moet worden aangemerkt, en niet de intrekking van de toestemming. Het is naar het oordeel van de kantonrechter aannemelijk dat er een verband bestaat tussen de psychische klachten van [eiser] en zijn handelen, als gevolg waarvan de korpschef heeft geoordeeld dat [eiser] niet langer betrouwbaar is. De incidenten richting zijn ex-vrouw kunnen niet los worden gezien van zijn ziekte. Er is geen enkel moment te duiden waarop [eiser] eerder in de fout is gegaan of zijn werkgever aanleiding heeft gezien hem op een bepaald gedrag aan te spreken. Er is sprake van een onberispelijk arbeidsverleden. Daarom dient de ziekte te worden aangemerkt als de primaire oorzaak waardoor [eiser] geen werkzaamheden kan verrichten. Bovendien valt niet in te zien waarom [eiser] niet, in het kader van zijn re-integratie, indien er benutbare mogelijkheden zouden zijn, in het kader van het tweede spoor ingezet zou kunnen worden buiten de beveiligingssector, waarvoor geen toestemming van de korpschef is vereist. De intrekking van de toestemming blokkeert dus niet elke mogelijkheid tot werken. In zoverre verschilt deze casus van de zaak waar Securitas zich op heeft beroepen. In de door haar aangehaalde zaak blokkeerde detentie elke mogelijkheid om werkzaamheden te verrichten.

4.7.

Daarbij komt dat [eiser] bezwaar heeft gemaakt tegen de beslissing van de korpschef, zodat nog niet vaststaat dat de toestemming definitief wordt ingetrokken. Waar die omstandigheid aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de weg staat, zoals Securitas ter zitting heeft gesteld, is niet goed te begrijpen dat in het geheel geen loon meer wordt betaald. Dat gegeven weegt in deze zaak extra zwaar, omdat de ziekte van [eiser] in beginsel wel recht geeft op doorbetaling van het loon en [eiser] juist door zijn ziekte thans op geen enkele wijze de mogelijkheid heeft zich een inkomen te verwerven of zich als werkzoekende bij enig bedrijf te presenteren. Tegelijk bestaat de kans dat het UWV iedere uitkering weigert wegens het bestaande dienstverband. Aldus ontstaat voor [eiser] een onmogelijke situatie, terwijl hij op de duur daarvan op geen enkele wijze invloed kan uitoefenen. Hij dient immers af te wachten of en wanneer Securitas ontbinding zal vragen.

4.8.

De kantonrechter is derhalve van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de regel van artikel 7:627 BW wordt gevolgd, nu aannemelijk is dat de redenen van de intrekking van de toestemming (indirect) verband houden met de arbeidsongeschiktheid (de psychische gesteldheid) van [eiser] , zodat de ziekte moet worden gezien als de primaire oorzaak van het niet verrichten van de werkzaamheden. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] tot de betaling van het loon daarom toe.

4.9.

In de omstandigheden van het geval vindt de kantonrechter aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 10%. Daarbij is van belang dat het uitblijven van loonbetaling zijn oorzaak niet lijkt te hebben in onwil van Securitas om aan [eiser] te betalen wat hem toekomt, maar het gevolg is van een onjuiste beoordeling van de situatie en Securitas op zichzelf wel een verdedigbare stelling heeft ingenomen. Onverkorte toewijzing van de wettelijke verhoging leidt in zo’n geval tot een onbillijke uitkomst. De wettelijke verhoging wordt toegekend over de periode van verschuldigdheid van het loon tot de datum van het wijzen van het onderhavige vonnis.

4.10.

De gevorderde wettelijke rente zal als onweersproken worden toegewezen.

4.11.

[eiser] heeft een bedrag van € 486,62 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Op het moment dat de gemachtigde van [eiser] verzocht om de loondoorbetaling te hervatten en het achterstallige loon te betalen, verkeerde Securitas nog niet in verzuim ten aanzien van periode 2, zodat de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot de staffel behorende bij het loon van periode 1, zijnde € 254,19.

4.12.

Op de voet van het bepaalde in artikel 7:626 BW heeft Securitas een wettelijke verplichting tot het verstrekken van loonstroken. Dit gedeelte van de vordering zal daarom eveneens worden toegewezen, waarbij de te verbeuren dwangsommen zullen worden gemaximeerd tot een bedrag van € 5.000,-.

4.13.

Securitas zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- in debet gestelde explootkosten € 70,56

- betaalde explootkosten € 23,52

- griffierecht € 79,00

- salaris gemachtigde € 600,00

Totaal € 773,08

4.14.

Aangezien er vooralsnog vanuit gegaan dient te worden dat de aangevraagde toevoeging aan [eiser] wordt verleend, dienen de in debet gestelde explootkosten te worden voldaan aan de griffier van de rechtbank.

4.15.

De voorzieningenrechter heeft van [eiser] nog niet het besluit tot toevoeging ontvangen. Bij gebreke van ontvangst daarvan binnen de in artikel 8.4 van het Procesreglement kort geding bepaalde termijn, zal de griffier tot verhoging van het griffierecht overgaan ingevolge artikel 16 lid 3 Wet griffierechten in burgerlijke zaken en dienen de in debet gestelde kosten te worden voldaan aan [eiser] zelf. Voor dat geval zal de voorzieningenrechter een voorwaardelijke veroordeling in het dictum opnemen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

geeft de volgende onmiddellijke voorziening:

veroordeelt Securitas om aan [eiser] tegen bewijs van kwijting te betalen:

€ 1.694,58 bruto ter zake van loon over periode 1 2016 (van 4 tot en met 31 januari 2016);

€ 1.966,58 bruto ter zake van loon over periode 2 2016 (van 1 tot en met 28 februari 2016);

€ 1.966,58 bruto per vier weken ex emolumenten vanaf 29 februari 2016 tot de datum dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd, of de loondoorbetalingsverplichting door het verstrijken van de periode van 104 weken zal zijn geëindigd;

de bedragen onder I en II te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW van 10%;

te vermeerderen met de wettelijke rente over het aldus totaal verschuldigde bedrag vanaf 26 februari 2016 tot de dag der voldoening;

€ 254,19 aan buitengerechtelijke incassokosten;

veroordeelt Securitas om uiterlijk binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis specificaties te vertrekken van het loon over alle nog verschuldigde periodes, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 5.000,- aan te verbeuren dwangsommen in totaal;

veroordeelt Securitas in de kosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 773,08, te vermeerderen (indien de griffier niet binnen vier weken na dit vonnis of het verstrijken van een door de griffier verleende nadere termijn het besluit tot toevoeging van [eiser] heeft ontvangen) met een bedrag van € 144,- aan griffierecht,

bepaalt dat Securitas van het hiervoor genoemde bedrag aan totale proceskosten een bedrag van € 70,56 dient te voldoen:

  • -

    aan de griffier nadat zij een nota van de rechtbank daarvoor heeft gekregen, of

  • -

    aan [eiser] op het moment dat deze aan Securitas een besluit overlegt van de Raad voor de Rechtsbijstand strekkende tot weigering of intrekking van de toevoeging,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 april 2016.