Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1580

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-03-2016
Datum publicatie
25-03-2016
Zaaknummer
4764539 UE VERZ 16-27 JES/1267
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek werknemer, afwijzing, onherstelbare vertrouwensbreuk niet van dien aard dat dit moet leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 671c
Burgerlijk Wetboek Boek 7 669
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/874
JAR 2016/106
AR-Updates.nl 2016-0313
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4764539 UE VERZ 16-27 JES/1267

Beschikking van 23 maart 2016

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verzoeker] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M.W. Kempe,

tegen:

de besloten vennootschap

Aegir-Marine Propulsion Service B.V.,

gevestigd te Wijk bij Duurstede,

verder ook te noemen AMPS,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. E.J. van Os.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met producties 1 tot en met 3, ter griffie ontvangen op 21 januari 2016,

  • -

    het verweerschrift,

  • -

    de akten van [verzoeker] met producties 4 tot en met 8,

  • -

    de akte van [verzoeker] houdende een vermeerdering van zijn verzoek,

  • -

    de pleitnota van [verzoeker] ,

  • -

    de pleitnota van AMPS,

  • -

    de mondelinge behandeling, waarvan aantekening is gehouden door de griffier.

1.2.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

AMPS is een bedrijf dat zich bezig houdt met het leveren van service betreffende voortstuwingsinstallaties in de maritieme sector. [verzoeker] heeft 19 werknemers in dienst en werkt wereldwijd.

2.2.

[verzoeker] is sinds 1 februari 2009 in dienst van AMPS in de functie van Service Engineer. Het dienstverband is aangegaan voor onbepaalde tijd. Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 4.470,50 per maand. De werkzaamheden van een Service Engineer bestaan hoofdzakelijk uit het onderhouden en repareren van voortstuwingsinstallaties en de daarmee verband houdende hulpmiddelen, ter plaatse waar het schip zich bevindt.

2.3.

In de arbeidsovereenkomst is, onder meer, het volgende bepaald:

" Artikel 3. Opzegging

3.1.

Na de proeftijd is ieder der partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst door opzegging te beëindigen met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Opzegtermijn is voor de werknemer 1 maand en voor de werkgever 2 maanden.

3.2.

De arbeidsovereenkomst kan slechts tegen het einde van een nieuwe kalendermaand worden opgezegd.

(…)

Artikel 5. Vakantietoeslag

5.1

Werknemer heeft recht op een vakantietoeslag ten bedrag van 8% van het bruto jaarloon, uit te keren in de maand juni van elk kalenderjaar. (…)

Artikel 10. Overwerk

Werknemer verklaart zich bereid overwerk te verrichten, indien en voor zover dit door werkgever noodzakelijk wordt geacht in verband met een goede voortgang van de werkzaamheden. Hier staat geen extra vergoeding tegenover.

Indien de werknemer overuren maakt ten gevolge van service morgen de declarabele uren geschreven worden als overwerk en worden zij vergoed tegen de in de CAO klein metaal gestelde tarieven.

Artikel 11. Vakantie

11.1.

Werknemer heeft recht op 30 vakantiedagen per volledig gewerkt kalenderjaar. Indien werknemer niet gedurende de gehele periode vanaf 1 januari tot en met 31 december in dienst van werkgever is geweest, wordt het aantal vakantiedagen naar verhouding vastgesteld.

11.2.

Werknemer is gehouden de vakantiedagen zo veel mogelijk op te nemen in het jaar waarin de vakantierechten worden opgebouwd.

(…)

Artikel 15. Concurrentiebeding / Relatiebeding

15.1

Het is de werknemer verboden om op enigerlei wijze, direct of indirect, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Aegir-Marine Propulsion Service B.V., gedurende een periode van 2 jaar na het beëindigen van deze dienstbetrekking, ongeacht de reden en de wijze waarop de dienstbetrekking is beëindigd, activiteiten te ondernemen en/of te ontplooien op welke wijze en in welke vorm dan ook, hetzij op eigen naam, hetzij door middel van en/of in samenwerking met, dan wel in dienstverband van andere natuurlijke en/of rechtspersonen, die gelijk zijn aan de activiteiten van Aegir-Marine Propulsion Service B.V. en/of de aan haar gelieerde ondernemingen, alsmede werkzaam of betrokken te zijn bij enige persoon, instelling vennootschap of onderneming die concurrerende, soortgelijke of aanverwante activiteiten ontplooit als Aegir-Marine Propulsion Service B.V. en/of de aan haar gelieerde ondernemingen.

15.2

Naast hetgeen in lid 1 van dit artikel is bepaald, is het de werknemer verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Aegir-Marine Propulsion Service B.V. gedurende een periode van 2 jaar na het beëindigen van de dienstbetrekking, ongeacht de reden en de wijze waarop de dienstbetrekking is beëindigd, een relatie aan te gaan, dan wel pogen aan te gaan, op welke wijze en in welke vorm dan ook, hetzij op eigen naam of door middel van en/of in samenwerking met, dan wel in dienstverband van andere natuurlijk of rechtspersonen, met onderstaande bedrijven en/of de aan deze bedrijven gelieerde ondernemingen te weten: (…)

(…)

Artikel 18. Toepasselijk recht

18.1

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing"

2.4.

Omstreeks maart 2015 blijkt aan partijen dat over het salaris van [verzoeker] geen sociale verzekeringspremies worden ingehouden en afgedragen. Partijen voeren over de oplossing van dit probleem overleg en met ingang van 1 juli 2015 worden de sociale verzekeringspremies door AMPS wel ingehouden op en afgedragen over het loon van [verzoeker] , en is hij verzekerd.

2.5.

Begin juli 2015 heeft AMPS een concept brief, bestemd voor de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB), opgesteld met uitleg over de situatie van partijen en het verzoek om vanaf 1 februari 2009 de Nederlandse sociale zekerheidswetgeving op [verzoeker] van toepassing te verklaren. Bij de brief diende een 'A1/E101'-verklaring te worden gevoegd. Voor het indienen daarvan moet [verzoeker] als werknemer schriftelijk toestemming geven.

2.6.

Bij e-mailbericht van 6 juli 2015 heeft AMPS aan [verzoeker] het volgende bericht met als onderwerp "Machtiging Deloitte in verband met aanvraag A-1 verklaring" gestuurd:

"We hebben het aanvraagformulier (verklaring toepasselijke sociale verzekeringswetgeving A1/E101 voor werknemers) met een begeleidende brief gereed. In de brief wordt verzocht om vanaf 1 februari 2009 de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing te verklaren. Aangezien jij ook partij bent in deze heeft onze accountant een door ons beide ondertekende volmacht nodig. Voor een normale A1 verklaring met een looptijd van minder dan 2 jaar hoeft een werknemer niet mee te tekenen, maar in dit specifieke geval wel.

Hierbij ontvang je de reeds door AMPS ondertekende volmacht. Hopelijk ben je in Rio in de gelegenheid om deze te printen, te ondertekenen en vervolgens aan met terug te sturen. We kunnen dan de aanvraag met ons verzoek aan het SVB toesturen.

(…)"

2.7.

Op 7 juli 2015 heeft de heer [A] , advocaat, aan [verzoeker] het volgende bericht gestuurd met als onderwerp "RE: Machtiging Deloitte in verband met aanvraag A-1 verklaring". Daarin schrijft hij:

"(…)

Dank voor jouw bericht. Het is goed te zien dat de aanmelding voor Nederlandse sociale verzekeringen ter hand wordt genomen door AMPS. Echter, aan de hand van de te ondertekenen machtigingen is voor mij op dit moment onduidelijk welke financiële consequenties dit voor jou zal hebben. Ik doel dan op de premieafdrachten die gepaard zullen gaan met de aanmelding voor de Nederlandse sociale verzekeringen met terugwerkende kracht tot 1 februari 2009 en met name de verdeling daarvan tussen jou en AMPS.

Ten einde vooraf duidelijk te verkrijgen over de gevolgen is mijn voorstel om AMPS te verzoeken om jou een schriftelijk voorstel te vertrekken van de gehele afwikkeling van de aanmelding en afwikkeling van premiebetaling en premieverdeling.

(…)"

2.8.

[verzoeker] heeft op 7 juli 2015 voornoemd bericht doorgestuurd aan AMPS met de volgende mededeling:

"(…)

Graag iets schriftelijks van jullie kant.

Zou het mogelijk zijn om [A] in de cc te zetten in deze kwestie. Ik ben tenslotte altijd op Pad.

(…)"

2.9.

Bij e-mailbericht van 10 juli 2015 stuurt AMPS aan [verzoeker] en [A] een berekening en het volgende bericht:

"Bijgaand ontvang je de e-mail met de opstelling van de door jou verschuldigde premies volksverzekeringen en de door ons verschuldigde werknemersverzekeringen over de periode van indiensttreding tot en met juni 2015.

Zoals enige tijd geleden met je besproken zijn we, onder bepaalde voorwaarden, bereid het door jou verschuldigde bedrag rentevrij aan je te lenen. We hebben afgesproken dat je op basis van de verstrekte pro-forma berekening aangeeft wat je uit de reguliere salarisbetalingen kan "missen" om maandelijks op deze lening af te lossen. Verder hebben we gesproken over de mogelijkheid om (een deel van) jouw overuren en eventueel compensatieverlof aan te wenden om af te lossen op de lening. Ook kan een eventuele bonusuitkering gebruikt worden om op de lening af te lossen.

We hebben momenteel nog niet inzichtelijk wat de eventuele gevolgen zijn van de afdracht van de verschuldigde premies volksverzekeringen op de door jou in Duitsland verschuldigde inkomstenbelasting. Hiervoor gaan we graag met jouw intermediair in gesprek om de gevolgen hiervan op jouw netto inkomen inzichtelijk te maken. Uiteraard kunnen we hiervoor ook onze accountant raadplegen, maar aangezien jouw intermediair jouw privé situatie kent en alle details heeft lijkt het mij het handigst om daar te starten.

Ik vertrouw erop dat bijgaand overzicht jullie voldoende inzicht geeft in de financiële gevolgen van het feit dat wij als werkgever en jij als werknemer ten onrechte geen werknemersverzekeringen en premies volksverzekeringen over de afgelopen jaren hebben afgedragen.

Over de verdere details gaan we graag met je in gesprek.

Is bovenstaande toelichting voldoende om de volmacht te ondertekenen en met het SVB in gesprek te gaan om deze vervelende situatie zo spoedig mogelijk op te lossen?

(…)"

2.10.

[verzoeker] is sinds 26 augustus 2015 ziek en heeft vanaf die datum geen werkzaamheden meer verricht voor AMPS.

2.11.

Bij brief van 10 september 2015 deelt [A] aan AMPS mede dat [verzoeker] , in strijd met de wettelijke verplichting daartoe, kennelijk nog altijd niet is aangemeld en derhalve onverzekerd is voor Nederlandse sociale verzekeringen. [A] verzoekt AMPS om [verzoeker] aan te melden voor Nederlandse sociale verzekeringen onder afdracht door AMPS van alle daartoe verschuldigde achterstallige premieheffing. [A] verzoekt een bevestiging van verzekeringsdekking en een voorstel voor een finale afrekening tussen AMPS en [verzoeker] van het resterende door [verzoeker] verschuldigde werknemersdeel van de premieheffing sociale verzekeringen.

2.12.

Op 5 oktober 2015 en 14 oktober 2015 hebben besprekingen plaatsgevonden tussen [verzoeker] en AMPS. Daarnaast is, op advies van de arbodienst, begin december 2015 mediation opgestart. Partijen bereiken geen overeenstemming.

2.13.

Bij brief van 24 november 2015 heeft AMPS zelfstandig aan de SVB uiteengezet dat [verzoeker] sinds 1 februari 2009 in dienst is van AMPS, dat hij in Duitsland woont en dat gebleken is dat noch in Duitsland, noch in Nederland premies zijn afgedragen. AMPS verzoekt om een gesprek over de sociale verzekering van [verzoeker] om de situatie op te kunnen lossen.

2.14.

Op 5 januari 2016 constateert de arboarts over de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker] als volgt:

"Uw medewerker is in verband met de beperkingen in mobiliteit arbeidsongeschikt voor zijn eigen werk, maar heeft theoretisch mogelijkheden voor passend werk. Er zijn momenteel werkgerelateerde beperkingen in persoonlijk en sociaal functioneren. Deze beperkingen zullen afnemen nadat het arbeidsconflict is opgelost.

Prognose van de beperkingen: na oplossen van de huidige problematiek volledig herstel te verwachten voor passend werk."

2.15.

Geen van de nadien tussen [verzoeker] en AMPS gevoerde gesprekken heeft geleid tot een oplossing.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 maart 2016, althans zo spoedig mogelijk, te ontbinden op grond van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van AMPS, onder toekenning van een transitievergoeding ten laste van AMPS van € 19.619,58 bruto, alsmede onder toekenning van een billijke vergoeding van € 90.000,00 bruto ten laste van AMPS;

II. primair: te bepalen dat AMPS geen rechten kan ontlenen aan het non-concurrentiebeding en het relatiebeding zoals opgenomen in artikel 15 van de arbeidsovereenkomst tussen partijen;

subsidiair: het non-concurrentiebeding en relatiebeding geheel te vernietigen;

meer subsidiair: het non-concurrentiebeding gedeeltelijk te vernietigen;

uiterst subsidiair: bij het in stand laten van de bedingen een vergoeding naar billijkheid vast te stellen voor de duur van twee jaren;

III. AMPS te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van de vakantiebijslag van 8% over het brutoloon over de periode 1 juli 2015 tot de ontbindingsdatum, te weten € 2.108,93 bruto over de periode 1 juli 2015 tot 1 januari 2016 en € 357,64 bruto per maand vanaf 1 januari 2016 tot de ontbindingsdatum;

IV. AMPS te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] , tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van het brutoloon (€ 205,54 bruto per dag) over de hem toekomende vakantiedagen, te weten 39 vakantiedagen over het jaar 2015 derhalve € 8.016,06 bruto en 2,5 vakantiedag berekend over de periode 1 januari 2016 tot de ontbindingsdatum ad € 205,54 bruto per dag;

V. een en ander met betrekking tot de verzoeken onder I, III, en IV binnen 14 dagen na betekening van deze beschikking, bij gebreke waarvan AMPS tevens is verschuldigd:

a. de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW over de onder III en IV gevorderde bedragen;

b. de wettelijke rente op grond van artikel 6:119 BW over de onder III en IV gevorderde bedragen vanaf de datum dat AMPS in verzuim verkeert, dan wel vanaf een door de kantonrechter te bepalen datum, tot de dag van volledige betaling;

VI. met veroordeling van AMPS in de kosten van deze procedure.

3.2.

[verzoeker] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van het bepaalde in artikel 7:671c BW. Hij legt hieraan ten grondslag dat AMPS haar verplichtingen als werkgever op grove wijze veronachtzaamd heeft door na te laten premies van sociale en volksverzekeringen in te houden en af te dragen. [verzoeker] stelt dat het niet verzekerd zijn bij het verrichten van uiterst risicovolle werkzaamheden op schepen over de hele wereld, soms onder erbarmelijke en veelal brandgevaarlijke omstandigheden, hem diep geraakt heeft.

Deze ontdekking heeft een zodanige vertrouwensbreuk opgeleverd dat van [verzoeker] niet langer in redelijkheid kan worden verwacht de arbeidsovereenkomst te laten voortbestaan.

Aan [verzoeker] is aanvankelijk slechts meegedeeld door AMPS dat geen premies zijn ingehouden en afgedragen, zonder dat is toegegeven dat AMPS fouten heeft gemaakt. Ook is het risico van naheffingen niet onmiddellijk door AMPS op zich genomen. Er is aangegeven dat [verzoeker] mede verantwoordelijk is en dat in overleg met [verzoeker] naar een oplossing gezocht zou moeten worden, waarbij [verzoeker] de Duitse belastingdienst zou moeten inschakelen om verrekeningen te kunnen bewerkstelligen. Pas op 5 oktober 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen partijen waarin excuus is gemaakt door AMPS, maar waarin zij geen volledige verantwoordelijkheid voor de gevolgen heeft aanvaard.

Gelet op het ernstig verwijtbaar handelen, althans de ernstige nalatigheid van AMPS is er tevens sprake van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

3.3.

[verzoeker] verzoekt om uitkering van de vakantiebijslag en vakantiedagen op grond van artikel 5 respectievelijk artikel 11 van de arbeidsovereenkomst en artikel 7:641 lid 1 BW. [verzoeker] maakt daarnaast aanspraak op de transitievergoeding en de billijke vergoeding vanwege het ernstig verwijtbaar handelen door AMPS. [verzoeker] houdt bij de verzochte hoogte van de transitievergoeding rekening met overwerkvergoeding. Daarnaast stelt [verzoeker] dat hij bij de berekening van de hoogte van de billijke vergoeding rekening houdt met een schade van € 46.800,00 bruto vanwege gemiste AOW opbouw.

Ten aanzien van het concurrentie- en relatiebeding stelt [verzoeker] dat hij niet belemmerd moet worden in zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt, nu het einde van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen en nalaten door AMPS. Daarnaast (subsidiair en meer subsidiair) stelt [verzoeker] dat het beding te zwaar drukt in verhouding tot het bedrijfsbelang van AMPS. Uiterst subsidiair stelt [verzoeker] dat de bedingen te ruim zijn geformuleerd.

3.4.

AMPS heeft gemotiveerd verweer gevoerd. AMPS concludeert tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] , met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van dit geding.

AMPS herkent de gestelde onherstelbare vertrouwensbreuk niet, en weerspreekt dat er sprake zou zijn van ernstig verwijtbaar handelen althans nalaten door AMPS. AMPS stelt dat het haar niet valt toe te rekenen dat [verzoeker] niet verzekerd was in Nederland. [verzoeker] heeft bij zijn indiensttreding afgesproken met AMPS dat hij zelf zorg zou dragen voor zijn sociale verzekeringen, omdat [verzoeker] bij voorkeur in Duitsland sociaal verzekerd wilde zijn. [verzoeker] zou een en ander uitzoeken. AMPS ging er vervolgens van uit dat [verzoeker] in Duitsland sociaal verzekerd was. [verzoeker] deed ook aangifte in Duitsland en maakte daarbij gebruik van een intermediair. AMPS weerspreekt dat [verzoeker] op grond van de geldende wetgeving alleen in Nederland verzekerd had kunnen zijn. Het overgangsrecht van EU-landen bepaalt dat de oude (voor 1 mei 2010 geldende) (basis)verordening van toepassing blijft op situaties waarin voor 1 mei 2010 sprake was van grensoverschrijdende arbeid. [verzoeker] heeft aan deze voorwaarden voldaan. Hij voerde meer dan 5% van zijn werkzaamheden uit in Duitsland, aldus AMPS.

AMPS heeft gelet op het voorgaande van 1 februari 2009 tot en met 30 juni 2015 geen sociale verzekeringspremies ingehouden op het brutoloon van [verzoeker] . Er vonden alleen inhoudingen plaats in verband met verschuldigde pensioenpremies.

Toen bleek dat [verzoeker] noch in Nederland, noch in Duitsland sociaal verzekerd was heeft AMPS zo spoedig mogelijk de nodige acties ondernomen. Zij heeft de SVB ingelicht over het in dienst zijn van [verzoeker] , waardoor vanaf 1 juli 2015 sociale verzekeringspremies worden ingehouden en afgedragen en [verzoeker] verzekerd is. Daarnaast is gepoogd samen met [verzoeker] voor het verleden een oplossing te zoeken. De oplossingsbereidheid aan de kant van [verzoeker] werd echter vanaf eind oktober 2015 minder; [verzoeker] stelde het einde van het dienstverband voor en AMPS heeft uiteindelijk zelfstandig de SVB benaderd bij brief van 24 november 2015.

3.5.

Op de (nadere) stellingen van partijen zal hierna – voor zover van belang – worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Uitgangspunt bij de beoordeling van het verzoek van [verzoeker] is dat de werknemer op grond van het bepaalde in artikel 7:671c BW de kantonrechter kan verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte termijn behoort te eindigen.

In de parlementaire geschiedenis (de Memorie van Toelichting) staat vermeld dat is aangesloten bij de formulering van het huidige artikel 7:685, tweede lid, BW (Kamerstukken II 2013/2014, 33 818, 3, p. 109). Beoordeeld dient derhalve te worden of er sprake is van gewichtige redenen, gelegen in een dringende reden of in een verandering in de omstandigheden, die dienen te leiden tot een einde van de arbeidsovereenkomst.

4.2.

[verzoeker] verwijt AMPS in de kern dat hij als gevolg van het nalaten van AMPS vanaf 2009 tot 1 juli 2015 in Nederland zowel voor de werknemersverzekeringen als de werkgeversverzekeringen onverzekerd is geweest en geen AOW-pensioen heeft opgebouwd. De kantonrechter is echter van oordeel dat de argumenten die [verzoeker] aanvoert onvoldoende zijn om als gewichtige redenen te kunnen worden aangemerkt, die billijkheidshalve dadelijk of na korte termijn tot een einde van de arbeidsovereenkomst moeten leiden.

4.3.

Bij aanvang van de overeenkomst hebben partijen gesproken over de sociale verzekeringen van [verzoeker] . [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat hij destijds, van de Duitse deskundige op het gebied van sociale verzekeringen, vernomen heeft dat hij voor alles sociaal verzekerd was in Nederland. AMPS op haar beurt meende dat [verzoeker] in Duitsland verzekerd was. AMPS ging ervan uit dat [verzoeker] ten minste 5% werkzaamheden in Duitsland verrichte en daarom dan ook in Duitsland verzekerd was. Partijen zijn dus beide uitgegaan van een andere situatie, zonder bij elkaar te rade te gaan wie het bij het rechte eind had. Het gevolg daarvan is geweest dat [verzoeker] niet verzekerd was in Nederland en niet in Duitsland. De kantonrechter is van oordeel dat de oorzaak van die situatie enkel gelegen is in een miscommunicatie tussen partijen. Een dergelijke miscommunicatie is uitermate betreurenswaardig, maar niet is komen vast te staan dat zij ernstig verwijtbaar is aan één van beide partijen. Van omstandigheden, van dien aard dat de arbeidsovereenkomst direct dient te eindigen, is dan ook geen sprake.

4.4.

Toen partijen vervolgens in 2015 bleek dat [verzoeker] niet in Nederland en evenmin in Duitsland verzekerd was, heeft AMPS terstond actie ondernomen. AMPS heeft er zorg voor gedragen dat [verzoeker] per 1 juli 2015 verzekerd was. Ten aanzien van de kosten voor de verzekeringsperiode die loopt vanaf de aanvang van het dienstverband tot 1 juli 2015, heeft AMPS gepoogd overeenstemming te bereiken met [verzoeker] . Hiertoe wenste AMPS de Sociale Verzekeringsbank aan te schrijven, met het verzoek vanaf 1 februari 2009 de Nederlandse socialezekerheidswetgeving op [verzoeker] van toepassing te verklaren. Daarvoor had AMPS echter een machtiging van [verzoeker] nodig. [verzoeker] heeft deze machtiging niet verstrekt. AMPS heeft de Sociale Verzekeringsbank vervolgens zelfstandig aangeschreven. Op dit moment wachten partijen nog altijd op gegevens van de Sociale Verzekeringsbank. Het verwijt dat er niet eerder duidelijkheid is over de sociale verzekeringssituatie van [verzoeker] , tot juli 2015, treft echter niet alleen AMPS, gelet op het niet-ondertekenen van de machtiging door [verzoeker] . Ook anderszins kan AMPS niet worden verweten dat zij nalatig is geweest of ernstig verwijtbaar gehandeld heeft. AMPS heeft, nadat het niet verzekerd zijn voor, kort gezegd, de sociale verzekeringen in Nederland was gebleken, steeds voldoende voortvarend gehandeld. Voornoemde omstandigheden zijn naar het oordeel van de kantonrechter dan ook evenmin voldoende om tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te komen.

4.5.

[verzoeker] heeft verder gesteld dat er door de gebeurtenissen sprake is van een onherstelbare vertrouwensbreuk. [verzoeker] moet – als verzoekende partij – bij een beroep op een vertrouwensbreuk onderbouwen dat er meer aan de hand is dan een 'onenigheid' en daarnaast dat herstel van de verhoudingen op grond van te objectiveren feiten en omstandigheden niet meer mogelijk is. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] dat onvoldoende heeft gedaan. Hiertoe wordt het volgende overwogen. De verstoorde arbeidsrelatie wordt slechts eenzijdig ervaren, namelijk enkel door [verzoeker] . AMPS is altijd tevreden geweest over [verzoeker] als werknemer en is van oordeel dat [verzoeker] direct weer aan de slag kan in een – vanwege de arbeidsongeschiktheid voor eigen werk – passende functie. Partijen hebben in 2015 aanvankelijk ook gezamenlijk overleg gevoerd om de situatie omtrent de sociale verzekeringen op te lossen. Pas in oktober 2015 veranderde de toonzetting van de mededelingen van [verzoeker] aan AMPS in het kader van de onderhandelingen, totdat die onderhandelingen helemaal zijn gestokt. [verzoeker] stelt nu het einde van de arbeidsovereenkomst voor. Niet gebleken is echter dat in de tussentijd iets is voorgevallen waardoor de verhoudingen ineens verstoord zijn geraakt. In dat kader is dan ook onvoldoende belicht gebleven waarom [verzoeker] , na aanvankelijk welwillend tegenover de onderhandelingen te staan, op een gegeven moment zelf is gaan aansturen op het einde van de arbeidsovereenkomst. Niet gebleken is dat deze omslag aan AMPS te verwijten valt. Sterker nog, AMPS heeft – zoals hiervoor uiteengezet – naar het oordeel van de kantonrechter op een juiste manier gehandeld om de ontstane situatie op te lossen. De onherstelbaarheid van de vertrouwensbreuk is daarom niet zodanig objectiveerbaar dat daarin een grondslag voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst is te vinden. Daaraan kan niet afdoen dat elke gestelde onherstelbare vertrouwensbreuk zekere subjectieve elementen bevat. De conclusie op grond van het voorgaande is dan ook dat de verzochte ontbinding, en daarmee de verzochte transitievergoeding en billijke vergoeding worden afgewezen.

4.6.

Nu de arbeidsovereenkomst in stand zal blijven, heeft [verzoeker] geen belang meer bij toewijzing van de verzoeken aangaande het non-concurrentie- en relatiebeding. Deze verzoeken zullen daarom eveneens worden afgewezen.

4.7.

De verzoeken van [verzoeker] tot uitbetaling van vakantiegeld en vakantiedagen zullen tevens worden afgewezen, nu – gelet op het voortduren van de arbeidsovereenkomst – niet is gebleken dat deze bedragen reeds opeisbaar zijn en evenmin is gebleken dat AMPS in de toekomst niet aan zijn verplichtingen hieromtrent zal voldoen.

4.8.

De proceskosten zullen gezien de aard van het geschil worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.C. Heuveling van Beek, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2016.