Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1577

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
29-03-2016
Zaaknummer
4798360 ME VERZ 16-24
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst gegrond op disfunctioneren (art. 7:669 lid 3 sub d BW). Werkgever stelt dat werknemer niet langer past bij de aard en inhoud van het werk.

Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0322
AR 2016/903

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter

locatie Almere

Zaak- en rekestnummer: 4798360 / ME VERZ 16-24

Datum beslissing: 25 maart 2016

Beschikking in de zaak van

in de zaak met zaaknummer / rekestnummer 4798360 / ME VERZ 16-24 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CONOSCENZA NOORD-NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Hilversum,
verzoekster, hierna ook te noemen: Conoscenza,
gemachtigde mr. J.A.J. van Leusden-van de Ven,

en

[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder, hierna ook te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde mr. R.H. Bossen.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift van Conoscenza met de producties 1 tot en met 9 (ingekomen op 4 februari 2016);

- de aanvullende productie 10 van Conoscenza;

- het verweerschrift van [verweerder] met de producties 11 tot en met 21;

- de aanvullende producties 22 tot en met 28 van Conoscenza;

- de aanvullende producties 29 en 30 van Conoscenza;

- de aanvullende producties 31 tot en met 33 van [verweerder] .

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 11 maart 2016 te Almere. Namens Conoscenza zijn de heer [A] (algemeen directeur) en de heer. [B] (CTO) verschenen samen met mr. Van Leusden. [verweerder] is verschenen met mr. Bossen. Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht, waarbij de gemachtigde van Conoscenza gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen.

1.3.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 Het geschil

2.1.

[verweerder] , geboren op [1973] , is op 1 september 2011 in dienst getreden bij Conoscenza in de functie van Technology Professional. Zijn loon bedraagt € 3.400,00 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag.

2.2.

Conoscenza is een ICT onderneming die haar medewerkers detacheert bij klanten om onder meer technische infrastructuren binnen datacenters en werkplekomgevingen te implementeren en te onderhouden. Conoscenza werkt uitsluitend in opdracht van klanten, zij heeft geen eigen bedrijfsactiviteiten.

2.3.

Conoscenza heeft aan [verweerder] een lease-auto ter beschikking gesteld. In de bruikleenovereenkomst is, voor zover hier van belang, bepaald:

4. Ontbinding / beëindiging

De Bruikleengever heeft het recht de bruikleenovereenkomst te allen tijde zonder rechtelijke tussenkomst te ontbinden indien:

(…)

2) Naar zijn oordeel de zaak niet langer benodigd is voor de uitoefening van werkzaamheden door de Bruikleennemer.

(…)

6) Het recht op gebruik van de zaak kan door de Bruikleennemer worden beëindigd indien de Bruikleennemer door arbeidsongeschiktheid of ziekte, langer dan een aaneengesloten periode van twee (2) maanden, niet in staat mocht zijn, zijn functie uit te oefenen.

(…)

8 Gebruik auto

(…)

9. Het privé-gebruik van de lease-auto is gemaximeerd op 12.000 kilometer per kalenderjaar.

2.4.

Op 4 augustus 2014 is [verweerder] arbeidsongeschikt geworden nadat hij bij een racefietsongeluk zijn rug had gebroken.

2.5.

Op 13 oktober 2014 heeft [verweerder] zijn eigen werkzaamheden hervat.

2.6.

Op 3 november 2014 heeft [verweerder] zich ziekgemeld vanwege psychische klachten.

2.7.

In zijn Probleemanalyse en Re-integratieadvies van 15 december 2014 heeft de bedrijfsarts, voor zover hier van belang, geschreven:

De oorzaak van het verzuim is multi-causaal:

- Medische factoren

- Persoonlijke factoren

- Werkfactoren

Ten aanzien van de werkfactoren betreft het problemen in de:

- Inhoud: cliënt geeft aan dat hij bepaalde voldoening en uitdaging mist in zijn werk.

De arbeidsverhoudingen zijn goed.

2.8.

In zijn Probleemanalyse en Re-integratieadvies van 2 maart 2015 heeft de bedrijfsarts, voor zover hier van belang, geschreven:

(…) cliënt geeft aan dat hij bepaalde voldoening en uitdaging mist in zijn werk, maar ook in de detacheringsconstructie waarbij cliënt een grote afstand ervaart. Client ervaart dit dermate belastend dat hij problemen blijft verwachten in zijn huidige werk.

(…)

Advies Re-integratie

(…)

- Inschatting is dat de lage affiniteit tav het eigen werk van lange duur/blijvend zal zijn. Daarmee is een sterk verhoogd risico op recidief/terugval. Om die reden adviseer ik om parallel aan de re-integratie in eigen werk een tijdgebonden traject voor blijvend aangepast werk in te zetten. Dit kan buiten ziekteverzuim om. Advies daarbij is om een jobcoach of een outplacement traject in te kopen. (…)

2.9.

Vanaf 17 april 2015 tot 14 augustus 2015 is [verweerder] begeleid door de heer [C] van het bureau [naam loopbaanadviesbureau] .

2.10.

Per 1 juni 2015 was [verweerder] hersteld.

2.11.

Op 28 juli 2015 heeft de heer [A] namens Conoscenza met [verweerder] gesproken. In het gespreksverslag staat, voor zover hier van belang, het navolgende:

(…)

Het gesprek vindt plaats in een goed sfeer, waarbij [verweerder] duidelijk is over zijn wens weer aan de slag te willen gaan (…)

[verweerder] is enige tijd nu actief in het traject bij [naam loopbaanadviesbureau] om te onderzoeken waar zijn interesse ligt ten aanzien van het uitvoeren van werk. (..) Het traject is nog niet afgerond, echter [verweerder] heeft (zoals ook per mail aangegeven) wel verwachtingen waar zijn werksituatie aan zou moeten voldoen.
Kort samengevat geldt het volgende:

- Er dient sprake te zijn van een vaste standplaats. Het werken in een variabele werkomgeving, waarbij na een bepaalde (vaak enige maanden of lager) periode wordt gewijzigd van standplaats (waar staat het vaste bureau) is niet gewenst.

- Detachering is in principe niets voor [verweerder] gezien hier de werkzaamheden op full-time basis bij iedere keer een nieuwe klant-/werkomgeving worden uitgevoerd -> een vaste werkplek waar [verweerder] 4 a 5 jaar dagelijks zijn werkzaamheden uitvoert is beter

- Een vaste werkplek bij de klant is niet gewenst; de werkplek zou zich moeten bevinden binnen Conoscenza, waarbij vanuit deze basis de/een klant wordt bediend, al dan niet op locatie bij de klant.


De wens is duidelijk echter hier bestaat wel zorg hoe we dit binnen Conoscenza gaan vormgeven. Is er een plek/dienstverlening binnen CS waarbij kan worden voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld?

Los van de type werkzaamheden die dienen aan te sluiten bij [verweerder] , is het zaak de re-integratie zsm te starten en [verweerder] weer deel te laten nemen aan het arbeidsproces. Hierover wordt het volgende afgesproken:

Fase 1: [verweerder] gaat actief deelnemen aan het arbeidsproces. Voor de hand ligt dat dit in eerste instantie interne klussen betreft, echter dit mogen ook (kortstondige) externe opdrachten zijn (uiteraard in overleg).

(…)

Fase 2:

Actief aan de slag met het pad naar gewenste profiel. [naam loopbaanadviesbureau] zal inzicht geven in de gewenste werkzaamheden van [verweerder] . Het lijkt erop dat dit een rol is als (technisch-) projectleider.

(…)

Fase 3:

Na het ontwikkelen naar het gewenste profiel zullen ook de werkzaamheden bij dit profiel moeten gaan aansluiten:

(…)

2.12.

Van 6 augustus 2015 tot 26 augustus 2015 heeft [verweerder] tijdelijk werk verricht bij het [naam project] .

2.13.

In de samenvatting loopbaanreflectie [verweerder] van 18 augustus 2015 heeft [C] , voor zover hier van belang, het navolgende geschreven:

De heer [verweerder] ervaart zijn werk als onprettig: Dat proces is al begonnen in 2003 en heeft zich tot de dag van vandaag voortgezet: "in de IT is toch alles steeds weer zo'n beetje hetzelfde" en "vroeger was alles nog nieuw". (…) Tijdens de sessies waarbij we de oefeningen bespreken toont de heer [verweerder] zich vaak boos. Onmacht en onvrede beheersen zijn leven zonder duidelijk beeld waarheen het zou moeten gaan om verbetering te bewerkstelligen: "Wat me duidelijk is is dat wat ik níet meer wil, het werk dat ik nu doe."

2.14.

Bij e-mail van 24 augustus 2015 heeft [verweerder] het volgende geschreven aan de heer [B] over het [naam project] :

Hierbij de laatste versie die ik heb van de documentatie. Kijk maar of jullie er wat mee kunnen… Ik ga i.i.g. niet verder met dit project.. kan het blijkbaar niet aan…


Sorry voor de overlast…

2.15.

Op 27 augustus 2015 heeft [verweerder] zich ziekgemeld.

2.16.

In de Bijstelling Probleemanalyse en Re-integratieadvies van 4 september 2015 heeft de bedrijfsarts onder meer het volgende genoteerd:

De prognose is:

- Redelijk. De aard van de medische problemen maakt dat er sprake is van een in principe tijdige en behandelbare aandiening. Op enkel de medische gronden mag herstel binnen 3 maanden verwacht worden. De tegelijkertijd bestaande niet medische problemen en bestaande werk gerelateerde knelpunten onderhouden/lokken de klachten van medische aard uit. (…)

Tav het re-integratiedoel adviseer ik om terugkeer in eigen werk als doel te stellen. Paralel daar aan is er het advies aan werkgever en werknemer om probleemoplossend in gesprek te gaan over de niet medische knelpunten. Aansluitend aan een herstel kan dan afhankelijk van het afgesproken doel, het eigen werk, of ander werk hervat worden (outplacement traject buiten ziekteverlof).

Graag wil ik werkgever en werknemer het volgende adviseren:

- Mbt de re-integratie: Op dit moment heeft cliënt geen goede behandeling/begeleiding en dermate beperkingen in het sociaal functioneren dat ik tijdelijk geen mogelijkheden zie voor werkhervatting, noch voor het voeren van een probleem oplossend gesprek. (…)

2.17.

Op 22 oktober 2015 heeft [verweerder] de aan hem ter beschikking gestelde lease-auto in moeten leveren. [verweerder] heeft hiertegen geprotesteerd.

2.18.

In de Bijstelling Probleemanalyse en Re-integratieadvies van 30 november 2015 heeft de bedrijfsarts onder meer het volgende genoteerd:

Advies Re-integratie

Doel: Vanuit medisch oogpunt is er geen structureel beletsel voor terugkeer in eigen werk. Echter er spelen meer factoren een oorzakelijke dan wel onderhoudende rol (…)

Nieuw re-integratiedoel: Werkgever en werknemer hebben in goed overleg gezamenlijk besloten tot re-integratie naar blijvend ander werk.

Dat betekent re-integratie spoor 1 en 2 binnen ziekteverlof. Als cliënt weer hersteld is zal dit overgaan naar een outplacementtraject buiten ziekteverlof.

2.19.

In december 2015 is het outplacementbureau [naam outplacementbureau] ingeschakeld.

2.20.

Bij brief van 18 december 2015 heeft Conoscenza aan [verweerder] gemeld dat zij zou overgaan tot terugvordering van een bedrag van € 6.882,79 (netto) vanwege teveel gereden privé kilometers met de aan hem ter beschikking gestelde lease-auto. Bij brief van 7 januari 2016 heeft Conoscenza het bedrag gematigd tot € 6.538,32 (netto) en aangekondigd dat zij het bedrag vanaf januari 2016 maandelijks in termijnen van € 455,10 netto zou gaan inhouden op zijn salarisbetaling.

2.21.

Op 18 januari 2016 heeft de bedrijfsarts in zijn Spreekuurterugkoppeling en Re-integratie advies, voor zover hier van belang, geschreven:

Er is geen duidelijke sprake meer van arbeidsongeschiktheid ten gevolge ziekte of gebrek (Zie mijn vorige terugkoppeling van november 2015 voor de relevante details). Er resteren in hoofdzaak niet medische en werk gerelateerde factoren in relatie tot een verzuimmelding met spannings- en emotionele reacties van de werknemer op een vervelende situatie. Alhoewel er natuurlijk begrip is voor de lastige situatie van zowel de werknemer als werkgever, met bijkomende klachten, betekent dit begrip niet dat de 'oplossing' het medisch legitimeren (gezondheids)klachten moet zijn. Onterechte medische legitimatie verhindert de feitelijke benodigde actie die alleen door de werknemer en werkgever samen in gang kan worden gezet.

(…)
Werknemer heeft aangegeven het met mijn oordeel en advies niet eens te zijn

Advies Re-integratie

Samenvattend is mijn oordeel en advies van november 2015 nog steeds actueel.

(…)

2.22.

Per 1 februari 2016 is [verweerder] weer arbeidsgeschikt.

2.23.

Het per 1 februari 2016 aangevangen outplacementtraject bij [naam outplacementbureau] loopt nog steeds.

3 Het verzoek van Conoscenza en het verweer van [verweerder]

3.1.

Conoscenza verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [verweerder] onmiddellijk te ontbinden, althans met ingang van een zodanige datum als de kantonrechter in goede justitie meent te behoren, zonder verdere vergoeding dan de transitievergoeding, kosten rechtens.

3.2.

Conoscenza legt aan haar verzoek ten grondslag dat [verweerder] bijna drie jaar naar behoren heeft gefunctioneerd. Vanwege zijn persoonlijke kenmerken en inmiddels gebleken ambities, past [verweerder] niet langer bij de aard van de ICT-detacheringswerkzaamheden. Dit wordt door [verweerder] ook erkend. Hierdoor kan Conoscenza er niet op vertrouwen dat [verweerder] solidair is met Conoscenza en zijn opdrachten met volle inzet en plezier uitvoert. Conoscenza heeft zich ingespannen om [verweerder] alternatief werk te laten verrichten bij het [naam project] . Dit aangepaste werk heeft geleid tot de derde ziekmelding van [verweerder] . Conoscenza kan de arbeidsomstandigheden niet aanpassen aan de door [verweerder] gewenste vorm en inhoud.

3.3.

[verweerder] verweert zich tegen het ontbindingsverzoek van Conoscenza en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Hij betwist primair dat er sprake zou zijn van een mismatch tussen hem en de inhoud van zijn werk. Hij wil graag bij Conoscenza blijven werken. Subsidiair stelt [verweerder] zich op het standpunt dat Conoscenza heeft nagelaten om te onderzoeken of [verweerder] binnen de onderneming kan worden herplaatst. In de visie van [verweerder] zijn er passende functies voorhanden.

4 De tegenverzoeken van [verweerder] en het verweer van Conoscenza

4.1.

[verweerder] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

  1. indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, aan hem een transitievergoeding toe te kennen van € 5.508,00 bruto en een billijke vergoeding van € 20.000,00;

  2. indien de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met de opzegtermijn van twee maanden zonder aftrek van de periode die is gelegen tussen de ontvangst van het verzoekschrift en de datum van de ontbindingsbeschikking;

  3. te bepalen dat Conoscenza aan [verweerder] op eerste afroep doch uiterlijk binnen twee dagen na betekening van de beschikking aan [verweerder] ter beschikking zal stellen een lease-auto, zoals tussen partijen is overeengekomen in de bruikleenovereenkomst van 7 januari 2013, op straffe van een dwangsom;

  4. te bepalen dat Conoscenza aan [verweerder] tijdig betaalt, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtens eindigt, het overeengekomen salaris van € 3.400,00 exclusief vakantietoeslag en jaarlijkse verhoging;

  5. Conoscenza te veroordelen tot betaling aan [verweerder] van € 1.365,30 zijnde de som van drie door Conoscenza ingehouden maandtermijnen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke verhoging, op voorhand gematigd tot 15%;

  6. Conoscenza te veroordelen tot betaling aan [verweerder] van het onder 5. genoemde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot aan de dag de algehele voldoening;

  7. Conoscenza te veroordelen in de kosten.

4.2.

Voor het geval de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, verzoekt [verweerder] - naast een transitievergoeding - om een billijke vergoeding en om bij het bepalen van de ontbindingsdatum niet de duur van de procedure in mindering te brengen omdat Conoscenza volgens hem ernstig verwijtbaar jegens hem heeft gehandeld. Conoscenza heeft volgens [verweerder] nagelaten om, zoals een goed werkgever betaamt, serieus werk te maken van zijn re-integratie.

Voor wat betreft de lease-auto stelt [verweerder] zich op het standpunt dat hij er op mocht vertrouwen dat hij die mocht blijven gebruiken en dat Conoscenza dan ook ten onrechte tot inname is overgegaan. De verrekening van het bedrag wegens teveel gereden privékilometers is volgens [verweerder] op grond van artikel 7:632 BW niet toegestaan. Van een verplichting tot schadevergoeding kan slechts sprake zijn in het geval van opzet en bewuste roekeloosheid, hetgeen niet aan de orde is. Bovendien is de verrekening in strijd met goed werkgeverschap. Conoscenza heeft hem niet geïnformeerd over de consequenties van teveel gereden kilometers, hetgeen zij wel had behoren te doen, noch hem verzocht de auto in te leveren. Tot slot is [verweerder] het met de berekening van het te betalen bedrag niet eens. [verweerder] verzoekt de kantonrechter dan ook om Conoscenza te veroordelen tot betaling van het reguliere loon zonder verrekening en de verrekende bedragen alsnog aan hem te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente.

4.3.

Conoscenza betwist dat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens [verweerder] .

Voor wat betreft de lease-auto meent Conoscenza dat het gebruiksrecht van [verweerder] is vervallen. Voor de teveel gereden kilometers is [verweerder] schadeplichtig en Conoscenza meent dat zij bevoegd is tot verrekening van het bedrag van 6.538,32. Indien de kantonrechter toch oordeelt dat de inhouding onrechtmatig is, meent Conoscenza dat de gevorderde wettelijke verhoging moet worden afgewezen.

5 De beoordeling van het verzoek van Conoscenza

5.1.

De vraag die voorligt is of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

5.2.

Op grond van het bepaalde in artikel 7:671b lid 2 BW is onderzocht of een opzegverbod ingevolge art 7:670 BW of enig ander opzegverbod geldt, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter niet het geval is.

5.3.

Artikel 7:669 lid 1 BW bepaalt dat een arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is, en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Conoscenza heeft haar verzoek gegrond op artikel 7:669 lid 3 sub d BW, te weten ‘de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer’.

5.4.

De kantonrechter overweegt dat bij het hier bedoelde disfunctioneren moet gaan om het op een onjuiste wijze vervullen van taken en/of het in onvoldoende mate voldoen aan de functie-eisen. Conoscenza stelt zich op het standpunt dat van het laatste sprake is, dat [verweerder] vanwege zijn eigenschappen en gedragskenmerken, zijnde het hebben van een essentieel probleem met de aard en inhoud van zijn werk, niet meer past binnen de bedrijfscultuur en bij de klantenkring van Conoscenza. Conoscenza verwijst daaromtrent naar de rapporten van de bedrijfsarts van 15 december 2014, 2 maart 2015, 4 september 2015 en 30 november 2015. Het relaas van [verweerder] komt er op neer dat de bedrijfsarts ten onrechte heeft opgenomen dat [verweerder] een mismatch zou ervaren tussen hem en de inhoud van zijn werk. [verweerder] heeft echter niets verklaard over hetgeen hij wel aan de bedrijfsarts heeft gecommuniceerd, zodat de kantonrechter de verslagen voor juist houdt. Daar komt bij dat uit het gespreksverslag van 28 juli 2015 ook kan worden opgemaakt dat [verweerder] niet meer gedetacheerd wilde worden en [C] van [naam loopbaanadviesbureau] in zijn samenvatting van de loopbaanreflectie van [verweerder] ook concludeerde dat [verweerder] zijn werk als onprettig ervoer. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat [verweerder] wel degelijk heeft geuit niet gelukkig te zijn met zijn werk bij Conoscenza. Niet uitgesloten is dat een en ander verband hield dan wel werd versterkt door de psychische klachten van [verweerder] . Indien de ongeschiktheid het gevolg is van ziekte, kan zij geen redelijke grond voor ontslag opleveren. Echter ook als dat verband niet aanwezig is, is naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende aannemelijk geworden dat van een redelijke grond sprake is. Conoscenza heeft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende aangetoond dat [verweerder] niet (meer) in staat is om zijn functie op een goede wijze te vervullen. Het moge dan zo zijn dat [verweerder] heeft verklaard liever ander werk te gaan doen, maar dat zijn weerstand tegen zijn huidige werk zo (groot) zou zijn dat hij niet bij klanten geplaatst kan worden dan wel dat de uitvoering van opdrachten niet naar tevredenheid zou verlopen is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Conoscenza heeft weliswaar gesteld dat [verweerder] werkzaamheden weigerde, maar heeft dat niet nader geconcretiseerd. Datzelfde geldt voor haar betoog dat het [naam project] niet goed is verlopen. Bovendien is niet gebleken dat [verweerder] met de hem verweten tekortkomingen is geconfronteerd, op zodanige wijze dat hem redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat bij gebreke van verbetering ontslag dreigde en op een zodanig tijdstip dat hij nog een reële kans had om de gewenste verbetering in zijn functioneren tot stand te brengen. Na 1 februari 2016 is [verweerder] door Conoscenza ook niet meer te werk gesteld. Ook is er geen begeleiding of coaching op ingezet. De trajecten bij [naam loopbaanadviesbureau] en [naam outplacementbureau] hadden een ander doel.

5.5.

Een en ander maakt dat de kantonrechter het verzoek van Conoscenza zal afwijzen en dat de arbeidsovereenkomst dus niet zal worden ontbonden.

5.6.

De proceskosten komen voor rekening van Conoscenza, omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beoordeling van de tegenverzoeken van [verweerder]

6.1.

Nu de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt afgewezen, wordt niet toegekomen aan de tegenverzoeken van [verweerder] ter zake van de transitievergoeding, de billijke vergoeding en een verlengde ontbindingstermijn.

6.2.

Ter zake van de vordering tot terbeschikkingstelling van een lease-auto overweegt de kantonrechter het navolgende. Op grond van artikel 4 lid 6 van de bruikleen-overeenkomst was Conoscenza gerechtigd het recht op gebruik van de lease-auto te beëindigen nadat [verweerder] twee maanden arbeidsongeschiktheid was. Het enkele feit dat Conoscenza hier niet direct toe is overgegaan, maakt niet dat zij haar recht heeft verwerkt om de auto alsnog in te nemen. Nu [verweerder] geen andere gronden aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd, zal de vordering worden afgewezen.

6.3.

Omtrent de verrekening van het bedrag van € 6.538,32 vanwege teveel gereden kilometers door Conoscenza oordeelt de kantonrechter als volgt.

6.4.

[verweerder] betwist niet dat hij teveel privékilometers heeft gereden. Daarmee staat vast dat hij is tekortgeschoten in de nakoming van de bruikleenovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat hij de daardoor door Conoscenza geleden schade dient te vergoeden. Dat in de overeenkomst niet is bepaald dat de kosten in een dergelijke situatie worden verhaald of dat [verweerder] hier niet voor is gewaarschuwd, kan [verweerder] niet baten. Ook het feit dat Conoscenza hem niet eerder heeft verzocht om de auto in te leveren, leidt niet tot een ander oordeel. De bepaling in de overeenkomst is voldoende duidelijk en [verweerder] , die er zelf voor heeft gekozen om meer privékilometers te rijden dan was toegestaan, had zich moeten dan wel kunnen realiseren dat hij de kosten van teveel gereden kilometers zou moeten vergoeden. Het betreft geen schade die is ontstaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, zodat de door [verweerder] genoemde drempel voor aansprakelijkheid (alleen in geval van opzet of roekeloosheid) in dit geval niet bestaat.

6.5.

[verweerder] heeft kanttekeningen gemaakt bij het door Conoscenza gestelde verschuldigde bedrag. Volgens hem past Conoscenza ten onrechte een deeltijdverrekening toe waardoor zij ervan uitgaat dat hij slechts 10.800 km per jaar privé mocht rijden. Voorts is hem onduidelijk waarom Conoscenza in haar berekening uitgaat van 5.000,00 gereden zakelijke kilometers en waar de door Conoscenza gehanteerde kilometerkostprijs van

€ 0,3108 op is gebaseerd en uit welke componenten deze bestaat.

6.6.

De kantonrechter begrijpt Conoscenza aldus dat er maximaal 12.000 km per jaar privé mocht worden gereden bij een fulltime dienstverband en dat dat gelet op het 36-urige contract in het geval van [verweerder] neerkomt op 10.800 km per jaar. De grondslag voor deze deeltijdverrekening ziet de kantonrechter niet nu zulks niet uit de arbeidsovereenkomst dan wel de bruikleenovereenkomst volgt en Conoscenza, ondanks het verweer van [verweerder] , geen nadere onderbouwing heeft gegeven. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat [verweerder] maximaal 12.000 km per jaar privé mocht rijden.

6.7.

Uit de correspondentie maakt de kantonrechter op dat Conoscenza zich op het standpunt stelt dat [verweerder] in de periode van 2 augustus 2014 tot en met 31 december 2014 11.540 km heeft gereden en van 1 januari 2015 tot en met 19 oktober 2015 24.076 km (totaal 35.616). In de eerste brief van Conoscenza over deze kwestie van 18 december 2015 heeft zij geschreven dat zij ervan uit gaat dat zij schat dat [verweerder] 5.000 in de totale periode zakelijk heeft gereden, zijnde een beperkt aantal ritten naar Hilversum en naar Groningen en dat Conoscenza meent [verweerder] met deze schatting zeer tegemoet te komen. Het had op de weg van [verweerder] gelegen om, indien hij meent dat hij zakelijk meer heeft gereden, dit ook handen en voeten te geven. Dat heeft hij niet gedaan zodat de kantonrechter aan deze klacht voorbij gaat.

6.8.

Conoscenza heeft de brief van 18 december 2015 de door haar gerekende kostprijs van € 0,3108 uitdrukkelijk gespecificeerd: € 0,2528 aan leasekosten per kilometer conform het leasecontract en € 0,058 aan brandstofkosten per kilometer. Voorts heeft Conoscenza 21% BTW in rekening gebracht. Nu [verweerder] daartegen geen gemotiveerd verweer heeft gevoerd, gaat de kantonrechter uit van de juistheid ervan.

6.9.

Het voorgaande betekent dat [verweerder] is gehouden om voor de periode van 2 augustus 2014 tot en met 19 oktober 2015 om € 5.985,50 aan Conoscenza te voldoen voor 15.916

teveel gereden privékilometers (35.616 gereden kilometers minus 14.700 toegestane privé kilometers en 5.000 aan zakelijke kilometers x € 0,3108 + BTW).

6.10.

Op grond van artikel 7:632 BW is de werkgever tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst in beperkte mate bevoegd om zijn opeisbare vordering op de werknemer met diens loonvordering te verrekenen. Niet alleen dient de werkgever bij de verrekening de beslagvrije voet te respecteren (lid 2), verrekening is bovendien slechts toegestaan ten aanzien van de in lid 1 limitatief opgesomde vorderingen van de werkgever. Een van die vorderingen is de vordering betreffende de door de werknemer aan de werkgever verschuldigde schadevergoeding (lid 1 sub a), met dien verstande dat die bepaling zo dient te worden uitgelegd dat slechts verrekening kan plaatsvinden met schadevergoeding die verband houdt met de dienstbetrekking (gerechtshof Leeuwarden 20 januari 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BH2773). De vordering tot schadevergoeding van Conoscenza valt, nu zij is gebaseerd op een toerekenbaar tekortschieten van [verweerder] in zijn verplichting uit hoofde van de met de dienstbetrekking samenhangende bruikleen-overeenkomst, onder het bereik van artikel 7:632 lid 1 sub a BW. Ook op dit punt wordt het beroep op rechtsverwerking gepasseerd. Dat Conoscenza heeft gewacht met het innemen van de auto, maakt niet dat zij niet meer tot verrekening mag overgaan. Gelet op het voorgaande is Conoscenza bevoegd tot verrekening zodat de vorderingen als vermeld onder 4. tot en met 6. worden afgewezen.

6.11.

Conoscenza heeft verzocht de proceskosten van de tegenverzoeken te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt, zodat de kantonrechter dienovereenkomstig zal beslissen.

7 De beslissing

op het verzoek van Conoscenza

De kantonrechter:

7.1.

wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen af;

7.2.

veroordeelt Conoscenza in de kosten van het geding, aan de zijde van [verweerder] tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 400,00 salaris van de gemachtigde;

7.3.

verklaart voormelde proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

op de tegenverzoeken van [verweerder]

De kantonrechter:

7.4.

wijst de verzoeken af;

7.5.

compenseert de kosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2016.