Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1529

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
24-03-2016
Datum publicatie
24-03-2016
Zaaknummer
16/706127-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Strafzaak. Man wordt veroordeeld voor het plegen van ontucht met een meisje van vijftien jaar in 2014. Daarnaast heeft de verdachte naaktfoto’s gestuurd naar minderjarige meisjes en hen bewogen tot het sturen van naaktfoto’s. Hierdoor heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vier kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 18 maanden en tbs met dwangverpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IR 2016/71, UDH:IR/13306 met annotatie van Onder redactie van mr. M. van der Linden – Smit en mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/706127-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 24 maart 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1962] ,

thans gedetineerd te PI Zwaag, Huis van Bewaring te Zwaag.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2015, 9 juni 2015,

1 september 2015, 10 november 2015, 15 december 2015 en 10 maart 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. A.C. Vingerling, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zittingen van 9 juni 2015 en 15 december 2015 gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijzigingen, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Onderzoek 09Roerdomp:

Feit 1:

primair: op 31 juli 2014 ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen bij [aangeefster 1] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

subsidiair: op 31 juli 2014 ontuchtige handelingen heeft gepleegd bij [aangeefster 1] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt;

Feit 2:

op 22 juli 2014 foto’s van zijn/een penis heeft verstrekt aan een minderjarige, te weten [aangeefster 2] , van wie verdachte wist of had moeten vermoeden dat die jonger was dan zestien jaar;

Onderzoek 09Wierook:

Feit 3:

in de periode van 20 juli 2014 tot en met 18 september 2014 afbeeldingen van zijn/een penis en afbeeldingen van seksuele handelingen tussen verschillende mensen heeft gestuurd aan minderjarigen, te weten [aangeefster 3] , [aangeefster 4] en [aangeefster 5] , van wie verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze jonger waren dan zestien jaar;

Feit 4:

in de periode van 12 september 2014 tot en met 16 september 2014 [aangeefster 3] , van wie verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding opzettelijk heeft bewogen tot het maken en toesturen van foto’s van haar naakte borsten en/of billen en/of vagina;

Feit 5:

in de periode van 12 september 2014 tot en met 17 december 2014 vier foto’s en een tablet met afbeeldingen heeft vervaardigd/verworven/in bezit gehad, terwijl op die afbeelding(en) kinderporno zichtbaar is;

Feit 6:

zich in de periode van 21 september 2014 tot en met 14 oktober 2014 schuldig heeft gemaakt aan grooming van [aangeefster 3] , van wie hij wist of had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair (onderzoek 09Roerdomp) ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Zij heeft dit gebaseerd op de verklaring van verdachte bij de politie op 18 december 2014 ochtend en middag, welke verklaring door verdachte niet is betwist tijdens het verhoor door de rechter-commissaris op 22 december 2014. In deze verklaring heeft verdachte aangegeven dat [aangeefster 1] hem heeft afgetrokken, hij haar heeft gevingerd en zij hebben getongzoend. Daarnaast heeft de officier van justitie gewezen op de verklaring van verdachte op 10 april 2015 in het onderzoek 09Wierook, waarin verdachte heeft verklaard “de vorige keer heb ik gewoon gezegd wat er gebeurd is en ik ben toen behoorlijk in mijn bil gebeten. Ik wil dus nu eerst alles grondig bestuderen voor ik antwoord ga geven”. Voorts heeft de officier van justitie haar standpunt gebaseerd op het sms-bericht van verdachte aan [aangeefster 1] na afloop van hun afspraak, met de tekst “nog bedankt voor vanavond. Je bent een kanjer en echt een lekker meisje! Het was heel fijn! X!”, alsmede op het uittreksel uit het geboorteregister van [aangeefster 1] , waaruit blijkt dat zij op dat moment 15 jaar was. De verklaring van [aangeefster 1] is volgens de officier van justitie betrouwbaar en kan worden gebruikt voor het bewijs. Dat zij heeft verklaard zich de seksuele handelingen met verdachte niet te kunnen herinneren, is te verklaren door haar slachtofferschap en door het feit dat zij aangeeft in die periode veel drugs te hebben gebruikt en daardoor zwarte gaten in haar geheugen te hebben.

De officier van justitie acht het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde eveneens wettig en overtuigend bewezen, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.

Het onder 6 ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie ook wettig en overtuigend bewezen worden verklaard op grond van de volgende feiten en omstandigheden. Uit de chatgesprekken tussen verdachte en [X] blijkt een zekere vastheid van verdachte om te komen tot een ontmoeting. Er is een concrete datum afgesproken (29 september 2014). Verdachte heeft aan [X] bericht dat hij daarvoor vrij heeft genomen van zijn werk. Ze hebben besproken waar ze elkaar precies zouden gaan ontmoeten. Daarnaast wist verdachte, of moest hij vermoeden dat [X] de leeftijd van 16 jaren nog niet had bereikt. Dat de voorgestelde seksuele handeling daadwerkelijk is gevolgd noch dat daartoe een begin van uitvoering is gemaakt, is niet vereist voor een bewezenverklaring van grooming.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van [aangeefster 1] betrouwbaar zijn. Zij is steeds bij haar verklaring gebleven dat er geen seksuele handelingen zijn gepleegd met verdachte. Verdachte heeft aangegeven dat hij zich bij zijn eerste verklaring bij de politie heeft vergist en kennelijk twee dates door elkaar gehaald heeft. Ander bewijs is niet voorhanden. De verdenking dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, steunt derhalve slechts op de eerste verklaring van verdachte, waarvan hij van meet af aan heeft aangegeven te twijfelen aan de juistheid.

De verdediging heeft zich voor de bewezenverklaring van de feiten 2 tot en met 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zij het dat de verdediging ten aanzien van feiten 2 en 3 heeft opgemerkt dat zij zich afvraagt of het enkele tonen van een foto van een stijve penis schadelijk te achten is voor een persoon onder de 16 jaar.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 6 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Uit de chatberichten kan niet worden afgeleid dat er concrete afspraken zijn gemaakt; de afgesproken plaatsen en tijdstippen worden niet duidelijk. Verdachte wilde daarnaast helemaal geen ontmoeting en had dus ook niet het oogmerk op het plegen van ontuchtige handelingen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak

Voor strafbaarheid van ‘grooming’ ex artikel 248e Wetboek van Strafrecht is blijkens de Memorie van Toelichting (tweede kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 810, nr. 3) vereist dat de communicatiefase, waarbij de dader in een langer lopend proces door veelvuldig chat- en e-mailcontact langzaam het vertrouwen wint van het kind, het kind verleidt tot het delen van intimiteiten en op die wijze het kind in de digitale wereld vatbaar maakt voor seksueel misbruik in de fysieke wereld, uitmondt in een voorstel voor een ontmoeting en het verrichten van een handeling gericht op het realiseren van die ontmoeting. Er dient aldus sprake te zijn van het treffen van concrete voorbereidingen gericht op het verwezenlijken van de ontmoeting (vlg. HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3140).

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat er tussen verdachte en [X] een concrete tijd en plaats is afgesproken voor een ontmoeting. Weliswaar hebben verdachte en [X] tijdens chatberichten op 22 september 2014 gesproken over een specifiek bos in de buurt van een school en een benzinepomp waar zij elkaar op 29 september 2014 zouden kunnen ontmoeten, maar tot een verdere concretisering van die afspraak is het niet gekomen. Daarbij is ook van belang dat verdachte tijdens chatberichten op 28 september 2014 erop aan lijkt te sturen dat deze mogelijke afspraak niet doorgaat – wat vervolgens ook niet is gebeurd. Daarnaast is er geen sprake van een concrete uitvoeringshandeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting. Voor die concrete uitvoeringshandeling is niet voldoende, zoals de officier van justitie heeft bepleit, dat verdachte in een van de chatberichten aan [X] schrijft dat hij vrij heeft genomen van zijn werk. Verdachte heeft immers verklaard dat hij vrijwilligerswerk deed en hij derhalve geen vrij hoefde te nemen van zijn werk – en uit het dossier volgt niet dat deze verklaring niet juist is.

Hoewel de wijze waarop verdachte in de chatberichten met [X] heeft gecommuniceerd zonder meer laakbaar en verwerpelijk is, kan dit gelet op het voorgaande niet worden aangemerkt als grooming. Verdachte zal hiervan dan ook worden vrijgesproken.

4.3.2

Feiten en omstandigheden feit 1

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik ben via [site] iemand tegen gekomen en heb daar een afspraak mee gemaakt in de buurt van Hilversum. Ik heb toen nog bij de bank moeten pinnen. Zij liep op hoge hakken, waarvan ik zei dat ze die uit moest doen omdat het niet lekker liep in het bos.2 In de tussentijd heb ik ook nog een keer gebeld.3 Zij heeft mij afgetrokken en ik haar gevingerd. We hebben ook gezoend. Het zullen tongzoenen geweest zijn.

V: Wat versta jij onder aftrekken?

A: De penis stimuleren met de hand in een op en neer gaande beweging.

V: Wat versta jij onder vingeren?

A: Met mijn vinger in haar vagina.4

[aangeefster 1] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

V: Ik wil het over [verdachte] hebben. (…) 31 juli 2014 is er een afspraak gemaakt, vertel daar eens over?

A: Ik weet dat we in het bos waren bij Hilversum.5 We hebben de auto geparkeerd bij de [naam] en daar gingen we wandelen. Dat ging niet handig met hakken aan. Hij werd nog wel een keer gebeld door een vrouw.6

V: Zoende jij met klanten?

A: Soms.

V: Wat versta jij onder zoenen?

A: Met tong, tongzoenen.

V: Vingeren, gebeurde dat ook?

A: Ja tuurlijk. Als iemand met zijn vinger in je vagina gaat.7

Verbalisant [verbalisant] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 13 augustus 2014 werd onder [aangeefster 1] aangetroffen en in beslag genomen een GSM LG E610.8 Ik zag dat er meerdere SMS-berichten in de telefoon stonden. Ik zag dat deze waren gestuurd van en naar het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [aangeefster 1] . Ik zag dat er meerdere SMS berichten gestuurd en ontvangen zijn door telefoonnummer [telefoonnummer] , welke in de telefoon genoemd staat onder contact “ [bijnaam] ”. Ik zag deze berichten de volgende inhoud bevatten9:

From

Timestamp

Message

[bijnaam]

31-7-2014 20:51

Nog bedankt voor vanavond. Je bent een kanjer en echt een lekker meisje! Het was heel fijn! X!10

Het telefoonnummer [telefoonnummer] staat op naam van [verdachte] .11

Uit het uittreksel uit een geboorteakte blijkt – zakelijk weergegeven – het volgende:

Geslachtsnaam: [aangeefster 1]

Voornamen: [aangeefster 1]

Dag van geboorte: [1998] .12

4.3.3

Bewijsoverwegingen feit 1

Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer [aangeefster 1] (hierna: [aangeefster 1] ) zich niet kan herinneren of zij seks heeft gehad met verdachte. Verdachte heeft bij de politie op 18 december 2014 verklaard dat [aangeefster 1] hem heeft afgetrokken, hij haar heeft gevingerd en dat zij hebben getongzoend. Verdachte heeft zijn verklaring van 18 december 2014 gaande het onderzoek steeds meer in twijfel getrokken en heeft uiteindelijk verklaard dat zij alleen gepraat hebben. Ter terechtzitting van 10 maart 2016 heeft verdachte verklaard dat hij de ontmoeting waarover hij op 18 december 2014 heeft verklaard dat hij die ontmoeting met [aangeefster 1] heeft gehad, waarschijnlijk heeft verward met een ontmoeting met een prostituee met wie hij in een bos in de buurt van Arnhem had afgesproken.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Zowel verdachte als [aangeefster 1] hebben verklaard over de ontmoeting die zij hebben gehad. Zij hebben beiden verklaard dat zij in Hilversum hebben afgesproken, dat verdachte nog heeft gepind en dat zij vervolgens naar het bos van [naam] zijn gereden. [aangeefster 1] heeft verklaard dat zij op hoge hakken liep en dat dit niet handig ging. Verdachte heeft eveneens verklaard dat [aangeefster 1] op hoge hakken liep en dat hij tegen haar heeft gezegd dat ze die maar uit moest doen, omdat het niet lekker liep in het bos. Voorts hebben zowel [aangeefster 1] als verdachte verklaard dat verdachte tijdens de date gebeld werd op zijn mobiele telefoon. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij de afspraak met [aangeefster 1] heeft verward met een afspraak met een Arnhemse prostituee, gelet op het voorgaande, ongeloofwaardig. Door de details die zowel [aangeefster 1] als verdachte hebben gegeven over hun ontmoeting is de verklaring van verdachte van 18 december 2014 te herleiden tot deze afspraak en niet tot een willekeurige andere afspraak in Arnhem. Daar komt nog bij dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij na [aangeefster 1] geen prostituee meer heeft bezocht en dat de laatste keer voor [aangeefster 1] een half jaar daarvoor was. Daarnaast neemt de rechtbank in haar oordeel mee dat verdachte op 10 april 2015 bij de rechter-commissaris in het gelieerde onderzoek 09Wierook het volgende heeft verklaard: “De vorige keer heb ik gewoon gezegd wat er gebeurd is en ik ben toen behoorlijk in mijn bil gebeten zeg maar. Ik wil dus nu eerst alles grondig bestuderen voor ik antwoord ga geven”. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte hiermee heeft gedoeld op het feit dat hij op 18 december 2014 meteen naar waarheid een gedetailleerde verklaring heeft afgelegd, terwijl hij op dat moment nog niet wist dat het slachtoffer zou gaan verklaren dat zij zich niet meer kon herinneren of zijn seks had gehad met verdachte.

Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte een sms-bericht heeft gestuurd naar de telefoon van [aangeefster 1] . Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij dit bericht inderdaad gestuurd heeft. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat verdachte een dergelijke tekst, te weten “Je bent (…) echt een lekker meisje! Het was heel fijn!” zou sturen als hij tijdens de date vruchteloos zou hebben gezocht naar een geschikte plek om seks te hebben en noodgedwongen alleen maar zou hebben gepraat met [aangeefster 1] . Een dergelijke tekst past veel meer bij het gegeven dat er wel seksuele handelingen zijn verricht in het bos.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van voornoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte op 31 juli 2014 te Hilversum ontucht heeft gepleegd met de minderjarige [aangeefster 1] , wat mede heeft bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

4.3.4

Feiten en omstandigheden feit 2

Aangezien verdachte het ten laste gelegde onder 2 heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen van onderzoek aan een Samsung Tablet13;

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 201614.

4.3.5

Feiten en omstandigheden feit 3

Aangezien verdachte het ten laste gelegde onder feit 3 heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen15.

De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen zaak [X]16;

- het proces-verbaal van bevindingen zaak [aangeefster 4]17;

- het proces-verbaal van bevindingen zaak [aangeefster 5]18;

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 201619.

4.3.6

Bewijsoverweging feiten 2 en 3

De raadsman heeft ten aanzien van feiten 2 en 3 de vraag opgeworpen of het enkele tonen van een foto van een stijve penis schadelijk te achten is voor een persoon onder de 16 jaar. De rechtbank is van oordeel dat redelijkerwijs te verwachten is dat de vertoning van dergelijke foto’s, gelet op de aard van de afbeelding en de context waarbinnen deze door verdachte zijn verzonden, een schadelijke invloed heeft op personen onder de 16 jaar.

4.3.7

Feiten en omstandigheden feiten 4 en 5

Aangezien verdachte het ten laste gelegde onder 4 en 5 heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.

De rechtbank acht feit 4 wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen zaak [X]20;

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 201621.

De rechtbank acht feit 5 wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van beschrijving van kinderpornografisch materiaal22;

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 201623.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Wat betreft onderzoek 09Roerdomp:

1.

Primair

op 31 juli 2014 te Hilversum met [aangeefster 1] , geboren op [1998] , die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte

- die [aangeefster 1] gevingerd en

- zich laten aftrekken door die [aangeefster 1] en

- met die [aangeefster 1] getongzoend;

2.

op 22 juli 2014, in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s van zijn penis, waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, telkens heeft verstrekt, aangeboden en vertoond aan een minderjarige, te weten [aangeefster 2] , geboren op [2000] , van wie hij, verdachte, wist dat die [aangeefster 2] jonger was dan zestien jaar;

Wat betreft onderzoek 09Wierook:

3.

op tijdstippen in de periode van 20 juli 2014 tot en met 18 september 2014, in Nederland, telkens afbeeldingen, te weten

- afbeeldingen, te weten foto’s van zijn penis (al dan niet met een op sperma gelijkende substantie zichtbaar) en

- afbeeldingen van seksuele handelingen tussen verschillende mensen, te weten vaginale en orale penetratie,

waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, telkens heeft verstrekt, aangeboden en vertoond aan minderjarigen, te weten [aangeefster 3] , geboren op [2000] en/of [aangeefster 4] , geboren op [2002] en/of [aangeefster 5] , geboren op [2000] , van wie hij, verdachte, telkens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze jonger waren dan zestien jaar;

4.

op tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 september 2014 tot en met 16 september 2014 in Nederland telkens [aangeefster 3] , geboren op [2000] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding, te weten

- door zich voor te doen als [bijnaam] van 21 jaar oud en

- door het vertrouwen van die [aangeefster 3] te winnen en

- die [aangeefster 3] te zeggen dat hij van haar houdt en dat zij het enige meisje in zijn leven is,

opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten tot het maken en toesturen van foto’s van haar naakte borsten en billen en vagina;

5.

op tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 september 2014 tot en met 17 december 2014 in Nederland telkens een aantal afbeeldingen, te weten 4 foto’s en een gegevensdrager bevattende afbeeldingen, te weten een tablet merk Samsung heeft

verworven en/of in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen zakelijk weergegeven bestonden uit:

het gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de afbeeldingen nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen en borsten en billen in beeld gebracht worden en waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1 primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Feit 2: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd;

Feit 3: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd;

Feit 4: door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd;

Feit 5: een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele

gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft

bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

De verdediging heeft aangevoerd dat de rechtbank niet op het rapport van het Pieter Baan Centrum (hierna: het PBC) kan varen, omdat het PBC de diagnose pedofilie heeft gesteld, terwijl niet is voldaan aan de voorwaarde in de DSM IV dat het gaat om kinderen in de prepuberteit, in het algemeen dertien jaar of jonger. Daarnaast is niet aan de voorwaarde voldaan, bij zowel de diagnose pedofilie als de diagnose persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven, dat sprake is van ernstig disfunctioneren bij verdachte. Tot slot leunt het PBC bij het stellen van de diagnose te veel op de in het politiedossier aan verdachte verweten gedragingen.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Uit het dossier blijkt dat de diagnose pedofilie in het verleden reeds meermalen – in 2009 door psychiater Boerboom en psycholoog Geurkink en in 2013 door psychiater Gotink – bij verdachte is gesteld. In de rapportage van 16 november 2015 hebben de deskundigen uitdrukkelijk onderkend dat het bij de diagnose pedofilie volgens de criteria van DSM-IV-TR strikt genomen gaat om een seksuele voorkeur voor prepuberale kinderen. Zij hebben vervolgens echter toegelicht waarom deze diagnose toch bij verdachte dient te worden gesteld, zij het met toevoeging van de aanduiding “gerichtheid op meisjes van ca. 12-16 jaar”. Bij verdachte is in het verleden herhaaldelijk pedofilie gediagnosticeerd en ook in het huidige onderzoek komt volgens de deskundigen naar voren dat verdachte een sterke, vermoedelijk drangmatige, seksuele gerichtheid heeft op meisjes van circa 12 tot 16 jaar oud. Verdachtes intense seksuele drang naar contact met meisjes is in zijn persoonlijkheid verankerd. De classificatie parafilie of seksueel misbruik van kinderen zou te weinig recht doen aan de ernst en hardnekkigheid van de pathologie. In de aanvullende rapportage van 1 maart 2016 hebben de psychiater en de psycholoog dit nog nader toegelicht, waarbij zij tevens hebben opgemerkt dat voor hen aannemelijk is dat verdachtes uitspraak over de grens van zijn seksuele voorkeur (prepuberaal en niet-prepuberaal) tot doel heeft gehad de omvang van zijn seksuele preoccupatie te verhullen. Ook ter terechtzitting zijn de psycholoog en psychiater gehoord en zijn zij bij hun standpunt gebleven. De rechtbank heeft om die reden geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de conclusies die de deskundigen in het PBC-rapport trekken en neemt daarom deze conclusies over en maakt deze tot de hare.

De verdediging heeft daarnaast aangevoerd dat niet is voldaan aan de voorwaarde van ernstig disfunctioneren, welke voorwaarde wordt gesteld in de DSM-IV bij zowel de diagnose persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven als de diagnose pedofilie. De rechtbank overweegt hierover als volgt. Ook deze vraag is aan de deskundigen gesteld ter terechtzitting. Zij hebben daarbij aangegeven dat verdachte over een hoogbegaafd intelligentieniveau beschikt, maar hij op diverse leefgebieden problemen heeft. Op het gebied van scholing en werk heeft verdachte veel minder goed gepresteerd dan verwacht kan worden bij een man met zijn intelligentie. Ook op het gebied van relaties en zijn privéhuishouden presteert hij niet goed. Op het gebied van zijn financiën en administratie wordt hij immers door zijn familie bijgestaan en op het gebied van relaties heeft hij veelvuldig contact met minderjarige meisjes. De deskundigen hebben dit disfunctioneren gekwalificeerd als significant, omdat verdachte zich veel minder heeft ontwikkeld dan verwacht wordt bij iemand met zijn intelligentie. Dat is volgens de deskundigen tekenend voor een persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank volgt de conclusies van de deskundigen en is van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarde van ernstig disfunctioneren bij verdachte.

Uit het PBC-rapport van 16 november 2015 blijkt dat verdachte lijdende is aan pedofilie van het niet-exclusieve type, waarbij moet worden aangetekend dat verdachte zich met name aangetrokken voelt tot meisjes van 12 tot 16 jaar, die niet meer pre-puberaal zijn. Daarnaast is bij verdachte sprake van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven, met narcistische en antisociale kenmerken. Ten tijde van het ten laste gelegde waren de pedofilie en persoonlijkheidsstoornis bij verdachte als duurzame gegevens onverminderd aanwezig. De pedofilie en persoonlijkheidsstoornis beïnvloedden zijn gedragskeuzes ten tijde van het ten laste gelegde, maar hij was hier niet volledig aan overgeleverd. Op grond hiervan adviseren de deskundigen om verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar voor alle feiten te beschouwen. De rechtbank neemt deze conclusie over en beschouwt verdachte derhalve als verminderd toerekeningsvatbaar.

Er is echter geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 primair en 2 tot en met 6 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede tot de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat, om terbeschikkingstelling op te kunnen leggen, sprake moet zijn van een feit waarop een gevangenisstraf van minimaal 4 jaar staat. Feiten 2 en 3 voldoen hier niet aan. Op feiten 4 en 5 staat wel een gevangenisstraf van minimaal 4 jaar. Deze feiten, waaraan dezelfde feitelijke handeling ten grondslag ligt, zijn echter onvoldoende ernstig om de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen. Daarnaast moet de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eisen. Dat er gevaar is voor anderen/personen ligt niet zomaar voor de hand, nu het gaat om ‘hands-off’ delicten. Ook feit 1 rechtvaardigt het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling niet, aangezien verdachte heeft gedwaald omtrent de leeftijd van het slachtoffer en er geen vergaande seksuele handelingen hebben plaatsgevonden.

Daarnaast heeft de verdediging, zoals hiervoor onder 7 reeds is besproken, aangevoerd dat de rechtbank niet op het rapport van het PBC kan varen, omdat de deskundigen de diagnose pedofilie stellen, terwijl niet is voldaan aan de voorwaarde in de DSM IV dat het gaat om kinderen in de prepuberteit, in het algemeen dertien jaar of jonger. Daarnaast is niet aan de voorwaarde voldaan, bij zowel de diagnose pedofilie als de diagnose persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven, dat sprake moet zijn van ernstig disfunctioneren bij verdachte. Tot slot leunt het PBC bij het stellen van de diagnose teveel op de in het politiedossier aan verdachte verweten gedragingen.

De verdediging heeft verzocht om maximaal een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van de voorlopige hechtenis die verdachte thans heeft ondergaan en geen maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met een meisje van vijftien jaar. Verdachte was destijds ruim vijftig jaar. Verdachte heeft via internet een afspraak gemaakt met een prostituee, die op de site [site] adverteerde met “heb je zin in mijn tienerlichaampje?”. Hij heeft zonder nader onderzoek naar de leeftijd van dit meisje seksueel contact met haar gehad. Dit seksueel contact bestond mede uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Daarnaast heeft verdachte met meerdere minderjarige meisjes, van wie de jongste 11 jaar was, intensief WhatsApp-contact gehad, terwijl deze meisjes dachten dat zij met een 21- of 24-jarige man te maken hadden. Hij heeft deze meisjes naaktfoto’s gestuurd en hen bewogen tot het sturen van naaktfoto’s. Hierdoor heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vier kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte had zich moeten realiseren dat er sprake was van een door de wet strafbaar gestelde ongelijkwaardige relatie. Verdachte is hierin ernstig tekortgeschoten en heeft zijn lustgevoelens laten prevaleren boven de belangen van deze minderjarige meisjes.

Minderjarigen bevinden zich in een gevoelige ontwikkelingsfase van hun leven en moeten gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht worden niet of in onvoldoende mate in staat te zijn zelf hun seksuele integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Zij genieten daarom op seksueel gebied bescherming tegen oudere, verder ontwikkelde personen. De wetgever heeft daarom het plegen van seksuele handelingen tussen volwassenen en kinderen beneden de 16 jaren, alsmede het sturen en bewegen tot het versturen van naaktfoto’s van en naar minderjarigen van beneden de 16 jaar, strafbaar gesteld.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 29 juni 2015. Hieruit blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, te weten op 4 januari 2011 voor meerdere pedoseksuele delicten tot een gevangenisstraf van 463 dagen en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Op 3 juli 2014 is de vordering tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met voorwaarden afgewezen. De behandeling in het kader van de terbeschikkingstelling is daarom op 17 juli 2014 beëindigd. De feiten die de rechtbank thans bewezen heeft geacht dateren van juli tot en met december 2014 en zijn dus gepleegd vlak na het eindigen van de eerdere maatregel van terbeschikkingstelling. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op de rapporten die over verdachte zijn opgemaakt. De rechtbank heeft hiervoor onder 7 reeds overwogen dat zij van de betrouwbaarheid van de conclusies van de deskundigen van het PBC uitgaat. Ook voor wat betreft de strafoplegging heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid daarvan. De rechtbank weegt in de strafoplegging dan ook mee dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Uit het rapport van het PBC van 16 november 2015 blijkt voorts het volgende. Verdachte heeft een intelligentie op hoogbegaafd niveau, maar er is sprake van een onrijpe persoonlijkheid. Zijn hedonistische en onverantwoordelijke gedrag wijst eerder op het ontwikkelingsniveau van een adolescent of student dan van een volwassen man van 53 jaar. Er is een grote discrepantie tussen de intellectuele capaciteiten van verdachte en zijn sociaal-emotionele ontwikkeling, waaronder de seksuele ontwikkeling. Het feit dat verdachte op erg jonge vrouwen valt, past bij zijn ontwikkelingsniveau. Bij verdachte is in het verleden herhaaldelijk pedofilie gediagnosticeerd en ook in het huidige onderzoek wordt, zoals hiervoor is overwogen, deze diagnose gesteld.

Naast genoemde pedofilie is bij verdachte sprake van een onrijpe persoonlijkheid met een achtergebleven sociaal-emotionele en psychoseksuele ontwikkeling, welke ten dele zijn rationalisaties en controlebehoefte verklaren. Classificerend is bij verdachte sprake van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven, met narcistische en antisociale kenmerken. Verdachte is vooral op eigen plezier gericht, laat anderen voor zijn verantwoordelijkheden opdraaien en toont geen berouw of slachtofferempathie.

Vanuit de stoornis van verdachte vergroten verschillende factoren het risico op recidive: verdachte is lustgedreven en heeft een diepgewortelde drang naar seks met meisjes en een gebrek aan empathie. Vanuit zijn rationalisaties, ik-gerichtheid en controlebehoefte onttrekt verdachte zich bovendien aan behandeling en controle. Daarnaast is verdachte in zijn grootheidsidee gevoed doordat hij daadwerkelijke behandeling van zijn zedenproblematiek heeft weten te ontlopen en zijn tbs-traject voortijdig beëindigd is. Het recidiverisico voor seksueel geweld wordt bij verdachte als hoog ingeschat, met name vanwege zijn problemen met relaties, de hoge dichtheid van seksuele delicten, zijn minimalisering van de seksuele delicten en zijn negatieve houding ten opzichte van interventies. Ook op korte termijn wordt het risico al groot geacht: het eerste strafbare feit heeft zich immers al binnen drie weken na beëindiging van het tbs-traject van verdachte voorgedaan, terwijl hij op dat moment in behandeling was bij de forensische polikliniek Kairos.

De deskundigen van het PBC zien maar één mogelijkheid voor een interventie om dit recidiverisico af te wenden: klinische behandeling van verdachte in een kliniek voor zedendelinquenten, waarbij het kader van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging noodzakelijk zal zijn. Inmiddels is immers gebleken dat voor verdachte het kader van terbeschikkingstelling met voorwaarden niet toereikend is. Verdachte zal de strijd over de voorwaarden aan blijven gaan en daarmee opnieuw een echte behandeling ontlopen. Verdachte zal zich dan ook evenmin voegen naar een behandeling in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.

De reclassering heeft zich in het rapport van 15 februari 2016 geconformeerd aan het advies van het PBC.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een veroordeling voor een misdrijf waarop minimaal vier jaar gevangenisstraf staat. De feiten 1, 4 en 5 voldoen aan dit 4-jaarscriterium. Daarnaast is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens vastgesteld ten tijde van het delict. Zowel de psychiater als de psycholoog van het PBC komen tot deze conclusie in hun gedragsrapportage. Aan de formele vereisten voor het opleggen van terbeschikkingstelling is daarmee voldaan. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de algemene veiligheid het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling in dit geval vereist. Feit 1 primair betreft wel degelijk een ‘hands-on’ delict. Dat verdachte heeft gedwaald over de leeftijd van het slachtoffer doet daaraan niet af. Er is sprake van een hoog recidiverisico. Verdachte is met het plegen van de bewezenverklaarde feiten begonnen onmiddellijk nadat de vorige terbeschikkingstelling met voorwaarden was afgelopen en terwijl hij nog onder behandeling was bij Kairos. Kennelijk heeft dit verdachte er niet van weerhouden opnieuw contact te zoeken met minderjarige meisjes. Daarnaast is uit de rapportages gebleken dat de problematiek van verdachte structureel verankerd is in zijn persoonlijkheid en dat hij zich bovendien onttrekt aan behandeling en controle. Een ander kader dan terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal daarom niet afdoende zijn.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden wel aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank neemt daarin mee dat zij tot vrijspraak komt van de onder feit 6 ten laste gelegde grooming. De rechtbank acht – alles afwegende – een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest en de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging passend en geboden. De rechtbank kwalificeert feit 1 als misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en is op grond hiervan van oordeel dat de duur van de terbeschikkingstelling in de onderhavige zaak niet is gemaximeerd.

9 Het beslag

Onder verdachte zijn de goederen in beslag genomen die op de beslaglijst staan vermeld.

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om de volgende goederen te onttrekken aan het verkeer:

- camera van het merk Trust;

- Nokia GSM;

- tablet van het merk Samsung;

- laptop van het merk HP.

Op de camera van het merk Trust staan drie foto’s van een penis, waarvan één foto met de tekst ‘I (hartje) [A] ’. Deze [A] is (nog) niet geïdentificeerd, maar niet uitgesloten kan worden dat het gaat om een meisje van onder de 16 jaar en dat de afbeelding naar haar is gezonden.

Op de GSM van het merk Nokia staat WhatsApp-verkeer tussen verdachte en [aangeefster 2] . Gelet op de feiten en omstandigheden acht de officier van justitie het niet verantwoord om de telefoon terug te geven aan verdachte of terug te laten keren in de maatschappij.

Op het tablet van het merk Samsung is kinderporno aangetroffen.

Op de laptop van het merk HP zijn foto’s aangetroffen van jonge vrouwen/meisjes die nog niet geïdentificeerd zijn. Het kan daarom niet worden uitgesloten dat dit kinderporno betreft. Ook komt [aangeefster 2] in deze laptop voor (onder andere afbeeldingen). Gelet op de feiten en omstandigheden acht de officier van justitie het niet opportuun om de laptop terug te geven aan verdachte.

De Google GSM kan geretourneerd worden aan verdachte.

Het Vodafone boek dient verbeurd te worden verklaard. Op de achterzijde van dit boek staat het telefoonnummer van [aangeefster 2] . Dit goed heeft daarom een link met een door de verdachte gepleegd feit.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat het onmogelijk is dat op de GSM van het merk Nokia WhatsApp-verkeer staat, aangezien het een zeer oud model telefoon betreft. In dat geval dient de GSM geretourneerd te worden aan verdachte.

Met de laptop van het merk HP zijn geen strafbare feiten gepleegd. Indien daar, zoals door de officier van justitie gesteld, kinderporno op is aangetroffen, is de laptop al zodanig lang in het bezit van de politie dat onderzoek allang verricht had kunnen worden. Desnoods kunnen de bestanden, dan wel de gehele harde schijf gewist worden. De laptop dient derhalve ook te worden geretourneerd aan verdachte.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart verbeurd de volgende goederen:

- Nokia GSM;

- Vodafone boek;

- Laptop HP.

Het betreft voorwerpen met behulp waarvan of met betrekking waarvan de strafbare feiten zijn begaan of voorbereid dan wel voorwerpen die tot het begaan van misdrijven zijn bestemd. Met betrekking tot de GSM van het merk Nokia gaat de rechtbank uit van de juistheid van de mededeling van de officier van justitie dat daarop WhatsApp-verkeer is aangetroffen.

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer het tablet van het merk Samsung, nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en ook aan de overige in de wet neergelegde voorwaarden voor toepassing is voldaan.

De rechtbank beveelt de teruggave aan verdachte van de volgende goederen:

- Camera van het merk Trust;

- Google telefoon.

Van deze voorwerpen kan niet worden vastgesteld dat deze gebruikt zijn bij het begaan of voorbereiden van de misdrijven. Met betrekking tot de camera van het merk Trust overweegt de rechtbank dat, blijkens de mededeling van de officier van justitie, op die camera alleen foto’s van de penis van verdachte staan. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[aangeefster 1] heeft een vordering benadeelde partij ingediend, ter hoogte van € 2.500,-, bestaande uit immateriële schade.

10.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel. Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd het schadevergoedingsbedrag te matigen, waarbij zij zich aan het oordeel van de rechtbank heeft gerefereerd wat betreft de hoogte van het schadevergoedingsbedrag. Hierbij is eveneens toepassing van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat deze niet deugdelijk is onderbouwd. Immers, niet is onderbouwd in hoeverre verdachte verantwoordelijk is voor de gestelde immateriële schade. Daarnaast is de vordering niet eenvoudig van aard, doordat er sprake is van schuld van anderen aan de gestelde immateriële schade.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht een symbolische schadevergoeding toe te kennen, omdat slechts sprake is geweest van knuffelen.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

De behandeling van de vordering van [aangeefster 1] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank acht het voorstelbaar dat [aangeefster 1] door de hele periode van prostitutie immateriële schade heeft opgelopen. De schadeplicht van verdachte zal echter met behoedzaamheid worden benaderd, omdat er ook sprake is geweest van seksueel contact met andere personen.

Het is wel vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit enige rechtstreekse schade heeft geleden. De immateriële schade wordt door de rechtbank in ieder geval geschat op € 400,-. Voor het overige levert de behandeling van deze schadepost een onevenredige belasting van het strafproces op.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 400,- toewijsbaar. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 31 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 57, 240a, 240b, 245, 248a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Verklaart het onder 6 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1 primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Feit 2: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd;

Feit 3: een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader weet, dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd;

Feit 4: door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd;

Feit 5: een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele

gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft

bereikt, is betrokken, verwerven en in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaft, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

- Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

Het beslag

- Verklaart verbeurd:

2. 1.00 STK Mobiel

NOKIA

ZZ3.01.001/ goe4dnr 245211

4. 1.00 STK Boek

VODAFONE BOEK

met marit/ F01.02.006/ goedrn 245201

6. 1.00 STK Computer

HEWLETT PACKARD laptop HP

F01.01.001/ goednr 245195

- Verklaart onttrokken aan het verkeer:

5. 1.00 STK Computer

SAMSUNG SM-T315 tablet

F01.02.001/ goednr 245196

- Gelast de teruggave aan verdachte van:

1. STK Fotoapparatuur

CAMERA TRUST

F01.02.003/ nr 245198

3. 1.00 STK Mobiel

GOOGLE

F.01.03.001/ goednr 245202

Feit 1 primair: De vordering van de benadeelde partij

Wijst de vordering van [aangeefster 1] toe tot een bedrag van € 400,- (zegge vierhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster 1] , € 400,- (zegge vierhonderd euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening en bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 8 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.J.P. Schotman, voorzitter,

mrs. K.J. Veenstra en J.A. Spee, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 maart 2016.

mr. J.A. Spee is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Voor wat betreft onderzoek 09Roerdomp:

1.

Primair

hij op of omstreeks 31 juli 2014 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met [aangeefster 1] , geboren op [1998] , die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte

-die [aangeefster 1] gevingerd, althans zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [aangeefster 1] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of (heen en weer) bewogen

en/of

-zich laten aftrekken door die [aangeefster 1] en/of

-(buik tegen buik) met die [aangeefster 1] geknuffeld en/of haar omhelsd en/of

-die [aangeefster 1] bij de rug en/of billen vastgehouden en/of het lichaam van die [aangeefster 1] betast en/of

-met die [aangeefster 1] ge(tong)zoend;

art 245 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 31 juli 2014 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met [aangeefster 1] , geboren op [1998] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig

-die [aangeefster 1] vingeren, althans duwen en/of brengen en/of houden en/of (heen en weer) bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina van die [aangeefster 1]

en/of

-zich laten aftrekken door die [aangeefster 1] en/of

-(buik tegen buik) knuffelen en/of omhelzen van die [aangeefster 1] en/of

-bij de rug en/of billen vasthouden van die [aangeefster 1] en/of betasten van het lichaam van die [aangeefster 1] en/of

-(tong)zoenen met die [aangeefster 1] ;

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 juli 2014,

te Olst, althans in het arrondissement Overijssel en/of

te Nijmegen en/of te Wageningen, althans in het arrondissement Gelderland,

in elk geval in Nederland,

(een) afbeelding(en), te weten (een) foto(’s) van zijn/een penis (al dan niet met een op sperma gelijkende substantie zichtbaar),

waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, (telkens) heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan een minderjarige, te weten [aangeefster 2] , geboren op [2000] , van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [aangeefster 2] jonger was dan zestien jaar;

art 240a Wetboek van Strafrecht

Voor wat betreft onderzoek 09Wierook:

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2014 tot en met 18 september 2014 te Olst, althans in het arrondissement Overijssel en/of

te Nijmegen en/of te Wageningen, althans in het arrondissement Gelderland,

in elk geval in Nederland, (telkens) (een) afbeelding(en), te weten

- ( een) afbeelding(en), te weten (een) foto(’s) van zijn/een penis (al dan niet met een op sperma gelijkende substantie zichtbaar) en/of

- ( een) afbeelding(en) van seksuele handelingen tussen verschillende mensen, te weten vaginale en/of orale penetratie,

waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, (telkens) heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan (een) minderjarige(n), te weten [aangeefster 3] , geboren op [2000] en/of [aangeefster 4] , geboren op [2002] en/of [aangeefster 5] , geboren op [2000] , van wie hij, verdachte, (telkens) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze jonger waren/was dan zestien jaar;

art 240a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 september 2014 tot en met 16 september 2014 te Olst, althans in het arrondissement Overijssel en/of

te Nijmegen en/of te Wageningen, althans in het arrondissement Gelderland,

in elk geval in Nederland (telkens)

[aangeefster 3] , geboren op [2000] , van wie verdachte wist of redelijkerwijs

moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding, te weten

- door zich voor te doen als [bijnaam] van 21 jaar oud en/of

- door het vertrouwen van die [aangeefster 3] te winnen en/of

- die [aangeefster 3] te zeggen dat hij van haar houdt en/of dat zij het enige meisje in zijn leven is,

opzettelijk

heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten tot het maken en/of toesturen van foto’s van haar naakte borst(en) en/of bil(len) en/of vagina;

art 248a Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 september 2014 tot en met 17 december 2014 te Olst, althans in het arrondissement Overijssel en/of

te Nijmegen en/of te Wageningen, althans in het arrondissement Gelderland,

in elk geval in Nederland (telkens)

een (aantal) afbeelding(en), te weten 4 foto’s en/of

(een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en), te weten een tablet (merk Samsung)

heeft

vervaardigd en/of

verworven en/of

in bezit gehad en/of

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) (zakelijk weergegeven) bestond(en) uit:

het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of (waarbij) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden en/of

(waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

art. 240b Wetboek van Strafrecht

MEDEDELINGEN:

De officier van justitie deelt mede dat een representatieve collectie van bovengenoemde afbeeldingen/filmfragmenten is samengesteld, maar ter voorkoming van strafbare feiten en verdere verspreiding van bovengenoemd materiaal, niet in het dossier is gevoegd en ook niet in afschrift zal worden verstrekt. De officier van justitie zal deze collectie als stuk van overtuiging op de terechtzitting aanwezig hebben en aan de rechtbank overleggen. Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage in genoemd materiaal worden verleend op afspraak met de officier van justitie.

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 september 2014 tot en met 14 oktober 2014 te Olst, althans in het arrondissement Overijssel en/of

te Nijmegen en/of te Wageningen, althans in het arrondissement Gelderland,

in elk geval in Nederland,

(telkens) door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiemiddel (te weten via (Whatsapp)gesprekken)

een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt (te weten [aangeefster 3] , geboren op [2000] ), een of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die [aangeefster 3] te plegen,

terwijl hij (telkens) enige handeling heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting(en),

immers heeft hij, verdachte, met die [aangeefster 3] concrete afspraken gemaakt om elkaar op 29 september 2014 en/of op 5 oktober 2014 op (een) van te voren afgesproken plaats(en) en tijdstip(pen) te ontmoeten en/of heeft hij, verdachte, hiertoe vrijgenomen van zijn werk;

art 248e Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer 2014223041 I (onderzoek 09Roerdomp) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef en onder 5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 18 december 2014, p. 306.

3 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2016.

4 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, d.d. 18 december 2014, p. 307.

5 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [aangeefster 1] , d.d. 2 juni 2015, afzonderlijk genummerd: pagina 7.

6 Het proces-verbaal van het informatieve gesprek met [aangeefster 1] , d.d. 20 augustus 2014, p. 542.

7 Het proces-verbaal van verhoor van de getuige [aangeefster 1] , d.d. 2 juni 2015, afzonderlijk genummerd: pagina 7.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2014, p. 970.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2014, p. 972.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2014, p. 973.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 december 2014, p. 974.

12 Een schriftelijk bescheid, te weten een uittreksel uit een geboorteakte, d.d. 22 oktober 2014, p. 827.

13 Het proces-verbaal van onderzoek Samsung Tablet, d.d. 23 januari 2015, p. 1046-1054.

14 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2016.

15 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer PL0900-2015101825 (onderzoek 09Wierook) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid aanhef, en onder 5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 april 2015, p. 33 t/m 39.

17 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 april 2015, p. 85 t/m 91.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 april 2015, p. 114 t/m 120.

19 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2016.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 10 april 2015, p. 33 t/m 39.

21 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2016.

22 Het proces-verbaal van beschrijving kinderpornografisch materiaal, d.d. 14 april 2015, p. 69 t/m 74.

23 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 maart 2016.