Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1336

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-03-2016
Datum publicatie
18-03-2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 387-vovo
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor het herbestemmen van een watertoren tot zelfstandig kantoorgebouw op het perceel Industrieweg 6 te Mijdrecht. Gecombineerde toepassing van artikel 4, aanhef en onder 1, en artikel 4, aanhef en onder 9, van het Bor is mogelijk. Bij het vaststellen van de parkeerbehoefte is verweerder uitgegaan van verouderde parkeerkencijfers van het CROW. Het zicht vanuit het te realiseren kantoorgebouw zal beperkt zal zijn. In het verlies aan privacy en uitzicht voor de omwonenden heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien de vergunning te weigeren. Tussenuitspraak om verweerder in de gelegenheid te stellen om het gebrek te herstellen. Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 16/387, UTR 16/647, UTR 16/649 en UTR 16/652.

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 maart 2016 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] (UTR 16/387),

(gemachtigde: mr. J.M. Smits),
[eiser 4] (UTR 16/647),
[eiser 5] en [eiser 6] (UTR 16/649),
[eiser 7] (UTR 16/652)
(gemachtigde mr. T. van der Weijde)

allen te [woonplaats]
verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen, verweerder

(gemachtigde: mr. A. de Vink).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: StudioRAAK B.V., gevestigd te Mijdrecht.
(gemachtigde: mr. A.G. van Keulen).

Procesverloop

Bij besluit van 17 december 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan StudioRAAK B.V. (vergunninghoudster) een omgevingsvergunning verleend voor het herbestemmen van een watertoren tot zelfstandig kantoorgebouw op het perceel Industrieweg 6 te Mijdrecht (het perceel).

Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Deze beroepen worden behandeld onder de zaaknummers UTR 16/388, UTR 16/648, UTR 16/651 en UTR 16/653.
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, gelijktijdig met de behandeling van de beroepen van verzoekers en de beroepen met de zaaknummers UTR 16/509 en UTR 16/642 plaatsgevonden op 19 februari 2016. [eiser 1] , [eiser 5] , [eiser 6] en [eiser 7] zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun (respectievelijke) gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. StudioRAAK is vertegenwoordigd door [A] , directeur, bijgestaan door de gemachtigde.

Overwegingen

  1. Bij tussenuitspraak van heden in de beroepen met zaaknummers UTR 16/388, UTR 16/648, UTR 16/651, UTR 16/653, UTR 16/509 en UTR 16/642 heeft de enkelvoudige kamer van deze rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om de geconstateerde gebreken in het bestreden besluit te herstellen. In de tussenuitspraak is overwogen dat verweerder deze gebreken in beginsel kan herstellen door het nemen van een nieuw besluit op de voet van artikel 6:19 van de Awb.

  2. De voorzieningenrechter stelt, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, vast dat de bouwtitel waar StudioRAAK op dit moment over beschikt, gebreken vertoont. Deze gebreken zijn slechts herstelbaar door middel van een nieuw te nemen besluit. Op dit moment staat dus vast dat de thans aan vergunninghoudster verleende bouwtitel niet ongewijzigd in stand zal blijven. Daarmee is op dit moment nog onzeker of vergunninghoudster in de toekomst zal beschikken over een bouwtitel die in rechte stand houdt.

  3. Gelet op deze situatie ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en de met het besluit van 17 december 2015 verstrekte vergunning te schorsen tot het moment dat de enkelvoudige kamer van deze rechtbank in de onder 1 genoemde zaken einduitspraak heeft gedaan op het beroep.

  4. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter in de zaak UTR 16/387 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 744,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 0,5 punt voor het verschijnen ter zitting, vanwege de gelijktijdige behandeling van de beroepszaak, waarde per punt € 496,- en een wegingsfactor 1). Voor de zaken UTR 16/647, UTR 16/649 en UTR 16/652 stelt de voorzieningenrechter de totale vergoeding van de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand eveneens vast op € 744,-. Zij overweegt daartoe dat de verzoekschriften in deze zaken gelijkluidend zijn en dat de behandeling van de verzoeken ter zitting gelijktijdig heeft plaatsgevonden. Op grond van artikel 8:82, vijfde lid, van de Awb dient verweerder het door verzoekers betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    schorst de met het besluit van 17 december 2015 verleende vergunning
    tot het moment dat de enkelvoudige kamer van deze rechtbank uitspraak heeft gedaan in de zaken UTR 16/388, UTR 16/648, UTR 16/651, UTR 16/653, UTR 16/509 en UTR 16/642;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers in de zaak UTR 16/387 tot een bedrag van € 735,-;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers in de zaken UTR 16/647, UTR 16/649 en UTR 16/652 tot een totaal bedrag van € 735,-;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- in de zaak UTR 16/387 aan verzoekers te vergoeden;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- in de zaak UTR 16/647 aan verzoeker te vergoeden;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- in de zaak UTR 16/651 aan verzoekers te vergoeden;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- in de zaak UTR 16/653 aan verzoeker te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.M.M. van Amstel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.K. van de Poel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2016.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.