Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1296

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-03-2016
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
4760809 UE VERZ 16-24 JES/1267
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgever vanwege disfunctioneren

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/744
AR-Updates.nl 2016-0269
XpertHR.nl 2016-416209
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 4760809 UE VERZ 16-24 JES/1267

Beschikking van 4 maart 2016

inzake

de stichting

Stichting Portaal,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Portaal,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. J.E. Brouwer-Harbach,

tegen:

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verweerder] ,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. M.J.M. Groen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ter griffie ontvangen op 20 januari 2016

  • -

    het verweerschrift

  • -

    de pleitnota van Portaal

  • -

    de pleitnota van [verweerder]

  • -

    de mondelinge behandeling op 12 februari 2016, waarvan aantekening is gehouden.

1.2.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

Portaal is een woningcorporatie. Bij Portaal werken circa 675 mensen. Portaal is sinds enige tijd aan het reorganiseren.

2.2.

[verweerder] is sinds 1 september 2008 in dienst van Portaal, in de functie van Medewerker Systeem- en Netwerkbeheer 2. Het dienstverband is aangegaan voor onbepaalde tijd. Het laatstgenoten brutoloon bedraagt € 4.167,00 per maand (bij een arbeidsomvang van 36 uur per week), te vermeerderen met 8% vakantiebijslag en een eindejaarsuitkering van € 600,00. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Woondiensten van toepassing.

2.3.

Bij de functie van [verweerder] horen twee resultaatsgebieden: 'Onderhoud systemen en applicaties' en 'Advies en ontwikkeling'. Bij de competenties behorend bij de functie staat onder meer het volgende beschreven:

"Handelt complexe vraagstukken af en is daarbij in staat relaties te leggen tussen de samenhang en wederzijdse afhankelijkheid van het totale netwerk, de diverse systemen en programmatuur."

"Pro-actief ontwikkelen van oplossingen ten behoeve van tekortkomingen en gebreken van de technische infrastructuur"

"Heeft een adviserende rol in projecten"

"Plant en organiseert volgens de gestelde prioriteiten"

"Stelt zelfstandig prioriteiten"

"Doet voorstellen ter verbetering van de technische infrastructuur"

"Communiceert helder en begrijpelijk"

2.4.

Bij Portaal worden per jaar een planningsgesprek, een voortgangsgesprek en een beoordelingsgesprek gehouden. Bij het planningsgesprek worden resultaatgerichte afspraken gemaakt, bij het voortgangsgesprek wordt het tussentijdse resultaat besproken en aan het eind van het jaar wordt de medewerker beoordeeld op de verschillende resultaatsgebieden en wordt beoordeeld in hoeverre de gemaakte afspraken gerealiseerd zijn.

2.5.

In het beoordelingsgesprek op 29 november 2012 wordt [verweerder] over het jaar 2012 met een C beoordeeld, hetgeen betekent dat de functievervulling geheel overeenkomt met de gestelde eisen. In het beoordelingsformulier is bij 'kennis en vaardigheden' opgenomen: "Inhoudelijk kom je met goede voorstellen. Het daadwerkelijk doorvoeren, via overtuigen of andere manieren, vind je nog steeds lastig." Onder het kopje "Algemeen" is opgenomen: "Je hebt wel moeite met het juist prioriteren van je werk, planmatig werken. We zullen de komende periode wekelijks samen kijken naar de planning en naar waar je tegenaan loopt."

2.6.

In augustus 2013 heeft [verweerder] middels het door Portaal beschikbaar gestelde opleidingsbudget een coach ingeschakeld. [verweerder] wil graag duidelijker communiceren, duidelijker aangeven wat hij nodig heeft van collega's en leidinggevenden om tot resultaten te komen, daadkrachtiger zijn en eerder tot resultaat komen door sneller beslissingen te nemen en helder krijgen wat zijn sterke kanten zijn en wat hij nodig heeft om zich verder te kunnen ontwikkelen. Dit coachingstraject heeft gelopen tot juni 2015.

2.7.

In het beoordelingsgesprek op 25 november 2013 wordt [verweerder] over het jaar 2013 met een D gewaardeerd, hetgeen betekent dat de functievervulling op één of meerdere aspecten niet acceptabel is. Portaal heeft daarnaast een demotie naar de functie Systeem- en Netwerkbeheerder 1 voorgesteld. In de toelichting op de verschillende resultaatgebieden in het beoordelingsformulier is onder meer – voor zover hier van belang – het volgende opgemerkt:

"Jij doet het benodigde onderhoud aan de aan jou toevertrouwde zaken, maar niet meer dan dat. Jij zult hard aan het werk moeten om aan de verwachtingen van jouw functioneren te voldoen (doorpakken, niet verslappen, constructieve bijdrage leveren binnen het team)."

"Je functioneert op niveau 1 en niet op niveau 2. Jij werkt weinig mee in projecten en vervult weinig of geen adviserende rol."

"Het advies is uiteindelijk opgesteld en ook kwalitatief voldoende onderbouwd. Hiervoor heb je veel hulp vanuit Portaal gekregen. Je hebt hiervoor veel te veel tijd genomen. Je werkzaamheden plannen zal je moeten verbeteren."

"Soms wat te klantgericht, waarmee je in problemen komt als je meerdere klanten tevreden wilt houden. (planning)"

"Je laat te weinig van je kennis en kunde zien in je werk en advies."

"Zorg bij veranderingen dat mensen op de hoogte zijn. Communiceer, ook de kleinere details zijn voor onze gebruikers van belang (schermindeling b.v.)"

"Je bent passief in het brengen van advies en kennis".

2.8.

[verweerder] heeft het beoordelingsformulier onder protest getekend en heeft daarbij de volgende opmerkingen geplaatst:

  1. Ik ben het niet eens met de beoordeling, ik vind dat deze te negatief is opgezet. Ik heb geen waarschuwing gehad dat mijn functioneren zo slecht was, dat het consequenties ging hebben. (…)

  2. Ik ben op eigen initiatief een coaching traject gestart met instemming van de werkgever. Ik heb mijn best gedaan mijn projecten goed te laten verlopen, maar vond dit op onderdelen lastig. Aan het coachingtraject heb ik tot nu toe veel gehad. Dit coaching traject is niet afgerond. Ik zie de stap van de werkgever als het verstoren van het coaching traject.

  3. Ik ga niet akkoord met het demotie voorstel, ik vraag wel begeleiding en samenwerking van werkgever en leidinggevende voor het coaching traject.

  4. Ik stel voor een plannings gesprek voor 2014 te houden met smart afspraken en de normale tussentijdse evaluatie momenten te plannen. aan het eind van 2014 is er dan weer een beoordeling.

2.9.

Op 15 juli 2014 heeft er een tussentijdse beoordeling plaatsgevonden. Deze wordt door Portaal bevestigd bij brief van 5 augustus 2014, waarin zij als volgt schrijft:

"(…) Zoals aan jou gemeld heb ik je een positieve beoordeling gegeven. Deze positieve beoordeling heb ik met name gegeven op basis van de vorderingen die je hebt gemaakt ten aanzien van je houding, gedrag en profilering binnen de organisatie. Ik heb geconstateerd dat je beter in staat bent je kennis en kunde in te zetten binnen de groep en hierdoor word je meer als een volwaardig teamlid gezien. Daarnaast zorg je dat je in contact bent en blijft met je senior en je direct leidinggevende.

Deze positieve ontwikkeling heb ik echter nog onvoldoende waargenomen bij het behalen van je resultaten en wij hebben dan ook afgesproken dat jij voor de volgende beoordeling, eind 2014, gaat aantonen dat jij je positieve ontwikkeling ook kunt doorzetten in het behalen van jouw RGA's. (…)"

2.10.

[verweerder] wordt op 9 december 2014 over 2014 beoordeeld met een C. Als toelichting staat onder meer vermeld:

"Jij doet het benodigde onderhoud aan de aan jou toevertrouwde zaken. Wij zien dat jij je best doet om buiten je eigen werkzaamheden zaken op te pakken. Jij zult hard aan het werk moeten blijven om aan de verwachtingen van jouw functioneren te voldoen (doorpakken, niet verslappen, constructieve bijdrage leveren binnen het team)."

2.11.

Op 19 mei 2015 vindt een gesprek plaats tussen Portaal en [verweerder] . Portaal heeft van dit gesprek een verslag gemaakt en dit bij brief van 27 mei 2015 aan [verweerder] gestuurd. Portaal merkt op dat zij van mening is dat het functioneren van [verweerder] weer terug is op het niveau van voor het coachingstraject. Portaal noemt twee voorbeelden van situaties die volgens haar kenmerkend zijn voor het gedrag en de houding van [verweerder] en stelt vast dat het coachingstraject onvoldoende heeft opgeleverd. Portaal stelt dat [verweerder] met name onvoldoende presteert op het gebied "Advies en ontwikkeling". Portaal vraagt [verweerder] na te denken over of hij nog op zijn plek is in zijn huidige functie.

2.12.

Op 30 juni 2015 vindt een vervolggesprek plaats. Hierin wordt door Portaal aan [verweerder] opnieuw meegedeeld dat er twijfels zijn over het functioneren van [verweerder] en dat wordt afgevraagd of hij op zijn plek is in de huidige functie. In het verslag van dat gesprek vermeldt mevrouw [A] (teamleider ICT) onder meer:

"Je herkent mijn kritiek op je houding en gedrag: je pakt geen kansen op, je laat onvoldoende zien verantwoordelijkheid te nemen voor resultaten en je bent in je samenwerking met collega's niet altijd betrouwbaar."

Portaal wenst met [verweerder] een verbetertraject in te zetten. Bij de vervolgacties staat vermeld:

"- Jij gaat met [B] afstemmen welke projecten en/of werkzaamheden jij gaat oppakken.

- Uiterlijk 10 juli a.s lever jij deze lijst van werkzaamheden en projecten bij mij aan. De projecten die je gaat oppakken beschrijf je SMART, in overleg met [B] .

- Wekelijks plan jij een overleg met [B] om deze lijst door te nemen op vakinhoudelijk gebied.

- Ik plan een tweewekelijks overleg met jou in om aan de hand van jouw werkzaamheden jouw houding en gedrag te bespreken en verbeteringen te benoemen. Bij deze gesprekken zal ik [C] van HRM ook uitnodigen, zodat we met elkaar een beeld hebben hoe het verbetertraject verloopt."

2.13.

Op 6 juli 2015 worden in het kader van het voornoemde aan [verweerder] vier projecten toebedeeld. [verweerder] heeft een omschrijving van deze projecten aan mevrouw [A] van Portaal gestuurd. Portaal heeft geconstateerd dat deze beschrijving niet conform de SMART-methode was (een methode die ziet op het Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden maken van projecten). Dit wordt in een gesprek van 23 juli 2015 aan [verweerder] meegedeeld. Er wordt een gesprek voor 30 juli 2015 gepland waarin de opdrachten SMART beschreven moeten zijn.

2.14.

In gesprekken van 30 juli 2015, van 6 augustus 2015 en van 8 september 2015 constateert Portaal dat de door haar gestelde eisen en gemaakte opmerkingen onvoldoende in het document door [verweerder] zijn verwerkt, althans dat [verweerder] er niet aan toe is gekomen.

2.15.

Op 17 september 2015 hebben Portaal en [verweerder] een tweewekelijks voortgang gesprek. In het verslag van dit gesprek vermeldt Portaal het volgende:

"Ik merk op dat ik vind dat je inderdaad te weinig voortgang boekt. (…) Je wijkt in dit soort situaties uit naar de voor jou vertrouwde werkzaamheden die je leuk vindt en waar je ook goed in bent (…). Echter dit zijn niet de werkzaamheden die horen onder het resultaatgebied Advies en Ontwikkeling in jouw functieprofiel. Jij moet je juist richten op die andere klussen / opdrachten die je hebt gekregen. Die klussen vragen andere vaardigheden, denk hierbij aan het plannen en organiseren en het geven van gevraagd en ongevraagd advies.

Jij erkent dat je nog niet alle vaardigheden goed beheerst. Als voorbeeld geef je aan dat je worstelt met de planning. Hoe doe je nou zoiets?

Hierop inhakend merk ik op dat in de gesprekken die we hebben gevoerd, we jou al een aantal keren tips hebben gegeven hoe dit te doen. Ook [B] heeft in de gesprekken die hij met jou heeft gevoerd geprobeerd je hiermee te helpen. Daarnaast heb je ook coaching gehad door een externe coach. Ondanks al deze inspanningen zien wij te weinig vooruitgang. We zien dat jij echt je best doet om met deze adviezen iets te doen, maar je blijft tegen dezelfde problemen aanlopen. Je komt tot onvoldoende resultaat en krijgt je opdrachten niet SMART. Je blijft te afwachtend en blijft het lastig vinden een project verder te brengen en tot een realistische planning te komen. Zoals al eerder aangegeven in de gesprekken met jou is dit een groot probleem in de functie die je nu hebt. Jij bent medewerker Systeem en Netwerkbeheerder 2 maar je vult het niet op dat niveau in. (…)

Zoals afgesproken hebben wij ook nagedacht en stellen wij aan jou voor om de arbeidsovereenkomst, onder bepaalde voorwaarden, met jou te beëindigen."

2.16.

Portaal heeft bij e-mailbericht van 21 oktober 2015 aan [verweerder] meegedeeld dat zij een afspraak hebben staan op donderdag 22 oktober 2015 en dat het niet de bedoeling is het in dat gesprek over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te hebben, maar over de projecten waar [verweerder] mee bezig is en de voortgang daarin, in het kader van het verbetertraject.

2.17.

Tussen Portaal en [verweerder] vindt een tweewekelijks voortgangsgesprek plaats op 22 oktober 2015. In dat gesprek wordt onder meer met [verweerder] afgesproken dat hij bijgestelde planningen aan Portaal oplevert uiterlijk op 28 oktober 2015.

2.18.

[verweerder] heeft de aangepaste planningen niet op tijd ingeleverd. In het voortgangsgesprek van 17 november 2015, waarvan Portaal een verslag mailt op 2 december 2015, staat hierover het volgende vermeld:

"Tijdens het vorige gesprek is de afspraak gemaakt dat jij vanaf nu de gemaakte planningen gewoon gaat halen. Ik constateer tot mijn spijt dat al meteen bij het eerst volgende overleg deze afspraak niet wordt nagekomen. Stukken worden te laat aangeleverd. Jij beaamt dat jij er moeite mee hebt om planningen te halen. Jij legt uit hoe dit komt. Jij had gepland om vrijdag voorafgaand aan dit overleg alle gemaakte afspraken af te werken. Alleen had jij ook een andere klus gepland op die dag en die duurde langer dan verwacht. Jij had nl. ook gepland na te gaan denken over een opleiding/cursus/training. Jij geeft aan dat je baalt van jezelf omdat het weer niet lukt gemaakte afspraken na te komen.

Ik benadruk nog eens bij jou dat jij moet beseffen dat je in een verbetertraject zit. (…)

Ik voeg nog toe dat het eerst volgende gesprek het beoordelingsgesprek is. Dat gesprek is tevens de afronding van het afgesproken verbetertraject."

2.19.

[verweerder] wordt over het jaar 2015 met een D beoordeeld. In het beoordelingsverslag is het volgende opgenomen bij het resultaatsgebied "Advies en ontwikkeling":

"Er was een lichte verbetering te zien maar jouw presteren blijft onder de maat. We vragen van jou dat je de vertaling kunt maken van de behoefte van de gebruiker/klant naar technische mogelijkheden. Dit vraagt een groot analytisch en beoordelend vermogen. Dit heb je onvoldoende laten zien ondanks gerichte coaching door [B] en mij hierop. Jij beoordeelt alles vanuit de techniek en niet vanuit de gebruiker/klant.

Een belangrijk onderdeel van dit resultaatgebied is het maken van planningen en het nakomen van afspraken. Op beide punten presteer je onder de maat. Je komt niet tot realistische planningen (je maakt de planningen zonder overleg met anderen) en je komt je afspraken niet na.

Daarnaast vraagt dit resultaatgebied van jou dat je proactief met oplossingen komt ten behoeve van tekortkomingen en gebreken van de technische infrastructuur en dat je deze oplossingen ook configureert binnen de gekozen infrastructuur. Jij bezit geen diepgaande kennis van de totale technische infrastructuur en daardoor kom je niet proactief met oplossingen en voorstellen. Omdat je diepgaande kennis mist, en dit als een risico door collega's wordt ervaren voor de continuïteit van de systemen, wordt jij niet betrokken bij het configureren van een oplossing."

Bij de algemene competentie "Operationele effectiviteit (planmatig werken)" staat het volgende vermeld:

"Wij hebben al meerdere malen geconstateerd dat jij niet planmatig werkt. Je laat je eigen agenda leiden door andere gebeurtenissen/personen. Je kunt niet goed prioriteren en komt daardoor in tijdnood. Als je een planning afgeeft voor een voorstel dat je indient, dan is deze planning meestal niet haalbaar, omdat je niet realistisch plant en doordat je vergeet deze planning met anderen op te stellen c.q. te delen."

2.20.

Bij e-mailbericht van 9 december 2015 stelt Portaal aan [verweerder] voor om middels de vaststellingsovereenkomst tot een einde van de arbeidsovereenkomst te komen. Indien er geen overeenstemming wordt bereikt zal Portaal een ontslagaanvraag indienen.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Portaal verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 7:671b en 7:669 lid 3 sub d Burgerlijk Wetboek (BW) om ontbinding van de arbeidsovereenkomst van partijen, op de kortst mogelijke termijn.

3.2.

Portaal heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van ongeschiktheid van [verweerder] tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken. Portaal stelt dat [verweerder] met name vaardigheden mist op het gebied van advies en ontwikkeling, vaardigheden die essentieel zijn voor het vervullen van de functie. [verweerder] pakt niet door, prioriteert niet op een goede wijze, communiceert niet helder en niet daadkrachtig, werkt niet planmatig en mist het zicht op de samenhang tussen de verschillende systemen, de programmatuur en het totale netwerk binnen de organisatie van Portaal. Er is geprobeerd het functioneren van [verweerder] te verbeteren, door het inzetten van een verbetertraject, maar dit heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Herplaatsing van [verweerder] in een passende andere functie is niet mogelijk gebleken. Er zijn op het moment geen functies bij Portaal beschikbaar die in voldoende mate aansluiten bij zijn opleiding, ervaring en capaciteiten. De functie Medewerker Systeem- en netwerkbeheer 1, die door Portaal als passende functie werd beschouwd, komt, ten gevolge van het reorganisatietraject waarin Portaal zich begeeft, te vervallen.

3.3.

[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. [verweerder] concludeert tot afwijzing van het verzoek, met veroordeling van Portaal in de kosten van deze procedure. [verweerder] voert het volgende aan.

[verweerder] erkent dat Portaal vanaf 2013 opmerkingen heeft gemaakt over zijn functioneren. [verweerder] heeft destijds in die kritiek aanleiding gezien om vanaf augustus 2013 een coachingstraject te volgen, om op het gebied van communicatie en doortastendheid verbeteringen te bewerkstelligen. Dat is gelukt. Het functioneren van [verweerder] werd in 2014 positief beoordeeld.

De kritiek die volgde in 2015 kwam voor [verweerder] vervolgens onverwacht. Het gesprek op 19 mei 2015 ging met name over één (vermeend) incident en bij de andere kritiekpunten die in het verslag terecht zijn gekomen is niet uitvoerig stilgestaan. Het lopende coachingstraject – waarin Portaal overigens geen actieve houding aannam – werd beëindigd en ondersteuning of begeleiding vond niet meer plaats. In het kader van het verbetertraject, dat in juli 2015 is ingegaan, werd [verweerder] afgerekend op vaardigheden die hij niet bezat en ook niet hoefde te bezitten volgens zijn functie-eisen, zoals het SMART maken van projecten. Al kort nadat het verbetertraject was aangevangen werd het vertrouwen in [verweerder] opgezegd door zijn leidinggevende en zijn afdelingsmanager. Portaal stelde ruim voor de einddatum van het verbetertraject een beëindiging van het dienstverband voor.

[verweerder] is van mening dat er geen sprake is van voortdurend en ernstig disfunctioneren, althans dat hij geen reële kans heeft gekregen om zijn functioneren te verbeteren. Van een grote werkgever als Portaal mag worden verwacht dat zij op correcte en zorgvuldige wijze invulling geeft aan een functioneringstraject. [verweerder] is van mening dat hij onvoldoende gesteund en begeleid is.

3.4.

Op de (nadere) stellingen van partijen zal hierna – voor zover van belang – worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 2 BW is onderzocht of een opzegverbod ingevolge art 7:670 BW of enig ander opzegverbod geldt. Dat is niet het geval.

4.2.

Uitgangspunt bij de beoordeling van het verzoek van Portaal is dat de werkgever op grond van het bepaalde in artikel 7:671b BW de kantonrechter kan verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een redelijke grond als vermeld in lid 1 van dat artikel. De kantonrechter dient die redelijke grond te onderzoeken op grond van artikel 7:671b lid 2 BW.

4.3.

Beoordeeld dient derhalve te worden of Portaal heeft voldaan aan de vereisten van artikel 7:669 lid 1 en 3 sub d. Er dient sprake te zijn van ongeschiktheid van [verweerder] tot het verrichten van de bedongen arbeid (anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer), Portaal dient [verweerder] hiervan tijdig in kennis te hebben gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid hebben gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid mag niet het gevolg zijn van onvoldoende zorg van Portaal voor scholing van [verweerder] of voor de arbeidsomstandigheden van [verweerder] . Daarnaast moet blijken dat herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn, al dan niet met behulp van scholing, in een andere passende functie niet mogelijk is, of niet in de rede ligt.

4.4.

De kantonrechter overweegt als volgt. Vooropgesteld wordt dat de vakinhoudelijke kennis van [verweerder] op orde is. Portaal heeft echter voldoende gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat andere competenties waarover een werknemer in de functie van [verweerder] dient te beschikken, te wensen over laten, zoals het doorvoeren van voorstellen, prioriteren en plannen. Gelet op de functioneringsverslagen plaatst Portaal al sinds 2013 kanttekeningen bij het functioneren van [verweerder] op dit vlak. Dit heeft [verweerder] er in 2013 toe aangezet een coachingstraject te volgen. Het coachingstraject lijkt aanvankelijk zijn vruchten af te werpen, getuige de beoordeling in 2014, maar in 2015 merkt Portaal op dat zij het functioneren niet voldoende op niveau vindt en dan met name op het resultaatsgebied Advies en Ontwikkeling. Waar [verweerder] bij het verslag van 25 november 2013 nog kanttekeningen plaatste bij de opmerkingen van Portaal, is overigens nadien niet gebleken dat [verweerder] het oneens was met de opmerkingen van Portaal over zijn functioneren, althans dat de door Portaal opgestelde verslagen geen goede weergave zouden zijn van hetgeen met [verweerder] besproken is. Zo heeft hij op het verslag van het gesprek op 19 mei 2015 geen (schriftelijke) reactie gegeven. Sterker nog, uit de verslagen van de gesprekken van 30 juni 2015 en 17 september 2015 blijkt dat [verweerder] de kritiek herkent. Gelet op het voorgaande is dan ook voldoende vast komen te staan dat er sprake was van disfunctioneren door [verweerder] en dat dit voor hem kenbaar is geweest.

4.5.

[verweerder] stelt vervolgens dat dat Portaal er onvoldoende aan gedaan heeft om het functioneren van [verweerder] te verbeteren. Portaal had volgens hem meer invulling dienen te geven aan het verbetertraject. De kantonrechter is echter met Portaal van oordeel dat Portaal hierin voldoende gedaan heeft. Vanaf 30 juni 2015 is met [verweerder] afgesproken tweewekelijks overleg te hebben. Deze gesprekken zijn gevoerd en aan [verweerder] zijn voldoende duidelijke afspraken meegegeven waar hij aan diende te voldoen.

Gebleken is dat [verweerder] ten tijde van het verbetertraject voorrang gaf aan andere projecten, terwijl hij zich juist op dat moment kon realiseren en had moeten realiseren dat hij in een verbetertraject zat en dat hetgeen in het kader van dat traject van hem gevraagd werd eerste prioriteit zou moeten krijgen. Het ging juist ook om die prioritering en planning die [verweerder] niet op orde had. [verweerder] is er derhalve op dat vlak niet in geslaagd zijn functioneren te verbeteren. De beoordeling over 2015 is dan ook dat de functievervulling op één of meerdere aspecten niet acceptabel is.

De stelling van [verweerder] dat hetgeen van hem gevraagd werd in het kader van het verbetertraject niet redelijk was omdat het niet tot zijn functiebeschrijving hoorde, volgt de kantonrechter niet. Uit de in het geding gebrachte e-mails en gespreksverslagen blijkt dat telkens prioritering, planning en het nakomen van afspraken als kritiekpunten naar voren komen. Dit zijn ook punten die Portaal in het kader van het verbetertraject aan probeert te pakken. Dat Portaal daarbij kiest voor de SMART-methode om [verweerder] handvatten te geven zodat [verweerder] aan deze aspecten kan werken, kan Portaal niet worden kwalijk genomen. Indien deze methode problemen opleverde voor [verweerder] of hij anderszins niet aan de gestelde eisen kon voldoen had hij dit aan Portaal kenbaar moeten maken. Niet gebleken is dat [verweerder] dat gedaan heeft. Dat [verweerder] meent dat van Portaal meer verwacht kon worden is, gelet op het voorgaande, niet te volgen. De kantonrechter is van oordeel dat Portaal heeft gedaan wat in redelijkheid van haar verwacht mocht worden.

4.6.

De opmerking van [verweerder] dat Portaal het verbetertraject heeft afgebroken met het beëindigingsvoorstel, treft overigens geen doel. Portaal heeft met haar e-mailbericht van 21 oktober 2015 voldoende duidelijk gemaakt dat het verbetertraject gewoon voortgang zou vinden, náást het aftasten van de mogelijkheden tot beëindiging. De gesprekken in het kader van het verbetertraject bleven plaatsvinden.

4.7.

De kantonrechter concludeert gelet op al het voorgaande dat sprake is van ongeschiktheid van [verweerder] tot het verrichten van de bedongen arbeid anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken, dat Portaal [verweerder] hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld het functioneren te verbeteren.

4.8.

De kantonrechter merkt voorts op dat niet gebleken is dat de ongeschiktheid het gevolg is van onvoldoende zorg van Portaal voor de scholing van [verweerder] of voor zijn arbeidsomstandigheden. [verweerder] beschikte over een opleidingsbudget dat hij naar eigen inzicht kon inzetten, hetzelfde budget dat hij voor het coachingtraject gebruikt heeft. Onduidelijk blijft welke cursus of training [verweerder] had willen volgen om zijn functioneren te verbeteren.

4.9.

Ook is gebleken dat een herplaatsing van [verweerder] in een andere passende functie binnen een redelijke termijn niet mogelijk is, vanwege reorganisatie in het bedrijf, hetgeen door [verweerder] niet is betwist.

4.10.

Op grond van al het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er sprake is van een redelijke grond voor opzegging en dat de verzochte ontbinding dient te worden toegewezen.

4.11.

Nu het verzoek tot ontbinding wordt ingewilligd, dient het einde van de arbeidsovereenkomst te worden bepaald. De kantonrechter bepaalt dit einde op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd (volgens de cao Woondiensten bedraagt de opzegtermijn bij een dienstverband van zeven jaren: twee maanden), waarbij de duur van de periode die aanvangt op de datum van ontvangst van het verzoek (20 januari 2016) en eindigt op de datum van dagtekening van de ontbindingsbeslissing (4 maart 2016) in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat een termijn van ten minste een maand resteert. Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt dan ook bepaald op 1 mei 2016.

4.12.

De proceskosten zullen gezien de aard van het geschil worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen;

- bepaalt het einde van de arbeidsovereenkomst op 1 mei 2016;

- wijst af het meer of anders verzochte;

- compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2016.