Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1245

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
10-03-2016
Zaaknummer
16/701384-14 en 16/661590-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland heeft vijf verdachten veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met het telen van hennep. De hennepteelt vond plaats in zes kwekerijen in onder andere Hilversum en Veenendaal en liep door tot februari 2015. Daarnaast heeft de rechtbank nog drie andere verdachten veroordeeld die op enige manier betrokken waren bij de hennepteelt.

De 46-jarige verdachte uit Utrecht die volgens de rechtbank een leidende rol had in de criminele organisatie en zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen en verboden wapenbezit, krijgt een celstraf van 42 maanden. De andere vier verdachten krijgen eveneens straffen opgelegd voor onder meer hun rol in de criminele organisatie. Deze straffen variëren van een taakstraf in combinatie met een deels voorwaardelijke celstraf tot een gevangenisstraf van 34 maanden.

Een 44-jarige vrouw uit Maarssen heeft zich volgens de rechtbank schuldig gemaakt aan witwassen en valsheid in geschrift, maar wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met witwassen. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur. De rechtbank constateert dat er veel media-aandacht is geweest voor deze zaak, maar houdt ook rekening met de ernst van de feiten en met het feit dat de verdachte een maatschappelijke en publieke functie bekleedde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/706094-14 en 16/661591-15 (ter terechtzitting gevoegd) (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 maart 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1960] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25, 26, 28 en 29 januari 2016 en van 1, 2 en 4 februari 2016, waarbij de officieren van justitie en de raadsman,

mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 16/701384-14:

feit 1: heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op bedrijfsmatige hennepteelt en witwassen;

feit 2: samen met een of meer anderen opzettelijk hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of in elk geval opzettelijk aanwezig, heeft gehad in Hilversum en/of Veenendaal en/of Alkmaar en/of Lede;

feit 3: samen met een of meer anderen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

feit 4: samen met een of meer anderen elektriciteit heeft gestolen;

feit 5: een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad.

parketnummer 16/661591-15:

uitkeringsfraude heeft gepleegd.

3 Voorvragen

Nietigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft partiële nietigheid van de dagvaarding bepleit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat, in strijd met het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering, in de tenlastelegging niet de wettelijke voorschriften zijn vermeld waarbij feit 5 is strafbaar gesteld.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Het vermelden van de wettelijke voorschriften in de tenlastelegging is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven. Het niet vermelden van de wettelijke voorschriften waarbij het feit is strafbaar gesteld leidt dan ook niet als vanzelf tot nietigheid van de dagvaarding. Nu de dagvaarding voor het overige aan de daaraan te stellen eisen voldoet en ook overigens niet is gebleken dat het voor verdachte niet duidelijk was waartegen hij zich moest verdedigen, is partiële nietigheid van de dagvaarding niet aan de orde.

De overige voorvragen

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging, dat de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht de onder beide parketnummers ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte geen uitvoeringshandelingen heeft gepleegd die in verband staan tot het telen van hennep en dat er daarom onvoldoende bewijs is om tot een bewezenverklaring van het medeplegen van het telen van hennep te kunnen komen. Het enkele feit dat verdachte telkens met anderen regelmatig bij een pand is gezien is hooguit een indicatie voor zijn betrokkenheid. Niet uitgesloten kan echter worden dat hij slechts incidenteel heeft geholpen bij de opbouw of inrichting van een hennepkwekerij.

Met betrekking tot het aan verdachte verweten witwassen heeft de raadsman primair de criminele herkomst van de ten laste gelegde geldbedragen betwist. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat het handelen van verdachte met betrekking tot deze geldbedragen niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de feiten 4 (diefstal van elektriciteit) en 5 (het voorhanden hebben van een stroomstootwapen). De raadsman heeft ook vrijspraak bepleit van feit 1 (deelname aan een criminele organisatie) nu niet kan worden gesproken van een organisatie die het plegen van Opiumwetfeiten en witwassen tot oogmerk had.

Over de verdachte verweten uitkeringsfraude heeft de raadsman opgemerkt dat verdachte geen werkzaamheden heeft verricht die bestaan uit het kweken van hennep en dat verdachte evenmin opbrengsten uit het kweken van hennep heeft ontvangen. Verder heeft de raadsman gesteld dat het de vraag is of een kilometervergoeding van invloed is op het recht of de hoogte van een uitkering.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Parketnummer 16/706094-14

Vrijspraken

Hennepkwekerij [adres] en diefstal van elektriciteit

De rechtbank heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 2 en 5 tenlastegelegde, voor zover die feiten betrekking hebben op de hennepkwekerij in Veenendaal, heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. Op 10 december 2014 is een Nissan Titan bij de loods in Veenendaal gezien. De bestuurder van dit voertuig vertoonde gelijkenis met verdachte. Dat is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen.

Ook het feit dat verdachte uitbetalingen zou hebben gedaan aan zijn zwager (medeverdachte [medeverdachte 1] ) voor diens werkzaamheden in de hennepkwekerij in Veenendaal is niet redengevend voor een bewezenverklaring van het medeplegen van hennepteelt.

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt evenmin dat verdachte een zo wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de diefstal van elektriciteit in Veenendaal, dat een nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) kan worden aangenomen . Verdachte zal daarom ook worden vrijgesproken van het medeplegen van diefstal van elektriciteit ten behoeve van die hennepkwekerij.

Diefstal van elektriciteit overige hennepkwekerijen (feit 4)

Er is aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit door Liander N.V. vanwege afname van elektriciteit buiten de meter om in de panden aan de [adres] (Hilversum II) en de [adres] . De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze diefstallen. Het enkele feit dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het telen van hennep in deze panden is niet voldoende om ook te kunnen komen tot een bewezenverklaring van diefstal van elektriciteit ten behoeve van die kwekerijen. Uit het dossier blijkt immers niet wie de elektriciteitsvoorziening heeft aangelegd en of verdachte op de hoogte was van de afname van elektriciteit buiten de meter om. De aanwezigheid van een hennepplantage impliceert niet automatisch dat ook elektriciteit wordt afgetapt en ander bewijs, behoudens de aangiften, is in het dossier niet aangetroffen.

Voorhanden hebben van een stroomstootwapen (feit 5)

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het voorhanden hebben van een stroomstootwapen. In een keukenkastje in de woning van verdachte is een taser gevonden. De taser had de vorm van een zaklamp en functioneerde ook als een zaklamp. Verdachte woont samen met zijn echtgenote. Verder staat verdachtes zoon, medeverdachte [medeverdachte 2] , op het woonadres van verdachte ingeschreven. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet worden afgeleid dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van de taser in zijn woning, waarbij mede in aanmerking is genomen dat ook anderen dan verdachte toegang hadden tot het keukenkastje. De rechtbank heeft hierbij mede betekenis toegekend aan het ontbreken van informatie over de precieze vindplaats van de taser in het keukenkastje dan wel de wijze waarop de taser was opgeborgen.

Ten aanzien van feit 2

Hennepkwekerij [adres]

Op 2 juli 2014 is in een bedrijfspand aan de [adres]2 een professioneel ingerichte hennepkwekerij aangetroffen met 1205 (ruimte C) en 1164 (ruimte D) planten. De planten waren zes tot zeven weken oud.3 Monsters van plantendelen uit alle daarvoor in aanmerking komende ruimten zijn positief getest op THC, zijnde de werkzame stof in hennep.4

De verhuurder van het pand aan de [adres] , [verhuurder A] , heeft verklaard dat hij de ruimte sinds 1 mei 2014 heeft verhuurd.5 De ruimte waarin de kwekerij zat is door vijf of zes mannen zelf gemaakt. De mannen zijn de ruimte gaan timmeren vanaf het moment dat zij erin kwamen. De mannen hebben het Mercedes Vito-busje van [verhuurder A] gedurende twee weken gebruikt.6 De bus die [verhuurder A] had uitgeleend heeft het kenteken [kenteken] .7

Op 7 mei 2014 werden de inzittenden van een Mercedes-Benz Vito met kenteken [kenteken] gecontroleerd. Inzittenden van dit voertuig waren [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ),

[verdachte] (hierna: verdachte), [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ).8

In ruimte B, die is gelegen vóór de kwekerij lagen zes9 (werk-)handschoenen op de grond die waren bevuild met groenige kleverige henneprestanten.10

De gehele binnenzijde van deze handschoenen is telkens bemonsterd. De bemonstering van spoor AAFK4378NL#01 is een onvolledig DNA-mengprofiel van [medeverdachte 2] met minimaal 1 onbekende. De bemonstering van spoor AAFW4676NL#01 is een DNA-mengprofiel waarbij het hoofdprofiel van [A] is en additionele kenmerken van [medeverdachte 2] . De bemonstering van spoor AAFW4677NL#01 is een DNA-mengprofiel van minimaal 3 personen, waaronder verdachte en [A] . De bemonstering van spoor AAFW4678NL#01 is een DNA-mengprofiel van minimaal 3 personen waarbij het DNA-hoofdprofiel van verdachte is en de additionele DNA-kenmerken van minimaal 2 andere personen. De bemonstering van spoor AAFW4679NL#01 is een DNA-mengprofiel van minimaal 3 personen waaronder [A] en [medeverdachte 2] en minimaal één andere persoon.11

De kans dat het DNA van een willekeurig gekozen persoon matcht met de reproduceerbare DNA-kenmerken in DNA-hoofdprofiel AAFW4678NL#01 van verdachte is kleiner dan 1 op 1 miljard.12

De kans dat het DNA van een willekeurig gekozen persoon matcht met de reproduceerbare DNA-kenmerken in DNA-mengprofiel AAFW4679NL#01 van [medeverdachte 2] is kleiner dan 1 op 1 miljard.13

Tijdens meervoudige fotoconfrontaties heeft [verhuurder A] :

- verdachte herkend en over de foto verklaard “… die is ook wel eens mee geweest”;14

- naar de foto van [medeverdachte 2] gewezen en verklaard: “Dat is volgens mij [voornaam] ….”.15

Overweging met betrekking tot de handschoenen

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat uit niets blijkt dat de onderzochte handschoenen dezelfde zijn als de handschoenen die door de politie in beslag zijn genomen. Om die reden kunnen, volgens de raadsman, aan de bevindingen over de DNA-sporen in de handschoenen geen bewijsrechtelijke conclusies worden verbonden.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

De zes handschoenen zijn in beslag genomen en voor onderzoek ter beschikking gesteld aan personeel van de Afdeling Forensische Opsporing in Alkmaar op 2 juli 2014 (pagina 1740 en 1781). Elk van de zes handschoenen is afzonderlijk veiliggesteld in een sporendragerzak van een DNA-kit. De zegels van de gebruikte DNA-kits zijn aangebracht op het proces-verbaal en zijn genummerd: 539029, 595200, 562222, 539063, 538875 en 576580 (pagina 1783-A en 1783-B). Het proces-verbaal waarop de zegels zijn aangebracht is gesloten en ondertekend op 30 juli 2014.

Op 27 maart 2015 zijn zes handschoenen opgehaald (de rechtbank begrijpt: door het onderzoeksteam van 09BRLIstel) bij de afdeling Forensische Opsporing in Alkmaar. Het ging daarbij om zes handschoenen die waren aangetroffen in een hennepkwekerij aan de [adres] . Tijdens het onderzoek ter plaatse door de plaatselijke politie (de rechtbank begrijpt: in Alkmaar) werden de handschoenen separaat verpakt. Hiervoor werd gebruikt gemaakt van speciale DNA-kits waarbij elke handschoen met behulp van schone handschoenen en mondkapje werd veilig gesteld (pagina 1902). Door het onderzoeksteam van 09BRLIstel zijn unieke SIN-nummers aan elk van de zes handschoenen toegekend (pagina 1902), waarna de handschoenen zijn ingezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) (pagina 1689). De toegekende SIN-nummers zijn SIN AAFW4679NL, AAFW4678NL, AAFW4677NL, AAFW4676NL, AAFK4378NL, AAEZ5612NL (pagina 1903). Uit het onderzoeksrapport van het NFI van 22 mei 2015 leidt de rechtbank af dat de handschoenen met deze SIN-nummers ook de handschoenen zijn die door de onderzoekers van het NFI zijn bemonsterd.

Op grond van het vorenstaande staat niet ter discussie dat de door onderzoeksteam 09BRListel ingezonden handschoenen ook de daadwerkelijk door het NFI onderzochte handschoenen betreffen; de SIN-nummers komen immers overeen. Dit zijn bovendien de handschoenen die in de hennepkwekerij in Alkmaar in beslag zijn genomen: in een ambtsedig proces-verbaal wordt opgemerkt dat het gaat om zes handschoenen die van Noord-Holland zijn verkregen en die op 2 juli 2014 waren gevonden en veiliggesteld in een kwekerij aan de [adres] . Dat het proces-verbaal met daarop de zegels op 30 juli 2014 is gesloten en ondertekend doet aan het voorgaande niet af.

Conclusie

Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat verdachte samen met anderen de hennepkwekerij in het pand aan de [adres] heeft opgebouwd. Gelet op de vondst van DNA-(meng)profielen in handschoenen met daarop groene kleverige henneprestanten zijn verdachte en [medeverdachte 2] daarnaast ook betrokken geweest bij het telen van hennep. Zodoende heeft verdachte uitvoeringshandelingen verricht.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met (in ieder geval) [medeverdachte 2] bij het telen van hennep en is er dus sprake van medeplegen.

Hennepkwekerij [adres] (Hilversum II)

Op 3 februari 2015 is in een bedrijfspand aan de [adres]16 een hennepkwekerij aangetroffen met een kweekruimte met 1204 planten en een kweekruimte met 1176 planten.17 Monsters van plantendelen uit deze beide ruimten18 zijn positief getest op THC, zijnde de werkzame stof in hennep.19

Het pand aan de [adres] werd sinds 1 mei 2014 gehuurd door

[medeverdachte 5] 20 (hierna: [medeverdachte 5] ) en sinds 17 augustus 2014 door [C] (hierna: [C] ).21 Deze huurders zijn bij de verhuurder van het bedrijfspand aangebracht door

[medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6] ).22

Daaraan voorafgaand: periode mei 2014 – februari 2015

Op 27 mei 2014 is [medeverdachte 4] gezien op het bedrijfsterrein aan de [adres] .23

Op 16 september 2014, 17 september 2014, 14 oktober 2014, 17 oktober 2014 en op

21 oktober 2014 zijn [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en verdachte telkens vanaf de [adres] vertrokken naar de [adres] .24

Op 14 oktober 2014 hebben [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en verdachte op de [adres] goederen in een Mercedes Benz Vito geladen. Het gaat om zakken, dozen, een rol dikke grondkabel of waterslang en een gereedschapskoffer. Om 11.04 uur is deze Mercedes Vito vertrokken vanaf de [adres] . Om 11.23 uur is deze Mercedes Vito aangekomen bij de loods aan de [adres] , waar de goederen die op de [adres] zijn ingeladen de loods zijn binnengebracht door [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en verdachte.25 Het duurt bij een normale verkeersgang 17 minuten om van de [adres] naar de [adres] te rijden.26

In de periode van 8 oktober 2014 tot en met 3 februari 2015 zijn [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , verdachte en [medeverdachte 2] , al dan niet gezamenlijk, diverse keren gezien op de [adres] en ook is gezien dat zij het bedrijfspand zijn binnengegaan.27

Op 26 november 2014 is de deur aan de voorzijde van de loods aan de [adres] afgesloten door een man die op basis van kleding, beweging en postuur, is herkend als [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte).28

Op 6 december 2014, 7 december 2014 en 11 december 2014 is een persoon, die qua postuur en loopje is herkend als [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) ’s nachts aanwezig geweest in de loods aan de [adres] .29

[medeverdachte 5] 30 en [medeverdachte 3]31 hebben verklaard dat er enkele weken voor de oogst in een hennepkwekerij werd geslapen. Dat was om de oogst te bewaken.

Op 3 februari 2015 is in de loods aan de [adres]32 het spoor SIN AAHW7098NL (handschoen op stelling voor de kweekruimte) veiliggesteld.33 De handschoen met SIN AAHW7098NL is bemonsterd op dragersporen die zijn veiliggesteld en verzegeld onder SIN AAIJ0278NL.34

Het DNA-profiel dat is afgeleid uit het spoor met SIN AAIJ0278NL heeft een match opgeleverd met het DNA-profiel dat is opgenomen in het DNA-profiel cluster met nummer 32251.35 Onder DNA-profielcluster 32251 is het DNA-profiel van verdachte geregistreerd.36

In de schuur annex bar bij de woning van [medeverdachte 4] op het woonwagenkamp aan de [adres] zijn gesprekken gevoerd tussen [medeverdachte 4] , verdachte, [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] . Deze gesprekken zijn in de periode van 26 januari 2015 tot en met 19 februari 2015 afgeluisterd.37 Na de aanhouding van [medeverdachte 3] op 3 februari 2015 zijn op 4 en 5 februari 2015 onderstaande gesprekken gevoerd tussen:

- [voornaam] , [verdachte] en [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] , verdachte en [medeverdachte 1]) op 4 februari 2015 waarin [verdachte] zegt: “Vanaf september staat het vol hè”.38

- [verdachte] en [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt verdachte en [medeverdachte 1]) op 5 februari 2015 waarin [medeverdachte 2] zegt: “Half miljoen hè wat weg is nou, een half miljoen met al die dingen” [verdachte] : Meer hé, bijna 800. [medeverdachte 2] : Er is nooit iemand bij ingeschoten, altijd netjes betaald (…) Er is …omdat hij er 3 weken, 4 weken op zijn eentje zat, dat is misschien voor ons de mazzel.39

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij de kwekerij in het pand aan de [adres] (Hilversum II) heeft bijgehouden. Zo heeft hij water gegeven, knippers opgehaald en reparaties verricht.

Het is een feit van algemene bekendheid dat de kweekcyclus van hennepplanten een periode van tien weken bedraagt.

Conclusie

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat er begin december 2014 oogstrijpe hennepplanten in de kwekerij in het pand aan de [adres] aanwezig waren die ’s nachts bewaakt werden. In de tien weken daaraan voorafgaand moet er dan ook een in werking zijnde hennepkwekerij in het pand hebben gezeten. Verdachte is in die periode veelvuldig in en bij het pand aan de [adres] gezien, waarbij hij ook de loods is binnengegaan. [medeverdachte 3] , met wie hij vaker bij de hennepkwekerij is gezien, heeft verklaard dat hij handelingen ten behoeve van de hennepteelt verrichtte. Kort na de ontdekking van deze hennepkwekerij heeft verdachte deelgenomen aan een gesprek met medeverdachten over deze kwekerij. Onder die omstandigheden acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij het telen van hennep en is er dus sprake van medeplegen.

Hennepkwekerij [adres] , België

Op 17 februari 2015 is in de woning aan de [adres] in België een professioneel ingerichte hennepkwekerij aangetroffen met 528 hennepplanten.40

[E] (hierna: [E] ), woonachtig op dit adres, heeft verklaard dat [medeverdachte 4] , een Nederlandse man die zij op de camping in Spanje heeft leren kennen, had voorgesteld om cannabisplantjes te komen plaatsen bij hen in de woning. [medeverdachte 4] zou zorgen voor de volledige installatie.41 Volgens [E] hebben [voornaam] , [medeverdachte 4] en [verdachte] de volledige opbouw van de plantage uitgevoerd. [verdachte] is de vader van [voornaam] .42

[medeverdachte 2] is de zoon van [verdachte] .43

[F] (hierna: [F] ) heeft verklaard dat hij [medeverdachte 4] heeft leren kennen op de camping in Spanje. [medeverdachte 4] heeft verteld dat er met een cannabisplantage veel geld kon worden verdiend.44 [medeverdachte 4] , [voornaam] , [verdachte] en [voornaam] zijn in hun woning aan de [adres] ter plaatse gekomen.45

[G] was aanwezig bij de opbouw van de plantage. Zij verbleef toen bij haar moeder en [H] (de rechtbank begrijpt: [E] en [F] ).46 Volgens [G] zijn [medeverdachte 4] , [verdachte] en [voornaam] langsgekomen met de stekjes. Zij waren voornamelijk bezig met het installeren van de plantage en het aanplanten van de stekjes.47 [medeverdachte 4] was de leidinggevende persoon.48

Tijdens een meervoudige fotoconfrontatie heeft [G] de foto van [medeverdachte 2] aangewezen

en gezegd: “Ik denk dat nummer 6 [voornaam] is”.49

Het telefoonnummer [telefoonnummer] is in gebruik geweest bij [medeverdachte 4] .50 Naar dit telefoonnummer is gebeld door een vrouw die zich [E] noemt. Op 4 februari 2015 en

8 februari 2015 zijn (onder meer) onderstaande afgeluisterde telefoongesprekken gevoerd:

Op 4 februari 2015:

NNvrouw: [medeverdachte 4] ?

[medeverdachte 4] : Ja

NNvrouw: Met [E] (…) alles (….) weer goed maar ik denk dat de klok van de lichten en de klok van de afzuiging niet op elkaar zijn afgestemd.

[medeverdachte 4] : Want?

NNvrouw: Want de lichten zijn, de afzuiging denk ik is om zeven uur verminderd (…) en de lichten zijn pas om half acht uitgegaan. Iets na half acht en het was daar zevenendertig graden.

[medeverdachte 4] : Ok, ja dat kan al wel, dat is niet erg.

(…)
NNvrouw: Je zegt van vrijdag het water op te zetten.

[medeverdachte 4] : Ja.

NNvrouw: Maar is het niet beter dat ik donderdagavond het water opzet, dan hebben ze water als ze licht hebben.

[medeverdachte 4] : Ja is goed maar moet je wel even de PH eerst controleren he.

NNvrouw: Ja ja ja ja, dat controleer ik maar omdat [verdachte] zei van vrijdag pas aan te doen, het water, vrijdag dan hebben, dan krijgen ze de hele dag water maar dan hebben ze geen licht, ik weet niet of dat dat goed is of niet goed is maar ik dacht ik kan het beter donderdagavond, dan loopt het dus ook samen als ze water krijgen met licht.

[medeverdachte 4] : Ja is goed.

(….)
NNvrouw: Voor de rest gaat goed, ze groeien als kool.51

Op 8 februari 2015:

(….)
NNvrouw: Ze voelen wel nat aan maar niet dat het overal even veel water krijgt denk ik

[medeverdachte 4] : Nee ok, maar euhh wat is het vandaag zondag? Hij heeft twee dagen water gegeven. Dus eigenlijk moet er al 30 cm uit het vat zijn.

NNvrouw: Nee dat is het niet. Maar als zij zijn begonnen. Vrijdag zijn ze begonnen met water, dan was het 33 het vat. 33 cm was er uit. Ik heb dat echt gemeten meter (…) En vanmorgen was het maar 34. Dus ik denk van: nee, ze krijgen niet water zoals het moet.

[medeverdachte 4] : Ze krijgen alleen ’s nachts water he.

(.…)
NNvrouw: En dan [verdachte] je ook nog aan het kijken van “oh hoe dat de kranen moeten

staan”. Staan ze wel open. Maar ja, dan trek je de stekker uit, als nu niet…Vanmorgen. Toen heb ik de stekker eruit gedraaid en heb ik alles nog eens gedaan zoals [verdachte] het heeft gezegd. En dan hoor ik…als het zo staat dan gaat de pomp aan (….)

[medeverdachte 4] : Ja.

(….)

[medeverdachte 4] : Voor de zekerheid moet je eventjes die klok er tussenuit pakken (…) En dan geef je ze gewoon maar even vijf minuten water want dan kan het sowieso niet doodgaan.

(….)

[medeverdachte 4] : Als het goed is zit de stekker van de thermostaat die zit er boven in.

NNvrouw: Hmmm ja dat kan.

[medeverdachte 4] : Die mag niet in die twee want dat zijn de kachels want dan zou die alleen maar ah nee dat kan niet, kan niet want dan zou die alleen maar aangaan als het licht uit is.

NNvrouw: Nee, nee, nee, nee, ik denk dat, [voornaam] heb het wel goed gedaan maar ik denk dat [voornaam] gewoon de klok van het, van de lichten niet hetzelfde is als de klok van de afzuiging (….).52

Conclusie

Verdachte heeft samen met anderen de hennepkwekerij in Lede opgebouwd. Ook heeft hij samen met anderen de stekken verzorgd en instructies gegeven. Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij het telen van hennep en is er dus sprake van medeplegen.

Gelet hierop acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 3

Algemeen: inkomens- en vermogenspositie verdachte

Het gezamenlijk inkomen van verdachte en zijn echtgenote over de jaren 2011 tot en met 2014 is als volgt:53

2011: € 57.537,00;

2012: € 61.907,00;

2013: € 69.654,00;

2014: € 44.231,00.

Op de bankrekeningen van verdachte en zijn echtgenote is in de periode van 1 januari 2011 tot en met 29 januari 2015 een bedrag van € 37.987,17 meer contant gestort dan dat er is opgenomen.54 Tussen 19 september 2014 en 10 februari 2015 is er minimaal € 32.459,84 contant betaald voor luxe goederen.55

Verdachte heeft bij de belastingdienst geen melding gemaakt van inkomsten verkregen van [bedrijf 3] / [bedrijf 1] of van [bedrijf 2] over de periode 2012 tot en met 2014.56

Verdachte staat ingeschreven op het adres [adres] .57

A. en B. geldbedragen van € 30.228,00 en 20.899,00

Op rekeningnummer [rekeningnummer] van verdachte zijn in de periode van

20 augustus 2012 tot en met 23 september 2013 bedragen overgemaakt onder vermelding van onkostenvergoeding van een tegenrekening van [bedrijf 3] . Het totaal overgemaakte bedrag is € 23.381,46.58

In de periode van 1 oktober 2013 tot en met 23 juni 2014 zijn op rekeningnummer [rekeningnummer] van verdachte bedragen overgemaakt onder vermelding van onkostenvergoeding van een tegenrekening van [bedrijf 3] . Het totaal overgemaakte bedrag is € 6.847,13.59

De rechtbank stelt vast dat het ten laste gelegde bedrag van € 30.228,00 de optelsom van de bedragen € 23.381,46 en € 6.847,13 betreft.

In 2013 heeft verdachte ruim 100.000 kilometers gedeclareerd bij [bedrijf 4] . In de administratie van [bedrijf 4] zijn declaratiebladen gevonden met betrekking tot gereden kilometers door verdachte, tot in totaal € 20.899,79. 60

[getuige 1] heeft verklaard dat verdachte beveiligingswerkzaamheden voor zijn beveiligingsbedrijf [bedrijf 4] heeft verricht.61 [getuige 1] kreeg vervolgens de bedragen door die hij heeft gestort in de vorm van kilometers. [getuige 1] heeft verklaard dat dit het voorstel was van verdachte. De boekhouder gaf al aan dat dit zo niet kon. Het waren gewoon werkzaamheden, hij heeft voor [getuige 1] gereden, maar ook beveiligingswerkzaamheden verricht.62

Conclusie met betrekking tot de geldbedragen onder A en B

Nu verdachte de inkomsten uit de werkzaamheden voor [bedrijf 4] , die hij van [bedrijf 4] ontving, niet bij de belastingdienst heeft opgegeven is het deel van die inkomsten, waarover geen belasting is betaald, van misdrijf afkomstig. Verdachte wist dit. Door deze inkomsten bij [bedrijf 4] te declareren als kilometer/onkostenvergoeding heeft verdachte de werkelijke aard van deze gelden verhuld.

een geldbedrag van € 19.756,00

[bedrijf 2] is een bedrijf van medeverdachte [medeverdachte 4] dat is gevestigd te Utrecht. [medeverdachte 4] is enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 2]63 [bedrijf 2] heeft geen werknemers in dienst en er is niet gebleken van salariskosten voor of loonbetalingen aan personeel.64

In de administratie van het bedrijf [bedrijf 2] zijn facturen gevonden die waren gericht aan [bedrijf 4] . Het totaal gefactureerde bedrag is € 19.756,25.65

Het gaat om facturen over de periode van 14 maart 2014 tot en met 28 september 2014. Het bankrekeningnummer van [bedrijf 2] is [rekeningnummer] .66 De gefactureerde bedragen zijn betaald van tegenrekeningen van [bedrijf 3] en

[I] door deze te storten op de hiervoor genoemde bankrekening van [bedrijf 2]67

[getuige 1] van het bedrijf [bedrijf 3] heeft verklaard dat verdachte bij hem kwam met facturen van [medeverdachte 4] voor zijn werkzaamheden.68

Conclusie

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte samen met [medeverdachte 4] een legale inkomstenstroom heeft gecreëerd voor diens bedrijf [bedrijf 2] Er zijn immers valse facturen ingediend voor door verdachte verrichte werkzaamheden, zonder dat is gebleken van een dienstverband tussen verdachte en het bedrijf [bedrijf 2] Evenmin is gebleken van een girale betaling door [bedrijf 2] aan verdachte voor de werkzaamheden van verdachte. Hierbij acht de rechtbank mede van belang dat het bedrijf [bedrijf 2] geen werknemers in dienst heeft.

Gewoontewitwassen

Verdachte heeft nagelaten belasting af te dragen over zijn inkomsten bij [bedrijf 4] door deze als kilometer/onkostenvergoeding te declareren. Vervolgens heeft hij zijn salaris met gebruikmaking van valse facturen verhuld en laten uitbetalen aan een derde. Dit alles heeft zich gedurende een dusdanig ruime periode afgespeeld, dat de rechtbank de strafverzwarende omstandigheid van het maken van een gewoonte van witwassen bewezen acht.

Ten aanzien van feit 1

Deelname aan een criminele organisatie

De werkwijze

Het woonwagenkamp op de [adres] , meer in het bijzonder de tot bar omgebouwde schuur bij de woonwagen van [medeverdachte 4] , wordt door verdachte en zijn medeverdachten beschouwd als centrale ontmoetingsplaats.

In een gesprek tussen verdachte en [medeverdachte 4] in de bar heeft [medeverdachte 4] gezegd:69

“….ze zitten er waarschijnlijk al twee jaar op (…) En ik word niet gehaald (…) Maar wat er ook is, dit is het centrale punt. Toch? Als ze het al willen pakken, dan moeten ze hier beginnen”.

Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] namen hun mobiele telefoons niet mee, dan wel maakten hiervan geen gebruik, in de tijd tussen hun gezamenlijke vertrek en terugkomst op het woonwagenkamp aan de [adres] .

[medeverdachte 4] heeft er bovendien op toegezien dat er niet teveel over de telefoon werd gesproken:

- in een gesprek in de bar heeft [medeverdachte 4] gezegd: “Kappen met die telefoon” en “Let op telefoonverkeer”;70

- in een telefoongesprek tussen [medeverdachte 4] en [K] heeft [medeverdachte 4] gezegd: “We praten weer teveel door de telefoon vriend”;71

- in een telefoongesprek met een onbekende heeft [medeverdachte 4] gezegd: “Gooi die kankertelefoon van jou ook gelijk even uit het raam als je wil”.72

De hennepkwekerijen bevonden zich in ruimtes waarin een extra ruimte was aangebracht. De technische ruimte voor de kwekerij bevond zich niet in die binnenruimte. De huurcontracten voor de panden waarin hennepkwekerijen zijn aangetroffen werden afgesloten op naam van anderen dan verdachte of medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] .73

Deelname aan een criminele organisatie

Van deelname aan een criminele organisatie is sprake indien een betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (HR 18 november 1997, NJ 1998, 225). Enerzijds is voor deelneming aan een criminele organisatie voldoende dat een verdachte in zijn algemeenheid – in de zin van onvoorwaardelijk opzet – weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, maar anderzijds is niet vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft op de door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven. Wetenschap van één of meer concrete misdrijven is niet vereist (HR 8 oktober 2002, NJ 2003, 65). Om te kunnen vaststellen of verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie heeft de rechtbank bezien of sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband, waarin de deelnemers in een zekere duurzame onderlinge samenwerking hebben deelgenomen. Vervolgens heeft de rechtbank bezien of verdachte tot dit samenwerkingsverband behoorde, daar een aandeel in heeft gehad, dan wel dat verdachte de criminele organisatie heeft ondersteund met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een zodanige organisatie.

Uit de motivering van het onder 2 bewezenverklaarde feit volgt dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband, waarbij verdachte gedurende enkele jaren samen met

[medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] op grote schaal hennep heeft geteeld.

Naar het oordeel van de rechtbank behoorde verdachte tot de organisatie en is hij betrokken geweest bij de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, te weten het opzettelijk telen van hennep. Uit hetgeen hiervoor reeds is overwogen aangaande de feiten vloeit bovendien voort dat verdachte wetenschap had van dit criminele oogmerk van de organisatie. Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de wijze waarop de kwekerijen waren opgezet (‘hok in hok’-bouw) en de constatering dat er meerdere oogsten zijn geweest, is de rechtbank bovendien van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

Door bovengenoemde wijze van samenwerken, de nauwe afstemming onderling en het bewezen verklaarde tijdsverloop is bovendien voldaan aan het vereiste van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat het oogmerk van de organisatie mede was gericht op het plegen van (gewoonte-)witwassen. Er is niet gebleken van een gestructureerd samenwerkingsverband op het gebied van witwassen. Het lijkt veeleer te gaan om individuele gevallen van witwassen waarbij de samenhang tussen de verschillende witwasfeiten te gering is en de samenwerking niet zodanig gestructureerd dat geoordeeld kan worden dat (gewoonte-)witwassen behoort tot het oogmerk van de organisatie.

Gelet hierop acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Parketnummer 16/661591-15

Verdachte staat ingeschreven op het adres [adres] .74

Op 26 augustus 2013 is aan verdachte een WIA-uitkering toegekend over de periode van

17 oktober 2013 tot 1 juli 2015.75

Uit de toekenningsbeslissing voor de WIA-uitkering blijkt dat verdachte is gewezen op de plicht om wijzigingen in zijn situatie door te geven aan het UWV.76

In de periode van 12 november 2013 tot en met 23 juni 2014 heeft verdachte onkosten-/ kilometervergoedingen ontvangen van het bedrijf [bedrijf 3] .77 In de maanden maart, april, mei, juli, augustus en september 2014 werd de facturatie voor werkzaamheden die zijn verricht door verdachte gedaan via het bedrijf [bedrijf 2] Het gaat hierbij om een bedrag van € 19.756,27.78

In het uitkeringsdossier van verdachte zijn geen verantwoordingsformulieren aanwezig.79

[getuige 1] van [bedrijf 3] heeft verklaard dat verdachte beveiligingswerkzaamheden voor hem heeft verricht.80

Verdachte heeft verklaard dat de bedragen die [bedrijf 3] op zijn bankrekening heeft gestort onkostenvergoedingen waren voor kilometers.81 Verdachte is voor [getuige 1] naar coffeeshops gereden om te kijken of hij daar beveiliging kon regelen.82

Uit hetgeen hiervoor reeds is opgenomen met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 16/706094-14 onder 2 ten laste gelegde volgt dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het telen van hennep in hennepkwekerijen in Alkmaar, Hilversum en Lede (België).

Het is een feit van algemene bekendheid dat met het telen van hennep geld wordt verdiend en inkomsten gegenereerd.

Al deze inkomsten uit arbeid zouden van invloed zijn geweest op verdachtes recht op dan wel op de hoogte van zijn uitkering.83

Op 17 februari 2015 is verdachte aangehouden.84

Overweging en ten laste gelegde periode

Uit het ontbreken van verantwoordingsformulieren in het uitkeringsdossier van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte geen wijzigingen in zijn situatie heeft doorgegeven die van belang zijn voor dan wel van invloed kunnen zijn op het recht van verdachte op een uitkering of op de hoogte van die uitkering. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het in de zaak met parketnummer 16/661591-15 ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. Omdat aan verdachte een uitkering ingevolge de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen is toegekend met ingang van 17 oktober 2013 zal de rechtbank verdachte vrijspreken van een deel van de tenlastegelegde periode, te weten van 20 augustus 2012 tot en met 16 oktober 2013.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

Parketnummer 16/706094-14

1.

in de periode van 1 april 2012 tot en met 17 februari 2015 te Utrecht en Hilversum en Alkmaar en Lede heeft deelgenomen aan een organisatie te weten een samenwerkingsverband van verdachte en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en

[medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het in de uitoefening van een bedrijf of beroep opzettelijk telen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

in de periode van 1 april 2012 tot en met 17 februari 2015 te Hilversum en Alkmaar en Lede tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk heeft geteeld en/of telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan de [adres] en in een pand aan de [adres] en in een pand aan de [adres] een (grote) hoeveelheid hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II;

3.

in de periode 1 augustus 2012 tot en met 17 februari 2015 te Utrecht en Vleuten tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader(s) van meerdere voorwerpen, te weten

meerdere geldbedragen, te weten

A. en B. enig geldbedrag onder de vermelding van onkosten- en/of kilometervergoeding, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 4] / [bedrijf 3] en

C. EUR 19.756,- via [bedrijf 2] / [medeverdachte 4] , afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 4] /

[I] ,

telkens de werkelijke aard en de herkomst, verborgen en/of verhuld terwijl hij, verdachte en zijn mededader(s) telkens wisten dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf

en

een of meerdere geldbedragen, te weten

A. en B. enig geldbedrag onder de vermelding van onkosten- en of kilometervergoeding, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 3] en

C. EUR 19.756,-, via [bedrijf 2] / [medeverdachte 4] , afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 4] / [I]

telkens verworven, voorhanden gehad terwijl hij, verdachte en zijn mededader(s) telkens wisten dat bovenomschreven voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Parketnummer 16/661591-15

in de periode van 17 oktober 2013 tot 17 februari 2015 te Vleuten in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 27 van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte nagelaten het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) in te lichten over alle door hem uitgevoerde werkzaamheden voor [bedrijf 4] . en werkzaamheden met betrekking tot het kweken van hennep en over de door verdachte verkregen opbrengsten/verdiensten afkomstig van de door verdachte verrichte werkzaamheden bij [bedrijf 4] en over de door verdachte verkregen opbrengsten/verdiensten uit de opbrengsten van het kweken van hennep.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Parketnummer 16/706094-14:

Feit 1:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde lid en artikel 11 vijfde lid van de Opiumwet;

Feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de

Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 3:

medeplegen van gewoontewitwassen.

Parketnummer 16/661591-15:

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming.

7 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat kan worden volstaan met de oplegging van een straf die de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis niet te boven gaat. Naar de mening van de raadsman kan worden volstaan met de oplegging van een taakstraf en/of een voorwaardelijk strafdeel.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich, samen met anderen in een structureel samenwerkingsverband, gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan grootschalige en professionele hennepteelt.

Het telen van hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen en uitkeringsfraude. Witwassen tast de integriteit van het betalingsverkeer aan. Misbruik van sociale voorzieningen doet afbreuk aan de solidariteit en ondermijnt het sociale stelsel.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 december 2015, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Alles afwegend acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden een passende en geboden reactie op de bewezenverklaarde strafbare feiten.

9 De vordering van de benadeelde partij

De behandeling van de vordering van Stedin Netbeheer N.V., levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Nu echter aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd voor het onder 5 ten laste gelegde, is Stedin Netbeheer B.V. in de vordering niet-ontvankelijk.

10 Beslag

Onder verdachte zijn een stroomstootwapen (met nummer 1380799) en een mes (met nummer 1380932) in beslag genomen.

Nu deze voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen:

  • -

    Wetboek van Strafrecht: 36b, 36c, 47, 57, 227b, 420bis, 420ter;

  • -

    Opiumwet: 11, 11a;

alle zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

Spreekt verdachte vrij van het in de zaak met parketnummer 16/706094-14 onder 4 en 5 ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 16/706094-14:

feit 1:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde lid en artikel 11 vijfde lid van de Opiumwet;

feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de

Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3:

medeplegen van gewoontewitwassen.

Parketnummer 16/661591-15:

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

  • -

    een stroomstootwapen POLICE TASER met nummer 1380799;

  • -

    een mes met nummer 1380932.

Vordering van de benadeelde partij (parketnummer 16/706094-14, feit 4)

Verklaart Stedin Netbeheer N.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. J.M. Eelkema en

mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 maart 2016.

De griffier is buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE: De tenlastelegging

Parketnummer 16/706094-14

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 april 2012 tot en met 17 februari 2015,

te Utrecht en/of te Hilversum en/of te Maarssen en/of te Veenendaal en/of

te Alkmaar en/of te

De Bilt en/of te Haarlem, althans (elders) in Nederland, en/of te Lede,

althans in België,

heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van

verdachte en/of (onder meer) [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3]

en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 5] , en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 7]

en/of een of meer andere perso(o)n(en),

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11,

derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van

een bedrijf of beroep) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of

verwerken en/of

verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig

hebben van (grote) hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld

in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het

vijfde lid van artikel 3a van die wet,

en/of

het plegen van (gewoonte) witwassen van (een) vaartuig(en) en/of

vervoermiddel(en) en/of van (grote hoeveelheden) chartaal geld en/of

andere voorwerp(en) (zoals omschreven in artikel 420ter en/of 420bis van het

Wetboek van strafrecht);

art 11a lid 1 Opiumwet

art 11 lid 3 Opiumwet

art 3 ahf/ond B Opiumwet

2.

(Vindplaats zaakdossier Veenendaal I, Hiversum II, Alkmaar en België)

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01

april 2012 tot en met 17 februari 2015 te Hilversum en/of te Veenendaal

en/of te Alkmaar en/of te Utrecht, althans (elders) in Nederland, en/of te

Lede, (althans) in België

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt

en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

in een pand aan de [adres] en/of in een pand aan

de [adres] en/of in een pand aan de [adres]

en/of in een pand aan de [adres]

(telkens) een (grote) hoeveelheid hennep en/of een (groot) aantal

hennepplanten en/of delen daarvan,

althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

3.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode 1

augustus 2012 tot en met 17 februari 2015 te Utrecht, en/of te Vleuten en/of

(elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s))

van een of meerdere voorwerp(en), te weten

een of meerdere (contante) geldbedrag(en), te weten

A.(in totaal) EUR 30.228,-, althans enig geldbedrag, onder de vermelding van

onkostenvergoeding, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 3] en/of

B.(in totaal) EUR 20.899,-, althans enig geldbedrag, onder de vermelding van

kilometervergoeding, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 4] / [bedrijf 3]

en/of

C.(in totaal) EUR 19.756,-, althans enig geldbedrag, via [bedrijf 2] / [medeverdachte 4]

, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 4] / [I] ,

(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding

en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij,

verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) verborgen en/of verhuld wie de

rechthebbende op een of meer voorwerp(en) was/waren en/of wie bovenomschreven

voorwerp(en), voorhanden had(den),

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat dat/die

voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf

en/of

een of meerdere (contante) geldbedrag(en), te weten

A.(in totaal) EUR 30.228,-, althans enig geldbedrag, onder de vermelding van

onkostenvergoeding, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 3] en/of

B.(in totaal) EUR 20.899,-, althans enig geldbedrag, onder de vermelding van

kilometervergoeding, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 4] / [bedrijf 3]

en/of

C.(in totaal) EUR 19.756,-, althans enig geldbedrag, via [bedrijf 2] / [medeverdachte 4]

, afkomstig van [getuige 1] / [bedrijf 4] / [I] ,

(telkens) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van

een of meer voorwerp(en) gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat

bovenomschreven voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

01 april 2012 tot en met 17 februari 2015 te Hilversum en/of te Veenendaal

en/of te Alkmaar , althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

-(in een pand gelegen aan de [adres] )

104.034 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V. , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en / of verdachtes mededader(s),

en/of

-(in een pand gelegen aan de [adres] ) 75.267

kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en / of verdachtes mededader(s),

en/of

-(in een pand gelegen aan de [adres] ) 109.840 kWh,

althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V. , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of verdachtes mededader(s),

waarbij verdachte en/ of verdachtes mededader(s) zich (telkens) de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/ hebben verschaft en / of (telkens) de /

het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 17 februari 2015, te Vleuten, (althans) in de gemeente

Utrecht,

een wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen, zijnde

een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen

worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Parketnummer 16/661591-15

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

20 augustus 2012 tot 17 februari 2015 te Vleuten, en/of Utrecht, (althans) in

de gemeente Utrecht (en/of) elders in Nederland,

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde

verplichting, te weten artikel 27 van de Wet Werk en Inkomen naar

Arbeidsvermogen,

opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken,

en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander,

terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die

gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders

recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een of meerdere

uitkering(en) en/of toeslag(en) krachtens de Wet Werk en Inkomen naar

Arbeidsvermogen, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of

tegemoetkoming,

immers heeft hij, verdachte, nagelaten het Uitvoeringsinstituut

Werknemersverzekeringen (UWV) in te lichten

- over alle door hem uitgevoerde werkzaamheden voor [bedrijf 3] en/of

voor [bedrijf 2] en/of werkzaamheden met betrekking tot het kweken van

hennep ,

en/of

over de verdachte door verkregen opbrengsten/verdiensten afkomstig van de

door verdachte verrichte werkzaamheden bij [bedrijf 3] en/of [bedrijf 2]

,

en/of

- over de door verdachte verkregen opbrengsten/verdiensten uit de opbrengsten

van en/of naar aanleiding van het kweken van hennep;

art 227b Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2014, pagina 1702, zaaksdossier Alkmaar.

3 Proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2014, pagina 1704, zaaksdossier Alkmaar.

4 Proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2014, pagina 1705, zaaksdossier Alkmaar.

5 De verklaring van [verhuurder A] van 14 juli 2014, pagina 1752, zaaksdossier Alkmaar.

6 De verklaring van [verhuurder A] van 14 juli 2014, pagina 1752, zaaksdossier Alkmaar.

7 De verklaring van [verhuurder A] van 21 januari 2015, pagina 1836, zaaksdossier Alkmaar.

8 Het schriftelijke bescheid, te weten: de Blue View registratie, pagina 1820 en 1821, zaaksdossier Alkmaar.

9 Het schriftelijke bescheid, te weten: de kennisgeving van inbeslagneming

10 Proces-verbaal van bevindingen van 7 augustus 2014, pagina 1740, zaaksdossier Alkmaar.

11 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 22 mei 2015, pagina’s 1906 en 1907, zaaksdossier Alkmaar.

12 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 22 mei 2015, pagina 1907, zaaksdossier Alkmaar.

13 Het schriftelijke bescheid, te weten: het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 22 mei 2015, pagina 1907, zaaksdossier Alkmaar.

14 Proces-verbaal van meervoudige fotoconfrontatie van 26 januari 2015, pagina 1860 tot en met 1865 en proces-verbaal tonen selectie bij meervoudige fotobewijsconfrontatie, zaaksdossier Alkmaar, pagina 1864 en 1865.

15 Proces-verbaal van meervoudige fotoconfrontatie van 26 januari 2015, pagina 1867 tot en met 1871 en proces-verbaal tonen selectie bij meervoudige fotobewijsconfrontatie, zaaksdossier Alkmaar, pagina 1872 en 1873.

16 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 9 februari 2015, pagina 591, zaaksdossier Hilversum II.

17 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 9 februari 2015, pagina 592, zaaksdossier Hilversum II.

18 Proces-verbaal bevindingen testen hennep van 4 februari 2015, pagina 614, zaaksdossier Hilversum II.

19 Proces-verbaal bevindingen testen hennep van 4 februari 2015, pagina 615, zaaksdossier Hilversum II.

20 Het schriftelijke bescheid, te weten: de huurovereenkomst voor de bedrijfsruimte aan de [adres] , pagina 6233, dossier Algemene Bevindingen.

21 Het schriftelijke bescheid, te weten: de huurovereenkomst kantoorruimte pagina 6239, dossier Algemene Bevindingen.

22 De verklaring van [getuige 2] van 1 april 2015, pagina 6199 en 6202, dossier Algemene Bevindingen.

23 Proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2014, pagina 504, zaaksdossier Hilversum II.

24 Proces-verbaal van bevindingen van 16 december 2014, pagina 508, zaaksdossier Hilversum II.

25 Proces-verbaal van 30 december 2014, pagina 6269, zaaksdossier Hilversum II.

26 Proces-verbaal van bevindingen van 24 september 2014, pagina 514, zaaksdossier Hilversum II.

27 Proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2014, pagina 555, zaaksdossier Hilversum II.

28 Proces-verbaal van bevindingen van 27 november 2014, pagina 577, zaaksdossier Hilversum II.

29 Proces-verbaal 25 februari 2015, pagina’s 579 en 580, zaaksdossier Hilversum II.

30 De verklaring van [medeverdachte 5] van 8 mei 2015, pagina 5251, persoonsdossier [medeverdachte 5] .

31 De verklaring van [medeverdachte 3] van 15 juli 2015, pagina’s 6 en 7.

32 Proces-verbaal sporenonderzoek van 11 februari 2015, pagina 640 en pagina 645, zaaksdossier Hilversum II.

33 Proces-verbaal sporenonderzoek van 11 februari 2015, pagina 643, zaaksdossier Hilversum II.

34 Proces-verbaal sporenonderzoek van 20 april 2015, pagina 660, zaaksdossier Hilversum II.

35 Het schriftelijke bescheid, te weten: een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 661, zaaksdossier Hilversum II.

36 Het schriftelijke bescheid, te weten: de bijlage bij het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 663, zaaksdossier Hilversum II.

37 Het proces-verbaal van relaas van 8 juli 2015, pagina 4307, zaaksdossier Criminele Organisatie.

38 Het schriftelijke bescheid, te weten: het OVC-gesprek van 4 februari 2015, pagina 6617, dossier Algemene Bevindingen.

39 Het schriftelijke bescheid, te weten: het OVC-gesprek van 5 februari 2015, pagina 6623, dossier Algemene Bevindingen.

40 Het proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2015, pagina 1535, zaaksdossier België.

41 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [E] van 17 februari 2015, pagina 1582, zaaksdossier België.

42 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [E] van 21 september 2015, pagina 3.

43 Proces-verbaal van bevindingen van 31 december 2014, pagina 6040, Dossier Algemene Bevindingen.

44 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [F] van 19 februari 2015, pagina 1593 en 1595, zaaksdossier België

45 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [F] van 19 februari 2015, pagina 1596, zaaksdossier België.

46 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [G] van 21 september 2015, pagina 2.

47 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [G] van 21 september 2015, pagina 4.

48 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [G] van 23 februari 2015, pagina 1607, zaaksdossier België.

49 Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal van 21 september 2015 inhoudende de fotoconfrontatie van [G] , pagina 1.

50 Proces-verbaal van bevindingen van 3 december 2014, pagina 5745 en 5746, dossier Algemene Bevindingen.

51 Het schriftelijke bescheid, te weten het uitgewerkt afgeluisterde telefoongesprek van 4 februari 2015, pagina 1521, zaaksdossier België.

52 Het schriftelijke bescheid, te weten het uitgewerkt afgeluisterde telefoongesprek van 8 februari 2015, pagina 1523 en pagina 1525, zaaksdossier België.

53 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 juni 2015, pagina 2965.

54 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 juni 2015, pagina 2971.

55 Het proces-verbaal van bevindingen van 11 juni 2015, pagina 2970 en 2971.

56 Het proces-verbaal van 11 juni 2015, pagina 2964, zaaksdossier Witwassen.

57 Het schriftelijke bescheid, te weten: de ID-staat SKDB van 19 februari 2015, pagina 5118, persoonsdossier [verdachte] .

58 Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2504 en 2505, zaaksdossier Witwassen.

59 Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2505, zaaksdossier Witwassen.

60 Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2533, zaaksdossier Witwassen.

61 De verklaring van [getuige 1] van 8 mei 2015, pagina 2978 en 2979, dossier Witwassen.

62 De verklaring van [getuige 1] van 8 mei 2015, pagina 2980, dossier Witwassen.

63 Het schriftelijke bescheid, te weten: het uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel, pagina 2684, dossier Witwassen.

64 Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 1 en 2.

65 Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2532 zaaksdossier Witwassen.

66 De schriftelijke bescheiden, te weten: de facturen van [bedrijf 2] , pagina 4043 tot en met 4060, zaaksdossier Witwassen.

67 Het schriftelijke bescheid, te weten: een overzicht van betalingen, pagina 3768, zaaksdossier Witwassen.

68 De verklaring van [getuige 1] van 8 mei 2015, pagina 2979.

69 Het schriftelijke bescheid, te weten: Het OVC-gesprek van 4 februari 2015, pagina 6613, dossier Algemene Bevindingen.

70 Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte OVC-gesprek van 26 januari 2015, pagina 6579 en 6580, dossier Algemene Bevindingen.

71 Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 4 september 2014, pagina 4328, zaaksdossier Criminele Organisatie.

72 Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 15 december 2014, pagina 4329, zaaksdossier Criminele Organisatie.

73 Het proces-verbaal van relaas van 8 juli 2015, pagina 4310, zaaksdossier Criminele Organisatie.

74 Het schriftelijke bescheid, te weten: de uitdraai van het persoonsdossier, pagina 19, dossier Orava.

75 Proces-verbaal van bevindingen, AMB-004, pagina 28, dossier Orava.

76 Het schriftelijke bescheid, te weten: de beslissing toekenning WIA-uitkering van 26 augustus 2013, DOC-006-48, pagina 199 en 200, dossier Orava.

77 Proces-verbaal van bevindingen, DOC-001-08, pagina 75, dossier Orava.

78 Proces-verbaal van bevindingen, AMB-004, pagina 30, dossier Orava.

79 Proces-verbaal van bevindingen, AMB-004, pagina 30, dossier Orava.

80 De verklaring van [getuige 1] van 8 mei 2015, DOC-001-28, pagina 88, dossier Orava.

81 De verklaring van verdachte van 4 augustus 2015, V-003-01, pagina 56, dossier Orava.

82 De verklaring van verdachte van 4 augustus 2015, V-003-01, pagina 60, dossier Orava.

83 Proces-verbaal relaas van onderzoek van 11 augustus 2015, pagina 7, dossier Orava.

84 Proces-verbaal van aanhouding van 17 februari 2015, pagina 5113, persoonsdossier [verdachte] .