Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1064

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-02-2016
Datum publicatie
03-03-2016
Zaaknummer
16.701189-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrouw wordt verdacht van het medeplegen van witwassen. De officier van justitie eist een gevangenisstraf van 6 maanden.

De rechtbank oordeelt dat de vrouw zich samen met haar partner schuldig heeft gemaakt aan witwassen. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van vijf maanden waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Lelystad

Parketnummer: 16.701189-14 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 5 februari 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1973] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzittingen van 16 december 2014,

27 maart 2015, 18 september 2015 en 22 januari 2016. Op laatstgenoemde datum heeft de inhoudelijke behandeling plaatsgevonden, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.N. Slijters, advocaat te Amsterdam.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van officier van justitie mr. D.M.A. van der Zwan en van de standpunten door de raadsvrouw van verdachte naar voren gebracht.

2 DE TENLASTELEGGING

De verdachte is, na een wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met

2 september 2014 te Naarden en/of Almere en/of Bussum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval (op een of meer plaats(en)) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) (van) een of meer voorwerp(en), te weten

- 221.152 euro, althans een of meer (gro(o)t(e)) geldbedrag(en) en/of

- een of meerdere auto(’s), te weten:

een Porsche Cayenne, kenteken [kenteken] en/of

een Mercedes Sprinter, kenteken [kenteken] en/of

een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] en/of

een Mini Cooper, kenteken [kenteken] en/of

een Volkswagen Caddy, kenteken [kenteken] en/of

- een motor (te weten: een BMW, kenteken [kenteken] )

en/of het onderhoud en/of de tuning van voornoemde auto(s) en/of motor en/of

- een (kostbare) inboedel en/of verbouwing van het pand aan de [adres] te [woonplaats] en/of

- een of meerdere lcd-tv(`s) en/of een hoeveelheid audioapparatuur en/of elektronica en/of

- een of meerdere vliegticket(s) (met een totale waarde van ongeveer 15.191,97 euro),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had(den), terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

en/of

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van een of meer voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten.

De verdachte wordt daardoor niet in haar verdediging geschaad.

3 DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend te bewijzen in die zin dat ten aanzien van een geldbedrag van € 153.997,00, de Porsche Cayenne, de Volkswagen Golf, de Mini Cooper, de kostbare inboedel en/of verbouwing, de lcd-tv’s en audioapparatuur en elektronica en de vliegtickets, verdachte samen met de medeverdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.

De officier van justitie heeft haar standpunt nader verwoord in haar requisitoir, dat zij op schrift heeft gesteld en ter zitting heeft overgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat wegens gebrek aan bewijs niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

De raadsvrouw heeft haar standpunt nader verwoord in een ter zitting overgelegde pleitnota.

Het oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

Onderzoek door de politie heeft uitgewezen dat verdachte en haar partner [medeverdachte] (veel) meer contante gelden hebben uitgegeven dan vanuit hun legale contante ontvangsten verklaarbaar is. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een andere onbekende bron, mogelijk enig misdrijf, waaruit deze contante gelden zijn ontvangen. Het totale saldo van onverklaarbare uitgaven en vermogen bedraagt € 453.826,00.2

Verdachte en haar partner vormen in dit onderzoek een economische eenheid.3 Blijkens het onderzoek ontving de partner van verdachte geen inkomsten uit dienstbetrekking en is van andere legale contante ontvangsten niet gebleken.4 Verdachte ontving in 2013 en 2014 salaris en vanaf 2012 tevens een maandelijkse bedrag aan persoonsgebonden budget. Die inkomsten kwamen giraal binnen en werden maandelijks uitgegeven aan boodschappen, kleding, verzorgingsproducten en dergelijke. Vaste lasten werden hiervan niet betaald. Geconcludeerd wordt dat verdachte en de medeverdachte samen een maandelijks verklaarbaar inkomen hadden van zo’n € 1.500,00 tot € 1.600,00.5

Dat de contante gelden afkomstig zijn uit enig misdrijf kan bewezen worden als het op grond van vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien de feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat zij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp, welke verklaring concreet, verifieerbaar en niet hoogst onwaarschijnlijk dient te zijn.

Verdachte beroept zich grotendeels op haar zwijgrecht. Zij geeft geen alternatieve verklaring die een legale herkomst van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen zou kunnen aantonen.

Wetenschap bij verdachte van voorwerpen afkomstig uit enig misdrijf

In de zaak tegen de hiervoor genoemde partner van verdachte, tevens medeverdachte in deze zaak, heeft de rechtbank bewezen verklaard dat hij betrokken is geweest bij meerdere hennepkwekerijen en een hennepdrogerij. Bij een aantal van die kwekerijen was sprake van eerdere oogsten, waarmee de medeverdachte veel geld heeft kunnen verdienen. De medeverdachte heeft zich ten aanzien van zowel de hennepkwekerijen en de -drogerij als het witwassen op zijn zwijgrecht beroepen. Ook hij geeft geen alternatieve verklaring die een legale herkomst van de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen zou kunnen aantonen.

Verdachte wist dat haar partner eerder meermalen is veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij hennepkwekerijen en witwassen. Verdachte was zelf voorwerp van het strafrechtelijk onderzoek met de naam Colorado, terwijl in die zaak haar partner voor grootschalige hennepteelt is veroordeeld en een bedrag van circa € 4,7 miljoen aan wederrechtelijk verkregen voordeel moet betalen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat haar partner alles betaalde en dat zij nooit heeft gevraagd naar waar dat geld vandaan kwam. Dit klemt omdat er grote contante geldbedragen werden uitgegeven waar verdachte zelf deels bij was. Bovendien voerden verdachte en haar partner samen een gemeenschappelijke huishouding en wist zij wat aan inkomen door hen werd ontvangen en dus ook dat de contante uitgaven niet van die legale inkomsten bekostigd konden worden. Verdachte heeft op generlei wijze aannemelijk gemaakt dat zij hier niet van op de hoogte was.

De slotsom is dat de rechtbank bewezen verklaart dat verdachte wist dat de voorwerpen die zij voorhanden hadden en/of waar zij gebruik van maakten, zoals in de tenlastelegging genoemd en hieronder nader weergegeven, uit enig misdrijf afkomstig waren.

Ten aanzien van de ten laste gelegde voorwerpen

Geldbedrag van € 221.152,00

Tijdens de doorzoekingen op 2 september 2014 in de woning van verdachte aan de [adres] in [woonplaats] en in het bedrijfspand aan de [adres] in [woonplaats] zijn geldbedragen gevonden van € 153.997,006 respectievelijk € 57.235,007. Daarnaast heeft de partner van verdachte [medeverdachte] ten tijde van zijn aanhouding op 2 september 2014 een bedrag van € 9.920,60 bij zich. In totaal is dus een bedrag van € 221.152,00 aangetroffen.

Op grond van het dossier kan echter niet vastgesteld worden dat verdachte van de in het pand op de [adres] aangetroffen geldbedragen van in totaal € 57.235,00 op de hoogte was. Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat in haar woning aan de [adres] in de kluis een geldbedrag van € 136.250,00 lag. Immers, deze kluis was afgesloten en zat verborgen in of achter een houten kastje. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte net als de medeverdachte toegang had tot deze kluis of dat zij wist dat deze kluis daar stond. Tot slot kan niet worden vastgesteld dat verdachte weet had van het geldbedrag van € 9.920,00 dat haar medeverdachte tijdens zijn aanhouding bij zich had. De rechtbank zal verdachte daarom, voor wat betreft deze geldbedragen, van het tenlastegelegde vrijspreken.

De overige geldbedragen van € 13.300,00 en € 4.447,00 lagen in de woning van verdachte aan de [adres] . Dit geld lag op of in de buffetkast en op meerdere andere plekken in de woning. Niet aannemelijk is geworden dat dit geld zodanig verstopt lag dat verdachte daar in haar eigen woning geen weet van had, zoals zij verklaard heeft. Die verklaring is zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet aannemelijk geworden. De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte een geldbedrag van € 17.747,00 voorhanden heeft gehad, terwijl ze wist of moest weten dat dit van misdrijf afkomstig was.

Nu verdachte, zoals hiervoor overwogen, dit geld niet uit eigen misdrijf voorhanden heeft gehad doet een kwalificatie-uitsluitingsgrond, met een mogelijk ontslag van rechtsvervolging tot gevolg, zich hier niet voor. Bewezen is dat verdachte zich voor wat betreft genoemd geldbedrag samen met de medeverdachte heeft schuldig gemaakt aan witwassen. Het medeplegen is in zoverre ook bewezen.

Auto’s

* Porsche Cayenne, kenteken [kenteken] en het onderhoud van deze auto

Door het observatieteam wordt op 6 februari 2014, 12 maart 2014, 16 mei 2014 en/of 20 augustus 2014 gezien dat verdachte en haar partner [medeverdachte] in de Porsche Cayenne rijden, dat de auto op de locatie [adres] staat en dat de auto bij de woning van verdachte en haar partner aan de [adres] geparkeerd staat.8 Uit afgeluisterde telefoongesprekken blijkt dat verdachte en haar partner praten over de aankoop van de Porsche en het inruilen van de Porsche voor een andere auto.9 Daarnaast blijken zij de auto voor onderhoud naar het garagebedrijf [garagebedrijf] te brengen.10

[getuige 1] , eigenaar van het garagebedrijf [garagebedrijf] , heeft verklaard dat hij voor [medeverdachte] , zo begrijpt de rechtbank] en [verdachte] , zo begrijpt de rechtbank] het onderhoud van auto’s deed en dat hij de Porsche Cayenne met kenteken [kenteken] ook voor hen in onderhoud had. [medeverdachte] betaalde de rekeningen altijd contant.11

Onderzoek wijst uit dat verdachte en haar partner geen voertuigen op hun naam hadden staan. Op 8 mei 2014 blijkt de Porsche Cayenne op naam van [bedrijf 1] BV te staan.12

[getuige 2] , werknemer bij [bedrijf 1] , heeft verklaard dat de Porsche een eigen auto van [bedrijf 1] is en dat [bedrijf 1] tot en met juli 2014 factureerde aan [bedrijf 2] .13 Vanaf augustus 2014 was de Porsche door haar op naam gezet van [bedrijf 3] .14 De Porsche was contant aangekocht voor een bedrag van

€ 52.000,00.

Verdachte heeft verklaard dat zij en [medeverdachte] de Porsche van iemand te leen hebben gekregen, maar zij vertelt niet van wie. Dat verdachte en haar partner een auto van het kaliber Porsche Cayenne zonder enigerlei (vorm en mate van) tegenprestatie mochten gebruiken is zonder een nadere verklaring, die ontbreekt, niet verifieerbaar en geloofwaardig. Daar komt bij dat het dossier geen aanwijzingen biedt voor het gebruik door andere personen van de Porsche dan verdachte en haar partner.

De rechtbank stelt dan ook vast dat verdachte samen met haar partner de Porsche Cayenne voorhanden heeft gehad en daarvan gebruik hebben gemaakt en dat zij verborgen/verhuld hebben wie de rechthebbende van deze auto is, terwijl zij wisten dat deze middellijk afkomstig was uit enig misdrijf. Aldus is het medeplegen van het ten laste gelegde feit in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

* Volkswagen Golf, kenteken [kenteken]

Uit een afgeluisterd telefoongesprek en sms-bericht op 16 augustus 201415 en observaties in de periode van 8 april 2014 tot en met 20 augustus 201416, uit de doorzoeking in het pand aan de [adres] en uit de verklaring van verdachte blijkt dat verdachte en haar partner [medeverdachte] gebruik maken van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] .

De rechtbank heeft in de zaak tegen [medeverdachte] bewezen verklaard dat hij betrokken is geweest bij de in het pand aan de [adres] aangetroffen hennepdrogerij. [medeverdachte] had bij zijn aanhouding onder meer een sleutel bij zich waarmee de kluis in dit pand geopend kon worden. In de kluis werden met betrekking tot de Volkswagen Golf een verzekeraarshulpkaart, een polis met [bedrijf 4] als verzekeringnemer met als ingangsdatum 17 maart 2014 en vervaldatum 1 maart 2015, een internationaal verzekeringsbewijs op naam van [bedrijf 5] en een kopiebrief RDW kentekenbewijs en tweede gedeelte tenaamstellingscode gevonden.17

Onderzoek wijst uit dat verdachte en haar partner geen voertuigen op hun naam hadden staan. Uit de stukken blijkt dat de Volkswagen Golf vanaf 17 maart 2014 tot 28 juni 2014 op naam heeft gestaan van [bedrijf 4] en dat deze vanaf 28 juni 2014 tot 15 oktober 2014 op naam stond van [bedrijf 3] .18

Verdachte heeft verklaard dat zij de Volkswagen Golf van iemand te leen hebben gekregen, maar zij heeft daar verder geen openheid van zaken over gegeven. Dat verdachte en haar partner de Volkswagen Golf zonder enigerlei (vorm en mate van) tegenprestatie mochten gebruiken is zonder een nadere verklaring, die ontbreekt, niet verifieerbaar en geloofwaardig. Daar komt bij dat het dossier geen aanwijzingen biedt voor gebruik door anderen van deze Golf.

De rechtbank stelt dan ook vast dat verdachte samen met haar partner de Volkswagen Golf voorhanden heeft gehad en dat zij van deze auto gebruik hebben gemaakt en dat zij verborgen/verhuld hebben wie de rechthebbende van deze auto is, terwijl zij wisten dat deze middellijk afkomstig was uit enig misdrijf. Aldus is het medeplegen in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

* (kostbare) inboedel en/of verbouwing van het pand aan de [adres] in [woonplaats] en lcd-tv('s) en/of een hoeveelheid audioapparatuur en/of elektronica

Getuigen [getuige 3] en [getuige 4] hebben verklaard dat het appartement aan de [adres] in [woonplaats] aan [medeverdachte] , zo begrijpt de rechtbank] en [verdachte] , zo begrijpt de rechtbank] werd verhuurd. Zij zouden er per 1 juni 2014 intrekken en het casco-appartement zelf inrichten en bekostigen. Ze hadden het appartement ook opgeknapt en de keuken en badkamer geplaatst. Dit zou zeker € 30.000,00 tot € 40.000,00 kosten. Er was met [verdachte] regelmatig contact geweest over de verbouwing en de inrichting. Er was nog geen huur betaald.19

De rechtbank heeft op grond van het dossier geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van deze getuigen.

Uit het dossier volgt dat voor dit pand een keuken ter waarde van € 4.795,00 is aangeschaft20, dat verdachte € 340,00 heeft betaald voor een wijnkoeler21, dat een Amerikaanse koelkast ter waarde van € 788,00 in de woning was geplaatst22 en dat het aanrechtblad en het kookeiland zijn gestuukt voor een bedrag van € 1.855,00.23

In het appartement werden ook onder meer een videocamera, een Imac, een laptop, twee flatscreens, een Samsung HDtv, een versterker en drie Ipads aangetroffen.24

Daar komt bij dat blijkens de verklaring van [getuige 5] , verbonden aan woonwinkel [woonwinkel] te [woonplaats] , verdachte en [medeverdachte] in maart 2014 diverse meubelen hebben gekocht van het merk Riviéra bij [woonwinkel] . Ook hebben ze een servies, een dressoir, een nachtkastje en wat losse artikelen gekocht. Het gaat hier om een bedrag van in totaal € 15.227,35, welk bedrag contant is betaald.25

Verdachte heeft verklaard dat zij de spullen had uitgezocht en dat [medeverdachte] dit bedrag contant had betaald.26

Verdachte heeft niet willen verklaren waar het geld voor de verbouwing en de inboedel, alsmede de lcd-tv’s en audioapparatuur en elektronica en het bedrag van € 15.227,35 vandaan komen.

De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat verdachte samen met haar partner de verbouwing en de inboedel en lcd-tv’s, audioapparatuur en elektronica voorhanden heeft gehad, terwijl zij wisten dat deze middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf. Aldus is het medeplegen van het ten laste gelegde feit in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

* Vliegtickets met een totale waarde van € 15.191,97

Uit afgeluisterde telefoongesprekken op 7 april 2014 blijkt dat verdachte contact heeft met [reisbureau] en dat wordt gesproken over de aankoop van vliegtickets.27

[getuige 6] , medewerkster bij [reisbureau] , heeft verklaard dat zij [verdachte] kent van de vele tickets die zij bij [reisbureau] boekt. De reizen werden in de winkel geboekt en altijd contant betaald.28 [getuige 6] herkent [verdachte] op een aan haar getoonde foto.29

De facturen die door [reisbureau] zijn overgelegd laten zien dat in de periode van 30 mei 2013 tot en met 21 augustus 2014 voor een bedrag van in totaal € 15.191,97 aan vliegtickets is gekocht. De facturen zijn geadresseerd aan [verdachte] .30

Verdachte ontving een inkomen. Zij en haar partner kregen samen € 1.500,00 tot € 1.600,00 per maand binnen, maar dit werd door verdachte maandelijks uitgegeven aan boodschappen, verzorgingsproducten, en dergelijke.31 Het inkomen was dermate laag dat zij hiervan geen vliegtickets ter waarde van voornoemd bedrag hebben kunnen bekostigen. Verdachte heeft verklaard dat zij vliegtickets voor zichzelf en verdachte en voor anderen kocht en dat zij het geld van die personen terugkreeg. Bij gebreke van enige onderbouwing is de juistheid van die verklaring echter niet aannemelijk gemaakt.

Verder heeft verdachte ter zitting geen verklaring gegeven voor het geld waarmee de vliegtickets zijn betaald. De rechtbank houdt het er daarom bij gebreke van een alternatieve verklaring voor dat de vliegtickets zijn bekostigd met geld van de partner van verdachte, welk geld verdiend was met hennepkwekerijen.

De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat verdachte samen met de medeverdachte de vliegtickets voorhanden heeft gehad, terwijl zij wisten dat deze middellijk afkomstig waren uit enig misdrijf. Aldus is het medeplegen in zoverre bewezen.

Gewoontewitwassen

De rechtbank overweegt dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2014 tot en met

2 september 2014 en derhalve gedurende een aantal maanden schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Deze periode in combinatie met de hoeveelheid van de witgewassen voorwerpen maakt dat bewezen kan worden dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Vrijspraak van de overige ten laste gelegde voorwerpen

Bewijs in het dossier ontbreekt dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde Mercedes Sprinter, Mini Cooper, Volkswagen Caddy en motor voorhanden heeft gehad of daar gebruik van heeft gemaakt of dat zij heeft verborgen/verhuld wie de rechthebbende van deze voertuigen is. De rechtbank zal verdachte daarom van deze voorwerpen vrijspreken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 2 september 2014 te Naarden en/of Almere en/of Bussum, in elk geval in een of meer plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben zij, verdachte en haar mededader (van) een of meer voorwerp(en), te weten

- 17.747,00 euro, en

- auto’s, te weten:

een Porsche Cayenne, kenteken [kenteken] en

een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken]

en het onderhoud van de Porsche Cayenne en

- een (kostbare) inboedel en verbouwing van het pand aan de [adres] te [woonplaats] en

- lcd-tv`s en audioapparatuur en elektronica en

- vliegtickets met een totale waarde van ongeveer 15.191,97 euro,

verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voorwerpen was/waren, terwijl zij, verdachte en haar mededader wisten dat die voorwerpen - middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf

en/of

voorhanden gehad en/of van voorwerpen gebruik gemaakt, terwijl zij, verdachte en haar mededader wisten dat bovenomschreven voorwerpen - middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6 KWALIFICATIE

Het bewezene levert op:

Medeplegen van gewoontewitwassen.

7 STRAFBAARHEID

Het feit en verdachte zijn strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

8 STRAFOPLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft - indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt - ten aanzien van een op te leggen straf naar voren gebracht dat rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met de bevindingen van de psychiater dat sprake is van psychiatrische problematiek en met het feit dat verdachte inmiddels een jaar EMDR-therapie volgt. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan de duur van het voorarrest zal de therapie ongewenst doorkruisen en is daarom zeer schadelijk voor de gezondheid van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de na te noemen beslissing passend.

De verdachte heeft zich samen met haar partner schuldig gemaakt aan witwassen. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende werking op de samenleving.

Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 november 2015 heeft verdachte documentatie op het gebied van witwassen. Hoewel zij in 2012 van dat feit is vrijgesproken is verdachte thans wederom wegens witwassen met justitie in aanraking gekomen.

De reclassering vermeldt in het rapport van 28 november 2014 dat verdachte in deze zaak lijkt te zijn meegenomen door haar partner. Zij heeft de zaak waarvoor haar partner eerder is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 55 maanden en waarin aan hem een ontneming is opgelegd van 4,6 miljoen euro voor kennisgeving aangenomen. Ze weet nog niet of ze de relatie met haar partner wil voortzetten ondanks dat hij criminele activiteiten voor haar verborgen zou houden. Het risico op recidive is daardoor hoog/gemiddeld te noemen.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het door verdachte gepleegde feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. De bevindingen van de reclassering maken dat een deel van die straf voorwaardelijk wordt opgelegd met een proeftijd van twee jaar. De reden van deze strafdreiging is verdachte er in de toekomst van te weerhouden zich wederom in te laten met (soortgelijke) strafbare feiten.

Alles overziende is passend en geboden een gevangenisstraf van vijf maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten zal op de onvoorwaardelijke gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

9 BESLAG

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het conservatoir beslag op de tachtig voorwerpen, genoemd op de in het dossier aanwezige beslaglijst van 23 december 2015, wordt gehandhaafd ten behoeve van verhaal in het kader van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in deze zaak.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen opmerkingen gemaakt over het beslag.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat onder verdachte goederen in beslag zijn genomen. Deze zijn weergeven op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, gedateerd 23 december 2015.

Gelet op hetgeen de officier van justitie stelt en op de administratieve systemen van de rechtbank waarin het beslag eveneens staat weergegeven als strafrechtelijk beslag -als bedoeld in artikel 94 van het Wetboek van Strafrecht- komt de rechtbank tot het nemen van een beslissing hieromtrent.

De rechtbank stelt vast dat de in beslag genomen goederen aan verdachte toebehoren en dat sprake is van een duidelijke relatie tussen het onder 1 ten laste gelegde en het bewezenverklaarde strafbare feit. De goederen zijn immers door middel van dit strafbare feit verkregen. Gelet hierop acht de rechtbank de voorwerpen op de beslaglijst genummerd als 1 tot en met 79 vatbaar voor verbeurdverklaring.

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen geldbedrag zoals vermeld onder nummer 80 op de beslaglijst (€ 136.250,00) aangezien verdachte wordt vrijgesproken van witwassen met betrekking tot dit specifieke geldbedrag. Deze beslissing laat onverlet dat het conservatoir beslag op dit geldbedrag voortduurt, ten behoeve van verhaal in het kader van de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

10 TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 63 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde feit strafbaar en kwalificeert dit feit zoals omschreven onder 6;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Beslag

- verklaart verbeurd de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd als 1 tot en met 79;

- gelast de teruggave aan verdachte van het geldbedrag dat op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd als 80 en stelt vast dat het conservatoir beslag op dit geldbedrag in afwachting van de ontnemingsprocedure blijft voortbestaan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mrs. H. Vegter en R.D. van Heffen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.F. van Dam, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2016.

Mr. Van Heffen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2013085437, per zaakdossier doorgenummerd

2 Relaasproces-verbaal witwasdossier 1, blz. 6

3 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 32 van witwasdossier 1

4 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 33 van witwasdossier 1

5 Proces-verbaal van verdenking, blz. 87 van het algemeen dossier

6 Relaasproces-verbaal, blz. 8 van witwasdossier 1

7 Proces-verbaal van doorzoeking [adres] , blz. 351 van beslagdossier 1

8 Proces-verbaal, blz. 581 van witwasdossier 2

9 Proces-verbaal, blz. 582 van witwasdossier 2

10 Proces-verbaal, blz. 584 van witwasdossier 2

11 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 321 van getuigendossier

12 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 558 van witwasdossier 2

13 Overeenkomst, blz. 197 van getuigendossier

14 Overeenkomst, blz. 198 van getuigendossier

15 Proces-verbaal, blz. 573 onderaan en 574 bovenaan van witwasdossier 2

16 Proces-verbaal, blz. 573 van witwasdossier 2

17 Proces-verbaal, blz. 573 onderaan en 574 bovenaan van witwasdossier 2

18 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 561 van witwasdossier 2

19 Proces-verbaal van verhuur getuige [getuige 7] , blz. 502 en 503 + proces-verbaal van verhoor getuige blz. 510, 511 en 512 van witwasdossier 2

20 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 524 van witwasdossier 2

21 Afgeluisterd gesprek, blz. 536 van witwasdossier 2 + lijst in beslag genomen goederen IJsselmeerweg blz. 167 van beslagdossier 1

22 Uitdraai google, blz. 540 van witwasdossier 2 + lijst in beslag genomen goederen IJsselmeerweg blz. 170 van beslagdossier 1

23 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 544 van witwasdossier 2

24 Lijst in beslag genomen goederen, blz. 159 tot en met 172 van beslagdossier 1

25 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 358 van witwasdossier 2

26 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 22 januari 2016

27 Afgeluisterde telefoongesprekken, blz. 248 en 249 van witwasdossier 1

28 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 256 van witwasdossier 1

29 Proces-verbaal van verhoor getuige, blz. 257 + foto blz. 258 van witwasdossier 1

30 Proces-verbaal bevindingen uitlevering van bescheiden, blz. 261 van witwasdossier 1

31 Proces-verbaal van verdenking, blz. 87 van het algemeen dossier