Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2016:1018

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2016
Datum publicatie
23-03-2016
Zaaknummer
4182136 UT VERZ 15-11583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek vaststelling hogere beloning ex. artikel 3, tweede lid, sub b, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen sprake van problematische schulden. Verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bewindsbureau

locatie Utrecht

zaaknummer : 4182136 UT VERZ 15-11583

BM nummer : 20044

Beschikking d.d. 26 februari 2016

Op verzoek van:

F. Kleis, h.o.d.n. De Rots Bewindvoering,

postadres: Postbus 8062, 6710 AB Ede,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

over het vermogen van de rechthebbende:

[A],

geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [1996],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: rechthebbende.

1 De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoek ter griffie ingekomen op 5 juni 2015;

  • -

    de aanvulling van het verzoek ter griffie ingekomen op 2 september 2015.

2 De overwegingen van de kantonrechter

2.1.

Met ingang van 1 januari 2015 is de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (hierna Regeling) in werking getreden. In deze regeling wordt ten aanzien van de beloning van de professionele bewindvoerder onderscheid gemaakt tussen een bewind zonder en een bewind met problematische schulden.

2.2.

Uit de brief van 5 juni 2015 leidt de kantonrechter af dat de bewindvoerder vraagt zijn beloning vast te stellen op het hogere tarief ex artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, van de Regeling. Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat er sprake is van problematische schulden, omdat de schulden van rechthebbende (thans) onoplosbaar zijn. Daartoe heeft de bewindvoerder onder meer meegedeeld dat het inkomen van rechthebbende thans alleen bestaat uit studiefinanciering en dit niet gebruikt mag worden voor de aflossing van de schulden. Ook is toeleiding naar een minnelijke traject of de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen zodoende niet mogelijk.

2.3.

Uit het overgelegde schuldenoverzicht blijkt dat rechthebbende twee incasseerbare schulden heeft. Deze incasseerbare schuld bedraagt in totaal € 2.141,--. Daarnaast heeft rechthebbende een schuld bij het DUO. Deze schuld is (nog) niet incasseerbaar, omdat rechthebbende nog steeds recht heeft op studiefinanciering en bovendien geen inkomen heeft. Verder blijkt uit de stukken blijkt dat de banktegoeden van rechthebbende nihil zijn.

2.4.

De kantonrechter is van oordeel dat gelet op het gering aantal schuldeiseres, de geringe omvang van de schulden en het gegeven dat de schulden thans niet kunnen worden verhaald op rechthebbende (gelet op de beslagvrije voet), er geen sprake is van problematische schulden.

2.5.

Verzoeker is bij brief van 23 oktober 2015 bericht over het voornemen van de kantonrechter en in de gelegenheid gesteld om op het voornemen te reageren en zo mogelijk het verzoek aan te vullen, alsmede om het verzoek mondeling toe te lichten. Verzoeker heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

2.6.

De kantonrechter wijst gelet op hetgeen hiervoor onder 2.4. is overwogen het verzoek af.

3 De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend.