Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:9547

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-12-2015
Datum publicatie
22-02-2016
Zaaknummer
16/700108-15
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak inbraak. Teruggave inbeslaggenomen goed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/700108-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 31 december 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2015. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R.E.H. Jager, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tevens zijn aanwezig: aangever dhr. [benadeelde] en dhr. [A] van Reclassering Nederland.

De zaak van verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de zaak van medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 16/661236-15) en [medeverdachte 2] (parketnummer 16/661237-15).

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 6 maart 2015 in Montfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor het ten laste gelegde feit, nu het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het dossier voor het ten laste gelegde feit onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Ten tijde van de inbraak straalde de telefoon van verdachte paallocaties in Montfoort aan. Verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment met medeverdachte [medeverdachte 1] in Montfoort was. De enkele aanwezigheid van verdachte in Montfoort met [medeverdachte 1] ten tijde van de inbraak is echter onvoldoende om te komen tot het bewijs dat verdachte op strafbare wijze bij de inbraak betrokken is geweest. Nu het dossier geen aanvullend bewijs bevat, zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken.

5 Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen buitenlandse geld dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende. De rechtbank merkt verdachte aan als de rechthebbende, nu het geld onder hem in beslag is genomen en niet is gebleken dat het van diefstal afkomstig is.

6 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

- gelast de teruggave van het inbeslaggenomen buitenlandse geld (G1454640) aan de rechthebbende, te weten verdachte;

- heft het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.P. den Otter, voorzitter,

mr. E.A.A. van Kalveen en mr. E. Akkermans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2015.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 06 maart 2015 te Montfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking (op een raam van die woning);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht