Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8915

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-12-2015
Datum publicatie
16-04-2018
Zaaknummer
C/16/390831 / HA ZA 15-375
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verplichting tot het aanbieden van de aandelen in een vennootschap aan de mede-aandeelhouder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/390831 / HA ZA 15-375

Vonnis van 16 december 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. G. Dietz te Zeist,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde in conventie,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. G.J. Hofmans te Ootmarsum,

3 [gedaagde sub 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. G.J. Hofmans te Ootmarsum.

Partijen zullen hierna respectievelijk [eiseres] , [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 8 juli 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 30 oktober 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] , en houdt tevens 50% van de aandelen in [gedaagde sub 1] .

2.2.

[gedaagde sub 2] is eveneens statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] , en houdt ook 50% van de aandelen in [gedaagde sub 1] .

2.3.

[gedaagde sub 3] is statutair bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde sub 2] .

2.4.

De heer [A] (hierna: [A] ) was tot 18 juli 2013 statutair bestuurder en enig aandeelhouder van [eiseres] . Per 18 juli 2013 heeft [A] al zijn aandelen in [eiseres] overgedragen aan de Stichting [stichting] (hierna: [stichting] ), van welke stichting hij enig bestuurder is. [A] heeft ook alle door de [stichting] uitgegeven certificaten van aandelen in [eiseres] in bezit.

2.5.

Artikel 15 van de op 10 mei 2007 vastgestelde statuten van [gedaagde sub 1] (hierna: de statuten) luidt –voor zover hier van belang- als volgt:

1. Bij (…)

g. wijziging van de aandeelhouders in een aandeelhouder-rechtspersoon door toetreden van andere natuurlijke of rechtspersonen als aandeelhouder dan zij die tot op dat moment aandeelhouder waren (…)

moeten zijn aandelen worden aangeboden met inachtneming van het in de

navolgende leden van dit artikel bepaalde.

(…)

3. Degenen, die tot tekoopaanbieding van één of meer aandelen zijn gehouden, dienen binnen dertig dagen na het ontstaan van die verplichting (…) van hun aanbieding aan de directie kennis te geven. Bij gebreke daarvan zal de directie de tot aanbieding verplichte persoon mededeling doen van dit verzuim en hen daarbij wijzen op de bepalingen van de vorige zin.

Blijven zij in verzuim de aanbieding binnen acht dagen alsnog te doen, dan zal de vennootschap de aandelen namens de desbetreffende aandeelhouder(s) te koop aanbieden en indien van het aanbod volledig gebruik wordt gemaakt, de aandelen aan de koper tegen gelijktijdige betaling van de koopsom leveren; de vennootschap is alsdan daartoe onherroepelijk gevolmachtigd.

4. (…)

5. De verplichting tot aanbieding van aandelen op grond van het bepaalde in dit artikel heeft tot gevolg, dat gedurende het bestaan van die verplichting de aan de aandelen verbonden rechten voor zover die aan de aandeelhouder toekomen niet kunnen worden uitgeoefend indien en voor zolang de aandeelhouder in verzuim is aan deze verplichting te voldoen.

(…)

2.6.

Bij brief van 6 januari 2015 (abusievelijk gedateerd 6 januari 2014) heeft [gedaagde sub 3] als bestuurder van [gedaagde sub 2] [eiseres] gewezen op haar verzuim als bedoeld in artikel 15 van de statuten, en heeft hij [eiseres] erop gewezen dat als [eiseres] niet binnen acht dagen alsnog de verplichte aanbieding zal doen, [gedaagde sub 1] zelf de aandelen te koop zal aanbieden.

2.7.

Op 30 maart 2015 heeft een algemene vergadering van aandeelhouders van [gedaagde sub 1] plaatsgehad. Tijdens de vergadering heeft [gedaagde sub 3] het voorstel gedaan tot ontslag van [eiseres] als statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] en dit voorstel in stemming gebracht. Daarop heeft [A] (namens [eiseres] ) tegen het voorstel gestemd en [gedaagde sub 3] (namens [gedaagde sub 2] ) voor het voorstel.

2.8.

Vervolgens heeft [gedaagde sub 3] zich tijdens de aandeelhoudersvergadering op het standpunt gesteld dat de bijzondere aanbiedingsplicht van artikel 15 lid 1 sub g van de statuten op [eiseres] van toepassing is vanwege de toetreding van een nieuwe rechtspersoon als aandeelhouder van [eiseres] op 18 juli 2013, alsmede dat [eiseres] op grond van artikel 15 lid 3 van de statuten in verzuim was omdat zij hiervan geen melding had gedaan aan het bestuur van [gedaagde sub 1] . Volgens [gedaagde sub 3] kon [eiseres] dientengevolge op grond van artikel 15 lid 5 van de statuten haar stemrecht niet uitoefenen, zodat alle rechtsgeldig uitgebrachte stemmen voor het voorstel tot ontslag van [eiseres] als bestuurder van [gedaagde sub 1] waren, het voorstel in zijn visie dus was aangenomen en [eiseres] was ontslagen als statutair bestuurder.

2.9.

[eiseres] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat zij wel stemrecht had, en dat met de staking van de stemming het voorstel tot ontslag van [eiseres] als statutair bestuurder was verworpen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eiseres] vordert samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

  1. verklaart voor recht dat de bijzondere aanbiedingsplicht ex artikel 15 lid 1 onder g van de statuten van [gedaagde sub 1] niet van toepassing is op [eiseres] als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] );

  2. verklaart voor recht dat [eiseres] als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] ) niet gehouden is haar aandelen aan te bieden en dus ook niet geacht kan worden ter zake van die verplichting in verzuim te verkeren;

  3. verklaart voor recht dat lid 5 van artikel 15 van de statuten van [gedaagde sub 1] niet van toepassing is op [eiseres] als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] );

  4. verklaart voor recht dat [eiseres] wel degelijk het recht heeft en had de aan haar aandelen verbonden rechten uit te oefenen;

  5. verklaart voor recht dat [eiseres] tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van [gedaagde sub 1] op 30 maart 2015 rechtsgeldig heeft gestemd tegen het voorstel van [gedaagde sub 2] om [eiseres] als statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] te ontslaan, als gevolg waarvan dit voorstel is verworpen;

  6. verklaart voor recht dat het desondanks door [gedaagde sub 2] genomen besluit van 30 maart 2015, waarbij [eiseres] als statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] is ontslagen niet rechtsgeldig tot stand is gekomen, althans - subsidiair - dit besluit te vernietigen;

  7. verklaart voor recht dat [eiseres] niet is ontslagen als statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] ;

  8. verklaart voor recht dat [eiseres] (nog steeds) de statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] is;

  9. verklaart voor recht dat het [gedaagde sub 1] niet is toegestaan om zonder schriftelijke en ondubbelzinnige toestemming van [eiseres] conform lid 3 van artikel 15 van de statuten van [gedaagde sub 1] de aandelen van [eiseres] in [gedaagde sub 1] namens [eiseres] te koop aan te bieden;

  10. verklaart voor recht dat [gedaagde sub 3] als gevestigd apotheker van [gedaagde sub 1] niet bevoegd is [gedaagde sub 1] te vertegenwoordigen, en dat [gedaagde sub 3] jegens [gedaagde sub 1] en [eiseres] aansprakelijk is voor alle schade – waaronder ieder nadeel - die is en/of wordt veroorzaakt doordat hij namens [gedaagde sub 1] handelingen heeft verricht en/of verricht anders dan in het kader van de terhandstelling van geneesmiddelen aan patiënten in het kader van artikel 61 Geneesmiddelenwet;

  11. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] veroordeelt al hetgeen in het kader van deze procedure wordt toegewezen ten gunste van [eiseres] te gehengen en te gedogen en zich te onthouden van handelingen die daarmee in strijd zijn, waaronder het aanbrengen van wijzigingen in de inschrijving in het handelsregister ten aanzien van het statutaire bestuur van [gedaagde sub 1] , zulks op straffe van een hoofdelijk, des dat de een betalend de anderen zullen zijn bevrijd, door hen aan [eiseres] te betalen dwangsom van € 10.000,00 voor iedere handeling die door één van hen in strijd met deze veroordeling wordt verricht;

  12. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk, des dat de een betalend de anderen zullen zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten van het uitbrengen van deze dagvaarding, griffierechten en het gebruikelijke salaris advocaat.

3.2.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hebben gemotiveerd verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.4.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] vorderen -na wijziging en vermindering van eis ter comparitie- dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. verklaart voor recht dat de bijzondere aanbiedingsplicht ex artikel 15 lid 1 onder g van de statuten van de [gedaagde sub 1] van toepassing is op [eiseres] als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] );

  2. verklaart voor recht dat [eiseres] , als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] ), gehouden is haar aandelen aan te bieden aan [gedaagde sub 2] conform de artikelen 14 en 15 van de statuten van [gedaagde sub 1] B.V.;

  3. verklaart voor recht dat lid 5 van artikel 15 van de statuten van [gedaagde sub 1] van toepassing is op [eiseres] , als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] );

  4. verklaart voor recht dat [eiseres] vanaf 18 juli 2013, althans vanaf 30 maart 2015, althans vanaf een door de rechtbank te bepalen datum, geen recht meer heeft de aan haar aandelen verbonden rechten uit te oefenen;

  5. verklaart voor recht dat tijdens de AvA van [gedaagde sub 1] d.d. 30 maart 2015 op rechtsgeldige wijze het besluit tot stand is gekomen [eiseres] als statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] te ontslaan, in het verlengde waarvan [gedaagde sub 2] in ieder geval ingaande deze datum als enig statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] dient te worden aangemerkt, inclusief alle daaraan verbonden rechten en plichten, waaronder het bij uitsluiting gerechtigd zijn tot het verzorgen en uitvoeren van al hetgeen noodzakelijk is tot het doen van (internet) betalingen via de bankrekening met nummer [rekeningnummer] bij de Rabobank;

  6. verklaart voor recht dat [eiseres] verplicht is haar aandelen, ingevolge het bepaalde in artikel 15 lid 2 t/m 5 jo artikel 14 van de statuten van [gedaagde sub 1] , de aandelen van [eiseres] in [gedaagde sub 1] namens [eiseres] te koop aan te bieden;

  7. [eiseres] veroordeelt haar andelen in [gedaagde sub 1] binnen de in artikel 15 van de statuten van [gedaagde sub 1] genoemde termijn, te koop aan te bieden en de directie, eveneens binnen de in artikel 15 genoemde termijn, in kennis te stellen van hun aanbieding, bij gebreke waarvan dient te worden verstaan dat de vennootschap alsdan onherroepelijk gevolmachtigd zal zijn over te gaan tot verkoop van de aandelen en deze tegen gelijktijdige betaling van de koopsom aan de koper te leveren;

  8. [eiseres] veroordeelt in de kosten van deze procedure;

alsmede, onder de voorwaarde dat de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake was van een aanbiedingsplicht:

9. Dat de rechtbank verklaart voor recht dat [eiseres] op gronden als in conventie uiteengezet, vanaf februari 2012, althans vanaf 18 juli 2013, althans vanaf maart 2015 onafgebroken en willens en wetens onrechtmatig jegens [gedaagde sub 1] heeft gehandeld en nog steeds handelen, bij de uitoefening van de bestuurstaak en daarenboven in strijd heeft gehandeld, en nog steeds handelt met het bepaalde in artikel 2:9 BW;

3.5.

[eiseres] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Partijen zijn het eens over de bedoeling van het bepaalde in artikel 15 lid 1 sub g van de statuten (hierna: de aanbiedingsclausule): [gedaagde sub 3] en [A] hebben begin 2007 gezamenlijk de aandelen in [gedaagde sub 1] gekocht. Door de overname kon de samenwerking tussen de apotheken van partijen worden geïntensiveerd ( [eiseres] exploiteert tevens [apotheek 1] in [vestigingsplaats] , [gedaagde sub 2] exploiteert tevens de [apotheek 2] te [vestigingsplaats] en de [apotheek 3] te [vestigingsplaats] ). [gedaagde sub 3] en [A] wilden niet dat een van hen zonder toestemming van de ander daarbij een derde zou betrekken.

4.2.

[eiseres] stelt zich op het standpunt dat de aanbiedingsclausule niet van toepassing is op de omstandigheid dat [A] als oorspronkelijk aandeelhouder van [eiseres] al zijn aandelen in [eiseres] heeft overgedragen aan de [stichting] . Hij voert daartoe allereerst aan dat de aanbiedingsclausule expliciet spreekt van wijziging door toetreden van een andere aandeelhouder. Dit houdt in de visie van [eiseres] in dat er een aandeelhouder bijkomt, wordt toegevoegd. Daarvan is echter geen sprake omdat alle aandelen zijn overgedragen aan [stichting] . Daarnaast kwalificeert de [stichting] volgens [eiseres] niet als een andere natuurlijke of rechtspersoon dan die op dat moment aandeelhouder was, omdat zeggenschap en eigendom van de aandelen feitelijk in handen van [A] als oorspronkelijk aandeelhouder zijn gebleven. Materieel gezien is er dus noch in de zeggenschap noch in de eigendom van [eiseres] een wijziging opgetreden. De bestaande aandeelhouder, [A] , heeft slechts een andere gedaante gekregen, de [stichting] , aldus [eiseres] .

4.3.

[gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] stellen daar tegenover dat er wellicht op dit moment feitelijk niets in de zeggenschap is veranderd, maar dat dit in de toekomst mogelijk anders komt te liggen. De statuten van de [stichting] bepalen dat drie bestuursleden kunnen worden aangesteld. Met andere woorden: [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] kunnen worden geconfronteerd met een hen onwelgevallig bestuur van de [stichting] binnen [gedaagde sub 1] , terwijl het in 2007 nu juist uitdrukkelijk de bedoeling van partijen is geweest dit te voorkomen door de bijzondere aanbiedingsplicht in de statuten op te nemen.

4.4.

De rechtbank overweegt dat zij [eiseres] niet volgt in haar uitleg van het begrip toetreden. [eiseres] betoogt dat de aanbiedingsclausule alleen van toepassing is als er een aandeelhouder bijkomt, en niet als alle aandelen worden overgedragen. Deze uitleg strookt niet met de hiervoor weergeven bedoeling van partijen bij de bepaling. Het in zijn geheel overdragen van de aandelen aan een niet betrokken derde leidt immers ook tot een situatie waarin één van de oorspronkelijke aandeelhouders wordt geconfronteerd met een derde met wie hij gedwongen wordt om samen te werken.

4.5.

Daarnaast verwerpt de rechtbank de stelling van [eiseres] dat de [stichting] niet kwalificeert als een andere natuurlijke of rechtspersoon, omdat zeggenschap en eigendom van de aandelen feitelijk in handen van [A] als oorspronkelijk aandeelhouder zijn gebleven. Van belang daarbij is dat [A] en [gedaagde sub 3] destijds hebben willen voorkomen dat een van hen zonder toestemming van de ander daarbij een derde zou betrekken. Weliswaar doet die situatie zich op dit moment nog niet voor, maar de statuten van de [stichting] maken het wel mogelijk dat [A] in de toekomst zonder toestemming van [gedaagde sub 3] derden bij de samenwerking betrekt en zeggenschap verleent ten aanzien van [gedaagde sub 1] , hetzij door naast zichzelf twee andere bestuursleden te benoemen hetzij door zelf uit het bestuur terug te treden en het bestuur aan (een) derde(n) over te laten. Dit is nu juist die situatie die de aanbiedingsclausule beoogde te voorkomen.

4.6.

De rechtbank overweegt dat ook het bestuur van [eiseres] overgedragen zou kunnen worden aan een derde, zonder dat de andere aandeelhouder daarvoor toestemming hoeft te verlenen. Deze situatie is echter wezenlijk anders dan de situatie waarin het bestuur van de [stichting] wordt overgedragen aan een derde. In het eerste geval blijft de zeggenschap over de aandelen immers berusten bij de aandeelhouder, terwijl in het tweede geval de nieuwe bestuurders van de [stichting] zeggenschap krijgen over de aandelen.

4.7.

Subsidiair stelt [eiseres] zich op het standpunt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om in de gegeven omstandigheden de aanbiedingsclausule van toepassing te laten zijn. De rechtbank begrijpt dat [eiseres] hiermee –kennelijk ook gelet artikel 15 lid 6 sub a van de statuten waarin is bepaald dat de bepalingen van artikel 15 lid 1 van de statuten niet van toepassing zijn indien alle overige aandeelhouders hebben meegedeeld af te zien van de naleving van die bepaling- tevens stelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zich op artikel 15 lid 1 beroepen. De rechtbank overweegt dat dit beroep niet opgaat, nu de aanbiedingsclausule juist is geschreven voor een situatie als deze, waarin de andere aandeelhouder zonder zijn toestemming kan worden geconfronteerd met derden. Niet geoordeeld kan worden dat het in deze situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zich op deze bepaling beroepen. Om dezelfde reden slaagt ook het beroep op het bepaalde in artikel 2:8 lid 1 BW niet.

4.8.

Uit het bovenstaande volgt dat de aanbiedingsplicht ook van toepassing was op de overdracht van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 van [A] naar de [stichting] , en dat ook artikel 15 lid 5 van de statuten van toepassing is. Dit betekent dat de vorderingen in conventie onder 1. tot en met 3. moeten worden afgewezen.

4.9.

Ten aanzien van de vraag of [eiseres] tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders van [gedaagde sub 1] op 30 maart 2015 rechtsgeldig haar stem heeft kunnen uitbrengen, overweegt de rechtbank dat ingevolge het bepaalde in artikel 15 lid 3 van de statuten degene die tot tekoopaanbieding van één of meer aandelen is gehouden, binnen dertig dagen na het ontstaan van die verplichting (…) van zijn aanbieding aan de directie kennis dient te geven. Hieruit volgt dat [eiseres] vanaf 30 dagen na 18 juli 2013 in verzuim was. Op grond van het bepaalde in artikel 15 lid 5 van de statuten kon zij vanaf dat moment haar rechten als aandeelhouder niet meer uitoefenen. Dit betekent dat zij op de vergadering van 30 maart 2015 haar stem niet rechtsgeldig heeft uitgebracht. Dit betekent dat ook de vorderingen 4. tot en met 8. en 11. moeten worden afgewezen.

4.10.

[eiseres] heeft niet binnen 8 dagen nadat zij bij brief van 6 januari 2015 op haar verzuim was gewezen alsnog de aandelen te koop aangeboden. Uit de laatste volzin van artikel 15 lid 3 van de statuten volgt dat de vennootschap vanaf dat moment onherroepelijk gevolmachtigd is om de aandelen te koop aan te bieden en indien van het aanbod volledig gebruik wordt gemaakt de aandelen aan de koper te leveren tegen gelijktijdige betaling van de koopsom. Hieruit volgt dat ook de vordering onder 9. moet worden afgewezen.

4.11.

[eiseres] stelt tot slot dat [gedaagde sub 3] als gevestigd apotheker van [gedaagde sub 1] niet bevoegd is om [gedaagde sub 1] te vertegenwoordigen, omdat deze bevoegdheid bij het statutaire bestuur van [gedaagde sub 1] ligt. Uit hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, volgt dat ook dit deel van de vordering, onderdeel 10., moet worden afgewezen.

4.12.

[eiseres] zal in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.13.

De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] worden begroot op:

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.517,00

4.14.

De kosten aan de zijde van de niet verschenen gedaagde [gedaagde sub 1] worden begroot op nihil.

in reconventie voorts

4.15.

De voorwaarde waaronder punt 9. van de reconventionele vordering is ingesteld is niet vervuld, zodat dit onderdeel van de vordering onbesproken kan blijven.

4.16.

Uit hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen volgt dat de onderdelen 1. tot en met 6. van de vordering in reconventie op de in het dictum omschreven wijze kunnen worden toegewezen.

4.17.

Ten aanzien van de vordering onder 7. overweegt de rechtbank dat de daar bedoelde termijn reeds geruime tijd is verstreken (zie rechtsoverweging 4.9 van dit vonnis), waaruit volgt dat toewijzing van deze vordering niet mogelijk is. Dat [gedaagde sub 1] B.V. reeds onherroepelijk gevolmachtigd is om over te gaan tot verkoop van de aandelen en deze tegen gelijktijdige betaling van de koopsom aan koper te leveren, volgt overigens uit deze zelfde rechtsoverweging.

4.18.

[eiseres] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] worden begroot op:

- salaris advocaat 226,00 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 452,00)

Totaal € 226,00

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] tot op heden begroot op € 1.517,00, en aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op nihil,

5.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4.

verklaart voor recht dat de bijzondere aanbiedingsplicht ex artikel 15 lid 1 onder g van de statuten van de [gedaagde sub 1] van toepassing is op [eiseres] als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] );

5.5.

verklaart voor recht dat [eiseres] , als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] ), gehouden is haar aandelen aan te bieden aan [gedaagde sub 2] conform de artikelen 14 en 15 van de statuten van [gedaagde sub 1] B;

5.6.

verklaart voor recht dat lid 5 van artikel 15 van de statuten van [gedaagde sub 1] B.V. van toepassing is op [eiseres] , als gevolg van de interne verhanging van de aandelen in [eiseres] per 18 juli 2013 (van [A] naar de [stichting] );

5.7.

verklaart voor recht dat [eiseres] vanaf dertig dagen na 18 juli 2013 geen recht meer heeft de aan haar aandelen verbonden rechten uit te oefenen;

5.8.

verklaart voor recht dat tijdens de AvA van [gedaagde sub 1] d.d. 30 maart 2015 op rechtsgeldige wijze het besluit tot stand is gekomen [eiseres] als statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] te ontslaan, in het verlengde waarvan [gedaagde sub 2] ingaande deze datum als enig statutair bestuurder van [gedaagde sub 1] dient te worden aangemerkt, inclusief alle daaraan verbonden rechten en plichten, waaronder het bij uitsluiting gerechtigd zijn tot het verzorgen en uitvoeren van al hetgeen noodzakelijk is tot het doen van (internet) betalingen via de bankrekening met nummer [rekeningnummer] bij de Rabobank;

5.9.

verklaart voor recht dat [eiseres] verplicht is haar aandelen, ingevolge het bepaalde in artikel 15 lid 2 t/m 5 jo artikel 14 van de statuten van [gedaagde sub 1] B.V., in [gedaagde sub 1] te koop aan te bieden;

5.10.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] tot op heden begroot op € 226,00,

5.11.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.12.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2015.1

1 type: LdW/878 coll: HB/4727