Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8750

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-12-2015
Datum publicatie
09-12-2015
Zaaknummer
16/661101-15 (P)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2017:611
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 21-jarige boekhouder in dienst van FC Utrecht, heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking. De boekhouder heeft samen met zijn 20-jarige broer een overval in scène gezet. De 21-jarige (toenmalige) vriendin van één van de broers - in deze zaak is zij de verdachte- heeft meegewerkt aan de verduistering door de vluchtwagen te besturen. De vrouw is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 dagen waarvan 32 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 120 uur. Daarnaast moeten de verdachte en haar medeverdachten gezamenlijk het verduisterde geld aan FC Utrecht terugbetalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661101-15 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 7 december 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 23 november 2015, waarbij de officier van justitie en de raadsman mr. W. Hendrickx, advocaat te Utrecht, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: anderen heeft geholpen bij het plegen van verduistering in dienstbetrekking van een geldbedrag van € 77.500,00 van FC Utrecht;

subsidiair: zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de raadsman zich primair op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op het moment van het wegnemen van het geld bij het stadion van FC Utrecht was. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat onduidelijk is wat de rol van verdachte is geweest of dat zij wist van het wegnemen van het geld. De raadsman heeft ook aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte heeft gereden in de auto van de ouders van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat de voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid vereiste dubbele opzet ontbreekt en ook dat er op verdachte geen rechtsplicht tot handelen rustte. Ten aanzien van de ten laste gelegde opzetheling heeft de raadsman ook vrijspraak bepleit.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Het verzoek van de raadsman

Verdachte is niet aanwezig geweest bij de behandeling ter zitting van haar strafzaak. De raadsman heeft ter zitting bij pleidooi verzocht om de behandeling van de zaak tegen verdachte aan te houden, indien en voor zover bij de rechtbank toch de behoefte mocht bestaan om verdachte vragen te stellen over het ten laste gelegde en/of haar persoonlijke omstandigheden. De rechtbank wijst dit verzoek af nu de rechtbank het alsnog verschijnen van verdachte niet noodzakelijk vindt. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht over de relevante feiten en omstandigheden; ook waar het de persoon van verdachte betreft.

Betrouwbaarheid verklaring medeverdachte

De raadsman heeft aangevoerd dat de verklaring die medeverdachte en (voormalig) partner [medeverdachte 2] ter terechtzitting als getuige in de zaak tegen verdachte heeft afgelegd terzijde moet worden geschoven. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft de raadsman gewezen op een mogelijk motief dat bij [medeverdachte 2] zou bestaan om juist op dit moment een belastende verklaring over verdachte af te leggen. Dit motief zou zijn gelegen in het recent aan [medeverdachte 2] opgelegde huisverbod vanwege vermeend tegen verdachte gepleegd huiselijk geweld.

De rechtbank ziet hierin geen aanleiding de verklaring die [medeverdachte 2] in de zaak tegen verdachte als getuige ter zitting heeft afgelegd niet te gebruiken voor het bewijs. De verklaring van [medeverdachte 2] over de rol en het aandeel van verdachte in het haar ten laste gelegde vindt voldoende steun in de andere, hieronder aangehaalde, objectieve bewijsmiddelen (chatgesprekken en zendmastgegevens). De rechtbank heeft hierbij mede betekenis toegekend aan het feit dat [medeverdachte 2] al snel na het gebeurde op 26 januari 2015 aan zijn broer [medeverdachte 1] heeft verteld dat verdachte de vluchtauto had bestuurd. Ook is uit de beschikbare gegevens in het dossier gebleken dat er op 28 januari 2015 daadwerkelijk een bedrag van € 1.000,00 op de bankrekening van verdachte is gestort, hetgeen de verklaring van [medeverdachte 2] over de betrokkenheid van verdachte en het storten van geld op haar bankrekening ook ondersteunt.

Met betrekking tot het primair ten laste gelegde

Op 26 januari 2015 hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]2 tussen 19.00 uur en 19.153 uur een geldbedrag van € 77.500,00 weggenomen uit de kluis bij FC Utrecht, gevestigd op het Herculesplein in Utrecht. [medeverdachte 1] was op dat moment als boekhouder werkzaam bij FC Utrecht.4

[medeverdachte 1] heeft het geld uit de kluis in een tas gedaan.5 [medeverdachte 2] heeft de tas met het geld meegenomen en is met die tas naar de auto gelopen waarmee hij naar het stadion van FC Utrecht is gegaan.6

[medeverdachte 2] heeft als getuige ter zitting verklaard dat [verdachte] (hierna: verdachte) en hij voorafgaand aan het wegnemen van het geld samen in de auto naar het stadion van

FC Utrecht aan het Herculesplein zijn gereden. Verdachte was op dat moment de bijrijder. Nadat [medeverdachte 2] het stadion was binnengegaan, heeft verdachte de motor van de auto draaiende gehouden terwijl zij wachtte op de terugkomst van [medeverdachte 2] uit het stadion. Nadat [medeverdachte 2] was teruggekomen bij de auto met een tas met geld , zijn zij naar het Gagelbos in Utrecht gereden en hebben zij het geld daar achtergelaten. [medeverdachte 2] heeft verdachte een dag eerder gevraagd of zij voor hem wilde rijden. Volgens [medeverdachte 2] was verdachte van tevoren op de hoogte en is zij met het plan akkoord gegaan. Van het weggenomen geldbedrag is een geldbedrag van € 1.000,00 op de bankrekening van verdachte gestort.7

De telefoon die op 26 januari 2015 bij verdachte in gebruik was bevond zich om 18.54 uur binnen het zendbereik van het basisstation aan de Mytylweg te Utrecht (de rechtbank begrijpt: in de directe omgeving van het stadion van FC Utrecht).8

Verdachte heeft gebruik gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] .9

Verdachte ( * [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 2] (ME) hebben op en rond 26 januari 2015 onderstaande chatgesprekken gevoerd via WhatsApp:10

Op 25 januari 2015, tussen 13.22.56 uur en 13.24.23 uur:

ME: En heb je hulp nodig

[telefoonnummer] :Wat moet je doen lief

ME: Morgen

ME: Niks schatje

[telefoonnummer] : Hulp met wat lief

[telefoonnummer] : Schatje zeg

ME: Je moet voor me klaarstaan en rijden

ME: Morgen aub?

[telefoonnummer] : Ik ga me best doen

[telefoonnummer] : Oef liefje

ME: Komt goed

Op 26 januari 2015, tussen 11.25.16 uur en 11.29.12 uur:

[telefoonnummer] : Moet poepen als k denk aan vanavond

(….)

ME: K ga me best doen

ME: Als lukt dan zijn we klaar

ME: Als niet lukt dan gaan we strijden voor een baantje

[telefoonnummer] : Ahahaha ja

Op 27 januari 2015, tussen 11.39.15 uur en 11.42.37 uur:

(…)
ME: En lief vandaag kan k je niet zien

ME: Want ga tellen met lange en [naam]

(…)

[telefoonnummer] : We zouden toch morgen samen tellen

ME: Beter vandaag schat

ME: K wil me broer erbij hebben

[telefoonnummer] : Ik wou het ook zien

(….)

[telefoonnummer] : Wilde het gewoon meemaken

Op 27 januari 2015, tussen 12.28.15 uur en 12.46.17 uur:

(….)

[telefoonnummer] : Wat moet k met die andere deel liefje

[telefoonnummer] : Je moet meenemen morgen! K wil het echt zien schatje… Ben zo kk benieuwd

ME: Kan niet liefje

ME: Kan moeilijk thuis laten ofzo

[telefoonnummer] : Oh oke schat

ME: Wil het opbergen

[telefoonnummer] : Waar ga je het doen dan

[telefoonnummer] : Ja waar lief

ME: Weet k nog niet

[telefoonnummer] : Zelfde plek zou k doen

[telefoonnummer] : Tot we box hebben

[telefoonnummer] : Zal k een beetje rond bellen en kijken

ME: Kan

ME: Oke schat

ME: In jou auto denk ik

[telefoonnummer] : [naam] doe in die verbanddoos

(…)
[telefoonnummer] : Dashboard en dan onder reservewiel ofzo schatje

Op 27 januari 2015, tussen 14.17.58 uur en 14.21.10 uur:

ME: Kan je geld ook zien

ME: Heb je dat ook gezien

ME: Is dit de eerste keer dat je zoveel geld ziet

[telefoonnummer] : Nee nooit gezien schat

(…)
ME: Heb je geld mee van me broer

[telefoonnummer] : Ja natuurlijk schat

ME: Waar is jou geld?

[telefoonnummer] : Ook bij mij schatje

ME: Me broer en ik gaan 5k op je ing storten.

[medeverdachte 2] heeft over deze chatgesprekken verklaard dat deze betrekking hadden op het wegnemen van het geld bij FC Utrecht.11

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat:

Primair

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 26 januari 2015 te Utrecht tezamen en in vereniging opzettelijk een geldbedrag ter grootte van 77.500,- euro in contanten dat toebehoorde aan FC Utrecht en welk geldbedrag [medeverdachte 1] uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als financieel medewerker van FC Utrecht onder zich had, wederrechtelijk zich hebben toegeëigend, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 26 januari 2015 te Utrecht opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    [medeverdachte 2] te vervoeren van het Herculesplein te Utrecht, alwaar het FC Utrecht stadion gevestigd is;

  • -

    de motor draaiende te houden, terwijl [medeverdachte 2] naar het stadion van FC Utrecht ging.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezen verklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Medeplichtigheid aan het medeplegen van verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

7 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 dagen, waarvan 32 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis op te leggen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat kan worden volstaan met de oplegging van een straf waarvan de duur gelijk is aan de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft meegewerkt aan het plegen van verduistering in dienstbetrekking van een groot geldbedrag van FC Utrecht. Haar (toenmalige) partner en diens broer hebben een plan bedacht om dit geldbedrag weg te nemen uit de kluis van FC Utrecht nadat het afstorten bij de bank van dit geldbedrag niet was gelukt. Verdachte heeft ermee ingestemd om de vluchtauto te besturen. Voor haar bijdrage heeft verdachte een deel van het weggenomen geld ontvangen. Verdachte is met haar bijdrage aan het feit (en de toezegging vooraf dat zij de auto zou besturen) een belangrijke steun geweest voor, in elk geval, medeverdachte

[medeverdachte 2] .

Verdachte heeft zich kennelijk uitsluitend laten leiden door haar persoonlijke gewin bij dit misdrijf. Verder heeft zij er op geen enkele wijze blijk van gegeven dat zij van de bijzondere ernst van de gevolgen van haar handelen doordrongen is.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 oktober 2015, waaruit volgt dat verdachte niet eerder voor het plegen van strafbare feiten is veroordeeld.

Alles afwegend acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 42 dagen, waarvan 32 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis een passende en geboden reactie op het bewezen verklaarde feit.

9 De vordering van de benadeelde partij

De behandeling van de vordering van FC Utrecht B.V, levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 1.000,00 (duizend euro) aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

De benadeelde partij wordt in het restant van de vordering niet-ontvankelijk ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank bepaalt dat verdachte voor een bedrag van € 1.000,00 aansprakelijk is, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op € 894,00 (achthonderdvierennegentig euro), met dien verstande dat indien en voor zover medeverdachte [medeverdachte 1] (parketnummer 16/705259-15), medeverdachte [medeverdachte 2] (parketnummer 16/661090-15) of medeverdachte [medeverdachte 3] (parketnummer 16/661103-15) of een ander betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd.

10 Beslag

Onder verdachte is een tas met kleding van het merk Esprit in beslag genomen (bekend onder beslagnummer G1359250).

Deze tas met kleding behoort toe aan verdachte. Nu dit voorwerp geheel of grotendeels uit de baten van het onder primair bewezen geachte is verkregen, wordt het voorwerp verbeurdverklaard.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 33a, 36f, 47, 48, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplichtigheid aan het medeplegen van verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 dagen.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 32 dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen.

Vordering benadeelde partij

Wijst de vordering van FC Utrecht toe tot een bedrag van € 1.000,00 (zegge duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 26 januari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan FC Utrecht voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander/anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 894,00 (achthonderdvierennegentig euro), behalve voor zover dit bedrag door of namens medeverdachte [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] of een ander is betaald.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van FC Utrecht, € 1.000,00 (zegge duizend euro) aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 26 januari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 20 dagen, behalve voor zover deze verplichting al door of namens een ander/anderen is voldaan.

De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Beslag

Verklaart verbeurd:

- een tas met kleding van het merk Esprit (voorwerp nummer G1359250).

Dit vonnis is gewezen door mr. N.E.M. Kranenbroek, voorzitter, mr. A.G. Bakker en

mr. R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 december 2015

BIJLAGE: De tenlastelegging

Primair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 26 januari 2015 te Utrecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

een (groot) geldbedrag (ter grootte van ongeveer 77.500,- euro in contanten),

in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorden aan FC

Utrecht, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

en welk geldbedrag [medeverdachte 1] uit hoofde van zijn persoonlijke

dienstbetrekking als financieel medewerker van FC Utrecht, in elk geval anders

dan door misdrijf onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 26 januari 2015 te

Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland opzettelijk behulpzaam

is geweest door

- [medeverdachte 2] te vervoeren van en/of naar Herculesplein te Utrecht, alwaar het FC Utrecht stadion gevestigd is;

- de motor draaiende te houden, terwijl [medeverdachte 2] naar het stadion van FC Utrecht ging;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 322 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

zij in of omstreeks de periode van 26 januari 2015 tot en met 28 januari 2015

te Utrecht, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal,

(telkens) een auto (merk Volkswagen) en/of een geldbedrag (250 euro in

contanten) en/of een tas (merk Michael Kors) en/of drie kledingstukken (merk

Esprit) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl zij en/of haar mededader(s) ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) en/of geld (telkens) wist(en),

dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) en/of geld betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 De verklaring van [medeverdachte 1] van 29 januari 2015, pagina 50 (proces-verbaal van voorgeleiding).

3 Het proces-verbaal bevindingen spoedhisto lijn 9822 van 29 januari 2015, pagina 21 (proces-verbaal van voorgeleiding).

4 Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens FC Utrecht van 9 februari 2015, pagina 30 en 31 (einddossier).

5 De verklaring van [medeverdachte 1] van 29 januari 2015, pagina 50 (proces-verbaal van voorgeleiding).

6 De verklaring van [medeverdachte 2] van 10 februari 2015, pagina 98 (einddossier).

7 De verklaring van getuige [medeverdachte 2] , afgelegd tijdens de terechtzitting op 23 november 2015.

8 Het proces-verbaal van bevindingen betreffende histo’s van 29 mei 2015.

9 De verklaring van verdachte van 29 januari 2015, pagina 62 (proces-verbaal van voorgeleiding).

10 Het proces-verbaal van bevindingen WhatsApp van 20 februari 2015, pagina 87 tot en met 90 (einddossier).

11 De verklaring van getuige [medeverdachte 2] , afgelegd tijdens de terechtzitting op 23 november 2015.