Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8741

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
15-07-2015
Datum publicatie
30-12-2015
Zaaknummer
849239 \ AC EXPL 13-389
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwaringszaak. Verdeling onderlinge draagplicht ten aanzien van schadevergoeding aan werknemer. In kader van art. 6:10 j 6:101 (j 6:102) BW. Aannemer/opdrachtgever 80%, onderaannemer/werkgever 20%. Zie ook hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0004
AR 2015/2722

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht

kantonrechter

locatie Amersfoort

zaaknummer: 849239 AC EXPL 13-389 HV/1316

Vonnis in de vrijwaring van 15 juli 2015

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Alfasecure B.V.,

gevestigd te Veenendaal ,

verder ook te noemen Alfasecure,

eisende partij,

gemachtigde: mr. M.A.R.C. Padberg,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

verder ook te noemen [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde sub 2] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J. Streefkerk.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 3 juli 2013 waarin een comparitie is gelast, gelijktijdig met de comparitie in de hoofdzaak met zaaknummer 830893 AC EXPL 12-5678;

  • -

    de brief van Alfasecure van 19 juli 2013 waarbij een productie is overgelegd;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 29 juli 2013;

  • -

    de akte van Alfasecure van 28 augustus 2013 (betreffende opgave getuigen, ook voor [gedaagde sub 1] );

  • -

    het proces-verbaal van het getuigenverhoor zijdens Alfasecure, [gedaagde sub 1] (en [gedaagde sub 2] ) van 14 mei 2014;

  • -

    de brief van Alfasecure van 4 juni 2014 waarin is verzocht een verbetering (herstel) aan te brengen in het proces-verbaal (betreffende de verklaring van [A] ) van 14 mei 2014 en de schriftelijke reactie daarop van [gedaagde sub 1] (en [gedaagde sub 2] ) van 11 juni 2014. Bij brieven van 19 juni 2014 is partijen bericht gegeven dat de kantonrechte het verzoek van Alfasecure heeft afgewezen en dat de brief van Alfasecure achter het proces-verbaal zal worden gehecht;

  • -

    het proces-verbaal van het getuigenverhoor zijdens [B] van 21 juli 2014;

  • -

    de conclusie na getuigenverhoor van Alfasecure;

  • -

    de conclusie na getuigenverhoor in vrijwaring van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen enerzijds Alfagroup B.V. (hierna: Alfagroup) dan wel Alfasecure en anderzijds [gedaagde sub 1] is in de periode tussen 9 december 2008 en 16 maart 2009 een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan [gedaagde sub 1] aan Alfagroup dan wel Alfasecure als onderaannemer de afmontage en inbedrijfstelling van het brand- en inbraakalarmsysteem voor het bouwproject Interconfessionele Scholengroep Westland (ISW) te Naaldwijk heeft uitbesteed. De aangenomen werkzaamheden werden uitgevoerd door werknemers van Alfasecure.

[gedaagde sub 1] op haar beurt had de deelopdracht ‘realisering van de elektrotechnische installaties’ ten aanzien van dit bouwproject aangenomen van hoofdaannemer [C] en was sinds oktober/november 2008 bezig met het aanbrengen van de bekabeling.

2.2.

[B] , geboren op [1980] , en in dienst van Alfasecure in de functie ‘monteur van beveiligingsinstallaties’ was sinds medio/eind april 2009 werkzaam op voornoemd project. Projectleider voor Alfagroup dan wel Alfasecure was [D] (directeur van beide vennootschappen). Projectleider voor [gedaagde sub 1] was [E] (elektricien bij [gedaagde sub 1] ).

2.3.

Op 4 juni 2009 omstreeks 8.20 uur is [B] een ongeval overkomen in een van de lokalen van het bouwproject. Daarbij waren aanwezig [A] (monteur in dienst van Alfasecure) en [gedaagde sub 2] (monteur in dienst van [gedaagde sub 1] ).

Twintig tot dertig rechtopstaande rollen linoleumtapijt bevonden zich voor de plek waar de afmontage door de werknemers van Alfasecure moest plaatsvinden. Nadat met een of meer rollen is geschoven door [gedaagde sub 2] is één of meer van die rollen omgevallen en zijn ook andere rollen in beweging gekomen. Een aantal daarvan is op [B] gevallen. Daarbij is het gezicht van [B] geraakt, is zijn bril afgeslagen en is zijn rechtervoet beklemd geraakt. [B] is naar de huisartsenpost en aansluitend naar het ziekenhuis te Delft gebracht. Hier is verbrijzeling van de middenvoetsbeentjes en de kapsels vastgesteld. Met betrekking tot het ongeval is een formulier ‘Melding ongeval, incident of gevaarlijke situatie’ ingevuld.

2.4.

Na het ongeval kon [B] zijn werkzaamheden als ‘monteur van beveiligingsinstallaties’ niet meer verrichten. De arbeidsovereenkomst tussen [B] en Alfasecure is door opzegging door [B] beëindigd per 1 oktober 2009. [B] is per die datum in dienst getreden van (zijn oude werkgever) [bedrijf] .

2.5.

Bij brief van 22 september 2009 heeft [B] Alfasecure op grond van artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek (BW) voor het hem overkomen ongeval aansprakelijk gesteld. Bij brief van 22 oktober 2009 heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van Alfasecure (Aegon Schadeverzekering N.V., hierna: Aegon) deze aansprakelijkheid van de hand gewezen en [B] verwezen naar [gedaagde sub 1] (als werkgever van [gedaagde sub 2] ). Daarbij is vermeld dat [gedaagde sub 1] ook namens Alfasecure aansprakelijk is gesteld.

Bij brief van 6 juli 2010 aan Aegon heeft [B] zijn aansprakelijkheidsstelling van Alfasecure gehandhaafd.

2.6.

Bij brief van 26 oktober 2009 heeft [B] [gedaagde sub 1] aansprakelijk gesteld. Bij brief van 11 juni 2010 heeft de assuradeur van [gedaagde sub 1] (AON Risk Solutions, hierna: AON) deze aansprakelijkheid van de hand gewezen. Bij brief van 6 juli 2010 aan AON heeft [B] zijn aansprakelijkheidsstelling van Alfasecure gehandhaafd.

AON heeft de zaak doorverwezen naar haar aansprakelijkheidsverzekeraar Zurich Insurance plc (hierna: Zurich), die bij brief van 8 maart 2011 de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 1] heeft afgewezen.

2.7.

Bij brief van 4 augustus 2011 heeft [B] Aegon een voorlopige schadestaat betreffende de door hem geleden schade als gevolg van het hem overkomen ongeval doen toekomen. De totale schade is hierin begroot op € 100.908,79 + P.M. (zijnde wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten). Bij brief van 4 oktober 2011 heeft [B] Zurich deze voorlopige schadestaat doen toekomen.

Aegon heeft op 10 augustus 2011 [F] , registerexpert personenschade/mediator bij [naam kantoor risicoanalisten en schadetaxateurs] (hierna: [F] ), nader onderzoek laten uitvoeren naar de schade van [B] . [F] heeft hierover bij brief van 19 september 2011 aan Aegon gerapporteerd, op basis van een bespreking met [B] en de door Aegon verstrekte gegevens. [F] heeft de schade van [B] (op basis van de anamnese van [B] ) begroot op € 114.838,97 (en heeft daarbij aangegeven dat voor meer zekerheid een nadere beoordeling van de medische gegevens met daarbij een onafhankelijke expertise noodzakelijk zou zijn).

2.8.

Bij brief van 7 augustus 2012 heeft (de gemachtigde van) [B] aan [gedaagde sub 2] medegedeeld dat hij, vanwege zijn persoonlijke betrokkenheid bij het [B] overkomen ongeval, naast Alfasecure en [gedaagde sub 1] zal worden gedagvaard inzake de aansprakelijkheid en de schade.

2.9.

Bij brief van 26 augustus 2009 heeft (mr. G. de Gelder namens) Alfasecure [gedaagde sub 1] aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade als gevolg van het [B] op 4 juni 2009 overkomen ongeval. Dit betreft de door Alfasecure door te betalen loonkosten tijdens de arbeidsongeschiktheid van [B] en de met de re-integratie van [B] verband houdende kosten. Bij brief van 25 januari 2010 heeft Aon, namens [gedaagde sub 1] , laten weten dat de zaak ter beoordeling is doorgeleid aan de verzekeraars.

3 Het geschil

3.1.

Alfasecure vordert in de vrijwaring dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk, althans [gedaagde sub 1] , althans [gedaagde sub 2] , veroordeelt:

  1. om aan Alfasecure te betalen al datgene waartoe Alfasecure als gedaagde mocht worden veroordeeld bij vonnis in de hoofdzaak met zaaknummer 830893 AC EXPL 12-5678;

  2. om aan Alfasecure te betalen de geleden schade in verband met de doorbetaling van loon aan [B] ten bedrage van € 5.034,04, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 26 augustus 2009;

  3. in de kosten van de procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaring.

3.2.

Alfasecure legt aan haar vordering in de vrijwaring ten grondslag dat het [B] overkomen ongeval is veroorzaakt door een fout (artikel 6:162 BW) van [gedaagde sub 2] , waarvoor [gedaagde sub 1] aansprakelijk is ingevolge artikel 6:170 BW. Daarnaast had [gedaagde sub 1] (ook contractueel) de feitelijke leiding, het toezicht en een instructiebevoegdheid jegens [B] op de locatie waar de betreffende werkzaamheden werden verricht. Anders gezegd: op [gedaagde sub 1] rustte de zorgplicht voor de veiligheid van [B] in de zin van artikel 7:658 lid 1 (j° lid 4 BW). Alfasecure had niet of nauwelijks zeggenschap over de omstandigheden waarin haar werknemer de werkzaamheden moest verrichten.

3.3.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren gemotiveerd verweer tegen de vordering in de vrijwaring van Alfasecure met als conclusie dat de kantonrechter deze afwijst, met veroordeling van Alfasecure in de kosten van de procedure.

3.4.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] leggen in de eerste plaats aan hun verweer ten grondslag dat met betrekking tot de werkzaamheden van [B] uitsluitend Alfasecure zeggenschap uitoefende. Op Alfasecure rustte een zelfstandige zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW. Alfasecure is zelf tekortgeschoten in het geven van instructies, [gedaagde sub 1] is daarvoor niet verantwoordelijk. Ook contractueel zijn daarover geen afspraken gemaakt.

In de tweede plaats (en los daarvan) heeft [gedaagde sub 1] zelf voldoende en adequate instructies verstrekt aan [B] en [A] (bij de aanvang van de werkzaamheden).

In de derde plaats heeft [gedaagde sub 2] niet onzorgvuldig of onrechtmatig gehandeld. [B] , [A] en [gedaagde sub 2] hebben gezamenlijk besloten de rollen linoleum te verplaatsen en daar uitvoering aan gegeven. Deze beslissing was niet onverantwoord. Het ongeval is te wijten aan een ongelukkige samenloop van omstandigheden, die redelijkerwijs niet was te voorzien.

Ten vierde dient de gedraging van [gedaagde sub 2] ingevolge artikel 6:171 BW te worden toegerekend aan Alfasecure, nu [gedaagde sub 2] ten tijde van het ongeval werk verrichtte ter uitoefening van het bedrijf van Alfasecure. Hij assisteerde de medewerkers van Alfasecure bij de uitvoering van hun taak.

Indien tot slot [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] naast Alfasecure aansprakelijk zouden zijn, komt de vordering van Alfasecure slechts voor gedeeltelijke toewijzing in aanmerking naar rato van de onderlinge aansprakelijkheidsverhouding. Overigens wordt het (doorbetaalde) arbeidsverzuim van Alfasecure gedurende de gestelde maanden en als gevolg van het ongeval betwist.

3.5.

Op wat partijen verder over en weer hebben aangevoerd wordt hierna - voor zover relevant - nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Nu in de hoofdzaak met nummer 830893 AC EXPL 12-5678 is geoordeeld dat Alfasecure (hoofdelijk met [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ) aansprakelijk is voor de door [B] als gevolg van het ongeval op 4 juni 2009 geleden schade, beschouwt de kantonrechter de vordering in de vrijwaring als een vordering om de onderlinge draagplicht tussen partijen in de zin van artikel 6:10 BW vast te stellen. In dat kader dient de schade over hen te worden verdeeld met overeenkomstige toepassing van artikel (6:102 j°) 6:101 BW, tenzij uit wet of rechtshandeling (bijvoorbeeld de overeenkomst tussen partijen) een andere verdeling voortvloeit. Op grond van artikel 6:101 BW wordt de vergoedingsplicht verdeeld in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt indien - kort gezegd - de billijkheid dit wegens de omstandigheden van het geval eist.

4.2.

Zoals [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] terecht hebben opgemerkt bij conclusie na getuigenverhoren in vrijwaring rust op Alfasecure de stelplicht en bewijslast ten aanzien van de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de schadeveroorzakende gebeurtenis dan wel de verdeling van de schade tussen hen.

4.3.

[gedaagde sub 1] heeft haar standpunt dat niet tussen haar en Alfasecure een overeenkomst bestond, maar tussen haar en Alfagroup kennelijk niet willen handhaven bij conclusie na getuigenverhoor in vrijwaring. De kantonrechter gaat derhalve uit van een overeenkomst tussen [gedaagde sub 1] en Alfasecure.

4.4.

Alfasecure heeft gesteld dat zij met [gedaagde sub 1] contractueel is overeengekomen dat [gedaagde sub 1] verantwoordelijk was voor de veiligheid van de werknemers van Alfasecure op de werkvloer (van het project). [gedaagde sub 1] heeft echter betwist dat zij de zorg voor de veiligheid van de werknemers van Alfasecure contractueel heeft overgenomen. De toepassing van de algemene voorwaarden van Alfasecure (waaruit dit zou blijken) is volgens [gedaagde sub 1] niet (eenduidig) overeengekomen. [gedaagde sub 1] heeft verwezen naar haar aan Alfagroup gerichte inkooporder d.d. 17 maart 2009 (productie 1 bij conclusie van antwoord in vrijwaring).

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Alfasecure haar stelling dat [gedaagde sub 1] de zorg voor haar werknemers contractueel heeft overgenomen in deze procedure (in de vrijwaring) onvoldoende onderbouwd. Dit geldt mede in het licht van de door [gedaagde sub 1] overlegde inkooporder en de daarop genoemde toepassing van algemene voorwaarden van de zijde van [gedaagde sub 1] en de verwerping van andersluidende voorwaarden. Alfasecure is daarop niet specifiek ingegaan. Dit leidt ertoe dat een contractuele tekortkoming van [gedaagde sub 1] niet is komen vast te staan.

4.5.

Het ontbreken van een contractueel overgedragen zorgplicht doet echter niet af aan de feitelijke situatie dat de schade die [B] heeft geleden en lijdt is veroorzaakt door het handelen van [gedaagde sub 2] . Dit is in de hoofdzaak met nummer 830893 AC EXPL 12-5678 als een onrechtmatige daad gekwalificeerd, waarvoor [gedaagde sub 1] op grond van artikel 6:170 BW als werkgever aansprakelijk is. De kantonrechter ziet overigens niet in hoe Alfasecure op haar beurt daarvoor weer aansprakelijk zou moeten worden geacht op grond van artikel 6:171 BW. Alfasecure heeft ook betwist dat [gedaagde sub 2] werkzaamheden verrichtte ter uitoefening van het bedrijf van [gedaagde sub 1] . De stelling van [gedaagde sub 1] vindt ook geen steun in de feiten. [gedaagde sub 2] was door [gedaagde sub 1] aangewezen om, nadat [gedaagde sub 1] de bekabeling had aangebracht, ten behoeve van de afmontage door de werknemers van Alfasecure de kabels aan te wijzen of deze te verleggen als deze niet op de juiste plaats bleken te liggen. Deze werkzaamheden liggen nog steeds in de sfeer van het bedrijf van [gedaagde sub 1] .

4.6.

Daar komt bij dat, noch in de hoofdzaak (zie onder 4.10 in de hoofdzaak) noch in de vrijwaring, is gesteld of gebleken dat en wanneer [gedaagde sub 1] de (door [E] en [gedaagde sub 2] in het getuigenverhoor d.d. 14 mei 2014 genoemde) instructie heeft gegeven dat als werknemers obstakels tegenkomen die verhinderen dat zij hun werk kunnen doen zij dit moeten melden en dat degene van wie het is het obstakel moet opruimen en hoe op de naleving daarvan toezicht is gehouden (artikel 7:658 lid 1 BW). Het gebrek hieraan heeft kunnen bijdragen aan het (gevaarzettende) handelen van [gedaagde sub 2] .

4.7.

Bij gebreke van een contractuele overdracht van Alfasecure van de zorg voor haar werknemers aan [gedaagde sub 1] , had naar het oordeel van de kantonrechter ook van Alfasecure meer verwacht mogen worden ter waarborging van de veiligheid van haar werknemers op de werkplek, ook al was zij maar een kleine speler binnen het grotere bouwproject. De kantonrechter wijst in dat verband op hetgeen is overwogen onder 4.13 in de hoofdzaak.

4.8.

Op basis van de hiervoor genoemde omstandigheden komt de kantonrechter tot het oordeel dat 80% van de oorzaak die (uiteindelijk) de schade van [B] heeft veroorzaakt moet worden toegerekend aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en 20% aan Alfasecure. Daar komt bij dat ook [gedaagde sub 1] in directe verbinding stond met de hoofdaannemer [C] en daarmee de lijnen naar andere door [C] ingeschakelde aannemers korter waren, zodat zij het meer in haar macht had te zorgen voor de verwijdering van obstakels op de werkvloer.

4.9.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen worden veroordeeld om aan Alfasecure te betalen 80% van al datgene waartoe Alfasecure wordt veroordeeld om aan schadevergoeding aan [B] te voldoen.

De kantonrechter wijst erop dat opzet of bewuste roekeloosheid van [gedaagde sub 2] is gesteld noch gebleken (zie ook onder 4.5. in de hoofdzaak), zodat hij ter zake van de schade niet jegens [gedaagde sub 1] aansprakelijk zal zijn (artikel 7:661 BW). Overigens heeft [gedaagde sub 1] ook genoemd dat [gedaagde sub 2] in het geheel niet zal hoeven bijdragen aan de schade en dat hij als werknemer van [gedaagde sub 1] is verzekerd onder haar AVB-verzekering (conclusie na getuigenverhoor in vrijwaring onder 3.8.).

4.10.

De hiervoor vastgestelde verdeling in onderlinge draagplicht wat betreft de schadevergoeding die Alfasecure enerzijds en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aan [B] gehouden zijn te betalen werkt door in het verhaal dat Alfasecure als werkgever van [B] op [gedaagde sub 1] kan nemen wat betreft het tijdens de arbeidsongeschiktheid van [B] doorbetaalde loon (artikel 6:107a lid 2 BW).

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben het verband tussen de arbeidsongeschiktheid van [B] in de periode juni, juli en augustus 2009 en het ongeval d.d. 4 juni 2009 echter betwist, alsmede de hoogte van het tijdens die periode door Alfasecure doorbetaalde loon.

Nu dit aspect in deze procedure nog onvoldoende aan de orde is geweest en de omvang van deze schade onduidelijk is, zal ambtshalve - evenals in de hoofdzaak - een schadevergoeding op te maken bij staat worden uitgesproken (artikel 612 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, Rv).

4.11.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten in de vrijwaring worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van Alfasecure worden begroot op:

- dagvaarding € 89,34

- griffierecht € 896,00

- salaris gemachtigde € 2.400,00 (4 punten x tarief € 600,00)

Totaal € 3.385,34

De informatiekosten worden beperkt, nu de vordering op dit punt niet in overeenstemming is met de landelijk gehanteerde tarieven (vgl. de aanbeveling “Vergoeding kosten uittreksel GBA en KVK” op www.rechtspraak.nl).

4.12.

De door Alfasecure gevorderde hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten in de hoofdzaak zal worden afgewezen. Op dit moment staat niet vast dat deze kosten daadwerkelijk door Alfasecure zullen worden betaald. Voor zover dat wel het geval zal zijn, kan dit in de schadestaatprocedure aan de orde komen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in die zin, dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, tot vergoeding aan Alfasecure van:

  • -

    80% van het bedrag waartoe Alfasecure zal worden veroordeeld ter zake van de door [B] geleden en te lijden schade (zoals genoemd in de hoofdzaak met zaaknummer 830893 AC EXPL 12-5678);

  • -

    80% van de door Alfasecure geleden schade in verband met de doorbetaling van loon aan [B] , op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- de proceskosten in de vrijwaring aan de zijde van Alfasecure, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 3.385,34, waarin begrepen € 2.400,-- aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordeling in de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2015.