Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8699

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2015
Datum publicatie
09-12-2015
Zaaknummer
16/661657-14
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstallen in vereniging en met braak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/661657-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 30 november 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1973] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2015. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort.

Tevens is verschenen mw. [benadeelde 1] , namens de benadeelde partij Hoogvliet BV .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

De zaak van verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de zaak van medeverdachte [medeverdachte] (parketnummer 16/661658-14). Tevens zijn de ontnemingsvorderingen tegen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] behandeld.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

  1. zich op 5 juli 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  2. zich op 5 juli 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan poging diefstal met braak;

  3. zich op 11 mei 2014 in Woudenberg in vereniging schuldig heeft gemaakt aan poging diefstal met braak;

  4. zich op 8 mei 2014 in Woudenberg in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  5. zich in de periode van 28 april 2014 tot en met 29 april 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  6. zich op 4 juni 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan poging diefstal met braak;

  7. zich in de periode van 10 mei 2014 tot en met 12 mei 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  8. zich in de periode van 23 december 2013 tot en met 24 december 2013 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. De officier van justitie acht het onder 8 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte dient van dit feit vrijgesproken te worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft voor alle ten laste gelegde feiten vrijspraak bepleit, nu het dossier volgens haar onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feiten 3, 4, 5 en 7

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het dossier voor deze feiten onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Het enkele feit dat één van de personen op de camerabeelden van deze inbraken steeds een mogelijk zelfgemaakte bivakmuts draagt en dat bij de aanhouding van verdachte en de medeverdachte een daarop gelijkende bivakmuts met DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen, acht de rechtbank onvoldoende voor bewezenverklaring van verdachtes deelname aan deze feiten. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 8

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank voor de betrokkenheid van verdachte bij het onder 8 ten laste gelegde feit van december 2013 onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig. De camerabeelden van de inbraak zijn van slechte kwaliteit, waardoor geen signalement kan worden gegeven van de daders. Het enkele feit dat uit een vergelijkend werktuigensporenonderzoek volgt dat het braakspoor op de plaats delict waarschijnlijk is veroorzaakt door het breekijzer dat bij de aanhouding in juli 2014 van verdachte en zijn medeverdachte in een tas werd aangetroffen, is naar het oordeel van de rechtbank voor bewezenverklaring onvoldoende. Zij zal verdachte van dit feit vrijspreken.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Bewijsmiddelen feiten 1, 2 en 3

[benadeelde 2] heeft namens Hoogvliet ( Neptunusplein 9 te Amersfoort ) aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 5 juli 2014. [benadeelde 2] heeft verklaard dat hij die nacht omstreeks 3.40 uur werd gebeld door de alarmcentrale dat er een melding was van inbraak in de winkel. Er was een etalageruit van de pui van de winkel kapot. Er waren elf pakjes Drum shag weggenomen.2

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 5 juli 2014, omstreeks 3.30 uur, zag dat er een donkere scooter, met daarop twee personen, stopte bij de Hoogvliet . [getuige 1] heeft verklaard dat één van deze personen met een voorwerp een aantal keer tegen een ruit van de Hoogvliet sloeg, waardoor de ruit kapot ging. [getuige 1] heeft verklaard dat de twee personen naar binnen gingen en enkele minuten later weer op de scooter wegreden. [getuige 1] heeft verklaard dat de beide personen donkere kleding droegen en dat één van de personen witte strepen op zijn donkere jas had.3

Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Hoogvliet heeft bekeken. [verbalisant 1] heeft verklaard dat daarop op het tijdstip 3:28 uur twee personen te zien zijn:

  • -

    persoon 1: zwarte jas met capuchon over het hoofd, zwarte broek met dunne witte bies, grijskleurige schoudertas met bruinkleurige band, witte werkhandschoenen;

  • -

    persoon 2: blauw vest met daarop drie witte strepen op de armen, capuchon met eveneens drie witte strepen.

[verbalisant 1] heeft verklaard dat de personen bij de verkoopkast met rookwaren staan en dat persoon 1 een verkoopkast openmaakt.4

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben verklaard dat zij op 5 juli 2014 omstreeks 3:30 uur hoorden dat er een inbraak plaatsvond bij de Hoogvliet op het Neptunusplein te Amersfoort. Zij zagen vanaf het Euterpeplein een scooter op het trottoir rijden. Op de scooter zaten twee personen. Een droeg een grote blauwe tas. Verbalisanten hebben deze personen kort daarna aangehouden. De bestuurder van de scooter droeg bij zijn aanhouding een zwarte bivakmuts. [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren dat er naast de scooter een grote blauwe tas lag met daarin onder meer meerdere pakjes Drum shag, een breekijzer, een zaklamp en een hoeslaken. Ook werd bij de scooter een grijze bivakmuts aangetroffen.5

De aangetroffen bivakmuts is bemonsterd6 en het monster is naar Independent Forensic Services (IFS) gestuurd voor onderzoek. Het IFS heeft een DNA-mengprofiel gevonden, waaruit een hoofdprofiel kon worden afgeleid. Dit hoofdprofiel heeft een match opgeleverd met het in de databank aanwezige profiel van verdachte.7

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat verdachte bij zijn aanhouding de volgende kleding droeg: een blauw Adidasvest met capuchon, voorzien van drie witte strepen die doorlopen over de mouw, schouder en capuchon, een zwarte Adidas trainingsbroek met drie witte strepen, witte sportschoenen met zilverkleurig logo. Medeverdachte [medeverdachte] droeg bij zijn aanhouding de volgende kleding: een zwart vest met capuchon, een zwarte broek met witte bies vanaf de heup naar beneden, zwarte schoenen met rode, witte en groene strepen, een zwarte zelfgemaakte bivakmuts en grijze of zilverkleurige handschoenen.8

De hierboven weergegeven bewijsmiddelen zijn elk slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop zijn blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Bewijsoverweging feit 1

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan. Blijkens de aangifte en de getuigenverklaring van [getuige 1] is de inbraak gepleegd door twee personen in donkere kleding die zijn weggereden op een donkere scooter. Kort na de inbraak is verdachte aangehouden, terwijl hij op een donkere scooter zat. Verdachte was in het gezelschap van medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte en de medeverdachte passen in de signalementen zoals die op de camerabeelden zijn te zien en door verbalisant [verbalisant 1] zijn beschreven. Bij de verdachten is bovendien een tas aangetroffen met daarin onder meer een breekijzer en pakjes Drum shag. Een bij de scooter aangetroffen bivakmuts is bemonsterd en het gevonden profiel heeft een match opgeleverd met verdachte.

Bewijsmiddelen feit 2 voorts

[benadeelde 3] heeft aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 5 juli 2014 bij de [bedrijf 1] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . [benadeelde 3] heeft verklaard dat hij die nacht omstreeks 3:24 uur werd gebeld door de beheerder van het alarmsysteem van de [bedrijf 1] . Ter plaatse zag [benadeelde 3] dat de toegangsdeur van de winkel was opengebroken en dat er afdrukken van een breekvoorwerp in het kozijn stonden. [benadeelde 3] heeft verklaard dat er niets was weggenomen.9

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 5 juli 2014 omstreeks 3:18 uur een harde klap hoorde en daarna meerdere bonken. [getuige 2] heeft verklaard dat zij voor de [bedrijf 1] twee mannen zag staan en dat deze even later wegreden op een bromfiets.10

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben verklaard dat zij op 5 juli 2014 twee personen op een zwarte scooter hebben aangehouden. [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren dat er naast de scooter een tas lag met daarin onder meer een breekijzer.11

Verbalisant [verbalisant 5] heeft verklaard dat de afgevormde kraslijnbeelden van de [adres] in [vestigingsplaats] zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt door dit breekijzer.12

Bewijsoverweging feit 2

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte is kort na de poging tot inbraak aangehouden op een donkere scooter. Bij hem en de medeverdachte is in de nabijheid op de stoep een tas met daarin onder meer een breekijzer aangetroffen. Uit het vergelijkend werktuigensporenonderzoek blijkt dat het zeer waarschijnlijk is dat met dit breekijzer de braaksporen bij de [bedrijf 1] zijn veroorzaakt. De rechtbank neemt in aanmerking dat de afstand tussen de locaties van de inbraken van feit 1 en feit 2 klein is en dat de diefstallen in dezelfde nacht, kort na elkaar gepleegd zijn door twee mannen met een scooter.

Bewijsmiddelen feit 6 voorts

[benadeelde 4] heeft namens Albert Heijn (Kraailandhof 106 te Hoogland, Amersfoort) aangifte gedaan van een poging inbraak, gepleegd op 4 juni 2014. [benadeelde 4] heeft verklaard dat er een metalen sponning is verbogen en dat er een ruit is stuk geslagen. Het glas was volledig versplinterd. [benadeelde 4] heeft verder verklaard dat er een aantal kastdeurtjes open stonden, maar dat er niets is weggenomen.13

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Albert Heijn heeft bekeken. [verbalisant 4] heeft verklaard dat er twee personen zijn te zien. [verbalisant 4] verklaart dat hij verdachte op de camerabeelden herkent aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als volgt: een blauw Adidas vest met capuchon, voorzien van drie witte strepen die doorlopen over de capuchon en witte/lichte Nike schoenen. De sportschoenen zijn volgens [verbalisant 4] soortgelijk aan de schoenen die verdachte droeg bij zijn aanhouding. [verbalisant 4] herkent de andere persoon op de beelden als [medeverdachte] . [verbalisant 4] herkent [medeverdachte] aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als volgt: licht gekleurde handschoenen, zwarte jas, zwarte broek met op de zijkant een witte streep vanaf de heup naar beneden, een zwarte bivakmuts en zwarte schoenen met een rood motief. Deze schoenen zijn volgens [verbalisant 4] soortgelijk aan de schoen die werd aangetroffen bij de doorzoeking in de woning van [medeverdachte] .14

Bewijsoverweging feit 6

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het laste gelegde feit heeft begaan. Het signalement van de dader, zoals dat door verbalisant [verbalisant 4] beschreven wordt, komt overeen met dat van verdachte. Ook bij zijn aanhouding droeg verdachte lichtgekleurde schoenen en een blauw Adidas vest met drie witte strepen die doorlopen over de mouw, schouder en capuchon. Ook is verdachte weer samen met medeverdachte [medeverdachte] . Verder komt ook de modus operandi van het door hen gezamenlijk gepleegde strafbare feit overeen, te weten het met een breekijzer inslaan of forceren van een ruit of deur teneinde sigaretten buit te kunnen maken. Gelet op de combinatie van deze bijzondere feiten en omstandigheden is de rechtbank de overtuiging toegedaan dat het verdachte is geweest die deze inbraken heeft gepleegd.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1. op 5 juli 2014 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (gelegen aan het Neptunusplein 9 ) heeft weggenomen een hoeveelheid van totaal elf pakjes rookwaren (merk: Drum, type: shag), toebehorende aan Hoogvliet , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2. op 5 juli 2014 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte en medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak, tezamen en in vereniging met een ander, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en zijn mededader de deur van voornoemd pand geforceerd, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

6. op 4 juni 2014 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte en medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (gelegen aan het Kraailandhof 106) weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan Albert Heijn, en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak, tezamen en in vereniging met een ander, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en zijn mededader het glas van de schuifdeur versplinterd en de ruit uit zijn sponning verbogen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

Feiten 2 en 6

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest, wordt opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte van alle feiten dient te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat aan verdachte een taakstraf wordt opgelegd, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke straf. De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van een bedrijfsinbraak en twee pogingen daartoe. Al deze feiten veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar zorgen ook voor veel frustratie bij de betreffende winkeliers, die aan de afhandeling van dergelijke inbraken vaak veel tijd kwijt zijn en financiële schade ondervinden die niet beperkt is tot de waarde van de weggenomen goederen. Meer in het algemeen veroorzaken dergelijke misdrijven in de samenleving gevoelens van grote onrust en onveiligheid. Verdachte heeft bij zijn handelen alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin en heeft zich totaal niet bekommerd om de gevolgen voor anderen.

Verdachte is, zo blijkt uit het uittreksel justitiële documentatie van 10 november 2015, niet recent veroordeeld voor enig strafbaar feit.

De rechtbank acht een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist passend en geboden, gelet op het feit dat de rechtbank verdachte van een aantal feiten vrijspreekt. De rechtbank heeft bij de straftoemeting gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting voor diefstal uit een bedrijfspand. Daarin wordt tot uitdrukking gebracht welke straffen rechters bij soortgelijke feiten plegen op te leggen. Bij een zogenaamde first offender geldt als vertrekpunt van denken een taakstraf voor de duur van 120 uur. Bij recidive geldt als vertrekpunt van denken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken (per inbraak). Verdachte is weliswaar een first offender, maar ten laste van hem wordt bewezenverklaard dat hij zich aan een voltooide en twee pogingen tot bedrijfsinbraak in betrekkelijk korte tijd heeft schuldig gemaakt. De rechtbank weegt bij de toepassing van deze oriëntatiepunten ten nadele van verdachte mee dat telkens – ook bij de pogingen tot inbraak – in vereniging met een ander flinke schade aan de winkels is toegebracht.

De rechtbank acht het van belang dat verdachte naast een onvoorwaardelijke straf door een stok achter de deur ervan wordt weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet op grond van de beperkte informatie over verdachtes persoon geen aanleiding om aan dit voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden te verbinden.

Alles afwegende acht de rechtbank de navolgende straf passend en geboden:

  • -

    een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van het voorarrest;

  • -

    een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

9 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij Hoogvliet BV heeft een vordering ingediend, welke betrekking heeft op de feiten 1, 3 en 4. De volgende bedragen worden gevorderd:

  • -

    € 1.484,77 aan materiële schade voor feit 1;

  • -

    € 1.574,14 aan materiële schade voor feit 3;

  • -

    € 4.451,69 aan materiële schade voor feit 4.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering volledig en hoofdelijk wordt toegewezen, met wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak van de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bepleit en stelt zich om die reden op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijkheid moet worden verklaard in de vorderingen.

Vordering met betrekking tot feit 1

De rechtbank overweegt dat de behandeling van de vordering van Hoogvliet BV niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft deze vordering onderbouwd met facturen. De rechtbank acht deze vordering toewijsbaar, nu het gaat om rechtstreekse en concrete schade als gevolg van het strafbare feit. De vordering zal daarom hoofdelijk worden toegewezen voor een bedrag van € 1.484,77, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2014.

In het belang van Hoogvliet BV voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Vordering met betrekking tot feiten 3 en 4

De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte de daarop betrekking hebbende ten laste gelegde feiten heeft begaan. Nu de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk zal worden verklaard, acht de rechtbank termen aanwezig om de kosten van partijen te compenseren, aldus dat elke partij de eigen kosten draagt.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde, en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- - spreekt verdachte vrij van hetgeen onder 3, 4, 5, 7 en 8 is tenlastegelegd;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

- Feit 1

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

- Feiten 2 en 6

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 240 uren, met bevel, voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis wordt toegepast van 120 dagen;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van deze straf in mindering zal worden gebracht, waarbij 2 uur wordt afgetrokken per dag doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

- stelt daarbij als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

Vordering benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet BV ( Neptunusplein 9 , Amersfoort ) van € 1.484,77, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 5 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte in zoverre niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Hoogvliet BV , € 1.484,77 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2014, bij niet-betaling te vervangen door 24 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij Hoogvliet BV ( Parallelweg 2 , Woudenberg ) voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

- compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt;

Opheffing bevel VH

- heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.P. Glerum, voorzitter,

mr. E.A.A. van Kalveen en mr. R.G.A. Beaujean, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 november 2015.

Mr. Beaujean is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

1. hij op of omstreeks 05 juli 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan het Neptunusplein 9 ) heeft weggenomen een hoeveelheid van totaal (ongeveer) elf pakjes rookwa(a)r(en) (merk: Drum, type: shag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet /benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2. hij op of omstreeks 05 juli 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] /benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) de deur van voornoemd pand ontzet en/of geforceerd en/of vernield, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3. hij op of omstreeks 11 mei 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (aan de Parallelweg 22 ) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet /benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) een ruit (aan de voorzijde van het pand) geforceerd en/of vernield, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4. hij op of omstreeks 08 mei 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (aan de Parallelweg 22 ) heeft weggenomen en/of vertrapt een hoeveelheid rookwa(a)r(en) met een geldelijke waarde van totaal (ongeveer) 2141 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet /benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5. hij in of omstreeks de periode van 28 april 2014 tot en met 29 april 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (aan de Albert Schweitzersingel 92) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwa(a)r(en) met een geldelijke waarde van totaal (ongeveer) 3052,45 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6. hij op of omstreeks 04 juni 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan het Kraailandhof 106) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) het glas van de schuifdeur (volledig) versplinterd en/of de ruit uit zijn sponning gebracht en/of verbogen en/of geforceerd en/of vernield, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7. hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2014 tot en met 12 mei 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan de Albert Schweitzersingel 92) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwa(a)r(en) met een geldelijke waarde van totaal (ongeveer) 3231,45 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

8. hij in of omstreeks de periode van 23 december 2013 tot en met 24 december 2013 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen

  • -

    (uit een kassalade) een geldbedrag van (ongeveer) 550 euro en/of;

  • -

    (uit een zwart lederen portemonnee) een geldbedrag van (ongeveer) 500 euro en/of;

  • -

    (uit een enveloppe) een geldbedrag van (ongeveer) 15 euro;

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] /benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met code PL0900-2014181274 Z (sluitingsdatum 29 augustus 2015) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van 1 tot en met 519. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 2] , namens Hoogvliet d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 64 – 66.

3 Proces-verbaal getuige [getuige 1] d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 72 – 73.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 67 – 68.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 29 – 30.

6 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 23 september 2014, opgenomen op p. 421 – 422.

7 Rapport IFS d.d. 31 december 2014, opgenomen op p. 425 – 428.

8 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 1.

9 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 3] d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 74 – 75.

10 Proces-verbaal getuige [getuige 2] d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 179 – 180.

11 Proces-verbaal bevindingen d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 29 – 35.

12 Proces-verbaal werktuigsporenonderzoek d.d. 27 augustus 2014, opgenomen op p. 406 – 408.

13 Proces-verbaal aangifte [benadeelde 4] , namens Albert Heijn d.d. 5 juni 2014, opgenomen op p. 300 – 301.

14 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 12 – 13.