Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8698

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2015
Datum publicatie
07-12-2015
Zaaknummer
16/661658-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstallen in vereniging en met braak. Belediging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummers: 16/661658-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 30 november 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte 1]

geboren op [1967] te [geboorteplaats] ,

wonende [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2015. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht.

Tevens is verschenen mw. C. Huisman, namens de benadeelde partij Hoogvliet BV.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

De zaak van verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de zaak van medeverdachte [medeverdachte] (parketnummer 16/661657-14). Tevens zijn de ontnemingsvorderingen tegen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] behandeld.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

  1. zich op 5 juli 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  2. zich op 5 juli 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan poging diefstal met braak;

  3. zich op 11 mei 2014 in Woudenberg in vereniging schuldig heeft gemaakt aan poging diefstal met braak;

  4. zich op 8 mei 2014 in Woudenberg in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  5. zich in de periode van 28 april 2014 tot en met 29 april 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  6. zich in de periode van 25 april 2014 tot en met 26 april 2014 in Amersfoort schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  7. zich op 4 juni 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan poging diefstal met braak;

  8. zich in de periode van 10 mei 2014 tot en met 12 mei 2014 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  9. zich in de periode van 23 december 2013 tot en met 24 december 2013 in Amersfoort in vereniging schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak;

  10. zich op 26 september 2014 in Amersfoort schuldig heeft gemaakt aan belediging van agenten.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de onder 1 tot en met 8 en onder 10 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. De officier van justitie acht het onder 9 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte dient van dit feit vrijgesproken te worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft voor de onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde feiten vrijspraak bepleit, nu het dossier volgens hem onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. De raadsman acht het onder 10 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 9

Evenals de officier van justitie en de verdediging, acht de rechtbank voor de betrokkenheid van verdachte bij het onder 9 ten laste gelegde feit van december 2013 onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig. De camerabeelden van de inbraak zijn van slechte kwaliteit, waardoor geen signalement kan worden gegeven van de daders. Het enkele feit dat uit een vergelijkend werktuigensporenonderzoek volgt dat het braakspoor op de plaats delict waarschijnlijk is veroorzaakt door het breekijzer dat bij de aanhouding in juli 2014 van verdachte en zijn medeverdachte in een tas werd aangetroffen, is naar het oordeel van de rechtbank voor bewezenverklaring onvoldoende. Zij zal verdachte van dit feit vrijspreken.

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Bewijsmiddelen feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8

[aangever 1] heeft namens Hoogvliet ( [adres] ) aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 5 juli 2014. [aangever 1] heeft verklaard dat hij die nacht omstreeks 3.40 uur werd gebeld door de alarmcentrale dat er een melding was van inbraak in de winkel. Er was een etalageruit van de pui van de winkel kapot. Er waren elf pakjes Drum shag weggenomen.2

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 5 juli 2014, omstreeks 3.30 uur, zag dat er een donkere scooter, met daarop twee personen, stopte bij de Hoogvliet. [getuige 1] heeft verklaard dat één van deze personen met een voorwerp een aantal keer tegen een ruit van de Hoogvliet sloeg, waardoor de ruit kapot ging. [getuige 1] heeft verklaard dat de twee personen naar binnen gingen en enkele minuten later weer op de scooter wegreden. [getuige 1] heeft verklaard dat de beide personen donkere kleding droegen en dat één van de personen witte strepen op zijn donkere jas had.3

Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Hoogvliet heeft bekeken. [verbalisant 1] heeft verklaard dat daarop op het tijdstip 3:28 uur twee personen te zien zijn:

  • -

    persoon 1: zwarte jas met capuchon over het hoofd, zwarte broek met dunne witte bies, grijskleurige schoudertas met bruinkleurige band, witte werkhandschoenen;

  • -

    persoon 2: blauw vest met daarop drie witte strepen op de armen, capuchon met eveneens drie witte strepen.

[verbalisant 1] heeft verklaard dat de personen bij de verkoopkast met rookwaren staan en dat persoon 1 een verkoopkast openmaakt.4

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben verklaard dat zij op 5 juli 2014 omstreeks 3:30 uur hoorden dat er een inbraak plaatsvond bij de Hoogvliet op het [adres] . Zij zagen vanaf het Euterpeplein een scooter op het trottoir rijden. Op de scooter zaten twee personen. Een droeg een grote blauwe tas. Verbalisanten hebben deze personen kort daarna aangehouden. [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren dat er naast de scooter een grote blauwe tas lag met daarin onder meer meerdere pakjes Drum shag, een breekijzer, een zaklamp en een hoeslaken. Ook werd bij de scooter een grijze bivakmuts aangetroffen.5

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat verdachte bij zijn aanhouding de volgende kleding droeg: een zwart vest met capuchon, een zwarte broek met witte bies vanaf de heup naar beneden, zwarte schoenen met rode, witte en groene strepen, een zwarte zelfgemaakte bivakmuts en grijze of zilverkleurige handschoenen. Medeverdachte [medeverdachte] droeg bij zijn aanhouding de volgende kleding: een blauw Adidasvest met capuchon, voorzien van drie witte strepen die doorlopen over de mouw, schouder en capuchon, een zwarte Adidas trainingsbroek met drie witte strepen, witte sportschoenen met zilverkleurig logo.6

De hierboven weergegeven bewijsmiddelen zijn elk slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop zijn blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Bewijsoverweging feit 1

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan. Blijkens de aangifte en de getuigenverklaring van [getuige 1] is de inbraak gepleegd door twee personen in donkere kleding die zijn weggereden op een donkere scooter. Kort na de inbraak is verdachte aangehouden, terwijl hij op een donkere scooter reed. Verdachte was in het gezelschap van medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte en de medeverdachte passen in de signalementen zoals die op de camerabeelden zijn te zien en door verbalisant [verbalisant 1] zijn beschreven. Bij de verdachten is bovendien een tas aangetroffen met daarin onder meer een breekijzer, een hoeslaken en pakjes Drum shag.

Bewijsmiddelen feit 2 voorts

[aangever 2] heeft aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 5 juli 2014 bij de Bruna aan de [adres] . [aangever 2] heeft verklaard dat hij die nacht omstreeks 3:24 uur werd gebeld door de beheerder van het alarmsysteem van de Bruna. Ter plaatse zag [aangever 2] dat de toegangsdeur van de winkel was opengebroken en dat er afdrukken van een breekvoorwerp in het kozijn stonden. [aangever 2] heeft verklaard dat er niets was weggenomen.7

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 5 juli 2014 omstreeks 3:18 uur een harde klap hoorde en daarna meerdere bonken. [getuige 2] heeft verklaard dat zij voor de Bruna twee mannen zag staan en dat deze even later wegreden op een bromfiets.8

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hebben verklaard dat zij op 5 juli 2014 twee personen op een zwarte scooter hebben aangehouden. [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren dat er naast de scooter een tas lag met daarin onder meer een breekijzer.9

Verbalisant [verbalisant 5] heeft verklaard dat de afgevormde kraslijnbeelden van de [adres] zeer waarschijnlijk zijn veroorzaakt door dit breekijzer.10

Bewijsoverweging feit 2

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte is kort na de poging tot inbraak aangehouden op een donkere scooter, waarbij bij hem en de medeverdachte een tas met daarin onder meer een breekijzer is aangetroffen. Uit het vergelijkend werktuigensporenonderzoek blijkt dat het zeer waarschijnlijk is dat met dit breekijzer de braaksporen bij de Bruna zijn veroorzaakt. De rechtbank neemt in aanmerking dat de afstand tussen de locaties van de inbraken van feit 1 en feit 2 klein is en dat de diefstallen in dezelfde nacht, kort na elkaar gepleegd zijn door twee mannen met een scooter.

Bewijsmiddelen feit 3 ,4, 5, 6, 7 en 8 voorts

[aangever 3] heeft namens Hoogvliet ( [adres] ) aangifte gedaan van poging diefstal, gepleegd op 11 mei 2014. [aangever 3] heeft verklaard dat er bij de hoofdingang van de winkel een ruit geforceerd was, maar dat er niets was weggenomen.11

Op 12 mei 2014 is bij forensisch onderzoek bloed aangetroffen en bemonsterd op het kozijn van de ingeslagen ruit van de toegangsdeur. Dit monster is naar het NFI gestuurd voor onderzoek.12 Het NFI heeft een match geconstateerd tussen het DNA-profiel uit het monster en het in de databank aanwezige profiel van verdachte.13

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Hoogvliet heeft bekeken. [verbalisant 4] heeft verklaard dat er twee personen te zien zijn. [verbalisant 4] verklaart dat hij verdachte op de camerabeelden herkent aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als volgt: grijs of zilverkleurige handschoenen, een zwarte jas, een zwarte broek met op de zijkant een witte streep vanaf de heup naar beneden en een zwarte bivakmuts.14

Bewijsoverweging feit 3

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De rechtbank acht de verklaring van verdachte voor het aantreffen van het bloedspoor – te weten dat hij in die tijd regelmatig bij deze Hoogvliet boodschappen deed en soms een bloedneus had – onaannemelijk, nu wordt beschreven dat het bloedspoor op het kozijn van de ingeslagen ruit van de toegangsdeur ten tijde van het aantreffen daarvan in de nachtelijke uren nog niet was opgedroogd.

Bewijsmiddelen feiten 4, 5, 6 en 7 voorts

[aangever 3] heeft namens Hoogvliet ( [adres] ) aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 8 mei 2014. [aangever 3] heeft verklaard dat er een ruit was vernield, dat de schuifdeuren geforceerd zijn en dat er sigaretten zijn weggenomen, met een totale waarde van € 2.000,-.15

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Hoogvliet heeft bekeken. [verbalisant 4] heeft verklaard dat er twee personen te zien zijn. [verbalisant 4] verklaart dat hij verdachte op de camerabeelden herkent aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als volgt: lichte gekleurde handschoenen, donkere jas, donkere broek met op de zijkant een witte of lichtgekleurde streep en een donkere bivakmuts.16

Bewijsoverweging feit 4

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. Het signalement van de dader, zoals dat door verbalisant [verbalisant 4] beschreven wordt, komt overeen met dat van verdachte. Dit signalement komt bovendien overeen met het signalement van één van de daders van de poging inbraak bij Hoogvliet op 11 mei 2014. Hiervan heeft de rechtbank reeds bewezen geacht dat het verdachte is geweest die de poging inbraak heeft gepleegd. Verder komt ook de modus operandi overeen, te weten het met een breekijzer of ander breekvoorwerp forceren van een ruit of deur van een supermarkt teneinde in vereniging met een ander sigaretten buit te maken. Gelet op de combinatie van al deze feiten en omstandigheden is de rechtbank de overtuiging toegedaan dat het verdachte is geweest die deze inbraak heeft gepleegd.

Bewijsmiddelen feit 5 in het bijzonder, alsmede 6, 7 en 8 voorts

[aangever 4] heeft namens Albert Heijn ( [adres] ) aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 29 april 2014. [aangever 4] heeft verklaard dat er een ruit beschadigd was, dat er schade was aan de sigarettencorner en dat er meerdere sloffen sigaretten waren weggenomen, met een totale waarde van € 3.052,45.17

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Hoogvliet heeft bekeken. [verbalisant 4] heeft verklaard dat er twee personen zijn te zien. [verbalisant 4] verklaart dat hij verdachte op de camerabeelden herkent aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als volgt: licht gekleurde handschoenen, zwarte broek met witte of lichtgekleurde streep op de zijkant en zwarte schoenen met rood motief. [verbalisant 4] heeft verklaard dat deze persoon een geel dekbedovertrek met een bloemmotief en een breekijzer bij zich droeg en dat het dekbedovertrek gelijk is aan twee kussenslopen die zijn aangetroffen bij een doorzoeking op verdachtes woonadres.18

Verbalisant [verbalisant 6] heeft verklaard dat bij de doorzoeking op het adres [adres] de volgende goederen in beslag genomen zijn: twee kussenslopen voorzien van een bloemmotief en een zwarte schoen met een rood Pumateken.19

Bewijsmiddelen feit 6 in het bijzonder, alsmede feiten 5, 7 en 8 voorts

[aangever 5] heeft namens Albert Heijn ( [adres] ) aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 26 april 2014. [aangever 5] heeft verklaard dat er een raam van de ingang was ingeslagen, dat de sigarettenkast was opengebroken en dat er meerdere sloffen sigaretten waren weggenomen, met een totale waarde van € 3.766,70.20

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Albert Heijn heeft bekeken. [verbalisant 4] heeft verklaard dat er twee personen zijn te zien. [verbalisant 4] verklaart dat hij verdachte op de camerabeelden herkent aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als volgt: licht gekleurde handschoenen, zwarte jas, zwarte broek met witte of lichtgekleurde streep op de zijkant, zwarte bivakmuts en zwarte schoenen met rood motief. [verbalisant 4] heeft verklaard dat deze persoon een geel dekbedovertrek met een bloemmotief en een breekijzer bij zich droeg en dat het dekbedovertrek gelijk is aan twee kussenslopen die zijn aangetroffen bij een doorzoeking op verdachtes woonadres.21

Bewijsmiddelen feit 7 in het bijzonder, alsmede feiten 5, 6, en 8 voorts

[aangever 6] heeft namens Albert Heijn ( [adres] te Hoogland, Amersfoort ) aangifte gedaan van een poging inbraak, gepleegd op 4 juni 2014. Kastermans heeft verklaard dat er een metalen sponning is verbogen en dat er een ruit is stuk geslagen. Het glas was volledig versplinterd. Kastermans heeft verder verklaard dat er een aantal kastdeurtjes open stonden, maar dat er niets was weggenomen.22

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Albert Heijn heeft bekeken. [verbalisant 4] verklaart dat hij verdachte op de camerabeelden herkent aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als volgt: licht gekleurde handschoenen, zwarte jas, zwarte broek met witte of lichtgekleurde streep op de zijkant, zwarte bivakmuts en zwarte schoenen met rood motief. [verbalisant 4] heeft verklaard dat deze persoon een breekijzer bij zich droeg.23

Bewijsmiddelen feit 8 in het bijzonder en 5, 6 en 7

[aangever 5] heeft namens Albert Heijn ( [adres] ) aangifte gedaan van inbraak, gepleegd op 12 mei 2014. [aangever 5] heeft verklaard dat er een ruit uit het kozijn was gehaald, dat de rolluiken van de sigarettencorner waren opengebroken en dat er sigaretten waren weggenomen, met een totale waarde van € 3.231,45.24

Verbalisant [verbalisant 4] heeft verklaard dat hij de camerabeelden van de inbraak bij de Albert Heijn heeft bekeken. [verbalisant 4] heeft verklaard dat er twee personen zijn te zien. [verbalisant 4] verklaart dat hij verdachte op de camerabeelden herkent aan zijn manier van bewegen, zijn lichaamsbouw en de gedragen kleding. Die kleding beschrijft hij als: licht gekleurde handschoenen, zwarte jas, zwarte broek met witte of lichtgekleurde streep op de zijkant, zwarte bivakmuts en zwarte schoenen met rood motief. [verbalisant 4] heeft verklaard dat deze persoon een breekijzer bij zich droeg.25

Bewijsoverwegingen feiten 5 tot en met 8

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 5 tot en met 8 ten laste gelegde feiten heeft begaan. Het signalement van de dader, zoals dat door verbalisant [verbalisant 4] beschreven wordt, komt steeds overeen met dat van verdachte. Ook bij zijn aanhouding droeg verdachte lichtgekleurde handschoenen, een zwarte bivakmuts en een zwarte broek met witte streep. In de woning waar verdachte verbleef is verder een zwarte schoen met rood motief gevonden, die door verbalisant [verbalisant 4] wordt herkend als een van de schoenen die telkens op de camerabeelden van de inbraken gedragen wordt door de dader met de zwarte broek en witte streep. Bij de doorzoeking op verdachtes woonadres zijn ook twee kussenslopen met bloemmotief gevonden, maar geen dekbedovertrek. Bij de onder 5 en 6 ten laste gelegde feiten wordt steeds gebruik gemaakt van een dekbedovertrek met bloemmotief. Het dekbedovertrek dat op de beelden bij feit 5 en 6 te zien is, is volgens verbalisant [verbalisant 4] soortgelijk aan de kussenslopen die in de woning van verdachte zijn aangetroffen. Verder komt ook de modus operandi telkens overeen, te weten het met een breekijzer inslaan of forceren van een ruit of deur van een supermarkt teneinde in vereniging met een ander sigaretten buit te maken. Voorts is opvallend dat een groot aantal keren een zelfgemaakte bivakmuts werd gebruikt. Gelet op de combinatie van al deze bijzondere feiten en omstandigheden is de rechtbank de overtuiging toegedaan dat het verdachte is geweest die deze inbraken heeft gepleegd.

Feit 10

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Aangezien verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman niet tot vrijspraak heeft gepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 september 201426;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 16 november 2015.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1. op 5 juli 2014 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (gelegen aan het [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid van totaal elf pakjes rookwaren (merk: Drum, type: shag), toebehorende aan Hoogvliet, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

2. op 5 juli 2014 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte en medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan Bruna, en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak, tezamen en in vereniging met een ander, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en zijn mededader de deur van voornoemd pand geforceerd, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3. op 11 mei 2014 te Woudenberg, ter uitvoering van het door verdachte en medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (aan de [adres] ) weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan Hoogvliet, en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak, tezamen en in vereniging met een ander, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en zijn mededader een ruit (aan de voorzijde van het pand) geforceerd, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4. op 8 mei 2014 te Woudenberg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwaren, toebehorende aan Hoogvliet, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

5. op 29 april 2014 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwaren , toebehorende aan Albert Heijn, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

6. op 26 april 2014 te Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwaren , toebehorende aan Albert Heijn, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

7. op 4 juni 2014 te Amersfoort, ter uitvoering van het door verdachte en medeverdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (gelegen aan het [adres] ) weg te nemen goederen van hun gading, toebehorende aan Albert Heijn, en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen door middel van braak, tezamen en in vereniging met een ander, als volgt heeft gehandeld: hebbende hij, verdachte, en zijn mededader het glas van de schuifdeur versplinterd en de ruit uit zijn sponning verbogen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

8. op 12 mei 2014 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwaren met een geldelijke waarde van totaal 3.231,45 euro, toebehorende aan Albert Heijn, waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

10. op 26 september 2014 te Amersfoort, opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , beiden brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden ‘stelletje kankerboeren, kankerlijers, mongolen’.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feiten 1, 4, 5 en 8, telkens

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

Feiten 2, 3, 7, telkens

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

Feit 6

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 10

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden wordt opgelegd, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de strafmaat.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van een vijftal bedrijfsinbraken en drie pogingen daartoe. Een aantal keer vonden deze inbraken kort na elkaar in dezelfde winkel plaats. Al deze feiten veroorzaken niet alleen de nodige materiële schade, maar zorgen ook voor veel frustratie bij de betreffende winkeliers, die aan de afhandeling van dergelijke inbraken vaak veel tijd kwijt zijn en financiële schade ondervinden die niet beperkt is tot de waarde van de weggenomen goederen. Meer in het algemeen veroorzaken dergelijke misdrijven in de samenleving gevoelens van grote onrust en onveiligheid. Verdachte heeft bij zijn handelen alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin en heeft zich totaal niet bekommerd om de gevolgen voor anderen. Verdachte heeft zich daarnaast ook schuldig gemaakt aan belediging van ambtenaren in functie, wat getuigt van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.

Verdachte is, zo blijkt uit het uittreksel justitiële documentatie van 9 november 2015, in het verleden veelvuldig in aanraking geweest met de politie en justitie. Voor een vermogensdelict is hij in 2007 tot een forse gevangenisstraf veroordeeld. Ook is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor belediging van ambtenaren. Verdachte is verder recent nog veroordeeld waardoor de rechtbank bij de strafoplegging rekening zal houden met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat bij het veelvuldig plegen van feiten als de onderhavige een forse straf op zijn plaats is. De rechtbank acht evenwel een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist passend en geboden. Zij heeft daarbij gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting voor diefstal uit een bedrijfspand. Daarin wordt tot uitdrukking gebracht welke straffen rechters bij soortgelijke feiten plegen op te leggen. Bij recidive geldt als vertrekpunt van denken een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken (per inbraak). Bij frequente recidive wordt uitgegaan van 4 maanden gevangenisstraf. De rechtbank beschouwt verdachte in deze zaak als een zware – maar geen frequente – recidivist. Zij weegt bij de toepassing van deze oriëntatiepunten ten nadele van verdachte mee dat telkens – ook bij de pogingen tot inbraak – in vereniging met een ander flinke schade aan de winkels is toegebracht. Ook weegt zij ten nadele van verdachte mee dat hij niet schroomde om in sommige van de winkels in een kort tijdsbestek meer dan eens in te breken. Ten slotte weegt de rechtbank mee dat verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven, alle inbraken stellig heeft ontkend en niet heeft willen meewerken aan een reclasseringsrapportage omtrent zijn persoon. Hierdoor zijn er geen aspecten bekend geworden die ten gunste van verdachte kunnen worden meegewogen. De op te leggen straf is daardoor vooral vergeldend van aard.

Alles afwegende acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

9 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij Hoogvliet BV heeft een vordering ingediend, welke betrekking heeft op de feiten 1, 3 en 4. De volgende bedragen worden gevorderd:

  • -

    € 1.484,77 aan materiële schade voor feit 1;

  • -

    € 1.574,14 aan materiële schade voor feit 3;

  • -

    € 4.451,69 aan materiële schade voor feit 4.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering volledig en hoofdelijk worden toegewezen, met wettelijke rente en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft vrijspraak van de onder 1, 3 en 4 ten laste gelegde feiten bepleit en stelt zich om die reden op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijkheid moet worden verklaard in de vordering.

De rechtbank overweegt dat de behandeling van de vordering van Hoogvliet BV niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1, 3 en 4 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde partij heeft de vordering voor elk feit onderbouwd met facturen. De rechtbank acht de vordering volledig toewijsbaar, nu het gaat om rechtstreekse en concrete schade als gevolg van de strafbare feiten. De vordering zal daarom als volgt worden toegewezen:

  • -

    € 1.484,77 voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2014;

  • -

    € 1.574,14 voor feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2014;

  • -

    € 4.451,69 voor feit 4, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2014.

De rechtbank wijst deze bedragen hoofdelijk toe.

In het belang van Hoogvliet BV voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 27, 36f, 45, 57, 63, 266, 267, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde, en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- - spreekt verdachte vrij van hetgeen onder 9 is tenlastegelegd;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

- Feiten 1, 4, 5 en 8, telkens

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

- Feiten 2, 3, 7, telkens

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldigen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

- Feit 6

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

- Feit 10

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

Vordering benadeelde partij

Feit 1

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet BV van € 1.484,77, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 5 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Hoogvliet BV, € 1.484,77 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2014, bij niet-betaling te vervangen door 24 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Feit 3

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet BV van € 1.574,14, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 11 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Hoogvliet BV, € 1.574,14 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 mei 2014, bij niet-betaling te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Feit 4

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Hoogvliet BV van € 4.451,69, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 8 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Hoogvliet BV, € 4.451,69 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2014, bij niet-betaling te vervangen door 54 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.P. Glerum, voorzitter,

mr. E.A.A. van Kalveen en mr. R.G.A. Beaujean, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 november 2015.

Mr. Beaujean is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan [verdachte 1] wordt ten laste gelegd dat

1. hij op of omstreeks 05 juli 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan het [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid van totaal (ongeveer) elf pakjes rookwa(a)r(en) (merk: Drum, type: shag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2. hij op of omstreeks 05 juli 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Bruna/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn / hun bereik te brengen door middel van braak en/of

verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) de deur van voornoemd pand ontzet en/of geforceerd en/of vernield, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3. hij op of omstreeks 11 mei 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (aan de [adres] ) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) een ruit (aan de voorzijde van het pand) geforceerd en/of vernield, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4. hij op of omstreeks 08 mei 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (aan de [adres] ) heeft weggenomen en/of vertrapt een hoeveelheid rookwa(a)r(en) met een geldelijke waarde van totaal (ongeveer) 2141 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Hoogvliet/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

5. hij in of omstreeks de periode van 28 april 2014 tot en met 29 april 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwa(a)r(en) met een geldelijke waarde van totaal (ongeveer) 3052,45 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

6. hij in of omstreeks de periode van 25 april 2014 tot en met 26 april 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwa(a)r(en) met een geldelijke waarde van totaal (ongeveer) 3766,70 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

7. hij op of omstreeks 04 juni 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en/of medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan het [adres] ) weg te nemen goederen van zijn/hun gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemd pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen/geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) het glas van de schuifdeur (volledig) versplinterd en/of de ruit uit zijn sponning gebracht en/of verbogen en/of geforceerd en/of vernield, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

8. hij in of omstreeks de periode van 10 mei 2014 tot en met 12 mei 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een hoeveelheid rookwa(a)r(en) met een geldelijke waarde van totaal (ongeveer) 3231,45 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

9. hij in of omstreeks de periode van 23 december 2013 tot en met 24 december 2013 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen

  • -

    (uit een kassalade) een geldbedrag van (ongeveer) 550 euro en/of;

  • -

    (uit een zwart lederen portemonnee) een geldbedrag van (ongeveer) 500 euro en/of;

  • -

    (uit een enveloppe) een geldbedrag van (ongeveer) 15 euro;

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ub2000/benadeelde, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

10. hij op of omstreeks 26 september 2014 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant 7] en/of [verbalisant 8] , beiden brigadier van politie Eenheid Midden-Nederland, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "stelletje kankerboeren, kankerlijers, mongolen", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

16-652554-14

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met code PL0900-2014181274 Z (sluitingsdatum 29 augustus 2015) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van 1 tot en met 519. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal aangifte [aangever 1] , namens Hoogvliet d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 64 – 66.

3 Proces-verbaal getuige [getuige 1] d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 72 – 73.

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 67 – 68.

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 29 – 30.

6 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 1.

7 Proces-verbaal aangifte [aangever 2] d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 74 – 75.

8 Proces-verbaal getuige [getuige 2] d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 179 – 180.

9 Proces-verbaal bevindingen d.d. 5 juli 2014, opgenomen op p. 29 – 35.

10 Proces-verbaal werktuigsporenonderzoek d.d. 27 augustus 2014, opgenomen op p. 406 – 408.

11 Proces-verbaal aangifte [aangever 3] , namens Hoogvliet d.d. 11 mei 2015, opgenomen op p. 83 – 84.

12 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 12 mei 2014, opgenomen op p. 87 – 90.

13 Rapport NFI, resultaten DNA-onderzoek d.d. 27 mei 2014, opgenomen op p. 183 – 186.

14 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 6.

15 Proces-verbaal aangifte [aangever 3] , namens Hoogvliet d.d. 12 mei 2014, opgenomen op p. 92 – 94.

16 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 7-8.

17 Proces-verbaal aangifte [aangever 4] namens Albert Heijn d.d. 30 april 2014, opgenomen op p. 210 – 219.

18 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 8.

19 Proces-verbaal binnentreden woning d.d. 10 juli 2014, opgenomen op p. 136 – 137.

20 Proces-verbaal aangifte [aangever 5] , namens Albert Heijn d.d. 30 april 2014, opgenomen op p. 228 – 235.

21 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 9.

22 Proces-verbaal aangifte [aangever 6] , namens Albert Heijn d.d. 5 juni 2014, opgenomen op p. 300 – 301.

23 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 12 – 13.

24 Proces-verbaal aangifte [aangever 5] , namens Albert Heijn d.d. 21 mei 2014, opgenomen op p. 270 – 289.

25 Proces-verbaal bevindingen d.d. 2 april 2015, los proces-verbaal, p. 11.

26 Proces-verbaal bevindingen d.d. 26 september 2014, opgenomen in het dossier met nummer PL0900-2014270542 op p. 3 – 6.