Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8552

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-11-2015
Datum publicatie
02-12-2015
Zaaknummer
16/659568-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor poging doodslag in het verkeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/659568-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 30 november 2015,

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1988] ,

verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Nieuwegein,

Huis van Bewaring locatie Nieuwegein.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door

mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere (waarnemer voor mr. B.J.H. van Rhijn).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair: op 5 augustus 2015 te Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en /of Leerdam als bestuurder van een personenauto heeft geprobeerd [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

Feit 1 subsidiair: op 5 augustus 2015 te Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en /of Leerdam als bestuurder van een personenauto [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht dan wel zware mishandeling;

Feit 2: op 5 augustus 2015 op de A15 tussen Leuven en Meteren ambtenaren van de politie [verbalisant 1] en [verbalisant 2] heeft beledigd;

Feit 3: op 5 augustus 2015 te Meteren zich heeft verzet tegen de opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 2] toen zij hem hadden aangehouden op verdenking van het plegen van een strafbaar feit, op heterdaad ontdekt;

Feit 4: op 5 augustus 2015 te Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en /of Leerdam als bestuurder van een personenauto gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair onder 1 aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan, in die zin dat hij heeft geprobeerd aan [verbalisant 2] , [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Ook acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de overige aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij baseert haar standpunt op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair onder 1 aan hem ten laste gelegde feit. Niet bewezen kan worden dat de verdachte opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, zodat hij van dit feit moet worden vrijgesproken. Omdat de officier van justitie niet heeft gerequireerd tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde poging tot doodslag, heeft de verdediging zich over dit onderdeel van de tenlastelegging niet meer uitgelaten.

Ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

4.1

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Feit 1 primair:

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende.

Op 5 augustus 2015 bevond ik mij samen met mijn collega [verbalisant 2] te Nieuwegein in een onopvallend dienstvoertuig en niet in uniform gekleed.2 Ik zette met [verbalisant 2] de achtervolging in op de A2 achter de Fiat met kenteken [kenteken] . Ik zag dat de Fiat snelheid maakte tot ongeveer 170 kilometer per uur, te zien op de kilometerteller van het dienstvoertuig waar [verbalisant 2] en ik in reden.

Ik zag dat de Fiat de afslag naar Vianen nam en de eerste mogelijkheid pakte om de A2 weer op te rijden. Ik zag dat de Fiat weer 170 kilometer per uur reed.3

Ik zag dat de Fiat bij de afslag Everdingen tegen het verkeer in reed op de A2. Ik bleef op dat moment de Fiat achtervolgen. Ik zag dat de Fiat op de vluchtstrook reed en op ons uitliep omdat hij kennelijk geen vaart minderde. Ik zag dat de Fiat rakelings langs tegemoetkomend verkeer reed.

Ik zag dat de Fiat de oprit bij Culemborg was opgereden en weer op de A2 reed. Ik zag dat de Fiat weer vaart maakte en ongeveer 170 kilometer per uur ging rijden.

Ik reed nog steeds achter de Fiat op ongeveer 50-100 meter afstand. Ik zag op een gegeven moment de remlichten van de Fiat branden. Ik zag dat de Fiat plotseling vaart minderde en bijna tot stilstand kwam. Kennelijk trapte de bestuurder hard de rem van de Fiat in omdat ik zag dat direct de alarmlichten knipperden. Door deze plotselinge en levensgevaarlijke manoeuvre van de bestuurder van de Fiat moest ik hard remmen en naar links uitwijken om een aanrijding te voorkomen.4

Ik zag dat de Fiat de A15 opreed. Eenmaal op de A15 reed de Fiat al snel weer ongeveer 170 kilometer per uur. Ik zag dat de Fiat de afslag Leerdam nam en weer de A15 op reed richting Tiel.

Op een gegeven moment reed ik aan de rechterzijde van de Fiat. [verbalisant 2] en ik reden op dat moment tussen de Fiat en een vrachtwagen in. Onze snelheid was op dat moment ongeveer 100 kilometer per uur. Ik zag dat de Fiat plotseling naar rechts kwam. Hierdoor was ik genoodzaakt om ook naar rechts uit te wijken. Ik kon niet te veel naar rechts uitwijken omdat ik dan tegen de wielen van de vrachtwagen zou rijden. Door de abrupte stuurbeweging naar rechts, had ik het vermoeden dat de bestuurder van de Fiat [verbalisant 2] en mij tegen de vrachtwagen wilde rammen. Ook kon ik niet zomaar remmen omdat er twee dienstvoertuigen achter mij en [verbalisant 2] reden. Om te voorkomen dat ik in botsing kwam met de vrachtwagen, ben ik geleidelijk naar links gaan sturen. Hierdoor creëerde ik ruimte tussen de vrachtwagen en het dienstvoertuig van [verbalisant 2] en mij.5

Het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende:

Ik zag dat de Fiat met kenteken [kenteken] tot stilstand kwam.6 De verdachte bleek te zijn: [verdachte] , geboren op [1988] .7

Feit 2:

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende.

Op 5 augustus 2015 is het mij op een gegeven moment gelukt de Fiat in te halen op de A15 en ervoor te rijden. Tijdens het inhalen keek ik naar binnen. Ik zag dat één van de inzittenden zijn middelvinger naar mij en [verbalisant 2] opstak. Ik ben in de veronderstelling dat dit beledigend was.

Achteraf hoorde ik van [verbalisant 2] dat de bestuurder degene was die zijn middelvinger opstak.8

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende.

Ik zag dat de bestuurder van de Fiat zijn middelvinger aan ons toonde.9

Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende.

Toen collega’s de bestuurder van de Fiat Punto hadden aangehouden hoorde ik hem zeggen dat hij allang had gezien dat de politie achter hem zat vanaf Nieuwegein.10

De verdachte heeft -zakelijk weergegeven- het volgende verklaard.

U houdt mij voor dat ik op de A15 werd ingehaald door de Ford Fiesta en toen werd gezien dat de bestuurder zijn middelvinger opstak. Dat klopt.11

Feit 3:

Het proces-verbaal van aanhouding van [verbalisant 3] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende.

Op 5 augustus 2015 hielden wij op de locatie A15 te Meteren als verdachte aan: [verdachte] , geboren op [1988] te Utrecht.12

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende.

Ik zag dat de Fiat tot stilstand kwam. Ik ben naar [verbalisant 3] gelopen om te assisteren bij de aanhouding. Ik zag dat de bestuurder uit het voertuig kwam. Ik heb zijn linkerarm vastgepakt. Ik voelde dat zijn linkerarm in tegengestelde richting bewoog van waar ik hem heen wilde begeleiden. Ik trachtte de linkerarm van de bestuurder op zijn rug te draaien zodat [verbalisant 3] zijn linkerpols kon boeien. Ik voelde dat de bestuurder zijn linkerarm naar de voorzijde van zijn lichaam bewoog. Ik voelde dat hij dit met kracht deed en zich dus op die manier verzette tegen zijn aanhouding. Ik heb tegen de bestuurder gezegd dat hij zijn armen moest spreiden. Ik zag en voelde dat hij dit niet deed.13

Feit 4:

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] vermeldt -zakelijk weergegeven- het volgende.

Op 5 augustus 2015 bevond ik mij samen met mijn collega [verbalisant 2] te Nieuwegein in een onopvallend dienstvoertuig en niet in uniform gekleed.14 Ik zette met [verbalisant 2] de achtervolging in op de A2 achter de Fiat met kenteken [kenteken] . Ik zag dat de Fiat de afslag Nieuwegein Zuid op reed. Ik zag dat de Fiat vlak voor het verkeersbord dat de splitsing met de autosnelweg aangaf naar links uitweek en weer op de A2 terecht kwam.

Ik zag dat de Fiat snelheid maakte tot ongeveer 170 kilometer per uur, te zien op de kilometerteller van het dienstvoertuig waar [verbalisant 2] en ik in reden. Ik zag dat de Fiat nog steeds met hoge snelheid reed en daarbij meerdere voertuigen rechts inhaalde. Ik zag dat de Fiat hierbij zelfs op de vluchtstrook van de A2 reed. Ik zag dat de Fiat naar rechts reed en recht op het groen-witte verkeersbord afreed op de afslag naar Vianen. Ik zag dat de Fiat op het laatste moment de afslag nam. Ik zag dat de Fiat aan het einde van de afslag rode verkeerslichten naderde. Ik zag dat de Fiat geen vaart minderde en de rode verkeerslichten negeerde en rechtdoor reed. Ik zag dat de Fiat inmiddels weer 170 kilometer per uur reed. Ik zag dat de Fiat op de oprit om de A2 weer op te rijden een personenauto rechts inhaalde. Ik zag dat de Fiat meerdere malen van rijstrook wisselde en hierbij anderen zowel links als rechts inhaalde. Ik heb meerdere malen gezien dat voertuigen uitweken of genoodzaakt waren te remmen door de manoeuvres van de Fiat. Ter hoogte van knooppunt Everdingen zag ik dat de Fiat vlak voor splitsing tussen de A2 en A27 plotseling uitweek naar links.15 Ik zag dat de Fiat bij die manoeuvre hevige slingerde.16

Ik zag dat de Fiat de afslag Everdingen nam. Ik zag dat de Fiat een personenauto inhaalde en daarbij dubbele doorgetrokken streep overschreed.17

Ik zag dat de Fiat weer de A2 opreed. Ik zag dat de Fiat direct weer vaart maakte en ongeveer 170 kilometer per uur ging rijden.18

Ik zag dat de Fiat de A15 opreed. Eenmaal op de A15 reed de Fiat al snel weer ongeveer 170 kilometer per uur. De bestuurder trachtte mijn inhaalmanoeuvres te beletten door van links naar rechts en terug te slingeren.19

Op de digitale plattegrond met daarop een overzicht van de achtervolging is op situatie 3 te zien dat de verdachte bij het nemen van de afslag Everdingen de N484 opreed.20

De verdachte heeft ter terechtzitting -zakelijk weergegeven- het volgende verklaard.

Mijn rijgedrag was gevaarlijk voor anderen. Dat erken ik.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 primair:

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair onder 1 aan hem ten laste gelegde feit in die zin dat de verdachte heeft geprobeerd [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen te doden.

Vastgesteld kan worden dat de verdachte verkeersmanoeuvres heeft verricht die hadden kunnen leiden tot ernstige verkeersongevallen, waarbij de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dan wel ongekend gebleven andere weggebruikers betrokken hadden kunnen raken. Indien deze verkeersongevallen hadden plaatsgevonden, was de kans op het intreden van de dood aanmerkelijk te noemen. De rechtbank komt tot dit oordeel gelet op het navolgende.

De verdachte heeft gereden met een snelheid van ongeveer 170 kilometer per uur. Met deze snelheid heeft hij de gevaarlijke verkeersmanoeuvres verricht.

Allereerst heeft de verdachte op de vluchtstrook van de snelweg tegen het verkeer ingereden. Er was op dat moment sprake van tegemoetkomend verkeer. Het is niet denkbeeldig dat bij dit tegemoetkomende verkeer schrikreacties hadden kunnen ontstaan doordat de verdachte in tegengestelde richting en met hoge snelheid rakelings lang hen heen reed. Indien bestuurders hierdoor zouden zijn uitgeweken, had een frontale botsing kunnen ontstaan. In geval van een frontale botsing met een snelheid als de onderhavige, is de kans op de dood van één of meer van de betrokkenen aanmerkelijk. De omstandigheid dat feitelijk niemand is uitgeweken, maakt niet dat geen sprake was van een levensgevaarlijke situatie.

Verder heeft de verdachte al rijdende op de snelweg plotseling hard geremd, terwijl verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 2] achter hem reden. Kort voor het remmen reed de verdachte nog altijd met een snelheid van ongeveer 170 kilometer per uur. Bestuurder [verbalisant 2] moest op dat moment naar links uitwijken om een aanrijding met de verdachte te voorkomen. Indien op dat moment ander verkeer links naast hem had gereden, had wederom een zeer ernstig ongeval kunnen ontstaan met een aanmerkelijke kans op dodelijke afloop.

Ten slotte heeft de verdachte al rijdende op de snelweg plotseling naar rechts gestuurd terwijl verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 2] zich rechts van het voertuig van de verdachte bevonden en zich tegelijkertijd rechts van het voertuig van de verbalisanten een vrachtwagen bevond. [verbalisant 2] heeft zijn voertuig op dat moment langzaam naar links gestuurd en zodoende een ongeval voorkomen. Indien het wel tot een botsing met de vrachtwagen was gekomen, was de kans op dodelijke afloop opnieuw aanmerkelijk geweest.

Uit de uiterlijke verschijningsvorm van de verschillende verkeersmanoeuvres van de verdachte kan worden opgemaakt dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van zijn medeweggebruikers. Door te rijden op de wijze als de verdachte heeft gedaan, heeft hij willens en wetens de aanmerkelijke kans op het ontstaan van een dodelijk ongeval aanvaard. Daarbij speelt mee dat de verdachte zijn gevaarlijke rijgedrag over een lang traject heeft gecontinueerd. Het ontstaan van gevaarlijke verkeerssituatie weerhield hem er kennelijk niet van hiermee door te gaan.

Feit 2:

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 aan hem ten laste gelegde feit.

De verdachte heeft erkend dat hij zijn middelvinger heeft opgestoken naar de inzittenden van de auto die hem inhaalde. Net na zijn aanhouding heeft hij verklaard dat hij wist dat de politie al vanaf Nieuwgein achter hem zat. Dat hij hierbij doelde op de opvallende dienstvoertuigen die zich later ook bij de achtervolging hebben gevoegd, acht de rechtbank niet aannemelijk, mede gelet op het feit dat verbalisant [verbalisant 3] heeft gerelateerd dat verdachte tijdens het vervoer na zijn aanhouding heeft verklaard dat hij direct al door had dat de Fiesta (zijnde het onopvallende politievoertuig) van de politie was.

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt dat de belediging is gepleegd op de Nederlandse autosnelweg A15, maar niet exact op welke plaats. De rechtbank zal derhalve in de bewezenverklaring opnemen dat het feit is gepleegd in Nederland.

Feit 3:

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, kan wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 aan hem ten laste gelegde feit.

Vastgesteld kan worden dat de verdachte zich heeft verzet tegen de opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 2] nadat zij hem hadden aangehouden op verdenking van het plegen van een strafbaar feit op heterdaad ontdekt.

Feit 4:

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de hiervoor genoemde bewijsmiddelen zijn opgenomen, kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte met zijn rijgedrag een gevaar op de weg heeft veroorzaakt in de zin van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

De verdachte heeft als bestuurder achtereenvolgens verschillende verkeersovertredingen begaan. Vastgesteld kan worden dat gevaar in het verkeer is ontstaan dat in een causaal verband staat met deze verkeersovertredingen van de verdachte. De verdachte heeft dat zelf ook erkend.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

Primair

op 05 augustus 2015 te Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en/of Leerdam,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk T.

[verbalisant 2] , [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen van het leven te beroven, met dat opzet

als bestuurder van een voertuig (personenauto),

- met zeer hoge snelheid op de Rijksweg A2 heeft gereden, en

- op die Rijksweg A2 in tegengestelde rijrichting op de vluchtstrook heeft

gereden en

- vervolgens een of meerdere tegemoet komende personenauto's en/of

vrachtwagens (met (zeer) hoge snelheid en/of op korte afstand) is gepasseerd

en

- zonder noodzaak en/of reden in het verkeer, plotseling en hard heeft

geremd, ten gevolge waarvan de bestuurder van de achter hem rijdende personenauto, te weten die [verbalisant 2] (terwijl die [verbalisant 2] als bijrijder naast die [verbalisant 2] zat) eveneens hard

moest remmen en uitwijken, teneinde een aanrijding met de personenauto van

hem, verdachte, te voorkomen, en

- vervolgens op de Rijksweg A15 plotseling en sterk naar rechts heeft gestuurd, terwijl die [verbalisant 2] als bestuurder en die [verbalisant 2] als bijrijder zich in een voertuig rechts van het voertuig van verdachte bevonden en(tegelijkertijd zich een vrachtwagen rechts van het voertuig van die [verbalisant 2] en [verbalisant 2] bevond, ten gevolge waarvan die [verbalisant 2] moest uitwijken om een aanrijding te voorkomen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

op 5 augustus 2015 op de Rijksweg A15 in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland, en [verbalisant 2] , agent van politie Eenheid Midden-Nederland, ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, door feitelijkheden heeft beledigd, door die [verbalisant 2] en die [verbalisant 2] aan te kijken en zijn middelvinger op te steken;

3.

op 5 augustus 2015 te Meteren, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 3] , hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, en [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Midden-Nederland, verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 287 juncto 45 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, hadden aangehouden en vastgegrepen, teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een politiebureau, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hun bediening, door

opzettelijk gewelddadig los te wrikken en te rukken en te trekken in de richting tegengesteld aan die, waarin die politieambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

4.

op 05 augustus 2015 te Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en/of Leerdam,

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,

de Rijksweg A2

- heeft gereden op de uitvoegstrook (afslag Nieuwegein-Zuid) en vlak voor

de splitsing plotseling naar links heeft gestuurd en

- telkens met 170 kilometer met uur heeft gereden, en

- meermalen niet links, maar rechts heeft ingehaald, immers passeerde hij,

verdachte, meerdere voertuigen aan de rechterkant, en

- op de vluchtstrook heeft gereden, en

- vlak voor de splitsing ter hoogte van de afslag Vianen plotseling

naar rechts heeft gestuurd en

- ter hoogte van de afslag Vianen richting de Westelijke Parallelweg, zonder

snelheid te minderen het voor hem bestemde verkeerslicht is gepasseerd,

terwijl dit rood licht uitstraalde, en

- telkens met 170 kilometer met uur heeft gereden, en

- met die hoge snelheid meermalen niet links, maar rechts heeft

ingehaald, immers passeerde hij, verdachte, meerdere voertuigen aan de

rechterkant, en

- met die hoge snelheid meermalen op zeer korte afstand meerdere

voertuigen is gepasseerd ten gevolge waarvan meerdere bestuurders van die

voertuigen moesten remmen en/of uitwijken om een aanrijding te voorkomen,

en

- ter hoogte van knooppunt Everdingen plotseling naar links heeft gestuurd, en daarbij slingerend over de rijbaan heeft gereden, en

de Provincialeweg (N484) bestaande uit één rijbaan met verkeer in beide

richtingen

- een voertuig heeft ingehaald en daarbij geen gevolg heeft gegeven aan een

verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers heeft hij, verdachte,

een doorgetrokken streep naar links overschreden, en vervolgens heeft

hij, verdachte, zich links van de streep bevonden, immers reed hij, verdachte,

op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, en

de Rijksweg A2

- telkens met 170 kilometer met uur heeft gereden, en

- met die hoge snelheid meermalen niet links, maar rechts heeft ingehaald, immers passeerde hij, verdachte, meerdere voertuigen aan de rechterkant, en

- op de vluchtstrook heeft gereden, en

de Rijksweg A15,

- telkens met 170 kilometer met uur heeft gereden, en

- slingerend over de rijbaan heeft gereden,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feit 1 primair: poging tot doodslag, meermalen gepleegd

Feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

Feit 3: wederspannigheid, meermalen gepleegd

Feit 4: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

De verdediging heeft aangevoerd dat sprake was van een situatie van psychische overmacht. De verdachte verkeerde in paniek, omdat hij in de veronderstelling was dat hij werd achtervolgd door mensen die hem wilden liquideren. Door de ontstane paniek speelden de hartklachten van zijn vader op, waardoor de verdachte zich genoodzaakt voelde zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te rijden. De verdachte werd dan ook gedreven door een van buiten komende drang en/of dwang waaraan hij redelijkerwijs geen weerstand hoefde te bieden. De gegeven omstandigheden maakten het handelen van de verdachte proportioneel, hetgeen moet leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging, aldus de verdediging.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. De vader van de verdachte, getuige [getuige] , heeft verklaard dat hij niets tegen de verdachte heeft gezegd over de hartklachten die hij onderweg kreeg. Volgens de getuige wist de verdachte dat niet. Nu de verdachte bovendien meerdere kansen heeft gehad afslagen naar ziekenhuizen te nemen maar die kansen niet heeft benut, acht de rechtbank niet aannemelijk dat de verdachte verkeerde in een psychische overmacht situatie zoals door de verdediging geschetst.

Nu ook overigens geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, is hij strafbaar voor de bewezenverklaarde feiten.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 primair, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Ook heeft de officier van justitie, na aanvulling van eis bij repliek, gevorderd verdachte een ontzeggen van de rijbevoegdheid op te leggen voor de duur van 3 jaren. Ten aanzien van de onder 4 ten laste gelegde overtreding heeft de officier van justitie gevorderd de verdachte te veroordelen zonder toepassing van straf of maatregel.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten verkeerde in een panieksituatie.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag op de opsporingsambtenaren [verbalisant 2] en [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen door met hoge snelheid diverse gevaarlijke verkeersmanoeuvres te verrichten in de directe nabijheid van die [verbalisant 2] en [verbalisant 2] en die onbekend gebleven personen. Het is aan de stuurmanskunst van [verbalisant 2] , en niet aan verdachte, te danken dat geen daadwerkelijke aanrijding heeft plaatsgevonden en dat niet daadwerkelijk dodelijke slachtoffers zijn gevallen. De verdachte heeft zich door zijn verkeersmanoeuvres ook schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een gevaar op de weg. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij op deze manier het leven van meerdere mensen op het spel heeft gezet.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan de belediging van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 2] door zijn middelvinger naar hen op te steken. Hiermee heeft hij deze verbalisanten, die het openbaar gezag dienen, aangetast in hun goede eer en naam. Ook heeft hij het ambtelijk gezag ondermijnd door zich tijdens zijn aanhouding te verzetten tegen verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] . Dit zijn ergerlijke feiten, gericht tegen mensen die met hun werk de maatschappij dienen.

De officier van justitie is bij haar vordering uitgegaan van een bewezenverklaring voor een poging tot zware mishandeling. De rechtbank gaat van een andere, zwaardere bewezenverklaring uit. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om bij de bepaling van de strafmaat een gevangenisstraf van langere duur als uitgangspunt te nemen. Onder de omstandigheden zoals hiervoor weergegeven is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur de enige passende sanctie. Gelet op het grote gevaar dat van het rijgedrag van de verdachte uitgaat, zal zij daarnaast een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen.

De justitiële documentatie van de verdachte van 28 september 2015 maakt melding van een groot aantal veroordelingen voor vermogensdelicten. Voor misdrijven op grond van de Wegenverkeerswet is hij niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest. Hierin is dan ook geen strafverzwarende omstandigheid gelegen.

In de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte is ook geen strafverzwarende, noch een strafverminderende omstandigheid gelegen.

De reclassering heeft in het rapport van 13 november 2015 vermeld dat de verdachte in de Roma-cultuur is opgevoed met een afwijkende moraal betreffende wat wel en niet door de beugel kan dan die van de algemeen heersende moraal in de maatschappij. Verder constateert de reclassering problemen op verschillende leefgebieden zoals middelengebruik, huisvesting, dagbesteding, inkomen en persoonlijk gebied. Bij de verdachte zelf bestaat de wens tot integratie en deze wens wordt als oprecht opgevat. Ook toont hij zich open voor hulpverlening op de verschillende leefgebieden. De reclassering adviseert dan ook om reclasseringstoezicht op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, meewerken aan diagnostisch onderzoek en een behandelverplichting in het kader van middelengebruik. Door middel van dit toezicht kan de verdachte laten zien dat hij daadwerkelijk wil veranderen en hulp aanpakt. Zonder verbetering van de verschillende leefgebieden wordt de kans op recidive hoog ingeschat.

De rechtbank volgt dit advies.

De rechtbank is alles overziend van oordeel dat voor de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten de volgende straf passend en geboden is: een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren. Voor de onder 4 ten laste gelegde overtreding zal de rechtbank bovendien nog een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van 1 (één) jaar. De rechtbank wijkt hiermee ook af van de eis van de officier van justitie. De aard van deze door de verdachte gepleegde overtreding is te ernstig om zonder oplegging van straf of maatregel af te doen.

9 Het beslag

Onder verdachte is in beslag genomen de auto van het merk Fiat Punto met kenteken [kenteken] . De rechtbank zal bepalen dat deze auto wordt teruggegeven aan de rechthebbende.

10 Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [verbalisant 2] , levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. De verdediging heeft de vordering niet betwist.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 850,-- (achthonderdenvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 5 augustus 2015. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De behandeling van de vordering van [verbalisant 1] , levert evenmin een onevenredige belasting van het strafgeding op. De verdediging heeft de vordering niet betwist.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 650,-- (zeshonderdenvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 5 augustus 2015. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 45, 57, 62, 180, 266, 267 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feit 1 primair: poging tot doodslag, meermalen gepleegd

Feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

Feit 3: wederspannigheid, meermalen gepleegd

Feit 4: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, te weten 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en

  3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

  1. zich na zijn invrijheidstelling binnen twee dagen meldt bij de reclassering van het het Leger des Heils, op het adres Zeehaenkade 30 te Utrecht (telefoonnummer 088-0901000). Vervolgens moet hij gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van het Leger des Heils, afdeling Reclassering blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, zo vaak en zo lang als deze instelling dat, gedurende de proeftijd, nodig vindt;

  2. mee zal werken aan diagnostisch onderzoek door middel van verdiepingsdiagnostiek of bij Kade 17 of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling zullen worden gegeven;

  3. zich ambulant moet laten behandelen bij de forensische verslavingsinstelling Victas of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, indien en voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de regels die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven.

Ten aanzien van feit 1: Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Ten aanzien van feit 4: Ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar.

Bepaalt dat de auto van het merk Fiat Punto met kenteken [kenteken] wordt teruggegeven aan de rechthebbende.

Wijst de vordering van [verbalisant 2] toe tot een bedrag van € 850,-- (achthonderdenvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 5 augustus 2015.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [verbalisant 2] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 2] € 850,-- (achthonderdenvijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 5 augustus 2015 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 17 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Wijst de vordering van [verbalisant 1] toe tot een bedrag van € 650,-- (zeshonderdenvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 5 augustus 2015.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [verbalisant 1] voornoemd.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 1] € 650,-- (zeshonderdenvijftig euro) te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 5 augustus 2015 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 13 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G. Perrick, voorzitter,

mrs. A. van Maanen en C.A.M. van Straalen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 november 2015.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

Primair

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 05 augustus 2015 te

Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en/of Leerdam, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk T.

[verbalisant 2] , [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

als bestuurder van een voertuig (personenauto),

- ( telkens) met (zeer) hoge snelheid op de Rijksweg A2 heeft gereden, en/of

- op die Rijksweg A2 in tegengestelde rijrichting (op de vluchtstrook) heeft

gereden en/of

- ( vervolgens) een of meerdere tegemoet komende personenauto's en/of

vrachtwagens (met (zeer) hoge snelheid en/of op korte afstand) is gepasseerd

en/of

- zonder noodzaak en/of reden in het verkeer, (plotseling en/of hard) heeft

geremd en/of anderszins snelheid heeft geminderd, ten gevolge waarvan de

bestuurder van de achter hem rijdende personenauto, te weten die [verbalisant 2]

(terwijl die [verbalisant 2] als bijrijder naast die [verbalisant 2] zat) eveneens (hard)

moest remmen en/of uitwijken, teneinde een aanrijding met de personenauto van

hem, verdachte, te voorkomen, en/of

- ( vervolgens) op de Rijksweg A15 (plotseling en sterk) naar rechts heeft

gestuurd, terwijl die [verbalisant 2] als bestuurder en/of die [verbalisant 2] als bijrijder

zich in een voertuig rechts van het voertuig van verdachte bevonden en/of

(tegelijkertijd) zich een vrachtwagen rechts van het voertuig van die [verbalisant 2]

en/of [verbalisant 2] bevond, ten gevolge waarvan die [verbalisant 2] moest uitwijken om een

aanrijding te voorkomen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Subsidiair

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 05 augustus 2015 te

Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en/of Leerdam, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland,

[verbalisant 1] , [verbalisant 2] en onbekend gebleven personen heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend

als bestuurder van een voertuig (personenauto),

- ( telkens) met (zeer) hoge snelheid op de Rijksweg A2 gereden, en/of

- op die Rijksweg A2 in tegengestelde rijrichting (op de vluchtstrook) gereden

en/of

- ( vervolgens) een of meerdere tegemoet komende personenauto's en/of

vrachtwagens (met (zeer) hoge snelheid en/of op korte afstand) gepasseerd en/of

- zonder noodzaak en/of reden in het verkeer, (plotseling en/of hard) geremd

en/of anderszins snelheid geminderd, ten gevolge waarvan de bestuurder van de

achter hem rijdende personenauto, te weten die [verbalisant 2] (terwijl die [verbalisant 2] als

bijrijder naast die [verbalisant 2] zat) eveneens (hard) moest remmen en/of uitwijken,

teneinde een aanrijding met de personenauto van hem, verdachte, te voorkomen,

en/of

- ( vervolgens) op de Rijksweg A15 (plotseling en sterk) naar rechts gestuurd,

terwijl die [verbalisant 2] als bestuurder en/of die [verbalisant 2] als bijrijder zich in een

voertuig rechts van het voertuig van verdachte bevonden en/of (tegelijkertijd)

zich een vrachtwagen rechts van het voertuig van die [verbalisant 2] en/of [verbalisant 2]

bevond, ten gevolge waarvan die [verbalisant 2] moest uitwijken om een aanrijding te

voorkomen;

2.

hij op of omstreeks 5 augustus 2015 op de Rijksweg A15 tussen Leuven en

Meteren, althans in Nederland, opzettelijk een ambtenaar, [verbalisant 1] ,

hoofdagent van de politie Eenheid Midden-Nederland, en/of [verbalisant 2] , agent

van politie Eenheid Midden-Nederland, gedurende of ter zake van de

rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in zijn/hun tegenwoordigheid,

door feitelijkheden heeft beledigd, door die [verbalisant 2] en die [verbalisant 2] aan te

kijken en zijn middelvinger op te steken;

3.

hij op of omstreeks 5 augustus 2015te Meteren, althans in Nederland, toen de

aldaar dienstdoende [verbalisant 3] , hoofdagent van politie Eenheid

Midden-Nederland, en/of [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid

Midden-Nederland, verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 287

juncto 45 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het

gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had/hadden

aangehouden en vastgegrepen, althans vast had/hadden teneinde hem ten

spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe

over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten een politiebureau, zich

met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en),

werkzaam in de rechtmatige uitoefening haar/zijn/hun bediening, door

opzettelijk gewelddadig (meermalen) los te wrikken en/of te rukken en/of te

trekken in de richting tegengesteld aan die, waarin die politieambtena(a)r(en)

verdachte trachtte(n) te geleiden;

4.

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 05 augustus 2015 te

Nieuwegein, Vianen, Everdingen, Culemborg en/of Leerdam, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, in ieder geval in Nederland,

als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg,

de Rijksweg A2

- heeft gereden op de uitvoegstrook (afslag Nieuwegein-Zuid) en/of vlak voor

de splitsing (plotseling en/of sterk) naar links heeft gestuurd en/of

(daarbij) over het verdrijvingsvlak heeft gereden en/of

- ( telkens) met 170 kilometer met uur, althans met een (zeer) hoge snelheid

heeft gereden, en/of

- ( meermalen) niet links, maar rechts heeft ingehaald, immers passeerde hij,

verdachte, meerdere voertuigen aan de rechterkant, en/of

- op de vluchtstrook heeft gereden, en/of

- vlak voor de splitsing (ter hoogte van de afslag Vianen) (plotseling en/of

hard) naar rechts heeft gestuurd en/of (daarbij) over het verdrijvingsvlak

heeft gereden en/of

- ter hoogte van de afslag Vianen richting de Westelijke Parallelweg, (zonder

snelheid te minderen) het voor hem bestemde verkeerslicht is gepasseerd,

terwijl dit rood licht uitstraalde, en/of

- ( telkens) met 170 kilometer met uur, althans met een (zeer) hoge snelheid

heeft gereden, en/of

- ( met die hoge snelheid en/of meermalen) niet links, maar rechts heeft

ingehaald, immers passeerde hij, verdachte, meerdere voertuigen aan de

rechterkant, en/of

- ( met die hoge snelheid en/of meermalen) op zeer korte afstand meerdere

voertuigen is gepasseerd (ten gevolge waarvan meerdere bestuurders van die

voertuigen moesten remmen en/of uitwijken om een aanrijding te voorkomen),

en/of

- ( ter hoogte van knooppunt Everdingen) (plotseling en/of hard) naar links

heeft gestuurd, en/of (daarbij) slingerend over de rijbaan heeft gereden, en/of

de Provincialeweg (N484) (bestaande uit één rijbaan met verkeer in beide

richtingen)

- een voertuig heeft ingehaald en (daarbij) geen gevolg heeft gegeven aan een

verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers heeft hij, verdachte,

een doorgetrokken streep naar links overschreden, en/of (vervolgens) heeft

hij, verdachte, zich links van de streep bevonden, immers reed hij, verdachte,

op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer, en/of

de Rijksweg A2

- ( telkens) met 170 kilometer met uur, althans met een (zeer) hoge snelheid

heeft gereden, en/of

- ( met die hoge snelheid en/of meermalen) niet links, maar rechts heeft

ingehaald, immers passeerde hij, verdachte, meerdere voertuigen aan de

rechterkant, en/of

- op de vluchtstrook heeft gereden, en/of

de Rijksweg A15,

- ( telkens) met 170 kilometer met uur, althans met een (zeer) hoge snelheid

heeft gereden, en/of

- slingerend over de rijbaan heeft gereden,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer PL0900-2015239186 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 24.

3 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 25.

4 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 26.

5 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 28.

6 Proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 6 augustus 2015, pag. 22.

7 Proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 6 augustus 2015, pag. 23.

8 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 6 augustus 2015, pag. 50.

9 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] d.d. 6 augustus 2015, pag. 34.

10 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] d.d. 6 augustus 2015, pag. 20.

11 Proces-verbaal van de terechtzitting van 16 november 2015.

12 Proces-verbaal van aanhouding van [verdachte] d.d. 5 augustus 2015, pag. 39.

13 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 28.

14 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 24.

15 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 25.

16 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 26.

17 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 26.

18 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 26.

19 Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2015, pag. 27.

20 Digitale plattegrond met daarop een overzicht van de achtervolging, situatie 3, pag. 128.