Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:844

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-02-2015
Datum publicatie
13-02-2015
Zaaknummer
16/661741-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank spreek een vrouw vrij van medeplichtig aan poging doodslag en het in vereniging met een ander of anderen een vuurwapen voorhanden te hebben gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661741-14 (P)

vonnis van de meervoudige strafkamer van 13 februari 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1991],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres], [woonplaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 januari 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. I.P.J. van den Heuvel-Beerens naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: (primair) op 31 juli 2014 medeplichtig is geweest aan de poging tot doodslag van [slachtoffer] dan wel (subsidiair) medeplichtig is geweest aan het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer];

feit 2: op 31 juli 2014 tezamen en in vereniging met een ander of anderen een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde feiten en vordert dat verdachte hiervan wordt vrijgesproken.

De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouwe heeft ter terechtzitting bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de integrale tenlastelegging wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft uit het onderzoek ter terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte het onder feit 1 primair en subsidiair en onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte daarvan vrijspreken.

De rechtbank neemt als vaststaand aan dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] in haar personenauto reed toen er een woordenwisseling ontstond tussen de medeverdachte en de inzittenden van een andere personenauto. De verdachte kende tenminste één van de inzittenden. Verdachte heeft op aandringen van de medeverdachte op enig moment in een straat haar auto tot stilstand gebracht. De andere personenauto is toen achter hen gestopt. Hierna is de medeverdachte uitgestapt en verdachte is in haar auto blijven zitten. De rechtbank is van oordeel dat niet buiten redelijke twijfel is vast te stellen dat verdachte op dat moment wetenschap had van het voornemen van haar medeverdachte op het misdrijf en dat zij met haar handelen opzettelijk behulpzaam is geweest bij de poging door medeverdachte om [slachtoffer] van het leven te beroven dan wel dat zij behulpzaam is geweest bij het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer]. Voorts heeft de rechtbank geen bewijsmiddel aangetroffen waaruit blijkt dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van een vuurwapen in haar auto en dat zij hierover heeft kunnen beschikken. Dit brengt met zich mee dat er eveneens onvoldoende bewijs is dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander/anderen een vuurwapen voorhanden heeft gehad.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft ten aanzien van feit 1 een vordering ingesteld strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 11.996,43, bestaande uit € 1.996,43 aan materiële schade en € 10.000,= aan immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit wordt vrijgesproken, de benadeelde partij niet in zijn vordering kan worden ontvangen.

5 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;

Benadeelde partij

Verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Gerritse, voorzitter,

mrs. A.R. Creutzberg en J.M.L. van Mulbregt, rechters,

in tegenwoordigheid van drs. E.M.S. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 februari 2015.

BIJLAGE: De tenlastelegging

1.

Primair

medeverdachte [medeverdachte] op of omstreeks 31 juli 2014 in de gemeente

Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van

het door [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het

leven te beroven, met dat opzet op die [slachtoffer] is toegelopen en/of (vanaf zeer

korte afstand) die [slachtoffer] met een vuurwapen in zijn buik, althans in het

lichaam, heeft geschoten, zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk

behulpzaam is geweest door

- voornoemde [medeverdachte] met een personenauto naar de plaats van het

misdrijf te brengen en/of de auto op verzoek van [medeverdachte] te stoppen

in de buurt van van die [slachtoffer] en/of

- na het schieten de vlucht mogelijk te maken door [medeverdachte] in de

door haar, verdachte, bestuurde auto te laten stappen en/of (vervolgens) met

hoge snelheid weg te rijden van de plaats van het misdrijf;

Subsidiair

medeverdachte [medeverdachte] op of omstreeks 31 juli 2014 in de gemeente

Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een schotwond in de buik en/of

een geperforeerde dunne darm waardoor 50 centimeter dunne darm operatief is

verwijderd en/of een beschadiging van de bloedtoevoer naar de urineleider),

heeft toegebracht, door opzettelijk met een vuurwapen in de buik van die

[slachtoffer] te schieten

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en aldaar opzettelijk

behulpzaam is geweest door

- voornoemde [medeverdachte] met een personenauto naar de plaats van het

misdrijf te brengen en/of de auto op verzoek van [medeverdachte] te stoppen

in de buurt van van die [slachtoffer] en/of

- na het schieten de vlucht mogelijk te maken door [medeverdachte] in de

door haar, verdachte, bestuurde auto te laten stappen en/of (vervolgens) met

hoge snelheid weg te rijden van de plaats van het misdrijf;

2.

zij op of omstreeks 31 juli 2014 in de gemeente Amersfoort tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een vuurwapen van

categorie II en/of III voorhanden heeft/hebben gehad.