Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8309

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
27-11-2015
Zaaknummer
16/662106-14 (ontneming)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ontneming. Hennepkwekerij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/662106-14 (ontneming)

Beslissing van de rechtbank d.d. 10 november 2015

in de ontnemingszaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [1962] te [geboorteplaats] , Marokko,

wonende [adres] , [postcode] [woonplaats] , Duitsland.

1 Deprocedure

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

  • -

    de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

  • -

    het strafdossier onder parketnummer 16/662106-14, waaruit blijkt dat verdachte op 10 november 2015 door de meervoudige kamer van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van met medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, tot de in die uitspraak vermelde straf;

- het rapport berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr;

  • -

    de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 27 oktober 2015;

  • -

    de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht en raadsman van veroordeelde, is verschenen, maar heeft verklaard niet gemachtigd te zijn namens zijn cliënt op te treden. Tegen veroordeelde is verstek verleend.

2 De beoordeling

2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde en zijn mededader [mededader] een wederrechtelijk voordeel hebben verkregen van € 31.216,02. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de berekening zoals neergelegd in het rapport van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel met dien verstande dat moet worden uitgegaan van één oogst in plaats van – zoals in het rapport wordt vermeld – twee oogsten. Zij vordert dat dit bedrag hoofdelijk wordt opgelegd aan veroordeelde en zijn mededader.

2.2

Het oordeel van de rechtbank

Dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan blijkt uit het door de meervoudige kamer van de rechtbank gewezen vonnis in de hoofdzaak van 10 november 2015 en uit de in dat vonnis opgenomen bewijsmiddelen. De rechtbank ontleent aan de inhoud van die bewijsmiddelen het oordeel, dat de veroordeelde door middel van het begaan van voormeld feit een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.

De rechtbank gaat bij de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van de berekening in het rapport ‘berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij’ van 18 november 2014.1

In dit rapport is voor de berekening uitgegaan van de normen, zoals weergegeven in het rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (hierna te noemen rapport BOOM) van 1 november 2010, waarin standaardberekeningen en normen met betrekking tot wederrechtelijk verkregen voordeel van hennepkwekerijen bij binnenteelt onder kunstlicht zijn vermeld. De rechtbank ziet aanleiding de berekening uit voornoemd rapport op onderdelen aan te passen.

Bij de bepaling van het wederrechtelijk genoten voordeel hanteert de rechtbank de volgende uitgangspunten:

 veroordeelde heeft in de periode van 16 januari 2014 tot en met 5 juni 2014 een hennepkwekerij in werking gehad, bestaande uit drie kweekruimtes met in totaal 339 planten;

 aannemelijk is geworden dat veroordeelde in voornoemde periode tweemaal 339 planten heeft geoogst;

 dat aannemelijk is dat tweemaal is geoogst leidt de rechtbank af uit de door verbalisanten aangetroffen hoeveelheid stof op de koolstoffilters en op de kappen van de armaturen van de assimilatielampen, verdroogde resten op potten en vloer, het aangetroffen hennepafval waarin zich gebruikte stekblokjes en wortelresten van een eerdere oogst in de potgrond bevonden en de aangetroffen kalkafzetting op het zeil en aan de onderzijde van de plantenpotten;

 op 5 juni 2014 heeft de laatste oogst plaatsgevonden en de opbrengst daarvan is door verbalisanten buiten de woning aangetroffen. Veroordeelde heeft uit deze oogst geen voordeel genoten, zodoende gaat de rechtbank voor het wederrechtelijk verkregen voordeel enkel uit van de eerdere oogst.

Kweekruimte 1

De rechtbank stelt vast dat:

 in deze kweekruimte 10 planten per m2 stonden, met in totaal 84 potten;

 ingevolge het rapport Boom de oogst per plant dan 30,5 gram bedraagt;

 de bruto opbrengst per oogst van 84 planten x 30,5 gram = 2,562 kilo bedraagt;

 de gemiddelde verkoopprijs per kilogram hennep bedraagt volgens het rapport BOOM

€ 3.280,-.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van het bruto wederrechtelijk verkregen voordeel voor één oogst:

Aantal planten: 84 planten

Totale hoeveelheid kilo’s per oogst: 2,562

Verkoopprijs per kg: € 3.280,-

Bruto opbrengst: 2,562 x € 3.280,- = € 8.403,36

Verder gaat de rechtbank uit van de volgende kostenposten die naar het oordeel van de rechtbank zijn toe te schrijven aan de oogst in de voornoemde periode:

 de inkoopprijs van de hennepstekken bedraagt volgens het rapport BOOM € 2,85 per plant;

 de overig variabele kosten (kweekmedium, water en voedingsstof) bedragen volgens het rapport BOOM € 3,33 per plant;

 de afschrijvingskosten bedragen, gelet op het rapport BOOM, bij een aantal planten tussen de 0 en 199 € 150,- per oogst.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van de kosten:

Inkoopprijs stekjes: € 239,40 (€ 2,85 x 84 planten)

Variabele kosten: € 279,72 ( € 3,33 x 84 planten)

Afschrijving: € 150,-

Totale kosten € 669,12

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het netto wederrechtelijk verkregen voordeel van de oogst wordt geschat, vast op een bedrag van opbrengst ad € 8.403,36 minus kosten ad € 669,12 = € 7.734,24.

Kweekruimte 2

De rechtbank stelt vast dat:

 in deze kweekruimte 9 planten per m2 stonden, met in totaal 91 potten;

 ingevolge het rapport Boom de oogst per plant dan 30,9 gram bedraagt;

 de bruto opbrengst per oogst van 91 planten x 30,9 gram = 2,811 kilo bedraagt;

 de gemiddelde verkoopprijs per kilogram hennep bedraagt volgens het rapport BOOM

€ 3.280,-.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van het bruto wederrechtelijk verkregen voordeel voor één oogst:

Aantal planten: 91 planten

Totale hoeveelheid kilo’s per oogst: 2,811

Verkoopprijs per kg: € 3.280,-

Bruto opbrengst: 2.811 x € 3.280,- = € 9.220,08

Verder gaat de rechtbank uit van de volgende kostenposten die naar het oordeel van de rechtbank zijn toe te schrijven aan de oogst in de voornoemde periode:

 de inkoopprijs van de hennepstekken bedraagt volgens het rapport BOOM € 2,85 per plant;

 de overig variabele kosten (kweekmedium, water en voedingsstof) bedragen volgens het rapport BOOM € 3,33 per plant;

 de afschrijvingskosten bedragen, gelet op het rapport BOOM, bij een aantal planten tussen de 0 en 199 € 150,- per oogst.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van de kosten:

Inkoopprijs stekjes: € 259,35 (€ 2,85 x 91 planten)

Variabele kosten: € 303,03 ( € 3,33 x 91 planten)

Afschrijving: € 150,-

Totale kosten € 712,38

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het netto wederrechtelijk verkregen voordeel van de oogst wordt geschat, vast op een bedrag van opbrengst ad € 9.220,08 minus kosten ad € 712,38 = € 8.507,70.

Kweekruimte 3

De rechtbank stelt vast dat:

 in deze kweekruimte 12 planten per m2 stonden, met in totaal 164 potten;

 ingevolge het rapport Boom de oogst per plant dan 29,6 gram bedraagt;

 de bruto opbrengst per oogst van 164 planten x 29,6 gram = 4,854 kilo bedraagt;

 de gemiddelde verkoopprijs per kilogram hennep bedraagt volgens het rapport BOOM

€ 3.280,-.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van het bruto wederrechtelijk verkregen voordeel voor één oogst:

Aantal planten: 164 planten

Totale hoeveelheid kilo’s per oogst: 4,854

Verkoopprijs per kg: € 3.280,-

Bruto opbrengst: 4,854 x € 3.280,- = € 15.921,12

Verder gaat de rechtbank uit van de volgende kostenposten die naar het oordeel van de rechtbank zijn toe te schrijven aan de oogst in de voornoemde periode:

 de inkoopprijs van de hennepstekken bedraagt volgens het rapport BOOM € 2,85 per plant;

 de overig variabele kosten (kweekmedium, water en voedingsstof) bedragen volgens het rapport BOOM € 3,33 per plant;

 de afschrijvingskosten bedragen, gelet op het rapport BOOM, bij een aantal planten tussen de 0 en 199 € 150,- per oogst.

Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van de kosten:

Inkoopprijs stekjes: € 467,40 (€ 2,85 x 164 planten)

Variabele kosten: € 546,12 ( € 3,33 x 164 planten)

Afschrijving: € 150,-

Totale kosten € 1.163,52

Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het netto wederrechtelijk verkregen voordeel van de oogst wordt geschat, vast op een bedrag van opbrengst ad € 15.921,12 minus kosten ad € 1.163,52 = € 14.757,60.

Totale netto opbrengst

De rechtbank berekent het totaal netto wederrechtelijk voordeel op € 30.999,54.

Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel

Veroordeelde is door de rechtbank veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt. Naast veroordeelde is voor zover thans bekend nog één ander, te weten [mededader] , betrokken geweest bij deze hennepteelt. De rechtbank zal de totale netto opbrengst daarom ponds-ponds verdelen over twee personen.

Op basis van de hiervoor weergegeven berekening schat de rechtbank het door de veroordeelde verkregen wederrechtelijk verkregen voordeel op € 15.499,77.

Er zijn door of namens de verdachte verder geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan de rechtbank de betalingsverplichting van verdachte zou moeten matigen.

1 De beslissing

De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 15.499,77

Legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter grootte van € 15.499,77 ter ontneming van het door hem genoten wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mrs. P.J.M. Mol en E. Akkermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 november 2015.

1 Proces-verbaal Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 18 november 2014, registratienummer PL0900-2014144488-1, opgenomen als bijlage bij het aan de strafzaak ten grondslag liggende dossier met code PL0900-2014291789 Z (sluitingsdatum 15 oktober 2014) bevinden.