Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:8299

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-09-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
16/661472-15
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzet bij aanhouding met letsel, belediging ambtenaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661472-15

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 22 september 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Zaïre,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 september 2015.

De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

ten aanzien van feit 1

zich op 24 juni 2015 schuldig heeft gemaakt aan verzet bij zijn aanhouding met letsel ten gevolg, dan wel mishandeling;

ten aanzien van feit 2

zich op 24 juni 2015 heeft schuldig gemaakt aan belediging van ambtenaren.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van beide feiten, voor feit 1 hetgeen primair is ten laste gelegd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.1

Verbalisant [verbalisant] heeft verklaard2 dat hij op 24 juni 2015 werkzaam was op station Amersfoort als buitengewoon opsporingsambtenaar, bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten. Hij verklaart dat hij met zijn collega opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] was. [verbalisant] verklaart dat voor verdachte een uitstel van betaling werd opgemaakt in verband met rijden zonder geldig vervoersbewijs. Hij hoorde dat uit de mobiele telefoon van verdachte zeer luide en harde muziek kwam. Hij zag dat meerdere reizigers hiervan last ondervonden. Hij zag namelijk meerdere reizigers geïrriteerd en boos om kijken naar de verdachte toe. Hij hoorde dat zijn collega de verdachte de dwingende aanwijzing gaf zijn muziek uit te doen omtrent het verstoren van de openbare orde rust, veiligheid en goede bedrijfsgang. Hij hoorde verdachte zeggen ‘ik doe het niet’. Hij hoorde op enig moment ‘kankerlijers’ riep tegen hem en zijn collega’s. [verbalisant] verklaart dat [opsporingsambtenaar 2] verdachte aanhoudt voor artikel 72 van de Wet personenvervoer 2000, waarop [verbalisant] een armklem aanlegt bij verdachte. [verbalisant] verklaart dat verdachte zich verzet door met zijn arm een andere richting op te gaan dan waar [verbalisant] hem wilde houden. [verbalisant] verklaart dat [opsporingsambtenaar 2] daarop een nekklem aanlegt, waar verdachte zich tegen verzet door met zijn andere arm naar het lichaam en gezicht van [opsporingsambtenaar 2] te zwaaien. [verbalisant] verklaart dat hij, [opsporingsambtenaar 2] en verdachte op de grond vallen, waar verdachte zich hevig blijft verzetten door zich te willen losrukken van de greep van [verbalisant] en [opsporingsambtenaar 2] . [verbalisant] verklaart dat hij zeer veel pijn aan zijn elleboog voelt. [verbalisant] verklaart dat hij tegen verdachte zegt dat die zijn arm op zijn rug moet doen, maar verdachte doet dit niet.

In een brief van het Meander Medisch Centrum van 24 juni 2015 staat dat dhr. [verbalisant] een contusie van de linker elleboog heeft.3

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1. primair. hij op of omstreeks 24 juni 2015 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant] en/of [opsporingsambtenaar 1] en/of [opsporingsambtenaar 2] , allen belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en / of onderzoeken van strafbare feiten, verdachte - op heterdaad - op verdenking van het artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde die genoemde hem onverwijld voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het politiebureau te Amersfoort, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of te slaan tegen en/of in de richting van het hoofd en/of het lichaam van die opsporingsambtena(a)r(en), waarbij [verbalisant] ten val is gekomen, tengevolge waarvan die [verbalisant] lichamelijk letsel (te weten: een gekneusde elleboog) bekwam;

2. hij op of omstreeks 24 juni 2015 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant] en/of [opsporingsambtenaar 2] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening als buitengewoon opsporingsambtenaar, die [verbalisant] en/of [opsporingsambtenaar 2] in diens / dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerleijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en / of strekking;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

1. primair: wederspannigheid terwijl de daarmee gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

2. eenvoudige belediging, terwijl die belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden wordt opgelegd, met aftrek van de tijd die hij heeft doorgebracht in voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht meer dan afdoende straf is geweest.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid. Hij heeft zich agressief gedragen tegenover drie buitengewoon opsporingsambtenaren die zich bezighielden met de rechtmatige uitoefening van hun vak. Eén van de ambtenaren heeft door het geweld van verdachte een gekneusde elleboog opgelopen. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belediging van deze ambtenaren. De rechtbank acht het zeer kwalijk dat verdachte de politieagenten heeft belemmerd in hun werk en één de ambtenaren letsel heeft bezorgd. Het gebruik van geweld tegen een ambtenaar in functie is temeer ernstig omdat die ambtenaar er door wordt aangetast in zijn of haar gezag. Bovendien getuigt dergelijk gedrag jegens opsporingsambtenaren in functie, die zich bezig houden met de naleving van op democratische wijze tot stand gekomen regels, van een kwalijk gebrek aan respect voor het openbaar gezag.

Verdachte is, zo blijkt uit het uittreksel justitiële documentatie van 8 september 2015, veelvuldig in aanraking geweest met justitie. Verdachte is in het verleden eerder veroordeeld voor onder andere wederspannigheid, bedreiging en belediging van een politieambtenaar. Ook liep verdachte op het moment van het plegen van de bewezenverklaarde feiten in meerdere proeftijden.

De rechtbank heeft kennis genomen van het reclasseringsadvies van [A] van 25 augustus 2015, waarin wordt gesteld dat verdachte moeite lijkt te hebben met autoriteiten. De reclassering concludeert dat verdachte een pro criminele houding heeft, een gebrek aan probleeminzicht en inadequate probleemoplossende vaardigheden. Het recidiverisico wordt hierdoor hoog ingeschat. Om de kans op recidive te verminderen zijn een verplicht reclasseringscontact en een behandelverplichting geïndiceerd. De reclassering acht dit echter niet uitvoerbaar, gelet op de ongemotiveerde houding van verdachte, het ontbreken van een hulpvraag en de hoge kans op onttrekken aan de voorwaarden nu verdachte voornemens is in België te gaan wonen. De rechtbank deelt deze visie, neemt die over en maakt die tot de hare.

De rechtbank is van oordeel dat, alles overziende, een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden is. Een andere strafmodaliteit is gezien de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, niet aan de orde. De rechtbank merkt nog op dat geen van de vele openstaande strafzaken tegen verdachte ter zitting zijn gevoegd, zoals door de officier van justitie aangekondigd tijdens de raadkamer gevangenhouding. Ook merkt de rechtbank nog op dat het eveneens aangekondigde onderzoek naar de (on)mogelijkheden van een ISD-maatregel evenmin is verricht.

9 Vordering benadeelde partij

Benadeelde partij [opsporingsambtenaar 1]

De benadeelde partij [opsporingsambtenaar 1] vordert een bedrag van € 200,-, bestaande uit immateriële schade.

De officier van justitie en de verdediging hebben gesteld dat deze vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu [opsporingsambtenaar 1] niet in de tenlastelegging van feit 2 wordt genoemd.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij [opsporingsambtenaar 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering, nu hij geen schade heeft geleden ten gevolge van het ten aanzien van hem bewezenverklaarde feit.

Benadeelde partij [opsporingsambtenaar 2]

De benadeelde partij [opsporingsambtenaar 2] vordert een bedrag van € 200,-, bestaande uit immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd dat deze vordering volledig kan worden toegewezen, met rente vanaf 24 juni 2015 en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van de vordering bepleit, nu er te makkelijk een vordering is ingediend.

De rechtbank overweegt dat de behandeling van de vordering van [opsporingsambtenaar 2] niet een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. De vordering is echter onvoldoende onderbouwd. De vordering wordt daarom afgewezen.

Benadeelde partij [verbalisant]

De benadeelde partij [verbalisant] vordert een bedrag van € 250,-, bestaande uit immateriële schade.

De officier van justitie heeft gevorderd dat deze vordering volledig kan worden toegewezen, met rente vanaf 24 juni 2015 en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van de vordering bepleit, nu er te makkelijk een vordering is ingediend.

De rechtbank overweegt dat de behandeling van de vordering van [opsporingsambtenaar 2] niet een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden, te weten een kneuzing aan de elleboog. De benadeelde partij heeft pijn en hinder ondervonden. De rechtbank waardeert deze schade op een bedrag van € 100,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2015. De vordering wordt voor het overige afgewezen.

In het belang van [verbalisant] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 27, 36f, 57, 181, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde, en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart de ten laste gelegde feiten bewezen, zodanig als hiervoor onder 5. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

  1. primair : wederspannigheid terwijl de daarmee gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

  2. eenvoudige belediging, terwijl die belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 weken;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

Vordering benadeelde partij

- verklaart de vordering van de benadeelde partij [opsporingsambtenaar 1] niet-ontvankelijk;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [opsporingsambtenaar 2] af;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant] van € 100,-, bestaande uit immateriële schade voortvloeiend uit feit 1 primair, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 24 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [verbalisant] voor het overige af;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant] , € 100,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Akkermans, voorzitter,

mr. E.A.A. van Kalveen en mr. R.B. Eigeman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 september 2015.

Mr. Van Kalveen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE: de tenlastelegging

Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat

1.

Primair

hij op of omstreeks 24 juni 2015 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant] en/of [opsporingsambtenaar 1] en/of [opsporingsambtenaar 2] , allen belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en / of onderzoeken van strafbare feiten, verdachte - op heterdaad - op verdenking van het artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde die genoemde hem onverwijld voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het politiebureau te Amersfoort, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting

tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of te slaan tegen en/of in de richting van het hoofd en/of het lichaam van die opsporingsambtena(a)r(en), waarbij [verbalisant] ten val is gekomen, tengevolge waarvan die [verbalisant] lichamelijk letsel (te weten: een gekneusde elleboog) bekwam;

art 181 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 25 juni 2015 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk mishandelend [verbalisant] heeft geduwd en/of gerukt en/of diens lichaam vastgepakt/vastgehouden, waardoor voornoemde [verbalisant] ten val is gekomen en/of letsel heeft bekomen en / of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 24 juni 2015 te Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [verbalisant] en/of [opsporingsambtenaar 2] , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening als buitengewoon opsporingsambtenaar, die [verbalisant] en/of [opsporingsambtenaar 2] in diens / dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Kankerleijers", althans woorden van gelijke beledigende aard en / of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met code PL0900-2015193778 Z (met sluitingsdatum 25 juni 2015) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering van 1 tot en met 36. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juni 2015, opgenomen op p. 16 en 17.

3 Brief Meander Medisch Centrum d.d. 24 juni 2015, opgenomen op p. 18 en 19.