Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7850

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-10-2015
Datum publicatie
09-11-2015
Zaaknummer
16/661523-15
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het telen van hennepplanten en diefstal van elektriciteit in twee verschillende hennepkwekerijen, tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden en een werkstraf van 180 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661523-15 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 16 oktober 2015.

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1982] ,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , te [postcode] [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. N.J.H. Lina, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1:

primair: op 26 augustus 2014 in een pand aan de [adres] te [woonplaats] ongeveer 398 hennepplanten heeft geteeld/bereid/bewerkt/verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;

subsidiair: medeplichtigheid aan het primair ten laste gelegde door aan onbekend gebleven personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

Feit 2:

primair: in de periode van 11 februari 2014 tot en met 26 augustus 2014 in een pand aan de [adres] te [woonplaats] een hoeveelheid elektriciteit/stroom heeft gestolen van Stedin Netbeheer B.V.;

subsidiair: medeplichtigheid aan het primair ten laste gelegde door aan onbekend gebleven personen voornoemd pand open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen de verzegeling van de hoofdaansluitkast te verbreken en verwijderen, de deksel van de hoofdaansluitkast te verwijderen en een illegale aansluiting aan te brengen zodat de elektriciteit/stroom niet werd bemeten;

Feit 3:

primair: op 26 augustus 2014 in een pand aan de [adres] te [woonplaats] ongeveer 288 hennepplanten heeft geteeld/bereid/bewerkt/verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad;

subsidiair: medeplichtigheid aan het primair ten laste gelegde door aan onbekend gebleven personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

Feit 4:

primair: op tijdstippen in de periode van 29 april 2014 tot en met 26 augustus 2014 in een pand gelegen aan de [adres] te [woonplaats] een hoeveelheid elektriciteit/stroom heeft gestolen van Stedin Netbeheer B.V.;

subsidiair: medeplichtigheid aan het primair ten laste gelegde door aan onbekend gebleven personen voornoemd pand open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen een hoofdzekering te installeren, hoofdzekeringen bij te plaatsen en een illegale aansluiting bij te plaatsen, zodat de elektriciteit/stroom niet werd bemeten.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie acht de feiten 1 tot en met 4 zoals ten laste gelegd, allen in de primaire variant, wettig en overtuigend bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft de bewezenverklaringen van feiten 1 en 3 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft voor de feiten 2 en 4 verzocht verdachte partieel vrij te spreken van de pleegperiode vóór 1 juli 2014.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Partiële vrijspraak ten aanzien van feiten 1 tot en met 4:

De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat waaruit de conclusie volgt dat sprake is van medeplegen van de ten laste gelegde feiten. Verdachte heeft weliswaar ter terechtzitting verklaard dat hij de hennepkwekerijen op beide adressen samen met anderen heeft aangelegd en onderhouden, maar heeft geen namen van die personen willen noemen. Bij de politie heeft verdachte daarentegen nog stellig verklaard dat hij alleen verantwoordelijk was voor de hennepkwekerijen. Ook uit de overige bewijsmiddelen, zoals het buurtonderzoek op de [straatnaam] te Utrecht en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] , blijkt niet dat andere personen betrokken waren bij de hennepkwekerijen. Hetzelfde geldt voor de illegale stroomvoorzieningen. Verdachte zal daarom ten aanzien van de feiten 1 tot en met 4 van het onderdeel medeplegen worden vrijgesproken.

Feiten 1 primair en 3 primair:

Aangezien verdachte het ten laste gelegde onder feiten 1 primair en 3 primair heeft bekend en de raadsvrouw geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen.1

De rechtbank acht feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- Het proces-verbaal van aantreffen van een hennepkwekerij op het adres [adres] te [woonplaats]2;

- De bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 20153.

De rechtbank acht feit 3 primair wettig en overtuigend bewezen op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- Het proces-verbaal van aantreffen van een hennepkwekerij op het adres [adres] te [woonplaats]4;

- De bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 20155.

Feit 2 primair:

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 26 augustus 2014 werd de woning aan de [adres] te [woonplaats] binnengetreden.6 Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was.7 De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.8

Aangever [aangever 1] heeft namens Stedin Netbeheer B.V. – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik doe aangifte van diefstal op het adres [adres] te [woonplaats] .9 Bij controle van de netcomponenten van Stedin Netbeheer B.V. en de elektrische installatie in de meterkast zag ik dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken en verwijderd was. Tevens was het deksel van de hoofdaansluitkast verwijderd. Ik zag dat er aan de onderzijde van de hoofdzekering(en) een illegale aansluiting was bijgeplaatst en aangesloten. Deze illegale aansluiting zat voor de elektriciteitsmeter zodat alle elektriciteit die via deze illegale aansluiting werd afgenomen niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd.10

Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik heb een hennepkwekerij gehad op het adres [adres] te [woonplaats] . Begin april 2014 zijn wij officieel verhuisd vanuit de [adres] te [woonplaats] naar de [adres] te [woonplaats] .11 V: Er was daar (de rechtbank begrijpt: op de [adres] te [woonplaats] ) sprake van diefstal stroom. A: Dat klopt. Ik had ook dit zelf aangesloten.12

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de hennepkwekerij op de [adres] te [woonplaats] van 1 april 2014, namelijk de datum waarop verdachte en zijn vrouw naar hun nieuwe woning zijn verhuisd, tot en met 26 augustus 2014 in werking is geweest. Op grond daarvan is ook aannemelijk dat de elektriciteit op dat adres gedurende diezelfde periode is gestolen. De rechtbank spreekt verdachte daarom partieel vrij van de tenlastegelegde periode vóór 1 april 2014.

Feit 4 primair

Feiten en omstandigheden

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:

Op 26 augustus 2014 werd de woning aan de [adres] te [woonplaats] binnengetreden.13 Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.14

[aangever 2] heeft namens Stedin Netbeheer B.V. – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik doe aangifte van diefstal op het adres [adres] te [woonplaats] .15 Bij controle van de netcomponenten van Stedin Netbeheer B.V. en de elektrische installatie in de meterkast zag ik dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken was. Voorts zag ik dat er hoofdzekeringen waren bijgeplaatst. Ik zag dat er aan de bovenzijde een illegale aansluiting was bijgeplaatst en aangesloten. Deze illegale aansluiting zat aangesloten vóór de elektriciteitsmeter zodat alle elektriciteit die via deze illegale aansluiting werd afgenomen niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd.16

Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:

Ik heb een hennepkwekerij op het adres [adres] te [woonplaats] gehad. Eind mei 2014 zijn we begonnen met inrichten en in juli 2014 zijn wij echt gestart.17 V: Hoe was de stroomvoorziening? A: Dat heb ik zelf aangesloten. De stroom werd voor de meter afgenomen. V: Wanneer werd de stroomvoorziening aangesloten? A: Begin juli 2014.18

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de hennepkwekerij op de [adres] te [woonplaats] van 1 juli 2014 tot en met 26 augustus 2014 in werking is geweest. Op grond daarvan is ook aannemelijk dat de elektriciteit op dat adres gedurende diezelfde periode is gestolen. De rechtbank spreekt verdachte daarom partieel vrij van de tenlastegelegde periode vóór 1 juli 2014.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

1.

Primair

op 26 augustus 2014 te [woonplaats] , opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de

[adres] ongeveer 398 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

Primair

op tijdstippen in de periode van 1 april 2014 tot en met 26 augustus 2014 te [woonplaats] , telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

3.

Primair

op 26 augustus 2014 te [woonplaats] , opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] in totaal ongeveer 288 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

Primair

op tijdstippen gelegen in de periode van 1 juli 2014 tot en met 26 augustus 2014 te [woonplaats] , telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een pand gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feiten 1 primair en 3 primair:

telkens: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feiten 2 primair en 4 primair:

telkens: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van verbreking.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 tot en met 4, alle primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest en een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de eis van de officier van justitie te matigen. De officier van justitie heeft aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting bij de categorie 500 tot 1000 planten. De verdediging heeft verzocht om tussen de eerste en de tweede schaal in te gaan zitting, omdat het totale aantal planten, te weten 686, aan de onderkant van de tweede categorie valt. De verdediging heeft daarom verzocht om een werkstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op te leggen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het kweken van hennepplanten in twee verschillende woningen. In totaal ging het om 686 hennepplanten. Het is een feit van algemene bekendheid dat het kweken van een softdrug als hennep een strafbaar feit is dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Daarbij heeft verdachte gebruik gemaakt van illegale stroomvoorzieningen, hetgeen grote veiligheidsrisico’s met zich brengt. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.

De rechtbank neemt in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder is veroordeeld.

De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) hanteren als uitgangspunt voor het kweken van deze hoeveelheid planten, bij een persoon die voor het eerst met justitie in aanraking komt, een werkstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit oriëntatiepunt af te wijken.

Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden wordt een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis met aftrek van het voorarrest en een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feiten 1 primair en 3 primair:

telkens: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feiten 2 primair en 4 primair:

telkens: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van verbreking.

Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

- Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren opnieuw schuldig maakt aan een strafbaar feit.

- Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 180 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag inverzekeringstelling.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.G. Bakker, voorzitter,

mrs. H.A. Gerritse en R.B. Eigeman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 oktober 2015.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

1.

Primair

hij op of omstreeks 26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de

[adres] ) ongeveer 398 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of

delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

Subsidiair

een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks

26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland,

in elk geval in Nederland,

met elkaar, althans één van hen, opzettelijk

heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de

[adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 398 hennepplanten,

althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of

omstreeks 26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, in elk geval in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven

persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter

beschikking te stellen;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 februari

2014 tot en met 26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een pand gelegen aan de [adres] heeft weggenomen

een hoeveelheid electriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of

zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft /

hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun

bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) in of

omstreeks de periode van 11 februari 2014 tot en met 26 augustus 2014 te

Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand gelegen aan de

[adres] te Utrecht heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid

electriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn mededader(s) en / of aan

verdachte, waarbij die een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn

mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft /

hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun

bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of

omstreeks de periode van 11 februari 2014 tot en met 26 augustus 2014 te

Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, en / of elders in

Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en / of inlichtingen heeft

verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die onbekend

gebleven personen en/of zijn mededader(s) voornoemd pand aan de [straatnaam] te

Utrecht open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen

- de verzegeling van de hoofdaansluitkast te verbreken en/of te verwijderen

en/of

- de deksel van de hoofdaansluitkast te verwijderen en/of

- een illegale aansluiting aan te brengen, zodat de electriciteit/stroom niet

werd bemeten;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

Primair

hij op of omstreeks 26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de

[adres] ) (in totaal) ongeveer 288 hennepplanten, althans een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan

30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld

op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel

3a, vijfde lid van die wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 11 lid 2 Opiumwet

Subsidiair

een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks

26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, met elkaar,

althans één van hen, opzettelijk

heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de

[adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 288 hennepplanten,

althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of

omstreeks 26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in

het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland,

opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft

en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven

persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter

beschikking te stellen;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

4.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 29

april 2014 tot en met 26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht,

althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand gelegen aan de

[adres] heeft weggenomen een hoeveelheid electriciteit/stroom, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich telkens de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het

weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van braak en/of verbreking

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) in of

omstreeks de periode van 29 april 2014 tot en met 26 augustus 2014 te

Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een pand gelegen aan de [adres] te Maarssen,

gemeente Stichtse Vecht, heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid

electriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die

een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn mededader(s) en / of aan

verdachte, waarbij die een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn

mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft /

hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun

bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of

omstreeks de periode van 29 april 2014 tot en met 26 augustus 2014 te

Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement

Midden-Nederland, in elk geval in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen

en / of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

door aan die onbekend gebleven personen en/of zijn mededader(s) voornoemd pand

aan de [straatnaam] open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen

- een hoofdzekering te installeren en/of

- hoofdzekeringen bij te plaatsen en/of

- een illegale aansluiting bij te plaatsen,

zodat de electriciteit/stroom niet werd bemeten;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

1 Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer PL0900-2014276422 Z bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

2 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 1 oktober 2014, p. 7 t/m 14.

3 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2015.

4 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 27 augustus 2015, p. 15 t/m 19.

5 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2015.

6 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 1 oktober 2014, p. 7.

7 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 1 oktober 2014, p. 8.

8 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 1 oktober 2014, p. 9.

9 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] namens Stedin Netbeheer B.V., d.d. 29 augustus 2014, p. 51.

10 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] namens Stedin Netbeheer B.V., d.d. 29 augustus 2014, p. 52.

11 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2015.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , d.d. 27 augustus 2014, p. 181.

13 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 27 augustus 2014, p. 15.

14 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 27 augustus 2014, p. 16.

15 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] namens Stedin Netbeheer B.V., d.d. 28 augustus 2014, p. 130.

16 Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] namens Stedin Netbeheer B.V., d.d. 27 augustus 2014, p. 131.

17 De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2015.

18 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , d.d. 27 augustus 2014, p. 180.