Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2015:7843

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
29-10-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
16/070107-96 (TBS)
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege voor de tijd van één jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/070107-96 (TBS)

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling van 29 oktober 2015

In de zaak van de officier van justitie tegen

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] , op [1970] ,

wonende te [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,

advocaat mr. C. van Oort, advocaat te Amersfoort,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank van 31 oktober 1996 waarbij [terbeschikkinggestelde] onder meer ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, opzettelijk brand stichten en een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en opzettelijk brand stichten en een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;

- stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 3 juli 1998;

- de beslissing van deze rechtbank van 2 oktober 2013, waarbij de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] is verlengd met twee jaren;

- de beslissing van deze rechtbank van 10 februari 2014, waarbij de verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] voorwaardelijk is beëindigd met ingang van 11 februari 2014 te 9:00 uur, onder de in die beslissing genoemde voorwaarden;

- de beslissing van deze rechtbank van 26 november 2014, waarbij de voorwaarden zijn gewijzigd met betrekking tot huisvesting en contact met zijn ex-partner en kinderen;

- de vordering van de officier van justitie van 15 september 2015, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] met één jaar;

- het verlengingsadvies van [reclasseringsmedewerker 1] van GGZ Reclassering Limburg van 24 augustus 2015 en de voortgangsverslagen van [reclasseringsmedewerker 1] en [reclasseringsmedewerker 2] van GGZ Reclassering Limburg van 31 augustus 2015, 31 juli 2015, 23 maart 2015 en 23 november 2014;

- de rapportage pro justitia van M.J. Weers, psychiater, van 2 september 2015.

2 De procesgang

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn advocaat.

Voorts is de deskundige [reclasseringsmedewerker 1] , werkzaam bij GGZ reclassering Limburg, gehoord.

3 Het standpunt van de reclassering

Het standpunt van de reclassering blijkt uit de onder 1 genoemde rapporten. De getuige-deskundige [reclasseringsmedewerker 1] heeft de rapporten en het advies van de inrichting toegelicht. Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.

Met ingang van 11 februari 2014 is de maatregel van terbeschikkingstelling voorwaardelijk beëindigd en sinds 27 april 2015 woont betrokkene zelfstandig in een appartement in Tegelen. Betrokkene werkte tot voor kort bij de [naam verpleegtehuis] , een verpleegtehuis voor ouderen, maar heeft vanwege rugklachten een andere werkkring gevonden als mantelzorger van een bejaarde man. Betrokkene heeft zich gedurende deze periode gehouden aan de bijzondere voorwaarden en afspraken rondom urinecontroles, alcoholgebruik en alle andere afspraken. Hij krijgt begeleiding van Housing First, een instantie gericht op huisvesting waarbij behandeling en begeleiding wordt geboden aan personen met meervoudige problematiek. Housing First helpt hem met praktische zaken; volgens hen is ook bewindvoering opgestart. Betrokkene heeft één keer per drie weken een gesprek bij FPP de Horst. Door de psycholoog N. Strijbosch is aangegeven dat toegewerkt zal gaan worden naar een einde van deze gesprekken. De eindevaluatie zal op 15 oktober 2015 zijn.

Betrokkene wil een omgangsregeling voor zijn drie kinderen. Hij is hierover in een civielrechtelijke procedure verwikkeld met zijn ex-vrouw. De Raad voor de Kinderbescherming heeft onderzoek gedaan en het advies is dat betrokkene enkel begeleid omgang kan krijgen met zijn kinderen als hij behandeling aangaat ten behoeve van de belevingswereld van zijn kinderen. De rechtbank heeft dit advies op 26 mei 2015 overgenomen. Betrokkene heeft in de tussenliggende periode contact gezocht met een psycholoog van de Mutsaersstichting te Venlo om meer inzicht te krijgen in de belevingswereld van zijn kinderen. Betrokkene heeft in deze periode geen contact gehad met zijn ex-vrouw. De relatie met zijn ex-vrouw en kinderen is zorgelijk. Op dit moment biedt hulpverlening en het reclasseringstoezicht voldoende kader om ervoor te zorgen dat betrokkene zijn spanningen en problemen kan hanteren. Het is voor de reclassering de vraag, als het toezicht en de hulpverlening zou wegvallen, hoe betrokkene dan met zijn problemen zal omgaan. Betrokkene kan de komende periode laten zien hoe hij met meer vrijheden omgaat. Daarnaast is er recent duidelijkheid gekomen over de omgangsregeling met de kinderen. De rechter heeft die afgewezen en er is geen hoger beroep ingesteld.

Op 4 augustus 2015 is besloten dat betrokkene alcohol kan drinken zonder structurele controle. Steekproefsgewijs zal erop toegezien worden hoe de alcoholwaardes zijn. Het is zaak voor betrokkene dat hij leert omgaan met meer vrijheden.

Het advies luidt de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen voor de duur van een jaar.

Ter terechtzitting heeft [reclasseringsmedewerker 1] het reclasseringsrapport nader toegelicht – zakelijk weergegeven – als volgt:

Betrokkene heeft een positieve indruk gemaakt de afgelopen tijd. De zorgen liggen echter op het gebied van alcohol en de ex-partner en zijn kinderen. Betrokkene zegt dat niemand hem tegenhoudt in de omgang met zijn kinderen. De manier waarop hij dat zegt, baart de reclassering zorgen. De reclassering kan niet inschatten wat er gebeurt als het huidige kader wegvalt en hoopt in een jaar meer zicht te krijgen op het verloop van de omgang met zijn kinderen. Het tot stand komen van een omgangsregeling is wenselijk omdat dan kan worden bezien hoe betrokkene daarmee omgaat, maar dit is geen voorwaarde voor het beëindigen van de terbeschikkingstelling.

Het is thans nog te prematuur om te adviseren dat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. Het zou goed zijn als betrokkene binnen het huidige kader kan oefenen en mogelijk kan terugvallen op de reclassering als dit nodig is.

4 Het standpunt van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen

Het standpunt van de psychiater M.J. Weers blijkt uit de onder 1 genoemde rapportage pro justitia van 2 september 2015. Het standpunt luidt - zakelijk weergegeven - als volgt.

Actuele situatie:

Er zijn een aantal zaken die de aandacht vragen. Eén daarvan is het contact met zijn kinderen. De ontwikkelingen daarbij genereren veel emoties en spanningen bij betrokkene. Er worden in dit gecompliceerde proces veel eisen gesteld aan de frustratietolerantie, de stressbestendigheid en de sociale vaardigheden van betrokkene om de omgang met zijn ex-vrouw en zijn kinderen in goede banen te kunnen leiden en houden. Voortzetting van de begeleiding en de ondersteuning van betrokkene hierbij is in deze fase zeer noodzakelijk.

Daarnaast behoeft het alcoholgebruik van betrokkene nog aandacht. Betrokkene beschikt nu over de mogelijkheid om alcohol te gebruiken. Rapporteur acht het gezien de kwetsbaarheid van betrokkene wenselijk de vinger aan de pols te houden om een terugval te voorkomen, omdat er nog een aantal potentieel destabiliserende factoren bestaan. Naast de problemen met zijn ex-vrouw en de omgang met de kinderen, heeft betrokkene geen structurele daginvulling en het sociale netwerk is beperkt. Ook zijn de financiële mogelijkheden van de terbeschikkinggestelde beperkt.

Risicotaxatie

Het risico op delictherhaling wordt onder de huidige condities als laag ingeschat. Mocht de terbeschikkingstelling beëindigd worden dan acht rapporteur het risico op delictherhaling op korte termijn als laag tot matig. Op de middellange termijn wordt het risico als matig tot hoog ingeschat. Met het wegvallen van de structuur, het toezicht en de controle, de begeleiding en de ondersteuning die de maatregel biedt, bestaat het risico dat betrokkene, geconfronteerd met eerder genoemde stresserende factoren, kan destabiliseren.

Advies

Dit brengt de rapporteur ertoe dat het vanuit het oogpunt van risicomanagement gewenst is de terbeschikkingstelling voor de periode van één jaar te verlengen. Wanneer de positieve ontwikkeling die betrokkene in zijn functioneren laat zien zich voortzet, kan over een jaar overwogen worden om de terbeschikkingstelling niet te verlengen.

5 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft haar vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar ter zitting gehandhaafd.

6 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de terbeschikkingstelling moet worden beëindigd. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat niet meer wordt voldaan aan het gevaarscriterium. Er zijn nog wel factoren die volgens de reclassering begeleiding behoeven, maar die vormen geen delictgevaar. De belangrijkste factoren zijn de omgang met zijn kinderen en het alcoholgebruik. De terbeschikkinggestelde heeft laten zien dat hij goed om kan gaan met spanningen en met alcoholgebruik. Hij heeft contact met een kinderpsycholoog en de begeleiding van Housing First zal ook blijven bestaan bij het beëindigen van de terbeschikkingstelling. Daarnaast is bewindvoering gestart. Er is derhalve voldoende begeleiding als de terbeschikkingstelling beëindigd zou worden. De psychiater komt tot een laag tot matig recidiverisico bij beëindiging van de terbeschikkingstelling. De terbeschikkingstelling leidt er toe dat de familierechter geen omgangsregeling toestaat tussen betrokkene en zijn kinderen, zodat het voortduren van de terbeschikkingstelling juist negatief werkt.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht de termijn van terbeschikkingstelling te verlengen met een half jaar en verzocht de voorwaarden 5 en 6 (contactverbod met zijn ex-partner en kinderen en het verbod zich nabij het adres van hen te begeven) te laten vervallen. Deze voorwaarden vormen een belemmering voor de terbeschikkinggestelde en de ex-partner en kinderen staan helemaal los van het indexdelict.

7 De beoordeling

De terbeschikkinggestelde is bij vonnis van deze rechtbank van 31 oktober 1996 veroordeeld voor – kort gezegd – bedreiging, brandstichting en het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing. De rechtbank heeft reeds in de beslissing van 2 oktober 2013 bepaald dat de opgelegde terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.

Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de terbeschikkinggestelde een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Er zijn echter nog een aantal aandachtspunten, te weten de omgang met zijn kinderen en ex-partner en zijn alcoholgebruik. Pas twee maanden geleden is besloten dat betrokkene alcohol mag drinken zonder structurele controle. Ook heeft de terbeschikkinggestelde pas recent gehoord dat er geen omgangsregeling zal worden vastgesteld tussen hem en zijn kinderen. De rechtbank acht het nodig dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd omdat de positieve ontwikkeling die de terbeschikkinggestelde heeft laten zien nog niet zodanig gestabiliseerd is dat die, mede gelet op de recente ontwikkelingen, al bestendig is. Uit de risicotaxatie van de psychiater M.J. Weers blijkt dat het risico op delictherhaling onder de huidige condities als laag wordt ingeschat. Mocht de terbeschikkingstelling beëindigd worden dan acht de psychiater het risico op delictherhaling op korte termijn als laag tot matig. Op de middellange termijn wordt het risico als matig tot hoog ingeschat. Met het wegvallen van de structuur, het toezicht en de controle, de begeleiding en de ondersteuning die de maatregel biedt, bestaat het risico dat betrokkene, geconfronteerd met eerder genoemde stresserende factoren kan destabiliseren.

De terbeschikkinggestelde zal het komende jaar kunnen laten zien dat hij beschikt over voldoende vaardigheden, zodat de terbeschikkingstelling kan worden beëindigd. Zoals door de reclasseringswerker ter zitting is toegelicht, is het hierbij wel wenselijk, maar niet noodzakelijk dat een omgangsregeling tussen de terbeschikkinggestelde en zijn kinderen tot stand is gekomen. De rechtbank acht het wel noodzakelijk dat de gestelde voorwaarden 5 en 6 hierbij blijven voortduren.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de terbeschikkingstelling van [terbeschikkinggestelde] wordt verlengd met één jaar. De rechtbank acht een verlenging met een termijn van zes maanden, zoals door de terbeschikkinggestelde (subsidiair) verzocht, niet voldoende om de noodzakelijke bestendigheid te bewerkstelligen.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [terbeschikkinggestelde] voor de tijd van één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mr. S.B. Smit-Colenbrander en mr. J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. van Elk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2015.

Mrs. C.A.M. van Straalen en S.B. Smit-Colenbrander zijn buiten staat deze beslissing mee te ondertekenen.